primitive man

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night

 

Unru – Als Tier ist der Mensch nichts

Split-releases blijven nog steeds een uitstekende manier om bands te ontdekken. Zo heb ik het Duitse Unru leren kennen middels twee uitstekende splits: ééntje met Sun Worship en ééntje met Paramnesia. Vier jaar na de conceptie van de band achten de vier heren de tijd rijp voor een eerste langspeler. “Als Tier ist der Mensch nichts” is de filosofische titel van het kleinood en verscheen reeds in het voorjaar maar ik stuitte er nu pas op. De Duitsers doorspekten hun cascadian style black metal in het verleden ook reeds met de nodige portie noise, maar wat ze op de nieuwe plaat laten horen behoort toch wel tot hun meest chaotische output ooit. Eigenlijk is het hun hardcore- en crustpunkverleden dat nu terug meer de bovenhand grijpt in deze allesvernietigende zwarte maalstroom. Geen hapklare brok feel good muziek, maar een zesendertig minuten durende niet aflatende onbehagelijke expressie van duisternis die de ranzige en vuile hoeken van de mensheid blootlegt; en dat zijn er wel wat. De hyperactieve drums liggen onder een dichte waas van riffs verborgen waarover gekwelde en getormenteerde screams galmen – een productie die perfect in het aan-flarden-geschoten plaatje van deze aardkloot past. “Das Anna-Karenina-Prinzip” bulkt twaalf minuten lang van de repetitieve transcenderende en enerverende (positief bedoeld!) USBM knuppel-black met triomfantelijke ondertoon waarbij de finale naar Terzij De Horde lonkt. In “Hēdonée” wordt een ander gezicht van het beest getoond: loodzware, krakende en piepende noisy doom verpulvert de laatste sprankel hoop dat het ooit nog goed komt met ons. Hier zullen liefhebbers van Primitive Man wel weg mee kunnen. Ook “Totemiker” ligt met zijn verstikkende, agressieve en disonnante over- en weer stuitende karakter bijzonder moeilijk op de maag. Deze plaat doet pijn, maar hé “no pain, no gain“.

JOKKE: 79/100

Unru – Als Tier ist der Mensch nichts (Supreme Chaos Records 2016)
1. Zerfall & Manifest
2. Das Anna-Karenina-Prinzip
3. Hēdonée
4. Totemiker

Creeping – Revenant

Als een doorwinterde boer, ploeg ik op tijd en stond doorheen de ondergrond van mijn patattenveld en stoot ik daarbij, zoals mijn collega’s uit de westhoek, regelmatig op explosief materiaal, zoals nu het geval is met Creeping. De band uit Nieuw-Zeeland was een voor mij tot nog toe nobele onbekende, maar blijkt eerder reeds een EP, een split met Glorior Belli en twee full albums uitgebracht te hebben. “Revenant”, langspeler nummer drie betreft dus de eerste kennismaking met dit trio. Middels vijf songs krijgen we een half uur lang, smerige en beklemmende doomy black metal met occulte death metal inslag in onze maag gespietst, een variant van de zwartgeblakerde plaag die je helaas pindakaas niet zo vaak tegen komt. Hoewel het gaspedaal wel al eens ingedrukt wordt (“Scythes over my grave”) heeft deze band geen intentie om geflitst te worden aan adembenemende snelheden. “Cold soil” neigt zo zelfs naar vuile sludge. Het ietwat simplistische, maar hypnotiserende en effectieve riffwerk van “Drear” creëert een gevoel van onbehagen dat nog meer versterkt wordt door de in reverb gedompelde black/death grunts. Bands als (een trage) Malthusian, Primitive Man, Forn of Emptiness komen aardig in de buurt van deze obscure kiwi grafdelvers. Leuk plaatje en een aangename kennismaking!

JOKKE: 79/100

Creeping – Revenant (Daemon Worship Productions/Iron Bonehead Productions 2015)

1. Death knell offering
2. Scythes over my grave
3. Cold soil
4. Drear
5. Revenant

Fórn – The departure of consciousness

“Mag het iets zwaarder zijn?” Indien het antwoord op deze vraag een volmondige ja luidt, moet je zeker de debuutplaat van het uit Boston afkomstige doom/sludge monster Fórn eens aan een luisterbeurt onderwerpen. Alle restanten oorsmeer die nog in je gehoorgang aanwezig waren worden sito presto weggeblazen want de instrumentale opener “Emergence” klinkt ongelofelijk diep en laag, zeker als de song na een Amenra-achtige riff na twee en een halve minuut losbarst. De monolytische sound die de gitaristen hier uit hun instrumenten persen doet bands als Conan of Bongripper haast als watjes klinken. Ik kijk reikhalzend uit naar het moment waarop de vocalen hun intrede zullen doen. Gaat het hoge cleane zang zijn of opteren ze voor screams of grunts? Het antwoord is gelukkig het laatste. Hese lage oerschreeuwen begeleiden het sonisch geweld bestaande uit heavy distorted mineur gitaarriffs, een zwaar ronkende bas en beukende drums. De wall of sound op deze plaat is zo ongelofelijk zwaar dat de tektonische platen ter hoogte van Antwerpen in beweging komen en de kathedraal op haar grondvesten staat te daveren. Het tempo is tergend traag maar verrassend genoeg worden we halverwege “Dweller on the threshold” plots op een blastbeatpassage getrakteerd (de enige van het album). “Gates of the astral plane” is een mokerslag van jewelste. De drummer lijkt eerder met boomstammen in plaats van drumstokken tekeer te gaan. Het zes minuten durende “Alexithymia” vormt het hoogtepunt van deze plaat en heeft qua gitaarmelodie (hoewel hier voor de doorsnee luisteraar niet veel melodie aan te pas zal komen) wel wat weg van het Duitse Ahab.  “Suffering in the eternal void” start nog enigszins ingetogen maar al snel zoekt het vijftal weer de allerlaagste regionen van het geluidsspectrum op. Eens ze hier op dreef zijn, komt de song echter vroegtijdig aan zijn einde. Als je begint te schuimbekken van een band als Primitive Man, zal Fórn ook wel je cup of tea zijn. Met ruim dertig minuten speeltijd is deze plaat net lang genoeg (en het afsluitende en misplaatste niemendalletje “Cerebral intermission” had van mijn part zelfs nog achterwege gelaten mogen worden). Tijd voor een nieuwe buis van Eustachius!

JOKKE: 80/100

Fórn – The departure of consciousness (Vendetta Records 2014)
1. Emergence
2. Dweller on the threshold
3. Gates of the astral plane
4. Alexithymia
5. Suffering in the eternal void
6. Cerebral intermission