avantgarde

Devil Worshipper – Music for the endtimes

Matron Torn is een muzikant die niet houdt van een strak keurslijf en bijgevolg het best in zijn element is als hij buiten de lijntjes kan kleuren en de grenzen van het extreme kan opzoeken. Als je weet dat deze man het brein is achter o.a. Death Fetishist, Ævangelist (waarvan recent het nieuwe waanzinnige “Matricide in the temple of omega” verscheen), Benighted In Sodom en Præternatura, dan weet je dat zijn muzikale creaties niet voor iedereen in de wieg gelegd zijn. Ten tijde van Death Fetishist’s sublieme “Clandestine sacrament” was ik met Matron Torn aan het praten over een interview dat grotendeels over ‘de dood’ ging en uiteindelijk ook nooit is doorgegaan omdat de Amerikaan kort daarna in het ziekenhuis werd opgenomen met ernstige gezondheidsproblemen en zijn leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Naast fysieke problemen heeft de man, die momenteel in Finland resideert, ook last van psychische aandoeningen wat zich vertaald ziet in het extravagante, suïcidale, provocatieve en gitzwarte karakter van zijn muziek. Devil Worshipper is zijn nieuwste creatie en “Music for the endtimes” is één hallucinogene sonische trip van een uur. Matron Torn staat in voor het muzikale gedeelte maar liet zich in zijn artistieke visie op zang bijstaan door Fr.A.A. van het Portugese Tod Huetet Uebel en Erethe Arashiel die de vrouwelijke vocalen vertolkt. Het dualistische en schizofrene karakter van de muziek wordt extra in de verf gezet door de bestiale vocalen van Fr.A.A. die het contrast opzoeken met de vrouwelijke proclamaties. In opener “Ablutions” wordt de vrouwelijke stem verzorgd door Kabukimono en Sebastian Montesi (Auroch, Mitochondrion) speelde enkele solo’s in op “Fornicating angel”, “Melancholy loves the dark” en “Throat of the false prophet”. Deze muziek voor het einde der tijden grossiert in disonnante en zieke melodieën of wat had u gedacht? Hoewel de basisingrediënten grotendeels uit black metal gehaald worden, werd er duchtig geëxperimenteerd met de vormgeving die resulteert in een soort van industriële black bestaande uit gelaagde trance-opwekkende gitaarpartijen, martial drumpatronen en ziekelijk makende zang waarbij ik meermaals aan Maniac en Skitliv moet denken. “Parish apothecary” heeft maar liefst twaalf minuten nodig om haar innerlijke demonen volledig te laten ontspinnen en haar tentakels in je brein vast te klampen. We krijgen een new wave-achtige basis te horen waar zich een pulserend basloopje doorheen wroet en waarbij plotse explosies van zotgedraaide dubbele bassen en verwrongen riffs zich aanbieden. De problematische relatie die Matron Torn met allerhande druggerelateerde substanties heeft komt aan bod in “Heroin” en voelt voor de muzikant als het ware als een schrikwekkend exorcisme aan. Devil Worshipper produceert het audio equivalent van een desoriënterende drugtrip doorheen de donkerste kanten van de menselijke psyche en er is absoluut geen sprake van licht aan het einde van de tunnel. Meerdere luisterbeurten zijn dan ook nodig om de waanzin die geëtaleerd wordt een plaats te kunnen geven en de ganse plaat in zijn geheel uitzitten is voor ondergetekende een zware en bij momenten zenuwslopende opgave. Na elke luisterbeurt heb ik zin om als tegengif een no-nonsense Darkthrone-plaat op te leggen. Geef mij maar Death Fetishist en Ævangelist.

JOKKE: 69/100

Devil Worshipper – Music for the endtimes (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ablutions
2. Spiritual immanifest
3. Degenerate
4. Fornicating angel
5. Harlot flesh
6. Melancholy loves the dark
7. Heroin
8. Throat of the false prophet
9. Parish apothecary
10. Requiem ex abyssus

355614

Dødsengel – Interequinox

Het duo Malach Adonai en Kark slaat onder de noemer Dødsengel reeds tien jaar lang de handen in mekaar om de mensheid met haar theatrale vorm van black metal te bestoken. Als de twee Noren met een nieuwe langspeler op de proppen komen, krijg je als luisteraar steeds waar voor je geld. Zo klokte de dubbele voorganger “Imperator” vijf jaar geleden nog op 150 minuten af. Op het nagelnieuwe “Interequinox” werd het overtollige vet weggesneden, hoewel de elf nummers toch nog een klein uurtje in beslag nemen. Het avangarde/theatrale kantje van Dødsengel manifesteert zich voornamelijk door het brede scala aan zangstijlen waarmee gegoocheld wordt, waardoor we bijwijlen met een occulte black metal opera te maken lijken hebben. In het verleden haakte ik af op de falsetto heavy metal uithalen en ook nu werken deze bij ondergetekende als een tang op een varken. Bij opener “Pangenetor” is het spijtig genoeg al meteen prijs. Wanneer Kark zijn stembanden in “Prince of ashes” of het gothrock-achtige “Rubedo” meer Urfaust-gewijs inzet, vallen de cleane vocalen al een pak beter te pruimen. Positief punt voor een progressieve black metal band is dat de productie verre van gelikt klinkt, waardoor recht-door-zee songs zoals “Værens korsvei“, “Opaque” en “Ved alltings ende” best nog grimmig voor de dag komen. Het lijkt er echter op dat Dødsengel te veel van twee walletjes probeert te eten in plaats van ofwel volop te experimenteren ofwel honderd procent voor grimmigheid te gaan. Experimenteerdrift met een rem op als het ware, waardoor niet alle kunst-en-vliegwerk even geslaagd klinkt. Fans van Arcturus, Fleurity of Ved Buens Ende gaan hier veel meer plezier aan beleven dan ik doe.

JOKKE: 66/100

Dødsengel – Interequinox (Debemur Morti Productions 2017)
1. Pangenetor
2. Prince of ashes
3. Værens korsvei
4. Emerald earth
5. Opaque
6. Illusions
7. Palindrome
8. Ved alltings ende
9. Rubedo
10. Gloria in excelsis deo
11. Panphage

Lo-Ruhamah – Anointing

De laatste tijd verschenen tal van platen met adembenemende hoesontwerpen, waarbij het urenlang zoeken is naar allerlei occulte verwijzingen en verborgen thematiek. Denk maar aan albums van Inferno, Nightbringer en Entartung. Aan dit rijtje mogen we gerust ook het nieuwe album van Lo-Ruhamah toevoegen, dat knap cover-artwork bevat van Elijah Tamu waarin een sterke visie van spirituele wilskracht uitgebeeld wordt. Deze band met exotisch klinkende naam debuteerde in 2005 met een gelijknamig EP, waarna in 2007 het debuut “The glory of God” verscheen. Daarna werd het muisstil rond het – ondertussen van Amerika naar Estland verkaste – trio, om na tien lange jaren via I, Voidhanger Records met een opvolger af te komen. Lo-Ruhamah brengt op “Anointing” occulte death en een streep esoterische black metal, zonder daarbij de snelste, kwaadaardigste, zwaarste of meest overdonderende te willen zijn. Daar waar op het debuut nummers van meer dan tien minuten eerder regel dan uitzondering waren, zijn de negen songs op de nieuweling met een gemiddelde speelduur van vier minuten gebalder, hoewel er nog steeds de nodige avantgarde-invalshoek te bespeuren valt en er tussen al het geweld door plaats blijft voor rustpunten en progressievere stukken. Door de heldere en transparante productie zijn de kronkelende gitaarriffs en verrassende baslijnen, ondersteund door avontuurlijk drumwerk, goed te volgen en verzandt het geheel nergens in een brei. Vanaf “The corridor” sluipt er schizoïde gejank en gebrul tussen de meer standaard death metal growls in, wat een psycho-effect toevoegt. In de afsluiters “Coronation” en “Aeon” bereiken deze van-waanzin-doordrenkte vocalen hun hoogtepunt. Graag had ik dan ook meer van dat gehoord op de eerste helft van de plaat, want het is pas verderop doorheen de muzikale trip dat de ware sterkte en unieke aard van het beestje het best naar voor komt. Ik ben niet goed genoeg vertrouwd met het oude werk, dus van een geslaagde comeback ga ik niet spreken. Ik hoop wel dat I, Voidhanger de nodige fuzz rond de band kan creëren, want ik ben uitermate benieuwd naar wat Lo-Ruhamah nog allemaal in haar mars heeft. Hopelijk duurt het alleen weer niet opnieuw een decennium om die opvolger te schrijven.

JOKKE: 82/100

Lo-Ruhamah – Anointing (I, Voidhanger Records 2017)
1. Mouth
2. Sibilant chorus
3. Rending
4. Charisma
5. Vision and delirium
6. The corridor
7. Lidless eye
8. Coronation
9. Aeon

Emptiness – Not for music

Emptiness, die mannen gaan al een eeuwigheid mee. En het was blijkbaar ook al een eeuwigheid geleden (sorry) dat ik ons Brussels geweld had gehoord. De eigenzinnige death metal ten tijde van “Oblivion” is alles behalve representatief voor wat Emptiness heden ten dage brengt. Het kantje eraf is meer dan ooit vertegenwoordigd en extreme metal wordt quasi achterwege gelaten. “Not for music” is langspeler nummer 5 en al snel wordt ons duidelijk gemaakt dat Emptiness de verzadigde scène nieuw leven kan inblazen. Beangstigend en onheilspellend zijn de kernwoorden die als een rode draad doorheen de plaat lopen. Vreemde gitaarpartijen domineren een synth ondersteund donker sfeertje, als ware de perfecte soundtrack voor een creepy griezelfilm. Een beetje zoals ook Terra Tenebrosa dat kan. Het metalelement verdwijnt soms volledig. “Your skin won’t hide you” en “Ever” klinken erg soft en laatste neigt zelfs naar eighties pop. And I fucking love it! Het geheel wordt aan mekaar gezongen, eerder gefluisterd, door Jeremies sfeervolle (ja, hoe noem je dat) fluistergrunts. Enerzijds geeft dit alles een originele touch, maar anderzijds mist het variatie. “Not for music” is een erg duister en innovatief album. Eentje waarnaar je echt kunt luisteren. Maar hem oneindig keren per dag laten draaien, lukt me niet, daarvoor ligt hij te zwaar op de maag. Seaons of Mist heeft dit alles ook gemerkt en Emptiness onderdak geboden. Sterk bezig!

Flp: 83/100

Emptiness – Not for music (Season of mist 2017)
1. Meat heart
2. It might be
3. Circle girl
4. Your skin won’t hide you
5. Digging the sky
6. Ever
7. Let it fall

Adaestuo – Tacent semitae

Met Incursus bracht VJS, die ingewijden eerder van Nightbringer en Sargeist zullen kennen, één langspeler en twee EP’s uit waarvan de laatste “Adaestuo” getiteld was. Na het opheffen van dit éénmansproject sloeg de Amerikaanse multi-instrumentalist de handen in mekaar met P.E. Packain en Hekte Zaren, een in Brussel residerende Poolse, die onder eigen naam avantgardistische rituele ambient brengt. Het vrij originele en unieke geluid dat door deze samenwerking tot stand kwam, wordt nu op een eerste EP “Tacent semitae” onder de noemer Adaestuo uitgebracht. De genre-overschreidende zaadjes die met Incursus geplant werden, komen tot bloei in dit Adaestuo. Twintig bevreemdende minuten waarbij een eigenzinnig geluid geportretteerd wordt dat bestaat uit een muzikale basis van orchestrale, avantgardistische aan Emperor refererende black metal en rituele ambient, waarover de theatrale, opereske stem van Hekte Zaren onheilspellende en sinistere toverspreuken proclameert. De ene moment lijkt ze wat weg te hebben van de exentrieke Diamanda Galas, om even later hese, droogkorrelige screams uit haar strot te persen die eerder aan Taake’s Hoest of Ihsahn doen denken. Als luisteraar wordt je voortdurend over-en-weer geslingerd tussen een waaier aan emoties gaande van wreed en angstaanjagende tot dromerig en etherisch. Ik blijf erbij dat black metal – hoewel deze voor sommigen eerder een conservatief imago heeft – dé extreme muziekstijl bij uitstek blijft waarin het meeste geëxperimenteerd wordt en van de geijkte paden afgeweken wordt, al dan niet met geslaagd resultaat. In geval van Adaestuo levert het een duistere cocktail op die ik absoluut kan smaken.

JOKKE: 85/100

Adaestuo – Tacent semitae (World Terror Committee 2016)
1. The abyss (Otchłań)
2. Cicatrices plexae (Scar-Braids)
3. Destroyer of constellations (Niszczycielem gwiazdozbiorow)
4. Tacent semitae (Silent paths)

Pénitence Onirique – V.I.T.R.I.O.L.

Met Regarde Les Hommes Tomber, The Great Old Ones en Paramnesia heeft het Les Acteurs de l’Ombre label enkele geweldige bands onder haar hoede. Hun nieuwste telg is het Franse duo Pénitence Onirique dat een intense en donkere vorm van avantgardistische black metal ten gehore brengt. Voor de verandering nog eens een black metal plaat die meteen uit de startblokken schiet zonder dat we middels een obscure intro in de juiste mood gebracht dienen te worden. Het duo injecteert de nodige elementen uit andere subgenres in haar atmosferische black metal wat duidelijk opvalt in het majestueuze “Le soufre” met haar in-reverb-gedrenkte gitaarsound die ontleend wordt aan shoegaze. Ik meende ook een continu aanwezige keyboardlaag te ontwaren die subtiel doorheen de gitaarpartijen verweven zit en het geheel van de nodige bombast en filmische epiek voorziet, maar in een statement op de website van de band staat te lezen dat er geen keyboards gebruikt werden bij de totstandkoming van “V.I.T.R.I.O.L.” en dat deze effecten afkomstig zijn van de gitaar. Het rustigere “Le sel” komt traag op gang en net wanneer mijn aandacht begint af te dwalen, hakken de melodieuze gitaarmelodieën in op mijn gemoed. In het riffwerk van de titelsong en de openingstrack zijn de invloeden uit de Zweedse school van de jaren negentig duidelijk hoorbaar maar ook de impact van landgenoten Blut Aus Nord valt niet te ontkennen. Met “Carapace de fantasme vide” krijgen we de meest radicale en epische song voorgeschoteld, hoewel melodie en extremiteit steeds hand-in-hand blijven gaan bij Pénitence Onirique. De enorm krachtige en moderne productie knalt echt uit de boxen, maar mist wel de nodige dynamiek,  waardoor de oortjes na driekwartier non-stop muzikaal verstikkend geweld even tot rust moeten komen. Ook klinken de drums té modern en digitaal naar mijn smaak. De debuutplaat van Déluge (“Æther“) – een andere band uit de LADLO-stal leed aan hetzelfde euvel. Over de visuele presentatie van de band kan echter niets negatief geschreven worden want Bellovesos (alle muziek) en Diviciacos (zanger/tekstschrijver) zijn twee heerschappen die hier zorgvuldig veel aandacht aan besteden. Zo is er het knappe artwork dat de thematiek van de plaat (een reis naar het aanvaarden en begrijpen van de dood) stijlvol weergeeft en de artistieke fotografie die aan bands als Laster en Terra Tenebrosa doet denken. Met “VI.T.R.I.O.L.” heeft deze kakelverse band mijn interesse absoluut weten wekken en ben ik benieuwd naar wat we in de toekomst nog van hen mogen verwachten.

JOKKE: 78/100

Pénitence Onirique – V.I.T.R.I.O.L. (Les Acteurs de l’Ombre 2016)
1. L’âme sur les pavés
2. Le soufre
3. Le sel
4. V.I.T.R.I.O.L
5. Carapace de fantasme vide

Dødheimsgard – A umbra omega

Onvoorspelbaar. Eigenzinnig. Vreemd. Dødheimsgard. Al berustend in het feit dat dit Noorse ras uitgestorven was na het schitterende “Supervillain outcast” verschijnt weliswaar 8 volledige seizoenscyclussen later “A umbra omega“. Alvorens op bedevaart te trekken richting Oslo, dient album nummer 5 toch even met de nodige aandacht onder loep genomen te worden. De intro buiten beschouwing gelaten; “Aphelion void” start zoals de band destijds geëindigd was, maar meer dan ooit verandert de sfeer en feeling. In een tijdspanne van 15 minuten mag dat natuurlijk, maar het sijpelt niet vlotjes in de hersenpan op deze manier. Van verwoestende blastbeats naar jazzy intermezzo’s met blazers tot dissonant klinkende black metalakkoorden en romantische akoestische passages. Het komt allemaal voorbij! Al-le-maal! Het haast even lang durende “God protocol axiom” begin op haast exact dezelfde manier als zijn voorganger. Het lijkt alsof het erom gedaan is, want ook het nummer hierna, het Virus geïnspireerde “The unlocking“, lijkt aan te vangen als een kopie van het voorgaande. De invloeden van laatstgenoemde en Ved Buens Ende tekenen meer dan ooit present. Maar dan heftiger. Dødheimsgard staat tevens bekend om hun felle zanglijnen en apart stemgebruik. Op “A umbra omega” is dat niet anders en worden alle schreeuwregisters opengetrokken. In één woord: hysterisch. Maar deze keer nemen enkel Aldrahn en Vicotnic de honneurs waar. Geen Kvohst meer. Het klinkt waanzinniger dan ooit tevoren en dat is soms even wennen. In die mate zelfs dat het niet altijd even gemakkelijk luistert. Trop is te veel, u weet wel. Soms is het zelfs vervelend en mogen de heren hun klep eens houden. Dankjewel! Hij kan echt wel beter. Dødheimsgard klinkt op “A umbra omega” zeer geïnspireerd. Meer dan tevoren wordt furieuze (bij wijlen industrial aandoende) black metal afgewisseld met elektronische drums, pianostukken en sfeervolle koren. En dát in combinatie met overijverig gezang schotelt 2 conclusies voor: enerzijds: een puur technische luisterbeurt is een hemelse beleving. Er gebeurt steeds wat en tevens op een hoog niveau. Er is over nagedacht en het muzikale vakmanschap staat niet ter twijfel. Anderzijds: het van-de-hak-op-de-takgevoel met te enthousiaste zangers brengt geen rust, regelmaat en herkenningspunten. Dødheimsgard kan dit thans wel. Met dat in het achterhoofd weegt helaas de teleurstelling door. Judge yourself.

Flp: 69/100

Dødheimsgard – A umbra omega (Peaceville 2015)
1. The love divine
2. Aphelion void
3. God protocol axiom
4. The unlocking
5. Architect of darkness
6. Blue moon duel