secrets of the moon

Schammasch – Triangle

Eén album uitbrengen is al een hele klus. Schammaschs voorganger “Contradiction” was een dubbelaar, maar “Triangle” bevat zelfs 3 platen, waarvan elk exact 33:33 minuten duurt. Het is ook nog eens het 3de album van Schammasch. Het artwork is fantastisch en de duistere, kunstzinnige fotografie is van onmiskenbaar hoog niveau. Origineel! Even origineel is de aanduiding voor elk luik dat bestaat uit een zijde van de driehoek en is gekenmerkt door een bijhorende mandala. In het toegevoegd boekje staan alle mandala’s mooi over elkaar gedrukt, zodat ze een coherent geheel vormen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de muziek of de hoogstaande teksten. Maar als je dit al kunt voorleggen, dan heb je niet een armlengte voorsprong op de doorsnee black metalband, maar eerder de gehele bevolking van Botswana op elkaar gestapeld. Schammasch versus de rest van de wereld: 1-0. Uiteraard is dat iets wat Chris zijn Schammasch tot in de perfectie beheerst. “Crepusculum” zet alles in gang op een erg atonale wijze alvorens over te gaan in het duistere “Father’s breath“. Nog steeds hoor je dat de hoofdingrediënten komen van Secrets of the Moon en Deathspell Omega. De eerste is slappe pap geworden en de laatste staat al even levenloos langs de zijlijn te kijken. Schammasch mag terecht een stapje hoger op de ladder staan. Schammasch versus de rest van de wereld: 2-0. Ook het tempo gaat regelmatig een stapje hoger. “In dialogue with death” hamert als een machinegeweer door de speakers. Een gevoel dat wederkeert op “Awakening from the dream of life“. Toch heeft Schammasch het vooral van zijn trage en sfeervolle passages, dankzij her en der wat achtergrondgeluiden, percussie en een meervoud aan gitaarlagen en -effecten. Maar de hoofdrol is echter weggelegd voor het invullen van de zang. Chris heeft een diep klinkende demonische schreeuw, maar laat het hele scala aan geroep, gepraat en gezang passeren; volle koren, hese gastzang, soms haast Gojira-achtig geschreeuw en een wonderschoon pallet aan zware zuivere zang, zoals in “Metanoia“, komende van het 2de luik. Ik was trouwens op zoek naar het verschil tussen beide luiken, maar het is niet zo dat het 1ste deel sneller – of het tweede deel duisterder zou zijn. Er is in feite geen stijlbreuk waar te nemen. “The world destroyed by water” start erg duister en introvert, maar vervolgens duiken alle elementen op van het vorige deel, incluis het heerlijke tribal gedrum in “Satori“. Beide delen zijn kwalitatief even sterk en nergens, maar ook nergens krijg ik het gevoel een opvuller te moeten aanhoren. Het 3de luik, “The supernal clear light of the void” is wel wezenlijk anders. Het kan je duidelijk spreken van een stijlbreuk. De 5 tracks vloeien mooi over in elkaar en brengen een sfeervol ambient, bij wijlen neo-folk aandoend geheel. Elektrische gitaren en drums worden achterwege gelaten (tenzij in “The empyrean“), maar percussie brengt regelmatig wat schwung. Tevens zorgen enkele duistere Oosterse toonladers voor heel wat variatie. Dit lekker sfeervol luik is een echte meerwaarde na het uur totale duisternis van voorgaande delen. “What else will you see, by gazing into the reflection of your own countenance on the water’s surface, than a thousand empty eyes from a thousand empty faces of a thousand empty selfs, mirroring a thousand empty lifes?” Schammasch versus de rest van de wereld: 3 (hoe kan het anders)-0. Meesterwerk! Flp: 95/100

Schammasch – Triangle (Prosthetic Records 2016)
A: The process of dying
1. Crepusculum
2. Father’s breath
3. In dialogue with death
4. Diluculum
5. Consensus
6. Awakening from the dream of life

B: Metaflesh
1. The world destroyed by water
2. Satori
3. Metanoia
4. Above the stars of God
5. Conclusion

C: The supernal clear light of the void
1. The third ray of light
2. Catharitic confession
3. Jacob’s dream
4. Maelstrom
5. The empyrean

Irkallian Oracle – Apollyon

Het Zweedse Irkallian Oracle speelt occulte death metal van de zwaarste en donkerste soort. Debuut “Grave ekstasis” uit 2013 klonk veelbelovend en de anonieme line-up droeg bij aan de mysterieuze nevel die rond deze band hangt. Typisch voorbeeld van een entiteit waarbij het collectief voorrang heeft op de individuen die er deel van uitmaken. Opvolger “Apollyon” gaat verder waar “Grave ekstasis” ophield en zoekt de extremen nog verder op. Middels loodzware doom/death riffs, voortdenderende donderdrums en diepe growls sleurt het gezelschap de luisteraar mee naar de meest bodemloze dieptes van ons onderbewustzijn. Qua thematiek wordt de zon als actieve bron van licht, voorspellingen en openbaringen bezongen, daar waar het debuut eerder geassocieerd werd met de maan. Doordat “Apollyon” (de Griekse naam voor Abaddon, het spirituele wezen dat in Christelijke apocalyptische theologie staat voor de vernieler) echter donkerder en duisterder klinkt dan haar voorganger lijkt dit misschien ironisch, maar het is niet omdat een album thematisch gezien over de zon handelt dat er geen sprake kan zijn van een gitzwart aura (neem bijvoorbeeld die laatste plaat van Secrets Of The Moon er nog maar eens bij). Het uitmuntende artwork van de Mexicaan David Herrerias, die onder andere ook reeds de laatste platen van Nightbringer en Akhlys visualiseerde, versterkt de bezongen thematiek. Het loont zeker de moeite om zijn occulte schilderijen eens op te zoeken, want dat zijn stuk voor stuk duivelse meesterwerkjes. De zes songs die “Apollyon” vormgeven zijn iets meer gefocust en gestructureerd dan op het debuut, waar de band nog wat zoekende was naar de juiste formule. Met een gemiddelde speelduur van acht minuten zijn de nummers weliswaar nog lang maar toch iets compacter geworden. Dat is echter zonder rekening te houden met afsluiter “At the graveyard of gods”, want met deze kolossale track krijgen we een finaal pak rammel van ruim twintig minuten toegediend, waarbij de laatste acht minuten weliswaar uit onheilspellende ambient en drone opgetrokken zijn. De productie mag dan misschien ietwat aan de doffe kant zijn, maar laat dit de pret absoluut niet drukken, want deze sound past deze vorm van onheilspellend doodsmetaal als gegoten en staat mijlenver verwijderd van alle techneuten- en ingenieurs-death metal. Deze plaat past in de categorie “zwaar – zwaarder – zwaarst” onder de laatste noemer waar zich ook collega’s Grave Miasma, Antediluvian en Adversarial bevinden. De Conan van de death metal als het ware.

JOKKE: 85/100

Irkallian Oracle – Apollyon (Nuclear War Now Productions 2016)
1. Reflections
2. Conjuring the expulsed
3. Sol
4. Elemental crucifixion
5. Apollyonic enstasis
6. At the graveyard of gods

Verheerer – Archar

We trappen het nieuwe jaar af met een plaatje dat eigenlijk al van september 2015 dateert, but who cares? De naam Verheerer zal u waarschijnlijk niet bekend in de oren klinken en daar hoeft u zich hoegenaamd niet voor te schamen. We hebben hier immers met een vrij jong verwoestend duo uit Duitsland te maken waar verder nougatbollen over geweten is. In eigen beheer brachten ze de EP “Archar” uit, die vier black metal hymnen bevat die mij in iets minder dan een half uur wisten te overtuigen. De songs zijn heel goed uitgewerkt (met oog voor detail), hebben elk hun eigen smoel en zijn doorspekt met samples van kerkrituelen en misvieringen wat het geheel een sacraal karakter geeft, zonder de typische orthodoxe kant op te gaan. “Niederkunft” trapt het zaakje vrij slepend in gang met gitaarwerk dat leentjebuur speelt bij oude Secrets Of The Moon om vervolgens enkele versnellingen hoger te schakelen maar steeds een zekere melodieusheid in het gitaar(lead)werk te behouden wat resulteert in een knappe finale van deze song. Het titelnummer schiet zonder aarzelen als een spurter uit de startblokken om in een catchy eerder rockend meebrulrefrein over te gaan (hoewel de titels in het Duits zijn, wordt er in het Engels gezongen). Hier had een heel toegankelijke song ingezeten ware het niet dat de band daarna voor een niet-voor-de-hand-liggende verderzetting kiest als plots de razernij stilvalt om naar een distorted piano interlude over te gaan. Deze manier van dynamiek inbouwen doet me meteen aan hun landgenoten Farsot denken. In plaats van het refrein uit te melken wordt het nummer vrij grimmig beëindigd. Het korte “Totenkult (Drink bitterness)” is vrij old school van aard en doet bij aanvang een beetje Enthroned-achtig aan om daarna knuppelpassages inclusief chaotische gitaarsolo af te wisselen met beukend midtempo hakwerk. In het afsluitende “Verheerer” duikt halfweg een orgelpartij op die de aanloop vormt naar een psychedelische gitaarsolo om uiteindelijk te verzanden in een outro die als soundtrack zou kunnen dienen voor één of andere scene uit een oude horrorfilm waarin de suspense tot op het scherp van de snee gedreven wordt. Afgaande op deze kwalitatieve EP lijkt het me vrij onwaarschijnlijk dat we hier met een stel bakvissen te maken hebben en ik vermoed dat de leden hun strepen dus wel al elders verdiend zullen hebben. Een extra pluim in de reet trouwens voor de productie want, hoewel deze toch haar korreligheid behoudt, ronkt de basgitaar er duidelijk hoorbaar op los en zorgen de lage tonen voor een absolute meerwaarde. Verheerer is een toonzaalmodel van Deutsche Gründlichkeit en het zal me niet verbazen als ze snel hun poot onder een platencontract mogen zetten.

JOKKE: 82/100

Verheerer – Archar (Eigen beheer 2015)
1. Niederkunft
2. Archar
3. Totenkult (Drink bitterness)
4. Verheerer

Amestigon – Thier

Het Oostenrijkse Amestigon is een black metal band die reeds twintig jaar op de teller heeft staan, maar nu pas met een tweede langspeler op de proppen komt. Eind jaren negentig werden enkele EP’s en splits uitgebracht en qua personeel was er een uitwisselingsprogramma met de vaandeldragers van de Oostenrijkse scene, u allen gekend als Abigor. Ik kende Amestigon wel van naam, maar had de muziek eigenlijk nooit deftig uitgecheckt. Nu de band bij het kwaliteitslabel W.T.C. Productions op stal staat, werd mijn interesse echter gewekt. Eerst maar eens even het oud spul opgesnord en daar werd ik nu niet bepaald warm of koud van, hoewel debuutplaat “Sun of all suns” uit 2010 nog wel zijn sterke momenten had. Een blik op de tracklist van nieuweling “Thier” doet een shift in aanpak en sound vermoeden, want we krijgen “slechts” vier songs te verwerken, echter elk met een double digit speelduur, waardoor het geheel op een uurtje afklokt. Het tempo op de plaat is wat teruggeschroefd en valt regelmatig te situeren in tragere doom- en sludge regionen met zwartgeblakerde basis. In openingstrack “Demiurg” duiken plots licht epische cleane vocalen op die een flash back oproepen naar het eveneens Oostenrijkse Raventhrone. Is even wennen, maar het werkt wel. Ook “358”,waarin het meest teruggegrepen wordt naar jaren ’90 black metal met een achtergrondtapijt van atmosferische keyboards, wordt afgesloten met cleane koorzangen op een repeterend psychedelisch stuk. De titelsong is een monoliet van twintig minuten waar een heleboel in te beleven valt. De high pitched raspende vocalen van Silenius wisselen af met geluister en spoken word samples. Er passeren melodieuze gitaarpartijen, noise, lichte psychedelica, blastpartijen, …voor ieders wat wils dus. De aanpak van een band als Secrets Of The Moon, Farsot of ons eigenste ter ziele gegane Gorath ten tijde van zwanenzang “Khiliasmos” duikt ook regelmatig als referentiekader op. In het afsluitende “Hochpolung” vloeit een lange melancholische instrumentale passage met het grootste gemak over in razende black metal en grauwe post-metal. Op conceptueel gebied wordt de fysische thematiek van “Sun of all suns” ingeruild voor het metafysische, want op “Thier” draait alles om creatie, magie en wilskracht. Amestigon heeft zich met dit album boven de grijze massa weten uitsteken door al haar invloeden te vervlechten tot een geheel dat een vrij eigen smoelwerk oplevert, wat absoluut geen evidentie meer is de dag van vandaag. Benieuwd wat dat op volgende platen gaat opleveren!

JOKKE: 81/100

Amestigon – Thier (World Terror Committee 2015)
1. Demiurg
2. 358
3. Thier
4. Hochpolung

Ascension – Deathless light

Als opwarmer voor het in november te verschijnen tweede full album “The dead of the world” trakteert het Duitse Ascension ons middels de EP “Deathless light” op een zinnenprikkelende amuse bouche. Twee songs van acht en zes minuten volstaan om ons hardnekkig te doen watertanden naar de hoofd plat. Titeltrack “Deathless light” die ook op de langspeler terug te vinden zal zijn, legt meteen de zweep erop met een furieuze start. De diepe vocalen geven de song een meer death metal getint timbre. Een knappe melodieuze solo spietst zich doorheen de razernij om vervolgens het tempo omlaag te schroeven. Een slepende pekzwarte dreiging maakt zich heer en meester van de luisteraar. Naar het einde toe wordt de orthodoxe black metal terug sneller opgediend en opnieuw zorgt knap gitaarwerk voor een grootse apotheose. Exclusieve track “Garden of stone” kent een melodieuze pakkende start, waarna fluisterende vocalen en een cleane gitaarpartij een duistere nevel creëren (net zoals de line-up die ook nog steeds in een dikke mysterieuze nevel gehuld is, hoewel ik Ar van Secrets Of The Moon op een bandfoto meende te herkennen en ook de intussen overleden bassiste LSK aan de band gelinkt werd). Mid-tempo gewijs ontstaat uit de volslagen duisternis een stralende glorie. Als smaakmaker heeft deze EP zeker bestaansrecht. Laat het hoofdgerecht maar snel komen want ik ben hongerig gemaakt! Collega addergebroed FLP zal er ongetwijfeld zijn ongezouten mening over geven.

JOKKE: 85/100

Ascension – Deathless light (World Terror Committee)
1. Deathless light
2. Garden of stone

Schammasch – Contradiction

De jongens van Schammasch hebben niets aan het toeval overgelaten en zijn met een wel heel pretentieuze plaat op de proppen gekomen. “Contradiction” komt 4 jaar na het debuut “Sic Lvceat Lvx” en knalt de Zwitserse duivels met een mokerslag vooruit. Het is een heuse dubbelaar geworden die ruim 80 minuten klokt. Als je trage, duistere black metal weet te appreciëren, size does matter. Schammasch is een betere versie van Sir Golden Shower’s Secrets of the Moon en Swiss finest Celtic Frost (het uptempo “Provoking spiritual collapse” versus “Progeny“, ja hoor). Zelf hebben de heren het moeilijk met dergelijke complimenten, maar geloof me vrij, Secrets of the Moon verbleekt in het niets bij het aanschouwen van “Contradiction“. Het ligt er soms wel echt té dik op, maar Schammasch is toch een pak origineler en gevarieerder dan de Duitsers. Zo zijn er Spaanse gitaren in opener “Contradiction“, Gregoriaanse gezangen in “Split my tongue“, bezwerende stemmen en reversed gitaren in “The inner word“,… Soms wordt het wat té lang in het nooit eindigende “JHWH“, maar het wordt de band vergeven. Dit soort zwoel slepende orthodoxe black metal is van erg hoge kwaliteit. Ook het artwork van Metastazis is erg knap, maar ook weer zo tendy (Ascension iemand?). Het vat Schammasch hun tweede een beetje samen: uitstekend uitgevoerd, wat gebrek aan eigenheid, maar dan wel weer beter dan de inspiratiebronnen.

Flp: 85/100

Schammasch – Contradiction (Prosthetic Records 2014)
1. Contradiction
2. Split my tongue
3. Provoking spiritual collapse
4. Until our poison devours us
5. Crown
6. The inner word
7. Serpent silence
8. Golden light
9. JHWH

Secrets of the Moon – Seven bells

Sinds “Carved in stigmata wounds” draag ik de heren van Secrets of the Moon een stijve penis toe. Niet zozeer omdat hun X-factor hoge toppen scheert, zoals altijd wordt een Duitse band in eigen land tot God verheven, maar Secrets of the Moon kan echt wel een interessant potje black metal koken. “Antithesis” en het vorige “Priviligium” bewezen dat Phil en zijn kornuiten het black metalrecept extra peperden met tribal drums, zware en trage gitaren. Ook op “Seven bells” wordt voortgeborduurd op dezelfde pekzwarte sfeer als voordien. Album nummer vijf is toch net iets anders dan voordien. De officiële videoclip voor “Nyx” deed mij (komt ie-) niks en ik vreesde dat “Seven bells” vol zou staan van zulke trage en inspiratieloze meuk. De laatste albums waren dan ook erg statisch en traag. Gelukkig blijkt deze angst ongegrond, want het titelnummer opent met de typische up-tempo vibe die in 2004 ook “Carved in stigmata wounds” kenmerkte. Secrets of the Moon gaat nog een stukje verder en brengt her en der wat old school thrash metalinvloeden, iets wat ze voordien nooit deden. Datzelfde wordt nadien enkele keren herhaald, onder andere in “Goathead”. Het is effe schrikken Secrets of the moon in deze gedaante te horen. De band doet dan ook veel moeite om niet in herhaling te vallen met het verleden. Sir Golden experimenteert met zijn stem en hij komt er goed mee weg. Van zijn kenmerkende zwak klinkende black metal screams helt het over naar zuiverdere stukken en haast Gojira-inspired geroep zoals in “Serpent Messiah”, een b666st van een nummer! Dat nummer swingt en brengt tegelijkertijd een ingetogen sfeer met zich mee. Soms doet het me wat aan Satyricon denken, maar die vergelijking zou Secrets of the Moon oneer aandoen. Die donkere sfeer wordt doorgetrokken in trage nummers zoals “Nyx” en het Celtic Frost/Triptykon aandoende “Worship”. Dit maal past de puzzel wel en voelt het allemaal erg goed aan. De productie van “Seven bells” staat als een huis, maar is eerder een minpunt, want de klinische productie doet steriel aan en haalt de sfeer naar beneden. Het is moeilijk een goed beeld te vormen van deze schijf. Enerzijds is het een beetje teleurstellend en verwachtte ik misschien te veel? Anderzijds steekt dit boven de middelmaat uit. Zonder twijfel!

fLP: 77/100

Secrets of the Moon – Seven bells (Lupus Lounge 2012)
1. Seven bells
2. Goathead
3. Serpent messiah
4. Blood into wine
5. Worship
6. Nyx
7. The three beggars