Wormlust

Illkynja – Sæti sálarinnar

Malignant”, of kwaadaardig, in het Islenska, weet het internet mij te vertellen. De band heeft zijn naam niet gestolen. Illkynja speelt een erg sinistere en onthutsende maar dan toch ook weer herkenbare stijl, in vergelijking met de modale blackmetalband uit IJsland. De gitaarlijnen zijn schel, rauw en corrosief, maar niet koud. De drums klinken zoals we ze horen willen van nog zo’n volledig in mysterie gehulde band uit het dunst bevolkte land in Europa: brutaal, agressief, methodologisch, als een hamer die je hersenpan volleerd tot maalsel dondert. De zanger heeft een heel eigen stemgeluid, waarmee hij perfect als gastheer fungeert om je de poorten van deze introspectieve hel te presenteren. Als geheel slaat de band er verder naadloos in je onder te dompelen in deze tormentueuze verdommenis en de uitgang vlak voor je neus en zonder verpinken in honderd stukken te scheuren. Dat is “Sæti sálarinnar“, ofte “De zetel van de ziel”. Illkynja weet je met hun enorm dissonante geluid te grijpen op nagenoeg elk van de negen tracks op deze LP, maar ze stralen helemaal wanneer er in die wanklanken ruimte wordt gelaten voor langgerekte post-riffs en experimenteren. Auditief gezien ligt dat laatste niet ontiegelijk ver verwijderd van wat onderstaande zo fantastisch vindt aan “The feral wisdom” van Wormlust. Een nummer als “Allt er glatað” springt er meteen uit. Zodra de gitaarlijnen echt de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen tot de verslavende edoch misselijkmakende golven van een pikdonkere en allesomvattende watermassa, wordt het geheel pas echt mooi. Dit zolang de sound niet teveel moet inboeten aan tomeloze gewelddadigheid, maar die blijft op “Sæti Sálarinnar” gelukkig centraal staan. “Pest“, bijvoorbeeld – maar eigenlijk de volledige tweede helft van de plaat – kent geen enkele genade voor de wekere zielen onder ons. ‘Sæti sálarinnar’ zet deze nieuwe band meteen op de kaart. Er zijn momenten waarop je wat verloren loopt doorheen het album. De opbouw herinrichten zou hierbij het verschil hebben kunnen maken, maar er schemert ook wat jeugdig enthousiasme door dat schoonheidsfoutjes in de productie heeft laten gaan. Het geheel is bijtend, grommend en enigmatisch, en het smaakt naar meer. Laat dat het voornaamste zijn om hier te onthouden.

Jules: 78/100

Illkynja – Sæti sálarinnar (Goathorned Productions 2020)
1. Ég er ljósið, eldurinn og upphafið
2. Holdið
3. Allt er glatað
4. Dauðaþögn
5. Sjálfseyðing
6. Sæti Sálarinnar
7. Guðhaus
8. Pest
9. Dýrð í harmleik

Nexion – Seven oracles

De IJslandse scene is nog steeds springlevend en lijdt dus allesbehalve aan bloedarmoede, want naast reeds gevestigde namen als Svartidauði, Misþyrming, Sinmara, Naðra, Auðn, Wormlust of Rebirth Of Nefast was er dit jaar ook al een nieuwe instroom met platen van meer recente acts als Helfró, Nyrst en dit Nexion. Vier van de vijf leden zijn nog in andere bands actief, maar dat zijn voor een keer eens niet de gangbare namen die iedereen nu wel al kent. Wat meteen opvalt aan “Seven oracles“, de eerste volwaardige langspeler nadat in 2017 al een self titled EP verscheen, is het machtige artwork van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal dat een heus concept verraadt. Op het coverontwerp prijkt een zevenkoppig beest dat verschijnt voor een figuur die een offer brengt in ruil voor wijsheid. Elk hoofd van het beest is zijn eigen orakel, zijn eigen lied of eigen boodschap voor de ontvanger en behandelt de aard van het bestaan ​​vanuit een andere hoek. Voor de opnames van deze conceptplaat trok Nexion naar de Studio Emissary, wat natuurlijk voor een IJslandse band geen verrassing mag wezen. Qua sound past Nexion in het eerder modern klinkend straatje van landgenoten Helfró en Nyrst waarbij er aan de vurige black metal basis ook her en der kleine death metal toetsen toegevoed worden, vooral op vocaal vlak dan. Frontman Jósúa Rood…hé die naam klinkt toch totaal niet IJslands?! Klopt! Deze Amerikaan verkaste naar IJsland voor een academische studie omtrent oud Noordse religieuze geschiedenis. Ik was dus aan het typen dat de frontman over een ferme strot beschikt die niet alleen verschillende toonhoogtes aan extreme metal vocalen produceert, maar ook regelmatig heldere sacrale gezangen ten berde brengt. Een nummer als “Divine wind and holocaust clouds” klink dan ook haast goddelijk, zowel op vocaal als muzikaal niveau. Een andere kracht van Nexion zit hem in de zinderende riffs en leads die door gitaristen Jóhannes Smári Smárason en Óskar Rúnarsson op de luisteraar afgevuurd worden. Een beetje dezelfde aanpak als die van Helfró, maar waar bij die band de Dark Funeral invloeden ontegensprekelijk aanwezig zijn, is het hier moeilijker om één bepaalde band als inspiratiebron aan te duiden. Straf ook hoeveel goede drummers er eigenlijk op dat eiland rond lopen want Sigurður Jakobsson mept het boeltje – grotendeels aan een rotvaart – vakkundig aan mekaar, hoewel het pompende van koortjes en orchestratie voorziene “Sanctum amentiae” halfweg de plaat voor een rustpunt zorgt, ook al is dat heel relatief. De eerste zes nummers klinken reeds allesbehalve misselijkmakend, maar met het meer dan negen minuten durende, meer epische “The last messiah” volgt dan nog het kroonjuweel van “Seven oracles“. De haast op een post-rock achtige manier uitwaaierende gitaarmelodie brengt me keer op keer in hogere sferen. Markeer de zomerzonnewende (20 juni) in uw agenda want dan verschijnt dit pareltje via Avantgarde Music!

JOKKE: 85/100

Nexion – Seven oracles (Avantgarde Music 2020)
1. Seven oracles
2. Revelation of unbeing
3. Divine wind and holocaust clouds
4. Sanctum amentiae
5. Utterances of broken throats
6. The spirit of black breath
7. The last messiah

Skáphe & Wormlust – Kosmískur hryllingur

Het is al lang geen geheim meer dat er een duidelijke connectie bestaat tussen de crème de la crème van zowel de IJslandse als Noord-Amerikaanse scenes, en we steken evenmin onder stoelen of banken dat we er grote fan van zijn. Na het ter ziele gaan van Fallen Empire Records werd de vaandel doorgegeven aan het Mystískaos van Alex Poole (Chaos Moon, Entheogen, Gardsghastr) en H.V. Lyngdal (Wormlust), twee artiesten die samen nog wel enkele projecten hebben. Deze keer gaat het niet om een nieuw project, maar draait het rond een collaboratie tussen de zwartgallige entiteiten Wormlust en Skáphe – zodus is ook Dagur Gíslason van Misþyrming van de partij. Deze collaboratie (géén split!) werd “Kosmískur hryllingur” genoemd, een naam die ik nooit zal proberen uitspreken. In zesendertig luttele minuten, gesplitst in twee nummers, wordt gepoogd aan de luisteraar een aanval van zuivere claustrofobie te ontlokken, een race tegen de tikkende klok die het album aftrapt en afsluit. Als je dacht dat er op het kleurrijke artwork (waaraan oudgediende Metastazis meewerkte) al veel te beleven viel: guess again. De titel vertaalt zich vanuit het IJslands naar ‘kosmische horror’, en zelden dekte een naam zo goed de lading. Doorheen de structuurloze nummers wordt een bijzonder naargeestig en bedrukkend gevoel neergepoot, zoals we al hadden zien aankomen afgaande op de namen van de betrokken bands. Gaande van slepende, oncomfortabele passages waar melodieuze doch dissonante leads over een sinistere laag gitaarwerk worden gedrapeerd tot climaxen waarin het gaspedaal vol wordt ingedrukt, Skáphe/Wormlust laten geen spaander heel van je mentale belevingswereld en sleurt je mee in de krochten van het desolaat landschap dat hun sonische terreuraanval creëert. Ik meen vocale verdiensten van alle drie de heren te ontwaren waarbij Poole en Lyngdal voornamelijk in het eerste nummer voorkomen terwijl Gíslason op de tweede track de plek in de spotlights opeist, iets wat de diversiteit op een toch al divers werk enkel ten goede komt. Daar waar “Þeógónía” bij momenten pure chaos uitstraalt moet “Vaxvængir vonar” het vooral hebben van een langer uitgesponnen, mid-tempo aanpak. Niet getreurd, want ook hier wordt het tempo naar het einde toe ferm de hoogte in gejaagd. Zoals we van deze heren gewend zijn is ook de productie weer op en top, met dank aan BST Studios. Voor zij die houden van een bevreemdende, haast duistere psychedelische trip ondersteund door sporadisch ingezette keyboards in hun black metal is dit “Kosmískur hryllingur” absoluut verplichte kost! Ik haalde het al aan, maar deze release valt in twee woorden samen te vatten: pure claustrofobie.

CAS: 85/100

Skáphe & Wormlust: Kosmískur hryllingur (Mystískaos 2019)
1. Þeógónía
2. Vaxvængir vonar

Délirant – Délirant

Het Mystískaos-collectief heeft nog heel wat lekkers voor ons in petto. Zo verschijnt er volgend jaar materiaal van o.a. Kosmikur Hryllingur, Andavald, Gardsghastr, Wormlust (“Hallucinogenesis“), een Wormlust/Skaphe-collaboratie, een Entheogen/Ljain-samenwerking en een gedeeld Mystiskaos/Ancient Records-project. Enkele dagen geleden bezorgde het debuut van Guðveiki ons nog een pandoering van jewelste en op de valreep van 2018 schotelt het label ons ook nog Délirant voor. Hoewel de Franse bandnaam (die “ijlend” betekent) anders doet vermoeden, is de oorsprong van deze éénmansband in Spanje te vinden. Op muzikaal vlak past Délirant perfect binnen de Mystískaos-esthetiek. De vier nummers op dit eerste wapenfeit klinken griezelig beklemmend zonder enkel dissonante geluiden op de luisteraar af te vuren. Er valt immers ook wel wat melodie te bespeuren die leentjebuur lijkt te spelen bij enkele bands van de Portugese Aldebaran-cirkel, hoewel de productie wel beter is (en zeker voor een tape). Bij Délirant draait het om het zoeken van schoonheid in de verschrikkingen van deze wereld. Na een griezelige introductie ontpopt de dertien minuten durende opener zich tot een beest van een black metal-nummer waarin sterk verwrongen vocalen en groezelige melodieën een bedwelmende roes opwekken. De maniakale ijle uithalen doorprikken meermaals je trommelvliezen en repetitieve hallucinogene riffcocktails bezorgen je een draaierig gevoel. Omineuze orgelklanken bezorgen het geheel nog een extra naargeestig randje terwijl de ijzingwekkende krijsen van D.B. het nummer in een horroreske opera omtoveren. Het tweede nummer is compacter van structuur en opzet en bevat slepende leads die je langs alle kanten omsingelen, maar gunt je ook enkele rustmomenten om even naar adem te happen. Het duizelingwekkende delirium dat in het derde nummer volgt is immers imposant. De rollercoaster aan benevelingen die zich van je meester maken wordt opnieuw onderbroken door een duivelse hoogmis van orgelklanken waarna onmenselijke uithalen heen en weer flitsen als bliksemschichten bij een zomers onweer. In het laatste nummer zakt het tempo en waaieren de ziekelijk makende klanken breed uit. D.B. kan het echter niet laten om er op het einde toch nog een spurtje uit te trekken. Na vijfendertig minuten gaat het licht in onze bovenkamer onherroepelijk uit. Wat past die bandnaam perfect bij deze auditieve koortsaanval zeg.

JOKKE: 85/100

Délirant – Délirant (Mystískaos 2018)
1. Délirant I
2. Délirant II
3. Délirant III
4. Délirant IV

Guðveiki – Vængför

De Amerikaanse duizendpoot Alex Poole is een muzikale held. En de IJslandse H.V Lyngdal is eveneens een muzikaal genie. Alex was een groot liefhebber van H.V.’s Wormlust en kwam zo in contact met de IJslander wat resulteerde in botergeile samenwerkingen in o.a. Martröð en Skáphe, maar beide heren richtten ook het creatieve collectief/platenlabel Mystískaos op. Eén van de nieuwe releases die het label nu op ons loslaat is “Vængför“, het debuut van Guðveiki, een project waarin beide heren mekaar terugvinden maar waar ook de broertjes Jackson en Steven Blackburn (Chaos Moon, Entheogen) en de IJslander Þórður Indriði (Endalok, Naught) aan meewerkten. In de zes songs die dit onding telt, herkennen we ontegensprekelijk de inbreng van zowel Alex en H.V. Lyngdal. “Vængför” staat immers barstensvol technische, apocalyptische en desoriënterende extreme black en death metal die ongeoefende oortjes hoogstwaarschijnlijk als een kakofonie zullen bestempelen, maar die voor de liefhebbers van eerder vernoemde bands orgastisch in de oren zal klinken. Want hoewel we alle kanten uitgeslingerd worden, is dit strak uitgevoerde en georkestreerde chaos van de bovenste plank. “Vængför” is zo’n plaat waar je de nummers niet afzonderlijk moet bespreken maar die je als één geheel dient te inhaleren. De laaggestemde gitaren creëren zware maalstromen die op je onderbuik inbeuken en je maag doen omkeren. Over deze onderstroom aan nerveuze vibraties glooien hypnotiserende gitaarleads die kosmische echo’s opwekken, terwijl het gezwinde, progressieve drumwerk van meestderdrummer Jack Blackburn de boel strak bij mekaar houdt en van de nodige pulsen en blast-opstoten voorziet. Voeg hierbij nog H.V.’s enigmatische vocalen die je vanuit de afgrond mee zuigen en je hebt alle ingrediënten voor een katalytische en hallucinogene trip. Nog even meegeven dat de mix in handen was van Swartadauþuz (Afgrundsmysticism Studio), nog zo’n held! Het knappe artwork van Ikonostasis maakt het plaatje af. Dit debuut heeft de voorbije dagen heel wat rondjes gedraaid en zal nog heel wat luisterbeurten vragen alvorens volledig doorgrond te kunnen worden. Indien “Vængför” vroeger op het jaar was verschenen, had er dan misschien ook wel een jaarlijstnotering ingezeten. De LP-versie van deze magnifieke plaat wordt één van de laatste doodsreutels van het in palliatieve staat verkerende Fallen Empire Records. Doodzonde.

JOKKE: 86/100

Guðveiki – Vængför (Mystískaos/Fallen Empire Records 2018)
1. Fóstureyðing stjarna
2. Blóðhunang
3. Hin endalausa
4. Vængför
5. Gullveigar sverðsins
6. Undan stormi eiturtára

Svartidauði – Revelations of the red sword

De IJslandse black metalscene wordt al enkele jaren alom geprezen, en terecht! Wat de kleine incest-scene de laatste jaren ten berde bracht was dan ook niet van de poes: Misþyrming schopte het onder andere al tot artist in residence op het befaamde Roadburn festival, Carpe Noctem bracht laatst een tweede langspeler uit, ook Sinmara is een nieuwe brok zwartgalligheid vorm aan het geven en dan heb ik het nog niet over de vele escapades van Wormlust-genie H.V. Lyngdal gehad. Deze ganse lichting jonge wolven was er echter niet geweest zonder dé IJslandse plaat: het uit 2012 afkomstige “Flesh cathedral” van de hand van Svartidauði. “Flesh cathedral” was het ultieme startschot voor de IJslanders om ook de rest van de aardkloot te veroveren: één brok dissonante blasfemie die nog steeds wekelijks enkele keren door de speakers knalt, een album dat ik na al die tijd niet beu lijk te kunnen worden. Noem me gerust een fanboy, maar er is een reden dat het artwork van deze plaat op mijn trve kvlt leather battlejacket ov hell prijkt. Tijd voor de opvolger dan! Na enkele sterke EP’s (die mijn honger toch niet helemaal wisten te stillen) presenteert de groep ons een nieuwe langspeler die de titel “Revelations of the red sword” meekreeg. In plaats van 4 nummers die elk meer dan 10 minuten in beslag nemen hanteren de heren hier een iets meer rechttoe-rechtaan formule. De gemiddelde speelduur van de nummers wordt (drastisch) ingekort wat de songs een stuk compacter maakt. Minder repetitiviteit dus, met als gevolg dat Svartidauði een grote drie kwartier genadeloos op je trommelvliezen inbeukt. Sturla Viðar krijst opnieuw vakkundig de ganse wereld naar de verdoemenis met zijn diepe, rauwe en bijzonder sinister aandoende kreten terwijl Þórir Garðarsson laag na laag gitaarwerk over elkaar heen drapeert en zich tot de absolute meester van de dissonantie kroont. Al bij opener “Sol ascending” keert de band terug naar de verstikkende maar zeer heldere sound waarmee we kennis maakten op het debuut – pietje precies Stephen Lockart kweet zich zoals vanouds weer perfect van zijn taak. De échte kracht van Svartidauði schuilt echter nog steeds in het uiterst gevarieerde drumwerk van Magnús Skúlason. Waar zijn prestaties op “Flesh cathedral” al getuigden van heel wat vernuft, dan overtrof hij zichzelf meesterlijk. Rammen en beuken kan de man als geen ander, maar weinig drummers slagen erin zo’n subtiele en met momenten jazzy accenten te leggen. “Revelations of the red sword” trekt meteen hard van leer waarbij hypnotiserende riffs ons om de oren vliegen, zoals het geval is in “Burning worlds of excrement”. Probeer die melodie maar eens uit je kop te krijgen. Ongeveer halfweg creëert “Wolves of a red sun” wat meer ademruimte met meer nadruk op melodie en minder op agressie. “Reveries of conflagration” en “Aureum lux”, meteen de twee langste nummers van de plaat, keren wat terug naar de composities van het debuut: de IJslanders nemen meer tijd en ruimte om spanningsbogen te creëren, climaxen op te bouwen om dan – uiteraard – fel van zich af te bijten, waarbij de repetitiviteit die “Flesh cathedral” kenmerkte terug even om het hoekje komt piepen. Ondanks de iets aangepaste formule is “Revelations of the red sword” een op en top Svartidauði album en bewijst de band opnieuw heer en meester te zijn op gebied van dissonante black metal. De rode draad die het debuutalbum zo samenhangend maakte is hier iets minder opvallend, maar niettemin leveren de spilfiguren van de IJslandse scene weer een bijzonder sterk album af. Het lange wachten op plaat nummer twee wordt hen terstond vergeven!

CAS: 92/100

Svartidauði – Revelations of the red sword (Ván Records 2018)
1. Sol ascending
2. Burning worlds of excrement
3. The howling cynocephali
4. Wolves of a red sun
5. Reveries of conflagration
6. Aureum lux

Chaos Moon – Eschaton mémoire

De laatste weken bevatten enkele momenten van contemplatie: twee webzines, meerdere organisaties waarvoor ik bookings help regelen en daarnaast nog twee jeugdhuiswerkingen kunnen op lange termijn overrompelen. Iets met bomen en het bos. De vraag die ik mezelf stelde was deze: waarom review ik albums? Verdergaand: waarom zet ik ze publiek online? Reviews zijn in se futiel: ieder vormt zijn eigen mening over het materiaal dat hem of haar wordt voorgeschoteld. Het antwoord op mijn  waarom-vraag was op het eind van de rit vrij simpel: ik hou ‘the scene’ vrij nauwlettend in het oog (met dank aan iedereen die mij attent maakt op nieuwe releases) en schrijf iets over albums die in mijn ogen de moeite waard zijn en waarvan ik denk dat liefhebbers ze ook zullen appreciëren. Dit is zeker weten het geval bij Chaos Moon. Zij die Addergebroed volgen hebben misschien gelezen dat “Eschaton mémoire” mijn nummer één van 2017 heeft weten te veroveren. Alex Poole, die deze keer het ganse album schreef (in tegenstelling tot enkel de vocale verdiensten bij Entheogen), blijft niet bij de pakken neerzitten. Verre van zelfs. Na het meer atmosferisch (en volgens mijn huisgenoot zelfs als DSBM gelabeld) aandoend “Resurrection extract” uit 2014 smijt de beste man een nieuwe full length naar onze kop: eentje die we niet snel zullen vergeten. “Eschaton mémoire” bezit alles wat ik van een hedendaags black metalalbum verwacht: Emperor-aandoende synths die mij geen moment voor het hoofd stoten (wat een groot compliment uit mijn mond is) in combinatie met een sublieme balans tussen agressie en voortslepende, atmosferische passages. Het artwork dat precies een combinatie is tussen Salvador Dali en het horroruniversum van H.P. Lovecraft gunt ons een blik in wat de muziek zelf te bieden heeft. Jeff Whitehead aka Wrest, die we kennen van Leviathan en Lurker of Chalice, heeft zich dus thematisch gezien perfect van zijn taak gekweten. “Eschaton mémoire” bevat knipogen naar Emperor, Mare Cognitum, Leviathan en nog een resem acts – you get the point. Of het album drie dan wel vijf nummers kent is voor discussie vatbaar, gezien zowel “The pillar, the fall, and the key” alsook “Eschaton mémoire” uit twee tracks opgebouwd zijn – het nut ervan ontgaat mij, gezien de tracks perfect in elkaar overlopen. Naast furieuze passages, ondersteund door het strakke drumspel van Jack Blackburn zoals op “Of wrath and forbidden wisdom” is er ook ruimte voor introspectie, iets wat ten volle hoorbaar is op beide “Eschaton mémoire” tracks. Niet-zo-subtiele synths vormen een toch subtiele sfeer die je bij de keel grijpt en je aandacht veertig minuten lang in de greep houdt. Eric Baker bezit hiernaast de gepaste strot voor dit soort meeslepende black metal: meeslepend, getergd, maar toch niet over the top. Vooral “Eschaton mémoire II” weet keer op keer te overtuigen: een nummer schrijven van om en bij de veertien minuten dat geen enkel moment verzwakt lijkt me een puike prestatie. Wat de productie betreft werd dit album me in de schoot geworpen: deze vierde langspeler werd gemixt en gemastered door niemand minder dan Swartadauþuz, die een gezonde dosis Ancient Records-mystiek aan het album toevoegt. Ondanks het feit dat mijn persoonlijke collectie vrij beperkt is – ik ben ook maar student – kon ik een blik werpen op de vinyluitgave: Wormlust-genie H.V. Lyngdal werkte in perfecte symbiose met Wrest om deze uitgave lay-outgewijs de moeite waard te maken. Chaos Moon zet zichzelf met behulp van het eclectische Blood Music definitief op de kaart. Enfin, een album waaraan zoveel getalenteerde zielen hebben meegewerkt kon toch niets anders dan een gesamtkunstwerk worden, niet?

CAS: 95/100

Chaos Moon – Eschaton mémoire (Blood Music 2017)
1. The pillar, the fall, and the key I
2. The pillar, the fall, and the key II
3. Of wrath and forbidden wisdom
4. Eschaton mémoire I
5. Eschaton mémoire II

Entheogen – Without veil, nor self

Het woord ‘entheogen’ komt uit het oud-Grieks en betekent zo ongeveer ‘het genereren van de innerlijke god’. Dit doet sterk denken aan het vocabularium van de gemiddelde Ixaxaar-boeken, maar verwijst ook naar het gebruik van psychedelische substanties die een spirituele ervaring kunnen uitlokken. Dit laatste moet zijn wat gitarist en componist Steven Blackburn in gedachten had bij het schrijven van “Without veil, nor self”, een album met een hoes die zo intrigerend was (wat verwacht je ook anders van Karmazid?) dat ik het album wel moest en zou opleggen. “Without veil, nor self” luister je van begin tot eind door. Het beluisteren van aparte tracks is een futiele bezigheid, gezien alles draait rond de duistere sfeer die Wormlust-gewijs ontsponnen wordt. Blackburn legt laag na laag aan gitaarlijnen over elkaar en creëert zo een onheilspellend gevoel dat vanaf de eerste chaotische riffs van “Desolation lyre” enkel verder onder de huid kruipt. Strottenhoofd van dienst is de immer bezige bij Alex Poole, die voor een keer het schrijfproces aan een ander overliet. Verzonken in de muur van gitaargeweld komen zijn vocals echter goed tot hun recht – zonder de aandacht volledig op te eisen. “Without veil, nor self” golft gedurende de 40 minuten durende trip gestaag verder, mede dankzij de enorm gevarieerde drums van Jack Blackburn, die we ook kennen van Esoterica. Hoewel de sound misschien iets minder vol is dan bij Wormlust, komt het manische zeker even duidelijk op de voorgrond. Entheogen biedt inderdaad een spiritueel aandoende trip, waarin je als luisteraar 40 minuten lang aan de speakers gekleefd blijft zitten. Intens, bezwerend en diepgaand zijn maar enkele woorden waarmee dit pareltje omschreven kan worden. Één ding is zeker: Entheogen kwam uit het niets maar wist me ferm te verbazen.

CAS: 90/100

Entheogen – Without veil, nor self (Fallen Empire Records/Mystískaos 2017)
1. Desolation lyre
2. Sol genesis
3. Sol knell
4. Without veil, nor self
5. Lethean throat
6. Pall

Sinmara – Within the weaves of infinity

De heilige drievuldigheid op gebied van IJslandse black heeft haar onderdak bij het Noorse Terratur Posssessions. Het zwarte, dissonante monster Svartidauði brak het ijs en in haar kielzog volgden onder andere het onvolprezen Misþyrming en het (onterecht) soms als kleine broertje van die eerste afgeschilderde Sinmara, waarbij de laatste twee onlangs nog de handen in mekaar sloegen voor een uitstekende split. Buiten het feit dat Svartidauði en Sinmara gitarist Þórir Garðarsson als gemene deler hebben, vallen er nog amper gelijkenissen te trekken tussen beide bands, zeker wat betreft het nieuwe werk. Daar waar debuut “Aphotic womb” eveneens uit de nodige dissonantie opgetrokken was, is er op de nieuwe EP “Within the weaves of infinity” veel meer ruimte voor harmonie en melodie. Natuurlijk beuken de riffs nog steeds als torenhoge golven tegen de kustlijn, maar doorheen die orkaan aan woestenij, breken epische en majestueuze gitaarpartijen meermaals het wolkendek open – telkens met de nodige portie kippenvel als resultaat en het in de moedertaal gezongen “Ormsunga” als hoogste punt van extase. Ik smaak deze ge(s)laagde ontwikkeling wel. Meesterdrummer Bjarni Einarsson ( Slidhr, Wormlust) stuwt de kolkende herrie ongekende hoogtes in en brulboei Ólafur Guðjónsson voorziet de muziek van gepaste intense vocalen. De drie in-mekaar-over-vloeiende songs mogen dan slechts een kleine twintig minuten duren, toch ben ik erg in mijn nopjes met deze EP. “Within the weaves of infinity” ziet op 24 augustus samen met enkele andere lekkernijen het levenslicht als deel van een nieuw offensief dat Terratur Possessions inzet. Hou nog maar een stukje vakantiegeld opzij, want het gaat weer de moeite zijn!

JOKKE: 89/100

Sinmara – Within the weaves of infinity (Terratur Possessions 2017)
1. Within the weaves of infinity
2. Ormsunga
3. Nine halls

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar

De “Englaryk” demo ligt nog vers in het geheugen, maar het IJslandse Endalok kruipt reeds opnieuw uit haar krater met een nieuwe EP getiteld “Úr draumheimi viðurstyggðar” (vrij vertaald iets betekenend in de aard van “uit een droomwereld van gruwelen“). Vijfentwintig minuten lang krijgen we het muzikale equivalent te verwerken van de angst, opwinding of het tripperige gevoel dat gepaard gaat met dromen en hypnagogie, de staat van bewustzijn die ervaren wordt in de periode tussen het wakker zijn en in slaap vallen. De interne strijd en het vinden van vertrouwen in weerwil van hopeloosheid vormt de rode draad doorheen de vijf songs. Endalok bouwt verder met de bouwstenen van de demo, maar het eindresultaat is een nog meer verwrongen en complex bouwwerk van negativiteit, vervreemding, verrijzenis, schaduwdansen en dialoog met het bewustzijn. Met uitzondering van “Eldhaf“, dat boven de negen minuten afklokt en met haar ratelende drumsalvo’s, bakken echo en dissonantie galore een zenuwaanval op de prefrontale cortex vormt, vallen de overige songs vrij compact uit. “Ekkert varir að eilífu” vormt een naargeestig ambient-bruggetje naar het nogal abrupt eindigende “Holdgerving andskotans” waarin, net als in de openingssong, een directe confrontatie met de innerlijke demonen wordt uitgevochten. Skáphe, Wormlust en Ljáin kunnen opnieuw als tags ingegeven worden, maar ook een Death Fetishist of Aevangelist mogen als referentiekader gebruikt worden. Vreemd maar lekker spul!

JOKKE: 86/100

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar (Signal Rex 2017)
1. Afskræming holds og sálar
2. Eldhaf
3. Jarðarfarasálmur
4. Ekkert varir að eilífu
5. Holdgerving andskotans