craft

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

Disciples Of The Void – Disciples of the void

We blijven nog even in de Finse flow hangen waar we momenteel inzitten. Disciples Of The Void is een nieuwe band uit het land van de duizend meren en verkiest anoniem (what’s new?) te blijven door zich onder zwarte hoodies te verbergen. Het enige gezicht dat we herkennen is het liefelijke snoetje van drumster Trish Kolsvart (Urarv, Elände en ex-live lid van ondermeer Isvind en Craft). Zo onorigineel de presentatie van de band is, zo onorigineel is ook de gebrachte muziek. De leden ontdekten het black metal-genre midden jaren negentig – toen het volgens hen op haar hoogtepunt was – en willen dat eren. Op zich grappig dat er zo veel nieuwe bands rondlopen die teruggrijpen naar de oude dagen en daar precies qua ontwikkeling zijn blijven hangen. Wie luistert er dan eigenlijk naar de hele mikmak aan nieuwe spelers als vroeger toch alles beter was? Soit, de retro-sound van de Finnen is opgesmukt met de nodige symfonische elementen zonder al té overdadig te zijn. De moderne productie mist echter wat levendigheid waardoor de band nogal generisch klinkt en een eigen karakter ver zoek is. Ook al wil je het warm water niet heruitvinden, een eigen sound blijft toch belangrijk want in een shuffle playlist zou ik de band er met haar dertien-in-een-dozijn-geluid nooit uithalen. Qua uitvoering zit alles wel snor want er wordt strak gemusiceerd en we kunnen de band niet op foutjes betrappen. De riffs duiken slechts af en toe onder het vriespunt (“The apocalypse reign“), en klinken een pak Noorser dan Fins (“Per aspera ad noctum“) met op tijd en stond een black ’n roll-infusie (“Dominion“, “The harvest” en “Choronzon“). In het begin van deze laatste track ontwikkelen de heren en dame plots een andere sound door qua vocale aanpak richting Dimmu’s Shagrath te gaan. Het nummer wordt verder ook met cleane epische gezangen opgesmukt en vormt alzo het perfecte bruggetje naar “Home of the once brave“, een minder voor de hand liggende Bathory-cover met het – al dan niet bewust door Quorthon gepikte – einde van de Metallica-klassieker “For whom the bell tolls“. Wie smult van bands als Obtained Enslavement, Troll, oude Covenant of Darkwoods My Betrothed zal hier wel zijn of haar gading in vinden. Voor mij mist het debuut van Disciples Of The Void wat karakter en is het iets te steriel qua sound.

JOKKE: 70/100

Disciples Of The Void – Disciples of the void (Primitive Reaction 2018)
1. Ad gloriam invictus satana
2. Dominion
3. The apocalypse reign
4. Enter the void
5. Per aspera ad noctum
6. The harvest
7. The heirs of wormwood
8. Choronzon
9. Home of the once brave (Bathory cover)

 

 

Asagraum – Potestas magicum diaboli

In tegenstelling tot grensoverschrijdend gedrag dat heden ten dage een hot topic is, kunnen we grensoverschrijdende samenwerkingen wél toejuichen. En zeker als het zoals in het geval van Asagraum dan nog eens om twee getalenteerde dames gaat. De band wordt vorm gegeven door de Nederlandse zangeres/gitariste Obscura (Wolvenbloed, Draugur, Infestis) en de Canadese maar in Noorwegen residerende drumster Trish (o.a. Urarv, Nidvind, Gestalte en live op de drumkruk te vinden bij enkele Noorse klasbakken zoals Craft en Isvind). Al van bij de openingsklanken van debuutplaat “Potestas magicum diaboli” voelt het meteen als thuiskomen aan. De black metal die beide dames produceren, katapulteert de luisteraar immers vol nostalgische gevoelens terug naar de jaren ’90, de hoogdagen van het door ons zo geliefde genre. Voor vernieuwing ben je hier aan het foute adres, maar zolang er oorkonden aan goed geschreven en uitgevoerde second wave black metal zoals deze blijven verschijnen, is mijn honger amper te stillen. De band heeft temidden de ijskoude agressie voldoende oor voor gitzwarte melodieën wat maakt dat de acht songs goed in het gehoor liggen en de drang naar het telkens opnieuw inhaleren van deze duistere schoonheid groot is. De hoge screams van Obscura klieven zich als een scheermes doorheen de duivelse tornado aan pakkende gitaarriffs en het niveau van hun meloblack ligt over de gehele plaat hoog. Het is dan ook moeilijk om uitschieters aan te wijzen of het moeten de onheilspellende kick-ass opener “Transformation“, het begeesterende inktzwarte “Black triangle temple“, het furieuze en in het Nederlands gezongen “Daar waar ik sterf” of de diabolische afsluiter “I burn within the devil” zijn. Maar ook de andere nummers moeten verre van onderdoen. Ik berg mijn vinylversie best nog niet op in mijn platenkast want deze gaat de komende tijd nog veel rondjes draaien. Sterk debuut!

JOKKE: 87/100

Asagraum – Potestas magicum diaboli (Kvlt 2017)
1. Transformation
2. Black triangle temple
3. Leviathan
4. Gospel of ignition
5. Daar waar ik sterf
6. Black sun prayer
7. Carried by lucifer’s wings
8. I burn within the devil

Cult Of Erinyes – Tiberivs

Het Romeinse rijk heeft al menig metalband inspiratie gebracht, zo ook ons eigenste Cult Of Erinyes dat op haar nieuwe derde langspeler de periode van de heerschappij van Tiberius Iulius Caesar Augustus bezingt en muzikaal in kaart brengt. Het is een heerlijke vijfenvijftig minuten durende rituele black metal trip geworden waarin heel wat interessants te beleven valt en tal van (gast)muzikanten een bijdrage leveren zoals de Zweedse bassist Alex (Craft, Hypothermia) die goed hoorbaar de dikke snaren bespeelt in de intro “Achaea, 41 B.C.“. Cult Of Einyes is nog steeds het geesteskind van Corvus die op deze plaat door heel wat broeders van zijn andere bands (Psalm, Wolvennest) wordt bijgestaan. De vinnige, snijdende, maar bij momenten ook pakkende en meeslepende black – check die geweldige opener “Nero (divine providence)” waarin al deze facetten reeds aan bod komen – wordt door zanger Mastema met zijn uitbundige en variërende vocalen naar een nóg hoger niveau getild. Spijtig dat het zijn zwanenzang is geworden maar toch ook benieuwd hoe Déhà het er voortaan zal afbrengen als opvolger. Dit multi-talent is geen onbekende voor de band aangezien hij op “Tiberivs” ook al keyboard en gitaarpartijen verzorgde evenals de drumprogrammering, wat er trouwens écht niet aan te horen is (live zal de drummer van LVTHN en Kosmokrator achter de drumkruk kruipen). Déhà nam tevens de erg geslaagde mix en mastering – waarbij voldoende ademruimte werd gegeven voor de gelaagdheid van de muziek – voor zijn rekening nam. “Tiberivs” is duidelijk een conceptplaat die je in zijn geheel dient te ondergaan maar zijn geheimen slechts mondjesmaat prijsgeeft. De bijwijlen complexe songstructuren en licht progressieve invalshoek zijn hier debet aan, hoewel er ook voldoende furieuze recht-door-zee blastfestijnen te beleven vallen. Na een paar luisterbeurten springt de wolf, die op het cover artwork te zien is, uit de dichte mist om je bij je nekvel te grijpen en je mee te sleuren in deze overdonderende historische flashb(l)ack. “Germanicvs” is halfweg de plaat nog zo’n toptrack waarin met verschillende tempo’s gespeeld wordt en enkele killer riffs én solo’s de revue passeren, maar waarin ook ruimte voor atmosfeer behouden blijft. Afsluiten doet Cult Of Erinyes in stijl met het epische elf minuten durende “For centuries to come” dat in het beklijvende melancholische middenstuk meermaals aan het Zweedse Shining doet denken. “Tiberivs” is een plaat waarop old én new school black broederlijk hand in hand gaan en die weinig black metal liefhebbers onberoerd zal laten.

JOKKE: 88/100

Cult Of Erinyes – Tiberivs (Code 666 2017)
1. Achaea, 41 B.C.
2. Nero (divine providence)
3. Casus belli
4. Bred for war
5. Loner
6. Germanicus
7. First of Men
8. Damnatio memoriae
9. For  centuries to come

Kjeld – Skym

Reeds meer dan tien jaar actief, en op een meer dan aardige EP uit 2005 na, komt debuutplaat “Skym” van het Friese Kjeld hier ten huize jokkeman vrij overdonderend binnen gefierljept. Deze Hollanders hebben ervoor gekozen om de lyriek van de plaat volledig in het Fries neer te pennen, wat nog steeds een officieel erkende minderheidstaal is bij onze noorderburen. De eerste keer dat ik de Friese taal in muzikale vorm tegen kwam, moet zo’n vijftien jaar geleden geweest zijn toen het duo Twarres de hitparade bestormde met hun popballade “Wêr bisto”. Op “Skym” echter geen popballades, maar elf knetterharde black metal songs die verhalen over de in Nederlandse folkloristische sagen besproken “witte wieven”, afschuwelijke geesten die ’s nachts in verraderlijke moerasgebieden ronddoolden en eenzame reizigers met zich mee lokten. De vijf schimmen die deel uitmaken van Kjeld zijn hier niet aan hun proefstuk toe, maar konden hun zwartgeblakerde hart reeds uitleven in acts zoals Lugubre, Salacious Gods en Gheestenland. Wie niet beter weet, zou zeggen dat Kjeld geografisch gezien nog Noordelijker door de bossen zou dwalen, want hun op een vrij hoog tempo doorrazende black metal is duidelijk Noors geënt. De aftrap van “Tuzen sinnen” situeert zich in het tijdperk waarin Satyricon met “Rebel extravaganza” nog spannende muziek maakte terwijl de grandeur van de synths zonder blikken of blozen naar het almachtige Emperor knipoogt. Zeker in “Gerlofs donia” roepen de blazers een soortgelijk triomfantelijk gevoel op als in “In the wordless chamber” van de Noorse keizers. Het is echter niet al Noors wat de klok slaat, want de slepende melancholie van de gitaarlead in “Us grun” refereert eerder aan “Instinct: decay” van het Amerikaanse Nachtmystium. Het titelnummer gaat erin als zoete koek en rockt bij momenten zoals ook de Zweden van Craft dat kunnen. Bij de salpetervocalen van Skier moet ik dan weer regelmatig aan het (in deze context minder voor de hand liggende) Franse Celeste denken. Het riffwerk in “Baduhenna” kent tenslotte een subtiele Svartidauði touch. Denk nu echter niet dat Kjeld hier schaamteloos de groten na-aapt want in plaats van “kopiëren” is hier eerder sprake van “eren”. “Ivich libben” vonden we ook op de eerste EP “De tiid hâldt gjin skoft” terug maar werd opnieuw onder handen genomen. De onderhuids verscholen melancholie van “Stoarm” doet rillingen over mijn ganse lijf lopen. De plaat wordt met het groots klinkende “Bern fan freya” op gepaste wijze afgesloten en mondt uit in een wegebbende akoestische gitaar. Zestig minuten kunnen soms heel lang duren, maar in het geval van “Skym” volstaat het een paar keer met je ogen te knipperen om daarna vast te stellen dat je weeral een uur dichter tegen je dood kan aankijken. In die tijdspanne heb ik echter onophoudelijk kunnen genieten van passioneel gebrachte en bovendien professioneel uitgevoerde (wat een sound met een duidelijk hoorbare basgitaar!) black metal. Ik kan zonder overdrijven zeggen dat dit met gemak dan ook zowat de beste Nederlandse black metal plaat in tijden moet zijn. Ondertussen is er zelfs nog een EP uitgebracht met landgenoten Cirith Gorgor, die ik ook al eventjes uit het oog verloren ben en dus dringend eens moet opsnorren.

JOKKE: 86/100

Kjeld – Skym (Hammerheart Records 2015)
1.
Tuzen sinnen
2. Skym
3. Gerlofs donia
4. Gjin ferjouwing
5. Us grun
6. Bonifatius
7. Baduhenna
8. Brek en bran
9. Ivich libben
10. Stoarm
11. Bern fan freya