black metal

Vermineux – 1337

Bij onbekende bands is het veelal het artwork dat mij over de streep kan halen om tot een luisterbeurt over te gaan. Dikwijls weet het hoesontwerp immers min of meer de atmosfeer en stijl van de muziek te capteren, maar het kan ook gebeuren dat een cover je op een totaal verkeerd spoor zet. Dat is deels het geval bij Vermineux en diens tweede demo “1337” en dat wegens twee redenen. Ten eerste krijgen we hier een middeleeuws slagveld te zien en dan denk ik meteen aan overdadige toetsen, draailieren, fluitjes, zwaardgekletter en mannen in veel te strakke maillots die hun opwachting maken in black metal. En hoewel Spectre, de man achter Vermineux en tevens onder de alias Generalfeldmarschall Kriegshammer ook gekend van labelgenoten Minenwerfer, wel degelijk geobsedeerd is door de late middeleeuwen, blijven de beschreven stijlelementen zo goed als achterwege. Enkel het elf minuten durende titelnummer wordt met een sample van strijdgewoel ingezet. Akoestische gitaren, daarentegen, worden veelvuldig aangewend, maar dan niet op een romantische kampvuur manier, maar eerder op een zwaarmoedige wijze die bv. ook het werk van een Primordial typeert. De doorgaans mid-tempo tot zelfs langzame composities (enkel “Oriflamme” is wat sneller) doen me muzikaal gezien trouwens meer dan eens aan deze Ieren denken. Vocaal wordt hier voor het merendeel uit een krijsend vaatje getapt. Ten tweede bevat het coverontwerp heel veel kleurgebruik, terwijl Vermineux’s black metal eerder met 66 tinten grijs geschilderd lijkt te zijn. De traditionele blackmetalklanken schetsen immers een grijs en grauw muzikaal landschap. Hoewel het geheel op het eerste gehoor niet zo bijster speciaal lijkt te zijn en er regelmatig rommelig gemusiceerd wordt (zo hinken de drums soms wat achterop), weten de intrigerende melodielijnen en leadpartijen zich na een paar luisterbeurten toch in mijn geheugen te nestelen. Dat Spectre meeslepende melodieën uit zijn gitaar kan persen, wisten we natuurlijk al van Meinenwerfer en diens laatste plaat “Alpenpässe” en ook hier stelen ze de show. Collega mijnenwerper Wachtmeister Verwüstung nam trouwens de solo op “Coteraux” voor zijn rekening. De met een Tascam 488 vastgelegde sound is nogal ‘winderig’, maar dat stoort niet, het doet me hierdoor zelfs wat denken aan het werk van een Negative Plane of Funereal Presence. Op de eerste demo “1315” prijkte een wel heel bizarre coverversie van The Cure’s mega hit “A forest“. Of die beter is dan het misbaksel dat Behemoth en Niklas Kvartforth er vorig jaar van maakten of de gekende versie van Carpathian Forest, beslissen jullie zelf maar. Deze keer wordt een minder experimenteel uitgedraaide ode gebracht aan neofolk band Sol Invictus en diens met een heldere zangstem vertolkte “A ship is burning“. Voor de geschiedenis freaks en meerwaardezoekers onder ons die het zich afvragen: de eerste demo “1315” handelde over de lijdensweg van Engeland en Frankrijk tijdens de Grote Hongersnood van 1315-1317. Deze tweede demo is opgedragen aan de eerste fase van de Honderdjarige Oorlog en het hoestafereel van “1337” verwijst naar de slag van Crécy die plaats vond op 26 augustus 1346 in Noordwest-Frankrijk tussen een Frans leger onder leiding van koning Filips VI en een Engels leger onder leiding van koning Eduard III. De Fransen vielen de Engelsen aan terwijl die een veldtocht in het noorden van Frankrijk hielden. De aangevallen Engelsen behaalden de overwinning in de slag, terwijl de Franse aanvallers erg veel mannen verloren. Na de slag gingen de Engelsen verder om Calais te belegeren. Door hun nederlaag waren de Fransen niet bij machte het beleg op te heffen. De stad viel en zou voor meer dan twee eeuwen onder Engelse controle blijven. De slagen bij Poitiers en Agincourt zullen hun opwachting maken op de volgende twee episodes in de Vermineux trilogie die opgedragen wordt aan de Honderdjarige Oorlog. Ik ben benieuwd!

JOKKE: 79/100

Vermineux – 1337 (Purity Through Fire 2021)
1. Valois
2. Bloodlines
3. Cotereaux
4. Oriflamme
5. Crécy
6. Chevalerie
7. A ship is burning [Sol Invictus cover]
8. Plantagenet

Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse

Het jaar van het virus kende zo’n overload aan nieuwe muziek dat we op tijd en stond nog even terugblikken op releases van 2020. “Summoning the eclipse” is zo’n plaat die in de eindejaarsdrukte bijna door de mazen van het net floepte en dat zou zonde zijn want we hebben hier met het alom geprezen Mexicaanse Lluvia (“Enigma” kreeg van ondergetekende destijds een dikke score) van doen. Althans voor de helft van dit werkje, want we spreken hier over een split met het Amerikaanse (voor mij onbekende) Ehecatl dat op basis van de bandnaam, die naar de precolumbiaanse god van de wind verwijst, ook een verbondenheid met Centraal-Amerika vertoont. Inspiratie voor deze samenwerking vonden beide bands echter op een ander continent want “Summoning the eclipse” werd sterk beïnvloed door de fantasy manga “Berserk” van de Japanse mangaka Kentaro Miura. De prachtige verpakking van deze LP, die in een sterke inschuifhoes gehuisvest is, en het bijgeleverde dikke artworkboekje verwijzen volop naar deze iconische Japanse stripverhalen. “Summoning the eclipse” is een werk waarin de meewerkende entiteiten op zoek gaan naar het ultieme potentieel van het leven binnen thema’s als liefde, haat, ijver en extase. Voor de rest is deze release gehuld in een waas van mysterie. Het is zelfs niet zo eenvoudig uit te maken welke band we op welke kant aan het werk horen. De atmosferische black van zowel Lluvia als Ehecatl ligt dan ook grotendeels in elkaars verlengde. Het tempo ligt bij momenten vrij hoog, de riffs vliegen dan aan een rotvaart voorbij en groots klinkende post-metalen melodielijnen doen je naar adem happen terwijl ze je meevoeren richting de eclips. Tussen de ijle en hopeloos klinkende screams door is er ook ruimte voor spoken word vrouwelijke vocalen of fluisterklanken. Verfrissend klinkende ambient/rustgevende techno (of hoe noemen ze zoiets?) in de stijl van de Northern Electronic bands doet de muziek van Lluvia bovendien wat meer ademen en zorgt voor enkele ontspannen dalen tussen de vele energetische pieken. De ambientaanloop van “Palisade” doet me sterk denken aan Altar Of Plagues “White tomb” of het werk van een Wolves In The Throne Room, geen mis te verstane referenties wat mij betreft. Daar waar Lluvia met geprogrammeerde drums werkt, ben ik daar bij Ehecatl niet zo zeker van. De drums hakken er in elk geval wel zwaar en zo stipt als een Zwitsers uurwerk op los maar klinken wat organischer. De black metal van deze band vertoont tevens wat meer symfonische trekjes vergeleken met de meer ambientachtige zwartmetalen insteek van Lluvia. Maar ook hier geven spoken word samples extra kleur aan de gitzwarte vloedgolven aan vurige riffs, snelle percussie en getergde vocalen en dompelen pakkende melodielijnen je onder in het enigmatische geluidsuniversum dat gecreëerd wordt. Sterk werk en hulde aan Amor Fati voor de grafische vormgeving van deze magnifieke split!

JOKKE: 86/100 (Lluvia: 87/100; Ehecatl: 85/100)

Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse (Amor Fati Productions 2020)
1. Lluvia – Destiny
2. Lluvia – Alas (Wings of rebirth)
3. Lluvia – Palisade
4. Lluvia – Blood of the crimson behelit
5. Lluvia – A shattered eclipse
6. Ehecatl – Under the millennium of the hawk
7. Ehecatl – The wrath of the black swordsman
8. Ehecatl – Abyss walker
9. Ehecatl – Sinking through darkness
10. Ehecatl – Outro

Funeral Winds – Essence

Het Nederlandse Funeral Winds heeft in 2021 dertig jaar op de teller staan en is daarmee één van de langst lopende en nog steeds actieve blackmetalbands van Nederland. Het ging Funeral Winds wel niet altijd voor de wind en soms lagen er gapende gaten tussen twee opeenvolgende platen wat maakt dat het nagelnieuwe “Essence” nog maar de vijfde langspeler is in het bestaan van de band die de laatste paar jaar soloslim gerund wordt door Hellchrist Xul. Voor de tweede keer op rij verschijnt er een langspeler via het Italiaanse Avantgarde Music, een label dat qua naam alvast niet past bij het blackmetalgeluid van Funeral Winds, want wie de band al langer kent, weet dat ‘innovatie’ een woord is dat niet in Hellchrist Xul’s woordenboek staat. Al drie decennia lang zoekt de band een geluid op dat het midden houdt tussen de eerste blackmetalgolf van de jaren ’80 en de tweede wave van de jaren ’90. Bands als Celtic Frost, Beherit, oude-Samael en tijdsgenoten zijn de namen de met andere woorden nog steeds komen aangewaaid op de gure begrafeniswind. “Iblis… giver of the key that unlocked our inner flame. Iblis… Essence of Satan. Thou art the true god of man” horen we in het titelnummer dat de essentie van Funeral Winds goed samenvat. Hellchrist Xul wisselt grimmige mid-tempo passages af met het ouwegetrouwe blackmetalgeknuppel, zijn screams bevatten vrij veel effect (wat na een tijdje wel wat begint tegen te steken) en de van overbodige franjes gestripte sound, waarvoor deze blackmetalveteraan in zijn eigen Necromanteion Studio optekende, is gortdroog. De inleiding van de slepende opener “Towards the glorious triumph of satans empire” bevat een sample van het gezoem van een vlieg wat me steeds instinctmatig naar de vliegenmepper doe grijpen. Persoonlijk lag voorganger “Sinister creed” met zijn meer ritualistische insteek, scherpere en meer ademende sound en minder bewerkte scream me beter. Het nog oudere werk vertoont ook wat meer dynamiek terwijl de nummers op “Essence” heel erg in mekaars verlengde liggen ook al staat de blastmodus niet full on. Het eenvoudige, maar krachtige coverontwerp lijkt me een ode te zijn aan voor het zwartgeblakerde genre baanbrekende platen als Bathory’s “Self-titled” en Venom’s “Black metal“. Hoewel “Essence” er als titel geen doekjes om windt, zal deze plaat wel niet de annalen in gaan als een klassieker die elke rechtgeaarde blackmetalfanaat in de kast moet hebben staan. Maar het is wel een degelijk album voor de liefhebbers van old-school satanisch zwartmetaal en oude knarren die dan weer wel mee zijn met social media en er liggen te ouwehoeren dat vroeger alles beter was.

JOKKE: 70/100

Funeral Winds – Essence (Avantgade Music 2021)
1. Towards the glorious triumph of satans empire
2. Of black tongues and sulphuric breath
3. The liberating rays of death
4. The heart of darkness
5. Rise of the dark imperium
6. Essence
7. The bowls of wrath and ancient hate
8. The worm God
9. Aeon of darkness

Monstraat/Hinsides – Split

De Zweedse labels Regain Records en Shadow Records slaan ons zo nu en dan om de oren met lekker vuil en vuig zwartmetaal uit hun eigen ondergrond. Het gewelddadige Ultra Silvam of het meer necro en punky klinkende Wagner Ödegard zijn hier mooie voorbeelden van. Ultra Silvam’s M.A. stampte nog een ander orkestje, luisterend naar de naam Hinsides, uit de grond. Twee songs leveren deze Zweden aan die samen met nieuw materiaal van Monstraat op vinyl geperst werden. Monstraat is al sinds de millenniumwissel actief en heeft naast enkele kleinere releases ook twee full-lengths op zijn naam staan. Deze split is het eerste teken van leven dat verschijnt na “Scythe & sceptre” uit 2017. Boos, stug, koppig, complexloos, opzwepend en hardnekkig als onder de vingernagels vastgeroest vuil, zo serveert het duo J.L. en J.M. zijn van een organische sound voorzien en verre van plat geproduceerd zwartmetaal het liefst. Hinsides tapt min of meer uit hetzelfde vaatje maar smijt nog enkele flitsende solo’s in de strijd in hun nummers die net iets langer duren dan de twee compacte songs van Monstraat. De screams zijn in beide gevallen bijzonder ongepolijst en de drummers hakken, meppen en slaan er wild op los. Meestal gaat de zweep er genadeloos op, maar het tempo mag in “På jordelivets sorgetåg“, het laatste nummer op deze zeventien minuten durende split, tussen de knarsende tremololeads door ook al eens zakken. Lekkeeerrr…deze barbaarse, ouderwets gevaarlijk klinkende black metal van de vuilste soort waar zelfs de allergrootste vlekkenkampioen niet tegen opgewassen is.

JOKKE: 79/100 (Monstraat: 78/100; Hinsides; 80/100)

Monstraat/Hinsides – Split (Shadow Records/Regain Records 2021)
1. Monstraat – When it ends
2. Monstraat – The layers of mortality
3. Hinsides – Frälst i dödsstöten
4. Hinsides – På jordelivets sorgetåg

Iskandr – Gelderse Poort

Iskandr is het geesteskind van O. die ook betrokken is bij Turia, Lubbert Das (tenminste, de laatste keer dat ik keek in ieder geval), Galg en Nusquama onder andere. Opgericht in 2016 is Iskandr zijn atmosferische blackmetal soloproject. Ik moet bekennen dat Iskandr eigenlijk sinds die tijd onder mijn radar gebleven is, terwijl ik wel groot fan ben van Turia en Lubbert Das. “Gelderse Poort” is de eerste EP die ik luister van dit project. Het eerste nummer van de EP verhaalt over het natuurgebied Gelderse Poort, nabij Nijmegen tot aan Pannerden, aan weerszijden van de Waal en het Pannerdensch Kanaal. Toen ik nog in Arnhem woonde, fietste ik daar regelmatig. Het is een aardig stuk om doorheen te fietsen, maar ik ben er niet bijzonder van onder de indruk, vergeleken met mijn andere routes. Kasteel Doornenburg is voor mij de eyecatcher in het gebied.  Hetzelfde gevoel als bij het gebied bekruipt mij ook bij het nummer. Het is heel aardig: slepende atmosferische black metal, die meandert zoals de Waal ook doet in dat gebied. De opbouw is prima, maar ik voel er geen connectie mee. Hetzelfde gebrek aan verbinding bekruipt me bij het tweede nummer. Het is een, door de vader van O., gedeclameerde (gedeeltelijke) versie van de eerste zang van “Het graf“, een leerdicht van Rhijnvis Feith uit 1791. Ik bewonder hoe O. het metrum in zijn cleane gitaarspel heeft verwerkt. Voor de verandering stoor ik me eens niet aan de dictie bij een recitatie van een gedicht in het Nederlands. Zijn vader heeft een prettige stem. De break op tweederde met wat meer up tempo black metal lijkt toegevoegd te zijn om het toch wat meer variatie te geven. Het lijkt allemaal te kloppen, maar ik voel er gewoon niets bij. Deze EP zit erg goed in elkaar. De productie, de kwaliteit van het spel, het gevoel; het klopt allemaal. Ik zou dit goed moeten vinden; ik hou van tragere atmosferische black metal. Toch raakt het mij niet en dat vind ik best wel jammer.  Maar ach, het is niet zo dat O. het afgelopen jaar niets heeft uitgebracht waar ik wel iets mee kan. Ik zet zo nog even “Degen van licht” op.

MISCHA : 72/100

Iskandr – Gelderse Poort (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2020)
1. Gelderse Poort
2. Het graf

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry

Na heel wat voorbereidend studiewerk in de vorm van enkele demo’s en een EP, is Hulder aan een eerste langspeler toegekomen. “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” werd die gedoopt waarbij het eerste deel van de titel geen twijfel laat bestaan over de Nederlandstalige roots van mevrouw Hulder die ondertussen al enige tijd in het Amerikaanse Portland gehuisvest is. Het vierde nummer, “De Dijle“, is daarenboven een instrumentale song die nog verder inzoomt op de Belgische en meer bepaald Mechelse heimat. Wie deze one-woman band al langer dan vandaag volgt, weet dat Hulder’s black metal sterk geïnspireerd is door allerhande middeleeuwse folkloristische toestanden. Dat komt zeker ook in de muziek tot uiting middels akoestische gitaren en sprookjesachtige Gotische keyboard- en orgelklanken, maar laat je hier toch maar niet door op het verkeerde been zetten. De Belgisch-Amerikaanse mag in de erg geslaagde videoclip van opener “Upon frigid winds” dan nog zo liefelijk in een mooi wit kleedje met een mandje in de hand doorheen de velden dartelen, de zwarte kunsten blijven voor deze duivelaanbidster een bloedserieuze zaak zoals je even later met eigen ogen kunt zien. Heksenvervolgingen en een spetterend einde op de brandstapel zouden haar lot misschien geweest zijn als ze in de duistere middeleeuwen had geleefd. Muzikaal gezien wordt de mosterd gehaald bij de Noorse oerbeginselen van een Satyricon, Immortal en Isvind, maar ook een portie Venom en Bathory mag niet ontbreken. Aan dynamiek is er op “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” geen gebrek, want tegenover rampestampers als de opener, “Sown in barren soil” of de vurige afsluiter “From whence an ancient evil once reigned” staan dan weer enkele sterke mid-tempo nummers zoals “Creature of demonic majesty” en het erg aanstekelijke, ietwat Keltisch aanvoelende “Purgations of bodily corruptions“. In het reeds eerder vermelde “De Dijle” worden de versterkers en drums zelfs de volledige zes minuten achterwege gelaten en nemen een aanstekelijk keyboardriedeltje en akoestisch gitaargetokkel, vergezeld van mysterieus gekrijs/gefluister en allerhande natuursamples, ons mee op een mystieke tocht langsheen deze rivier. Aan wie de drums uitbesteed werden, is me onduidelijk maar op het ritmisch departement werd veel vooruitgang geboekt vergeleken met de kleinere releases uit het verleden. En ook qua songwriting werden mooie stappen gezet waardoor de nieuwe nummers beter uit de verf komen. Het enige puntje van kritiek is dat Hulder’s krijsstem nogal vlak klinkt en de nodige diepte mist. In “A forlorn peasantry” haalt ze echter ook haar heldere zangstem van stal wat dan toch een mooi contrast oplevert met de raspende vocalen. Conclusie: Hulder heeft een onderhoudende eerste langspeler afgeleverd die niets nieuws onder de zon laat horen, maar wel erg degelijk is en een mooie progressie laat horen.

JOKKE: 82/100

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Upon frigid winds
2. Creature of demonic majesty
3. Sown in barren soil
4. De Dijle
5. Purgations of bodily corruptions
6. Lowland famine
7. A forlorn peasant’s hymn
8. From whence an ancient evil once reigned

Aethyrick – Apotheosis

Eén van de laatste coverontwerpen van de onlangs overleden grafische kunstenaar Timo Ketola vinden we terug op “Apotheosis“, de nieuwe derde langspeler van het Finse Aethyrick en tevens sluitstuk van een trilogie voorafgegaan door de prima platen “Praxis” en “Gnosis“, waarbij die laatste bijna dag op dag een jaar geleden verscheen. Muzikaal gezien laten Gall en Exile geen grote verrassingen horen. De fel gesmaakte formule van vrij toegankelijke, melodieuze black met kippenvelopwekkende gitaarleads is nog steeds alomtegenwoordig en bereikt een erg aanstekelijk hoogtepunt in o.a. “Rosary of midnights” en “In blood wisdom“. Nummers die misschien nog net dat beetje grootser, majestueuzer of zelfs bevrijdend klinken dan de composities uit het verleden. De albumtitel kan dus zeker naar de muzikale evolutie verwijzen, maar doelt in de eerste plaats op spirituele zaken. Het algemene idee is om het proces van het bereiken van apotheose te benadrukken door wijsheid toe te passen die is vergaard door magische beoefening. Het gaat dus niet alleen om de staat zelf, maar ook om de keten waardoor deze wordt bereikt: praxis (‘praktijk’), gnosis (‘kennis’) en apotheose (‘hoogtepunt’). Tussen alle rauwe blackmetalgrimmigheid en verstikkende dissonanten die we de afgelopen weken weer te verwerken kregen, klinkt Aethyrick toch altijd even als een welgekomen verademing. De band als ‘luchtig tussendoortje’ omschrijven zou echter oneerbiedig overkomen, maar soms is het gewoon ook leuk om tussen al het geweld, zwartgalligheid en negativiteit ook eens te kunnen wegdromen op – of zelfs goedgezind worden van – een blackmetalplaat. Aethyrick bezit die gave om meeslepende nummers te componeren zonder al té soft voor de dag te komen. Het tempo ligt trouwens gemiddeld genomen wat hoger (er mag in opener “The starlit altar” en “Flesh once divided” al eens geblast worden) dan op het vorige werk en ook de sound is wat grofkorreliger. Aethyrick heeft zeker het potentieel om een veel breder publiek te bereiken. ’t Is alleen maar te hopen dat er zich geen groter label met de band gaat bemoeien.

JOKKE: 85/100

Aethyrick – Apotheosis (The Sinister Flame 2021)
1. The starlit altar
2. Rosary of midnights
3. Flesh once divided
4. In blood wisdom
5. With determined steps
6.. Path of ordeal

Despondent Moon – Enshrouded in eternal moonlight

Deorc Weg, het illustere heerschap achter one-man band Despondent Moon is goed op dreef want het kakelverse “Enshrouded in eternal moonlight“, dat via een helder verlichte wenteltrap uit het sterrenstelsel op ons komt neder gedaald, is meneer’s vierde langspeler in nog geen twee jaar tijd. De rauwe blackmetalscene is hip. Het ijzer smeden als het heet is, heet dat dus. De tapes waren op een wip en knip de deur uit, dus is het wachten tot onze kosmische blackmetaltovenaar nieuwe cassettebandjes is gaan kopen en een tweede run dubt of totdat de vinylversie later op het jaar via His Wounds zal verschijnen. Tien nummers lang krijgen we op Limbonic Art gestoelde songtitelgrootspraak maar thematisch gezien echter geen galactische onderwerpen, maar teksten over vampirisme, rituelen, hekserij, spoken en offerandes. De geprogrameerde drums ratelen aan een duizelingwekkende snelheid voorbij en de akelig hoge, ijle en onmenselijk klinkende screams liggen bovenop het dichtgeplamuurde riffwerk gedrapeerd waar groots klinkende melodieën en snerpende leads als bliksemschichten doorheen flitsen. Een vrij claustrofobische bedoening en bij momenten zie ik dan ook sterretjes, zeker als ik me in dit astrale universum onderdompel op een dag dat mijn hyperacusis van zich laat horen. Nu worden er naast de obligate intro- en outro middels uit toetsenpracht opgetrokken nummers als “A crescendo of ethereal sonmanbulant lamentation” en “Execrated vestments hang in the black cloister” wel enkele broodnodige rustpunten voorzien, maar wat meer dynamiek binnenin éénzelfde compositie inbouwen had misschien geen kwaad gekund want na enkele barokke schilderijen te bestuderen, willen mijn ogen soms ook eens naar een minimalistisch canvas staren. Het zou het onderscheidend karakter van de nummers ook ten goede komen want nu staat overkill voor de deur te lonken en lijken we elk ritme en iedere melodie ook in de voorgaande song te hebben gehoord. Wie fan is van symfonische black metal, maar met een doorgaans wat rauwere en minder op synths gebaseerde sound, zit bij Despondent Moon aan het juiste adres. Echter: de vorige langspeler “The infernal shadows of winter” kon ons erg bekoren, “Enshrouded in eternal moonlight” heeft ook zeker zijn momenten, maar ligt me als geheel net wat minder dan diens voorganger. Sommige vonken ontbreken in de melodische gitaarleads hoewel Deorc Weg als een bezetene op zijn vuurstokje ligt te rammen. De op gotiek en oude horrorfilms gebaseerde esthetiek is echter weer spot on!

JOKKE: 77/100

Despondent Moon – Enshrouded in eternal moonlight (Eigen beheer 2021)
1. Dust gathers below the dancing luminescent orbs
2. The howling of the hallowed halls
3. Celestial winds lacerating the midnight sky
4. A crescendo of ethereal sonmanbulant lamentation
5. Apparition of the countess descending the spiral staircase
6. Enshrouded in eternal moonlight
7. Visions of candlelit exhumation
8. Execrated vestments hang in the black cloister
9. The affliction of an astral existence
10. Drowning in the vociferous screams of winters swan song

Ebony Pendant – The garden of strangling roots

De rauwe blackmetalscene is goed op dreef. Een release die me de afgelopen weken vaak in de late uurtjes heeft vergezeld als vrouw en kind in dromenland waren, was Ebony Pendant’s eerste langspeler “Incantation of eschatological mysticism“. Ook al zijn de gitaarleads soms op het randje van het valse af, toch wist de terneergeslagen, melancholische en hypnotiserende atmosfeer me in zijn greep te houden. Daar die plaat al van februari 2020 dateert en er nu een nieuwe EP ligt te wachten, ga ik geen volledige review meer meegeven. Idem voor de in tussentijd verschenen split met het Hawaïaanse rauwe black metal/punk éénmansproject Kūka’ilimoku. Over naar “The garden of strangling roots ” dus waarvoor een nieuwe drummer aangetrokken werd door S.C. die voorts alles op zijn eentje uitvoerde. De meer organisch klinkende drumsound en de wat meer creepy scream van S.C. vallen meteen op wanneer “Sorceress of black spring” na het inleidende “Indulgement in celestial poisons” uit de boxen knalt. Het interval tussen de verschillende snare-aanslagen is nog steeds aan de korte kant, maar halfweg zakt het tempo tot een slepend doomy patroon terug. Samen met het nog meer grimmige aura van de muziek, ademt het uit Seattle afkomstige Ebony Pendant een zekere Judas Iscariot atmosfeer uit, niet verwonderlijk als je weet dat “Incantation of eschatological mysticism” afsloot met een cover van diens “Before a circle of darkness“. De rauwe en desolate hypnose is nog steeds alom tegenwoordig, misschien minder in het aanstekelijke, op een striemende manier uit de startblokken schietende “Vampyric bloodlust“, maar wanneer het tempo de dieperik in gaat, zoals het geval is in het titelnummer, is het heerlijk met de ogen gesloten meedeinen op de eenvoudige, maar pakkende riffs. Ingetogen akoestisch gitaargetokkel krijgt, net als in het afsluitende “Arboreal offering“, het laatste woord, maar daartussen is er nog het geweldige “Delirium of mortality” wiens openingsriff en het op de achtergrond verscholen hypnotiserende keyboardriedeltje Burzum in al hun poriën uitademen. Zo schrijft Varg ze al lang niet meer! Met “The garden of strangling roots” heeft Ebony Pendant zowel op productioneel als op compositorisch en uitvoerend vlak vooruitgang geboekt. Benieuwd of deze EP aan een democratische prijs in fysieke vorm gescoord zal kunnen worden. Ik betwijfel het.

JOKKE: 81/100

Ebony Pendant – The garden of strangling roots (Goatowarex/Forbidden Sonority/Grime Stone Records 2021)
1. Indulgement in celestial poisons
2. Sorceress of black spring
3. Vampyric bloodlust
4. The garden of strangling roots
5. Delirium of mortality
6. Arboreal offering

Maquahuitl – Con su pistola en la mano

Spaghetti Western klanken in black metal, het begint zo stilaan een nieuw dingetje te worden. The Black Twilight Circle is natuurlijk al even actief en vorig jaar speelden Vital Spirit en Ifernach zich in de kijker in deze niche. Maquahuitl is de zoveelste band die verhalen over de pre-Spaanse/Meso-Amerikaanse goden en helden van de Mexicaanse revolutie opnieuw onder de aandacht wilt brengen. Dit eenmansproject van de vervaarlijk uitziende Yahualcuauhli Eztli is daarbij niet aan zijn proefstuk toe want een eerste demo werd reeds uitgebracht in 2011 en sindsdien volgden al drie langspelers waarvan “At the altar of Mictlampa” vorig jaar nog verscheen. Een nieuwe EP is alweer een feit. “Con su pistola en la mano” is een conceptrelease die de reis doorloopt van de Mexicaanse outlaw Gregorio Cortez die 300 Texas rangers ontweek na het doden van twee sheriffs uit zelfverdediging. Hij werd een lokale volksheld en legende in het grensgebied van Tejano/Mexico. “El corrido de Gregorio Cortez” strooit meteen met de spaghetti Western klanken uit de openingszin in het rond en we wanen ons instant ergens ten velde in een broeierige Mexicaanse woestijn. Na deze triomfantelijk en trots klinkende inleiding krijgen we een fikse pandoering extreme maar melodieuze black metal rond onze oren geslagen die onze siësta abrupt afbreekt. De EP beschikt over een meer dan degelijke sound en moderne productie met voldoende speelruimte voor de basgitaar. De metalpassages doen me wat aan het Amerikaanse Worsen denken. De opzwepende zwartmetalen klanken vertonen een sterk Zweeds karakter, maar Maquahuitl steekt er ook een fikse portie eigen identiteit in daar Yahualcuauhli Eztli regelmatig gebruik maakt van de “requinto” of leadgitaar uit de Mexicaanse volksmuziek, vooral omdat zijn gitaarriffs hoge tonen en veel melodie gebruiken. In het aangrijpende en meeslepende eindstuk van “Ahantoc” wordt dat erg duidelijk: de lokale instrumenten worden bovengehaald en de uptempo blasts en metaltempo’s maken plaats voor swingende ritmes; dit mocht van mijn part nog langer duren. In “Pistolero” zijn de inheemse Mexicaanse invloeden eerder beperkt, we horen op de achtergrond wel een lokale folkmelodie en het typerende fluitje terug dat we ook kennen van een Blue Hummingbird On The Left waar Yahualcuauhli Eztli trouwens live-gitarist bij is. Vergeleken met “At the altar of Mictlampa” klinkt “Con su pistola en la mano” minder mystiek en mysterieus, wat ook wel logisch is gezien deze een andere tekstuele insteek had en meer over de inheemse goden handelde. De nationaal-socialistische trekjes daargelaten, trek ik dit soort muzikale blend van black metal en exotische invloeden wel, hoewel de traditionele old-school blackmetalfanaat dit hoogstwaarschijnlijk duivelslastering vindt.

JOKKE: 82/100

Maquahuitl – Con su pistola en la mano (Balamkú Records 2021)
1. El corrido de Gregorio Cortez
2. Ahantoc
3. Pistolero