Taurus houdt niet van stilzitten; kan ook niet anders als je er vier bands op nahoudt die heel actief zijn. Het eerste teken van leven in 2026 komt van Arbor. Met “Ultima thule” als vierde full-length wordt opnieuw een hoofdstuk toegevoegd aan het almaar uitdijende Arbor-universum. Voorganger “In the shadow of the vanguard” (2025) baadde in een etherische gloed en kosmische verwondering, waarna op de uitstekende “Erwache!” demo voor meer trance-opwekkende, epische en repetitieve structuren gekozen werd. Deze nieuwste langspeler duwt de luisteraar resoluut verder richting het mythische noorden middels een kouder, abstracter en van aardse wetten onthecht geluid.
Vanaf opener “For all, and none” wordt duidelijk dat Arbor zijn vertrouwde fundamenten niet verloochent met diens rauwe, Noors (lees: Burzum) geïnspireerde black metal, gedreven door repetitieve riffs en een compromisloze, haast ascetische aanpak. Toch hangt er ditmaal een uitgesproken archaïsche sfeer over het geheel alsof de muziek werd opgegraven uit een bevroren verleden. De gitaren snijden opnieuw ijl door de mix, een bewuste keuze die het geluid een spookachtige transparantie geeft en als een sneeuwstorm aanvoelt waarin vormen slechts vaag zichtbaar blijven.
In “Light lost in darkest dreamscape” duiken sporadisch subtiele synths op die eerder als atmosferische lichtpuntjes in een grijze mist fungeren dan als melodieuze houvast. Compositorisch blijft Taurus ook hier trouw aan zijn gekende werkwijze met lange, hypnotiserende passages waarin herhaling geen beperking is, maar een middel tot transcendentie. De kille, contemplatieve, landschappelijke en bijna cinematografische muziek roept beelden op van besneeuwde vlaktes, verlaten bossen en een soort spirituele afzondering zonder expliciet “pagan” te worden.
Het absolute hoogtepunt is de kolossale, op twintig minuten afklokkende afsluiter “Born from heretic’s vision”, een epische uitdeiner die de grens tussen black metal en rituele meditatie verder doet vervagen. Hier laat Arbor het tempo regelmatig zakken en krijgt de muziek een bijna contemplatief karakter, zonder haar dreiging te verliezen. Het is een nummer dat oplost in het niets alsof je achterblijft in een eindeloze poolnacht.
Wat “Ultima thule” vooral onderscheidt van voorgaand werk, is de nog grotere focus op sfeer en beleving boven directe impact. Het alleroudste werk van Arbor richte zich meer op tastbare riffs en dynamiek, terwijl Taurus nu voor een meer hermetische, ontoegankelijke benadering koos. Dat maakt dat deze plaat wat meer tijd vraagt om te doorgronden, maar des te rijker is voor wie bereid is zich erin onder te dompelen. Met “Ultima thule” bevestigt Arbor nogmaals zijn status binnen de USBM-ondergrond als een project dat wars van trends, maar diep geworteld in de geest van de tweede golf, koppig zijn eigen pad bewandelt.
JOKKE: 85/100
Arbor – Ultima thule (Blood and Crescent Productions 2026)
1. For all, and none
2. Light lost in darkest dreamscape
3. Born from heretic’s vision
