century media

Swallow The Sun – When a shadow is forced into the light

Muziek is een vehikel voor vele emoties. Het zal de doorwinterde doom fanaat, alsook de liefhebbers van menig soft rock ballade, niet verbazen dat vooral verdriet tot zijn recht komt. Na het overlijden van zijn partner, zangeres Aleah Stanbridge, kroop Swallow The Sun gitarist Juha Raivo dus in zijn pen en snaren om dit gemis van zich af te proberen schrijven. Alle respect en deelneming dus. Ik hoop echter voor de beste man dat hij er zich beter door is gaan voelen, want het nieuwe Swallow the Sun album is zeker niet zijn beste werk. Laten we beginnen bij wat er wel goed zit, namelijk de atmosfeer van “When a shadow is forced into the light“. Die is naar goede gewoonte behept met nogal wat meeslepende tristesse en pathos, welke worden uitgewerkt in de vele rustige passages met cleane zang, zuivere gitaren en etherische keyboardklanken. Helaas ligt daar ook het zwakke punt van dit album dat dermate introspectief is dat het elke vorm van spanning en kracht ontbeert. Lekker om een potje op je janken zou je dus kunnen zeggen? Eigenlijk niet, want de oninteressante vocalen, die vooral bestaan uit semi-parlando met Fins accent en zwakke screams, zijn slaapverwekkend op de momenten dat ze niet storen. Daarenboven is de productie aan de dunne kant, zijn de songs net iets te eenvoudig en is het ergens een pijnlijk voorbeeld dat rauwe gevoelens geen garantie zijn voor originaliteit. Zowat iedereen die ik ken, valt over zijn/haar voeten om dit opus te loven, maar voor mij persoonlijk is “When a shadow is forced into the light” weinig meer dan een goed bedoelde, fletse bedoening. 

Xavier: 68/100

Swallow The Sun – When a shadow is forced into the light (Century Media 2019)
1. When A shadow is forced into the light
2. The crimson crown
3. Firelights
4. Upon the water
5. Stone wings
6. Clouds on your side
7. Here on the black earth
8. Never left

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there

Marduk – Viktoria

Marduk is ongetwijfeld de hardst werkende en daardoor ook wel één van de meest populaire black metal bands – die ook daadwerkelijk nog black metal speelt – op onze aardkloot. De pantserdivisie is voortdurend de hort op om hun muziek op alle continenten – behalve Antarctica dan – te verspreiden en brengt de teller met “Viktoria” ondertussen al op langspeler nummer veertien (!). De Zweden zijn bovendien nog maar twee jaar verwijderd van een iconische dertigjarige carrière en dat zonder ook maar één hiatus. Persoonlijk is de band rond spilfiguur Morgan Håkansson één van mijn all time favorites; op plaat dan toch, want live ben ik van mening dat een tweede gitarist nog altijd van pas komt en dat ze hun ouder werk op het oorspronkelijke tempo moeten spelen in plaats van alles twee keer zo snel af te haspelen, wat ten koste gaat van de sfeer van de nummers. Maar we gaan het hier natuurlijk over “Viktoria” hebben, een plaat die qua thematiek in het verlengde ligt van het fantastische “Frontschwein” en dus weer talrijke oorlogstopics behandelt. In navolging van het recente Antifa-gedoe, maakt Morgan alvast het volgende statement: “Overall, I would say we have a fascination with the whole war machine. At least from my point of view, the Germans had the most fascinating machinery and equipment. Viktoria is not a standpoint, however. It’s just a reflection of history, the way it happened. With that in mind, it’s more interesting to write a soundtrack tied to specific historical events. Look at movies, for example. They’ve tackled both sides of World War II. So, Viktoria is more about history. Nothing more. Nothing less.” Op de thematiek na zijn er echter wel de nodige verschillen te merken ten opzichte van de voorganger. Ten eerste is er het simpele a-typische cover artwork. De zwart-witafbeelding van de soldaat op de hoes is van de hand van frontman Daniel “Mortuus” Rostén en is geïnspireerd op de propagandaposters van de “Reichspropagandaleitung” en de “Office of War Information“. Love it or hate it. Ten tweede is het gitaarwerk meer basic en gestript, vooral in de tragere nummers want hoewel de plaat slechts op een luttele 33 minuten afklokt, is “Viktoria” ondanks haar militaristische invalshoek geen “Panzer division Marduk” part II geworden en is het dus geen continu rammen en blazen dat de klok slaat. Alleen valt er geen enkel trager nummer te bespeuren dat kan toegevoegd worden aan hun geweldige mid-tempo back catalogue met krakers als “Accuser/Opposer“, “Imago mortis“, “Materialized in stone“, “Wolves“, “Temple of decay“, “Coram satanae” “Funeral dawn” en dan vergeet ik er nog wel een paar. Daarvoor zijn de riffs van “Tiger I” en “Silent night” nu eenmaal té simpel en niet spannend en uitdagend genoeg. Gelukkig zijn er natuurlijk ook nog de rampestampers waarvoor Marduk het meest gekend staat. Zo zijn “Equestrian bloodlust” met haar hoge, aan “Opus nocturne” refererende tom-fills en het pompende, naar het gitaarwerk van “Serpent sermons” teruggrijpende “The devil’s song” gelukkig enkele positieve uitschieters. En de titeltrack is met haar traag atmosferisch en bass-driven middenstuk een geslaagd experiment. Ten derde is er de productie (opnieuw zat bassist Devo achter de knoppen in zijn Endarker Studio) die, ondanks de old-school organische sound en analoge drums, iets te dun en open klinkt, maar het is vooral frontbeest Mortuus die voor zijn doen nog nooit zo vlak en eendimensionaal heeft geklonken. En het vocaal toonladder-fratske dat hij in “June 44” ten berde brengt, ergert me elke luisterbeurt mateloos. Voor de rest valt op die song echter weinig aan te merken. In de laatste song van de plaat bewijst hij gelukkig toch nog even waartoe hij met zijn verwrongen stembanden in staat is. Bij gebrek aan andere You-Tube video’s, post ik hieronder het korte, niemendalletjes “Werwolf” dat “Viktoria” opent. Het niveau ligt op de rest van de plaat gelukkig hoger, maar toch had hier veel meer ingezeten. Vergeleken met het vervaarlijke en beestachtige “Frontschwein” is “Viktoria” spijtig genoeg maar een mak lammetje. Victorie is te hoog gegrepen deze keer.

JOKKE: 75/100

Marduk – Viktoria (Century Media Records 2018)
1. Werwolf
2. June 44
3. Equestrian bloodlust
4. Tiger I
5. Narva
6. The last fallen
7. Viktoria
8. The devil’s song
9. Silent night

Wiegedood – De doden hebben het goed III

Wiegedood is goed op dreef en lijkt onvermoeibaar door te gaan zowel qua touren als qua uitbrengen van nieuw plaatwerk. In een kleine drie jaar tijd hebben onze landgenoten, die ook voltallig terug te vinden zijn in de line-up van Oathbreaker, hun trilogie “De doden hebben het goed” afgerond. Delen I en II zijn ondertussen grijsgedraaid en ook het nagelnieuwe derde hoofdstuk dat via Century Media verschijnt, zal hier de komende jaren ongetwijfeld nog de nodige rondjes draaien. Zoals de traditie het wil, prijken er opnieuw vier songs op de tracklist en klokt het geheel op iets meer dan een half uur af. Ten opzichte van de voorganger vallen er geen wereldschokkende veranderingen te bespeuren of het moeten de diepe keelgezangen aan het einde van “Prowl” zijn. Het tempo ligt meermaals verschroeiend hoog (wat is drummer Wim toch een beest!), de riffs zijn bovengemiddeld sterk en de – zij het ietwat monotone – hese krijsen van Levy klieven doorheen de razernij. Enkel in “Doodskalm” en de meer dan twaalf minuten durende titeltrack wordt met een voor atmosferische USBM typerende eb-en-vloed dynamiek gespeeld zoals Wiegedood eerder hanteerde op haar debuut, maar waarbij het eindstuk van het eerst vernoemde nummer wel gevaarlijk dicht naar recyclage van eerder materiaal neigt (de titeltrack van het debuut om specifieker te zijn). In de andere songs klinkt het allemaal wat Noorser hoewel er in enkele breaks van “Doodskalm” en de tremolo riffs van “Parool” ook Zweedse elementen te bespeuren vallen (in de afsluiter hoorde ik wat Setherial ten tijde van “Nord…” voorbijkomen). Criticasters die beweren dat het succes van de band een gevolg is van de link met Amenra zullen er altijd wel zijn (en dat mag ook) en de duivel houdt zich hier mijlenver vandaan, maar voor mij bewijst Wiegedood toch dat ze deze razende pot black metal recht en diep vanuit het hart brengt en verre van een ééndagsvlieg is. Benieuwd naar de performance op Roadburn maar vooral ook naar de releaseshow in de Kreun waar het trio eenmalig de drie albums volledig in chronologische volgorde gaat spelen. Dat gaat vuurwerk geven!

JOKKE: 88/100

Wiegedood – De doden hebben het goed III (Century Media 2018)
1. Prowl
2. Doodskalm
3. De doden hebben het goed III
4. Parool

Necrophobic – Mark of the necrogram

Het Zweedse Necrophobic heeft ondanks haar lange carrière (de band werd in 1989 opgericht!) altijd wat in de schaduw van grotere acts als Dissection, Dark Funeral en Watain gestaan. Om één of andere reden heb ik de band nooit op de voet gevolgd waardoor maar een paar platen me goed bekend zijn. Met het nagelnieuwe “Mark of the necrogram” presenteren drummer Joakim Sterner – die er reeds van in het begin bij is -,  de sinds 2016 teruggekeerde gitaartandem Sebastian Ramstedt en Johan Bergebäck, bassist Alex Friberg en zanger en oudgediende Anders Strokirk – die te horen was op het debuut “The nocturnal silence” – hun achtste langspeler die een schot in de roos is. Of de terugkeer van Anders er voor iets tussen zit, weet ik niet maar de nieuweling doet me erg denken aan de eerste twee (en voor mij meest bekende) platen ook al is de productie natuurlijk moderner (en voor sommigen waarschijnlijk té afgelikt). Het kwintet klinkt gedreven en laat de ene na de andere overtuigende song op de luisteraar los. De melodieuze gitaarriffs van de titelsong zetten de vlam meteen in de pan en doen op vocaal gebied ook denken aan Naglfar, hun landgenoten die in hetzelfde vaarwater opereren. De toegankelijkheid van het aanstekelijke, met overduidelijke Dissection harmonieën doorspekte “Tsar bomba” valt niet te ontkennen en bezit het nodige hitpotentieel om de band tot bij een breder publiek te brengen. Hierna volgen de nummers “Lamashtu” en “Sacrosanct” die er qua hitgevoeligheid bijna lijnrecht tegenover staan en meer black metal invloeden laten horen, hoewel melodieuze riffs en harmonieuze gitaarsolo’s ook hier alomtegenwoordig zijn. “Requiem for a dying sun” legt het meeste dynamiek aan de dag en klinkt mede daardoor epischer en dreigender. Het felle, uptempo “Crown of horns” is opnieuw erg schatplichtig aan Dissection of je dat nu erg vindt of niet. “From the great above to the great below” vat nog eens samen waar Necrophobic anno 2018 (en eigenlijk al heel haar carrière lang, zo leerde me het dieper uitpluizen van hun discografie) voor staat: melodieus/extreem metalgeweld van de bovenste Zweedse plank.

JOKKE: 85/100

Necrophobic – Mark of the necrogram (Century Media 2018)
1. Mark of the necrogram
2. Odium caecum
3. Tsar bomba
4. Lamashtu
5. Sacrosanct
6. Pesta
7. Requiem for a dying sun
8. Crown of horns
9. From the great above to the great below
10. Undergången

Watain – Trident wolf eclipse

Het grote Watain heeft iets goed te maken. Bij ondergetekende althans, want de vorige langspeler “The wild hunt” – uit 2013 alweer – werd hier maar lauw ontvangen. Het leek alsof het trio niet goed wist van welk hout pijlen maken en een kleine identiteitscrisis doormaakte. Enerzijds stonden er de typische volbloed black metal nummers op de plaat die echter matige doorslagjes waren van ouder werk en met “They rode on” en de titeltrack gingen de Zweden de experimentele tour op, iets wat ik persoonlijk wel kon smaken maar onvoldoende was om de plaat te redden. Na het verschijnen van “The wild hunt” tourde Watain zich kapot en werd het hoogtijd om de batterijen op te laden. Het heeft dan uiteindelijk ook vijf jaar geduurd alvorens we nieuw plaatwerk van één van de meest succesvolle Zweedse black metal grootmeesters mochten verwachten. Wat meteen opvalt aan “Trident wolf eclipse” is de korte speelduur, want met acht songs in vijfendertig minuten speeltijd is dit de kortste Watain plaat ooit geworden. Verwacht dus geen epische songs als “Waters of ain“, “They rode on” of “Stellarvore” meer. Watain keert meer dan ooit naar haar pure black metal roots terug ten tijde van “Rabid death’s curse” en “Casus luciferi“, iets wat de ondertussen afgehaakte fans misschien wel terug over de streep kan trekken. Daarenboven zijn de songs compact van structuur, van overbodige franjes ontdaan en gestript tot op het bot. In de opzwepende opener “Nuclear alchemy” raast Watain als nooit tevoren en wordt de toon meteen gezet voor een dik half uur zwartgeblakerde agressie waar de geest van Dissection nog steeds onmiskenbaar doorheen waait, hoewel de band minder melodieus klinkt dan op haar laatste platen. Eén van de sterktes van Watain is dat ze in elke song wel een catchy hook of refrein inbouwen waardoor de nummers blijven hangen, zelfs na een eerste luisterbeurt. Op “Trident wolf eclipse” is dat iets minder prominent het geval en duurt het daardoor ook langer alvorens elke song haar eigen identiteit blootgeeft. Na meerdere luistersessies blijken de sterkste nummers met “A throne below” (de song met het meeste ruimte voor melodie), het dynamische en van een angstaanjagende intro voorziene “Towards the sanctuary” en de mid-tempo afsluiter op de B-kant van de plaat te staan. De kern van Watain bestaat nog steeds uit de drie oerleden P. Forsberg (gitaar), E. Danielsson (zang, bas) en H. Jonsson (drums), hoewel die laatste live niet langer van de partij zal zijn en zijn plaats op de drumtroon ingenomen wordt door E. Forcas (Degial, Repugnant). De heren Alvaro Lillo (bas) en Set Teitan (gitaar), die sinds jaar en dag deel uitmaken van de live line-up, zijn ook op “Trident wolf eclipse” te horen en in het nummer “Ultra (Pandemoniac)” draven H. Death (Degial, Unpure, Vorum) en Attila Csihar (Mayhem) als gasten op om de song van respectievelijk een gitaarsolo en extra demonische vocalen te voorzien. Naar goede gewoonte werd het album ingespeeld in de befaamde Necromorbus Studio en valt er soundgewijs geen kritiek te geven. Bij de prachtig vormgegeven box-editie zit – naast allerlei leuke hebbedingetjes – een interessante 7″ EP waarop het experimentele, in het Zweeds vertolkte buitenbeentje “Antikrists mirakel” – en haar achterstevoren af te spelen versie – prijkt. Concluderend kan ik stellen dat Watain me met “Trident wolf eclipse” terug heeft kunnen overtuigen van haar kunnen. Benieuwd wat dat live gaat geven in de 013!

JOKKE: 85/100

Watain – Trident wolf eclipse (Century Media Records 2018)
1. Nuclear alchemy
2. Sacred damnation
3. Teufelsreich
4. Furor diabolicus
5. A throne below
6. Ultra (Pandemoniac)
7. Towards the sanctuary
8. The fire of power

Grave Pleasures – Motherblood

Terugkijkend op “Dreamcrash” – het “debuut” van het Finse Grave Pleasures – moet ik toegeven dat ik dat album wat overschat had met een score van 83 punten. Sinds haar verschijnen heeft de plaat immers amper rondjes gedraaid ten huize Jokkemans. Grave Pleasures draagt dan ook een enorm verleden met zich mee, want al wat de band uitbrengt zal tot in den treure vergeleken worden met het weergaloze “Climax” dat de band in haar vorig leven als Beastmilk op de mensheid loste. De “Funeral party” 7″ EP die vorig jaar als teaser werd uitgebracht, liet echter opnieuw het beste vermoeden daar het apokalyptische death-rock geluid van Beastmilk terug werd opgezocht. En ook het kakelverse “Motherblood” gaat gelukkig op hetzelfde élan verder! De dansschoenen kunnen met andere woorden vanonder het stof gehaald worden en de beentjes kunnen losgezwierd worden op vlot verteerbare en goed in het gehoor liggende songs als “Infatuation overkill“, het meezingbare “Be my Hiroshima” of “Deadenders“, dat we nog kennen van de 7 inch. Tegenover de (schijnbare) lichtvoetigheid staan echter donkere thema’s zoals de cyclus van leven en dood (knap gevisualiseerd door de Kali figuur op de cover) en de obsessie van zanger Mat McNerney (Kvohst voor de vrienden) voor de apocalyptische en nucleaire ondergang van de mensheid. In meer donkere nummers als “Doomsday rainbows“, “Joy through death” en “Mind intruder” vormt de ritmesectie, bestaande uit bassist van het eerste uur Valtteri Arino en drummer Rainer Tuomikanto (Ajatarra, ex-Shining), de ruggengraat en stuwen ze de songs met denderende drums en pompende baslijnen voort. En het gitaristenduo Juho Vanhanen (Oranssi Pazuzu) en Aleksi Kiiskilä schudt de ene na de andere catchy riff en geweldige hook uit de mouw. Links en rechts worden enkele goth-getinte elementen aan de death-rock basis toegevoegd en worden uitstapjes richting post-punk gemaakt. Wanneer zanger Mat de hoogte ingaat, hebben zijn vocalen best wel wat weg van The Cure’s Roberth Smith. Net zoals een Killing Joke, Coil of Joy Division, heeft deze new wave band een duidelijke stempel gedrukt op het Grave Pleasures geluid. Een andere invloed was Current 93, waarvan zanger David Tibet gestrikt kon worden om de intro voor “Atomic Christ” – misschien wel de meest beklijvende song van de plaat – te schrijven en in te spreken. Met het afsluitende “Haunted afterlife” wordt dat ene sprankeltje hoop dat er nog restte, resoluut de nek omgedraaid. Op de CD die bij de vinyl meegeleverd werd, vinden we nog de bonus track “There are powers at work in this world” terug. Net zoals op “Climax” is “Motherblood” een plaat waarop het tevergeefs zoeken is naar een zwak moment. Grave Pleasures heeft zich herpakt (en hoe!) en kan met opgeheven hoofd de Apocalyps tegemoet.

JOKKE: 91/100

Grave Pleasures – Motherblood (Century Media 2017)
1. Infatuation overkill
2. Doomsday rainbows
3. Be my Hiroshima
4. Joy through death
5. Mind intruder
6. Laughing abyss
7. Falling for an atom bomb
8. Atomic Christ
9. Deadenders
10. Haunted afterlife
11. There are powers at work in this world (bonus)