profound lore

LINGUA IGNOTA – CALIGULA

HET IS NIET ONZE BEDOELING OM HIER EEN POTJE LUIDRUCHTIG TE SCHREEUWEN, MAAR HET BEGELEIDEND PERSBERICHT VAN LINGUA IGNOTA’S TWEEDE PLAAT “CALIGULA” VERMELDT UITDRUKKELIJK DAT ALLE TITELS IN HOOFDLETTERS VERMELD MOETEN WORDEN. De brave en gehoorzame zielen die we zijn, volgen we dat verzoek dus op. LINGUA IGNOTA is een naam waarover ik veel goeds hoorde na afloop van de laatste Roadburn-editie. Zelf heb ik haar set toen niet gezien, maar de verwachtingen waren hoog gespannen toen “CALIGULA” op de deurmat viel. LINGUA IGNOTA is het alterego van de Amerikaanse Kristin Hayter en is in de eerste plaats haar vehikel om uiting te geven aan haar persoonlijke demonen, maar tegelijkertijd kaart ze de decadentie, corruptie, verdorvenheid en het zinloze geweld aan dat 2000 jaar na het overlijden van de Romeinse keizer Caligula – de personificatie van al dit ongein – nog steeds de wereld niet uit is. De sonische, bijwijlen opereske terreur die Hayter over ons uitstort kent haar gelijke niet en met dien verstande is LINGUA IGNOTA dus een juiste naamkeuze. Deze Latijnse term voor “onbekende taal” verwijst immers naar het oudste bekende voorbeeld van een kunsttaal die in de 12e eeuw gemaakt werd door de Duitse abdis en mystica Hildegard von Bingen, en is toepasselijk voor de demonische opera die deze outsider heeft weten vast te leggen. “Let them hate me so long as they fear me“, “Who will fuck you if I won’t“, “Abandon your body, so no one can break it“, “Life is cruel and time heals nothing“, “Bitch, I smell you bleeding, and I know where you sleep“, het zijn maar enkele voorbeelden van de goudeerlijke en hatelijke one-liners die we naar ons hoofd geslingerd krijgen en ik zou niet graag in de schoenen van de geadresseerde staan. “BUTCHER OF THE WORLD” bestaat uit een sample van Henry Purcell’s “Music for the funeral of Queen Mary” dat eerder al door Marduk gebruikt werd voor het nummer “Blackcrowned” en natuurlijk ook gekend is van de soundtrack van Stanley Kubrick’s “A clockwork orange“. Qua intensiteit moeten de getergde kreten die we hier moedwillig ondergaan niet onderdoen voor de salpetervocalen van Mortuus, maar even later schakelt Hayer hoorbaar moeiteloos over op een breekbare cleane opera-achtige stem of feeërieke folkzang. We zien het Mortuus haar nog niet nadoen. De muzikale fundering is opgetrokken uit een volledige arsenaal aan live instrumentatie waaraan een heleboel gastmuzikanten meewerkten. Zo noteren we o.a. Sam McKinlay (THE RITA) die instaat voor de misselijkmakende noise-partijen, drummer Lee Buford (The Body) en percussionist Ted Byrnes (Cackle Car, Wood & Metal). Hoewel Hayer zonder twijfel haar mannetje kan staan achter het microstatief, horen we ook gastzang van Dylan Walker (Full of Hell), Mike Berdan (Uniform) en Noraa Kaplan (Visibilities). De veelzijdigheid aan vocale capriolen en de spagaat aan extreme emoties die in de nummers en teksten gecapteerd zijn, maken van “CALIGULA” geen easy listening-plaat. Au contraire, hiervoor moet je een uur lang in de juiste mood zijn en nadien blijf je compleet verweesd achter. “Intens” is een understatement in dit geval. Bezint eer ge begint!

JOKKE: 81/100

LINGUA IGNOTA – CALIGULA (Profound Lore 2019)
1. FAITHFUL SERVANT FRIEND OF CHRIST
2. DO YOU DOUBT ME TRAITOR 09:34
3. BUTCHER OF THE WORLD 06:33
4. MAY FAILURE BE YOUR NOOSE
5. FRAGRANT IS MY MANY FLOWERED CROWN
6. IF THE POISON WON’T TAKE YOU MY DOGS WILL
7. DAY OF TEARS AND MOURNING
8. SORROW! SORROW! SORROW!
9. SPITE ALONE HOLDS ME ALOFT
10. FUCKING DEATHDEALER
11. I AM THE BEAST

Gardsghastr – Slit throat requiem

Liefhebbers van symfonische black kwamen onlangs reeds aan hun trekken met Vargrav’s tweede plaat, maar hét album waar elke rechtgeaarde fan van het genre reikhalzend naar uitkeek, is natuurlijk het debuut van Gardsghastr. Wetende dat achter deze nieuwe band klinkende namen als Alex Poole, de broers Jackson en Steven Blackburn en Swartadauþuz schuilgaan, zorgde voor een opgewonden kriebel in onze broek. De eerste drie veteranen werkten reeds samen in Guðveiki, Chaos Moon en Entheogen maar sloegen voor Gardsghastr de handen in mekaar met het Zweedse brein achter o.a. Azelisassath, Bekëth Nexëhmü, Gnipahålan, Musmahhu en Mystik, tevens eigenaar van Ancient Records en Mysticism Productions en zowat het grootste genie dat er in de hedendaagse black metal-scene rondloopt. Aangezien dit voor ons allemaal klinkende namen zijn – enkel zanger Glömd kunnen we niet meteen thuisbrengen – verwachtten we dus vuurwerk van “Slit throat requiem“. De blauwdruk voor deze één uur durende trip is de Noorse symfonische black metal-scene van halfweg de jaren negentig die dankzij haar mystiek, majestueusheid en grandioosheid wereldwijd duizenden zieltjes converteerde tot de zwarte kunsten. Swartadauþuz verzorgde naast de lay-out en het bandlogo ook de mix die de hoogdagen van de klassiekers die in de Grieghallen Studios opgenomen werden, doet herleven. De keyboards gaan in overdrive zonder dat het carnavaleske toestanden worden en geven de venijnige zwartmetalen basis een extra lading bombast, heroïsche glorie of onheilspellende atmosfeer mee. Een geslaagd huwelijk met andere woorden tussen de weidse en schimmige signature sound van Alex Poole en de verdorven, ongefilterde en energieke insteek van Swartadauþuz. Het vuurwerk waar we op hoopten, horen we ondermeer knallen in het keizerlijke “Of crimson eyes“, de dynamische titeltrack (zelden kreeg de basgitaar in dit genre zo’n prominente rol toebedeeld), het tien minuten durende “Beasts of horn and wing” en het kosmische “Diabolical reverence“, maar de andere songs moeten hier amper voor onderdoen. Het totaalpakket klinkt overweldigend en vraagt meerdere luisterbeurten om alle details te ontdekken die in de wall of sound verstopt zitten. Dus ga op je rug in het gras liggen, steek die oortjes in, zet de volumeknop op tien en laat je door “Slit throat requiem” in de oneindigheid van je gedachten meevoeren terwijl je de majestueusheid van de nachtelijke hemel in je opneemt.

JOKKE: 95/100

Gardsghastr – Slit throat requiem (Profound Lore 2019)
1. Promethean flame
2. Of crimson eyes
3. Slit throat requiem
4. Journey through stagnant time and misery
5. Beasts of horn and wing
6. Diabolical reverence
7. Unfurl the profane wisdom
8. Outro

Akitsa – Credo

Akitsa draait al een kleine twintig jaar mee in de ondergrondse krochten van het black metal-gebeuren. De band, bestaande uit allesdoeners Outre-Tombe – tevens labeleigenaar van Tour de Garde – en Néant, zal met haar zesde album “Credo” een groter publiek bereiken daar Profound Lore het Canadese duo oppikte. Zowel op muzikaal als op esthetisch vlak vormt de nieuwe langspeler een breekpunt in de geschiedenis van Akitsa. Zo klinkt het nieuwe werk krachtiger dan ooit zonder echter afbreuk te doen aan de originele rauwe en eerlijke Akitsa-spirit en voor het eerst werd er afgeweken van het stelselmatige gebruik van een zwart-witcover. Op tekstueel vlak dragen de heren nog steeds een sinistere en misantropische boodschap uit waarbij ze voor “Voies cataclysmiques” hulp aangeboden kregen van Valnoir, gekend van de Parijse grafische studio Metastazis. Voor de Burzumesque en met cleane zang opgesmukte opener “Siècle pastorale” vonden de heren dan weer inspiratie in een 18de eeuws gedicht van Jean-Baptiste-Louis Gresset. Tien minuten lang wisselen rauwe repetitieve en hypnotiserende riffs zich in het nummer af met eerder rock-geïnspireerde tempo’s waarover O.T. de longen uit zijn lijf schreeuwt. Zoals we van de heren gewend zijn, klinkt de muziek weer enorm gevarieerd en valt er dus meer te beleven dan puur Burzum-worship. “Voies cataclysmiques” bevat Oi! en hardcore riffs maar deze Darkthrone-punkiness ligt me persoonlijk minder doordat het galopperende ritme al snel saai wordt. Van hetzelfde laken een broek in “Vestiges fortifiés“. Geef me dan maar de slepende atmosfeer van het Fins-aandoende “Le monde et ma bile” dat, ondanks een eveneens repetitief karakter, veel dieper onder mijn vel weet te kruipen. In “Espoir vassal” krijgen we de eerste knuppelpartijen te horen en doen de blaffende vocalen de Franse teksten ook hard op het Fins lijken. De tien minuten durende titeltrack die we als toetje krijgen, ademt in de startfase een zekere Bathory-epiek uit en bevat een subtiel maar intrigerend keyboardriedeltje totdat het nummer losbarst en het zwart venijn langs al haar poriën naar buiten ettert. Akitsa levert met “Credo” haar meest toegankelijke plaat af die mij echter niet op alle vlakken weet te bevredigen en waarbij ik me kan voorstellen dat sommige diehard fans van het eerste uur zullen afhaken door de – voor Akitsa-normen – betere productie.

JOKKE: 79/100

Akitsa – Credo (Profound Lore 2018)
1. Siècle pastoral
2. Voies cataclysmiques
3. Le monde et ma bile
4. Espoir vassal
5. Vestiges fortifiés
6. Credo

Gevurah – Sulphur soul

Sulphur souls“, is dat geen nummer van Marduk’s “Opus nocturne” hoor ik u denken? Inderdaad, het blijkt één van de lievelingsplaten van het Canadese duo Gevurah te zijn, maar is tevens ook een titel die de lading van hun nagelnieuwe EP perfect dekt. Zwavel is het element dat de ziel van een leeg naar een sterk schijnend iets doet transformeren. Conceptueel gezien behandelt de EP de vier elementen van de geest: “aarde” vertegenwoordigd door lood, “water” door kwik, “vuur” door zwavel en “lucht” door goud of zout. De plaat beschrijft onze spirituele reis die start met de dood van het ego en eindigt met de wedergeboorte als gezuiverde entiteiten met een herenigde geest en wil, losgekoppeld van de materiële wereld die onze hedendaagse samenleving is. “Sulfur soul” bevat vier nummers die de vier fasen van het alchemistische proces vertegenwoordigen en klokt af op een halfuur. Benieuwd of het uit Quebec afkomstige duo het venijn van debuut EP “Necheshirion” terug kan evenaren want hun eerste langspeler “Hallelujah” stelde twee jaar geleden lichtjes teleur? De religieuze black met Zweedse insteek die in opener “The putrid stench of rotting flesh” aangesneden wordt, snijdt menig teder communiezieltje in elk geval in fijne plakjes. De zoals steeds zwaar dreunende basgitaar maakt het geluid van het duo extra zwaar en heavy, maar in het mid-tempo nummer “Across the primordial sea” is er ook iets meer ruimte voor melodie. Op “Mark of Lucifer” gaat Gevurah voluit en horen we een gedreven band die vol overgave musiceert en de teksten gemeend uitspuwt wat mijn hart enkele slagen doet overslagen. Het meer dan tien minuten durende “Black sun Thaumiel” kent een lange instrumentale aanloop waarop percussie en begeesterend riffwerk elkaar versterken en een occulte atmosfeer creëren totdat de hel losbarst en de vonken in het rond vliegen. Later keren de percussie en rituele elementen nogmaals terug waardoor de afsluiter met voorsprong dé song is waarop agressie en atmosfeer hand in hand gaan en die uitmondt in een melodieuze finale. In het oude werk gaven liturgische gezangen of mystieke ambient extra gewicht aan het spirituele aura van Gevurah, maar voor deze elementen is er geen plaats op “Sulphur soul“. Niet dat we dat erg vinden, want de Canadezen hebben hun langspeler weten overklassen met deze sterke EP.

JOKKE: 83/100

Gevurah – Sulphur soul (Profound Lore 2018)
1. The putrid stench of rotting flesh
2. Across the primordial sea
3. Mark of Lucifer
4. Black sun Thaumiel

Old Tower – Stellary wisdom

Ja, ja, ook in het fantasiewereldje van dungeon synth zijn er hypes. Het nieuwste obscuur snoepje dat gretig aftrek lijkt te vinden binnen dit subgenre van black ambient music is het Nederlandse Old Tower. Dit eenmansproject is de creatie van een mysterieuze entiteit die gekend staat als The Specter die vanuit zijn oninneembare toren middels meditatieve lo-fi synth muziek de luisteraar terug katapulteert naar lang vervlogen tijden. De eerste opnames die in 2015 het levenslicht zagen, klonken nog vrij minimalistisch en primitief. Vanaf de split met Orodruin creëerde The Specter het concept van “The shadow kingdom“, een dimensie die een metafoor is voor de eenzame en donkere wereld die we niet kunnen zien of willen voelen, maar in elk van ons verborgen zit. Modernisme en de holle waarden waar onze maatschappij op gebouwd is, zijn niet aan Old Tower besteed. Ondertussen werd het eenmansproject door het prestigieuze Profound Lore opgepikt waardoor het nieuwe “Stellary wisdom” de eerste Old Tower release is die ook op CD beschikbaar zal zijn. Tour de Garde en The Shadow Kingdom staan respectievelijk in voor de vinyl- en taperelease. Recent maakte The Specter zijn live-debuut met Old Tower op Roadburn en deelde hij het podium met Mortiis, waarmee zijn muziek veel parallellen vertoont (ik durf zelfs de term “worship” in de mond te nemen wat dat betreft). Wanneer we ons overgeven aan de rustgevende, maar duistere klanken van “Deep within my somber castle halls” en de titeltrack, die beide op een kwartier speeltijd afklokken, voelen we ons als een ronddolende ridder te paard die doorheen mythische verlaten landschappen, majestueuze oude ruïnes en behekste duistere wouden rijdt. Enkel totter ik een aantal keer bijna van mijn kloek rijdier doordat ik indut wanneer de plaat te lang in eenzelfde repetitief thema blijft hangen – soms kan dat rustgevende aspect natuurlijk wel de bedoeling zijn wanneer je een old school dungeon synth plaatje opzet. Maar geef mij dan toch maar liever Thangorodrim of de oude Mortiis platen “Ånden som gjorde opprør“, “Keiser av en dimensjon ukjent” en “Født til å herske” waar toch heel wat meer gebeurt om het spannend en interessant te houden. Desalniettemin is dit ideale luistermuziek om te ondergaan tijdens nachtelijke boswandelingen of meditatieve kampvuurmomenten.

JOKKE: 77/100

Old Tower – Stellary wisdom (Profound Lore/Tour de Garde/The Shadow Kingdom 2018)
1. Deep within my somber castle halls
2. Stellary wisdom

Vanum – Realm of sacrifice

Dat de Amerikaan Michael Rekevics ten huize Jokkemans een bescheiden heldenstatus aangemeten krijgt, is te wijten aan het feit dat elke band waar dit heerschap zich mee bemoeit, steeds meer dan de moeite waard is. Alsof onze vriend nog niet genoeg werk heeft met Fell Voices, Sleepwalker, Vilkacis of Vorde slaat hij nu ook nog eens de handen in mekaar met de bevriende Kyle Morgan van collega’s Ash Borer en tevens eigenaar van Psychic Violence Records (ook al zo’n kwijllabel). Als collaboratienaam koos het duo voor Vanum, maar het had echter ook perfect Ash Voices of Fell Borer kunnen zijn, want de sound ligt niet gek ver van de ruwe doch atmosferische black metal waar deze twee USBM bands voor gekend staan. Wat is het nut van Vanum dan hoor ik u denken? Wel: luister zelf maar! Zolang de projecten van deze heren resulteren in hoog kwalitatieve output zoals “Realm of sacrifice” blijf ik al likkebaardend verzot op deze herrie. Dat Michael van het betere knuppelwerk houdt weten we natuurlijk al, maar Vanum kiest soms ook voor een iets gematigder tempo, waarbij ze wat in het vaarwater van een Drudkh komen (check het einde van “In immaterial flame” er maar eens op na). Naar de begeesterende en meesterlijke song “Convergence” kan ik zonder enige moeite de hele nacht on endless repeat luisteren. Wat een atmosfeer! Wat een trip! De afsluitende titeltrack doet er zelfs nog een schepje bovenop. Puur auditief genot! Door de bocht genomen iets gepolijster dan de twee hoofdbands, maar daarom niet minder lekker. Dat “Realm of sacrifice” via Profound Lore uitkomt zegt trouwens ook al genoeg. Psychic Violence Records zal logischerwijs instaan voor de vinylrelease. Hebben hebben hebben…haba haba haba.

JOKKE: 91/100

Vanum – Realm of sacrifice (Profound Lore Records 2015)
1. Realm of ascension
2. In immaterial flame
3. Convergence
4. Realm of sacrifice

Wolvhammer – Clawing into black sun

Met “Clawing into black sun” levert het uit Minneapolis afkomstige zwartgeblakerde doodseskader Wolvhammer ons haar derde wapenfeit af. Wat direct opvalt als opener “The silver key” de huiskamer inknalt, is de productie die iets gelikter en transparanter klinkt dan op voorgangers “The obsidian plains” en “Black marketeers of world war III”. Verder bevat het openingsnummer een kick ass groovende riff. Ook het titelnummer is rond een catchy riff opgebouwd en er wordt geëxperimenteerd met koorzang en een hardcore achtig refrein. Door de experimenteerdrift klinkt Wolvhammer toegankelijker als ooit tevoren hoewel de fundering toch opgetrokken blijft uit blackened sludge metal die geïnjecteerd is met de nodige dosis rock ’n roll. “Slaves to the grime” is ook zo’n nummer waarop je hoofd automatisch begint mee te knikken op het militaristische en stampende ritme. “The desanctification” is eerder midtempo van aard en bevat gitaarwerk dat refereert aan het (terecht) populaire Poolse Mgla. Het sludgy element komt het best naar voor in de song “In reverence”. “Death division” hakt er met momenten dan weer genadeloos op in, maar ook hier komt de band onverwacht met een rockende riff aanzetten. Het afsluitende, bijna negen minuten durende “A light that does not yield” bevat cleane zangpassages en laat precies toch nog een sprankeltje hoop doorschemeren tussen het negatieve wereldbeeld dat doorgaans door de screamende zang geproclameerd wordt. Het scherpe randje mag er dan wel een klein beetje van afgepolijst zijn door de productie, toch bevat “Clawing into black sun” nog genoeg misantropie, haat en agressie, weliswaar op tijd en stond aangevuld door een portie melancholie en catchy riffwerk. Wolvhammer bewijst met haar derde plaat een blijver te zijn in deze drukbevolkte scene en is een aanrader voor andere USBM bands genre Woe en Coffinworm. Kwaliteitsplaat, uit op  Profound Lore, hoe kan het ook anders.

JOKKE: 83/100

Wolvhammer – Clawing into black sun (Profound Lore Records 2014)

1. The silver key
2. Clawing into black sun
3. Slaves to the grime
4. The desanctification
5. Lethe
6. In reverence
7. Death division
8. A light that does not yield