Tsjechië

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek

Begin 1996 kampeerden er drie legendarische black metal-muzikanten in de Noorse Waterfall Studios. De nummers die de heren Satyr, Frost en Kveldulv hadden ingeblikt, resulteerde in het machtige “Nemesis divina“. Nadat de dagelijkse shift van de Noren erop zat, sloop een Tsjechisch duo stiekem de studio in om met dezelfde settings van amps en drumstel ook een plaat op te nemen. Het duurde echter nog een luttele 23 jaar alvorens “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” van Triumph, Genus – het levenslicht zou zien. U had natuurlijk al door dat dit een fabeltje is, maar mijn punt is hopelijk wel duidelijk. Satyricon’s laatste pure black metal-plaat heeft blijkbaar een onuitwisbare indruk nagelaten op de Tsjechen want alles aan dit halfuur durend schijfje ademt “Nemesis divina” uit, nog véél meer dan voorganger “Všehorovnost je porážkou převyšujících” uit 2013. De nieuwe langspeler heeft een schizofreen effect op mijn geest want die wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen pure Noorse bitter- en grimmigheid hoewel de Tsjechische taal dan toch weer dat op en top nors aanvoelende Oost-Europese gevoel voedt, hoewel het timbre van Jarsolav’s vocalen als twee druppels water op dat van Satyr gelijkt. De melodieën dragen een elitaire triomfantelijke drang uit en worden soms subtiel ondersteund door keys. De riffs in “Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl” druipen dan weer van het salpeterzuur. De uitvoering is top notch. Zo zit “Po vrhu vždy je prázdno kolébeken” qua compositie doordacht en technisch in mekaar en ook het instrumentale “Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším” kent een vernuftige opbouw en flow. Hoewel niet alleen de algemene feel en sound, maar ook bijvoorbeeld veel overgangen en drum fills de invloed van het reeds menigmaal geciteerde Noorse black metal meesterwerk uitademen, twijfel ik geen seconde aan de integriteit van de band. Gelukkig weten de zeven nummers ook te beklijven zodat “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” allerminst als een goedkoop Oost-Europees namaakproduct de analen ingaat.

JOKKE: 85/100

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek (New Era Productions 2019)
1. Nahlížím přes okraj hrobových jam
2. Byli jsme rozděleni, nese se celým řádem
3. Snad jste do země zaseti
4. Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl
5. Po vrhu vždy je prázdno kolébek
6. Sledovat skladbu, polohu i tvar dříve, než přijdou k sobě
7. Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším

Death Karma – The history of death & burial rituals part II

2018 bracht ons vreemd genoeg geen nieuwe muziek van het Tsjechische trio Cult of Fire, die er normaalgezien nochtans een werktempo van één release per jaar op nahouden. Dan maar Death Karma, dat in feite bestaat uit de Cult of Fire-bezetting, maar dan zonder enigmatische zanger Devilish, aka Petr Kudlacek. In plaats van het bij Shiva-verering te houden reist Death Karma de wereld rond om een muzikale interpretatie te maken van hoe verschillende culturen omgaan met de dood. Enkele jaren geleden kregen we The history of death & burial rituals part I dus komt nu logischerwijs part II, waarmee de Oost-Europeanen Tom Coroner (Tomáš Corn) en Infernal Vlad (Vladimir Pavelka) ons onder andere meenemen naar Tibet, Nieuw-Zeeland, Egypte en Indonesië. Het interessante aan deze vorm van conceptalbums is dat telkens gepoogd wordt het gevoel van de traditionele rouw- en begrafenisriten op te roepen, alsook dat traditionele instrumenten gebruikt wordt en de – uiterst melodieuze – black metal een folkloristisch tintje meekrijgt. Hoewel de strot van Cult of Fire hier dus schittert in zijn afwezigheid klinken de vocalen van Infernal Vlad toch verbazingwekkend gelijkaardig – maar dat kan ook gezegd worden van het gitaarspel en de opbouw van een track als “Tibet – sky burial”, dat soms wel erg veel weg heeft van het nummer “काली मां”. Zo gaat “The history of death & burial rituals part II” verder, met “New Zealand – mongrel mob” als hoogtepunt. Hier gooien de heren het onverwachts over een veel minder melodieuze boeg en wordt lekker staccato gebeukt  waarbij enkele Zweedse invloeden in het gitaarwerk kunnen worden bespeurd, wat zorgt voor een vrij accurate vertolking van het geweld van de bekende Nieuw-Zeelandse motorbende en waarin de rollende riffs je doen denken aan reutelende motoren (al zullen de samples er ook wel mee te maken hebben). Neem daar een punky UGH-momentje – denk mid-era Darkthrone, uiteraard – bij en je krijgt een knaller van een song. Never change a winning formula is duidelijk het motto van de heren, want een gelijkaardige Darkthrone-referentie steekt nog eens gezellig de kop op in “Indonesia – tana toraja”. Death Karma is een project met een zeer eigenwijze insteek, maar helaas een greintje te weinig eigenheid. Al bij al wordt iets te veel verder gevaren in het kielzog van Cult of Fire en speelt Death Karma door weinig inventief gemusiceer op veilig, zonder helaas in de buurt te komen van de genialiteit van een album als मृत्यु का तापसी अनुध्यान (Ascetic meditations of death)”. Death Karma is zeker onderhoudend en luistert vlot weg, maar blijft helaas niet erg lang hangen.

CAS: 80/100

Death Karma – The history of death & burial rituals part II (Beyond Eyes Productions 2018)
1. Haiti – voodoo
2. Tibet – sky burial
3. Scandinavia – ship burial
4. New Zealand – mongrel mob
5. Egypt – pharaohs
6. Indonesia – tana toraja
7. Czech Republic – ossuary

Devathorn/Inferno – Zos vel thagirion

Het is weer tijd voor een lesje mystagogie. Het Duitse World Terror Committee liet twee van haar leerlingen, het Tsjechische Inferno en het Griekse Devathorn,  een werkgroepje “inwijding in de mysteriën” oprichten met “Zos vel thagirion” als eindwerk. Het is zoals we van beide bands gewend zijn opnieuw een werkstuk vol draconische grootspraak geworden. Je doet ermee wat je wil. Ik snap er geen jota van en zou zwaar gebuisd zijn als er een examen zou volgen op het aanhoren van deze split. Laten we het dus maar over de muzikale output hebben. Beide entiteiten boksten het eindresultaat niet op eigen houtje in mekaar. Devathorn liet zich bijstaan door de Zweedse componist, audiokunstenaar, schilder en schrijver Michael Idehall en Inferno kreeg hulp van Acherontas V. Priest. Devathorn bijt de spits af en laat voor het eerst in drie jaar tijd nieuwe muziek horen. De laatste langspeler “Vritra” kon ons absoluut bekoren. Op deze twee nieuwe nummers fronsen we meteen de wenkbrauwen bij het aanhoren van de vocalen, want die klinken veeleer hardcore dan black metal, voor mij persoonlijk een afknapper. De vurige en dynamische muziek van “Azazyel iscariot” klinkt met haar Zweedse insteek echter nog steeds à point, er flitst zelfs nog een zinderende solo voorbij. “Omphalos” is experimenteler qua opzet. Het nummer kent een duistere en rituele start en klinkt dreigend en mysterieus door het gebruik van koorgezangen en spoken word samples en doet me soms wat aan Behemoth denken, zonder de snelheidsuitbarstingen dan. In het einde van het nummer duiken we terug rituele sferen in met tribal percussie en mystieke gezangen. Geslaagd nummer! Van het Tsjechische Inferno zijn we behoorlijk fan. De twee voorgangers “Gnosis kardias (of transcension and involution)” en “Omniabscence filled by his greatness” werden dan ook een hoge score toebedeeld op Addergebroed. “The solitary immersion into autarchic silence” neemt de helft van de drieëndertig minuten totale speeltijd voor haar rekening en borduurt verder op de uitwaaierende en psychedelische klanken die op de voorganger verkend werden. De sound van Inferno is heel sacraal en de blasts en riffs zweven als het ware door het ijle universum. Er zijn heel wat rustige stukken in dit kolossale nummer verweven die een beklijvend gevoel opwekken en de spanningsbogen heel strak aantrekken alvorens Inferno haar demonen ontketent. Van welomlijnde songstructuren is er nog amper sprake. Daarna volgt nog het titelnummer van deze split, een heuse ambient/licht-industriële soundscape die op gepaste manier een einde breit aan deze interessante collaboratie. Beide bands slagen dan ook met grootste onderscheiding.

JOKKE: 85/100 (Devathorn: 82/100 – Inferno: 88/100)

Devathorn/Inferno – Zos Vel Thagirion (World Terror Committee 2018)
1. Devathorn – Azazyel iscariot
2. Devathorn – Omphalos
3. Inferno – The solitary immersion into autarchic silence
4. Inferno – Zos vel thagirion

Cult Of Fire – EP

Onze Tsjechische gemaskerde vrienden van Cult Of Fire zitten duidelijk in een EP-fase, want na “Čtvrtá symfonie ohně” uit 2014 en”Life, sex & death” uit 2016 verschijnt er nu een derde EP op rij, alleen bleek de inspiratie ver te zoeken zijn als het op het verzinnen van titels aankwam, want zowel de EP als de twee songs die erin gegraveerd zijn, gaan naamloos door het leven. Op de vorige EP namen de symfonische aspecten zulke enorme proporties aan dat het extreme metal element wat in het hoekje geduwd werd, iets wat op de twee nieuwe nummers duidelijk niet het geval is. Het tempo ligt een pak hoger, de drums rossen als een bezetene en de gitaren scheuren, natuurlijk nog wel steeds met een keyboardklankentapijt, waarvoor buitenstaander Zdeněk Šikýř instond, dat doorheen de riffs gedrapeerd is. Cult Of Fire keert met andere woorden terug naar het geluid van de eerste twee langspelers. Hoewel de songs meer dan degelijk zijn, weet het zaakje me echter niet echt te pakken en lijkt het een beetje een haastklus te zijn geweest. Het majestueuze en triomfantelijke gevoel en de kippenvelfactor ontbreken. Het feit dat er zoals gezegd ook geen titels zijn, versterkt dat gevoel nog meer. De verpakking en het artwork van David Glomba (Teitan Arts), die onder andere ook al voor Ascension, Inferno en Death Karma prachtig werk afleverde, zijn echter zoals steeds om van te smullen, maar het muzikale blijft natuurlijk primeren. Als je de drie EP’s beluistert, wordt het duidelijk waarom deze songs apart uitgebracht werden want, hoewel het telkens overduidelijk om Cult Of Fire gaat, heeft elke release toch wel duidelijk zijn specifieke eigenheid. Van een identiteitscrisis zou ik met andere woorden niet durven spreken, alleen benieuwd welke koers er op een nieuwe langspeler gevaren zal worden.

JOKKE: 75/100

Cult Of Fire – EP (Beyond Eyes Productions 2017)
1. –
2. –

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution)

Sommige bands verleggen de klemtoon in hun thematiek doorheen de jaren. Zeker wanneer je – zoals in het geval van het Tsjechische Inferno – reeds meer dan twintig jaar op de teller hebt staan. Lange tijd werden hun – grotendeels in hun moedertaal gezongen – teksten op een heidense manier ingekleurd. Langzaamaan begon de focus zich echter te verleggen naar satanisme en occultisme en nam de kwaliteit van het muzikaal gebodene exponentieel toe vanaf de “Black devotion“-plaat, wat in 2013 leidde tot Inferno’s voorlopige hoogtepunt “Omniabscence filled by his greatness“. Ik schrijf met opzet “voorlopig” want het nagelnieuwe “Gnosis kardias (of transcension and involution)” weet de voorganger zelfs nog te overtreffen. Rots-in-de-infernale-branding Adramalech is er sinds de oerdagen van de band bij en heeft door de jaren heen een sterke line-up rond zich weten scharen die perfect weet hoe ze spannende, duivelse klanken uit hun instrumenten moeten persen. De sterke, zij het minder typische en herkenbare Necromorbus-productie, geeft de plaat bovendien een eigenzinnig en mysterieus karakter. Op “Gnosis kardias (of transcension and involution)” portretteert de band de doordringende grootheid van krachten die zowel van binnenuit als van buitenaf op het individu inwerken. De verkenning van de hoogten van spirituele extase, maar evengoed van de abyssale diepten van het onbewuste, wordt perfect getransponeerd naar de dynamische, magische muziek die veel verder gaat dan een zwartmetalen invalshoek. Zo bevat “The innermost disillusion” bij aanvang de nodige psychedelische elementen die over een furieuze black metal basis – inclusief sacrale zang die op sommige nummers mee vertolkt wordt door Acherontas opperhoofd Acherontas V. Priest – gedrapeerd zijn. Halverwege deze song maakt de verzengende agressie echter plaats voor een hypnotiserende kalmte waarbij een eerder sludgy gitaarriff en vergezellende baspuls een totaal ander karakter aan het nummer geven. Think Sunset In The 12th House. De diepe proclamerende vocalen aan het einde van de song doen me dan weer aan het legendarische Diabolical Masquerade denken. Het inbouwen van progressieve partijen, die de dialoog aangaan met meer rechtoe-rechtaan stukken, spant de spanningsboog tot het uiterste op. Zo klinkt Inferno tijdens de rockende riffs in “Upheaval of silence” opnieuw enkele seconden als het zijproject van enkele Dordeduh leden (niet toevallig ook een band die Oost-Europese invloeen in haar muziek verwerkt) om de rest van de song toch voornamelijk zwartgeblakerde razernij tentoon te spreiden. Tijd om in te dutten tijdens de lange nummers is er met andere woorden niet. Aan het einde van “Abysmal cacophony” meen ik zelfs enige Oosters aandoende, orchestrale elementen waar te nemen. Het knappe aan “Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)” is dat grotendeels trage gitaarpartijen door hypersnelle drums ondersteund worden, vooraleer ook deze song zich even later aan occulte ambient en drone waagt om tenslotte in een oriëntaalse apotheose uit te monden. Die Oosterse invalshoek vinden we natuurlijk ook bij landgenoten Cult Of Fire terug, hoewel die nog een stapje verder gaan in hun adoratie voor India. “Gate-eye of fractal spiral” klokt op meer dan tien minuten af en manifesteert een laatste keer een allegaartje aan black metal, psychedelica, Oosterse sfeer, transcendentale ritmiek en symfonische grandeur. Wat zeker niet onvermeld mag blijven is het fe-no-me-na-le artwork van Jose Gabriel Alegría Sabogal, dat bijna onovertrefbaar lijkt qua details en symboliek. Het lijkt wel een deel van één of andere imposante plafondschildering te zijn. Aan de superlatieven die ik gebruik, merken jullie dat ik danig onder de indruk ben van deze zevende langspeler van Inferno. Het wordt hoogtijd dat ik ze ook live eens onderga.

JOKKE: 91/100

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution) (World Terror Committee 2017)
1. The innermost disillusion
2. Abysmal cacophony
3. Upheaval of silence
4. Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)
5. Gate-eye of fractal spiral
6. Orison for the baneful serpent

Cult Of Fire – Life, sex & death

Als er in het black metal wereldje oscars uitgereikt zouden worden, ging het beeldje voor de “Prins Carnaval” van de scene ongetwijfeld naar het Tsjechische Cult Of Fire (met het Poolse Batushka als welverdiende tweede). Hun live “rituelen” bulken van de carnavaleske verkleedpartijen en de stage hand draait overuren bij het opstellen en afbreken van alle rekwisieten die het podium moeten aankleden. Los daarvan kan ik de muzikale output van het trio best wel pruimen. Met “Life, sex & death” presenteert Cult Of Fire opnieuw een tussendoortje in afwachting van een derde langspeler. Op gebied van artistieke vormgeving is deze EP naar analogie van de live shows volledig over the top: zowel de CD- als vinyluitvoering verschijnen in de vorm van een lotusbloem die in het hindoeïsme en boeddhisme van grote betekenis is en de goddelijke geboorte en zuiverheid symboliseert. Op deze manier past dit natuurlijk perfect in het plaatje daar India – in al zijn mystieke aspecten – Cult Of Fire’s stokpaardje is. Dat uit zich meteen in de song”Life” waarmee deze twintig minuten tellende EP opent. Oosterse klanken, gongslagen, mystieke keyboardpartijen, kortom alle gekende ingrediënten zijn aanwezig om de mid-tempo melodieuze en symfonische black metal nét dat tikkeltje meer te geven. In “Chinnamasta mantra” krijgen we zelfs nog de exotisch overtreffende trap te horen middels vrouwelijke gastvocalen van de Indische Gurmeet Kaur die met een zwoele en bezwerende stem de “Srim hrim klim aim Vajravairocaniye hum hum phat svaha” mantra zingt. In deze sfeerzettende song blijven de metalen klanken achterwege. Ook in de andere, meer reguliere nummers valt op dat agressie en gevaar twee thema’s zijn waarop Cult Of Fire meer en meer inboet, maar daartegenover staat dan weer een eigen extreem melodieus geluid dat uit de duizenden herkenbaar is, met “Death” als schoolvoorbeeld. Kleine kanttekening is dat de vocalen te veel op de voorgrond gemixt staan en zo wat in de weg staan van de muzikale drukte. Het bijna volledig instrumentale “Tantric sex” neemt bijna epische cinematografische proporties aan en laat horen dat deze band absoluut een goed oor voor melodie heeft. Deze vier minuten hadden er van mijn part gerust veertien mogen zijn. “Life, sex & death” is een absolute must voor de liefhebbers van de band. Benieuwd hoe ver Cult Of Fire nog kan gaan zonder dat het zaakje uitgemolken wordt.

JOKKE: 85/100

Cult Of Fire – Life, sex & death (Beyond Eyes 2016)
1. Life
2. Chinnamasta mantra
3. Death
4. Tantric sex

Death Karma – The history of death and burial rituals part I

Conceptplaten: ik heb er niets op tegen. Zeker niet als er zoveel bloed, zweet en tranen ingestoken wordt als het geval is bij de eerste full length van het Tsjechische duo Death Karma. De titel van de plaat spreekt boekdelen. Bandleider Vladimir Pavelka (aka Infernal Vlad van o.a. Cult Of Fire) is al zijn hele leven gefascineerd door de dood. “The history of death and burial rituals part I” is het eerste deel (nou moe!) van de vermuzikalisering (is dat een woord?) van postume rituelen en de perceptie van de dood in verschillende culturen en landen over de wereld. In tweeënveertig minuten tijd maken we een reis naar zes bestemmingen gaande van Midden-Amerika tot Azië en van Europa tot Afrika. Daar waar we op de EP “A life not worth living” een geluid voorgeschoteld kregen dat het midden hield tussen death en black metal, is het totaalgeluid op de nieuwe plaat nog meer richting de zwarte kant geëvolueerd, hoewel je afgaande op het concept eerder een shift naar de dode zijde zou verwachten. Vergeleken met de EP is de nieuweling duidelijk the next step in de ontwikkeling van Death Karma. We zijn slechts enkele seconden ver op onze muzikale reis en we moeten meteen aan Cult Of Fire denken (de naam was reeds gevallen), maar aangezien het feit dat ook drummer Tom Coroner deel uitmaakt van die band, moet je het dus niet al te ver gaan zoeken. De hamvraag blijft dan natuurlijk of Death Karma bestaansrecht heeft naast Cult Of Fire. Ik laat jullie nog even in spanning. De rauwe agressie van de EP heeft plaats geruimd voor een meer atmosferische inslag, wat natuurlijk een perfect fit is aangezien het emotionele aspect dat verbonden is aan doodsrituelen. De muziek bevat grootse en bij wijlen catchy melodieën (check opener “Journey of the soul”) en is doorspekt met hammondorgel geluiden, die regelmatig voor een sacrale toets zorgen (“First spell” van het Noorse Gehenna duikt hierdoor ook regelmatig op als referentie). Deze stijlelementen zorgden ervoor dat Cult Of Fire een uniek bandgeluid heeft weten te ontwikkelen binnen de drukbevolkte black metal scene, maar worden door het duo dus ook bij Death Karma gretig ingezet. Het iets ruwere karakter van “Famadihana” wordt ingekleurd door rituele koorgezangen, wat natuurlijk niet mag ontbreken op een dergelijke conceptplaat. “Chichén itzá” gaat van start met morbide en beangstigende vocalen ondersteund door tribal drums die een perfecte weergave vormen van ceremoniële bezweringen in het oude Mexico. Dit is dan ook de meest experimentele track van het album. In “Úmrlcí prkna” komt het thuisland van Death Karma aan bod en gaat de band met een groovende riff aan de slag om toch weer te eindigen met een zekere epiek.  In “Towers of silence” kiest de band voor een instrumentale aanpak en reizen we af naar India. We wisten reeds dat dit land en haar historische gebruiken een grote inspiratiebron vormden voor Vladimir. Gek genoeg doen de gitaar leads me meer dan eens aan het epische Bathory denken, maar er passeren ook speed metal riffs en solo’s. Het afsluitende “Hanging coffins” beschrijft de Chinese traditie waarbij doodskisten aan hoge rotsen gehangen worden in plaats van te begraven om alzo de vrede van de overledenen te garanderen. Weeral iets bijgeleerd! Wie meer wil weten over al deze gebruiken en riten kan aan de slag gaan met de bibliografie die vermeld werd. Interessant voer voor de meerwaardezoeker! De verpakking van de elpee is om duimen en vingers bij af te likken. Elk begrafenisritueel werd door S. Glomba via prachtige tekeningen geïllustreerd waardoor je dus niet alleen een muzikale maar ook visuele weergave krijgt van de behandelde doodspraktijken. Op productioneel gebied, is het eindresultaat misschien net iets té groezelig, om optimaal van alle melodieën te kunnen genieten en alle details te ontdekken, maar dat is natuurlijk een mes dat aan twee kanten snijdt. Wanneer het er té gelikt aan toe zou gaan, staat dit meestal gelijk aan inboeten op gebied van mystiek, atmosfeer en het underground karakter.  Hoewel de aanpak van Death Karma iets afwisselender en nóg experimenteler is dan bij Cult Of Fire, zijn er natuurlijk heel veel paralellen te trekken tussen beide acts. We kunnen dan ook nog uren aan den toog blijven lullen over het feit of deze plaat al dan niet onder de monniker Cult Of Fire had moeten verschijnen, maar feit is dat eenieder die de vuurkult weet te appreciëren, zich ook gretig zal amuseren met Death Karma. Laat deel twee maar snel komen!

JOKKE: 87/100

Death Karma – The history of death and burial rituals part I (Iron Bonehead Productions 2015)
1. Slovakia – Journey of the soul
2. Madagascar – Famadihana
3. Mexico – Chichén itzá
4. Czech Republic – Úmrlcí prkna
5. India – Towers of silence
6. China – Hanging coffins