the devil’s blood

Dool – Summerland

Het Rotterdamse Dool timmert al sinds 2015 aan de weg en ontstond uit de restanten van het mij onbekende Elle Bandita, Herder en een andere band die velen nauw aan het hart ligt: The Devil’s Blood, en bevat dus wel wat leden die niet onbekend zijn. De Rotterdammers zijn toe aan hun tweede langspeler die in april uitkwam en de naam “Summerland” kreeg. Of ze daarmee onze living bedoelen is nog steeds de vraag, gezien we komende zomer bitter weinig anders te zien zullen krijgen. Doorheen de jaren zijn er enkele wissels in de bandbezetting geweest, met als resultaat dat we Omar van Turia, Iskandr (en al de rest) nu ook bij Dool terugvinden. Omar kennen we als begenadigd black metalmuzikant, maar Dool gooit het over een andere boeg, want raakvlakken met (black) metal zijn er muzikaal gezien nauwelijks. De groep houdt er een dark rock/occulte rock benadering aan over die meer dan eens knipoogt naar The Devil’s Blood (zoals op “The well’s run dry”) die het diverse stemgeluid van zangeres en gitariste Ryanne Van Dorst. Waar “Wolf moon” een meer dan degelijke single was, “Be your sins” een opzwepende nervositeit aan de dag legt, “Dust & shadow” zelfs eventjes de wereld van de doom metal aanraakt en het album middels lang uitgesponnen epiek kundig afsluit én opener “Sulphur & starlight” wel wat wegheeft van The Sisters of Mercy, is het toch moeilijk me volledig in de wereld van Dool onder te dompelen. Op “Summerland” horen we naast de band zelf ook Okoi Jones (Bölzer) en Farida Lemouchi (The Devil’s Blood) terug als gastzangers, terwijl Per Wiberg (Opeth, Candlemass) het hammondorgel voor zijn rekening neemt. Veel namedropping hier, waardoor Dool soms wat aanvoelt als een samenraapsel van getalenteerde en gewaardeerde muzikanten, die wel wat kunstmatig overkomt. De nummers zijn niet slecht, maar weten me niet naar hogere sferen te tillen en voelen soms wat geforceerd aan – behalve op “God particle” dan, waar de groep een glimps van hun volle potentieel laat horen dankzij postrockachtige gitaarlijnen, waarna het nummer op duistere wijze wordt afgesloten. Ik hoor steeds dat Dool vooral een goede liveband is – en ving op dat net hun liveshow het bij veel mensen deed klikken. Ik heb het plezier nog niet gehad ze te aanschouwen maar ben dat zeker van plan, eens dat terug aan de orde is. Ik kan me perfect inbeelden dat Dool zalen plat kan spelen en er een zekere intensiteit van zangeres Ryanne Van Dorst uitgaat, maar op album schiet “Summeland” naar mijn bescheiden mening toch wat naast de roos. Ondanks de getalenteerde mensen die achter het album schuilgaan en ondanks het feit dat elk nummer zeker wat interessants te bieden heeft mis ik een rode draad doorheen het album. Slecht is het allerminst, maar me omverblazen doet het evenmin.

CAS: 73/100

Dool – Summerland (Prophecy Productions 2020)
1. Sulphur & starlight
2. Wolf moon
3. God particle
4. Summerland
5. A glass forest
6. The well’s run dry
7. Ode to the future
8. Be your sins
9. Dust & shadow

The Holy Flesh – Emissary & vessel

Wat The Holy Flesh – een nieuw éénmansproject uit de UK – ons op diens debuut “Emissary & vessel” voorschotelt, klinkt best lekker…én origineel. Dit is namelijk black metal die doordrongen is van post-rock invloeden, echter niet de wijds uitwaaierende en grootse klinkende soundscapes die we doorgaans te horen krijgen, maar eerder een psychedelische benadering van het genre wat een interessante en boeiende kruisbestuiving oplevert die eerder als occulte rock kan gecatalogiseerd worden. De agressie en kracht die black metal doorgaans uidragen, blijven hier immers achterwege en de vocalen van de onbekende eenzaat achter The Holy Flesh zijn eerder fluisterend/zwaar ademend van aard. De drums zijn basic van opzet en het gitaarwerk zwelt laagje na laagje aan en sleurt je mee in een psychedelische trance. In “Emissary III” krijgen we een meer stuwende rock-beat te horen en het gothic achtige gitaarwerk doet het nummer in een post-punk sfeertje baden. We horen veelvuldig ook wel wat dissonante en afwijkende akkoorden (bv. in “Vessel I“), maar de chaotische en verstikkende maalstroom die veel bands hieraan koppelen, is niet aan The Holy Flesh besteed. “Emissary & vessel” bevat acht nummers die opgedeeld zijn in vier “emissaries” en vier “vessels” die het harde pad van de onderdrukking richting de afgrond beschrijven, maar klinkt haast als één langgerekte compositie die 42 minuten duurt. The Holy Flesh is een band waarbij de less is more-aanpak zijn vruchten afwerpt want de man weet een knap staaltje occulte mystiek neer te zetten zonder daarvoor een heel cirkus aan toeters en bellen – op de sitar(?) in het afsluitende nummer na – nodig te hebben. Wie iets of wat referenties wil, kan ik The Devils Blood, Year Of The Goat of Verwoed meegeven. Te verkrijgen in een oplage van 150 tapes via Caligari Records.

JOKKE: 78/100

The Holy Flesh – Emissary & vessel (Caligari Records 2020)
1. Emissary I
2. Emissary II
3. Emissary III
4. Emissary IV
5. Vessel I
6. Vessel II
7. Vessel III
8. Vessel IV

Urfaust – Empty space meditation

Het Nederlandse Urfaust bengelde in het verleden bij ondergetekende steeds op de slappe koord tussen genialiteit en (b)analiteit, want niet elke output van de heren wist me te bekoren. Urfaust is tevens de kameleon van de black metal scene en overlaadt de luisteraar de ene keer met lo-fi black metal, de andere keer met onheilspellende ambient of middeleeuws aandoende doomy dronkemansgebral. Wat het duo echter op langspeler nummer vier uit haar black magick hoed tovert, overtreft mijn stoutste verwachtingen. “Meditatum I” vervult de rol van onheilspellende intro met meditatief mantragezang. Eens de toon gezet is, knalt “Meditatum II” uit de boxen, een negen minuten durende song waarop Urfaust zelden zo black metal geklonken heeft. Dit is vintage Burzum waarbij de ijle screams en transcenderende riffs van IX bovenop een repetitieve blastbeat van VRDRBR en in een spacy keyboardwaas – die wel wat van Lunar Aurora weg heeft – de kosmos ingeknald worden. Eens IX zijn kenmerkende cleane zang bovenhaalt, is het nog ruim zeven minuten verder genieten geblazen van een in topvorm verkerend Urfaust, waarbij nog even terug naar black metal overgeschakeld wordt alvorens een lange ambient/drone uitloper aanbreekt. Dit nummer staat voortaan als beste Urfaust track ooit genoteerd. Hoewel de metal op de rest van de plaat quasi nergens nog zó zwart wordt, blijven de nummers natuurlijk wel steeds gedrenkt in dat zwartgallig sfeertje dat Urfaust steeds weer weet op te roepen, zij het dan bijvoorbeeld onder de vorm van traag pulserende psychedelische doom (“Meditatum III”). “Meditatum IV” staat dan weer garant voor macabere en rituele ambient die langzaamaan transformeert tot begeesterende doom met een zwart randje (net zoals het Duitse (dolch) dat kan). Ook occulte rock is beide mannen niet vreemd, want in de vorm van “Meditatum V” krijgen we een vrij rock georiënteerde groove voorgeschoteld met traag proclamerende zang. Met het met Oosterse klanken en percussie opgeschmükteMeditatum VI” komt er na vierenveertig minuten een einde aan deze gevarieerde en uitmuntende plaat die uitermate geschikt is als soundtrack voor de nachtelijke uurtjes. Ook op productioneel vlak valt er deze keer niet te mierenneuken want de sound is vrij transparant en helder maar toch monumentaal en nergens plat afgelikt. De eerder dit jaar verschenen “Voodoo dust” single die uitgebracht werd als eerbetoon aan Selim Lemouchi van The Devil’s Blood vormt samen met “Empty space meditation” twee erg sterke releases. Hulde aan Urfaust!

JOKKE: 87/100

Urfaust – Empty space meditation (Ván Records 2016)
1. Meditatum I
2. Meditatum II
3. Meditatum III
4. Meditatum IV
5. Meditatum V
6. Meditatum VI