Agalloch

Vanum – Ageless fire

We zijn nog aan het bekomen van “Sacrifice“, de nieuwe release van Ruin Lust, of daar is Michael Rekevics al weer. Deze keer laat hij van zich horen in de vorm van Vanum, de band die de drummer (maar zeg gerust ook multi-instrumentalist) in 2014 samen met Kyle Morgan (Ash Borer, Predatory Light, Superstition) oprichtte. We zijn na het sterke debuut “Realm of sacrifice” uit 2015 en de twee jaar geleden verschenen EP “Burning arrow” ondertussen bij de tweede langspeler “Ageless fire” aanbeland waarop het duo naar een kwartet is uitgegroeid doordat de voormalige live-muzikanten E. Priesner en L. Sheppard nu als permanente leden aan boord getrokken zijn. Het debuut liet een sombere insteek horen met een focus op texturen en traag opbouwende dynamiek terwijl op de EP meer invloeden uit de klassieke Helleense scene verkend werden. Platen zoals Rotting Christ’s “Triarchy of the lost lovers” en “Walpurgisnacht” van Varathron vormen nog steeds een inspiratiebron maar ook het majestueuze en triomfantelijke van een Bathory waart doorheen de zes songs. Het album handelt over de brutaliteiten van oorlog voeren maar ook over – hoe raar het soms kan klinken – de schoonheid die erin ontdekt kan worden. De toon wordt gezet middels de instrumentale opener “War” waarin de spanningsboog langzaamaan opgespannen wordt om vervolgens middels “Jaws of rapture” een salvo aan in-vuur-gedrenkte pijlen op de luisteraar af te vuren. De vurige tremolo riffs vallen uit de hemel op je neer en het is wanhopig zoeken naar een veilige plek om aan dit helse bombardement te ontkomen. Naarmate de song vordert vinden we gelukkig een schuilplaats in de meer melodieuze passages waarin keys opdraven die wat ademruimte inbouwen tussen de goed geplaatste gitaarsolo’s. “Eternity” klokt op meer dan tien minuten af en bevat een Agallochiaanse melodieuze lead die dwars doorheen de eerste helft van het nummer klieft totdat ze moederziel alleen overblijft. De spanning wordt opnieuw gestaag opgebouwd waarbij majestueuze black een nieuwe mood switch inluidt. De triomfantelijke door keyboards ondersteunde epiek wordt verder doorgetrokken in “Under the banner of death” totdat na een drietal minuten de vocalen invallen en “Under the banner of death I am alive” scanderen. De blaffende, nogal vlakke zang zal misschien niet iedereen kunnen bekoren en staat bij momenten in schril contrast met het erg melodieuze karakter van de muziek. De emotionele geladenheid is echter torenhoog, iets waar de met veel gevoel uitgevoerde solo’s en minutieuze keyboardpartijen toe bijdragen. Alvorens “Erebus” de plaat op een introspectieve instrumentale wijze een halt toeroept, is er nog de titeltrack die opnieuw uitblinkt in een pakkende mix van adembenemende melodie en razernij waarin de eerder aangehaalde Griekse invloeden duidelijk naar voor komen. Vanum gaat heel wat nieuwe zieltjes veroveren met deze geweldige nieuwe schijf. Een tour met Ultha zou in de maak zijn. Mooi, dan kunnen de Amerikanen hun overrompelende Roadburnset van twee jaar geleden herhalen. Dat belooft!

JOKKE: 90/100

Vanum – Ageless fire (Profound Lore Records 2019)
1. War
2. Jaws of rapture
3. Eternity
4. Under the banner of death
5. Ageless fire
6. Erebus

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht

Als afsluiter van een wederom erg sterk black metal-jaar bij onze noorderburen, krijgen we naast een nieuwe Lubbert Das ook nog een split tussen Witte Wieven en Reiziger voorgeschoteld waarbij beide bands één lange atmosferische black metal-song laten horen. Witte Wieven uit Tilburg bijt de spits af en pikt de draad op waar haar eerste EP “Silhouettes of an imprisoned mind” twee jaar geleden stopte. Het duo bestaande uit zangeres/gitariste/bassiste Carmen Raats en drummer Sarban Grimminck creëert een wazige en ijle atmosfeer des te meer door Carmen’s frêle zang die naar bands als Amesoeurs en Les Discrets neigt, maar we horen in “Met beide benen in het niets” ook wel wat Agalloch terug in de melancholische gitaarleads rond de 5:30 grens. De dissonante elementen die we op de EP nog hoorden, zijn echter verdwenen in het niets en hebben plaatsgemaakt voor een dromerig geluid. De serene openingsklanken en de opbouw van diens melodie doen heel hard denken aan “Earth as a womb” van het geniale Altar Of Plagues. Wanneer na drie minuten de black metal-klanken uit de startblokken schieten, zoekt Carmen het contrast op tussen haar engelenzang en hoge screams en de gitaren rangeren tussen cleane klanken en lage, modern klinkende riffs. “Met beide benen in het niets” is een dynamisch nummer dat enkele mooie opbouwen kent en haar mysteries gaandeweg prijsgeeft. Benieuwd naar de opkomende Roadburn-performance! Daarna is het de beurt aan Reiziger, de soloband van Laster’s N en niet te verwarren met de Belgische postcore-band uit Hechtel. “Dauw en daad” duurt negen minuten en hield me met haar hypnotiserende klanken, lo-fi riffs, repetitief drumspel, ijzige synths en ijle screams vanaf de eerste luisterbeurt in een grip die me niet meer los liet. Hoewel Reiziger minder buiten de lijntjes kleurt dan Laster, hoor je in de overall sound toch wel enkele gelijkenissen. Reiziger onderscheidt zich echter door een triomfantelijk gevoel dat inherent aanwezig is door een keyboardlaag die de sound van hoorngeschal en blazers evenaart. Een intrigerend epos en één van de beste nummers van het afgelopen jaar dat zo hard om meer roept. Ook de split-tape “Hertovenarij” van Reiziger en Alruin uit 2016 is de moeite waard. Mensen die van hun exemplaar af willen (aan een redelijke prijs natuurlijk), mogen me altijd contacteren! Dikke duim voor Babylon Doom Cult Records om ons met deze interessante split te verblijden.

JOKKE: 87/100 (Witte Wieven: 84/100 – Reiziger: 90/100)

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht (Babylon Doom Cult Records 2018)
1. Witte Wieven – Met beide benen in het niets
2. Reiziger – Dauw en daad

Soul Dissolution – Nowhere

Met haar tweede langspeler “Stardust” wist Soul Dissolution ons eerder dit jaar best te verbazen. De heren Jabawock en Acharan zaten duidelijk in een creatieve flow want ze trakteren ons alweer op nieuw werk, deze keer in de vorm van een twee-songs-tellende EP die toch op een mooie vierentwintig minuten speeltijd aftikt. Nieuw is dat het kernduo op deze EP wordt bijgestaan door haar live-drummer Celestial die we ook van death metal-band Bones kennen. Op de opgekrikte songspeelduur en de nieuwe trommelaar na, merken we geen grote veranderingen in het Soul Dissolution-kamp. We krijgen met andere woorden nog steeds melodieuze en atmosferische black metal te horen die fans van Agalloch, Alcest en consorten wellicht zal bekoren. Doorheen de pakkende melodieën schemert een post-rock-vibe die de luisteraar naar explosieve hoogtepunten meevoert terwijl de rustige passages een zeker tristesse uitstralen. Alle drie de muzikanten laten zich van hun beste kant zien: zanger Acharan brengt het verhaal over pijn en doorzettingsvermogen na een tegenslag op een emotionele en geloofwaardige manier, snarenplukker Jabawock heeft een goed oor voor pakkende riffs en melodieën en ook Celestial blijkt een goede aanwinst te zijn met zijn dynamisch drumspel. En op momenten dat het voor sommigen misschien té liefelijk en weemoedig begint te klinken, wordt het gaspedaal ingedrukt en laat Soul Dissolution zien nog steeds een zwartmetalen kern te bevatten. Tijdens de intieme gitaartokkelmomenten verandert de rauwe zangstem meermaals in spoken word-vocalen die me in “Fading darkness” meer bevallen dan in “Road to nowhere“. Voor de rest valt hier niet veel negatiefs op aan te merken. Ik betrap me na het beluisteren van de EP dan ook telkens op het neuriën van de pakkende melodieën die soms minutenlang aangehouden worden zoals ook een Forgotten Tomb dat kon. Puike EP!

JOKKE: 83/100

Soul Dissolution – Nowhere (GS Productions 2018)
1. Road to nowhere
2. Fading darkness

Yob – Our raw heart

Het is enkele jaar stil geweest in het kamp van het ronduit fantastische Yob. Dat was vooral te wijten aan de gezondheidsperikelen van de flamboyante frontman/gitarist Mike Scheidt, wiens leven zelfs even aan een zijden draadje heeft gehangen. We zijn maar al te blij dat Mike zo goed als terug de oude is en dat er vier jaar na het magistrale “Clearing the path to ascend“, dat toen in heel wat eindejaarslijstjes prijkte, opnieuw vers plaatwerk is. “Our raw heart” werd het beestje gedoopt en staat tot aan het gaatje vol met hoogstaande stoner/doom. Er prijken maar liefst zeven songs (wat veel is naar Yob-normen) op de tracklist van de van-een-kleurrijke-hoes-voorziene plaat, waarvan er dan nog eens twee ruim een kwartier duren, wat de totale speelduur om meer dan zeventig minuten brengt. We zijn natuurlijk niets anders gewoon van het trio dat naast Mike bestaat uit drummer Travis Foster en bassist Aaron Rieseberg. Openen doen de heren met “Ablaze“, een typisch Yob-nummer dat al hun gekende ingrediënten bevat: logge ritmes, een slepende flow en de typische van-effecten-bulkende cleane zang van de frontman. In het daaropvolgende dreigende en donkere “The screen” krijgen we echter een afwijkende sound voorgeschoteld waarin Mike’s vocalen een pak ruwer klinken en een distorted riff bijna tien minuten lang hetzelfde patroon herhaalt. Iets te veel van het goede als je het mij vraagt en het haalt de vaart uit de plaat. Ik hoor Yob dan ook liever aan het werk wanneer ze een weidse, open sound neerzetten, zoals in opvolger “In reverie” die massiever klinkt, maar opnieuw wat variatie mist om tien minuten lang te kunnen boeien. “Lungs reach” vormt met haar ambient, drone en in reverb gedrenkte achtergrondgeluiden een rustpunt op de plaat, hoewel de band halverwege het nummer plots toch enorm zwaar uithaalt en Mike’s oerkreten een zekere overlevingsdrang uitroepen. Op de voorganger was het afsluiter “Marrow” die de kippenvelfactor in het rood deed gaan, op “Our raw heart” is die taak weggelegd voor het kwartier durende “Beauty in falling leaves” dat ons meermaals tot tranen toe beroert. Mike’s zang klinkt breekbaar en puur, de gitaarlijnen dwarrelen doorheen het nummer als neervallende bladeren en melancholische klanken nemen de boventoon. Als de distortionpedaal dan toch eens ingedrukt wordt, horen we Yob op haar best en is Black Sabbath niet veraf. De gitaargolven dreunen eindeloos door maar kruipen onder je vel en laten je niet onberoerd. Het contrast met het bulderende “Original face” kan niet groter zijn en laat een crossover horen tussen doom en met punk doorspekte metal. De zang klinkt enorm rauw en diep en de muziek knipoogt naar Vhöl, het zijproject van Mike en enkele leden van Agalloch, Ludicra en Hammers of Misfortune. In de monumentale titeltrack die doorspekt is met psychedelisch gitaarwerk, is de aanpak softer, maar daarom niet minder “heavy“. Mike bezingt hier zijn geworstel met zijn mortaliteit (“Drained and filled again / Temple to a nameless soul / Beckoning my restless ghost /From holes in my gut / To love from miracles / Silver climbed the walls / Eyeless looking on / It’s looking still / Drawn by a mortal thread / To an ever shifting weave / Known better by my bones / Than my eyes can see“) en de levenswil die hij hierdoor gekregen heeft. Want ondanks de emotionele ups en downs die er in de teksten te lezen zijn, mogen we “Our raw heart” vooral als een ode aan het leven beschouwen.

JOKKE: 87/100

Yob – Our raw heart (Relapse Records 2018)
1. Ablaze
2. The screen
3. In reverie
4. Lungs reach
5. Beauty in falling leaves
6. Original face
7. Our raw heart

Unreqvited – Stars wept to the sea

Wie anno 2016 af en toe eens door Youtube-comments scrolde kreeg ongetwijfeld lucht van het Canadese Unreqvited. De man achter de band (die schuilgaat onder het pseudoniem 鬼) had toen net “Disquiet” uitgebracht, en vond schaamteloze zelfpromotie op bovengenoemd kanaal precies de beste methode om het nieuws te verspreiden. Deze onorthodoxe promocampagne werd hem echter snel vergeven toen “Disquiet” een pareltje bleek te zijn waarin aangrijpende pianolijnen een bijzonder sfeervolle combinatie met atmosferische black metal en shoegaze vormen. Middels de plotse vrijgave van het nummer “Stardust” en het prachtige artwork van de mij tot nu toe onbekende Saprophial werd “Stars wept to the sea” aangekondigd. “Stardust” liet meteen horen dat Unreqvited vasthield aan de vertrouwde sound maar deze heeft uitgediept. Zo zijn de gitaren op de nieuwe telg iets prominenter aanwezig en wordt iets meer focus gelegd op het black metal aspect in de muziek. Na een lang uitgesponnen intro-track (die voor een keer niet totaal overbodig is) komt dan “Anhedonia”, meteen één van de meest aangrijpende nummers die het album rijk is. Een ietwat slepende, über-melancholische riff wordt ten gepaste tijde doorspekt met piano waarbij de uiterst getormenteerde screams (die bijwijlen wel wat richting het DSBM-genre neigen) nog net die extra touch geven. Unreqvited moet zich de terechte bedenking hebben gemaakt dat veel atmosferische black metal vaak nogal monotoon is, dus werd er beslist om de nodige variatie en tempowisselingen aan te brengen. Ook aan een rustpunt werd gedacht, en het moet gezegd dat de outro met fe-no-me-na-le vrouwelijke zang op het einde van het titelnummer een absolute meerwaarde biedt. Ook “Empyrean” voorziet halverwege het album een moment om even stil te staan met kalmere, ambient aandoende klanken. Niks dan lovende woorden voor Unreqvited hier, en dan zitten we nog maar halfweg het album. “Kurai” implementeert Agalloch-gewijs enkele natuurgeluiden zoals fluitende vogels, om vervolgens te exploderen in een beklijvend nummer dat bijna op een Woods of Desolation-plaat zou hebben gepast. Voor het eerst krijgen we een fikse verhoging van het tempo en zijn er blastbeats en een enorm heldere lead te horen. De rest van het album gaat op dit élan verder, waarbij afsluiter “Soulscape” een perfecte samenvatting is van alles waar Unreqvited voor staat. Dynamisch, melancholisch en fucking goed zijn enkele termen die het album perfect vatten. Met “Stars wept to the sea” levert Unreqvited prachtwerk af dat het ook al steengoede “Disquiet” bijna naar de vergetelheid verwijst. Volgens sommigen is de band niet ‘metal’ genoeg en verdient ze daarom geen plekje in de metalen archieven, maar wat dit album wél verdient is een plek in de collectie van iedereen die het genre een warm hart toedraagt. Unreqvited katapulteert zichzelf in één klap naar het absolute summum van de atmosferische black metal, en brengt ons één van de beste albums die het genre in jaren heeft gezien. Het feit dat het album al iets meer dan een maand uit is en nog steeds quasi dagelijks te horen is in casa Cas zou boekdelen moeten spreken. Als dit pareltje niet in de jaarlijsten verschijnt kap ik ermee, want beter dan dit wordt het niet.

CAS: 95/100

Unreqvited – Stars wept to the sea (Avantgarde Music, 2018)
1. Sora
2. Anhedonia
3. Stardust
4. Kurai
5. Empyrean
6. White Lotus
7. Namida
8. Soulscape

Soul Dissolution – Stardust

Het enkele jaren geleden terziele gegane Agalloch is een band die wereldwijd de nodige zieltjes wist te veroveren en ook tal van bands inspireerde om een gelijkaardig atmosferisch black metal pad te bewandelen. Zo ook Soul Dissolution, de band van Jabawock en Acharon, die we ook kennen van L’Hiver En Deuil en Marche Funèbre. Hun debuutplaat “Pale distant light” wist twee jaar geleden reeds te imponeren, maar laat ons maar meteen met de deur in huis vallen en verklappen dat opvolger “Stardust” nog beter in de smaak valt…en zo hoort het ook want stilstand is achteruitgang. Op zich geen wereldschokkende wijzigingen in de sound van de band die nog steeds atmosferische black metal speelt met elementen van oude Forgotten Tomb, Alcest, oude Katatonia en Agalloch. “Stardust” klokt af op achtendertig minuten en is daardoor compacter uitgevallen dan zijn voorganger. “Vision” fungeert als intro en bewijst dat songschrijver Jabawock, naast metal, ook een voorliefde voor klassieke muziek heeft, enkel spijtig dat deze niet verder uitgewerkt werd want met amper iets meer dan één minuut speeltijd had hier veel meer kunnen inzitten. Met “Circle of torment” begint het échte werk en worden we meteen getrakteerd op een catchy melodie zoals oude Forgotten Tomb of Harakiri For The Sky die ook weten te brengen terwijl de symfonische toets van de intro ook nog aanwezig is. Naast het dieper uitspitten van haar melodieuze kant, trekt Soul Dissolution vooral harder van leer dan ooit te voren en worden regelmatig blastbeats uit de kast gehaald die perfect uitgevoerd worden door interim drummer Forge Stone (Norse, Somnium Nox, ex-The Amenta). De titeltrack is hier een mooi bewijs van. Naast het ruwe van black metal werden ook naar post-rock neigende melodieën in de song verweven die naar de hoogdagen van Alcest ten tijde van “Ecailles de lune” verwijzen. De vocalen van Acharon klinken iets heser en minder rasperig dan voorheen maar worden nog steeds met voldoende emotie vertolkt. De weemoed en melancholie die van “The last farewell” afdruipen, weten dan ook onder je huid te kruipen. En de subtiele symfonische elementen stuwen de kippenvelfactor nog meer de hoogte in. Middels de knappe afsluiter “Far above the boiling sea of life” laat het duo nogmaals horen wat de sterkte is van Soul Dissolution: pakkende, goed in het gehoor liggende melodieuze black metal met een mooie wisselwerking tussen hevige uitbarstingen en atmosferische grondlagen. Goed bezig heren!

JOKKE: 87/100

Soul Dissolution – Stardust (Black Lion Records 2018)
1. Vision
2. Circle of torment
3. Stardust
4. Mountain path
5. The last farewell
6. Far above the boiling sea of life

Pillorian – Obsidian arc

Het nieuwbakken Pillorian – ontstaan uit de assen van het vergane Agalloch – wist ons met single “A stygian pyre” als appetizer gretig te doen watertanden naar de main course, die ons nu in de vorm van “Obsidian arc” wordt voorgeschoteld. De dark metal die met “By the light of a black sun” uit de boxen knalt, klinkt wel heel vertrouwd in de oren omwille van de veilige vintage Agalloch-sound die we voorgeschoteld krijgen, inclusief John Haughm’s rauwe vocalen die afgewisseld worden met gefluister, elektrische gitaren die het duel aangaan met hun akoestische broertje en epische leads die de gevoelige snaar moeten raken door een gevoel van mistroostige grandeur op te wekken. Ik had gedacht (en gehoopt) dat er meer black metal invloeden in het bandgeluid ingeslopen zouden zijn en dat is met “Archaen divinity” gelukkig het geval. Drummer Trevor Matthews (Uada, Infernus) pept de boel middels afwisselend drumwerk op en eens de dubbele basdrum begint te rollen en de elektrische gitaarlead ons bij de keel grijpt, ontwaken mijn armhaartjes uit hun slaapstand. “The vestige of thorns” bewandelt opnieuw veiligere paden met een van-melancholie-doordrongen-sound totdat “Forged iron crucible” opnieuw plaats maakt voor wat zwartgeblakerde agressie. Het reeds gekende “Stygian pyre” vormt met haar oude-Katatonia/Daylight Dies melancholische vibe en Dissection-invloeden het hoogtepunt van de plaat. Alvorens de tien-minuten durende afsluiter “Dark is the river of man” zich over ons meester maakt, zorgt een bijdrage van Alison Chesley (Helen Money) voor een duistere opbouw in “The sentient arcanum“, die naadloos overvloeit in het hekkensluitende epos waar John zijn stembanden afwisselend inzet om de juiste toon te zetten. Dat is er geen van joligheid, maar eerder van een wijd spectrum aan gevoelens in mineur. In de songs op “Obsidian arc”  worden elementen uit dark metal, black metal, folk, noise en avantgarde samengebald, en hoewel deze doorwinterde muzikanten over de gehele lijn kwaliteit afleveren, zijn het – naast de trage, slepende eindsong – de nummers waar het tempo en pit wat hoger liggen, die mij het meest bij de keel grijpen. De Agalloch-fans kunnen zonder aarzelen toehappen. Tot op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Pillorian – Obsidian arc (Eisenwald Tonschmiede 2017)
1. By the light of a black sun
2. Archaen divinity
3. The vestige of thorns
4. Forged iron crucible
5. A stygian pyre
6. The sentient arcanum
7. Dark is the river of man