Chaos Invocation

Nubivagant – Roaring eye

Dat we hier fan zijn van Gionata Potenti aka Omega is al lang geen geheim meer. De laatste jaren waren we dan ook zeer te spreken over zijn werk bij onder andere Chaos Invocation, het geniale Hallucinogen van Blut Aus Nord en zijn eigen materiaal met Darvaza en Fides Inversa, en dit zijn dan maar enkele (grote) namen binnen het wereldje waaraan de Italiaan heeft bijgedragen, voornamelijk van achter de drumkit. Potenti’s dag duurt precies achtenveertig in plaats van vierentwintig uur, want tussenin heeft hij ook nog de tijd gevonden om zijn eerste solo-album in elkaar te timmeren, dat nu via Amor Fati het levenslicht ziet. Interessant natuurlijk, want werk van zijn hand is zo goed als altijd synoniem voor oerdegelijke blackmetal. Met Nubivagant, want zo heet het project, slaat hij echter een iets andere weg in. Nog steeds krijgen we naar goede gewoonte retestrak drumwerk, en ook de repetitieve, meeslepende riffs rollen vlotjes uit zijn pols en bevatten zoals gewoonlijk ook een orthodoxe inslag, hoewel die minder uitgesproken is dan bij pakweg een Fides Inversa. “Roaring eye” beslaat een goeie veertig minuten, opgebouwd uit 5 middellange nummers en een intermezzo in de vorm van “Solemn peals”. In tegenstelling tot Potenti’s andere bands wordt het tempo relatief laag en slepend gehouden (behalve op “Crawling the earth” waar we dan toch een hoop blastbeats te horen krijgen), wat de repetitiviteit ten goede komt. De man weet op instrumentaal vlak wel degelijk een meeslepend album neer te poten. Op instrumentaal vlak, that is, want op vocaal gebied gaat het er radicaal anders aan toe dan we van hem gewend zijn. Het ganse werk lang horen we geen enkele scream terug, integendeel: enkel cleane, melodieuze zang bereikt onze trommelvliezen, iets wat hier op Addergebroed zelden het geval is. Dit soort cleane vocalen die meer richting deathrock dan blackmetal neigen zijn naar mijn smaak vaker wel dan niet hit or miss, en in dit geval komt het helaas op dat laatste neer. Potenti’s zang klinkt ondanks een vrij vol geluid redelijk eendimensionaal en weinig gevarieerd, maar is wel ‘verdraagbaar’ (bij gebrek aan een beter woord). Wat echter compleet tenenkrullend is, is het feit dat in opener “Wonders of the invisible earth” zelfs gebruik wordt gemaakt van poppy meezingrefreintjes. Een greep uit het lyrisch aanbod op deze track: “Nananaaana // Nananaananaaa”, en dat terwijl teksten bij zijn andere projecten meestal wel degelijk in elkaar zitten. Heldere zang in blackmetal is sowieso al gewaagd, maar als die dan nog eens worden ingezet om meezingrefreintjes in de nummers te steken haak ik af. Het is pas tijdens het hierboven genoemde “Crawling the earth” dat er wat meer variatie en vooral kracht in de zanglijnen kruipt, wat ervoor zorgt dat dit (in combinatie met meer variatie in tempo) het meest interessante nummer van de plaat is geworden. Ook in afsluiter “The plague of flesh” gaat het tempo weer even de hoogte in en slaat de zangstem om in iets dat het midden houdt tussen cleane zang en geroep en waar eindelijk eens wat oprechte passie vanaf spat. Al bij al klinkt Nubivagant verre van slecht en de productie is naar aloude gewoonte ook weer dik in orde (wat komen die cymbaaltikjes heerlijk door in de mix) maar de ondermaatse en eentonige zang doet voor mij ferme afbreuk aan wat het album had kunnen worden. Meer variatie alstublieft! Onze Jokke lijkt deze aanpak dan wel weer te kunnen smaken en vindt het net verfrissend, dus het zal vooral van persoonlijke smaak afhangen. Mij doet het weinig, maar geef het vooral een kans gezien het album op elk ander vlak wél een zeer degelijk niveau haalt en aanhoudt!

CAS: 77/100

Nubivagant – Roaring eye (Amor Fati Productions 2020)
1. Wonders of the invisible world
2. The furnace of Apollyon
3. One eye upon the grave
4. Crawling the earth
5. Solemn peals
6. The plague of flesh

Fides Inversa – Historia nocturna

Dat Gionata Potenti een wünderkind is hoef ik niet meer te vertellen. Met verdiensten bij onder andere Blut Aus Nord, Chaos Invocation, Darvaza, Enepsigos, Martröð en een verleden bij Acherontas heeft de Italiaan een bijzonder indrukwekkend palmares opgebouwd. In 2006 richtte hij onder het pseudoniem Omega A.D. samen met Void A.D. de entiteit Fides Inversa op, en drie jaar later werd het geniale “Hanc aciem sola retundit virtus (the algolagnia divine)” op de mensheid losgelaten, een album dat hier nog steeds heel regelmatig eens de revue passeert. Ook het prima “Mysterium tremendum et fascinans” (van een originele titel gesproken zeg) en de daaropvolgende “Rites of inverse incarnation” EP wisten onze honger voor orthodoxe black metal (hoe kan het ook anders bij een label als World Terror Committee?) te stillen. Anno 2020 komen de heren terug ten tonele, maar hebben een zeer interessante beslissing genomen: blijkbaar hadden de Italianen nood aan een zuchtje noorderwind dat eerder een wervelstorm is geworden, want niemand minder dan Wraath werd ingelijfd. Dezelfde Wraath die we kennen van ondermeer Darvaza, Behexen, Mare, Ritual Death en One Tail, One Head en die zonder enige twijfel één van de beste frontmannen binnen hedendaagse black metal is en zodus een aanwinst is voor zo goed als elk project waarmee hij in aanraking komt. Ook labeleigenaar Unhold is op de plaat te horen. De niet onbesproken Absurd-zanger speelde de baspartijen in maar zal live niet van de partij zijn. Zoals vanouds speelt Fides Inversa orthodoxe black metal volgens de regels van de kunst, maar het gitaarwerk klinkt gejaagder, opgefokter (“A wanderer’s call and orison”) en triomfantelijker (“I glance you with a touch…”) dan ooit, waarbij op dat laatste nummer de gecombineerde stemmen van Potenti en Wraath het nummer nog eens extra epiek meegeven. Op een nummer als “The Visit” blijkt dat de heren nog steeds goed geluisterd hebben naar “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” en “Paracletus”, maar Fides Inversa heeft gelukkig nog steeds een eigen smoelwerk. Geen klassieke intermezzo’s deze keer, al wordt er wel wat geëxperimenteerd met repetitieve gitaarloopjes en vooral helder ‘roepende’ zang, in “Syzygy” zelfs bijgestaan door hoge vrouwelijke vocalen, en in tegenstelling tot op “Rites of inverse incantation” is dit experiment hier meer dan geslaagd en creëert dit veel variatie op een album dat het voor de rest vooral van hoge tempo’s moet hebben en waar de retestrakke blast beats van Potenti de plek in de schijnwerpers opeisen. Na deze epiek grijpt het energieke “I am the iconoclasm” echter nog eens duidelijk terug naar de begindagen van de band, en komen ook wat thrash-invloeden van om de hoek piepen, wat ik enkel kan toejuichen! Fides Inversa heeft met de huidige line-up enkele knallers van muzikanten in de gelederen, en “Historia nocturna” is zodus opnieuw een zeer degelijk werk geworden dat in tegenstelling tot vorig werk een zeer volle sound heeft meegekregen, nog steeds nét wordt overschaduwd door het monumentale debuut maar voor de rest met kop en schouders boven de twee voorgaande releases uitsteekt.

CAS: 85/100

Fides Inversa – Historia nocturna (World Terror Committee Productions 2020)
1. Intro
2. A wanderer’s call and orison
3. Transcendental lawlessness
4. The visit
5. I glance at you with a touch…
6. Syzygy
7. I am the iconoclasm

Membaris – Misanthrosophie

Het Duitse Membaris heeft al heel wat jaren op de teller staan en was vooral sinds diens oprichting in 1999 tot aan 2014 productief wat resulteerde in vier langspelers, een demo en twee splits. Ik had nog nooit van de band gehoord wat te wijten kan zijn aan het feit dat ik de black metal-scene van onze oosterburen begin jaren 2000 niet altijd op de voet volgde doordat middelmatigheid vaak troef was. Nu W.T.C. zijn schouders onder de band zet, kwam Membaris op mijn radar terecht. Het artwork van Karmazid dat op “Misanthrosophie“, langspeler nummer vijf, prijkt, mag dan wel een futuristische/moderne insteek hebben, de zwartmetalen klanken van Membaris staan met beide voeten diep in second wave black geworteld. Aan een intro doen de heren Obscurus (drums, gitaren, zang) en Kraal (gitaren, bas, zang) in elk geval niet mee want “Architektur fern Struktur” voelt meteen als een vuist in een overvolle maag aan. De drums ratelen als een bezetene en er gaat geen enkele snare-aanslag onhoorbaar aan ons voorbij dankzij een krachtige en transparante mix en mastering van Abigor’s TT. Even vreesde ik 54 minuten durende voortrazende eenheidsworst voorgeschoteld te hebben gekregen, maar die angst was ongegrond want vanaf de opener wordt duidelijk gemaakt dat het duo heel wat tijd en energie heeft gestoken in het uittekenen van dynamische structuren en contouren. Ook in het vocaal departement is het afwisseling troef waarbij de semi-cleane semi-raspende zang een heuse portie Kampfar in de strijd gooit. “Nebel Haras” wordt gekenmerkt door majestueuze melodieën die zich, ondersteund door intense drumsnelheden, ontplooien en uitmonden in een adembenemende solo waarvoor een zekere Stefan Hofmann optekende. “My path of stars” wordt door een vocaal krijsexperimentje voorafgegaan en bevat een spannende wisselwerking tussen agressie en melodie, duivels gekrijs en pompeuze heldere zang. Het negen minuten durende “Constant companion” wordt opnieuw middels een flitsende solo in gang getrapt en de vocalen doen in dit nummer meer dan eens aan Ihsahn denken wanneer ze voor een hesere insteek gaan. Een meeslepende melodieuze solo brengt ons in vervoering en neemt ons mee op sleeptouw gedurende de resterende vijf minuten van dit pakkende epos. Halfweg “Misanthrosophie” lassen Obscurus en Kraal met “The only reason to stay” een akoestisch intermezzo ondersteund door heldere klaagzang in. “Imaginations through the horn-crowned skull” heeft een minuutje nodig om zich tot een Zweeds aandoende rampestamper te ontpoppen waarbij diepere vocalen ook wat death metal aan het klankpallet toevoegen. Het intense meer compacte “Pulsar” zet de meer rechttoe rechtaan aanpak van het voorgaande nummer verder, alvast wat het hondsdolle drumptempo en de bijtende riffs betreft, want op vocaal vlak valt weer heel wat te beleven waarbij beide zangers laten horen wat ze in hun mars hebben. Net wanneer je denkt het wel even allemaal gehoord te hebben omdat de titeltrack ook weer recht voor de raap blijkt te zijn, zakt het tempo hoewel Obscurus het gaspedaal nadien toch weer snel weet terug te vinden. Het Duits geblaf klinkt agressief, maar ondanks het feit dat dit nummer tot titeltrack gebombardeerd werd, vind ik het misschien wel het minste van de plaat. Gelukkige herpakken de heren zich met de lange afsluiter “Aus Tiefen empor…” waarin het op en top genieten is van de blastsalvo’s, vurige riffs, bijtende Duitstalige screams en pakkende melodieën inclusief ferme leads. Obscurus hield zich voorafgaand aan deze “wederopstanding” bezig met o.a. Porta Nigra en Chaos Invocation, maar ik ben maar wat blij dat hij Membaris van onder de mottenballen heeft gehaald om deze kraker op ons los te laten. “Misanthrosophie” is een dynamisch luisterspel dat heel wat voor de luisteraar in petto heeft, maar nergens verliezen deze twee veteranen de controle. De touwtjes worden immers strak in handen gehouden en op geen enkel departement vliegt Membaris uit de bocht. Misschien toch maar eens in het verleden van de band duiken.

JOKKE: 87/100

Membaris – Misanthrosopie (World Terror Committee 2020)
1. Architektur fern Struktur
2. Nebel Haras
3. My path of stars
4. Constant companion
5. The only reason to stay
6. Imaginations through the horn-crowned skull
7. Pulsar
8. Misanthrosophie
9. Aus Tiefen empor…

Porta Nigra – Schöpfungswut

Daar waar de eerste twee albums van het Duitse Porta Nigra me wat te avantgardistisch klonken – dat is steeds een dubbeltje op zijn kant bij mij – neigt het duo O. (drums en zang) en Gilles de Rais (snaren, teksten en songwriting) op diens derde langspeler “Schöpfungswut” eerder naar straightforward, furieuze en monumentale black metal. Voor de gelegenheid werd dan ook Tongue, oprichter van Chaos Invocation (waar O. in het verleden bij drumde), erbij gehaald om het geheel in te zingen. Op veelvuldige theatrale heldere zangkoren of Duitse parlando partijen na, zoals in het cinematografische en bij momenten haast operesque “Die Augen des Basilisken” wordt op deze derde langspeler weinig buiten de lijntjes gekleurd en ook het eclecticisme dat het oude werk typeerde is ver te zoeken. Some will love it, some will hate it. Ik behoor tot de eerste groep. Porta Nigra besteedt veel aandacht aan het verhalend karakter van diens black metal wat resulteert in een gemiddelde speelduur van zo’n acht minuten. Er gebeurt heel wat in de dynamische songs zonder dat de overgangen abrupt of onnatuurlijk klinken en het geheel in het van het verleden gekende eclecticisme ontaard. Gilles de Rais zit er niet om verlegen om melodieuze leads in de composities te integreren als tegengewicht voor de de agressieve uitbarstingen waarin O. volle gas kan geven. Qua sound zit alles deze keer snor dankzij Markus Stock en zijn Klangschmiede Studio E waardoor de plaat knalt en de snelle blastpartijen ,zoals die van de afsluitende titeltrack, overzichtelijk blijven. Thematisch gezien kiest Porta Nigra op “Schöpfungswut“, wat zoveel betekent als “woede omtrent de Schepping“, zoals steeds voor aan Fin de Siècle-verbonden decadente onderwerpen. Ganz geil.

JOKKE: 81/100

Porta Nigra – Schöpfungswut (Soulseller Records 2019)
1. Die Kosmiker
2. Das Rad des Ixion
3. Die Augen des Basilisken
4. Die Entweihung von Freya
5. Unser Weg nach Elysium
6. Schöpfungswut

Skōhsla – The hung parish

Iron Bonehead ziet wel graten in het nagelnieuwe Skōhsla en brengt diens eerste demo “The hung parish” uit. Ik kan ze geen ongelijk geven want vanaf de eerste tonen van de titeltrack en diens schichtige solo’s worden we vacuüm aan onze boxen gezogen om pas negentien minuten later terug los te komen. Het duo Tongue (zang en snaren) en Spine (drums) heeft een voorliefde voor old school black en mengt deze oude elementen in hun occulte zwarte kunsten waarbij cleane zang ook een groot deel van de aandacht opeist. De gevarieerde vocalen zijn, naast de energieke vibe van de muziek, de grootste troeven van deze twee Teutonen. Een nummer als “Pillar Fall” bevat enerzijds heel wat ongebreidelde energie en headbangpartijen, maar weet evenzeer wat gas terug te nemen en op atmosfeer in te zetten. “Ascension of a Cold Descendant” speelt het atmosferische element uit Skōhsla’s sound volop uit en bevat haast een duetachtige wisselwerking tussen rauwe keelgeluiden en heldere zang die bij aanvang als het gehuil van een wolf klinkt. Zodra het nummer een versnelling hoger schakelt, vuurt Tongue de ene na de andere killerriff op ons af. Ook de compacte afsluiter wordt door vurige riffs en snelle drums voortgedreven en is de meest rechtlijnige song van “The hung parish“. Op de sound van deze demo val trouwens niets aan te merken. In tegendeel, de vier nummers klinken lekker rauw maar met voldoende transparantie zodat alle instrumenten (en zeker ook de stuwende bass) goed hoorbaar zijn. Veelbelovende demo voor fans van bijvoorbeeld een Chaos Invocation.

JOKKE: 83/100

Skōhsla – The hung parish (Iron Bonehead Productions 2019)
1. The hung parish
2. Pillar fall
3. Ascension of a cold descendant
4. Of blazing gatherings

Deitus – Via Dolorosa

Via Dolorosa is de Latijnse benaming voor de weg die Jezus aflegde in Jeruzalem terwijl hij zijn kruis droeg. De tweede plaat van Deitus werd naar de lijdensweg van onze ‘goede vriend’ genoemd. Deze Engelse black metal-band was mij tot nog toe onbekend, maar blijkt al een debuut (“Acta non verba“) uitgebracht te hebben in 2016. Hoewel er slechts vijf songs op “Via dolorosa” prijken, klokt het geheel toch af op drieëndertig minuten speeltijd waarvan de titeltrack en “Salvifici doloris” samen de helft voor hun rekening nemen. De muzikale output van Deitus’ black is op smaak gebracht met Zweedse melodieuze ingrediënten die een voorliefde voor Dissection verraden. In deze vijver zwemmen ondertussen al heel wat vissen rond, maar een soortgelijke band als Chaos Invocation weet toch nog net wat meer te imponeren en speelt dan ook een divisie hoger. Slecht is het hoegenaamd niet, zo neemt de hoge dosis melodie ons in de titeltrack mee op sleeptouw doorheen de kruisweg, maar in “Salvifici doloris” verliest de band zichzelf te veel in lange instrumentale passages waardoor dit nummer niet de volle negen en een halve minuut blijft boeien. De rockende riffs klinken dan weer iets te simpel en de vocale invulling is te eentonig en te vlak om echt potten te breken. Dat dynamiek belangrijk is, heeft Deitus wel goed begrepen want in het slepende “Atonement” wordt ten opzichte van de andere nummers serieus wat gas teruggenomen. Conclusie: naar I, Voidhanger Records-normen is dit een weinig avontuurlijk plaatje geworden. Ik heb er wel wat luisterplezier aan beleefd tijdens het schrijven van deze review, maar nu deze online staat vrees ik dat “Via Dolorosa” niet snel nog eens op de draaitafel zal belanden. Daarvoor is de concurrentie te moordend.

JOKKE: 70/100

Deitus – Via Dolorosa (I, Voidhanger Records 2018)
1. Hallowed terror
2. Malaise
3. Via Dolorosa
4. Salvifici doloris
5. Atonement

Darvaza – Darkness in turmoil

Het Italiaans/Noorse Darvaza breidt met het nagelnieuwe “Darkness in turmoil” een einde aan de EP-trilogie die het eerder met “The downward descent” en “The silver chalice” erg sterk was begonnen. Dat Omega aka Gionata Potenti een drummer van formaat is, bewees de kleine Italiaan al meermaals in o.a. Blut Aus Nord, Chaos Invocation en Glorior Belli (to name but a few) maar in Darvaza laat hij horen ook geweldige songs te kunnen schrijven. En als je dat talent bezit, heb je natuurlijk ook een fantastische frontman nodig die Omega vond in de Noor Wraath (o.a. One Tail One Head, Behexen, Ritual Death). Op muzikaal vlak liggen de drie nieuwe nummers in het verlengde van de twee voorgaande EP’s, waarbij “Towards the darkest mystery” misschien net iets meer old school vibes uitstraalt. “A new sun” is de snelste track van de EP maar vind ik vrij middelmatig voor hun doen. Gelukkig zijn er nog de gevarieerde vocalen die Wraath uit zijn strot kan toveren en die nog veel goed maken. In het catchy Lucifer-aanroepende refrein van “Towards the darkest mystery” laat de Noor zich écht gaan. “Fearless unfeard he slept” is tenslotte mid-tempo van opzet en opnieuw experimenteert de frontman lekker met zijn stembanden. Het nummer kent een plechtstatig einde waarbij de basgitaar lekker door de repetitieve gitaarriffs heen ronkt. Gionata’s gitaarspel is ondertussen best herkenbaar, dus daar verdient onze multi-instrumentalist alvast een dikke pluim voor. En met “Towards the darkest mystery” bevat ook deze EP een échte klepper zoals “The barren earth” vanop het eerste deel of de titelsong van de tweede EP. “Darkness in turmoil” is echter niet het overweldigende sluitstuk dat ik had verwacht, maar desondanks is Darvaza nog steeds een band die ik erg kan appreciëren – en dat heeft niets te maken met de slang in het logo – en die hopelijk nog tot grootse dingen in staat is.

JOKKE: 83/100

Darvaza – Darkness in turmoil (Terratur Possessions 2018)
1. A new sun
2. Towards the darkest mystery
3. Fearless unfeard he slept

Ascension – Under ether

Het Duitse World Terror Committee staat immer garant voor orthodoxe black metal van de bovenste plank, zoals Chaos Invocation recent bewees. Sinds het eveneens Duitse Ascension in 2007 ontstond werd de band ook onder de vleugels van het befaamde (en beruchte) label ondergebracht. Het anonieme gezelschap (waarvan één van de leden, zo blijkt, ook in Secrets of the Moon actief is) bracht van daaruit de EP “With burning tongues” uit, die mij meteen bij de keel wist te grijpen met een snedige gitaarsound en lang uitgesponnen, meeslepend gitaarwerk. Met opvolger “Consolamentum” zette de band in 2010 de trend voort en loste een pareltje dat in mijn ogen ondertussen als een moderne black metalklassieker mag worden beschouwd. “Consolamentum” was een conceptalbum, tot de nok toe gevuld met fantastische, bijwijlen dissonante riffs en de karakteristieke blastbeat-uitbarstingen – zo karakteristiek dat we het in besloten kring op den duur over ‘Ascension-riffs’ hadden. Na het iets minder geslaagde “The dead of the world”, dat hier en daar een opflakkering van de gekende Ascension-genialiteit liet horen (“Deathless light”), is het eind deze maand dan tijd voor langspeler nummer drie: “Under ether”. Het evocatieve artwork van Dávid Glomba zet zelfs voor de eerste luisterbeurt al de toon: “Under ether” is op nieuw een op en top orthodox black metal album vol left hand path symboliek. Onze oosterburen blijken qua sound het pad begonnen met “The dead of the world” verder te bewandelen, waarbij meer en meer death metalriffs de bovenhand nemen. We krijgen de gekende dynamiek tussen agressieve uitbarstingen en melodieuze twin-guitarpartijen opnieuw voorgeschoteld, doorspekt met staccato passages en vaak diepere vocalen dan we van de Duitsers gewend zijn. Echter besluipt me het gevoel dat de inspiratie voor langspeler nummer drie wat zoek was. In nummers zoals “Dreaming in death” vliegen de saaie chugga-chugga riffs ons om de oren, terwijl “Ecclesia” iets te veel een nummer als “Consolamentum” probeert na te doen. Ascension weet wel degelijk hoe ze degelijke tot zelfs zeer sterke songs in elkaar moeten boksen (afsluiter “Vela dare” is exact wat ik van deze band had gehoopt te horen!), maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de band af en toe zichzelf lijkt te kopiëren of zelfs riffs recycleert. “Under ether” is zeker een degelijk album geworden, maar weet minder te beklijven dan eerder materiaal. Dat World Terror Committee dit album promoot als het beste wat de band ooit heeft geschreven, is helaas een loopje nemen met de waarheid.

CAS: 75/100

Ascension – Under ether (World Terror Committee 2018)
1. Garmonbozia
2. Ever Staring Eyes
3. Dreaming In Death
4. Ecclesia
5. Pulsating Nought
6. Thalassophobia
7. Stars To Dust
8. Vela Dare

Kaosophia – Serpenti vortex

Eén blik op het ronduit fantastische artwork van David Glomba en we weten wat voor vlees we in de kuip hebben met Kaosophia. Juist ja, van occultisme doordrongen black metal. Deze Oekraïners opereerden eerst onder de ietwat vreemde bandnaam Cotard Syndrome (zeldzame psychische aandoening waarbij iemand de waan heeft dat hij dood is, niet bestaat of dat zijn organen of bloed ontbreken). Sinds 2011 doen ze het echter als Kaosophia en met “Serpenti vortex” zijn ze toe aan een tweede langspeler. Het duurde vier jaar alvorens het kwartet – voor de opnames aangevuld met drummer Amorth – op de proppen komt met de opvolger van “The origins of extinction” en dat lange wachten wordt absoluut beloond want “Serpenti vortex” is een absolute aanschaf voor liefhebbers van onder andere Ascension, Blaze Of Perdition, Merrimack en Chaos Invocation. De melodieuze gitaarpartijen tillen de snelle occulte black metal naar een hoger niveau met “Fall into singularity” als kroonjuweel. Het majestueuze gevoel dat een band als Mgła weet neer te zetten, duikt ook in deze song op. Het stemgeluid van vocalist Morthvarg – die zijn teksten zowel in het Engels als Oekraïens schreeuwt – leunt bovendien dicht tegen dat van diens zanger M aan. In “Устремляясь к предвечному” zit subtiele koorzang verscholen waardoor Batushka even komt piepen, maar nergens wordt het zo bombastisch als bij deze Polen. Kaosophia rekt haar nummers nooit te lang uit wat resulteert in korte krakers zoals de titeltrack of “Прощение в крови“, dat op het einde van een swingende drumbeat voorzien is. Enkel het afsluitende “В могиле бытия” duurt met zes en een halve minuut wat langer en is ook de minst snelle song van de plaat. Akoestische gitaren geven deze track extra cachet alvorens het gaspedaal uiteindelijk toch terug tot aan het gaatje ingeduwd wordt voor haar zinderende finale. “Serpenti vortex” is voorzien van een uitstekend geluid dat maakt dat alle instrumenten duidelijk hoorbaar zijn en de snelle passages nergens in een geluidsbrij verzanden. Eigenlijk valt er maar één negatief puntje van kritiek aan te merken en dat is dat 33 minuten wat aan de magere kant is, maar het is wel een meer dan uitstekend half uur!

JOKKE: 86/100

Kaosophia – Serpenti vortex (Lamech Records 2017)
1. Enter the devotion
2. Устремляясь к предвечному
3. Fall into singularity
4. Serpenti vortex
5. Прощение в крови
6. Event horizon
7. В могиле бытия

Shrine Of Insanabilis – Tombs opened by fervent tongues

Naar aanleiding van de lopende Dimensional Nomads tour met gelijkgestemde zielen Acherontas, Slidhr, Sinmara en Shrine Of Insanabilis verschijnt van die laatste een twee songs tellende EP. Hoewel het nog steeds gissen is naar de identiteit van deze Duitsers, is het wel meer dan duidelijk dat deze jongens – ik ga er gemakkelijkheidshalve maar even vanuit dat er geen leden van het vrouwelijke geslacht achter de hoodies schuil gaan – weten hoe ze een potje overtuigende black metal moeten spelen. Net zoals de Duitse autosnelwegen toelaten de snelheidsmeter uit te testen, raast ook Shrine Of Insanabilis er regelmatig aan een ziedend hoog tempo van door. Snelle Zweeds aandoende black dus, voorzien van de nodige occulte inslag die in het straatje ligt van Blaze Of Perdition en labelgenoten Ascension en Chaos Invocation en de kwaliteit van debuut “Disciples of the void” doortrekt. Hoewel ik wel vond dat ze op die plaat een iets meer uitgesproken identiteit hadden, en het nu wat generieker klinkt. Benieuwd of deze snelle black ook live als een huis zal staan.

JOKKE: 80/100

Shrine Of Insanabilis – Tombs opened by fervent tongues (World Terror Committee 2016)
1. Burning voice
2. Hamartia