conan

Irkallian Oracle – Apollyon

Het Zweedse Irkallian Oracle speelt occulte death metal van de zwaarste en donkerste soort. Debuut “Grave ekstasis” uit 2013 klonk veelbelovend en de anonieme line-up droeg bij aan de mysterieuze nevel die rond deze band hangt. Typisch voorbeeld van een entiteit waarbij het collectief voorrang heeft op de individuen die er deel van uitmaken. Opvolger “Apollyon” gaat verder waar “Grave ekstasis” ophield en zoekt de extremen nog verder op. Middels loodzware doom/death riffs, voortdenderende donderdrums en diepe growls sleurt het gezelschap de luisteraar mee naar de meest bodemloze dieptes van ons onderbewustzijn. Qua thematiek wordt de zon als actieve bron van licht, voorspellingen en openbaringen bezongen, daar waar het debuut eerder geassocieerd werd met de maan. Doordat “Apollyon” (de Griekse naam voor Abaddon, het spirituele wezen dat in Christelijke apocalyptische theologie staat voor de vernieler) echter donkerder en duisterder klinkt dan haar voorganger lijkt dit misschien ironisch, maar het is niet omdat een album thematisch gezien over de zon handelt dat er geen sprake kan zijn van een gitzwart aura (neem bijvoorbeeld die laatste plaat van Secrets Of The Moon er nog maar eens bij). Het uitmuntende artwork van de Mexicaan David Herrerias, die onder andere ook reeds de laatste platen van Nightbringer en Akhlys visualiseerde, versterkt de bezongen thematiek. Het loont zeker de moeite om zijn occulte schilderijen eens op te zoeken, want dat zijn stuk voor stuk duivelse meesterwerkjes. De zes songs die “Apollyon” vormgeven zijn iets meer gefocust en gestructureerd dan op het debuut, waar de band nog wat zoekende was naar de juiste formule. Met een gemiddelde speelduur van acht minuten zijn de nummers weliswaar nog lang maar toch iets compacter geworden. Dat is echter zonder rekening te houden met afsluiter “At the graveyard of gods”, want met deze kolossale track krijgen we een finaal pak rammel van ruim twintig minuten toegediend, waarbij de laatste acht minuten weliswaar uit onheilspellende ambient en drone opgetrokken zijn. De productie mag dan misschien ietwat aan de doffe kant zijn, maar laat dit de pret absoluut niet drukken, want deze sound past deze vorm van onheilspellend doodsmetaal als gegoten en staat mijlenver verwijderd van alle techneuten- en ingenieurs-death metal. Deze plaat past in de categorie “zwaar – zwaarder – zwaarst” onder de laatste noemer waar zich ook collega’s Grave Miasma, Antediluvian en Adversarial bevinden. De Conan van de death metal als het ware.

JOKKE: 85/100

Irkallian Oracle – Apollyon (Nuclear War Now Productions 2016)
1. Reflections
2. Conjuring the expulsed
3. Sol
4. Elemental crucifixion
5. Apollyonic enstasis
6. At the graveyard of gods

Fórn – The departure of consciousness

“Mag het iets zwaarder zijn?” Indien het antwoord op deze vraag een volmondige ja luidt, moet je zeker de debuutplaat van het uit Boston afkomstige doom/sludge monster Fórn eens aan een luisterbeurt onderwerpen. Alle restanten oorsmeer die nog in je gehoorgang aanwezig waren worden sito presto weggeblazen want de instrumentale opener “Emergence” klinkt ongelofelijk diep en laag, zeker als de song na een Amenra-achtige riff na twee en een halve minuut losbarst. De monolytische sound die de gitaristen hier uit hun instrumenten persen doet bands als Conan of Bongripper haast als watjes klinken. Ik kijk reikhalzend uit naar het moment waarop de vocalen hun intrede zullen doen. Gaat het hoge cleane zang zijn of opteren ze voor screams of grunts? Het antwoord is gelukkig het laatste. Hese lage oerschreeuwen begeleiden het sonisch geweld bestaande uit heavy distorted mineur gitaarriffs, een zwaar ronkende bas en beukende drums. De wall of sound op deze plaat is zo ongelofelijk zwaar dat de tektonische platen ter hoogte van Antwerpen in beweging komen en de kathedraal op haar grondvesten staat te daveren. Het tempo is tergend traag maar verrassend genoeg worden we halverwege “Dweller on the threshold” plots op een blastbeatpassage getrakteerd (de enige van het album). “Gates of the astral plane” is een mokerslag van jewelste. De drummer lijkt eerder met boomstammen in plaats van drumstokken tekeer te gaan. Het zes minuten durende “Alexithymia” vormt het hoogtepunt van deze plaat en heeft qua gitaarmelodie (hoewel hier voor de doorsnee luisteraar niet veel melodie aan te pas zal komen) wel wat weg van het Duitse Ahab.  “Suffering in the eternal void” start nog enigszins ingetogen maar al snel zoekt het vijftal weer de allerlaagste regionen van het geluidsspectrum op. Eens ze hier op dreef zijn, komt de song echter vroegtijdig aan zijn einde. Als je begint te schuimbekken van een band als Primitive Man, zal Fórn ook wel je cup of tea zijn. Met ruim dertig minuten speeltijd is deze plaat net lang genoeg (en het afsluitende en misplaatste niemendalletje “Cerebral intermission” had van mijn part zelfs nog achterwege gelaten mogen worden). Tijd voor een nieuwe buis van Eustachius!

JOKKE: 80/100

Fórn – The departure of consciousness (Vendetta Records 2014)
1. Emergence
2. Dweller on the threshold
3. Gates of the astral plane
4. Alexithymia
5. Suffering in the eternal void
6. Cerebral intermission

Bongripper – Miserable

Een ontspoorde goederenwagon die het kapelletje vlakbij de spoorweg inramt en met de grond gelijk maakt. Een kudde op hol geslagen bizons die de onfortuinlijk gestruikelde indiaan meedogenloos vertrappelen. De meteoorinslag die abrupt een einde maakte aan het tijdperk van de dinosauriërs op aarde. Het zijn maar enkele beeldspraken die bij ondergetekende opkomen om de pletwals sound te bespreken van Bongripper, één van de zwaarste, zo niet dé lompste van alle stoner/sludge/doom bands op deze planeet. Op “Miserable”, album nummer 7, schotelt het kwartet uit Chicago ons 3 kolossale tracks voor met een speelduur van respectievelijk 17, 19 en maar liefst 28 minuten. Daar waar collega zwaargewichten Conan hun dronende riffs en donderende drummokerslagen vocaal ondersteunen (weliswaar met eentonige en saaie zang), houdt Bongripper het volledig instrumentaal. Moedige keuze, want dat maakt het een uitdaging om de luisteraar de volle 65 minuten bij de les te houden. In opener “Endless” lukt dit doordat er voldoende afwisseling in ritme (lees: traag, trager, traagst) te bespeuren valt en “Descent” trapt heerlijk zwaar af met een zwaar ronkende bass die de sonische riffmassa doorboort. Net wanneer de eentonigheid om de hoek wilt komen piepen, zakt de heaviness rond minuut 12 als een kaartenhuisje in mekaar en volgt er een duistere soundscape die de eindeloze afdaling richting vernieling perfect weet weer te geven. “Into ruin” is een mastodont van een nummer dat genadeloos hard op je botten inramt totdat enkel nog stof en as overblijven. Misschien net een tikkeltje te langdradig in de eerste 18 minuten maar dan trekt een versnelling in de drums toch weer je aandacht. Op hun vorige platen was het niet altijd makkelijk om de volledige rit in één keer uit te zitten, maar daar slaagt Bongripper nu wel glansrijk in.

JOKKE: 81/100

Bongripper – Miserable (The Great Barrier Records 2014)

1. Endless
2. Descent
3. Into ruin

Conan – Blood eagle

Je hebt zwaar, zwaarder, zwaarst en Conan. Deze trap is onmiskenbaar realiteit bij het aanhoren van oude krakers als “Krull“. Het trio uit de stad van Simon Mignolet (neen, en dát is niet Sint-Truiden) heeft als ware de kunst uitgevonden om tonen van aardbevingen om te toveren naar muzieknoten. Dit is menig ramptoerist niet ontgaan en de populariteit van Conan schoot hemelshoog. “Blood eagle” is de bands tweede full length en tevens de eerste voor het Oostenrijkse meidenlabel Napalm Records, die met deze na een heuse identiteitscrisis toch weer wat haar op de ballen aan het groeien is. Voorganger “Monnos” was een voltreffer van formaat en wees gerust, ook de nieuweling vaart dezelfde koers. Mokerslagen worden uitgedeeld en de oersimpele dreunende en laaggestemde akkoorden lenen zich uitstekend daartoe. In “Foehammer” wordt een versnelling hoger geschakeld en “Gravity chasm” stonert er lekker op los. Conan wisselt groovy uptempo stukken af met trage monsterdrones zoals in “Altar of Grief“. Het grootste kenmerk blijft echter het karakteristieke stemgeluid van Jon die relatief verstaanbaar schreeuwt. Vaak wordt meer body toegevoegd door lijntjes te dubben. Dit lijkt meer voor te komen dan op voorgaande releases. De productie is loodzwaar, clean, maar toch lekker fuzzy. De nummers staan als een huis. Wat zeg ik, als een bunker! Ze klinken vertrouwd, maar toch eigen gemaakt door de band. Het artwork trekt wederom op geen hol en los daarvan kan ik alleen maar superlatieven gebruiken om “Blood eagle” te bespreken. Zo heb je goed, beter, best en… Conan!

Flp: 92/100

Conan – Blood eagle (Napalm Records 2014)
1. Crown of talons
2. Total conquest
3. Foehammer
4. Gravity chasm
5. Horns for teeth
6. Altar of grief

Conan – Monnos

Voor de liefhebbers van het zwaardere werk kan ik de heren van Conan uit het Verenigd Koninkrijk aanraden. Na de EP “Battle in the swamp” (2007),  het debuutalbum “Horseback battle hammer” (2010) en een split met Slomatics (2011) brengen de drie mannen nu via Burning world records “Monnos” uit. Vanwege de bandnaam zou ik een recensie vol met spierballentaal en splijtende schedels op de oorlogsvelden kunnen schrijven, maar daar begin ik niet aan. Ik zal wel toevertrouwen dat vijf van de zes nummers er van begin tot eind in hakken. In dik 39 minuten tijd krijgen we stoner, doom en down-tempo van de bovenste plank voorgeschoteld. Opener “Hawk as weapon”, voorlaatst nummer “Headless hunter” en afsluiter “Invincible throne” zijn met hun lengte en traagheid het meest onder de noemers doom en down-tempo te scharen. Man, wat een geluid produceren deze heren met maar één gitaar en bas. Zo zwaar en laag gestemd dat het hier en daar, wat het geluid betreft, wat van drone weg heeft. Maar ondanks de nodige herhalingen blijft er ruim voldoende afwisseling te ervaren. Zo bestaat elk nummer uit een paar effectieve en sterke riffs met kleine tempowisselingen, die je hoofd laten mee deinen. Zij maken plaats voor gerekte trage passages met roepende zang en keren daarna weer terug, waardoor het deinen van het hoofd zelfs nog meer toeneemt. Dit is zeker het geval in de lompe, zwaar groovende stoner nummers “Battle in the swamp” en “Grim tormentor”, waarbij ik aan het eind van het eerstgenoemde iedere keer weer uit mijn plaat ga. Daar wordt de heerlijk stampende riff opgebouwd naar een groove dat ik het beste als vieze stonercore kan omschrijven. Gruwelijk lekker. “Grim tormentor” knalt er daarna meteen weer in met nog zo een monsterlijk pakkende riff dat het uit de plaat gaan met nog een aantal minuten verlengt wordt. Vocaal gezien moest ik in het begin nog even wennen, aangezien er veelal op een soort roepende manier de teksten om de oren voorbij vliegen. Alsof zanger/gitarist Jon Davis en zanger/bassist Phil Coumbe bovenop een heuvel staan en hun legers toebrullen vlak voor een gevecht (heb ik toch de verleiding niet kunnen weerstaan, excuus). De een wat hoger in bereik dan de ander. Maar na een aantal luisterbeurten kan ik zeggen dat ik er goed aan gewend ben en dat het absoluut bijdraagt aan het eigen geluid van Conan.  Het vierde nummer “Golden axe”  is een rustig instrumentaal nummer met alleen gitaar en drum. Niet bijster bijzonder, maar wel een welkom rustpuntje tussen al het geweld. Al met al is “Monnos” dus een heerlijke plaat die erom vraagt om vaak en vooral snoeihard gedraaid te worden. En dat is ook precies wat het de laatste tijd bij mij thuis heeft gedaan en wat het nog wel een tijdje zal blijven doen. Ik stel voor dat iedere lezer (alle vier) van dit stukje precies hetzelfde gaat doen. Geniet ervan.

TMP: 85/100

Conan – Monnos (Burning world records, 2012)
1. Hawk as weapon
2. Battle in the swamp
3. Grim tormentor
4. Golden axe
5. Headless hunter
6. Invincible throne