rotting christ

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God

Katavasia – Magnus venator

Katavasia betekent ‘afdaling’. Het wordt gebruikt om de afsluitende hymne in een oosters orthodox christelijke viering aan te geven. Daarbij verlaten de zangers hun plaatsen om af te dalen naar de vloer om samen met de kerkgangers te zingen. Het wordt gezien als de wervelende afsluiting van de eredienst. Daarnaast schijnt het, maar dat heb ik niet onafhankelijk kunnen bevestigen, een afdaling naar hel te betekenen volgens de mededelingen op Metal Archives. Katavasia, de band uit Griekenland, is een blackmetalalliantie. Hun leden zitten onder andere ook in Hail Spirit Noir, Varathron, Aeneon en Melan Selas. Voor mij heb ik hun tweede album, “Magnus venator.” Hun eerste album stamt uit 2015 en draagt de naam “Sacrilegious testament”. Als we het over hun muziek hebben, is de meest treffende omschrijving Griekse melodische blackmetal. Al hun nummers hebben een bepaalde bombastische inslag. Nergens is het ingetogen of subtiel. “Magnus venator” bestaat uit ruim 41 minuten grootse en meeslepende muziek, die ontzettend goed in elkaar zit en voorzien is van dito productie. Er is niets op de kwaliteit van de muziek aan te merken. Op de originaliteit trouwens wel. Daar is zelfs een heleboel op aan te merken. In een diep grijs verleden heb ik moeten toegeven in mijn recensie van Rotting Christ’s “Κατά τον δαίμονα εαυτού” (uit 2013) dat ik dat helemaal niet zo vreselijk vond als eerder werk van die band. Of het iets met blackmetal te maken heeft? Wat mij betreft niet. Bij het luisteren van “Magnus venator” bekruipt mij steeds het gevoel dat ik naar het album van Rotting Christ aan het luisteren ben. Tot de opbouw van de nummers en volgorde op de plaat aan toe. Toegegeven, zo vaak luister ik niet naar “Κατά τον δαίμονα εαυτού”. Om niet te zeggen, ik luister slechts naar twee nummers van die plaat. De heren van Katavasia doen het zeker niet onverdienstelijk. Echt niet, maar ik heb deze plaat al gehoord, en gerecenseerd en dat al zeven jaar terug. Stel nou dat je écht geen bezwaar hebt tegen een bijna letterlijke kopie van Rotting Christ, en je vindt dat soort muziek echt heel gaaf, dan mag je nog 15 punten bij de score optellen.

MISCHA: 65/100

Katavasia – Magnus venator (Floga Records 2020)
1. Daughters of darkness
2. The tyrant
3. Blood be my crown
4. Chthonic oracle
5. Saturnalia magnus cult
6. Triumphant fate
7. Sinistral covenant
8. Hordes of oblivion
9. Babylon (Sammu-Rawat)

Ominous Resurrection – Judgement

Bij de meest recente batch releases van Terratur Possessions zat deze “Judgement” van Ominous Resurrection, een band uit New York die niet meteen een belletje deed rinkelen. Blijkbaar is de plaat in kwestie de tweede langspeler voor het trio, maar “Omniscient” dateert alweer uit 2016. Wat me aantrok tot Ominous Resurrection is het feit dat gitarist/componist Diabolic Gulgalta ook deel uitmaakt van het lichtjes geniale Negative Plane. Het zal u dus niet verbazen dat je invloeden van deze laatste terughoort in de sound van Ominous Resurrection, hoewel het er niet zo vingerdik opligt als bij een Funereal Presence, de andere band van Negative Plane drummer Bestial Devotion. Naast deze referentie herbergt het gitaarwerk ook heel wat oud-mediterrane invloeden, denk aan de begindagen van het Italiaanse Mortuary Drape of het Griekse Rotting Christ, maar ook de Brazilianen van Mystifier. Ook orgelklanken zijn alom aanwezig, niet enkel in de onheilspellende intro, maar ook later vervullen ze de rol van eigenzinnige sfeermaker. Ongetemde riffs en chaotische drums vormen een rusteloze en beestachtige stroom van macabere oude energie die doorheen het album vloeit, waarbij bezwerende vocalen door de zinderende, meedogenloze instrumentale basis gieren. De songwriting is gericht op herhaling om de luisteraar alzo in een hypnotiserende toestand te brengen, hoewel er naast de tranceachtige melodieën haast evenveel meedogenloze explosies waar te nemen vallen. Opener “Heir to the throne” geeft je een redelijk goed idee van wat je kunt verwachten, aangezien bijna de helft van diens zeven minuten wordt besteed aan knallende drums en wervelende gitaarleads die over de opname lijken te dansen, waarbij hetzelfde idee behoorlijk lang wordt herhaald alvorens zich in een langzamere cadans te nestelen. Maar ook het eindthema van mijn persoonlijke favoriet, het meer slepende “Sons of Pleiades” beukt je repetitief, vol glorie en op een heroïsche wijze in trance. Wat menigeen tegen de borst lijkt te stoten, is dat de productie rauwer en minder vol is vergeleken met het debuut, het ware alsof “Judgement” in een ondergrondse crypte werd vastgelegd, maar dat mag wat mij betreft de pret niet drukken. Het komt de sinistere atmosfeer zelfs nog ten goede. Hoe meer je die volumeknop opendraait, hoe beter dat “Judgement” tot zijn recht komt. Er gebeurt best veel dat geabsorbeerd dient te worden, maar voor wie doorzet, biedt Ominous Resurrection een gevoel van rauwe mystiek dat je steeds opnieuw naar “Judgement” doet grijpen en je van begin tot eind in zijn greep houdt.

JOKKE: 85/100

Ominous Resurrection – Judgement (Terratur Possessions 2020)
1. Judgement
2. Heir to the throne
3. Ashes of holocaust
4. Sons of Pleiades
5. Decalogue
6. Three holy coffins
7. Genetic providence

Baxaxaxa – The old evil

Wie had ooit verwacht dat het uit Beieren afkomstige Baxaxaxa na 27 jaar (!!!) terug uit de dood zou herrijzen? Ik in elk geval niet. Deze Duitse band was erbij toen black metal begin jaren negentig uit de startblokken schoot. In 1992 verscheen de “Hellfire“-demo, maar nadien hield de band het al snel voor bekeken. Drummer Condemptor en zanger/gitarist Ancient Blasphemic Grave Invocator gingen hun weg verder met Ungod dat, op een winterslaap tussen 2002 en 2008 na, nog steeds actief is. In 2018 werd Baxaxaxa terug leven ingeroepen naar aanleiding van een Duitse en Amerikaanse show op Destroying Texas Fest. Blijkbaar heeft dit het vuur terug aangewakkerd, want momenteel knalt de nieuwe demo “The old evil” hier uit de boxen. Van de oorspronkelijke line-up is enkel Condemptor nog overgebleven, verder aangevuld met bassist Sulphur Irae en gitarist Cryptic Tormentor (beiden van Ungod) , zanger Traumatic en keyboardspeler Antitron Desecratum W2J1L8, die beiden in tal van Duitse underground-bands actief zijn/waren. Bij het aanhoren van deze 24 minuten durende demo lijkt het alsof de tijd daadwerkelijk 27 jaar heeft stilgestaan, want wat Baxaxaxa ons presenteert is ouwegetrouwe mid-tempo black met op Hellhammer, Master’s Hammer, Bathory en oude Rotting Christ gestoelde riffs en mysterieuze keyboards, waarvan de band destijds beweerde de eerste te zijn die dit instrument in black metal verweefde. De geluidskwaliteit van deze demo bevat een zekere necro feel, maar is wel beduidend beter dan de “Hellfire“-demo. De songs staan als een huis en ook de zang is beter dan toen. Straf hoe Baxaxaxa die nostalgische sfeer van begin jaren ’90 perfect heeft weten te transponeren naar 2019. Hulde!

JOKKE: 85/100

Baxaxaxa – The old evil (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Sepulchral winds return
3. In shadows they lurk
4. Bells of charon
5. The old evil

Synteleia – Ending of the unknown path

Hoewel elk land inmiddels black metal bands werpt als een honkballer op cocaïne, zijn er nog steeds enkele stukjes grensgebonden wereld met een wat meer genredefiniërende traditie. Voor een keertje hebben we het hier niet over Scandinavië, maar over Griekenland. De schapenkazige moederschoot van invloedrijke bands als Rotting Christ, Septic Flesh, Necromantia, Varathron, Thou Art Lord, etc. Nu is het al een tijdje geleden dat ik nog iets nieuws heb gehoord uit die contreien, dus was ik nogal benieuwd naar dit debuut van Synteleia.”Ending of the unknown path” is een melodische mid-tempo plaat die het vooral moet hebben van de nostalgische sfeer die de luisteraar doet denken aan de eerder vernoemde, bekende Griekse collegae. De riffs zijn catchy, het geluid is best ok en het Lovecraft thema werkt ook wel. De mid-range screams zijn degelijk, het drumwerk is ok en de synths spelen een goede ondersteunende en soms leidende rol. Maar… doordat er zo zelden van tempo gewisseld wordt en het gitaarwerk – zelfs bij sterk verschillende riffs – nogal eentonig is, blijft vrijwel elk nummer steken. De opener “Daemonica infernalium” is meteen ook het beste, meest evenwichtige nummer op het hele album. Al bij al is het toch een debuutplaat die er mag zijn en is het eens verfrissend om terug een band te horen die “niet begint bij hun derde album”. 

Xavier: 70/100

Synteleia – Ending of the unknown path (Hells Headbangers 2019)
1. Daemonica infernalium
2. Dark summoner of Yog-Sothoth
3. Ithaqua, thy mighty storm 
4. Three oaths to Dagon
5. Ending of the unknown path
6. Celephais
7. Missioner of sorrow 
8. The black goat rites
9. Many masks of Nyarlathotep

Funeral Storm – Arcane mysteries

Ook al bestaat de band reeds acht jaar, dit is het eerste full length studio album van de Grieken van Funeral Storm. Meteen na het openen van de post-intro voordeur “Ego sum filius draconis” zal het de fans van vroege Rotting Christ deugd doen om dit te horen van het Hellenistische Zuiden. De luisteraar krijgt namelijk een leuke portie sfeervolle, melodische black metal voorgeschoteld die nergens genoeg afwijkt van de middenweg om iemand geweldig voor het hoofd te stoten. De hele plaat is afwisselend genoeg om eventuele transgressies naar saaiheid toe te vergeven qua slaapverwekkendheid binnen nummers. Waar de melodieuze tragere kant duidelijk wordt, opteert de band erna vrij snel voor een licht verteerbare aanpak in de vorm van door keyboard begeleide riffs en middelmatige extreme vocalen. Eigenlijk is dit een “out of time album” zoals ik er wel meerdere hoor. Met andere woorden, een plaat die twintig jaren geleden immens veel potten had gebroken, maar een release die anno 2019 nauwelijks opzien zal baren. Ik hou wel van de vroege Gehenna, Dimmu Borgir en Old Man’s Child stijl, … maar het zal aan de individuele luisteraar liggen om die dit wil aanschaffen.

Xavier: 74/100

Funeral Storm – Arcane mysteries (Hells Headbangers Records 2019)
1. Invocation of the great red dragon
2. Ego sum filius draconis
3. The martyr of the lake
4. Wandering through the abyss
5. Necromancer
6. Necromancer part 2
7. Funeral storm
8. Origin of utter evil
9. From the great deep of the primordial waters of creation
10. Flowers of my youth

Mystifier – Protogoni mavri magiki dynasteia

Ik ken maar weinig metal bands uit Latijns-Amerika die ik goed vind. Het Braziliaanse Mystifier is een grensgeval. Ook al zijn ze al meer dan dertig jaar actief, is dit nog maar hun vijfde langspeler en dat zou je niet zeggen van “Protogoni mavri magiki dynasteia“… een eigenschap die zowel positief als negatief is. Het goede aan dit album is dat het verbazingwekkend fris klinkt in al zijn duisternis. De donkere atmosfeer die het album uitademt is tastbaar en transporteert je prompt naar de jaren negentig. Het slechte is dat het teveel lijkt alsof ze niet meer hebben gerepeteerd sinds diezelfde jaren negentig. Technisch gezien is het album geen hoogvlieger, de simpele drums en cliché gitaren combineren dan wel goed met het goedkope synth geluid, het is nou niet een geweldig voorbeeld van geweldige moderne metal muziek. En toch… heeft het echt iets. Ze worden wel eens het Zuid-Amerikaanse Rotting Christ genoemd en dat past ook wel bij dit album, en niet enkel vanwege de vrij onnozele Griekse titel. Waar een band als Rotting Christ voor mij amper nog iets maakt wat op een degelijk nummer lijkt, hebben deze heren, in hun compleet negeren van hedendaagse muzikale eisen, iets afgeleverd waar ik stiekem warm van loop. Mid-tempo black/death metal met keyboards en een compacte productie. Mystifier levert met hun nieuwe album een stukje Zuiderse mystiek af die ondanks de vervaldatum zeker nog goed te verteren valt.

Xavier: 80/100

Mystifier – Protogoni mavri magiki dynasteia (Seasons Of Mist 2019)
1. Protogoni mavri magiki Dynasteia
2. Weighing heart ceremony
3. Witching lycanthropic moon
4. Akhenaton (Son mighty sun)
5. Six towers of Belial’s path
6. Demoler las torres del cielo (en nombre del diablo)
7. Soultrap sorcery of vengeance
8. (Introcucione d’la melodia mortuoria) Thanatopraxy
9. Al Nakba (666 days of war)
10. Chiesa dei bambini molestati

Vanum – Ageless fire

We zijn nog aan het bekomen van “Sacrifice“, de nieuwe release van Ruin Lust, of daar is Michael Rekevics al weer. Deze keer laat hij van zich horen in de vorm van Vanum, de band die de drummer (maar zeg gerust ook multi-instrumentalist) in 2014 samen met Kyle Morgan (Ash Borer, Predatory Light, Superstition) oprichtte. We zijn na het sterke debuut “Realm of sacrifice” uit 2015 en de twee jaar geleden verschenen EP “Burning arrow” ondertussen bij de tweede langspeler “Ageless fire” aanbeland waarop het duo naar een kwartet is uitgegroeid doordat de voormalige live-muzikanten E. Priesner en L. Sheppard nu als permanente leden aan boord getrokken zijn. Het debuut liet een sombere insteek horen met een focus op texturen en traag opbouwende dynamiek terwijl op de EP meer invloeden uit de klassieke Helleense scene verkend werden. Platen zoals Rotting Christ’s “Triarchy of the lost lovers” en “Walpurgisnacht” van Varathron vormen nog steeds een inspiratiebron maar ook het majestueuze en triomfantelijke van een Bathory waart doorheen de zes songs. Het album handelt over de brutaliteiten van oorlog voeren maar ook over – hoe raar het soms kan klinken – de schoonheid die erin ontdekt kan worden. De toon wordt gezet middels de instrumentale opener “War” waarin de spanningsboog langzaamaan opgespannen wordt om vervolgens middels “Jaws of rapture” een salvo aan in-vuur-gedrenkte pijlen op de luisteraar af te vuren. De vurige tremolo riffs vallen uit de hemel op je neer en het is wanhopig zoeken naar een veilige plek om aan dit helse bombardement te ontkomen. Naarmate de song vordert vinden we gelukkig een schuilplaats in de meer melodieuze passages waarin keys opdraven die wat ademruimte inbouwen tussen de goed geplaatste gitaarsolo’s. “Eternity” klokt op meer dan tien minuten af en bevat een Agallochiaanse melodieuze lead die dwars doorheen de eerste helft van het nummer klieft totdat ze moederziel alleen overblijft. De spanning wordt opnieuw gestaag opgebouwd waarbij majestueuze black een nieuwe mood switch inluidt. De triomfantelijke door keyboards ondersteunde epiek wordt verder doorgetrokken in “Under the banner of death” totdat na een drietal minuten de vocalen invallen en “Under the banner of death I am alive” scanderen. De blaffende, nogal vlakke zang zal misschien niet iedereen kunnen bekoren en staat bij momenten in schril contrast met het erg melodieuze karakter van de muziek. De emotionele geladenheid is echter torenhoog, iets waar de met veel gevoel uitgevoerde solo’s en minutieuze keyboardpartijen toe bijdragen. Alvorens “Erebus” de plaat op een introspectieve instrumentale wijze een halt toeroept, is er nog de titeltrack die opnieuw uitblinkt in een pakkende mix van adembenemende melodie en razernij waarin de eerder aangehaalde Griekse invloeden duidelijk naar voor komen. Vanum gaat heel wat nieuwe zieltjes veroveren met deze geweldige nieuwe schijf. Een tour met Ultha zou in de maak zijn. Mooi, dan kunnen de Amerikanen hun overrompelende Roadburnset van twee jaar geleden herhalen. Dat belooft!

JOKKE: 90/100

Vanum – Ageless fire (Profound Lore Records 2019)
1. War
2. Jaws of rapture
3. Eternity
4. Under the banner of death
5. Ageless fire
6. Erebus

Acherontas – Faustian ethos

Wandelend occult tattoo-kleurboek Acherontas V. Priest heeft duidelijk geen zittend gat want elk jaar schotelt de Griek ons met zijn Acherontas wel een nieuw album voor. Drie jaar geleden werd met “Ma-IoN (Formulas of reptilian unification)” een trilogie gestart. Hoewel elk Acherontas-album bovengemiddeld goed is, haalden de veelvuldige ambient-intermezzo’s de vaart uit die plaat. Op opvolger “Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II)” werden deze niet-metalen klanken echter zo goed als compleet verbannen. Acherontas V. Priest kan zich middels Shibalba blijkbaar voldoende in rituele dark ambient uitleven. Ook op dit laatste deel, dat “Faustian ethos” getiteld werd, trekt de band de lijn van zijn voorganger door. Het songmateriaal dateert dan ook uit de schrijfperiode van “Amarta” maar de nummers werden voor een aparte release opzij gehouden aangezien de thematiek verschilt van de eerste twee delen. “Ma-Ion” en “Amarta” stonden in het teken van respectievelijk de Thelema-filosofie en de Rig-Veda, de oudste van de vier godsdienstige hindoegeschriften die bekendstaan als de Veda’s. De nieuwe plaat handelt over Westerse kunst, filosofie en religie, zwarte magie en de Left Hand Path-ideologie, een invalshoek die ook reeds op de “Chtonic libations” samenwerking met het Zweedse Nåstrond verkend werd. Gek genoeg verschijnt dit derde deel wel niet meer via World Terror Committee maar luidt het de terugkeer in naar het Poolse Agonia Records. De voornaamste line-up wissel die in tussentijd heeft plaatsgevonden is die op de drumkruk waarbij de Italiaanse interimdrummer Gionata Potenti zijn plaats afstond aan de Engelsman Dothur aka Tom Vallely die we kennen van onder andere Lychgate en het fantastische Macabre Omen. En gitarist Indra (Naer Mataron) die op de voorganger nog als gast te horen was, is als vast lid toegetreden tot de coven wat maakt dat er nu naast de bandleider en oudgediende Saevus H. drie snarenplukkers actief zijn. En dat werpt zijn verboden vruchten af, want het gitaarspel op “Faustian ethos” is om duimen en vingers bij af te likken. Zo bevat opener “The fall of the first pillar” pakkende gitaarmelodieën en gevarieerde zang en zit er ook wel wat Nightbringer in vervat. De harmonieën in “Sorcery and the apeiron” dragen eerder een sinister gevoel uit vooral wanneer het tempo drastisch terugzakt aan het einde van het nummer. Met de dynamiek is alles in orde want naast het snellere werk zijn songs als “Aeonic alchemy (Act I)” en de bezwerende, in de moedertaal gezongen titeltrack en “Decline of the west (O Ιερεας και ο Ταφος)” uit tragere tempo’s opgebouwd wat een melancholisch sfeertje creëert. De productie die in handen was van George Emmanuel (Rotting Christ, Old Man’s Child) is een pak beter dan op de voorganger: iets minder ruw en meer kracht en helderheid. Verder geen overdaad aan magische hocus pocus, maar acht straightforward nummers waar de occulte geest subtiel doorheen waait en doen terugdenken aan “Vamachara“, samen met de nieuweling de beste Acherontas platen.

JOKKE: 87/100

Acherontas – Faustian ethos(Agonia Records 2018)
1. Τhe fall of the first pillar
2. Sorcery and the apeiron
3. Aeonic alchemy (Act I)
4. Faustian ethos
5. The old tree and the wise man
6. The alchemists of the radiant sepulchre (Act II)
7. Decline of the west (O Ιερεας και ο Ταφος)
8. Vita nuova

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics

Toen ik als ukkie van 11 jaar de mysterieuze wereld van black metal ontdekte, was mijn blik vooral op het hoge noorden gericht. Ik vond het toen nogal een ridicuul idee dat deze duistere muziek ook in mediterrane landen zou worden gespeeld. Ik heb me met andere woorden nooit echt ondergedompeld in de oervaders van bv. de Griekse scene zijnde Rotting Christ, Necromantia, Varathorn, Kawir en Zemial. Stom natuurlijk. In de latere, meer occulte exploten van deze scene (Acherontas, Acrimonious, Serpent Noir, Thy Darkened Shade, …) ben ik beter thuis. Embrace Of Thorns heeft met haar mix van black, death en bestial war metal echter nooit in een bepaald hokje gepast. De band is sinds 1999 actief, na een jaartje eerder onder de naam Requiem geopereerd te hebben. Sinds de naamsverandering was de band vrij consistent qua muzikale output. Nu heeft het iets langer dan normaal geduurd, maar vier jaar na “Darkness impenetrable” valt het nieuwe “Scorn aesthetics” nu toch op de deurmat. Er is bitter weinig veranderd in het receptuur van de band want hun black metal wordt nog steeds met een zeer fikse scheut death metal en een snuifje war metal op smaak gebracht. Zo hoor je in opener “The wanderer and his shadow” ongetwijfeld de invloed van Morbid Angel doorschemeren. De vocalen klinken dan ook wat dieper en de sound wat zwaarder (hoor die bas maar eens ronken) dan de doorsnee black metal band. Melodieuze partijen en mid-tempo nummers (bijvoorbeeld “Reducto ad absurdum” dat een Deströyer 666-achtige solo bevat) worden afgewisseld met beukende dubbele basritmes (“Mutter aller Leiden” of de titeltrack) of opzwepend snel geschut. “In our image, after our likeness” is met haar negen minuten speeltijd en ingebouwde spoken word-samples de langste en meest epische track van het album. Met de dynamiek zit het alvast helemaal snor. Volgens de heren is het feit dat ze de voorbije twintig jaar voor velen noch vis noch vlees waren, de verklaring voor het feit dat de band nog vrij diep in de underground verscholen zit. Hoewel Embrace Of Thorns nog nooit zo goed geklonken heeft en er best een paar knallers op “Scorn aesthetics” prijken (“Stoking the fire of resentment” en de opener), kan ik me in deze redenering slechts deels vinden. Een grotere oorzaak voor hun onbekendheid is het songmateriaal dat niet genoeg blijft plakken en te weinig beklijft. Het niveau van de aangehaalde referentiebands (voeg hier gerust ook oude Celtic Frost, Dissection en Incantation aan toe) wordt dan ook nergens geëvenaard.  De songschrijvers Herald of Demonic Pestilence en Archfiend DevilPig zullen dus nog een tandje moeten bijsteken als ze echt potten willen breken.

JOKKE: 72/100

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics (Iron Bonehead Productions 2018)
1. The wanderer and his shadow
2. Mutter aller Leiden
3. Reducto ad absurdum
4. Stoking the fire of resentment
5. Scorn aesthetics
6. In our image, after our likeness
7. Wolf uncaged _ Prometheus unbound