The Ajna Offensive

Altar Of Perversion – Intra naos

Bij Addergebroed schrijven we een recensie pas na meerdere luisterbeurten zodat we de plaat in kwestie voldoende hebben kunnen absorberen. Als er dan een band – zoals in dit geval Altar Of Perversion – een plaat uitbrengt die op bijna twee uur afklokt, is het een heuse puzzelopdracht om voldoende tijd in de hectische agenda te vinden om heel het zaakje aandachtig te beluisteren. Zeventien jaar na het niet mis te verstane debuut “From dead temples (Towards the ast’ral path)” verschijnt eindelijk de langverwachte opvolger (in tussentijd verschenen wel nog een split met Mordaehoth en een EP). Het feit dat het enigmatische The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli hun schouders onder het nieuwe werkstuk “Intra naos” zetten, maakt dat de verwachtingen alvast hooggespannen zijn. Qua thematiek maakt de plaat een reis doorheen de wereld van Pan-Europees satanisme zoals dat gedefinieerd wordt door “The order of nine angles“. Een interessant weetje is bovendien dat het album werd opgenomen op 432 hertz, een audiofrequentie waarvan de vermeende krachten lange tijd voer voor discussie zijn geweest in de muziekscene (voor wie meer wil weten, kan hier klikken). Met zo’n lange speelduur valt er gelukkig heel wat te beleven in het Altar Of Perversion universum. De muziek varieert voortdurend van tempo en atmosfeer, hoewel er niet echt buiten de lijntjes van het black metal genre gekleurd wordt. Een constante doorheen het album zijn de dissonante riffs en de treurende gitaarleads; opener “Adgnosco veteris vestigia flammae” staat er al bol van. Wanneer de Italianen Calus (zang en saren) en Laran (drums) mid-tempo musiceren, komt een Satyricon vanachter de hoek piepen, maar dan wel een pak beter dan wat we de laatste tien jaar van hen gewend zijn. Het sterkste vind ik het duo echter als er volle gas wordt gegaan zoals in “Behind stellar angles II“, dat met haar dertien minuten speelduur het “kortste” nummer is dat er op de plaat te vinden is. De andere songs flirten, op “She weaves abyssal riddles and Eorthean gates” na, met de twintig minuten grens en bevatten elk de nodige knappe momenten, hoewel natuurlijk niet elke riff die er gedurende twee uur passeert memorabel kan zijn. Altar of Perversion hanteert regelmatig een aanpak waarbij traag gitaarspel over snel drumwerk gedrapeerd wordt, wat een intens spanningsveld creëert. “Cosmic thule, inner temple” is hier een mooi voorbeeld van. Op zich is het héél gewaagd om in deze vluchtige tijden met zo’n lang opus over de brug te komen aangezien de gemiddelde aandachtsspanne van onze medemens die van een goudvis benadert. En ook voor de labels is het een dure affaire en risky business geworden om een dubbelalbum of trippel vinyl te releasen, hoewel The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli zich hier waarschijnlijk niet veel van aantrekken. De lange speelduur van de plaat maakt dat we hier niet met triviaal massa-entertainment te maken hebben, maar dat “Intra naos” enkel die meerwaardezoekers zal kunnen bekoren die nog tijd weten maken om op een diepere manier naar muziek te luisteren. Ik reken mezelf hierbij hoewel ik moet toegeven dat de plaat telkens in zijn geheel consumeren toch wel wat te veel van het goede gevraagd is. Desalniettemin hulde voor Altar Of Perversion!

JOKKE: 84/100

Altar Of Perversion – Intra naos (The Ajna Offensive/Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. Adgnosco veteris vestigia flammae
2. She weaves abyssal riddles and Eorthean gates
3. Behind stellar angles II
4. Cosmic thule, inner temple
5. Subcosmos archetypes
6. Through flickering stars, they seep

 

 

Ofermod – Serpents dance

Het Zweedse Ofermod zette haar carrière in 1998 met een knaller van formaat in met de release van de ongelofelijk sterke EP “Mystérion tés anomias”. Daarna verdween de band van het strijdtoneel om pas zes jaar later met een nieuwe demo op de proppen te komen met de tongbrekende titel “Netivah Ha-Chokmah”, waarop de wereldsong “Khabs am pekht” prijkte. Reden voor de lange afwezigheid was het heen-en-weer pendelen tussen vrijheid en ingevangen name van bandleider Michayah. Met Tiamtü verscheen in 2008 het eerste verdienstelijke full album, maar op opvolger “Thaumiel” leek de band nog maar een schim te zijn van de duivelse elite die ze oorspronkelijk waren. Voornamelijk de irritante heldere zang en platte té gepolijste productie strooiden roet in het eten en de band klonk ongeïnspireerd. Misschien zat het vertrek van long time partner in crime Nebiros hier wel voor iets tussen? Eind vorig jaar presenteerde Ofermod ons met “Serpents dance” een nieuwe EP. Benieuwd of de dalende lijn in kwaliteit wordt verder gezet of dat de band zich toch weet te herpakken. “Chaos reverberation” doet alvast het beste vermoeden. We krijgen typisch Zweedse black metal, met hier en daar de nodige melodie, te horen waarop de hese screams van Michayah dood en verderf prediken. Ook “A million serpents dance” gaat erin als zoete koek en wijkt met zijn galopperende ritme een beetje af van wat we standaard gewoon zijn van deze Zweden. De muziek heeft terug meer ballen en klinkt niet meer zo zaaddodend. Hopelijk weten ze dit niveau ook op een nieuwe full length vol te houden. Niets nieuws onder de Zweedse zon maar wel een aardig tussendoortje.

JOKKE: 76/100

Ofermod – Serpents dance (The Ajna Offensive 2014)
1. Chaos reverberation
2. A million serpents dance

Mortuus – Grape of the vine

Na hun eerste langspeler “De contemplanda morte; de reverencie laboribus ac adorationis” werd de Zweedse klassebak Mortuus in de garage geparkeerd om er pas zeven jaar later terug uit te rijden met opvolger “Grape of the vine”, die gelukkig een pak beter bekt. Menig black metal band maakt in tussentijd nog wel eens een daguitstapje in de vorm van een EP of split met gelijkgestemde zielen, maar ook daar doen deze Zweden niet aan mee. Zanger/gitarist Tehôm zagen we wel nog opduiken bij Ofermod waarvoor hij de vocalen verzorgde op hun laatste (maar teleurstellende) album “Thaumiel”. Nu de wagen afgestoft werd, beginnen ze aan een nieuwe rit doorheen black metal land. Daar waar het gros van de collega’s voorbij sjeest op de linkerrijstrook en daarbij de nodige snelheidsovertredingen vergaart, blijft dit Zweedse duo op de rechterkant van de weg met een sporadische uitwijking naar het midden baanvak. Op de eerste plaat werd het gaspedaal af en toe nog lichtjes ingeduwd, nu blijft men ver weg van de hoogste versnelling. Ik kan me niet meteen andere black metal bands voor de geest halen die volledig voor de mid-tempo aanpak gaan. Veilige keuze hoor ik je denken? Niet bepaald, want het is een serieuze uitdaging om de luisteraar op deze manier vijftig minuten lang bij de les te houden. Het Zweedse duo slaagt hier echter glansrijk in! De mid-tempo riffs creëren een duister sfeertje en links of rechts worden ze ondersteund door subtiele achtergrondgezangen zoals in “Nemesis”. Het slot van “Torches” wordt opgeluisterd met ingetogen pianospel. Het gelaagde gitaarspel van Tehôm moet het niet hebben van technische of complexe hooks en licks, maar weet wel de juiste donkere en grimmige moodsetting op te wekken. Het solide drumwerk van Marcus Hinze (ex-Ondskapt) vormt de ideale ruggengraat voor de slepende riffs. Het venijn zit hem in de staart want afsluitende track “Tzal maveth” is het hoogtepunt van “Grape of the vine” en kan ik dus ook als luistertip aanbevelen. Vermits hier echter (nog) geen YouTube clip van bestaat, krijgen jullie “Disobedience” hieronder mee. Ondanks hun trage rijstijl absoluut geen zondagsrijders dus!

JOKKE: 81/100

Mortuus – Grape of the vine (The Ajna Offensive 2014)
1. Layil
2. Grape of the vine
3. Torches
4. Sulphur
5. Disobedience
6. Nemesis
7. Tzel maveth