Profound Lore Records

Agalloch – The serpent & the sphere

Agalloch is een band die heel erg hoog aangeschreven staat bij ondergetekende. Niet alleen zijn hun studioplaten echte kunstwerkjes (“Ashes against the grain” hoort zeker in mijn top 5 albums aller tijden thuis) ook hun live shows zijn om duimen en vingers bij af te likken. In plaats van op automatische piloot elke avond dezelfde setlist in driekwartier tijd te brengen, kiezen ze voor een show van meer dan twee uur waarbij gegrasduind wordt in heel hun oeuvre en waarbij sommige passages live een eigen leven gaan leiden. Tevens is Aesop Dekker een erg leuke drummer om bezig te zien. Zorg dat je erbij bent als deze Amerikanen (hopelijk snel) de grote plas oversteken om hun nieuwste werk “The serpent & the sphere” live voor te stellen. Dit vijfde album is opgebouwd rond vijf hoofdnummers die met elkaar verbonden zijn door akoestische intermezzo’s (“Serpens caput”, “Cor serpentis (the sphere)” en “Serpens cauda” oftewel het hoofd, lichaam en staart van de slang). Het beeld van de slang komt ook terug in het artwork van het album waarvoor o.a. onze landgenoot Niels Geybels grafisch werk aanleverde. Reeds van in den beginne heeft Agalloch zich een eigen stijl weten aan te meten die ze zelf als “grey metal” omschrijven oftewel een mix van dark en black metal met neo-folk, ambient, post-rock en drone elementen. Op het eerste gehoor krijgen we een logisch en misschien weinig spannend vervolg voorgeschoteld van voorgaand werk (openingstrack “Birth and death of the pillars of creation” had perfect op “Marrow of the spirit” kunnen staan), maar na een vijftal luisterbeurten moet ik concluderen dat er toch weer een onaardse schoonheid verborgen zit in de nummers. Eens de van pure melancholie doordrongen melodieën zich in je brein genesteld hebben, is het puur genieten geblazen. Het album start vrij rustig en pas in “The astral dialogue” gaat de band iets grimmiger en ruiger tekeer. “Dark matter gods” behoort met zijn gespierd karakter en bloedmooie post-rock insteek tot de hoogtepunten van de plaat. John Haughm wisselt opnieuw zijn typerende ruwe zang af met cleane partijen en gefluister.  Het twaalf minuten durende “Plateau of the ages” vormt de magistrale apotheose van “The serpent & the sphere”. Akoestische en elektrische gitaren duelleren naar hartenlust tot er een fenomenale grandeur bereikt wordt in de slotfase van dit werkelijk episch nummer. Ik weet dat dit veel superlatieven zijn voor de band uit Portland, Oregon, maar ze verdienen dit echt. De stroom aan kwaliteitsreleases is nog amper bij te houden en ik weet nu al dat het een hels karwei gaat worden om daaruit tien platen te selecteren voor mijn eindejaarslijst. Dat Agalloch zich in de bovenste regionen gaat vestigen, staat nu echter al als een paal boven water.

JOKKE: 95/100

Agalloch – The serpent & the sphere (Profound Lore Records 2014)

1. Birth and death of the pillars of creation
2. (Serpens caput)
3. The astral dialogue
4. Dark matter gods
5. Celestial effigy
6. Cor serpentis (the sphere)
7. Vales beyond dimension
8. Plateau of the ages
9. (Serpens cauda)

SubRosa – More constant than the gods

All of my life I have been waiting for you”. ‘t Zal wel zijn! Met deze woorden trapt de nieuwe langspeler van de uit Salt Lake City afkomstige doom/stoner/sludge-band SubRosa af. Ik was al lange tijd geïntrigeerd door de hoes van de vorige plaat “No help for the mighty ones” maar nam nu pas de tijd om de band eens deftig gehoor te geven. Ik heb mijn hoofd net drie maal tegen de muur geramd van miserie, want godverdomme, waarom heb ik nooit eerder de moeite gedaan om me in het muzikale universum van deze dames en heren te verdiepen? De eerste song “The usher” klokt al meteen boven de 14 minuten af. Frêle vrouwenzang vergezeld van piano zet de plaat in gang om spoedig vergezeld te worden van viool en een cleane mannenstem. Even denk je dat je met een singer/songerwriter-achtige band te maken hebt die in een programma als “Duyster” niet zou misstaan, maar als na een drietal minuten de distorted gitaren invallen en een heuse doom pletwals op gang getrokken wordt, gaat mijn tikker nogal te keer. Halfweg de song passeren er nog fluiten en gaan de violen de psychedelische toer op. Njammie! De daaropvolgende track ‘”Ghost of a dead empire” is pure amp-worship. Loodzware riffs, drums als mokerslagen, een Oosters aandoende viool en hypnotiserende vrouwenzang vormen de benodigdheden voor een heuse trip richting doomparadijs. Volgend jaar ga ik er twee weken op vakantie! “Cosey Mo” trapt op een meer stoner/doomachtige manier af. Opnieuw duelleren de gitaren met de violen, maar in hun strijd om leven en dood is er geen winnaar, want in plaats van elkaar de loef af te steken vormen ze de perfecte blend, net zoals mijn heerlijke gin/tonic die ik aan het nuttigen ben terwijl ik in bijna complete duisternis van deze magische plaat aan het genieten ben. “Fat of the ram” is de hevigste song op de plaat waar ook hier de drie vrouwenstemmen de hypnotiserende en bezwerende proclamaties op je afvuren en de onrustige violen je brein binnendringen om de rust te verstoren. De apotheose van deze monstersong is opnieuw om duimen en vingers bij af te likken. Ook “Affliction” is een überslome doomparel waarbij de violen je weer een naargeestig gevoel van onbehagen bezorgen. Het 12 minuten durende “No safe harbour” vormt de majestueuze hekkensluiter van dit meesterwerk dat de recentste plaat van die andere female fronted doomband Windhand nog net overklast. De laatste dagen van 2013 tikken langzaam weg en net op de valreep dringt SubRosa tot de allerhoogste regionen van mijn eindejaarslijst door. Pure klasse! Staande ovatie!

JOKKE: 93/100

SubRosa – More constant than the gods (Profound Lore Records 2013)

1. The Usher
2. Ghosts of a dead empire
3. Cosey Mo
4. Fat of the ram
5. Affliction
6. No safe harbor