aosoth

Devouring Star – The arteries of heresy

Devouring Star laat met haar tweede langspeler “The arteries of heresy” al voor de derde keer dit jaar haar demonen vrij nadat een paar maanden geleden een bijdrage verscheen aan de “Ekstrophë“-compilatie en de “Apostasis“-split met het Schotse Caecus. Spilfiguur achter de band is multi-instrumentalist JL die – in tegenstelling tot menig andere band – eerst een tekstueel concept creëert om dat achteraf pas in muzikale vorm te gieten. Voor “The arteries of heresy” liet de Fin zich inspireren door de singulariteit van het universum en hoe dat christelijke doctrines nutteloos maakt. Vanuit een kosmologisch standpunt bekeken is een singulariteit een punt in de ruimtetijd waarin de natuurwetten hun geldigheid verliezen. Het doel om de hemel (of hel) te bereiken via dogma’s of een spiritueel pad is volgens JL nutteloos in een universum dat reeds allesomvattend is en waar je reeds in leeft. Maar we wijken af en ik ben geen Sheldon Cooper die alles afweet van de relativiteitstheorie en zwarte gaten. Devouring Star klonk altijd al meer Frans dan Fins en dat is opener “Consummation” opnieuw geen uitzondering. Referenties naar een Aosoth zijn nog altijd hoorbaar (vooral in de snelle partijen en op vocaal vlak dan), maar er wordt ook regelmatig gas teruggenomen. In het verleden wist de (one man) band me met haar tragere songs (zoals op de “Antihedron” EP) niet altijd in te pakken. Nu klinken de doompartijen in “Procreation of blood” en “Scar inscriptions” overtuigender en worden ze afgewisseld met uptempo beukstukken, maar Devouring Star is voor mij nog altijd het meest in haar element als er voluit gegaan wordt zoals in het overweldigende “Sin assimilation“, misschien wel de beste Devouring Star-song tot op heden. Afsluiten doet de band met “Her divine arteries“, een nummer waarin een repetitieve gitaarriff een hypnotiserende vibe uitstraalt waarover JL dood en chaos preekt, en of het nu tijdens de slome start of de felle tussenstukken is, de melodie deint genadeloos en monotoon door en nestelt zich vast in de hersenpan. Opnieuw een song om trots op te zijn en die van Devouring Star een band maakt om mee rekening te houden.

JOKKE: 83/100

Devouring Star – The arteries of heresy (Dark Descent Records/Terratur Possessions 2018)
1. Consummation
2. Procreation of blood
3. Sin assimilation
4. Scar inscriptions
5. Her divine arteries

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum

Het Noorse Terratur Possessions heeft enkele van haar bands laten gaan, waardoor het nieuwste teken van leven van Prosternator bij Iron Bonehead opduikt. Het debuut “Abyssus abyssum invocat” van dit internationale gezelschap wist ons bij Addergebroed duidelijk te imponeren. Voor deze nieuwe split-release werd een partner in crime gevonden in een ander pan-Europees collectief genaamd Ancient Moon, waarachter individuen uit België, Frankrijk en Zwitserland zouden schuilgaan. Ook Ancient Moon heeft slechts één voorgaande release (“Vvltvre” die in 2015 via Sathanath Records verscheen) die ik dringend eens moet opsnorren, want wat ik hier te horen krijg, klinkt alvast duivels lekker. Ancient Moon leverde slechts één track aan voor deze collaboratie, maar “Hekas hekas este bebeloi” klokt wel meteen op achttien minuten af. In die tijdspanne horen we occulte black metal waarbij een repetitieve, hypnotiserende, ietwat lo-fi zoemende gitaarriff gedurende de eerste zeven minuten de ruggengraat van het nummer vormt, ondersteund door blastende drums en een gevarieerd vocaal klankenpallet waarbij demonische screams en sacraal aandoende cleane zang dikwijls simultaan de mystieke teksten verkondigen. Subtiele keyboards geven tevens een kosmische toets aan het geheel. Net voorbij de negen minuten grens volgt er een stukje dat wat aan mid-tempo Aosoth doet denken om vervolgens naar sacrale koorzang en een mix van ritualistische ambientklanken en black metal over te gaan. Tenslotte worden er tremolo picking riffs bijgehaald om dit epos van een beklijvende apotheose te voorzien. Prosternatur voorziet bijna evenveel minuten speelduur maar deelt haar verhaal wel op in drie afzonderlijke tracks. Hoewel de productie net iets beter en de densiteit voller is, passen beide bands wonderwel perfect bij mekaar. Van de drie mysterieus getitelde songs is het met cleane gitaren ingezette “Zi dingir isatum kanpa!” meer mid-tempo van aard terwijl het trio in de twee andere nummers het tempo opdrijft. Doorheen de razernij van “Ana harrani sa alaktasa la tarat” priemt zich een repetitieve gitaarmelodie en “Usella mituti” klinkt enerzijds lekker agressief en anderzijds creepy door de angstwekkende vocalen en duistere ambientintermezzo’s. Heerlijke split voor al wie kwijlt bij occulte, ritualistische black metal!

JOKKE: 84/100 (Ancient Moon: 82/100 – Prosternatur: 86/100)

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum (Iron Bonehead productions 2018)
1. Ancient Moon – Hekas hekas este bebeloi!
2. Prosternatur – Ana harrani sa alaktasa la tarat
3. Prosternatur – Zi dingir isatum kanpa!
4. Prosternatur – Usella mituti

Ignis Haereticum – Autocognition of light

Als ik me niet vergis, heeft Ignis Haereticum de primeur om als eerste Columbiaanse band op Addergebroed besproken te worden. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de extreme metalscene uit Centraal- en Zuid-Amerika me nooit zo heeft kunnen boeien op een paar uitzonderingen na (LLuvia!!!). Ignis Haereticum komt echter op de “voortaan te volgen bands”-lijst uit dat continent te staan. Het duo heeft reeds een debuutplaat (“Luciferian gnosis” uit 2014) op haar conto staan evenals enkele kleinere releases en was in haar beginjaren actief als Demogorgon. Na het raadplegen van enkele recensies, bleek dat debuut destijds goed ontvangen te zijn en werd de band als veelbelovend bestempeld. Referenties aan Deathspell Omega doken in bijna elke review op. We weten ondertussen echter dat dat een link is die de dag van vandaag door bands en labels te pas en te onpas wordt gebruikt om nieuwe zieltjes aan te trekken. In het geval van deze Columbianen snap ik de vergelijking wel, hoewel het er bij onze favoriete Fransen toch nog een pak gecompliceerder en technischer aan toegaat. En de genialiteit van Deathspell Omega wordt – zoals zelden – niet geëvenaard. Veelal horen we in de muziek van Ignis Haereticum trage, verwrongen en dissonante riffs terug waaronder de snelle (geprogrammeerde?) drums voor een ritmisch contrast zorgen. “Ekstasis” lijkt halverwege de veertig minuten durende trip een ambient rustpunt te vormen, maar ontpopt zich toch nog tot een tergend trage – bijna funeral doom – apotheose. Ook in de blasts en de razernij van opener “Glorious wounds” en “Lifting the veil” blijkt er plaats te zijn voor doom-passages vergezeld van diepere grunts. Dit komt de afwisseling ten goede en een band als The Ruins Of Beverast kan hierdoor ook wel als vergelijkingsmateriaal dienen. Qua sound (maar ook stijl) moest ik tevens regelmatig aan Aosoth denken en toen bleek dat diens BST instond voor de mix en de mastering (en misschien ook wel het programmeren van de drums?), was dit dus geen foute gedachte. Wel valt op dat de plaat pas goed klinkt als de volumeknop serieus opengedraaid wordt. Met één blik op het knappe artwork en de tracklist weet je dat Ignis Haereticum uit een occult vaatje tapt. “Autocognition of light” bestaat uit twee delen waarbij het eerste draait rond spirituele zuivering en het tweede rond de eindfase van Verlichting waarbij al het materiële achtergelaten wordt. Ignis Haereticum heeft deze thematiek in zes knappe songs weten te vertalen die zich als één geheel dienen te laten beluisteren. De band bewijst dat de invloed van de Franse black metal scene een voedingsbodem is die zelfs tot aan de overkant van de Atlantische oceaan reikt. Hierdoor ontbreekt het Ignis Haereticum wel voor een stuk aan identiteit, maar het vakmanschap, de strakke uitvoering en afwisselende songs maken veel goed.

JOKKE: 79/100

Ignis Haereticum – Autocognition of light (Goathorned Productions 2017)
1. Glorious wounds
2. Atonement of the faithful
3. Mors mystica
4. Ekstasis
5. Lifting the veil
6. Autocognition of light

Aosoth – The inside scriptures

Of het toeval is of niet dat mijn derde Addergebroed review opnieuw handelt over een release die uit het land van cider en croissants afkomstig is, laat ik aan u over. Het blijft echter een feit dat onze Franse buren album na album blijven uitspuwen. Deze keer gaat het om niemand minder dan Aosoth, het gitzwarte monster dat na vier full lengths en een berg splits al lang niet meer aan zijn proefstuk toe is. Sterker nog, het in 2013 verschenen “IV: An arrow in heart” blijft met zijn onheilspellende sfeer en verstikkende uitbarstingen een uniek album dat hier tot op heden minstens wekelijks eens de revue passeert. Projecten als Antaeus, VI en Martröð, waarvan de leden eveneens deel uitmaken, klinken evenmin onbekend in de oren. Dat de verwachtingen voor de nieuwste uitspatting van MkM en kompanen hooggespannen zijn komt dus allerminst als een verrassing. Op het eerste zicht ligt “V: The inside scriptures” in dezelfde lijn als zijn voorganger, al is het maar omwille van het kleurrijke artwork van de hand van schilder Benjamin A. Vierling, waarin ondanks de helderheid de paralellen met “IV: An arrow in heart” overduidelijk zijn. “V: The inside scriptures” werd er dan ook van verdacht het laatste hoofdstuk in het Aosoth-epos te zijn, hoewel brulboei MkM deze geruchten ondertussen de mond heeft gesnoerd. Productiegewijs klinkt het album subliem, ondanks het feit dat de typische, smerige vocalen af en toe dreigen te verdrinken in het landschap van chaotische, dissonante gitaarpartijen. Aosoth slaagt er opnieuw in de luisteraar mee te sleuren in een wervelwind die uit één brok duisternis opgetrokken lijkt te zijn. De iets slepender passages uit het voorgaande album worden grotendeels achterwege gelaten om plaats te maken voor een verzwelgende draaikolk aan riffs. Al bij al komt onheilig kind nummer vijf een stuk agressiever uit de hoek. Het album zit barstensvol met ideeën – maar daar komt meteen ook mijn grootste (en laat ons eerlijk zijn, enige) punt van kritiek om de hoek piepen. Hoewel er variatie troef is op het album, was de eerste luisterbeurt licht teleurstellend. Nu, een Aosoth album geeft zijn geheimen natuurlijk niet van het eerste moment prijs en de plaat is dan ook gestaag blijven groeien doorheen de tijd. Echter besluipt me nog steeds het gevoel dat ondanks het feit dat er absoluut geen gebrek aan inspiratie is, de band méér uit het album kon halen. Aosoth presenteert ons een album dat vaak klimt naar, maar de piek nét niet haalt. Waar bijvoorbeeld de openingstrack “A heart to judge” schitterend opbouwt naar het einde toe (denk “Ritual marks of penitence”) wordt met dit potentieel uiteindelijk weinig meer gedaan. Deze trend blijft zich doorheen het hele verhaal doorzetten: waar Aosoth op zijn sterkst zou kunnen zijn, kiest de band er vaak voor het over een andere boeg te gooien. Gelukkig zijn er nog tracks als “Her feet upon the earth, blooming the fruits…” en het allesverslindende “Contaminating all tongues” (meteen ook het nummer dat met kop en schouders boven de rest uitstreekt) die het album naar een hoger niveau tillen. Hoewel ik Aosoth met plezier een perfecte score zou toekennen, blijf ik wat op mijn honger zitten. Maar who cares, want uiteindelijk is “V: The inside scriptures” nog steeds een zeer sterk en consistent album en een logische verderzetting van de ranzige chaos die Aosoth altijd al heeft voortgebracht. En laat ons nu vooral hopen dat de beste heren niet van gedacht veranderen en gewoon beginnen schrijven aan plaat nummer zes.

CAS: 87/100

Aosoth – V: The inside scriptures (Agonia Records 2017)
1. A heart to judge
2. Her feet upon the earth, blooming the fruits…
3. The inside scriptures
4. Premises of a miracle
5. Contaminating all tongues
6. Silver dagger and the breathless smile

Antaeus – Condemnation

Wie dacht dat Set en MkM de stekker uit Antaeus getrokken hadden na “Blood libels” in 2006, komt bedrogen uit. Al zal niemand daarvan wakker liggen en zal dit bedrog als heldendaad onthaald worden. Aosoth, de B-versie van Antaeus, heeft me nooit helemaal kunnen bekoren en ook de oude albums van de kwaaiste band uit Frankrijk, zijn vaak regelrechte teringherrie. De band wist me pas echt te overtuigen met “Blood libels“. Tien jaren later slaat Antaeus als het ware nog harder terug met “Condemnation“. En dat mag je zelfs letterlijk nemen. “Condemnation” is hard. Knalhard. De bands die hun muziek met zo’n intensiteit brengen zijn op één hand te tellen. Als Antaeus vertaald moet worden en emoties, dan dekken pure haat en waanzinnige razernij absoluut de lading. Wat een woede! Vergeet zorgvol opgebouwde dynamiek of meeslepende melodieën. Antaeus gaat direct als een duivel in een wijwatervat tekeer en sleurt alles en iedereen mee in hun allesvernietigende maalstroom van pure chaos. Alles op tien! MkM kapot geschreeuwde keel doet het uitstekend en samen met de rauwe (doch voldoende helder klinkende) productie geeft dit “Condemnation” een zeer natuurlijke toets, als het ware haast dierlijk primitief. Nummers speciaal uitlichten en vermelden is zinloos. Men luistert “Condemnation” van begin tot einde. Punt. Hits zijn uit den boze. Het is een plaat waarvoor je open moet staan en ook niet op elk moment van de dag kunt opleggen. Maar eens je ervoor gewonnen bent, geraak je er niet meer vanaf.

Flp: 96/100

Antaeus – Condemnation (NoEvDia 2016)
1. Something wicked this way comes
2. Shadow fires
3. Flesh ritual
4. Angels of despair
5. Watchers
6. Condemnation
7. Symmetry of strangers
8. End of days
9. Abeyance

Martröð – Transmutation of wounds

Met het ten grave dragen van het Amerikaanse Twilight na het verschijnen van hun derde langspeler en tevens zwanenzang “III: Beneath trident’s tomb“, kwam er een eind aan deze black metal supergroep. Met het nagelnieuwe Martröð is er echter een nieuw super black metal collectief ontstaan waarbij gerespecteerde en gerenommeerde individuen van verschillende continenten de handen in mekaar slaan. Bent u klaar voor een rondje name dropping? Hier gaan we. Op zang vinden we MkM terug die het meest bekend is van Aosoth en Antaeus. De gitaartandem bestaat uit H.V. Lyngdal (o.a. Wormlust) en A.P. (o.a. Krieg, Esoterica en Skáphe). Bij Skáphe werkte A.P. reeds samen met D.G. (o.a. Misþyrming en Naðra), die hier de bas in handen neemt. Enfant terrible Wrest (welbekend van ondermeer Leviathan en Lurker Of Chalice) voegde nog wat extra gitaar en ambient toe en drummer van dienst is Thorns (o.a. Blut Aus Nord, Darvaza, Manetheren, etc.). Kwijl! Met twee IJslanders, twee Amerikanen, een Italiaan en een Fransman is hier dus sprake van een bont internationaal allegaartje. De vraag die zich stelt, is natuurlijk of er één welbepaalde band het meest doorklinkt in het eindresultaat? De sound van de gitaren, drums en vocalen verwijzen overduidelijk naar Aosoth (zeker wanneer de herrie van “Draumleiðsla” zijn intrede doet), maar daar waar deze band nogal rechtlijnig tekeer gaat, wringt de black metal audioterreur van Martröð zich in veel meer bochten en staat de deur van de hel wagenwijd open voor experiment, voornamelijk in “Draumleysa” waar de invloed van Wrest overduidelijk vanaf druipt: horrortaferelen, mystiek die zich laagje per laagje opbouwt, onderhuidse spanning, dissonantie ten top en creepy noise. Dit is smullen voor wie van donkere, chaotische black metal zonder keurslijf houdt. Je zou kunnen beginnen leuteren dat het vrij voos is dat deze zestien (uitstekende) minuten muziek in een 12″ LP gegraveerd zijn, maar als we eens de optimist in plaats van de pessimist spelen, houdt dit in dat je op kant B nogmaals van deze overheerlijke songs kan genieten. Enig puntje van kritiek blijft dan dat de basgitaar amper hoorbaar is in deze chaotische duisternis. Desondanks is dit eerste wapenfeit een regelrechte voltreffer. Wel zou ik het fijn vinden als dit collectief op toekomstig werk nog meer de strijd met het experiment aangaat en de ingeslagen weg van “Draumleysa” verder zet.

JOKKE: 85/100

Martröð – Transmutation of wounds (Terratur Possessions/Fallen Empire Records 2016)
1. Draumleiðsla
2. Draumleysa

Gevurah – Hallelujah

Na twee uitstekende demo’s en een EP (zie addergebroed archief) was de tijd rijp voor het duo Gevurah, waarachter de heerschappen A.L. en X.T. schuilgaan, om hun muzikale visie middels een eerste langspeler met de mensheid te delen. Het woordje “lang” slaat hier duidelijk nagels door de pols van onze lieveheer, want hoewel er “slechts” zeven songs op het volwaardige debuut prijken, beslaat het blasfemische geheel wel een speelduur die het uur overschrijdt. Hoewel het hier een Canadese band betreft, werd de Franse school als duidelijke blauwdruk genomen voor deze heftige portie black/death metal. De incorporatie van orthodoxe elementen zoals koorzang en sacrale tussenstukjes ademt Deathspell Omega uit, maar ook fransozenbands Aosoth en Hell Militia en oude Zweedse Watain gelden als voedingsbodem. De naamgeving van de derde track werd zelfs in de taal van de liefde gedoopt. Verschil met eerdere releases is dat de sound wat woester en ruwer werd gehouden – met een zwaar rammelende basgitaar en laag klinkende snare drum waardoor het samenspel met momenten niet altijd even strak lijkt – wat een bestial war metal randje aan het geheel voorziet. De ruwe, hese vocalen vind ik op deze plaat eentoniger dan in hun vorig werk, waardoor het instrumentale “Lifting the veils of Da’at” voor een welgekomen afwisseling zorgt. Middels akoestische gitaren en ingetogen percussie wordt de spanning langzaamaan opgebouwd maar een echte climax blijft uit in deze song. De slag op de wang neemt het daaropvolgende “Temple without form” op zich, maar het is in “Dies irae – Lacrimosa” dat we snijdend riffwerk voorgeschoteld krijgen dat het meest blijft hangen. Op de “Dialogue of broken stars” EP experimenteerde het duo met donkere ambient, maar daar zijn op “Hallelujah” amper sporen van terug te vinden. De afsluitende monoliet “הַלְּלוּיָהּ” (Hebreeuws voor de titel van de plaat) flirt met de twintig minuten grens en bevat halverwege de godslasterende razernij een plechtig en eerbiedig klinkend intermezzo dat opgetrokken is uit Latijnse kerkzang en orgelklanken, waarna een beklijvende apotheose wordt ingezet. De twee laatste nummers overtuigen het meest en nemen de helft van de totale speelduur voor zich, maar over de gehele lengte bekeken, blijf ik wat op mijn honger zitten en had ik meer verwacht van dit “Hallelujah”. Volgende keer graag iets meer memorabele riffs en afwisseling in de ruwe vocale invulling graag. De orthodoxe black metal vijver barst ondertussen uit zijn voegen en er zijn voldoende bands die het nét dat tikkeltje interessanter weten te houden.

JOKKE: 79/100

Gevurah – Hallelujah (Profound Lore 2016)
1. The fire dwelling within
2. Cosmic putrefaction
3. Un feu indomptable
4. Lifting the veils of Da’at
5. Temple without form
6. Dies irae – Lacrimosa
7. הַלְּלוּיָהּ