batushka

Ancient Moon – Benedictus diabolica, gloria patri

Ten tijde van Ancient Moon’s split met Prosternatur waren de meningen over de bijdrage van die eerste binnen Addergebroed verdeeld. Cas vond de eeuwigdurende ambient-outro en die ene repetitieve riff met slechts beperkte variaties oersaai om een nummer van achttien minuten boeiend te kunnen houden. Ik kon deze aanpak wel smaken want, ondanks de monotone basis, bracht het opengetrokken wijwatervat aan diverse rituele klanken me wel in hogere sferen en vond ik de repetitieve puls van “Hekas hekas este bebeloi!” net wél werken. Op het nagelnieuwe, uit het knetterend hellevuur gesmede “Benedictus diabolica, gloria patri” prijken twee monolieten van respectievelijk zeventien en twintig minuten die de ceremoniële lijn van het oude werk stug doortrekken, maar een gevarieerder fundament laten horen. Hypnotiserende riffs, epische tremolo-melodieën, helse blastbeat-uitbarstingen, sacrale passages vol religieuze koorzangen en orgelklanken, beklemmende duistere ambient, rituele percussie: het zijn de bouwstenen waaruit een imposant orthodox bouwwerk werd opgetrokken. Maar deze keer dus met meer aandacht voor dynamische interactie tussen al deze ingrediënten wat een erg bezwerende climax oplevert wanneer deze zwartgeblakerde hoogmis haar einde nadert. Vergeleken met het debuut “Vvltvre” werd er duidelijk aan de productie gesleuteld zonder echter aan mystiek in te boeten. Met “Benedictus diabolica, gloria patri” heeft dit mystieke internationale gezelschap met een voorliefde voor Latijnse titels een testament vol ritualistische black weten creëren waar de duivelse devotie van afspat. Een Batushka zonder winstoogmerk als je wil.

JOKKE: 86/100

Ancient Moon – Benedictus diabolica, gloria patri (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Benedictus diabolica, gloria patri Pt 1
2. Benedictus diabolica, gloria patri Pt 2

Батюшка – Панихида

Dit is het Batushka van gitarist Krzysztof Drabikowski, de componist achter het geprezen album “Litourgiya“. Na juridische rel, deels uitgevochten op sociale media, om de rechten op de bandnaam, waren er natuurlijk hoge verwachtingen. Deze zijn met “Panikhída” – oftewel “Herdenkingsdienst” – wel degelijk ingelost. Het is een logische opvolger geworden die in geheel dezelfde trant, van black metal gemengd met Gregoriaanse gezangen en Orthodoxe thematiek, verder gaat waar “Litourgiya” ophield. Wat wel meteen opvalt is dat, anders bij het soms nogal modderig aandoende debuut, de gitaren hier een pak meer op de voorgrond liggen zowel qua klank als prominentie. Op dit album zijn klassiekere black metal elementen meer de drijvende kracht en fungeren de gezangen eerder als een verrijking dan een doel op zich. Dit resulteert in een interessantere, agressievere plaat die minder snel inzakt en zelfs beter wordt naar het einde toe. Het laatste nummer bijvoorbeeld ontleent meer sfeer aan de gitaarpartijen dan aan de zang. Zoals gezegd is de productie meer snaargericht. De overkoepelende klank is helder en snijdend, met een mooi spanningsveld tussen de klassieke elementen en riffs. De drums zijn een duidelijk zwak punt, waardoor het album wat aan kracht en cohesie verliest. Maar dat vond ik eigenlijk net zo bij de vorige release. Nu zullen er zeker mensen zijn die het jammer vinden dat de hele 42 minuten niet zijn dicht gepleisterd met koren, maar voor mij is dit in elk geval een stap vooruit.

Xavier: 80/100

Батюшка – Панихида (Eigen beheer 2019)
1. Песнь 1
2. Песнь 2
3. Песнь 3
4. Песнь 4
5. Песнь 5
6. Песнь 6
7. Песнь 7
8. Песнь 8

Mephorash – Shem ha mephorash

De zoveelste carnavaleske band hoor ik u al denken bij het aanschouwen van de bandfoto’s van Mephorash. Ik kan u geen ongelijk geven. Een bepaald deel van de hedendaagse black metal-scene hecht bijna meer belang aan het visuele aspect dan aan de muziek. Ik heb het dan over de vele religieuze/orthodoxe bands die enorm populair zijn en met hun symboliek en mysterieuze outfits tot de verbeelding spreken. De roots van deze Zweden zijn diep in deze scene geworteld. Aan u te oordelen of Mephorash’s muziek even interessant en spannend klinkt als de visuele presentatie. De band met leden van Ofermod en Malign heeft in elk geval werk gemaakt van de muzikale uitwerking want de acht nummers die op “Shem ha mephorash” prijken, klokken op een monumentale 74 minuten speeltijd af. Bij deze grootse aanpak hoort natuurlijk ook een heus concept waarbij het kwartet de luisteraar meeneemt op een esoterische reis doorheen de concepten en ideeën van het “Shem Ha Mephorash-systeem”: de 72-ledige expliciete naam van God. Niet alleen qua présence, maar ook stilistisch gezien kunnen parallellen getrokken worden met een band als Schammasch. Mephorash hanteert immers voor het grootste deel een mid-of down-tempo-aanpak waarbij slechts sporadisch het gaspedaal ingedrukt wordt. De epische nummers nemen hun tijd om zich te ontpoppen tot majestueuze hoogtepunten en vloeien middels sacraal klinkende intermizzi in mekaar over wat het samenhangend karakter van de nummers en het thema nog meer onderstreept. De muzikanten toveren heel wat toeters en bellen uit hun mouwen om de lange songs interessant te houden: zo horen we allerhande (vrouwelijke) koorzangen, onheilspellende gothische klanken, klokkenspel, rituele percussie, angstaanjagende keelgeluiden en klassieke instrumenten zoals piano die allen bijdragen tot het bombastische en grandioze karakter van de muziek. Gitarist Mishbar Bovmeph kleurt “Chant of Golgotha” en “Sanguinem” met slepende en kreunende doomy leads in, maar na een paar luisterbeurten irriteren deze mij mateloos. Hoewel de band er alles aan doet om het interessant te houden, is 74 minuten dezer dagen heel lang om de aandacht van de gemiddelde luisteraar vast te houden. Ook de Zweden slagen er niet in om mij de volledige rit op het puntje van mijn stoel te laten zitten. Daarvoor klinkt het soms allemaal wat te braaf of worden bepaalde melodieën te lang gerokken. Sneller tot de kern van de zaak komen kan soms geen kwaad en zou voor meer variatie zorgen. Op deze punten van kritiek na, heeft Mephorash een erg ambitieuze plaat geschreven. Knap trouwens dat drievierde van de band nog maar halfweg de twintig is en dat ze nu reeds een dergelijk massief conceptalbum kunnen afleveren. Wat mij betreft heeft Mephorash me toch overtuigd van haar muzikale kunnen. De verkleedpartijen neem ik daar graag bij. Liefhebbers van het reeds vermelde Schammasch, maar bijvoorbeeld ook een Ruins Of Beverast, Cradle Of Filth, Batushka en Farsot moeten deze plaat zeker eens checken.

JOKKE: 79/100

Mephorash – Shem ha mephorash (Shadow Records 2019)
1. King of kings, lord of lords
2. Chant of Golgotha
3. Epitome I bottomless infinite
4. Sanguinem
5. Epitome II the amrita of vile shapes
6. Relics of Elohim
7. 777_ Third woe
8. Shem ha mephorash

Se Lusiferin Kannel – Valtakunta

Albums lijken gemiddeld steeds minder lang te duren. Hier zal enerzijds de korte aandachtspanne waar veel mensen tegenwoordig last van hebben wel wat mee te maken hebben. Anderzijds brengen heel wat artiesten een nieuwe plaat uit die draait om één of meerdere singles en daarnaast opvullers bevat. Het Finse Se Lusiferin Kannel trekt zich hier niets van aan en levert een kolos van een debuut af waarop slechts vier nummers prijken maar die tezamen op een dikke éénenzeventig minuten afklokken. De Finnen brachten “Valtakunta” oorspronkelijk in 2017 in eigen beheer uit maar Signal Rex geeft het ding nu een tweede leven inclusief nieuw artwork en nieuwe mastering door Stephen Lockhart (Studio Emissary). De plaat is het resultaat van vijf jaar schrijven en bijschaven aan de songs en laat een geluid horen dat liefhebbers van Darkspace of Borgne wel zal kunnen bekoren. Verder kunnen ook Paysage d’Hiver, Evilfeast en een Bekëth Nexëhmü wel als referentie genoteerd worden. “Valtakunta” is een uit-ontelbare-laagjes-bestaande vortex aan majestueuze atmosferische black metal en valt als één ellenlange ononderbroken kosmische trip te ondergaan. De sound is bij momenten heel overdonderend want de multi-dimensionale texturen klinken bombastisch en grandioos. Er gebeurt heel wat maar – eerlijk is eerlijk – tegelijk ook weinig want het is wel héél veel van hetzelfde. Het is dan ook niet alle artiesten gegeven om vier nummers met een gemiddelde speelduur van zeventien minuten van begin tot einde boeiend te houden. Akkoord, je zal her en der wel stukjes theremin ontwaren en de veelvuldig uit de kosmos neerdalende sacrale gezangen hebben soms wel wat weg van Batushka, maar er wordt in een nummer als “Ilmestys myrskystä” te weinig afgewisseld qua intergalactische snelheden. Middels “Auringon valtakunta” wordt de ruimtereis beëindigd en wanneer de overrompelende meteoorregen na dertien minuten stilvalt, brengen relaxerende ambientklanken de welverdiende rust. Op zich klinkt het allemaal niet erg verkeerd, maar een compactere aanpak had zijn vruchten in dit geval wel afgeworpen.

JOKKE: 75/100

Se Lusiferin Kannel – Valtakunta (Signal Rex 2019)
1. Edes vedet eivät saa rauhaa
2. Ilmestys myrskystä
3. Näin vastaa autio maa
4. Auringon valtakunta

Kaosophia – Serpenti vortex

Eén blik op het ronduit fantastische artwork van David Glomba en we weten wat voor vlees we in de kuip hebben met Kaosophia. Juist ja, van occultisme doordrongen black metal. Deze Oekraïners opereerden eerst onder de ietwat vreemde bandnaam Cotard Syndrome (zeldzame psychische aandoening waarbij iemand de waan heeft dat hij dood is, niet bestaat of dat zijn organen of bloed ontbreken). Sinds 2011 doen ze het echter als Kaosophia en met “Serpenti vortex” zijn ze toe aan een tweede langspeler. Het duurde vier jaar alvorens het kwartet – voor de opnames aangevuld met drummer Amorth – op de proppen komt met de opvolger van “The origins of extinction” en dat lange wachten wordt absoluut beloond want “Serpenti vortex” is een absolute aanschaf voor liefhebbers van onder andere Ascension, Blaze Of Perdition, Merrimack en Chaos Invocation. De melodieuze gitaarpartijen tillen de snelle occulte black metal naar een hoger niveau met “Fall into singularity” als kroonjuweel. Het majestueuze gevoel dat een band als Mgła weet neer te zetten, duikt ook in deze song op. Het stemgeluid van vocalist Morthvarg – die zijn teksten zowel in het Engels als Oekraïens schreeuwt – leunt bovendien dicht tegen dat van diens zanger M aan. In “Устремляясь к предвечному” zit subtiele koorzang verscholen waardoor Batushka even komt piepen, maar nergens wordt het zo bombastisch als bij deze Polen. Kaosophia rekt haar nummers nooit te lang uit wat resulteert in korte krakers zoals de titeltrack of “Прощение в крови“, dat op het einde van een swingende drumbeat voorzien is. Enkel het afsluitende “В могиле бытия” duurt met zes en een halve minuut wat langer en is ook de minst snelle song van de plaat. Akoestische gitaren geven deze track extra cachet alvorens het gaspedaal uiteindelijk toch terug tot aan het gaatje ingeduwd wordt voor haar zinderende finale. “Serpenti vortex” is voorzien van een uitstekend geluid dat maakt dat alle instrumenten duidelijk hoorbaar zijn en de snelle passages nergens in een geluidsbrij verzanden. Eigenlijk valt er maar één negatief puntje van kritiek aan te merken en dat is dat 33 minuten wat aan de magere kant is, maar het is wel een meer dan uitstekend half uur!

JOKKE: 86/100

Kaosophia – Serpenti vortex (Lamech Records 2017)
1. Enter the devotion
2. Устремляясь к предвечному
3. Fall into singularity
4. Serpenti vortex
5. Прощение в крови
6. Event horizon
7. В могиле бытия

Cult Of Fire – Life, sex & death

Als er in het black metal wereldje oscars uitgereikt zouden worden, ging het beeldje voor de “Prins Carnaval” van de scene ongetwijfeld naar het Tsjechische Cult Of Fire (met het Poolse Batushka als welverdiende tweede). Hun live “rituelen” bulken van de carnavaleske verkleedpartijen en de stage hand draait overuren bij het opstellen en afbreken van alle rekwisieten die het podium moeten aankleden. Los daarvan kan ik de muzikale output van het trio best wel pruimen. Met “Life, sex & death” presenteert Cult Of Fire opnieuw een tussendoortje in afwachting van een derde langspeler. Op gebied van artistieke vormgeving is deze EP naar analogie van de live shows volledig over the top: zowel de CD- als vinyluitvoering verschijnen in de vorm van een lotusbloem die in het hindoeïsme en boeddhisme van grote betekenis is en de goddelijke geboorte en zuiverheid symboliseert. Op deze manier past dit natuurlijk perfect in het plaatje daar India – in al zijn mystieke aspecten – Cult Of Fire’s stokpaardje is. Dat uit zich meteen in de song”Life” waarmee deze twintig minuten tellende EP opent. Oosterse klanken, gongslagen, mystieke keyboardpartijen, kortom alle gekende ingrediënten zijn aanwezig om de mid-tempo melodieuze en symfonische black metal nét dat tikkeltje meer te geven. In “Chinnamasta mantra” krijgen we zelfs nog de exotisch overtreffende trap te horen middels vrouwelijke gastvocalen van de Indische Gurmeet Kaur die met een zwoele en bezwerende stem de “Srim hrim klim aim Vajravairocaniye hum hum phat svaha” mantra zingt. In deze sfeerzettende song blijven de metalen klanken achterwege. Ook in de andere, meer reguliere nummers valt op dat agressie en gevaar twee thema’s zijn waarop Cult Of Fire meer en meer inboet, maar daartegenover staat dan weer een eigen extreem melodieus geluid dat uit de duizenden herkenbaar is, met “Death” als schoolvoorbeeld. Kleine kanttekening is dat de vocalen te veel op de voorgrond gemixt staan en zo wat in de weg staan van de muzikale drukte. Het bijna volledig instrumentale “Tantric sex” neemt bijna epische cinematografische proporties aan en laat horen dat deze band absoluut een goed oor voor melodie heeft. Deze vier minuten hadden er van mijn part gerust veertien mogen zijn. “Life, sex & death” is een absolute must voor de liefhebbers van de band. Benieuwd hoe ver Cult Of Fire nog kan gaan zonder dat het zaakje uitgemolken wordt.

JOKKE: 85/100

Cult Of Fire – Life, sex & death (Beyond Eyes 2016)
1. Life
2. Chinnamasta mantra
3. Death
4. Tantric sex