World Terror Committee

Striges – Verum veterum

Striges is één van de elvendertig projecten van de in de Finse blackmetalscene alomtegenwoordige Shatraug. Het was ietwat vreemd dat we dit jaar nog geen nieuwe releases van de man hadden gehoord, maar kijk, 2020 nadert zijn einde en de Fin trakteert ons naast een nieuwe (fantastische) plaat van Horna nu dus ook op de eerste langspeler van Striges, een intercontinentaal project waarin Shatraug samenwerkt met zijn landgenoot LRH, die ook al menig Finse blackmetalplaat inknuppelde, en de Amerikaanse screamer Vaedis die verder ook actief is bij Hellgoat en Vimur en de fakkel overneemt van de Australiër Blackheart die op de demo’s zong en drumde. Die demojaren liggen trouwens al behoorlijk ver achter ons (respectievelijk zeven en dertien jaar). Striges is dus duidelijk een project dat lang heeft liggen rijpen in Shatraug’s hersenpan. “Scourge of the ages” trapt “Verum veterum” zonder al te veel poespas en met een venijnige tremoloriff en begeleidende blasts in gang en laat horen dat de heren voor een krachtige en moderne sound opteerden. Hierdoor moeten ze eerlijkheidshalve wel wat inleveren op gebied van eigenheid, maar dat zal Shatraug en co ongetwijfeld worst wezen. Ik had even schrik dat Striges een eendimensionale ram- en blaasband zou zijn, maar halfweg het openingsnummer laat het trio zien ook mid-tempo passages, in dit geval vergezeld van heroïsche heldere diepe zang, in zijn muziek te willen intrigeren om het zo op dynamisch vlak boeiend te houden. Shatraug kent ondertussen het klappen van de zweep natuurlijk al wel en hem moeten we geen lesje in blackmetalsongwriting meer geven. Maar 90% van de speelduur gaat die voet toch wel voluit op het gaspedaal hoor. De tremolo picking melodieën vliegen ons volcontinu om de oren en boetseren een authentiek blackmetalgeluid vol passie en kracht dat heen en weer zwalpt over de grens tussen Finland en Zweden. Ik hoor hier bijvoorbeeld heel wat Setherial in. Bij een wat langer nummer als “Entwined in shadows, drawn to death” is het wat moeilijker om heel de rit bij de les te blijven, maar gelukkig wijst de catchy en pakkende volcontinu doordenderende thematische riff van het afsluitende “An ancient mournful soul” ons op het feit dat “Verum veterum” toch ook wel heel wat beklijvende momenten kent. Vaedis kan een aardig potje screamen maar daarbij zou hij wel wat meer hoogtes en laagtes mogen verkennen. Gelukkig schakelen zijn stembanden af en toe over op de reeds aangehaalde diepe heldere vocalen. Drummer LRH (o.a. Bythos en Horna) houdt de ritmische touwtjes strak in handen met zijn overwegend snel spel. Ook hier erg degelijk uitgevoerd, maar ook wel heel erg volgens het boekje. Met Striges bewijst vooral Shatraug nog maar eens dat hij haast elke seconde van de dag blackmetal ademt en nog niet van plan is zijn laatste adem snel uit te blazen.

JOKKE: 80/100

Striges – Verum veterum (Blut & Eisen/World Terror Committee 2020)
1. Scourge of the ages
2. Devouring the flame
3. Seven ghouls from the mountains of Mashu
4. Summoning the sorceress of the moon
5. Parched with eternal thirst
6. Entwined in shadows, drawn to death
7. An ancient mournful soul

Fides Inversa – Historia nocturna

Dat Gionata Potenti een wünderkind is hoef ik niet meer te vertellen. Met verdiensten bij onder andere Blut Aus Nord, Chaos Invocation, Darvaza, Enepsigos, Martröð en een verleden bij Acherontas heeft de Italiaan een bijzonder indrukwekkend palmares opgebouwd. In 2006 richtte hij onder het pseudoniem Omega A.D. samen met Void A.D. de entiteit Fides Inversa op, en drie jaar later werd het geniale “Hanc aciem sola retundit virtus (the algolagnia divine)” op de mensheid losgelaten, een album dat hier nog steeds heel regelmatig eens de revue passeert. Ook het prima “Mysterium tremendum et fascinans” (van een originele titel gesproken zeg) en de daaropvolgende “Rites of inverse incarnation” EP wisten onze honger voor orthodoxe black metal (hoe kan het ook anders bij een label als World Terror Committee?) te stillen. Anno 2020 komen de heren terug ten tonele, maar hebben een zeer interessante beslissing genomen: blijkbaar hadden de Italianen nood aan een zuchtje noorderwind dat eerder een wervelstorm is geworden, want niemand minder dan Wraath werd ingelijfd. Dezelfde Wraath die we kennen van ondermeer Darvaza, Behexen, Mare, Ritual Death en One Tail, One Head en die zonder enige twijfel één van de beste frontmannen binnen hedendaagse black metal is en zodus een aanwinst is voor zo goed als elk project waarmee hij in aanraking komt. Ook labeleigenaar Unhold is op de plaat te horen. De niet onbesproken Absurd-zanger speelde de baspartijen in maar zal live niet van de partij zijn. Zoals vanouds speelt Fides Inversa orthodoxe black metal volgens de regels van de kunst, maar het gitaarwerk klinkt gejaagder, opgefokter (“A wanderer’s call and orison”) en triomfantelijker (“I glance you with a touch…”) dan ooit, waarbij op dat laatste nummer de gecombineerde stemmen van Potenti en Wraath het nummer nog eens extra epiek meegeven. Op een nummer als “The Visit” blijkt dat de heren nog steeds goed geluisterd hebben naar “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” en “Paracletus”, maar Fides Inversa heeft gelukkig nog steeds een eigen smoelwerk. Geen klassieke intermezzo’s deze keer, al wordt er wel wat geëxperimenteerd met repetitieve gitaarloopjes en vooral helder ‘roepende’ zang, in “Syzygy” zelfs bijgestaan door hoge vrouwelijke vocalen, en in tegenstelling tot op “Rites of inverse incantation” is dit experiment hier meer dan geslaagd en creëert dit veel variatie op een album dat het voor de rest vooral van hoge tempo’s moet hebben en waar de retestrakke blast beats van Potenti de plek in de schijnwerpers opeisen. Na deze epiek grijpt het energieke “I am the iconoclasm” echter nog eens duidelijk terug naar de begindagen van de band, en komen ook wat thrash-invloeden van om de hoek piepen, wat ik enkel kan toejuichen! Fides Inversa heeft met de huidige line-up enkele knallers van muzikanten in de gelederen, en “Historia nocturna” is zodus opnieuw een zeer degelijk werk geworden dat in tegenstelling tot vorig werk een zeer volle sound heeft meegekregen, nog steeds nét wordt overschaduwd door het monumentale debuut maar voor de rest met kop en schouders boven de twee voorgaande releases uitsteekt.

CAS: 85/100

Fides Inversa – Historia nocturna (World Terror Committee Productions 2020)
1. Intro
2. A wanderer’s call and orison
3. Transcendental lawlessness
4. The visit
5. I glance at you with a touch…
6. Syzygy
7. I am the iconoclasm

Order Of Orias – Ablaze

Order Of Orias begot. Nooit gedacht dat deze Aussies nog eens van zich zouden laten horen. In 2011 maakten ze met het geweldige debuut “Inverse” deel uit va de eerste lichting black metal bands die een orthodox geluid lieten horen. Nadien explodeerde deze niche tot een maalstroom aan releases waarbij er enkele leiders zijn en vooral veel volgers. Nadien werd het echter stil rond Order Of Orias. In 2015 verscheen er nog wel een split met het Franse Aosoth, maar opnieuw hulde de band zich daarna al vrij snel in stilzwijgen. Tot nu dus, want negen jaar na het debuut komt opvolger “Ablaze” uit de lucht gevallen, nog steeds via het Duitse W.T.C., een label met een groot aandeel in de orthodoxe black metal-stroming. De line-up van Order Of Orias is op negen jaar tijd – net als mijn haar – serieus uitgedund. Enkel zanger A.S. en gitarist/bassist D.A. zijn nog van de partij, voor de gelegenheid aangevuld met sessiedrummer Jarro Raphael van Nocturnal Graves. Het fijne aan Order Of Orias is dat het duo niet voortdurend snelheidsrecords wil breken. Er zijn natuurlijk de haast obligate snelle rampetampers zoals de binnenvaller “Blood to dust” en “Raging idols” waarin D.A. zich met een solo en enkele melodieuze leads kan uitleven, maar een nummer als “Gleaming night” moet het toch eerder van down- tot mid-tempo gemusiceer hebben. Het resulteert in een track waarin een onderhuidse spanning voortdurend latent is in de grootse open akkoorden. In “Snares and thorns” duikelt het tempo nog meer de dieperik in en houdt A.S. ons met zijn gravelstrot in de ban. Opnieuw doet een meeslepende gitaarsolo de rillingen over onze rug lopen. Wanneer de zeven minutende song tweederde ver is, kletsen ze met een kort maar krachtige en onverwachte versnelling om onze oren alvorens in de finale terug de atmosferische en melodieuze kaart te trekken. Ook “Crowned in brass” jongleert zo wat met elke tempo dat gangbaar is binnen extreme metal en zet wederom in op melodische leads. Afsluiter “Dawning light” is erg catchy van opzet met heel wat pakkend doom/death/black gitaarwerk om van te smullen en een opzwepende vibe gaande van rock tot thrash-ritmes. BST (The Order of Apollyon, ex-Aosoth) zat achter de knoppen en zoals steeds resulteert dat in een puike sound: krachtig en transparant, maar met voldoende grain. Ook al is het orthodoxe black metal genre ondertussen compleet uitgemolken, Order Of Orias is er met glans in geslaagd om toch nog een interessante plaat af te leveren door vooral de dynamiek in het oog te houden en veelvuldig op melodie in te zetten.

JOKKE: 86/100

Order Of Orias – Ablaze (World Terror Committee 2020)
1. Blood to dust
2. Gleaming night
3. Raging idols
4. Snares and thorns
5. Crowned in brass
6. Dawning light

Membaris – Misanthrosophie

Het Duitse Membaris heeft al heel wat jaren op de teller staan en was vooral sinds diens oprichting in 1999 tot aan 2014 productief wat resulteerde in vier langspelers, een demo en twee splits. Ik had nog nooit van de band gehoord wat te wijten kan zijn aan het feit dat ik de black metal-scene van onze oosterburen begin jaren 2000 niet altijd op de voet volgde doordat middelmatigheid vaak troef was. Nu W.T.C. zijn schouders onder de band zet, kwam Membaris op mijn radar terecht. Het artwork van Karmazid dat op “Misanthrosophie“, langspeler nummer vijf, prijkt, mag dan wel een futuristische/moderne insteek hebben, de zwartmetalen klanken van Membaris staan met beide voeten diep in second wave black geworteld. Aan een intro doen de heren Obscurus (drums, gitaren, zang) en Kraal (gitaren, bas, zang) in elk geval niet mee want “Architektur fern Struktur” voelt meteen als een vuist in een overvolle maag aan. De drums ratelen als een bezetene en er gaat geen enkele snare-aanslag onhoorbaar aan ons voorbij dankzij een krachtige en transparante mix en mastering van Abigor’s TT. Even vreesde ik 54 minuten durende voortrazende eenheidsworst voorgeschoteld te hebben gekregen, maar die angst was ongegrond want vanaf de opener wordt duidelijk gemaakt dat het duo heel wat tijd en energie heeft gestoken in het uittekenen van dynamische structuren en contouren. Ook in het vocaal departement is het afwisseling troef waarbij de semi-cleane semi-raspende zang een heuse portie Kampfar in de strijd gooit. “Nebel Haras” wordt gekenmerkt door majestueuze melodieën die zich, ondersteund door intense drumsnelheden, ontplooien en uitmonden in een adembenemende solo waarvoor een zekere Stefan Hofmann optekende. “My path of stars” wordt door een vocaal krijsexperimentje voorafgegaan en bevat een spannende wisselwerking tussen agressie en melodie, duivels gekrijs en pompeuze heldere zang. Het negen minuten durende “Constant companion” wordt opnieuw middels een flitsende solo in gang getrapt en de vocalen doen in dit nummer meer dan eens aan Ihsahn denken wanneer ze voor een hesere insteek gaan. Een meeslepende melodieuze solo brengt ons in vervoering en neemt ons mee op sleeptouw gedurende de resterende vijf minuten van dit pakkende epos. Halfweg “Misanthrosophie” lassen Obscurus en Kraal met “The only reason to stay” een akoestisch intermezzo ondersteund door heldere klaagzang in. “Imaginations through the horn-crowned skull” heeft een minuutje nodig om zich tot een Zweeds aandoende rampestamper te ontpoppen waarbij diepere vocalen ook wat death metal aan het klankpallet toevoegen. Het intense meer compacte “Pulsar” zet de meer rechttoe rechtaan aanpak van het voorgaande nummer verder, alvast wat het hondsdolle drumptempo en de bijtende riffs betreft, want op vocaal vlak valt weer heel wat te beleven waarbij beide zangers laten horen wat ze in hun mars hebben. Net wanneer je denkt het wel even allemaal gehoord te hebben omdat de titeltrack ook weer recht voor de raap blijkt te zijn, zakt het tempo hoewel Obscurus het gaspedaal nadien toch weer snel weet terug te vinden. Het Duits geblaf klinkt agressief, maar ondanks het feit dat dit nummer tot titeltrack gebombardeerd werd, vind ik het misschien wel het minste van de plaat. Gelukkige herpakken de heren zich met de lange afsluiter “Aus Tiefen empor…” waarin het op en top genieten is van de blastsalvo’s, vurige riffs, bijtende Duitstalige screams en pakkende melodieën inclusief ferme leads. Obscurus hield zich voorafgaand aan deze “wederopstanding” bezig met o.a. Porta Nigra en Chaos Invocation, maar ik ben maar wat blij dat hij Membaris van onder de mottenballen heeft gehaald om deze kraker op ons los te laten. “Misanthrosophie” is een dynamisch luisterspel dat heel wat voor de luisteraar in petto heeft, maar nergens verliezen deze twee veteranen de controle. De touwtjes worden immers strak in handen gehouden en op geen enkel departement vliegt Membaris uit de bocht. Misschien toch maar eens in het verleden van de band duiken.

JOKKE: 87/100

Membaris – Misanthrosopie (World Terror Committee 2020)
1. Architektur fern Struktur
2. Nebel Haras
3. My path of stars
4. Constant companion
5. The only reason to stay
6. Imaginations through the horn-crowned skull
7. Pulsar
8. Misanthrosophie
9. Aus Tiefen empor…

Serpent Noir – Death clan OD

Serpent Noir is zo’n band die haar occulte thematiek dodelijk serieus neemt. U weze gewaarschuwd! Kijk maar eens naar de hieronder geposte rituele videoclip van “Goeh Ra Reah: Garm unchained“, de afsluiter van “Death clan OD“, de derde langspeler voor het Griekse gezelschap (hoewel bassist Johannes Kvarnbrink (o.a. Mortuus) over een Zweeds paspoort beschikt). In dit experimentele nummer horen we Thomas Karlsson, occult schrijver en stichter van de magische orde van de “Dragon Rouge” op zang. De Zweed verzorgde tevens alle teksten voor deze plaat, iets wat hij in het verleden ook al deed voor o.a. Therion, Saturnalia Temple en Ofermod. Wat overduidelijk opvalt is dat het tempo op “Death clan OD” een pak hoger ligt dan op voorganger “Erotomysticism“. Bovendien verwerkt bandleider Y.K. heel wat elementen van traditionele heavy metal in zijn occulte black. Ondanks een speelduur van zo’n 37 minuten, lijkt de plaat door haar divers karakter, de soms verhalende opzet van de nummers en de nodige dynamiek en variatie langer te duren. “Asmodeus: The sword of Golachab” is hier een mooi voorbeeld van. Net wanneer je denkt dat het nummer er na de melodieuze lead gitaarpartij op zit, volgt nog een introverte passage vol clean gitaarwerk en ambient-geluiden. Het vormt de perfecte overgang naar “Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah” dat na een korte spanningsopbouw volledig losbarst in helse black waarin de voorliefde voor heavy metal bij wijlen boven komt drijven. Met “Death clan OD” levert het zwarte serpent haar meest venijnige plaat tot op heden uit. Liefhebbers van occulte black weten wat doen.

JOKKE: 82/100

Serpent Noir – Death clan OD (World Terror Committee 2020)
1. The black knighthood of OD
2. Cutting the umbilical cord of hel
3. Hexcraft
4. Asmodeus: The sword of Golachab
5. Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah
6. Necrobiological chant of Talas
7. Goeh Ra Reah: Garm unchained

Vaeok – Vaeok

Wanneer, na een sfeerscheppende inleidende passage, de eerste metalen tonen van “Terricula nox” uit de boxen schallen, dacht ik even met nieuw werk van Nightbringer te doen te hebben, want de snerpende gitaarriffs en Gollum-achtige vocalen klinken me bekend in de oren. Nu is dat op zich niet zo gek als we weten dat VJS (Sargeist, Kult ov Azazel, Adaestuo, Demoncy en dus ook Nightbringer), naast de mij onbekende M.S., één van de twee spilfiguren in deze nieuwe band is. Een verschil met Nightbringer is dat Vaeok kosmische toetsenpartijen aan haar atmosferische black toevoegt zonder écht symfonische paden te bewandelen. Denk aan een mix van enkele grootheden uit de jaren negentig zoals Emperor (de majestueuze toetsen) of Diabolical Masquerade (de vinnige agressie). Het tempo ligt regelmatig verschroeiend hoog, maar door een geslaagde productie van de Necromorbus Studio verzanden de flitsende passages nergens in een brij. Het tweede nummer, “Atrox“, bevat een melodieus refrein dat “Mother north’‘-gewijs in arena’s zou kunnen meegekeeld worden, maar iets zegt me dat Vaeok nooit zo’n grote band zal worden. Daar is de concurrentie tegenwoordig te moordend voor (waar ik absoluut niet mee wil zeggen dat dit geen kwalitatieve release is) en Vaeok’s muzikanten te integer. Sterke EP!

JOKKE: 81/100

Vaeok – Vaeok (World Terror Committee 2020)
1. Terricula nox
2. Atrox
3. Malaesthete
4. Souls void

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split

Een Oostenrijkse Käsespätzle met Griekse feta, het zou misschien nog wel lekker zijn. Ook al is dit misschien eerder iets voor de nog op te richten kookblog “Addergebraad” in plaats van deze muzieksite. Soit, ik zocht een bruggetje om over te gaan naar deze collaboratie tussen het Oostenrijkse Amestigon en het voor mij onbekende Heretic Cult Redeemer, een band die al een decennium lang in de Griekse scene rond dwarrelt. Beide bands sloegen de handen in mekaar voor een split waarvoor telkens één nummer werd aangeleverd, maar dan wel van respectievelijk dertien en twaalf minuten. Dergelijke lange epossen waren we reeds gewend van Amestigon’s “Thier“-plaat uit 2015; voor de Grieken is het een primeur. De Oostenrijkse band met enkele (ex-)leden van Abigor en Summoning bijt de spits af met een opus getiteld “Qvri Okbish 718“. De compositie kruipt aanvankelijk geniepig langzaam vooruit totdat de drummer rond 3:30 het tempo de hoogte in jaagt. Het venijn wordt uitgespuwd middels repetitieve black metal inclusief bezwerende basgitaar maar na enkele minuten doorspekken de muzikanten hun zwartgeblakerde creatie met enkele hypnotiserende tonen en melodieuze, uit post-metal ontleende elementen. De zinderende finale moet het hebben van haar repetitieve blastmodus en hypnotiserende riffs, waarbij de zanger en zijn nogal droge strot besloten hebben de instrumenten het verhaal te laten vertellen. Het maakt van “Qvri Okbish 718” een interessante compositie waarin heel wat te beleven valt. Na deze helse rit laten we Wenen voor wat het is en verkassen we naar Athene voor “In the depths of the nine chambers of fire“. De sound van dit epos klinkt wat scheller en zanger Funus hanteert een semi-raspende semi-cleane strot, wat deze band meteen in het occulte black metal-hoekje duwt. Muzikaal gezien gebeurt er heel wat. Trage gitaarpartijen gaan haast voortdurend in de clinch met uptempo drumwerk en de Grieken zijn niet vies van een streep dissonantie links of rechts. De overgangen blijven mekaar in sneltempo opvolgen wat maakt dat er heel wat info op de luisteraar afgevuurd wordt. Het maakt van “In the depths of the nine chambers of fire” een eerder fragmentarische aangelegenheid. Vanaf 4:20 heeft een psychedelisch gitaarlijntje het minutenlang alleen voor het zeggen. Je verwacht je natuurlijk op een bepaald moment aan een uitbarsting, maar Heretic Cult Redeemer beslist om de spanningsboog traag en gestaag terug aan te spannen. Drummer Vagelis Felonis blijft allerhande druk drumwerk onder de bezwerende riffs plaatsen en uiteindelijk leveren de Grieken ook een overdonderende apotheose af. Best een aardige split.

JOKKE: 79/100 (Amestigon: 82/100 – Heretic Cult Redeemer: 76/100)

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split (World Terror Committee 2019)
1. Amestigon – Qvri Okbish 718
2. Heretic Cult Redeemer – In the depths of the nine chambers of fire

Dysangelium – Death leading

Het Duitse label World Terror Committee (W.T.C. dus) lijkt precies al even over zijn hoogdagen heen te zijn, zeker nu de golf aan orthodox geïnspireerde theologisch neuzelende bands wat lijkt uitgeraasd. Eind 2019 slaat het label dan toch nog terug middels de release van twee langverwachte albums. Eentje daarvan is “Death leading”, Dysangeliums vervolg op het in mijn ogen geniale Thánatos áskēsis, dat alweer uit 2015 dateert en me steeds is bijgebleven omwille van de fantastische liveshow die de band neerpootte in Het Bos, als opener voor Vassafor, Ascension en Bölzer. Vier jaar later zijn we, en nog steeds schalt het debuut regelmatig door de speakers. Blij waren we dan ook toen we de promomail voor “Death leading” in de virtuele postbus kregen, waarbij het label ons belooft dat de band meer matuur is geworden en de jeugdig flakkerende vlammen ontaard zijn in de smeulende kolen der wijsheid. Helaas zijn kolen over het algemeen minder fascinerend om naar te kijken, net zoals Dysangelium ook een pak minder weet te beklijven. Het volledig analoog geproducet (pluspunten!) album gaat verder op het élan geschetst door het debuut, maar pakt het allemaal wat braver aan. Het orthodoxe riffwerk blijft behouden, net zoals de prominente bassound – al treedt die hier soms iets té veel op de voorgrond waardoor de rest wat verloren gaat. Wat wél nog steeds op en top is zijn de raspende, ruwe keelklanken die frontman Sektarist 0 produceert. Topzanger! Jammer genoeg heb ik het gevoel dat de trend van eenheidsworst bij de W.T.C.-bands wat is ingezet. Zo horen we in “The great work” een hoop gitaarwerk dat rechtstreeks van Ascensions Under ether afkomstig kan zijn. Net doordat het album zo goed geproducet is doet het allemaal ook wat gepolijst en (durf ik het zeggen?) braaf aan. Ik mis de bravoure, oprechte kwaadheid en een zeker fuck off-gehalte die zo omnipresent waren op eerder materiaal. Het tweede album van een band met een geniaal debuut is cruciaal, en maar al te vaak blijf ik wat op mijn honger zitten. Wie weet brengt de volgende W.T.C.-release soelaas?

CAS: 72/100

Dysangelium – Death leading (World Terror Committee 2019)
1. XIII
2. Fated
3. Homo larvalis
4. Death leading
5. The great work
6. Through henbane nebulah
7. Venus inverse
8. When death and evil rise

Flagellant/Orcivus – Split

Al het materiaal dat het Zweedse Flagellant na diens tweede langspeler “Maledictum” (uit 2013 weeral) losliet, is eigenlijk niet spiksplinternieuw. Het nummer “Great illuminationg void awareness” dat op de vorig jaar verschenen “Ekstrophë“-compilatie preek, dateerde al van voor “Maledictum” en de nummers die we nu via een split met de landgenoten Orcivus voorgeschoteld krijgen, werden ook reeds eind 2015 vereeuwigd. Beide bands leverden vier songs af, goed voor 37 minuten black metal van het gitzwarte soort. Flagellant heeft geen tierlantijntjes en occulte hocus pocus nodig om zijn duivelse boodschap aan de man te brengen. De Zweden leveren altijd bovengemiddeld sterke nummers af maar “The fires are lit” springt er dankzij diens Svartsyn-vibe wat mij betreft bovenuit. Op dit nummer is het trouwens Orcivus zanger Mortifer die de honneurs achter de microfoon waarneemt. Wat Orcivus betreft, moeten we voor diens laatste langspeler “Est deus in nobis” al negen jaar terug de tijd induiken, hoewel in 2016 nog wel een nummer werd aangebracht voor een split EP met Excessum. Orcivus’ zwartmetalen klanken klinken iets scheller en dunner vergeleken met het zwaardere, door een ronkende basgitaar voortgedreven geluid van Flagellant en leunen dicht aan bij een Watain ten tijde van diens debuut. Het orthodox satanische karakter van deze Zweden wordt in de verf gezet door het enigmatisch aura dat de songs uitstralen. De songstructuren zijn iets uitdagender vergeleken met Flagellant, maar ook hier blijven sacrale gezangen, rituele ambient en overige toeters en bellen in de kelder opgeslagen. Regelmatig wordt het spanningsveld opgezocht tussen trage gitaarriffs waaronder snelle drums voor een opwindende hartpuls zorgen. Mits “Tattered beliefs” laat Orcivus zien dat ook een pakkend traag nummer met meer rockende riffs schrijven mogelijk is. Meteen ook de uitschieter aan diens kant. “Black sun of illumination” werd ingezongen door Flagellant vocalist E. Op deze manier is er dus sprake van een grotere verbondenheid tussen beide bands dan het louter aanbrengen van enkele nummers, wat toch steeds een meerwaarde is bij splits. Geslaagde release met knap artwork van Karmazid voor liefhebbers van Ofermod, Svartsyn, Watain en Malign.

JOKKE: 83/100 (Flagellant: 82/100; Orcivus: 84/100)

Flagellant/Orcivus – Split (World Terror Committee 2019)
1. Flagellant – Barbarous names of evocation
2. Flagellant – Globus cruciger
3. Flagellant – The fires are lit
4. Flagellant – Ten spheres
5. Orcivus – Monumental ending
6. Orcivus – Breaking the seals
7. Orcivus – Black sun of illumination
8. Orcivus – Tattered beliefs

Barshasketh – Barshasketh

Het van Nieuw-Zeeland naar Schotland verkaste Barshasketh volgen we al een tijdje; sinds het uit 2010 afstammende debuut “Defying the bonds of cosmic thraldom” om meer precies te zijn. Sinds den beginne had oprichter Krigeist het spelen van pure second-wave black metal met zijn éénmansband voor ogen. Een naam als Gorgoroth kwam vaak terug als richtingaanwijzer in zijn muzikale creaties, zo ook op de albums “Ophidian henosis” en de conceptuele split “Sein/Zeit” met het Pools Outre. Ondertussen wist Krigeist een volledige bezetting rondom zich te bouwen met de Finse drummer MK (Hautakammio, ex-Kalmankantaja) als laatste aanwinst. Een decennium na haar oprichting brengt Barshasketh nu haar vierde self-titled-plaat uit, de derde voor World Terror Committee. Wie zich altijd al afvroeg waar de mysterieuze bandnaam vandaan komt, zal het antwoord vinden op het nieuwe album dat gebaseerd is op het concept ‘Be’er Shachat‘ waar de naam Barshasketh van afgeleid werd. Het is een esoterische term en één van de zeven divisies van de hel die opduikt in de Qliphoth van de Joodse Kaballah en draait om het cyclische proces van het bestaan doorheen fases van vernietiging, zuivering en wedergeboorte. “Barshasketh” klokt op een ruime 54 minuten af en laat nog steeds second wave black horen met venijnige power chords, tremolo riffs en single chord partijen. Het eerder vernoemde Gorgoroth, maar ook een Dark Funeral is nooit veraf. De bassist is goed hoorbaar en geeft diepte aan de songs maar de ster van de plaat is ongetwijfeld drummer MK die leuke twists in zijn drumspel inbouwde. Let bijvoorbeeld eens op die gezwinde versnellingen die hij in “Ruin I” uit zijn mouw tovert. De plaat werd opnieuw vereeuwigd in de Necromorbus Studio wat een sound aflevert die erg geschikt is voor dit genre (maar ook wel een tikkeltje generisch klinkt) waarbij de balans tussen atmosfeer en agressie erg belangrijk is. In “Consciousness I” duiken melodieuze leads op en de melodieuze kaart wordt nog verder getrokken in het tweede deel van het nummer dat met cleane gitaren start en halfweg een morbide intermezzo bevat alvorens volledig los te barsten in de flitsende finale. Ook het tweede deel van “Ruin” is episch van opzet. Aanvankelijk word je nog compleet murw geslagen door diens hondsdolle snelheden, maar halfweg passeren een Watain-achtig stukje, cleane gitaren en subtiele cymbaalaccenten waarna een Slayer-riff het supersnelle einde inluidt. In “Rebirth” trekken progressieve Emperoriaanse riffs dan weer de aandacht. Als kers op de taart heeft Barshasketh met het afsluitende “Recrudescense” nog het langste nummer van de plaat voor ons in petto waarin allerlei rituele gezangen de revue passeren. Het ontbreken van een eigen identiteit maakt Barshasketh goed met het uitermate strakke spel en de beste nummers die ze ooit geschreven hebben. Met stip hun beste werk tot op heden.

JOKKE: 85/100

Barshasketh – Barshasketh (World Terror Committee 2019)
1. Vacillation
2. Resolve
3. Consciousness I
4. Consciousness II
5. Ruin I
6. Ruin II
7. Rebirth
8. Recrudescense