psychedelica

With The End In Mind – Tides of fire

De wereld staat in brand…soms letterlijk. Niet alleen Australië, maar ook de Westkust van Amerika krijgt regelmatig af te rekenen met ziedende bosbranden. Voor het uit Olympia, Washington afkomstige With The End In Mind vormde het een insiratiebron voor diens tweede langspeler die de toepasselijke titel “Tides of fire” meekreeg want de zaadjes voor de nieuwe nummers werden gezeefd uit de as van de hun omringende smeulende landschappen. With The End In Mind heeft het einde dus nog steeds niet in gedachten blijkbaar, hoewel ik de band na “Unraveling; arising” alweer uit het oog en oor verloren was. Maar kijk, bezieler Alexander Roland Freilich, bijgestaan door tal van sessiemuzikanten, pende dus een nieuwe plaat bijeen en wist in tussentijd eindelijk een label aan de haak te slagen. Het is het Italiaanse Avantgarde Music geworden. Aangezien een groot aantal bands uit die stal het label “atmosferisch” opgespeld kunnen krijgen, beschouw ik deze samenwerking als een perfect fit. Afgaande op de tracklist blijkt er nog niet veel aan het gekende With The End In Mind-receptuur gewijzigd te zijn: drie songs in 47 minuten, you do the math. Deze werkwijze houdt in dat Alexander ruim de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen en naar de pointes toe te werken. Het album is een verkenning van interne en externe zuivering: al het lijden en de angst die de titanische krachten van de natuur op ons leven uitoefenen, en het verborgen licht dat binnenin kan worden gevonden wanneer het lijkt alsof alles verloren is. Het is een reis van dood, vernieuwing en veerkracht van de menselijke geest. Ingetogen gitaarlijntjes veelal vergezeld van spoken word poëzie – sinds het ontstaan van de band in 2012 vormt literair werk van o.a. Carl Jung, Joseph Campbell, Derrick Jensen en Daniel Quinn een voedingsbodem voor de inhoud – scheppen een intimiderende ietwat onheilspellende atmosfeer, zeker in “May the name of truth be fire” zonder dat daarbij gitaargeweld en beukende drums aan te pas komen. Ik begrijp dat dit voor velen te langdradig kan overkomen, zeker als je op zoek bent naar instant overweldiging. Maar ook zonder de primaire krachten van black metal aan te wenden, slaagt With The End In Mind erin om een onheilspellend beeld te schetsen. Elementen uit dark folk, drone/ambient en psychedelica vinden hun weg naar de Cascadian totaalsound waarin ook een belangrijke rol voor percussie is weggelegd. We horen dan ook twee volledige drumstellen en aanvullende percussie het hartritme van “Tides of fire” sturen. En wanneer de black metal golven dan toch komen aanspoelen, dompelen ze ons onder in beklijvende vloedgolven. De antennes van liefhebbers van een Fauna, Wolves In The Throne Room of Hope Drone zouden ondertussen voldoende signalen opgevangen moeten hebben om deze plaat eens een kans te geven.

JOKKE: 82/100

With The End In Mind – Tides of fire (Avantgarde Music 2020)
1. Set the cavernous soul alight
2. May the name of truth be fire
3. Returning, reclaiming

Oranssi Pazuzu – Mestarin kynsi

Het Finse Oranssi Pazuzu maakte de overstap van het kleinere artistieke Svart Records naar het megalomane Nuclear Blast, als dat maar goed komt! “Mestarin kynsi” (‘klauw van de meester’) is langspeler nummer vier die evenveel jaar op zich heeft laten wachten. Dat was ook zo wat de tijd die we nodig hadden om voorganger “Värähtelijä” volledig te doorgronden want wie de muziek van deze Finnen kent, weet dat dit geen hapklare brok commerciêle bagger is. Oranssi Pazuzu creëert immers een universum waarbij elementen van progressieve moderne metal, acid house, krautrock en zelfs jazz tot een overheerlijke gehaktbal geboetseerd worden waarbij de screams de lekkernij in een black metal dipsaus soppen. Nu mag vier jaar lang lijken, maar in tussentijd verschenen er wel nog twee EP’s en de samenwerking met Dark Buddha Rising in de vorm van Waste Of Space Orchestra. “Mestarin kynsi” klokt op een vijftigtal minuten af, wat een pak minder is dan de zeer lijvige voorganger, maar die nog steeds langer duurt dan de gemiddelde plaat die we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen. Een hele uitdaging dus voor mensen met een korte aandachtspanne. Alhoewel, er gebeurt zó veel in het Oranssi Pazuzu universum dat verveling ver weg blijft. Herhaling is de ruggengraat van psychedelische muziek en Oranssi Pazuzu beheerst het trucje meesterlijk. Ritmische en melodieuze patronen herhalen zichzelf voortdurend terwijl nieuwe elementen zich gestaag in de strijd gooien om naar een climax toe te werken. Opener “Ilmestys” is hier een treffend voorbeeld van en klinkt haast als een psychedelische western waarbij een cowboy met een onnoemelijk droog bakkes op sterven na dood door de zinderende hitte op de prairie zwalpt. Bedwelmende gitaarloopjes en repetitieve pulserende beats zwellen aan totdat ze in een zwartgeblakerde uitbarsting culmineren. “Tyhjyyden sakramentti” is erop uit om een spookachtig gevoel van discomfort en onbehagen neer te zetten en slaagt hier met glans in. Voor het fenomenale “Uusi teknokratia” werd een super knappe videoclip gecreëerd die een schoolvoorbeeld is van hoe beeld en geluid mekaar kunnen versterken. Het nummer klokt op meer dan tien minuten af en is een caleidoscopische nachtmerrie van panfluiten die in loopjes met helse vocalen interageren. Portalen van bijtende, repetitieve gitaarlijnen worden opengebroken en een orkestrale deining van spookachtige zang zorgt voor een gotische majestueuze toets. Je moet het horen om zelf te geloven! “Oikeamielisten sali” is een mindfuck voor je ritmegevoel en zet je voortdurend op het verkeerde been en een heel arsenaal aan strijk- en blaasinstrumenten zorgt voor een delirium. Pas in de finale van deze acht minuten durende verwarrende schoonheid komen de black metal vocalen op de proppen. “Kuulen ääniä maan alta” gooit het met zijn claustrofobische drones en militaristische beats die in een furieuze orgie uitmonden over een geheel andere boeg. De rustgevende uitlopende klanken vormen slechts stilte voor de storm – of beter gezegd apocalyps – want “Taivaan portti” barst los in een blastende woestenij die je haast gillend als een klein meisje het straat doet oplopen. “Mestarin kynsi” is nu een tweetal weken uit en heeft al wat tijd gekregen om te bezinken. Conclusie: Oranssi Pazuzu heeft opnieuw een eclectisch meesterwerk in mekaar geraaid dat ontegensprekelijk als Oranssi Pazuzu klinkt maar toch ook wel weer fris en fruitig voor de dag komt. Bovendien één die opnieuw in mijn eindejaarslijst zal opduiken. Hopelijk gaat de geplande tour voor het najaar door zodat het weer genieten wordt van de mensen rondom jou spastisch te zien dansen op zoek naar een houvast in deze psychedelische hoogmis.

JOKKE: 90/100

Oranssi Pazuzu – Mestarin kynsi (Nuclear Blast 2020)
1. Ilmestys
2. Tyhjyyden sakramentti
3. Uusi teknokratia
4. Oikeamielisten sali
5. Kuulen ääniä maan alta
6. Taivaan portti

Kalmen – Funeral seas

Vanaf de eerste tonen van “Spectral” wordt middels het kraken van hout en het geluid van woeste golven een link gelegd met de albumtitel “Funeral seas“, het tweede album van de Duitse psychedelische doom/black metal-band Kalmen. Op papier leest dit als een interessante kruisbestuiving en ook in realiteit beleefden we al veel luisterplezier aan deze band. “Course hex” uit 2015 was reeds een aardig debuut maar op “Funeral seas” hebben alle bandleden nog een tandje bijgestoken. Met opener “Spectral” krijgen we meteen de langste song van de plaat voorgeschoteld waarbij zware doomriffs en black metal-uithalen een donkere trip in hypnotiserende soundscapes creëren hoewel het er niet zo psychedelisch aan toe gaat als bij een Oranssi Pazuzu. “Thieving sky” blinkt uit in bleekheid en koude steriliteit en is één van de venijnigste songs op de plaat waar de black metal-invloeden ook het meest aan bod komen. Het tempo ligt hier ook hoger dan elders. In “Portal” kiest het kwartet voor een meer lineaire aanpak en druipt de miserie en zwartgalligheid van de riffs en de doorleefde vocalen af. Doordat de band met twee zangers werkt, krijgen we afwisselend diepe growls en hoge screams te horen met af en toe semi-cleane uithalen. “Uninfinite black” klokt op minder dan vier minuten af en moet het hebben van haar mid-tempo repetitieve riff en gekwelde screams. Het zware karakter van de song creëert bovendien een doodsmetalen randje. In het instrumentale “Swansong” zetten trage semi-distorted gitaren minutenlang de toon en is het wachten op een golfstroom die zich rond de drieminutengrens uiteindelijk inzet en langzaamaan aanzwelt tot grotere proporties terwijl een repetitieve onderstroom je meesleurt. Een tsunami blijft echter uit. “Arcane heresies” start met haar jaren ’80 gothic-intro aanvankelijk lichtvoetiger dan de rest van het materiaal maar mondt uiteindelijk uit in een diepe oceaan aan spirituele en psychedelische zwartgalligheid inclusief allerhande vreemde geluidseffecten. Met het via een bezwerende puls naar een climax opbouwende “Searanade” en de uitdijende tonen van wind en een houten schip dat over de golven ploetert, komt er een einde aan deze gekwelde, sombere en apocalyptische plaat. Well done heren en dame!

JOKKE: 82/100

Kalmen – Funeral seas (Ván Records 2018)
1. Spectral
2. Thieving sky
3. Portal
4. Uninfinite black
5. Swansong
6. Arcane heresies
7. Searanade

Wolvennest – Void

De debuutplaat van ons eigenste Wolvennest hakte twee jaar geleden fameus op mijn ziel in. Gelijktijdig met het spelen van shows om dit meesterwerk op de bühne te vertolken, werkte deze roedel wolven naarstig aan een opvolger zodat we twee jaar later weeral mogen genieten van het spiksplinternieuwe “Void“. Het mooie aan Wolvennest is dat een allegaartje aan muzikanten uit verschillende “scenes” zoals alternatieve rock, metalcore, black metal en drone, binnen de band een vruchtvolle samenwerking aangaat wat resulteert in een begeesterende mix van krautrock, psychedelica, ambient, drones en stoner die baadt in het mysterieuze aura van black metal. Daar waar het gelijknamige debuut nog samen met enkele leden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand werd geschreven, hebben onze wolven en wolvin de klus nu helemaal zelf geklaard. Nog steeds straalt de muziek middels haar lange instrumentale passages, repetitieve dreunende ritmes en subtiele climaxopbouwen een bedwelmende en trance opwekkende gloed uit. Nieuw ingrediënt zijn de Oosterse invloeden die onder andere in het gitaarwerk van de fantastische opener “Silure” geslopen zijn. Pas vanaf “Ritual lovers” duiken de hypnotiserende ietwat sensuele vocalen van frontvrouw Shazzula op die je langzaamaan de dieperik mee insleuren. Als bovenop de zware onderstroom dan nog een psychedelische solo en de nodige synth-effecten opduiken, wordt de bedwelmende roes alleen maar groter en duurt het nadien ook even alvorens ik terug op deze wereldbol beland en merk dat het tijd is om kant B op te leggen van deze van-een-fantastische-hoes-voorziene dubbelelpee. De titeltrack bevat allerlei spookachtige effecten en Shazzula klinkt hier als een proclamerende heks die een occult ritueel opdraagt dat het einde der tijden lijkt in te leiden. Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik dan ook een mysterieus landschap opdoemen waaraan alle kleur en leven zich langzaamaan onttrekt totdat er één grote desolate leegte overblijft. De ondergang van het mensdom is op twaalf minuten in kannen en kruiken. “L’heure noire” is een lichtopvretende symbiose tussen psychedelica en onheilspellende black metal waarbij er zelfs blastbeats in de strijd gegooid worden. De mannelijke vocalen worden hier op gepaste wijze vertolkt door Alexander von Meilenwald die ingewijden zullen kennen van het geniale The Ruins Of Beverast. Net zoals de opener bevat ook “The gates” een oosterse insteek middels Arabische bezweringen die vertolkt worden door Ismail Khalidi en een duister samenspel vormen met de in het Frans vertolkte vrouwelijke zanglijnen. “Void” werd ingeblikt onder het alziend oog van duivel-doet-al Déhà die tevens ook de drums inspeelde en de zeventien minuten durende kolos “La mort” voorzag van piano en vocalen. “Void” is opnieuw een klepper van formaat geworden waarbij elke song haar eigen identiteit heeft en bijdraagt aan dit avontuurlijk en occult muzikaal ritueel dat een blik aan emoties bij de luisteraar weet open te trekken. Straffe bende!

JOKKE: 92/100

Wolvennest – Void (Ván Records 2018)
1. Silure
2. Ritual lovers
3. Void
4. L’Heure noire
5. The gates
6. La mort

Kwade Droes – Kwade Droes

Een grote meute kinderen trok afgelopen vrijdag – al dan niet met tegenzin – voor de eerste keer terug schoolwaarts. Een speciale dag voor deze kindertjes. Ook voor het – ik vermoed Nederlandse – Kwade Droes was 1 september een hoogdag, want het kwaliteitslabel Ván Records loste haar eerste 7″ EP op de mensheid. Kwade Droes lijkt een ietwat vreemde naamkeuze maar deze term (ook wel malleus genoemd) is een ernstige ziekte van paarden en paardachtigen, zoals ezels en muildieren. Dat verklaart het dier op de hoes alvast en maakt het natuurlijk een geschikte naam voor een black metal band. Het silhouet van beide mannen, hun paard en kar werd trouwens met een mengsel van inkt en paardenbloed op het speciale papier van deze 7″ vereeuwigd. Teksten bezit ik niet maar vermits de gehoornde in beide songtitels aanwezig is, lijkt de thematiek voor de hand liggend. “De zegepraal van Satan” trapt ritualistisch af en eens de instrumenten invallen, neemt een innemende duisternis ons in haar wurggreep om pas zes en een halve minuut later terug te lossen zodat we naar adem kunnen happen, niet dat het erg was, integendeel. De black is doorspekt met gitzwarte psychedelica en bezwerende leads en doet één of andere Urfaust-inmenging vermoeden. Hierna is het de beurt aan “De witte duivel” waarin het tempo aanvankelijk slepend en repetitief is en de atmosfeer bedwelmend. Vergelijk het een beetje met Marduk’s “Accüser/Opposer“. Naarmate de song vordert, stijgt het tempo echter en neemt de waanzin rechtevenredig toe. De galmende vocalen klinken afwisselend en lekker gestoord en tillen het geheel naar een nog hoger niveau. Kwade Droes verdient alle lof en eer om met deze geweldige EP op de proppen te komen. Vind ik leuk.

JOKKE: 90/100

Kwade Droes – Kwade Droes (Ván Records 2017)
1. De zegepraal van Satan
2. Witte duivel

Poison Blood – Poison Blood

Beherit’s “Drawing down the moon” is een plaat met een cultstatus, dat vond ook Jenks Miller van Horseback. In plaats van de krautrock, drone en psychedelica van zijn hoofdband zocht de muzikant een nieuwe uitlaatklep in de vorm van meer straightforward agressie. Via een digitale date met Neill Jameson (Krieg) kreeg Poison Blood vorm, dat een eerbetoon vormt aan de eerder vernoemde plaat van de Finnen. Acht songs die op negentien minuten afklokken: in de grotendeels mid-tempo minimalistische black metal van het duo lijkt geen plaats voor overbodige franjes hoewel er meer dan louter Beherit-worship te beleven valt. “Deformed lights” en “From the ash” bevatten psychedelische gitaar- en synthleads, dus de invloed van Horseback schemert zeker nog door in de composities. In “Myths from the desert” vormt een punky d-beat de hartslag van de song waarover een aanstekelijke deathrock-achtige melodie opduikt. Het contrast met het aansluitende hels rockende “Cracked and desolate sky” kan niet groter zijn. De dungeon synth klanken van “The flower of serpents” halen de één minuut niet evenals het daaropvolgende “Shelter beneath the sea” dat een helse pandoering rond je oren geeft niettemin door de verrotte vocalen van Neill. Het afsluitende “Circles of salt” is de enige song die boven de vier minuten afklokt en via een creepy keyboardlijntje evolueert naar een repetitief krautrock gedreven lo-fo black noise nummer. Nu moet ik toegeven dat sommige nummers gerust nog verder uitgewerkt mochten worden want soms is het wat abrupt gedaan. Desalniettemin een leuk plaatje! Laat ons hopen dat het niet bij een éénmalige samenwerking blijft want dit smaakt naar meer!

JOKKE: 83/100

Poison Blood – Poison Blood (Relapse records 2017)
1. The scourge and the gestalt
2. Deformed lights
3. Myths from the desert
4. Cracked and desolate sky
5. The flower of serpents
6. Shelter beneath the sea
7. From the lash
8. Circles of salt