black metal

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape

In wat als haast als een hoogjaar voor de rauwe blackmetalscene kan beschouwd worden, mag een act als Lampir natuurlijk niet ontbreken. Deze Amerikaanse one-man band speelde zich in de kijker van de lo-fi verzamelaar middels een langspeler (“The alchemy of cursed blood” uit 2018) en een hele reutemeteut aan kleinere releases op maat van de underground zoals splits met de wel héél rauwe acts VVitchmoon en Flešš. Nu is het echter opnieuw tijd voor een uitgebreider muzikaal werkstuk dat de titel “Awaiting the predatory dreamscape” meekreeg, een eerste release die via het Portugese Altare Productions vereeuwigd zal worden. Het lijkt tegenwoordig haast terug een ongeschreven wet te zijn je zwartgallige underground blackmetalplaat met een synthetisch klinkende intro af te trappen. Ook hier is dat met de serene orgelklanken van “Stemming from the cosmic id” het geval en met “Disconnection from suppressed consciousness” wordt “Awaiting the predatory dreamscape” ook via een dungeon synthriedeltje uitgeluid. Daartussen blijven nog vijf nummers over die bulken van de misantropische dichtgeplamuurde black waarvoor Lampir gekend staat. De getormenteerde screams en ijle shrieks doen de koude rillingen over je rug lopen terwijl de basis uit ietwat repetitieve grofkorrelige gitaarriffs bestaat die als een roestige zaag je vel opensnijden en dit ondersteund door simpel maar effectief (geprogrammeerd?) drumwerk dat nergens van plan is snelheidsrecords te breken. De gevoelens die dit werkje bij ons opwekken zijn er allesbehalve van vitaliteit en levenslust. Deze tweede full-length kreeg zonder twijfel de beste productie in de geschiedenis van de band mee, maar verwacht nu wel geen afgelikte sound want Lampir blijft natuurlijk rauw en ongemakkelijk klinken. Het oudere werk vond ik niet bijster speciaal klinken en ook nu moet Lampir het met gemak afleggen tegen een genregenoot als Lamp Of Murmuur, maar tot op heden is “Awaiting the predatory dreamscape” wel ’s mans meest kwalitatieve output.

JOKKE: 75/100

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape (Altare Productions 2020)
1. Stemming from the cosmic id (Prelude)
2. The final mask of time
3. In the predatory dreamscape…
4. Vitality & virtue
5. Sexual negativity
6. The embodied secret
7. Disconnection from suppressed consciousness (Epilogue)

Prosternatur – Mortuus et sepultus

Het internationale gezelschap dat onder de noemer Prosternatur al één langspeler en één split lang haar occulte blackmetal over deze aardkloot uitstort, is een graag geziene gast bij Addergebroed. We sprongen dan ook een gat in de lucht bij de aankondiging van de nieuwe full-length “Mortuus et sepultus” (Latijn voor ‘Hij stierf en werd begraven’) waarop vijf nummers prijken waarvan de titels ons naar aloude gewoonte om de oren slagen met occulte grootspraak. Wel ietwat vreemd dat deze plaat via het kleine en relatief onbekende Franse Transcendance label op CD verschijnt. Hopelijk zet er nog iemand zijn of haar schouders onder een vinylrelease, want wat het in een mysterieuze waas gehulde gezelschap ons hier dik veertig minuten lang laat horen, is weer om van te smullen. Althans voor wie houdt van een occulte rituele hoogmis waarbij naast de obligate orgeltoeters en bellen, een breed scala aan heldere koorzang, gefluister, gekrijs en andere vervormde vocalen (we moeten vanaf de eerste noten meteen aan Mayhem’s Attila Csihar denken) de satanische viering opvoert. De zwartmetalen basis bestaat uit dissonante, ondoordringbare en onbehagelijke klanken die één groot hallucinogeen geheel vormen. Vooral het tweede deel van “Salamanu telocahe!” heeft een psychedelisch smoelwerk dat wat luchtiger is qua opzet en voor een harmonieus tegengewicht zorgt vergeleken met het extatische en meer extreme eerste deel. De infernale en sacrale blend aan geluiden van “Descendit ad infernos” klinkt zo vurig dat het priestergewaden in lichterlaaie zet en vormt de perfecte soundtrack voor een one way trip richting het hellevuur. Prosternatur hanteert regelmatig het duivelse kunstje om snelle drums en percussie onder trage, hypnotiserende gitaarriffjes te plaatsen wat een verwrongen spanningsbegrafenisveld creëert. Luister maar eens naar de cathartische apotheose die “Plagued” op die manier vormt. “Mortuus et sepultus” is een intrigerende plaat die heel wat luisterbeurten vraagt alvorens al haar mystieke geheimen prijs te geven, maar niet voor wie ondertussen een degout heeft van occulte rituelen en satanische hoogmissen.

JOKKE: 83/100

Prosternatur – Mortuus et sepultus (Transcendance 2020)
1. E-Kishirgal
2. Salamanu Telocahe!
3. Descendit ad infernos
4. Et incarnátus
5. Mph Arsl Gaiol
6. Plagued

Beltez – A grey chill and a whisper

Een tijdje geleden tikte ik nog Exiled, punished…rejected van Beltez op de kop, een koopje bovenop een andere bestelling. Ik herinnerde me dat de derde plaat van de Duitsers degelijk was en kon die voor het klein prijsje niet laten liggen. Goeie beslissing, want mijn interesse werd opnieuw aangewakkerd en ik ving er wind van dat het kwintet aan een nieuw project bezig zou zijn. Dit nieuwtje dat de ronde deed in de wandelgangen bleek te kloppen, maar het zou over ‘een vierde langspeler’ gaan. In zekere zin klopt dat… ware het niet dat Beltez het veel grootser zag dan ‘simpelweg’ een album schrijven en uitbrengen. De Keulenaars hadden een gesamtkunstwerk voor ogen, en naast muziek en bijbehorend artwork werd ook een uitstapje richting de literatuur gedaan. De heren kozen niet gewoon een verhaal om hun muziek op te baseren, maar contacteerden zelf een auteur om een nieuw stukje proza neer te pennen. Zodus boetseerde de eveneens Duitse schrijfster Ulrike Serowy een kortverhaal getiteld “Black banners”, dat op zichzelf al de moeite is om te lezen. Duister, beklijvend en niet subtiel knipogend naar onze goede vriend H.P. Lovecraft, die ergens in het multiversum goedkeurend zit mee te lezen. De aandachtige lezer zal in het kortverhaal ook nog eens een metafoor voor een huidig maatschappelijk fenomeen ontwaren, zoals het goeie horror betaamt. Naast het verhaal en het album (door Benjamin Harff ook van intrigerend artwork voorzien) krijgen we ook nog eens een audioboek voorgeschoteld, ingesproken door Dan Capp van Winterfylleth, en voor de leut wordt er ook nog een akoestische versie van het afsluitend nummer “We remember to remember” toegevoegd. Lang geleden dat ik zo’n uitgekiend concept onder mijn loep kon leggen! Avantgarde Music moet dezelfde mening hebben gehad, want onze oosterburen vonden voor deze uitgave onderdak bij het Italiaanse label. Muzikaal volgen de negen nummers (die op iets meer dan een uur speelduur afklokken) de chronologie van het verhaal waarop ze gebaseerd zijn: van onheilspellend naar bedreigend, naar verdoemd. Hoewel veel bands die Lovecraftiaanse thema’s aanhalen nogal een goede relatie met dissonante tonen lijken te onderhouden, gooit Beltez het over een meer harmonische boeg met langgerekte melodieën (“A taste of utter destruction”) en enkele schaarse gitaarsolo’s zoals de harmonieuze lead die “I may be damned but at least I’ve found you” naar een climax stuwt. De blackmetal ligt vaak wat in het Zweeds-melodieuze hoekje maar verwacht geen zeemzoeterigheid, want Beltez moet het hebben van explosieve uitbarstingen die zich ondersteund door scherpe screams steeds weer opwerpen, na hier eens een rustiger, atmosferisch stuk en daar weer een korte ambient-passage zoals we het ook gewend zijn binnen de hedendaagse USBM. De arrangementen zijn doordacht, want de verhalende en steeds voortstuwende structuur van de nummers volgt het verhaal bijna alinea per alinea: zo begint “The unwedded widow” even terneergeslagen als het personage waarnaar de titel verwijst, en worden we daarna overweldigd door de weemoed en wanhoop van onze protagonist, als reactie op het gedrag van de ongehuwde weduwe. Zonder teveel prijs te willen geven over het verloop van het verhaal valt deze tendens in elk nummer te bespeuren, wat op zich al bewonderenswaardig is want het ganse boeltje blijft, ook muzikaal, heel coherent. Ook goeie punten voor de sound, want de snedige ritmegitaar, beukende drums, warm klinkende leads en dragende bas zorgen voor een niet te stoppen wall of sound, zeker wanneer het tempo onvermijdelijk terug de hoogte in gaat. Waar Beltez voordien okay was, een degelijke middenmootband, doet ze nu een gooi naar de hogere regionen binnen het wereldje met een album dat eigenlijk met moeite nog een album genoemd kan worden, maar eerder een crossover tussen verschillende disciplines in de kunst en verschillende artiesten met een voorliefde voor Lovecraft als gemene deler. “A grey chill and a whisper” is een enorm ambitieus project geworden waarin duidelijk over de plaatsing van elk woord en elke noot is nagedacht, en waarvan de executie ook meer dan bovengemiddeld is. Toen ik hoorde dat de heren met een nieuwe plaat bezig waren had ik zeker kwaliteit verwacht, maar dit Kunstwerk (met hoofdletter K) overklast ruimschoots wat ik in gedachten had en zou zomaar één van dé verrassingen van het jaar kunnen zijn!

CAS: 90/100

Beltez – A grey chill and a whisper (Avantgarde Music 2020)
1. In apathy and in slumber
2. The city lies in utter silence
3. Black banners
4. A taste of utter extinction
5. The unwedded widow
6. From sorrow into darkness
7. A grey chill and a whisper
8. I may be damned but at least I’ve found you
9. We remember to remember

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy

Wat me voornamelijk triggerde om “Diabolical forest alchemy“, de eerste demo van het Amerikaanse Ancient Necromancy uit te checken, was het übervette logo. Maar gelukkig is de muziek van deze one-man band ook meer dan in orde. Ancient Necromancy zou deel uitmaken van de Cultus Caliginous circle, maar vraag me niet wie er verder nog zoal van deel uitmaakt. Openen doet de nog jeugdig uitziende Eldrinacht via het verwrongen en op het randje van vals klinkend toetsenwerk in “Accursed wizardry“. Het is in undergroundkringen weer helemaal in om met een dungeon synth-achtige intro af te trappen en je krijgt als luisteraar zo van meet af aan een gevoel van onbehagen aangemeten. Het echte blackmetalwerk krijgen we daarna drie nummers lang over ons uitgestort. Ik word instant blij van het old school vunzig randje dat Eldrinacht in zijn zwartmetaal pompt, iets wat toch vrij onverwacht is voor zulke jonge kerel. “Sigil of baphomet” bevat ijzig, striemend Noors aanvoelend riffwerk, repetitieve knuppeldrums die me eerder organisch dan synthetisch ingespeeld lijken en heerlijk blaffende ietwat door de mangel gehaalde vocalen. Maar dan valt de razernij plots stil en nemen akoestische gitaren en heldere koorzang het over. Het tovert het duivelse en bezeten karakter van de muziek in een wip en een knip om tot een heidense atmosfeer. Zoals doorgaans het geval is, klinken de heldere vocalen weinig spectaculair maar vals is het ook niet. “Sempiternal agony” kan je eerder als een mid-tempo repetitief hakkend nummer omschrijven, bevat een geile old-school flair en opnieuw zorgen de ranzige raspende vocalen voor vuurwerk. Na de eerste break stuwt Eldrinacht de song richting black ’n roll, vergezeld van toetsen die ook hier net naast de toon lijken te zitten totdat ze een autonoom zelfbestuursrecht opeisen. Heerlijk! Het afsluitende “Unholy specter” wordt met een knal ingeluid en bevat enkele hints richting het geluid van een Perverted Ceremony totdat de versterker volle bak opengedraaid wordt en er opnieuw eerder Noors gitaarwerk op ons afgevuurd wordt. Vlak voor het einde luidt een break een nog meer opzwepende passage in, maar spijtig genoeg stopt die vrij bruusk om in verstikkende duisternis uit te monden. Ancient Necromancy levert met “Diabolical forest alchemy” een erg geslaagde eerst worp af die de atmosferische dagen van weleer naar het huidige tijdperk transponeert. Ik kijk al reikhalzend uit naar het moment waarop de vinylversie op de deurmat zal ploffen.

JOKKE: 85/100

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy (Nithstang Productions/Poisonous Sorcery 2020)
1. Accursed wizardry
2. Sigil of baphomet
3. Sempiternal agony
4. Unholy specter

Void Prayer – The grandiose return to the void

U denkt misschien dat we bij Addergebroed aandelen hebben in de toeristische dienst van Bosnië-Herzegovina, maar feit is gewoon dat het daar momenteel een broeihaard voor rauwe undergroundblack is. Niteris, Obskuritatem, Sulphuric Night en ook dit Void Prayer zijn namen die hier al passeerden, die laatste toen we hun split met Nefarious Spirit onder de loep namen. Void Prayer (dat startte als Cave Ritual) is een kwartet waarvan de leden bij zowat elke band van de Black Plague Circle bijklussen en met “The grandiose return to the void” zijn we bij hun tweede langspeler aanbeland, de eerste sinds het vertrek van zanger K. De vocale honneurs worden nu waargenomen door O., de drummer van Void Prayer en het mastermind achter Sulphuric Night. Van de vijf nummers die we op deze plaat aantreffen, stammen de eerste drie van de “L’Appel du vide” demo uit 2019 die opniew opgenomen werden. Het met piano en spookachtige synths ingezette “The poetics of absence” en het meer dan tien minuten durende titelnummer zijn gloednieuwe composities. Wie debuut “Stillbirth from the psychotic void” kent, zal misschien verbaasd zijn over het geluid dat de Bosniërs nu brengen, want de lo-fi, pure, repetitieve en eerder eenvoudige black die we toen te horen kregen heeft plaats geruimd voor een heel ander geluid dat wat technischer en gecompliceerder klinkt, en ook productioneel gezien wordt serieuze vooruitgang geboekt. Er wordt tevens middels beklijvende en meeslepende gitaarleads een heuse portie melodie in de nummers geïnjecteerd, maar een zekere triomfantelijkheid is nog steeds aanwezig, net zoals onze aanbidders van de grote leegte ook niet verleerd zijn een somber gevoel in hun muziek te leggen. Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt! Dynamischer drumwerk, bedwelmende baslijnen en een veelzijdige, rituele vocale aanpak noteren we ook. De band schuift wat meer op richting een occulte/orthodoxe aanpak, maar weet wel sterke en overtuigende songs te brengen. Void Prayer lijkt op papier dus voor een toegankelijker geluid gekozen te hebben, wat deels ook zo is, maar van uitverkoop is hier hoegenaamd geen sprake. Sterke release!

JOKKE: 85/100

Void Prayer – The grandiose return to the void (Black Gangrene Productions/Altare Productions 2020)
1. Being-Towards-End
2. L’Appel du vide
3. N N N
4. The poetics of absence
5. The grandiose return to the void

Lamp of Murmuur – Heir of ecliptical romanticism

Vorig jaar kwam uit het niks Lamp of Murmuur opduiken en op amper een jaar tijd heeft het Amerikaanse eenmansproject nogal wat furore gemaakt. Vooral met de release van de fantastische “Burning spears of crimson agony” EP eerder dit jaar leek de zwartgeblakerde hoek van het internet compleet tilt te slaan, werden nog nooit zoveel woordgrapjes over een bandnaam gemaakt, vlogen de gelimiteerde releases sneller dan ik voor mogelijk had gehouden over de toonbank én stonden ze nog binnen diezelfde minuut op Discogs te blinken aan, uiteraard, exuberante prijzen. Dood aan dat Discogsgespuis! Om maar te zeggen dat Lamp of Murmuur zich op bijzonder korte tijdspanne op de kaart heeft weten te plaatsen met haar bezwerende, rauwe en toch met rock-n-roll vibes doorspekte blackmetal en al enige tijd vlot over de tongen gaat. Na een hoop demo’s (waarvan eentje uit een dungeon synthexpirementje bestond) en een EP is het wachten voorbij en viel begin deze maand het doek over de eerste langspeler. Drie nieuwe tracks, een intermezzo en 2 heropnames van eerder materiaal (nummer vier en vijf). Oh, en begot een Dead Can Dance cover in de vorm van “In the wake of absurdity”. De vraag die elkeen zich stelt is: “Jamaja, met al die hype, is ’t eigenlijk wel de moeite waard?” en we kunnen alvast met de deur in huis vallen door daar volmondig “Ja!” op te antwoorden. “Heir of ecliptical romanticism” klinkt qua productie dan wel een pak meer opgekuist dan wat eraan voorafging maar verzaakt niet aan wat Lamp of Murmuur ons al van in den beginne voorschotelt: rauw zwartmetaal met een bepaalde swingende catchiness, hoe contradictorisch dat ook mag klinken. Dat de productie wat meer afgelikt klinkt is natuurlijk relatief, want dat de Amerikaan misschien minder klinkt alsof hij vanuit een halfvolle beerput loopt te krijsen betekent niet dat hij zich ondertussen heeft gedoucht. “Of infernal passion and aberrations” knalt meteen zonder poespas het gaspedaal in – het tempo ligt gedurende de hele plaat vrij hoog – maar binnen de twee minuten wordt al overgeschakeld op een midtempo strofe waar het thrashmetalgehalte vanaf spat. Voor het eerst maar zeker niet voor het laatst, want in het daarna volgende “Bathing in cascades of caustic hypnotism” worden dit soort riffs meer in de verf gezet. Niet dat M., het met verf bekladderde gezicht van de band, deze catchy heavy en thrashmetalriffs gewoon binnen zijn furieuze black steekt, maar deze eerder volledig incorporeert in zijn eigen sound. Ondanks het feit dat “Heir of ecliptical romanticism” een zeer riffgeoriënteerd album is, eist de basgitaar met zijn heldere toon en soms bijna funky lijntjes een bepalende plek in de schijnwerpers op. Hoewel ze met momenten haast subtiel is, draagt ze de opgejaagde riffs verder en verzacht de overbruggingen ertussen zoals in het hierboven vermelde “Bathing…”. Nu, goeie old school black zou niet compleet zijn zonder een laag synths die doorheen de raspende vocalen (die in overvloed present zijn) meanderen. In de eerste twee songs zorgen ze voor een uitdieping van de sfeer om dan onverwacht het voortouw te nemen in het titelnummer. Deze track contrasteert wat met de meer brutale, furieuze en opgefokte songs die eraan voorafgingen – de keyboards lijken zowaar wat weg hebben van de opwekkende leads die we kennen van Mesarthim, een referentie die ik nooit verwacht had in deze review te maken. Na deze opvallende wending, eindigend in een heuse atmosferische apotheose, compleet met cleane zang en triomfantelijke koperblazers (in synth-vorm), loopt het album met enkele minuten ambient op zijn einde. Dit echter niet voordat de Dead Can Dance cover de revue is gepasseerd. Opnieuw prominente keyboards en een duet tussen naar de achtergrond verdrongen krijsen en heldere zang dat helaas niet overtuigt. De cover klinkt wat haastig ineengebokst en voor mijn part mocht het album met de ambient zijn geëindigd, hoewel het best een interessant experiment was. Lamp of Murmuur bestookt ons op “Heir of ecliptical romanticism” met een spervuur aan riffs, blastbeats en keldergeschreeuw maar weet deze vorm van blackmetal eigentijds (lees: deftig opgenomen en geproduceerd) te doen klinken en vooral een dijk van een grimmig album neer te poten. De hype is real!

CAS: 89/100

Lamp of Murmuur – Heir of ecliptical romanticism (Death Kvlt Productions & Not Kvlt Productions, 2020)
1. Of infernal passion and aberrations
2. Bathing in cascades of caustic hypnotism
3. Gazing towards the hallways of a peaceless mind
4. The scent of torture, conquering all
5. Chalice of oniric perversions
6. Heir of ecliptical romanticism
7. The stars caress me as my flesh becomes one with the eternal night
8. In the wake of absurdity (Dead Can Dance cover)

Níðstöng – Norðurríkið

De naar IJsland geëmigreerde Duitser Adrian Brachmann kwam op Addergebroed al eerder aan bod met zijn veelbelovende project Äkth Gánahëth en diens eerste langspeler “Crowned in shadows“. In het interview gaf hij aan nog tal van andere projecten lopende te hebben, voornamelijk als one-man band. Níðstöng is er daar één van en “Norðurríkið” is het eerste kort en bondige statement. Daar waar de man zich bij Äkth Gánahëth vooral door de Franse LLN laat beïnvloeden, trekt hij voor Níðstöng referenties als Sort Vokter, Ildjarn en Nidhogg uit de kast. Een combinatie van punk geïnfuseerde blackmetal en ambient is met andere woorden wat je kan verwachten, een combinatie van muziekstijlen die ik doorgaans weinig te rijmen vind daar die eerste vooral op primaire energie inzet en die laatste op atmosfeerzetting mikt. Binnenkomer “Úlfhéðnar” trapt dit debuut op een aanstekelijke en swingende manier op gang zoals ook een Invunche dat op “II” deed. Ook “The eternal cycle” rockt als een tiet, maar dan eerder dankzij een eerder mid-tempo black ’n roll Darkthrone-aanpak. “Dauðinn hvíti” vat meteen de op de IJslandse grasvlaktes grazende koe terug bij de horens voor een straightforward zwartgeblakerde uitbarsting die na anderhalve minuut terug gaat liggen, waarna “Thule” terug meer punkelementen laat doorschemeren. In het downtempo “Emperors of the glacial realm” is ook ruimte voor old-school geluiden zoals we die kennen van oudgedienden Celtic Frost. De twee laatste nummers “Móskarðshnjúkar” en “Heiðin” gooien het over een totaal andere boeg en trekken – u vroeg zich ongetwijfeld al af waar die ambient bleef – volop de kaart van duistere dungeon synthklanken. Het lijkt met andere woorden plots alsof we naar een totaal andere plaat aan het luisteren zijn. Ik word er haast schizofreen van. Het was misschien logischer geweest één van beide als intro te gebruiken, maar ik snap ook wel dat Adrian liever met de deur in huis wou vallen. Punky black metal moet het doorgaans van zijn dodelijke maar aanstekelijke eenvoud en kracht hebben. Dat eerste is hier in elk geval waar want de vijf ‘metalen’ nummers klinken ongecompliceerd, zijn net als IJslandse Skyr van al hun overtollig vet ontdaan, maar klokken soms nogal abrupt af waardoor ik het gevoel had dat Adrian hier eerder de regels van de kunst wil laten primeren in plaats van de songs nog verder uit te werken. De sound is ook wat dunnetjes en had wat extra punch mogen hebben om echt als een vuistslag in je onderbuik aan te voelen. “Norðurríkið” bevat dus wel enkele kanttekeningen, maar zal ongetwijfeld ook wel tot bij de liefhebbers van punky black weten door te dringen.

JOKKE: 75/100

Níðstöng – Norðurríkið (Eigen beheer 2020)
1. Úlfhéðnar
2. The eternal cycle
3. Dauðinn hvíti
4. Thule
5. Emperors of the glacial realm
6. Móskarðshnjúkar
7. Heiðin

Vampyric – Where light no longer rises

Ook al wordt er best wel wat afgeëxperimenteerd in het blackmetalwereldje, de ultra orthodoxe, no-nonsense, trve, old-school variant zal tot aan het einde der tijden geëerd worden. Zo ook door Vampyric, een uit Philadelphia afkomstig éénmansproject van een zekere Vu, niet te verwarren met het recent besproken Vampirska. Onze vampier van dienst levert met “Where light no longer reaches” een eerste EP af die zowel op tape via Blasphemous Mockery Productions als op vinyl dankzij Poisonous Sorcery beschikbaar wordt gesteld…voor de happy few die er één konden bemachtigen wel te verstaan. De productie die “Where light no longer reaches” aangemeten kreeg, is basic maar overstijgt wel de lo-fi normen. De gitaarsound is nogal fuzzy, maar overstemt de drums niet en ook de krijszang werd niet te ver vooraan in de mix gezet. “Long lost“, het nummer dat we in het hart van deze EP aantreffen, is wat ons betreft het beste wat er hier te bespeuren valt. De melodieën klinken bekend in de oren en een kort intermezzo met melancholisch clean gitaargetokkel splijt de bijtende blackmetal resoluut in twee. Ook de treurige en naar oudsher verlangende klanken van het afsluitende titelnummer klinken niet verkeerd. Oude-Darkthrone (“Transilvanian hunger“) en Immortal “(“Pure holocaust“) zijn Vu waarschijnlijk niet onbekend (net zoals voor 99,99% van zijn gelijkgestemde zielen), maar het niveau van deze beide Noorse pioniers wordt natuurlijk niet geëvenaard. “Where light no longer reaches” is geen onaardige eerste kennismaking, maar ik mis wat eigenheid om Vampyric er tussen al zijn genregenoten te doen uitspringen.

JOKKE: 70/100

Vampyric – Where light no longer reaches (Blasphemous Mockery Productions/Poisonous Sorcery 2020)
1. Lycathropic lunar incantation
2. Nectar
3. Long lost
4. Possessed by the Satanic spirit
5. Where light no longer reaches

Leviathan – Förmörkelse

Het mythische zeemonster Leviathan heeft al menig blackmetalband geïnspireerd qua naamgeving. De bekendste is natuurlijk die van Jef “Wrest” Whitehead en in ons Belgenlandje heb je nog een versie rondlopen die klinkers vergat te kopen bij Walter Capiau. Het onderwerp van deze recensie is echter de Zweedse band waarachter een zekere Roger “Phycon” Markstrom schuilgaat die in een ver verleden nog bij Armagedda en diens voorloper Volkermord drumde. In 2002 verscheen het debuut “Far beyond the light” en nu jáááren later verschijnt daar – op zijn Armagedda’s – plots en zonder veel bombarie een opvolger. “Förmörkelse” werd het beestje gedoopt wat Zweeds is voor ‘verduistering’, een vlag die de muzikale lading dekt. Phycon pikt de draad bij het eerste volwaardige nummer “Avgrundens atersken” bijna moeizaam terug op daar waar die achttien jaar geleden uitgerafeld was achtergebleven. De multi-instrumentalist weet een uiterst grimmige atmosfeer neer te zetten waarbij ook ruimte is voor een melodieusheid waar we midden jaren ’90 mee om de oren geslagen werden. Enkele muzieknoten wekken zelfs de suggestie alsof er spookachtige vrouwenzang doorheen het nummer sluimert. Of de muzikant ook ooit tot de creatieve kern van Armagedda heeft behoord weet ik niet, maar feit is dat een nummer als “Svart“, dat véél ruimte voor de basgitaar open laat en ook akoestisch gitaarspel bevat, zo op een Armagedda-plaat zou hebben kunnen staan. Voeg daar nog aangrijpende leads en swingend drumwerk aan toe en je hebt een kraker van een song die ook wel wat Allegiance-trekjes laat horen ten tijde van diens zwanenzang “Vrede“. Ook het met heldere zang en een contemplatieve akoestische break doorspekte, maar voor de rest gitzwarte “Förbannelsen” valt positief op. De nummers laten veel meer variatie in tempo, structuur en riffs horen dan wat er op het eerste gehoor lijkt. Phycon combineert meermaals twee of drie verschillende riffpatronen, een samenspel dat textuur geeft en de spanning gestaag doet opbouwen. “Verklighetens väv” en diens repetitieve cleane gitaarpatroon dat door de fuzzy riffs penetreert en even later een heuse solo bevat, is hier een mooi voorbeeld van. Phycon beschikt tevens over een strot die zijn negatieve gedachtenstromen lekker sappig en duister theatraal onder woorden brengt. Ik moet soms haast aan enfant terrible Niklas Kvarforth denken. Een song als “Melankolins ävja” zou met ietwat verbeelding zelfs voor een oud-Shining nummer kunnen doorgaan. “Förmörkelse” is een enorm krachtige en suggestieve release voor zij die bereid zijn een kijkje achter het verduisterende gordijn te nemen waar een zwartgeblakerde geest rondwaart die we nog maar zelden tegenkomen in alles wat ons na de tweede golf van de gouden jaren ’90 bereikte.

JOKKE: 82/100

Leviathan – Förmörkelse (Bile Noire/Nebular Carcoma 2020)
1. XVII
2. Avgrundens atersken
3. Förmörkelse
4. Svart
5. Förbannelsen
6. Verklighetens väv
7. En tidlös illvilja
8. Melankolins ävja
9. Babylons sand
10. Pestens sigill