troll

Troll – Tilbake til Trollberg

De trollen onder aanvoering van Nagash zijn terug! De van een exotisch kapsel en bijzonder gave corpsepaint voorziene Noor zullen de meesten kennen van zijn tijd bij Dimmu Borgir of Covenant/The Kovenant, maar het meeste indruk maakte hij wat ons betreft met Troll, de band die hij op veertienjarige leeftijd uit de Noorse grond stampte. De eerste twee releases zijn een absolute must have voor fans van Noorse melodieuze en symfonische blackmetal. We spreken dan over de recent heruitgegeven “Trollstorm over Nidingjuv” EP en de eerste volwaardige langspeler “Drep de kristne” uit 1996. Vanaf het nieuwe millennium verschenen nog drie platen (“The last predators” uit 2000, “Universal” uit 2001 en de come-back “Neo satanic supremacy” uit 2010) die ons door hun generische sound en dito productie echter een stuk minder konden boeien. Na tien jaar radiostilte is er nu plots een nieuwe EP die zelfs een heuse nieuwe langspeler zou voorafgaan. Troll anno 2020 bestaat uit bandaanvoerder Nagash (zang, gitaar), Tlaloc (gitaar), Sturt (basgitaar) en Telal (drums). Wie de bombastische synths uit zijn hoge hoed tovert, weet ik eugenlijk niet. Op deze vier tracks tellende EP staan drie eigen composities aangevuld met een geslaagde cover van het keizerlijke “Towards the pantheon“. Opener “The beast” is een opzwepende, met tal van symfonische elementen voorziene rampestamper met sireneachtige loktoetsen die hun uitwerking niet missen, maar opnieuw werd duidelijk voor een moderne sound gekozen die weinig atmosfeer uitstraalt. Het daaropvolgende hoempapa-achtige “Tilbake til Trollberg” is met zijn dansbare ritme en meezingrefreintjes altijd al een love it or hate it-song geweest. Bij mij hangt het écht van de stemming af, maar voor de meesten is dit wellicht dé hit van Troll. Het nummer prijkte reeds in 2014 op een split met Aeon Winds en de originele versie is op het debuut terug te vinden. Na de Emperor-ode volgt nog een herwerkte versie van het oudje “Når natten endelig er her” – voor mij persoonlijk één van hun beste songs – dat de allereerste EP in gang trapte. Deze keer werd voor een volledige instrumentale en klassiek symfonische aanpak gegaan, die haast even geslaagd klinkt als Emperor’s “Opus a Satana“. Al bij al een leuke EP die toch de interesse naar die nieuwe plaat opwekt. Hopelijk kiezen de trollen wel niet voor een te steriele sound.

JOKKE: 80/100

Troll – Tilbake til Trollberg (Polypus Records 2020)
1. The beast
2. Tilbake til Trollberg
3. Towards the pantheon (Emperor cover)
4. Når natten endelig er her

To Conceal The Horns – Purist

Keyboards in black metal zijn precies nog nooit zo ‘in’ gebleken als de laatste jaren en dan met name in Finland. To Conceal The Horns heeft dat geroken en probeert een graantje mee te pikken van deze ‘hype’. De band is het solo ruimtetuig van ene Joni Salaamo aka Agitathur Vexd met een verleden in de ter ziele gegane bands Ghost Brigade en Alghazanth. Dit project werd vorig jaar het leven in geroepen en resulteerde meteen in twee EP’s (“Kun luovun” en “Transformaation yöpuolta“) waarbij die laatste vooral een heuse ontwikkeling richting kosmische black liet horen. De eerste langspeler “Purist“, waarop Vexd door drummer Syntinen bijgestaan wordt, zet die lijn verder. To Conceal The Horns zet hier een astraal black metal-geluid neer waar de geest van oude-Covenant en Troll doorheen waart. De biografie haalt ook Limbonic Art aan, maar dat vind ik persoonlijk een brug te ver aangezien de kosmische paden die hier bewandeld worden verre van zo avant-garde en bombastisch klinken als wat Morpheus en Daemon destijds uit hun toverhoed te voorschijn haalden. Naast een intro en interlude staan er vijf échte nummers op de tracklist die gemiddeld op zo’n dikke zeven minuten afklokken wat maakt dat er op deze trips heel wat ruimte is voor mooie spanningsopbouwen, knappe overgangen en weelderige melodieën. Zo stuwen de koorgezangen van het weids klinkende “Wanderer in time” je verder de galaxies in. De architectuur van “The rite of purification” is uit modernere riffs opgetrokken daar waar de eerdere songs meer teruggrijpen naar de mystieke uitspattingen van halfweg de jaren ’90. In het nummer draven tevens enkele death metal growls op die de droge krijsstrot vergezellen. Wanneer Vexd in het Zweeds aandoende en met pakkende leads doorspekte “Death horizon” of het in het Fins vertolkte “Musta usva” wat steviger van leer trekt, kunnen parallellen met Mare Cognitum getrokken worden hoewel “Musta usva” ook enkele meer op klassieke muziek gestoelde partijen bevat. Aan het einde van dit nummer wordt nog een solo ingezet, maar dan dooft het nummer plotsklaps uit om over te gaan op akoestisch getokkel in “Vapaus“. “Purist” laat niets nieuws onder de zon horen, maar is wel een erg degelijke plaat met enkele knappe melodieën en goed uitgewerkte songs. Prima spul voor liefhebbers van de aangehaalde bands, het recent besproken The True Werwolf of de revelatie Vargrav, niet voor niks drie Finse bands.

JOKKE: 81/100

To Conceal The Horns – Purist (Purity Through Fire 2020)
1. Ataraxy – Intro
2. Realm of Averiandur
3. Wanderer in time
4. The rite of purification
5. Musta usva
6. Vapaus – Interlude
7. Death horizon

Dødsfall – Døden skal ikke vente

True black metal” staat er te lezen op de inner sleeve van “Døden skal ikke vente“, de alweer vijfde langspeler van Dødsfall. Een geografische prefix als “Norwegian” of “Swedish” werd achterwege gelaten aangezien de band vanuit beide landen opereert en bandleider/oprichter Ishtar bovendien Mexicaans bloed door zijn aderen heeft stromen. Dat de muzikant zich in Scandinavië echter als een vis in het water voelt, maakt hij al sinds 2009 duidelijk via Dødsfall’s muziek. Doorheen de levensloop van de band blijft Ishtar de enige constante want vergeleken met de knappe voorganger “Kaosmakt” uit 2015, is er weer heel wat veranderd in de line-up. Toenmalig sessiedrummer Jocke Wallgren heeft het tegenwoordig te druk bij Amon Amarth, waardoor we nu Telal (Troll, ex-Isvind, ex-Endezzma) op de drumstoel aantreffen. Zanger Adramalech verliet de band net na de opnames van “Kaosmakt“, terwijl Clandestine (ex-Dødheimsgard) de heren vervoegde, maar die is ondertussen ook al weer met de noorderzon verdwenen. Deze wissels maken dat Ishtar naast alle snaarinstrumenten voor het eerst sinds de demo “Svarte vinger‘ uit 2010 nu ook de zang voor zijn rekening neemt. Op zich heeft de man best een raspende strot maar iets meer variatie in zijn screams had toch welgekomen geweest. Na de Endarker Studio en de Sunlight Studio, koos Ishtar voor deze nieuwe plaat de Necromorbus Studio uit. En het moet gezegd worden dat het resultaat niet diens typische geluid heeft meegekregen. Om variatie in de tien nummers aan te brengen, werden elementen zoals piano (“Hemlig vrede“), heel wat gitaarsolo’s, heldere verhalende vocalen en akoestische gitaren (“Svart drömmar“) en subtiele (keel)gezangen (“Tåkefjell” en “I de dødens øyne“) aan de in het Noors vertolkte black toegevoegd. Over het algemeen klink Dødsfall iets minder agressief dan op de voorganger en een dynamisch nummer als “Tåkefjell” heef teigenlijk best wel wat hitpotentieel. Wel weet Ishtar op tijd en stond ook enkele effectieve meer thrashy-getinte riffs uit zijn gitaar te toveren. Het duo levert met “Døden skal ikke vente” een degelijke plaat af die vlot weg luistert en nergens buiten de lijntjes kleurt. Daar is op zich niets fout mee, maar ze gaan hier ook niet veel potten mee breken.

JOKKE: 79/100

Dødsfall – Døden skal ikke vente (Osmose Productions 2019)
1. Hemlig vrede
2. Tåkefjell
3. Svarta drömmar
4. Grå himlar
5. Kampsalmer
6. I de dødens øyne
7. Ødemarkens mørkedal
8. För alltid i min sjæl
9. Ondskapelse
10. Skogstrollet

Disciples Of The Void – Disciples of the void

We blijven nog even in de Finse flow hangen waar we momenteel inzitten. Disciples Of The Void is een nieuwe band uit het land van de duizend meren en verkiest anoniem (what’s new?) te blijven door zich onder zwarte hoodies te verbergen. Het enige gezicht dat we herkennen is het liefelijke snoetje van drumster Trish Kolsvart (Urarv, Elände en ex-live lid van ondermeer Isvind en Craft). Zo onorigineel de presentatie van de band is, zo onorigineel is ook de gebrachte muziek. De leden ontdekten het black metal-genre midden jaren negentig – toen het volgens hen op haar hoogtepunt was – en willen dat eren. Op zich grappig dat er zo veel nieuwe bands rondlopen die teruggrijpen naar de oude dagen en daar precies qua ontwikkeling zijn blijven hangen. Wie luistert er dan eigenlijk naar de hele mikmak aan nieuwe spelers als vroeger toch alles beter was? Soit, de retro-sound van de Finnen is opgesmukt met de nodige symfonische elementen zonder al té overdadig te zijn. De moderne productie mist echter wat levendigheid waardoor de band nogal generisch klinkt en een eigen karakter ver zoek is. Ook al wil je het warm water niet heruitvinden, een eigen sound blijft toch belangrijk want in een shuffle playlist zou ik de band er met haar dertien-in-een-dozijn-geluid nooit uithalen. Qua uitvoering zit alles wel snor want er wordt strak gemusiceerd en we kunnen de band niet op foutjes betrappen. De riffs duiken slechts af en toe onder het vriespunt (“The apocalypse reign“), en klinken een pak Noorser dan Fins (“Per aspera ad noctum“) met op tijd en stond een black ’n roll-infusie (“Dominion“, “The harvest” en “Choronzon“). In het begin van deze laatste track ontwikkelen de heren en dame plots een andere sound door qua vocale aanpak richting Dimmu’s Shagrath te gaan. Het nummer wordt verder ook met cleane epische gezangen opgesmukt en vormt alzo het perfecte bruggetje naar “Home of the once brave“, een minder voor de hand liggende Bathory-cover met het – al dan niet bewust door Quorthon gepikte – einde van de Metallica-klassieker “For whom the bell tolls“. Wie smult van bands als Obtained Enslavement, Troll, oude Covenant of Darkwoods My Betrothed zal hier wel zijn of haar gading in vinden. Voor mij mist het debuut van Disciples Of The Void wat karakter en is het iets te steriel qua sound.

JOKKE: 70/100

Disciples Of The Void – Disciples of the void (Primitive Reaction 2018)
1. Ad gloriam invictus satana
2. Dominion
3. The apocalypse reign
4. Enter the void
5. Per aspera ad noctum
6. The harvest
7. The heirs of wormwood
8. Choronzon
9. Home of the once brave (Bathory cover)

 

 

Nordjevel – Nordjevel

Volle gas vooruit is de enige optie die de jongens van Nordjevel kennen. Niet moeilijk als je een snelheidsmonster als Fredrik Widigs (Marduk) in de gelederen hebt om de drumkruk te bemannen. Hoewel de andere jongens een Noors paspoort op zak hebben, draagt hun black metal een overduidelijke Zweedse stempel. De blasts en striemende tremolo riffs van gitarist Nord worden tegen lichtsnelheid op je afgevuurd en scheuren je trommelvliezen uiteen. De restjes die dan nog overblijven worden door de bijtende screams van Doedsadmiral verpulverd. Er speelt blijkbaar ook een bassist mee op de plaat, maar de bastonen van DezeptiCunt (ex-Ragnarok) geraken met moeite doorheen de krachtige maar overgecompresseerde sound. Daar waar Marduk de kunst in de vingers heeft om snelheidsmonsters af te wisselen met beukende mid-tempo krakers, musiceert Nordjevel een stuk rechtlijniger. Afzonderlijk beluisterd zijn de songs bovengemiddeld goed en er wordt strakker gemusiceerd dan de van botox doordrongen smoel van Donatella Versace, maar als plaat in het geheel is er te weinig afwisseling om de boel vijfenveertig minuten lang spannend te houden. Pas wanneer je de tijd neemt om de plaat aandachtig te beluisteren, herken je binnen de verwoestende maalstroom herkenningspunten en kapstokken om je aan vast te houden. Zo bevat het met momenten razende “Denne tidløse krigsdom” ook wel iets melodieuzere passages terwijl “Blood horns” wat thrashier van aard is. De geoefende luisteraar hoort op “Djevelen i nord” en “Norges sorte himmel” Nagash (Troll, The Kovenant) nog een woordje meescreamen en Archaon (1349) voorziet die laatste track tevens van enkele pakkende gitaarsolo’s. Deze meer epische tien minuten durende song wijkt ondermeer door het gebruik van piano en gitaarleads behoorlijk af van de rest van de plaat en gaat meer de Noorse toer op. en De gelimiteerde versie bevat nog een niets toevoegende cover van Slayer’s “Raining blood”. Nordjevel biedt op het eerste gehoor misschien weinig toegevoegde waarde ten opzichte van de Dark Funerals en Setherials van deze wereld, maar wie kickt op snelle en professioneel gespeelde black metal, heeft hier wel een vette kluif aan. Ik vind dit debuut trouwens met gemak de laatste paar releases van Dark Funeral overtreffen.

JOKKE: 79/100

Nordjevel – Nordjevel (Osmose productions 2016)
1. The shadows of morbid hunger
2. Sing for devastation
3. Djevelen i nord
4. The funeral smell
5. Denne tidløse krigsdom
6. Blood horns
7. Det ror og ror
8. Når noen andre dør…
9. Norges sorte himmel

Eïs – Weten helemaal wat ze willen

De Duitsers van Eïs (voordien Geïst) zijn zopas met een nieuw album op de proppen gekomen. “Wetterkreuz” was onverwacht zo goed dat meteen bandleider Alboin aan de tand gevoeld werd. Wie openstaat voor toegankelijke, toch uitstekend uitgevoerde Scandinavisch klinkende black metal, kan hier alvast aftrek vinden! (fLP)

 

Jullie muziek klinkt heel bekend in de oren, toch vind ik het enorm moeilijk om er namen op te plakken. Jij schrijft zelf voor een magazine, dus zeg eens zelf hoe jij vindt dat Eïs klinkt!
Als ik zelf een review zou moeten schrijven, zou ik de muzikale stijl van “Wetterkreuz” vergelijken met klassieke melodieuze Noorse black metal, denk hierbij aan bands zoals Emperor, Covenant, Troll en gedeeltelijk ook Immortal. Het is hoofdzakelijk snel, maar variërend in tempo en arrangementen. De muziek is tevens gebaseerd op effectrijke riffs, gekruid met verschillende lagen synthesizer en allerlei andere deuntjes. Zoals je zelf ook al schreef, het focust zich eerder op de atmosfeer dan technische hoogstandjes. Het uit zich ook in de rol van de teksten en emotionele zanglijnen, hier en daar ook gesteund door het gebruik van samples en effecten.

Ik veronderstel dat “Wetterkreuz” een soort conceptalbum is. Verklaar!
Wetterkreuz” is niet echt een concept album. Het gebruikt wel dezelfde metaforen, foto’s, woordenschat en sfeer in de vijf nummers. De thema’s handelen over bergen, rotsen, stenen, dieptes, sneeuw landschappen, ijs, stormen,… Net zoals op “Galeere” beschrijft iedere nummer een verschillend aspect hieromtrent, maar is toch op een of andere manier verbonden met de rest. Zodus zou ik het niet echt een concept album durven noemen.

Je wilt niet praten over de line-up wissels (iedereen, behalve Alboin en drummer Marlek verlieten de band voor het nieuwe album). Waarom deze geheimhouding?
Voor verschillende redenen praat ik daar niet over en publique. Het is iets wat niet belangrijk is voor als je niet in de band zit. In feite zou ik niet over een geheim willen spreken, het is echter echt iets persoonlijks. Laten we het erop houden dat er serieuze muzikale en persoonlijke verschillen opgebouwd waren de laatste jaren. Daardoor werd het gewoonweg onmogelijk om samen te werken in een band. Meer is het niet. Belangrijker is dat we nu een sterke, betrouwbare en gemotiveerde nieuwe line-up hebben.

Waarom nemen haast alle Lupus Lounge bands op in Studio E? Helrunar, Farsot, Ice, Secrets of the Moon,… Ze klinken haast allen hetzelfde.
Dat is makkelijk uit te leggen hoor. Studio E is nauw verbonden met Prophecy Productions/Lupus Lounge. De eigenaar is Ulf Theodor Schwadorf (Markus Stock), het brein achter Empyrium en The Vision Bleak. Hij was de eerste artiest die destijds op het label uitkwam. Op een of andere manier zijn ze op professioneel vlak ook gerelateerd met elkaar. Zo is het een beetje goedkoper om er op te nemen als je bij Lupus Lounge getekend hebt. Maar eerlijkheidshalve dien ik te zeggen dat de echte reden om samen te werken met Markus even simpel als waar is. Het is er verdomme plezant en hij is een absolute pro als het erop aankomt de sound te creëren die wij willen. Opnemen in Studio E is zoals op een creatieve vakantie vertrekken, kan niet beter!

Jullie label brengt altijd speciale uitgaven uit, maar vaak zijn die enorm teleurstellend. Wat maakt de extra CD bij “Wetterkreuz” zo interessant?
Eerlijk gezegd ben ik niet zo bekend met al deze speciale uitgaven die ons label uitbrengt. Maar bonus materiaal wat als extra toegevoegd wordt, lijkt altijd wel aantrekkelijk voor mij. In feite betaal je er niet meer voor, het is gewoon wat extra leuks om erbij te hebben. (ADDERGEBROED: nope, de speciale editie is 50% duurder.) Voor “Wetterkreuz” besloten we vijf compleet aparte en experimentele versies van de nummer van de plaat toe te voegen. Ik ben van menig dat deze versies een heel ander licht werpen op de originele composities. Ze werden uitgewerkt op een heel andere manier en voor iedere open minded luisteraar is het echt interessant om te beluisteren.

Eïs tourt nooit en speelt haast nooit buiten Duitsland. Waarom?
Dat is hoofdzakelijk omdat we allen moeten werken of studeren. Zo zijn we gebonden aan verlof en dergelijke. Op tour gaan, wel ja, uitgebreid touren is enkel mogelijk als je 10 of meer weken per jaar kunt besteden eraan. Voor ons is dat onmogelijk. En in verband met spelen in het buitenland: we zijn nooit een band geweest die actief op zoek ging naar shows. Ik heb altijd de indruk dat het wat goedkoop en haast hoerig is als je je zo opstelt. We verkiezen om jaarlijks een 6 tot 12 selectieve optredens te doen, enkele festivals of misschien een korte maar toffe tour met fijne bands. Dit liever dan non stop te spelen overal in Europa met een of andere pagan of metalcore band . Dat is niet onze meuk. Maar volgend jaar zal zeer actief worden voor ons. We hebben enkele festivals voor de deur staan en misschien een kleine tour in de lente.

Op een of andere manier heb ik de indruk dan de Duitse black metal elite niet echt tuk is op Eïs. Is daar een reden voor?
Op een of andere manier heb ik de indruk dat er geen elite is in Duitsland, alvast niet als het over black metal en de scene gaat. Maar, zoals dat altijd gaat, je kunt niet de lieveling zijn van iedereen. Dat is helemaal oké voor ons. Ik kan me wel voorstellen dat we wat jongens en meisjes verloren hebben nadat we een duidelijk zero tolerance statement gemaakt hebben over het NSBM probleem in Duitsland. Ook hebben we een duidelijke visie en mening (en houding) tegenover heel wat verschillende aspecten van de scene en muziek. Wellicht lijkt het enorm arrogant en dat is het waarschijnlijk ook, maar toch – We weten perfect wat we willen. Het is nog steeds black metal, al zullen er altijd voldoende mensen zijn die ons haten daarvoor. Maar vergeet niet, Black Metal ist kein Kindergarten!

Eïs – Wetterkreuz

Voordien Geïst, nu omgetoverd tot Eïs, brengt het Duitse gezelschap hun vierde langspeler uit. Bandleider Alboin heeft tijdens de zomer ook grote kuis gehouden en, op drummer Marlek na, de hele line-up in de prullenmand gekieperd. Geen probleem, zo blijkt, daar kapitein Alboin de scepter zwaait en in feite de hele band runt. “Wetterkreuz” vertelt ongetwijfeld meer dan enkel het weerbericht voor Nordrhein-Westfalen, al is me niet geheel duidelijk wat het Duitstalige concept dan wel inhoudt. De kille wind en gesproken teksten die we tussen de nummers horen, doen me aan het ijstijdverhaal van labelgenoten Helrunar denken – Die eveneens lange en uitgesponnen, in het Duits gezongen, nummers brengen. Maar dan enkele versnellingen lager. De vergelijking wordt nog meer aangedikt door de productie van het schijfje, gekenmerkt door een loepzuivere, doch krachtige sound. Daar Lupus Lounge zijn bands altijd naar Studio E stuurt. Net zoals voorganger “Galeere” staat de nieuweling voor atmosferische black metal. De nummers zijn overwegend razendsnel, maar de gitaarmelodieën zijn lang en uitgerekt wat het geheel een dromerig, haast ambient toets geeft. Dat wordt nog versterkt door het electro gedeelte in “Am Abgrund”; schitterend gedaan! Eïs brengt echte nummers met een duidelijke opbouw en uiterst pakkende stukken. In de titeltrack, en in feite in het algemeen, meen ik wat Noors klinkende bombast te herkennen, zoals pakweg Troll dat ook doet. Alles klinkt aangenaam in de oren, maar toch blijft het verdomd moeilijk om er namen op te plakken. Stiekem heb ik online lukraak wat andere besprekingen gelezen en zelden wordt “Wetterkreuz” vergeleken aan andere artiesten, wat uiteraard een pluspunt is. Het is moeilijk om iets slechts te schrijven over dit album, misschien alleen dat Alboin zijn zang niet kan tippen aan zijn voorganger Cypher D. Rex, al is er veel gelijkenis in klankkleur. “Wetterkreuz” komt voor mij onverwacht, maar zal zeker in de jaarlijsten belanden!

fLP: 91/100

Eïs – Wteerkreuz (Lupus Lounge 2012)
1. Mann aus Stein
2. Auf kargen Klippen
3. Wetterkreuz
4. Am Abgrund
5. Bei den Sternen