avantgarde music

Beltez – A grey chill and a whisper

Een tijdje geleden tikte ik nog Exiled, punished…rejected van Beltez op de kop, een koopje bovenop een andere bestelling. Ik herinnerde me dat de derde plaat van de Duitsers degelijk was en kon die voor het klein prijsje niet laten liggen. Goeie beslissing, want mijn interesse werd opnieuw aangewakkerd en ik ving er wind van dat het kwintet aan een nieuw project bezig zou zijn. Dit nieuwtje dat de ronde deed in de wandelgangen bleek te kloppen, maar het zou over ‘een vierde langspeler’ gaan. In zekere zin klopt dat… ware het niet dat Beltez het veel grootser zag dan ‘simpelweg’ een album schrijven en uitbrengen. De Keulenaars hadden een gesamtkunstwerk voor ogen, en naast muziek en bijbehorend artwork werd ook een uitstapje richting de literatuur gedaan. De heren kozen niet gewoon een verhaal om hun muziek op te baseren, maar contacteerden zelf een auteur om een nieuw stukje proza neer te pennen. Zodus boetseerde de eveneens Duitse schrijfster Ulrike Serowy een kortverhaal getiteld “Black banners”, dat op zichzelf al de moeite is om te lezen. Duister, beklijvend en niet subtiel knipogend naar onze goede vriend H.P. Lovecraft, die ergens in het multiversum goedkeurend zit mee te lezen. De aandachtige lezer zal in het kortverhaal ook nog eens een metafoor voor een huidig maatschappelijk fenomeen ontwaren, zoals het goeie horror betaamt. Naast het verhaal en het album (door Benjamin Harff ook van intrigerend artwork voorzien) krijgen we ook nog eens een audioboek voorgeschoteld, ingesproken door Dan Capp van Winterfylleth, en voor de leut wordt er ook nog een akoestische versie van het afsluitend nummer “We remember to remember” toegevoegd. Lang geleden dat ik zo’n uitgekiend concept onder mijn loep kon leggen! Avantgarde Music moet dezelfde mening hebben gehad, want onze oosterburen vonden voor deze uitgave onderdak bij het Italiaanse label. Muzikaal volgen de negen nummers (die op iets meer dan een uur speelduur afklokken) de chronologie van het verhaal waarop ze gebaseerd zijn: van onheilspellend naar bedreigend, naar verdoemd. Hoewel veel bands die Lovecraftiaanse thema’s aanhalen nogal een goede relatie met dissonante tonen lijken te onderhouden, gooit Beltez het over een meer harmonische boeg met langgerekte melodieën (“A taste of utter destruction”) en enkele schaarse gitaarsolo’s zoals de harmonieuze lead die “I may be damned but at least I’ve found you” naar een climax stuwt. De blackmetal ligt vaak wat in het Zweeds-melodieuze hoekje maar verwacht geen zeemzoeterigheid, want Beltez moet het hebben van explosieve uitbarstingen die zich ondersteund door scherpe screams steeds weer opwerpen, na hier eens een rustiger, atmosferisch stuk en daar weer een korte ambient-passage zoals we het ook gewend zijn binnen de hedendaagse USBM. De arrangementen zijn doordacht, want de verhalende en steeds voortstuwende structuur van de nummers volgt het verhaal bijna alinea per alinea: zo begint “The unwedded widow” even terneergeslagen als het personage waarnaar de titel verwijst, en worden we daarna overweldigd door de weemoed en wanhoop van onze protagonist, als reactie op het gedrag van de ongehuwde weduwe. Zonder teveel prijs te willen geven over het verloop van het verhaal valt deze tendens in elk nummer te bespeuren, wat op zich al bewonderenswaardig is want het ganse boeltje blijft, ook muzikaal, heel coherent. Ook goeie punten voor de sound, want de snedige ritmegitaar, beukende drums, warm klinkende leads en dragende bas zorgen voor een niet te stoppen wall of sound, zeker wanneer het tempo onvermijdelijk terug de hoogte in gaat. Waar Beltez voordien okay was, een degelijke middenmootband, doet ze nu een gooi naar de hogere regionen binnen het wereldje met een album dat eigenlijk met moeite nog een album genoemd kan worden, maar eerder een crossover tussen verschillende disciplines in de kunst en verschillende artiesten met een voorliefde voor Lovecraft als gemene deler. “A grey chill and a whisper” is een enorm ambitieus project geworden waarin duidelijk over de plaatsing van elk woord en elke noot is nagedacht, en waarvan de executie ook meer dan bovengemiddeld is. Toen ik hoorde dat de heren met een nieuwe plaat bezig waren had ik zeker kwaliteit verwacht, maar dit Kunstwerk (met hoofdletter K) overklast ruimschoots wat ik in gedachten had en zou zomaar één van dé verrassingen van het jaar kunnen zijn!

CAS: 90/100

Beltez – A grey chill and a whisper (Avantgarde Music 2020)
1. In apathy and in slumber
2. The city lies in utter silence
3. Black banners
4. A taste of utter extinction
5. The unwedded widow
6. From sorrow into darkness
7. A grey chill and a whisper
8. I may be damned but at least I’ve found you
9. We remember to remember

Nexion – Seven oracles

De IJslandse scene is nog steeds springlevend en lijdt dus allesbehalve aan bloedarmoede, want naast reeds gevestigde namen als Svartidauði, Misþyrming, Sinmara, Naðra, Auðn, Wormlust of Rebirth Of Nefast was er dit jaar ook al een nieuwe instroom met platen van meer recente acts als Helfró, Nyrst en dit Nexion. Vier van de vijf leden zijn nog in andere bands actief, maar dat zijn voor een keer eens niet de gangbare namen die iedereen nu wel al kent. Wat meteen opvalt aan “Seven oracles“, de eerste volwaardige langspeler nadat in 2017 al een self titled EP verscheen, is het machtige artwork van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal dat een heus concept verraadt. Op het coverontwerp prijkt een zevenkoppig beest dat verschijnt voor een figuur die een offer brengt in ruil voor wijsheid. Elk hoofd van het beest is zijn eigen orakel, zijn eigen lied of eigen boodschap voor de ontvanger en behandelt de aard van het bestaan ​​vanuit een andere hoek. Voor de opnames van deze conceptplaat trok Nexion naar de Studio Emissary, wat natuurlijk voor een IJslandse band geen verrassing mag wezen. Qua sound past Nexion in het eerder modern klinkend straatje van landgenoten Helfró en Nyrst waarbij er aan de vurige black metal basis ook her en der kleine death metal toetsen toegevoed worden, vooral op vocaal vlak dan. Frontman Jósúa Rood…hé die naam klinkt toch totaal niet IJslands?! Klopt! Deze Amerikaan verkaste naar IJsland voor een academische studie omtrent oud Noordse religieuze geschiedenis. Ik was dus aan het typen dat de frontman over een ferme strot beschikt die niet alleen verschillende toonhoogtes aan extreme metal vocalen produceert, maar ook regelmatig heldere sacrale gezangen ten berde brengt. Een nummer als “Divine wind and holocaust clouds” klink dan ook haast goddelijk, zowel op vocaal als muzikaal niveau. Een andere kracht van Nexion zit hem in de zinderende riffs en leads die door gitaristen Jóhannes Smári Smárason en Óskar Rúnarsson op de luisteraar afgevuurd worden. Een beetje dezelfde aanpak als die van Helfró, maar waar bij die band de Dark Funeral invloeden ontegensprekelijk aanwezig zijn, is het hier moeilijker om één bepaalde band als inspiratiebron aan te duiden. Straf ook hoeveel goede drummers er eigenlijk op dat eiland rond lopen want Sigurður Jakobsson mept het boeltje – grotendeels aan een rotvaart – vakkundig aan mekaar, hoewel het pompende van koortjes en orchestratie voorziene “Sanctum amentiae” halfweg de plaat voor een rustpunt zorgt, ook al is dat heel relatief. De eerste zes nummers klinken reeds allesbehalve misselijkmakend, maar met het meer dan negen minuten durende, meer epische “The last messiah” volgt dan nog het kroonjuweel van “Seven oracles“. De haast op een post-rock achtige manier uitwaaierende gitaarmelodie brengt me keer op keer in hogere sferen. Markeer de zomerzonnewende (20 juni) in uw agenda want dan verschijnt dit pareltje via Avantgarde Music!

JOKKE: 85/100

Nexion – Seven oracles (Avantgarde Music 2020)
1. Seven oracles
2. Revelation of unbeing
3. Divine wind and holocaust clouds
4. Sanctum amentiae
5. Utterances of broken throats
6. The spirit of black breath
7. The last messiah

With The End In Mind – Tides of fire

De wereld staat in brand…soms letterlijk. Niet alleen Australië, maar ook de Westkust van Amerika krijgt regelmatig af te rekenen met ziedende bosbranden. Voor het uit Olympia, Washington afkomstige With The End In Mind vormde het een insiratiebron voor diens tweede langspeler die de toepasselijke titel “Tides of fire” meekreeg want de zaadjes voor de nieuwe nummers werden gezeefd uit de as van de hun omringende smeulende landschappen. With The End In Mind heeft het einde dus nog steeds niet in gedachten blijkbaar, hoewel ik de band na “Unraveling; arising” alweer uit het oog en oor verloren was. Maar kijk, bezieler Alexander Roland Freilich, bijgestaan door tal van sessiemuzikanten, pende dus een nieuwe plaat bijeen en wist in tussentijd eindelijk een label aan de haak te slagen. Het is het Italiaanse Avantgarde Music geworden. Aangezien een groot aantal bands uit die stal het label “atmosferisch” opgespeld kunnen krijgen, beschouw ik deze samenwerking als een perfect fit. Afgaande op de tracklist blijkt er nog niet veel aan het gekende With The End In Mind-receptuur gewijzigd te zijn: drie songs in 47 minuten, you do the math. Deze werkwijze houdt in dat Alexander ruim de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen en naar de pointes toe te werken. Het album is een verkenning van interne en externe zuivering: al het lijden en de angst die de titanische krachten van de natuur op ons leven uitoefenen, en het verborgen licht dat binnenin kan worden gevonden wanneer het lijkt alsof alles verloren is. Het is een reis van dood, vernieuwing en veerkracht van de menselijke geest. Ingetogen gitaarlijntjes veelal vergezeld van spoken word poëzie – sinds het ontstaan van de band in 2012 vormt literair werk van o.a. Carl Jung, Joseph Campbell, Derrick Jensen en Daniel Quinn een voedingsbodem voor de inhoud – scheppen een intimiderende ietwat onheilspellende atmosfeer, zeker in “May the name of truth be fire” zonder dat daarbij gitaargeweld en beukende drums aan te pas komen. Ik begrijp dat dit voor velen te langdradig kan overkomen, zeker als je op zoek bent naar instant overweldiging. Maar ook zonder de primaire krachten van black metal aan te wenden, slaagt With The End In Mind erin om een onheilspellend beeld te schetsen. Elementen uit dark folk, drone/ambient en psychedelica vinden hun weg naar de Cascadian totaalsound waarin ook een belangrijke rol voor percussie is weggelegd. We horen dan ook twee volledige drumstellen en aanvullende percussie het hartritme van “Tides of fire” sturen. En wanneer de black metal golven dan toch komen aanspoelen, dompelen ze ons onder in beklijvende vloedgolven. De antennes van liefhebbers van een Fauna, Wolves In The Throne Room of Hope Drone zouden ondertussen voldoende signalen opgevangen moeten hebben om deze plaat eens een kans te geven.

JOKKE: 82/100

With The End In Mind – Tides of fire (Avantgarde Music 2020)
1. Set the cavernous soul alight
2. May the name of truth be fire
3. Returning, reclaiming

Apokryphon – Subterra

Apokryphon is het nieuwe project van Ophis/Zorgh, welke beter bekend staat als de bassiste-zangeres van het Zwitserse space black metal collectief Darkspace. Met uitzondering van de lead vocalen, verzorgd door een zekere Djinn, neemt Ophis hier alle instrumenten voor haar rekening. Thema van het project zijn apocriefe teksten; kort door de bocht slaat dit voornamelijk op een aantal geschriften uit het vroege christendom die niet zijn opgenomen in de kanonieke leer. De biografie onderstreept dat Apokryphon niks met haar andere band te maken heeft en de verwachtingen dan ook niet in die richting horen uit te gaan. Mij best, want Darkspace vind ik toch maar niks. De eerste track van “Subterra” opent met een lange, maar sterke ambient intro die vaag Oosters aandoet, vermoedelijk aansluitend bij het vermelde concept. Na een slordige zes minuten komen de eerste black metal tonen en wordt het duidelijk dat het, in het beste geval, een nogal gemengde review zal worden. Dit met dank aan de doelloze riffs, de irritante stem en de saaie digitale drums. De riffs in de volgende twee nummers “The Naasene psalm” en “Sand ghosts” zijn dan wel wat beter, de drums en stem blijven rustig verder storen. Met “The great ignorance” krijgen we nog een lijvig dark ambient nummer dat degelijk is uitgewerkt en me doet vermoeden dat dit project beter een andere richting had kunnen inslaan, daar de synths duidelijk het sterkste onderdeel zijn van dit album. “Antropos” en “Nag Hammadi” zitten in hetzelfde straatje als tracks twee en drie, terwijl afsluiter “Taxidermia” min of meer analoog is aan de opener qua opbouw en sfeer. Beste metal nummer van deze release? De bonus track “Subterra“, een song die evenwichtiger is samengesteld, interessantere drums heeft en vooral niet hoeft te lijden onder die vervelende stem. Eigenlijk is dit hele album zonde van een leuke sfeer, want naast de factoren die ik reeds heb vermeld, is het helaas te langdradig en niet memorabel genoeg. Blijkbaar was het vertrouwen van het label zo groot dat ze het contract quasi “blind” hebben ondertekend. Of dat een goed idee was, mogen de luisteraars beslissen.

Xavier: 70/100

Apokryphon – Subterra (Avantgarde Music 2020)
1. Evangelion of the serpent
2. The Naasene psalm
3. Sand ghosts
4. The great ignorance
5. Anthropos
6. Nag Hammadi
7. Taxidermia
8. Subterra (bonus track)

Wolvencrown – Of bark and ash

Nottingham is vooral bekend van Robin Hood en “Ye olde trip to Jerusalem“, één van de oudste pubs ter wereld (1189 n.C.) waar ik ooit het genoegen had mijn dorst te laven. Verder is het ook de thuishaven van Wolvencrown, een black metal kwintet dat in 2015 ontstond in het hartje van de Midlands. Na een selftitled EP uit 2017 presenteren de heren met “Of bark and ash” op de valreep van 2019 hun volwaardige debuut. En dat mag best gehoord worden, althans door wie een voorliefde heeft voor atmosferische black met pakkende melodieën (zo goed als elk nummer bevat wel een bepaalde hook), veelvuldige keyboardgolven en een heidense insteek waarbij natuurelementen centraal staan. Nu lopen er in het Verenigd Koninkrijk wel meerdere bands rond die deze aanpak erop nahouden. We denken daarbij aan Fen en die twee andere “W”-bands: Winterfylleth en Wodensthrone. Wolvencrown moet zich niet te beschaamd voelen om zich met hun debuut reeds in dit rijtje te nestelen. Akkoord, we hebben dit allemaal wel al eens eerder gehoord, maar de krachtige en transparante sound, uitstekende zanger en catchiness maken veel goed. Puntjes van kritiek zijn het nogal saaie drumwerk dat wel wat meer variatie mocht bevatten en de zangeres die in een nummer als “1194 pt. II” opduikt, maar niet al te toonvast klinkt. In “Towards broken depths” horen we haar nogmaals voor wat licht verteerbaar tegengewicht zorgen en deze keer brengt ze het er veel beter vanaf. Natuurlijk mogen op een plaat als “Of bark and ash” akoestische gitaren niet ontbreken. Ze zetten het nummer “Destined“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste song uit het rijtje is, melancholisch in. Ondanks de vele meeslepende melodieën en soms zeemzoete keyboards, blijft de zwartmetalen basis echter stevig genoeg. De romantische melodieën die de gitaristen en keyboardspeler opwekken, zijn in staat de luisteraar terug te deporteren naar tijden zonder social media, kernenergie, files, smeltende ijskappen en een gigantische afvalberg. Wat een tijden!

JOKKE: 80/100

Wolvencrown – Of bark and ash (Avantgarde Music 2019)
1. Earths eternal dawn
2. 1194 pt.I
3. 1194 pt.II
4. Infernal throne
5. Of bark and ash
6 Towards broken depths
7. Destined
8. S.A.D.

Sur Austru – Meteahnă timpurilor

Ik denk langzamerhand dat zowat alle Roemeense metal bands ergens iets te maken hebben met Negură Bunget. Sur Austru bijvoorbeeld is opgericht door drie ex-leden van Negură: Ovidiu Corodan (bas), Petrică Ionuţescu (traditionele instrumenten) en Tibor Kati (zang, gitaar en keyboards). Niet meteen een verrassing dus dat debuutplaat “Meteahnă timpurilor” wel weg heeft van bands als Negură Bunget, Dordeduh, etc. We krijgen van hen atmosferische folk met vlagen van zwartmetaal die echter nooit de geest van de muziek veranderen. Het is een rijk album met een stevige sound waarop iedereen zijn instrumenten beheerst. Des te jammerder is het dat Tibor’s cleane vocalen nog steeds soms ontaarden in onuitstaanbaar kattengejank, al ben ik daar misschien wat te gevoelig voor als zanger en liefhebber van katten. Nu goed, het gekweel is gelukkig maar sporadisch, dus doet het niet teveel af aan de muziek. Het eerste nummer kent een geslaagde opbouw en is op zich ook een goeie introductie tot de andere tracks, die grotendeels gelijkaardig zijn qua elementen. Het is duidelijk dat swaffelen – fluit en percussie – hier het belangrijkste is, maar ook de riffs op zich zijn erg degelijk en het geheel doet me, naast de Roemeense bossen, ook wel eens denken ook aan het “Істина” album van Ukrainische collegae Nokturnal Mortum. Voor fans van… *tromgeroffel* Negură Bunget zeker een veilige aanschaf.

Xavier: 76/100

Sur Austru – Meteahnă timpurilor (Avantgarde Music 2019)
1. Dincolo de munte
2. Puhoaielor
3. Mistuind
4. Bradul cerbului
5. Jale
6. Dor austru
7. In timp vernal
8. Jabracie

Funeral Oration – Eliphas love

Fans van Tool hebben maar liefst dertien jaar op een nieuwe plaat moeten wachten. Maar het kan nog erger. Het Italiaanse Funeral Oration bracht in 1996 haar debuut “Sursum luna” uit en liet haar volgelingen ruim drieëntwintig (!!!) jaar op een opvolger wachten. Tijdens de grote periode van inactiviteit verkaste bassist Malfeitor Fabban van het zuidelijke Apulia naar Rome om er ondermeer zijn eigenste Aborym op te richten. Zanger The Old Nick werd leerkracht en bibliofiel en bracht in 2017 ook “Letters from the dead” uit, een verzameling van zijn correspondentie met Mayhem’s Dead alvorens die iets te binnen schoot. Samen met oprichter en songschrijver Luca La Cara trok The Old Nick in 2017 terug de studio in voor wat de opvolger “Eliphas love” zou worden, een plaat opgedragen aan de vaders van de moderne esoterie (A.O. Spare, M. Rollinat, A. Saint-Yves d’Alveydre and S. de Guaita). In tegenstelling tot het debuut waarop de teksten in het Engels en Latijn waren geschreven, werd nu grotendeels voor het Italiaans gekozen. Een exotische keuze, die echter wel past bij het occulte sfeertje dat 36 minuten lang wordt neergezet, niettemin door de vele invloeden van klassieke Italiaanse horrorfilm soundtracks die in Funeral Oration’s black doorsijpelt. Keyboards zijn dan ook prominent aanwezig maar vervallen regelmatig in kermisgeluiden en foute jaren ’90 Last Episode-toestanden. Op de drumkruk vinden we Luca M. terug, maar door de digitale sound klinken ze veel te steriel naar mijn meug. Snelle nummers zoals “Furor eretico” hebben in hun venijnige momenten wel wat weg van het Enthroned rond de milleniumwisseling, maar deze passages zijn schaars. Het is pas wanneer we bij het zesde, meer gitaargedreven, nummer “Tregenda” aanbeland zijn dat er nog eens iets spannend gebeurt. Back in the nineties wist Funeral Oration al geen grote ogen te gooien en dat zal drieëntwintig jaar laten niet veel beter zijn.

JOKKE: 69/100

Funeral Oration – Eliphas love (Avantgarde Music 2019)
1. Intro
2. Furor eretico
3. Anatema di Zos
4. L’abisso
5. Marcia funebre
6. Tregenda
7. Vuoto mistico

Enisum – Moth’s illusion

Er zijn inmiddels meer black metal sub-genres dan er kousen liggen op de “Sokmont“, de hoogste berg in de microdimensie gelegen achter wasmachines waarheen alleenstaande sokken gaan na hun scheiding. Enisum speelt Arpitaanse black metal. Voor de mensen die al eens een reisje naar het Zuiden van Europa maken: Arpitanië is een gebied nabij de grens van Italië, Frankrijk en Zwitserland met een eigen culturele en historische identiteit. Daar we allemaal weten dat we zelf geheel verantwoordelijk zijn voor waar we geboren worden, is het dus volstrekt logisch om apetrots te zijn op onze herkomst. Maar goed, het zijn een keertje geen zogezegde Vikingen. “Moth’s illusion” is de zesde plaat van Enisum en werd gepromoot op een tour met het Belgische Drawn into Descent. Net als de voorgangers is het een moderne, melodieuze black metal plaat met wat folk en post invloeden hier en daar. De nummers zijn degelijk opgebouwd rond een gelijkaardig onderling thema en in zijn geheel is “Moth’s illusion” net een tikkeltje gevarieerder en toegankelijker dan ouder Enisum-werk. Naar mijn mening zijn er geen tracks die boven een ander uitstijgen, al zijn er daarentegen wel enkele elementen die ik niet erg goed kan smaken in enkele tracks. De gitaarklank is net iets te droog voor bepaalde stevige stukken en bij de nogal stroef aangeslagen, hakkende riffs klinkt het daarom – zeker in combinatie met de slappe grunts – wat flauw. En ook de cleane vocalen – zowel mannelijk als vrouwelijk – zijn geen geweldig verkoopargument. Al bij al echter is dit zeker een veilige koop voor fans van de band, voor verzamelaars van het genre of amateurs van Arpitaanse kunst. 

Xavier: 72/100

Enisum – Moth’s illusion (Avantgarde Music 2019)
1. Cotard
2. Anesthetized emotions
3. Where souls dissolve
4. Afframont
5. Moth’s illusion
6. Last wolf
7. Ballad of musinè
8. Coldness
9. Petrichor
10. A forest’s refuge
11. Lost again without your pain
12. Burned valley

Saor – Forgotten paths

Atmosferische black metal heet dat dan. Het sub-genre waarbij de melodieuze ontwikkeling van een muzikaal thema – en niet zozeer het creëren en assembleren van riffs – moet zorgen voor de gevoelsmatige eenheidsdraad die door het album wordt geregen. Nogal wat bands mengen snellere black metal in Zweedse stijl met postrock en klassieke invloeden, maar het Schotse Saor onder leiding van Andy Marshall gooit het over een eerder folky boeg door in te zetten op een geluid dat de luisteraar weemoedig terug hoort te voeren naar de serene majestueuze kracht van de natuur. Nu heb ik op verdacht weinig boswandelingen een kerel horen krijsen over elektrische gitaren, maar dat kan natuurlijk liggen aan het feit dat ik steeds het black metal videoclipseizoen lijk te missen. “Forgotten paths” is het vierde album van Saor,dat van solo-project al een heuse poos is uitgegroeid tot een, op menig podia prijkende, live band. Net als bij de vorige platen krijgen we met slepende gitaarleads doorspekte en voornamelijk up-tempo tracks van een behoorlijke lengte voorgeschoteld. Maar het voelt allemaal wat ingetogener aan. De stem wordt sporadischer ingezet dan voordien en zowel cleane zang als screams gaan meer op in het geheel van de nummers waar ook een instrumentaal werk bijhoort. De gastmuzikanten, waaronder Neige van Alcest, zijn van een behoorlijk niveau en zeker niet slechts frivole marketing toevoegingen, luister maar naar “Bròn“. Kortom dit is een plaat die je als liefhebber van hoempaloze folk metal of atmosferische black metal zonder twijfelen kan aanschaffen.

Xavier – 86/100

Saor – Forgotten paths (Avantarde Music 2019)
1. Forgotten paths
2. Monadh
3. Bròn
4. Exile

Drawn Into Descent – The endless endeavour

Eind februari…de koude is nog in het land maar de dagelijkse dosis zonlicht neemt stilaan toe. De eerste zonnestralen schemeren door de ochtenddauw en de natuur begint zich stilaan op te maken voor een nieuw leven. De Mechelse band Drawn Into Descent vond deze periode ideaal om haar tweede album “The endless endeavor” uit te brengen. Het tweespel tussen het lengen van de dagen en de toch nog kille nachten wordt perfect vertolkt middels de dualiteit tussen enerzijds dromerige blackgaze-tapijten en post-rock-gitaarlijnen en anderzijds heftige atmosferische black metal-passages. Op zich werd er dus niet al te veel gesleuteld aan de formule die we kennen van het selftitled debuut dat fans van Agalloch, Forgotten Tomb en Alcest zou moeten kunnen bekoren. De hevige zwartgeblakerde stukken in opener “Dystopia” klinken grimmiger vergeleken met de voorgaande plaat en er wordt ook iets minder gesoleerd. De weids klinkende post-rock grandeur tiert wel nog welig in een nummer als “Wither” terwijl het kwartet in “Death…” ook durft flirten met een bijna goth rock-achtig geluid à la Klimt 1918 (doet er mij aan denken dat ik hun comebackplaat uit 2016 nog altijd eens moet opsnorren). Op deze korte song na, neemt Drawn Into Descent de tijd om haar lang uitgesponnen nummers langs persoonlijke hoogtes en laagtes te stuwen. Gevoel staat sowieso centraal bij deze band die deze muziek louter voor zichzelf speelt en ook geen specifieke boodschap uitdraagt. Leg gewoon de plaat op, zet de speakers op tien, laat je meevoeren doorheen deze pakkende atmosferische black metal-trip en interpreteer de muziek zoals je zelf wil.

JOKKE: 81/100

Drawn Into Descent – The endless endeavour (Avantgarde Music 2019)
1. Dystopia
2. Wither
3. Death…
4. …Embrace me
5. The endless endeavour