wolvennest

Slow – VI – Dantalion

Mijn kennismaking met Slow (kort voor Silence Lives Out/Over Whirlpool) was in 2017 toen “V – Oceans” uitgebracht werd, en het Belgisch duo wist me toen al een verstikkende trip aan te doen. Na een heropgenomen versie (met bonustrack) van “IV – Mythologiæ” kwam eind vorig jaar dan het tot nu toe laatste stuk in het verhaal, getiteld “VI – Dantalion”, naar de 71e demon in Solomons Lesser Key. Slow speelt funeral doom niet gewoon volgens, maar gaat verder op de regels van de kunst – de bandnaam is geen leugen. Sinds het eerst aangehaalde album nam Lore niet enkel de bas voor zich, maar ontfermt ze zich ook over de lyrics en songwriting in samenspraak met multi-projectionist en -instrumentalist Déhà (Aurora Borealis, Merda Mundi, Yhdarl, Cult of Erinyes, Wolvennest). Het resultaat is een album dat de bandnaam waardig is, en verre van het concept ‘riff’ eert. De klassieke piano die “Descente” inzet is een voorbode van de bijna orchestrale funeral doom die Slow naar ons hoofd gooit, waarbij keyboards en voornamelijk Déhà’s vocalen de sfeer scheppen – in plaats van lyrics te zingen fungeren zijn bombastische, uitgerekte grunts meer als instrument – en de 78 minuten durende speelduur vullen. Blijkbaar hebben we funeral doom nodig om eindelijk weer eens een full length die naam qua lengte waardig te gunnen. Ondanks het consistent trage, hier en daar met midtempo regionen flirtend tempo weet het duo wel voldoende variatie op te bouwen om niet binnen de paar minuten te gaan vervelen maar veeleer een lang uitgerekt klankbord te scheppen waarin je als luisteraar wordt meegezogen. Waar in “Lueur” de afdaling in de hel, die de songtitels omschrijven, nog enige hoop aanwezig lijkt te zijn, lijkt de gestorven ziel zo goed als hopeloos te zijn tegen de tijd dat “Futilité” er dertien minuten lang op inbeukt en waar een keyboardpassage voor een welkom rustpunt zorgt. “Lacune” is aanvankelijk dan weer het meest turbulente nummer en met “Incendiaire” krijgen we het meest gevarieerde en tegelijk opbouwende nummer van het album, waarbij de epiek meteen de hoogte in gestuwd wordt en het slopend trage tempo enkel zwaarder gaat klinken en uitgediept wordt – tot de keys op de voorgrond komen en een ridicuul cathartisch crescendo opbouwen, en meteen dé reden vormen waarom ofwel dit album, ofwel Clouds’ “Dor” op mijn nummer 11 van vorig jaar geëindigd zou zijn. Slow weet het voorgaande uur aan (durf ik het zeggen, gevarieerde) funeral doom op enkele minuten naar een absolute climax te spelen en sluit af met het zestien minuten durende, drum- en distortionloze “Elégie”, waarbij de luisteraar na een uur platstompende, bezwerende funeral doom eindelijk ruimte krijgt om de ingehouden adem uit te blazen. Funeral doom is een genre waarin het moeilijk is iets origineel te doen omwille van de aard van het beestje, maar Slow weet de aandacht vast te houden en een emotionele trip van jewelste neer te poten.

CAS: 86/100

Slow – VI – Dantalion (Code666 Records/Aural Music 2019)
1. Descente
2. Lueur
3. Géhenne
4. Futilité
5. Lacune
6. Incendiaire
7. Elégie

Cult Of Erinyes – Æstivation

Het Belgische Cult Of Erinyes zag ik afgelopen september voor het eerst live aan het werk. Ondanks het feit dat ze duimen moesten afleggen tegenover de rest van de affiche (Vortex Of End, Darvaza en Misþyrming), is deze Brusselse band toch aan een gestage opmars bezig binnen de vaderlandse en hopelijk dra ook buitenlandse black metal-scene. Aan de nagelnieuwe derde langspeler “Æstivation” (verwijzend naar ‘estivatie’ of een zomerslaap, de tegenhanger van de winterslaap in het planten- en dierenrijk) zal het in elk geval niet liggen, daar was Amor Fati Productions ook van overtuigd. De vorig jaar verschenen EP “Veneer” was in feit het startschot voor het tweede leven van de band. Gitarist en bandleider Corvus (Wolvennest, LVTHN, Monads) hees zanger/producer Déhà aan boord daar ie blijkbaar nog wel ademruimte had in zijn overvolle agenda (hoe ie het doet is mij een raadsel) en als slagwerker werd Ahephaïm (Sabathan, ex-Enthroned) ingelijfd, een meesterzet want deze jongen weet als geen ander hoe hij een snelle black metal-plaat moet inknuppelen. Voor optredens wordt dit kerntrio verder aangevuld met live-leden die Corvus nog kent uit zijn verleden bij Psalm. “Æstivation” is een werkstuk dat eigenlijk vrij hard in het verlengde van het vorige materiaal ligt, zowel qua stijl als qua sound die echter nog steeds te weinig organische ademruimte en dynamiek laat horen (daar lijden wel meerdere Déhà-producties aan), maar daardoor wel overrompelend en verstikkend klinkt. De zes nummers ademen een ongebreidelde onstuimigheid uit, zelfs wanneer het tempo in een song als “Nothing is owed to the void” naar beneden gaat. In de opener “Death as reward” draagt een bijna rustgevend intermezzo bij aan een dynamisch luisterspel, de band weet als geen ander dat door deze stukjes in te bouwen, de snelle partijen des te overrompelender binnenkomen. “Corruption” is een heerlijk nummer met pakkende melodieën die je volledig meezuigen in hun verhaal, de flitsende solo krijg je er gratis en voor niets bij. Het nummer bevat trouwens een gastbijdrage van La Muerte’s Marco Laguna. Déhà is een begenadigd zanger die weet hoe hij uiteenlopende keelklanken uit zijn strot moet persen en de sound bevat enkele ritualistische elementen die de song “Broken conclave” enorm onheilspellend en mysterieus doen klinken. Een nummer als het negen minuten durende tomeloze “Nihil sacrum est” ligt muzikaal trouwens ook niet zo ver af van wat een band als LVTHN doet wanneer het volle gas geeft, let ook op Déhà die hier compleet over de rooie lijkt te gaan. Hopelijk weet Cult Of Erinyes veel nieuwe zieltjes te verover met “Æstivation“, het is ze in elk geval gegund.

JOKKE: 80/100

Cult Of Erinyes – Æstivation (Amor Fati Productions 2019)
1. Death as reward
2. Corruption
3. Broken conclave
4. Healer – fever
5. Nothing is owed to the void
6. Nihil sacrum est

Cult Of Erinyes – Veneer

Cult Of Erinyes is het geesteskind van Corvus die we ook kennen van Monads, Wolvennest en enkele andere acts en mag ondertussen toch wel tot de top van onze vaderlandse black metal-scene gerekend worden. De band heeft drie langspelers en enkele EP’s op haar palmares staan, maar scoorde voornamelijk met het knappe in 2017 verschenen “Tiberivs“. Ondertussen in zanger Mastema met de noorderzon vertrokken en vinden we Déhà (o.a. Terziele, Yhdarl, en nog tig andere bands) nu zowel op de drumkruk als achter de microfoon terug. En net zoals op de voorganger nam deze muzikale duizendpoot ook de mix en mastering voor zijn rekening.  De twee nummers die op “Veneer” prijken, reiken de hand uit naar debuut “A place to call my unknown“, maar dan met een meer up-to-date productie hoewel ik de sound eerlijk gezegd wat té sec en steriel vind klinken. Graag wat meer laten ademen de volgende keer. Déhà trekt al vrij snel zijn strot open in “Heroine” en laat horen een begenadigd zanger te zijn die net zoals zijn voorganger zijn stembanden op verschillende manieren – al dan niet vervormd en met effecten overgoten – weet in te zetten. Het tempo van “Heroine” ligt tamelijk hoog, maar Corvus verliest de dynamiek niet uit het oog door op tijd en stond wat gas terug te nemen. Het nummer kent een rustig en atmosferische einde dat bijna naadloos een bruggetje verzorgt naar het daaropvolgende “Unrest” dat meteen een pak meer rituele sfeer bevat door de subtiele cleane zangkoren die de muziek ondersteunen. Even later screamt en kermt Déhà zich echter de longen uit het lijf, waarna de razernij plots stilvalt en een melodieuze gitaarlead, over-en-weer dansende basnoten en rustige percussie de aandacht trekken. Echter niet voor lang want al snel neemt de rituele black terug de overhand. Eigenlijk was Déhà zo’n beetje de katalysator om Corvus en zijn band aan de gang te houden en daar kunnen we de man alleen maar dankbaar voor zijn. Leuke EP die laat horen dat Cult Of Erinyes nog niet uitgezongen is.

JOKKE: 82/100

Cult Of Erinyes – Veneer (Eigen beheer 2018)
1. Heroine
2. Unrest

Wolvennest – Een cathartische ervaring

Onze landgenoten van Wolvennest hebben het klaargespeeld om met hun tweede langspeler “Void” hun reeds imponerende debuutplaat te overtreffen. Het mooie aan de band is dat ongebonden creativiteit boven een strikt omlijnd keurslijf staat en dat de inbreng van de leden – die hun sporen allen in uiteenlopende genres hebben verdiend – leidt tot een intrigerend eindresultaat. Gitaristen Corvus en Michel Kirby boden inzicht in het mysterieuze Wolvennest universum. (JOKKE)

Wolvennest 2

Dag heren. Alvorens het over de nieuwe plaat te hebben, zou ik willen terugkeren naar het ontstaan van de band. Wolvennest is een groep muzikanten met roots in verschillende muziekscenes. Hoe zijn jullie met mekaar in contact gekomen?
Kirby: Alles begon met een instrumentale demo die ik in 2013 opnam met een viersporen taperecorder. Corvus – met wie ik op dat ogenblik in de band Goatcloaks zat – was enthousiast en ik vroeg mijn goede vriend Marc De Backer, die ik al meer dan dertig jaar kende, om de line-up te vervoegen. We kenden mekaar dus als vrienden maar wisten ook welk vlees we muzikaal in de kuip hadden.

Momenteel bestaat Wolvennest echter uit zes muzikanten. Wie zijn de andere leden en maken ze als vast lid deel uit van de band? Wie is het muzikale brein zonder wie Wolvennest niet verder zou kunnen?
Corvus: Onze nieuwe drummer Bram Moerenhout bleek al snel niet alleen een fantastische drummer maar ook een toffe pee te zijn. Je hoort hem echter niet terug op “Void” aangezien hij ons pas in december 2017, na de opnames van de plaat, vervoegde. Ikzelf speelde naast mijn gitaarpartijen ook de baslijnen in en onze nieuwe bassist Jon Marx zag er geen graten in om die opnieuw op te nemen. Erg nederig van hem want hij is een betere bassist dan ik. Deze twee gasten vormen absoluut de beste ritmesectie waar ik al mee gespeeld heb en ze zijn onmisbaar tijdens live shows. Voor mij zijn ze zelfs even belangrijk als de muzikanten die je op de plaat hoort. De situatie is vergelijkbaar met die van zangeres Shazzula die niet op het debuut te horen was, maar de nummers live naar een hoger niveau tilde. Ondertussen is ze een vast lid en ik vind haar bijdrage op “Void” fantastisch.

Waarom besloten jullie op het debuut qua songwriting samen te werken met Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand-leden Albin Julius and Marthynna en waarom maakten ze nadien geen deel meer uit van de line-up?
Kirby: Van in het begin zaten we met een muzikale samenwerking in ons hoofd. Ik kende Albin en Marthynna al een paar jaar aangezien ik shows voor hen regelde in Brussel. We hadden het altijd over een toekomstige muzikale samenwerking en met Wolvennest werd dit plan ook werkelijkheid. In het begin was het echter helemaal de bedoeling niet om live op te treden en was Wolvennest dus eigenlijk enkel een studioproject. We begonnen pas te repeteren na de release van ons debuut en de kern van de band die toen bestond uit Corvus, Marc en mezelf ging op zoek naar de gepaste live-muzikanten. We sluiten echter niet uit dat we ooit eens samen met Der Blutharsch samen op het podium staan voor een speciaal gelegenheid.

Wie schreef de muziek voor “Void“? Hoewel Albin Julius en Marthynna deze keer niet deelnamen aan het schrijfproces, klinkt de plaat onmiskenbaar als Wolvennest, wat betekent dat jullie al vrij snel jullie eigen identiteit of muzikale niche hebben gevonden.
Kirby: De nummers voor “Void” werden gecomponeerd door Corvus, Marc en mezelf maar ook onze producer Déhà nam deel aan het schrijfproces. We beschouwen hem ondertussen ook als een volwaardig bandlid en hij is een echt muzikaal genie. We gaven hem heel veel vrijheid tijdens het opnameproces en hij begrijpt onze muziek en sfeer ook door en door. We werkten reeds met hem samen voor ons debuut maar aangezien hij nu in België woont, was hij voortdurend in de studio aanwezig. Bij de eerste plaat gebeurde alles via het uitwisselen van files via e-mail. Reeds met ons debuut vonden we onze eigen sound die we nu op “Void” verder uitdiepen.

Producer Déhà leverde niet alleen fantastisch werk met de sound van “Void” maar nam ook de drums, enkele pianostukken en de vocalen op afsluiter ‘La mort” voor zijn rekening. Hoe belangrijk is hij voor Wolvennest?
Corvus: Ik werkte voor het eerst met hem samen in 2013 denk ik. Zijn impact op alle platen die hij voor of met mij mixte is enorm. Hij werkt erg snel en efficiënt en stelt heel veel ideeën voor. Hij is een echte sound wizard en ik wil eigenlijk enkel nog met hem samenwerken, ongeacht voor welke band. Hij begint stilaan bekend te worden als black metal-producer maar hij nam ook reeds jazz- en zelfs rap-platen op, telkens met dezelfde hoge kwaliteit als resultaat. Hij staat voor een mooie en lange carrière als producer, neem dat van mij aan!

Jullie sound bevat elementen van stoner, black metal, krautrock, psychedelica en drone waardoor jullie muzikaal gezien erg breed kunnen gaan en met een breed scala aan bands kunnen optreden, getuige de shows die jullie reeds speelden met Urfaust, Dool, Electric Wizzard en Wolves In The Throne Room. Ik ben er sterk van overtuigd dat Wolvennest een band is die – net als een Amenra – uit de underground muziekscene kan breken en een veel breder publiek kan aanspreken, zonder muzikale toegevingen te doen.
Kirby: Sinds de start van Wolvennest hebben we het gevoel dat we iets speciaals aan het doen zijn, niet alleen op muzikaal vlak, maar ook de persoonlijke band tussen de leden is speciaal en “Void” bevestigt dat alleen maar. We genoten van elke show die we al gespeeld hebben en elk optreden was een unieke ervaring. We proberen Wolvennest ook wel een beetje speciaal te houden en gaan dus niet in op elke aanvraag die we binnen krijgen. Dit om te vermijden dat er routine in het live-element komt.

Hoewel Wolvennest een Nederlands woord is, zijn de songtitels in het Engels en Frans. Is dit symbolisch om de muzikale band tussen Nederlandstalige en Franstalige muzikanten te onderstrepen?
Kirby: Ik schreef alle songs voor “Void” en Marthynna nam deze rol op haar voor ons debuut. Ik leg onszelf geen restricties op qua taalgebruik voor teksten. Steeds meer en meer bands in onze muziekscene hanteren Franse teksten en die taal leent zich daar prima toe. Teksten schrijven is een echte uitdaging voor mij en ik doe dat even graag als muziek componeren. De teksten moeten passen bij de muziek en de persoon die de teksten zingt moet zichzelf overstijgen en uit zijn of haar comfortzone kruipen.

Zowel op jullie gelijknamige debuut als op de nieuwe plaat horen we Arabische bezweringen die uitgevoerd worden door Ismaïl Khalidi. Betreft het hier de Palestijns-Amerikaanse schrijver?
Kirby: Neen, Ismaïl is mijn Marokkaanse broeder die enkele jaren geleden naar België verhuisde en was de zanger van Goatcloaks. Na één jaar diende hij terug naar Marokko te keren, maar we bleven contact houden. Ik vertelde hem over mijn ideeën en hij wist reeds vanuit zijn tijd bij Goatcloaks dat ik interesse had in Arabische muziek (en we gebruikten ook reeds in die band Arabische kalligrafie). Hij ging in op mijn vraag om enkele Arabische teksten en bezwerende formules te vertolken. Ik ontdekte dat er een grote psychedelische kant verborgen zat in Arabische muziek die luisteraars in een soort van trance kan brengen. Dit element wou ik verder verkennen en integreren in de muziek van Wolvennest.

Het artwork van de plaat bevat een Arabische bezwering die geïnspireerd is op Nass El Ghiwane.
Kirby: Klopt. Nass El Ghiwane is één van de mooiste Marokkaanse muzikale projecten uit de jaren ’70 en ’80 waarbij mensen uit verschillende artistieke invalshoeken (muziek, theater, poëzie, …) samenwerken en ze konden mensen echt in een staat van trance brengen. Dat wilde ik ook met Wolvennest: via hypnotiserende en psychedelische elementen het publiek in vervoering brengen en ze samen met ons op een spirituele en rituele reis nemen.

Waar komt de fascinatie voor deze Arabische bezweringen vandaan?
Kirby: Ik ben een liefhebber van kunst in het algemeen en Arabische kalligrafie of muziek is meer dan enkel een tekening of melodie. Ik heb een platenwinkel en soms zet ik daar Oum Kalthoum of Farid El Atrache op en merk ik via de gelaatsuitdrukking van klanten  – zowel jong als oud – dat deze muziek hen emotioneel raakt, een sterk melancholisch karakter heeft en hen verbonden doet voelen met hun afkomst. Enkele maanden geleden bezocht ik de Marokkaanse woestijn samen met Ismail en ik raad iedereen die de essentie van het leven wil vatten aan dat ook eens te doen. Je komt daar dichter bij een positieve en meer echte realiteit waar alles eenvoudiger is en je kan afstand nemen van het alledaagse leven met haar verplichtingen en uitdagingen.

Wolvennest baadt in een occult aura wat vooral tijdens live shows opvalt middels de vele podiumattributen zoals doodshoofden, een altaar en wierook die jullie gebruiken. In welke mate zijn jullie in het dagelijkse leven met het occulte bezig en delen alle bandleden diezelfde interesse?
Corvus: Muziek is geluid dat op basis van patronen georganiseerd wordt. Haar roots zijn heel oud. Op ritmisch vlak proberen we het occulte aura te capteren dat je kan vinden in soundscapes of ambientmuziek. Onze live optredens ZIJN met andere woorden het ritueel. Ik vind het geweldig als ik merk dat mensen uit het publiek hun ogen sluiten. Onze muziek is donker maar op een positieve manier ook meditatief. Wat onze persoonlijke overtuigingen betreft zou het ERG spijtig zijn als we er allemaal dezelfde ideeën op zouden nahouden, niet? Tijdens onze live rituelen gaan er poorten open waarin elk van ons zichzelf kan vinden. Het is dan ook een cathartische ervaring voor ons.

Wolvennest 1

Mijn persoonlijke favoriet op de nieuwe plaat is het catchy en psychedelische “Ritual lovers“. Als ik me niet vergis, hoor ik in dit nummer de zanglijnen: “Here comes the deathrow…like the devil’s blood is raining over me”. Is er een link tussen de song en Selim Lemouchi of The Devil’s Blood?
Kirby: Er is inderdaad een link. Selim was een dierbare vriend met wie ik ooit samen naar Japan ben geweest (Selim met Judasville en ik met Arkangel). Sinds die tour zijn we contact blijven houden en ik herinner me nog het moment waarop hij me de eerste 7″ van The Devil’s Blood gaf. Selim en The Devil’s Blood openden de deuren voor een nieuw tijdperk aan metal met échte roots waarbij hij de rockmuziek met occulte elementen uit de late jaren ’60 en ’70 opnieuw heruitvond. Selim zal altijd één van de beste gitaristen blijven die ik ooit ontmoet heb.

Bobby Beausoleil, een Amerikaanse muzikant die een levenslange celstraf uitzit voor één van de befaamde Manson-moorden, schilderde de prachtige hoes van de plaat. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
Corvus: Shazzula kent Bobby al enkele jaren en maakte zelfs ooit een geweldige videoclip voor hem voor zijn uitvoering van het Eden Ahbez-nummer “Nature boy“. We hadden moeilijkheden bij het vinden van passend artwork, dus vroeg Shazzula Bobby of hij ons kon helpen. Hij ging op onze vraag in en presenteerde ons enkele van zijn schilderijen waaruit we de uiteindelijke albumcover kozen. Toen ik het afgewerkte resultaat in handen hield, bleek dat dit de juiste keuze was. Things happen for a reason!

Met een moordenaar samenwerken zal voor sommigen controversieel overkomen. Enkele jaren geleden moest de black metal-band Emperor zich verdedigen toen ze ter ere van het tienjarig bestaan van hun plaat “In the nightside eclipse” voor de live uitvoering ervan terug in zee gingen drummer Faust, die na 21 jaar was vrijgekomen voor de moord op een homo. Was je niet bang voor kritische reacties door met Bobby samen te werken?
Corvus: Bang zijn heeft geen enkele zin. We spelen deze muziek in de eerste plaats nog steeds voor onszelf: we willen trots zijn op onze albums. We beschouwen Bobby Beausoleil als een getalenteerd artiest. Alles werd reeds over zijn verleden geschreven, we kunnen hier niets meer aan toevoegen. We zijn muzikanten, geen justitieambtenaren, trollen of internet “warriors“. We leven in de echte wereld van verstand en nuances, niet van “like” en “dislike“-knoppen en radicale emoties.

Wolvennest 4

Ook Antifa heeft haar pijlen de laatste tijd weer gericht op de metalscene door bands als Taake, Marduk en Infernal War van Nazi-sympathieën te betichten. Hebben jullie al problemen met hen ondervonden aangezien de bandnaam een referentie kan zijn naar Hitler’s bunker die ook wel bekend is als “Wolfsschanze”?
Corvus: Als je terug in de tijd kijkt, zal je zien dat provocatief zijn erg relatief is. Waren de Beatles niet populairder dan Jezus? Als je het Kwaad wil zien, zal je dat overal in zien. Ik maak me zelf meer zorgen om de opkomst van het extremisme en individualisme in Europa dan om enkele bands die over de lijn gaan, maar ik veronderstel dat iedereen zijn eigen prioriteiten heeft aangaande wat er fout gaat in de wereld. Michel stelde de bandnaam “Wolvennest” voor nadat hij dit woord ergens onderweg in Nederland had gelezen, meer niet. We zijn allemaal positief ingestelde individuen met een open geest, zelfs als de muziek en haar aura donker zijn. Ik ben ervan overtuigd dat je de liefde en authenticiteit tijdens onze liveshows kan voelen. Ik sta ervan versteld hoe cathartisch onze shows kunnen zijn voor zowel het publiek als onszelf!

Hoe verloopt de samenwerking met Ván Records? Veel bands dromen ervan om samen te werken met dit label.
Corvus: Sven is het type persoon dat je kan vertrouwen, één van de belangrijkste eigenschappen om te overwegen wanneer je met een bepaald label wilt samenwerken. Hij bracht in het verleden reeds fantastische platen uit en ik hoop dat ook wij in dat rijtje passen!

Was het via Ván labeleigenaar Sven dat jullie met zijn ex-Nagelfar bandmakker en The Ruins Of Beverast mastermind Alexander von Meilenwald hebben samengewerkt op “L’Heure noire”? Dit nummer kent een sterk black metal-gevoel vanwege de blastbeats en klinkt erg bombastisch, wat natuurlijk wel past bij Alexander zijn stijl. Is dit een voorbode van de toekomstige richting die de band zal uitgaan?
Corvus: Leslie, die instaat voor onze video’s en projecties, kent Alexander al enkele jaren. Hij is ook organisator en booker en bracht The Ruins Of Beverast enkele jaren geleden al naar Brussel. Hij stuurde hem de song op en enkele dagen later ontvingen we zijn zanglijnen al terug. Toen ik deze voor het eerst hoorde, stond ik versteld van de puurheid en kwaliteit ervan. Je kan wel raden hoe blij ik als jarenlange trouwe fan wel niet was. En wat de blastbeats betreft: we hebben geen grenzen. Als het natuurlijk klinkt, is alles mogelijk. Let’s expect the unexpected for the future.

Reeds na de release van jullie debuut hadden jullie de mogelijkheid om met Wolvennest op gerenommeerde festivals zoals Roadburn, House Of The Holy, Desert Fest en Acherontic Arts Fest te spelen. Welke show beschouwen jullie tot hiertoe als jullie beste? 
Corvus: Als ik er één moet uitkiezen, is het waarschijnlijk die op House of The Holy in het Oostenrijkse Abtenau. Het podium of de “zaal” is een place out of space and time en deed je verbonden voelen met de Oude Wereld. Maar we leren uit elke live performance.

Hoe verliep de tour met Wolves In The Throne Room die jullie net afgerond hebben?
Corvus: De acht shows waren fantastisch. Alles verliep heel vlot aangezien ze een hardwerkende en serieuze band zijn met het hart op de juiste plaats. Ook muzikaal gezien was het een perfecte combo. Hun publiek stond heel open voor onze show, iets wat niet altijd het geval is als openingsband. Misschien komt er nog wel een tour als de timing juist zit. Wolvennest is ERG speciaal voor ons en we willen de juiste keuzes maken wat betreft live optredens.

Wolvennest 3(c) Burning Moon

Cult Of Erinyes – Tiberivs

Het Romeinse rijk heeft al menig metalband inspiratie gebracht, zo ook ons eigenste Cult Of Erinyes dat op haar nieuwe derde langspeler de periode van de heerschappij van Tiberius Iulius Caesar Augustus bezingt en muzikaal in kaart brengt. Het is een heerlijke vijfenvijftig minuten durende rituele black metal trip geworden waarin heel wat interessants te beleven valt en tal van (gast)muzikanten een bijdrage leveren zoals de Zweedse bassist Alex (Craft, Hypothermia) die goed hoorbaar de dikke snaren bespeelt in de intro “Achaea, 41 B.C.“. Cult Of Einyes is nog steeds het geesteskind van Corvus die op deze plaat door heel wat broeders van zijn andere bands (Psalm, Wolvennest) wordt bijgestaan. De vinnige, snijdende, maar bij momenten ook pakkende en meeslepende black – check die geweldige opener “Nero (divine providence)” waarin al deze facetten reeds aan bod komen – wordt door zanger Mastema met zijn uitbundige en variërende vocalen naar een nóg hoger niveau getild. Spijtig dat het zijn zwanenzang is geworden maar toch ook benieuwd hoe Déhà het er voortaan zal afbrengen als opvolger. Dit multi-talent is geen onbekende voor de band aangezien hij op “Tiberivs” ook al keyboard en gitaarpartijen verzorgde evenals de drumprogrammering, wat er trouwens écht niet aan te horen is (live zal de drummer van LVTHN en Kosmokrator achter de drumkruk kruipen). Déhà nam tevens de erg geslaagde mix en mastering – waarbij voldoende ademruimte werd gegeven voor de gelaagdheid van de muziek – voor zijn rekening nam. “Tiberivs” is duidelijk een conceptplaat die je in zijn geheel dient te ondergaan maar zijn geheimen slechts mondjesmaat prijsgeeft. De bijwijlen complexe songstructuren en licht progressieve invalshoek zijn hier debet aan, hoewel er ook voldoende furieuze recht-door-zee blastfestijnen te beleven vallen. Na een paar luisterbeurten springt de wolf, die op het cover artwork te zien is, uit de dichte mist om je bij je nekvel te grijpen en je mee te sleuren in deze overdonderende historische flashb(l)ack. “Germanicvs” is halfweg de plaat nog zo’n toptrack waarin met verschillende tempo’s gespeeld wordt en enkele killer riffs én solo’s de revue passeren, maar waarin ook ruimte voor atmosfeer behouden blijft. Afsluiten doet Cult Of Erinyes in stijl met het epische elf minuten durende “For centuries to come” dat in het beklijvende melancholische middenstuk meermaals aan het Zweedse Shining doet denken. “Tiberivs” is een plaat waarop old én new school black broederlijk hand in hand gaan en die weinig black metal liefhebbers onberoerd zal laten.

JOKKE: 88/100

Cult Of Erinyes – Tiberivs (Code 666 2017)
1. Achaea, 41 B.C.
2. Nero (divine providence)
3. Casus belli
4. Bred for war
5. Loner
6. Germanicus
7. First of Men
8. Damnatio memoriae
9. For  centuries to come