dark metal

Pillorian – Obsidian arc

Het nieuwbakken Pillorian – ontstaan uit de assen van het vergane Agalloch – wist ons met single “A stygian pyre” als appetizer gretig te doen watertanden naar de main course, die ons nu in de vorm van “Obsidian arc” wordt voorgeschoteld. De dark metal die met “By the light of a black sun” uit de boxen knalt, klinkt wel heel vertrouwd in de oren omwille van de veilige vintage Agalloch-sound die we voorgeschoteld krijgen, inclusief John Haughm’s rauwe vocalen die afgewisseld worden met gefluister, elektrische gitaren die het duel aangaan met hun akoestische broertje en epische leads die de gevoelige snaar moeten raken door een gevoel van mistroostige grandeur op te wekken. Ik had gedacht (en gehoopt) dat er meer black metal invloeden in het bandgeluid ingeslopen zouden zijn en dat is met “Archaen divinity” gelukkig het geval. Drummer Trevor Matthews (Uada, Infernus) pept de boel middels afwisselend drumwerk op en eens de dubbele basdrum begint te rollen en de elektrische gitaarlead ons bij de keel grijpt, ontwaken mijn armhaartjes uit hun slaapstand. “The vestige of thorns” bewandelt opnieuw veiligere paden met een van-melancholie-doordrongen-sound totdat “Forged iron crucible” opnieuw plaats maakt voor wat zwartgeblakerde agressie. Het reeds gekende “Stygian pyre” vormt met haar oude-Katatonia/Daylight Dies melancholische vibe en Dissection-invloeden het hoogtepunt van de plaat. Alvorens de tien-minuten durende afsluiter “Dark is the river of man” zich over ons meester maakt, zorgt een bijdrage van Alison Chesley (Helen Money) voor een duistere opbouw in “The sentient arcanum“, die naadloos overvloeit in het hekkensluitende epos waar John zijn stembanden afwisselend inzet om de juiste toon te zetten. Dat is er geen van joligheid, maar eerder van een wijd spectrum aan gevoelens in mineur. In de songs op “Obsidian arc”  worden elementen uit dark metal, black metal, folk, noise en avantgarde samengebald, en hoewel deze doorwinterde muzikanten over de gehele lijn kwaliteit afleveren, zijn het – naast de trage, slepende eindsong – de nummers waar het tempo en pit wat hoger liggen, die mij het meest bij de keel grijpen. De Agalloch-fans kunnen zonder aarzelen toehappen. Tot op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Pillorian – Obsidian arc (Eisenwald Tonschmiede 2017)
1. By the light of a black sun
2. Archaen divinity
3. The vestige of thorns
4. Forged iron crucible
5. A stygian pyre
6. The sentient arcanum
7. Dark is the river of man

Pillorian – A stygian pyre

Vorig jaar schrok ik me een hoedje toen personal favourite Agalloch besloot het bijltje erbij neer te leggen. Aan riooljournalistiek doen we hier niet mee, dus laten we het houden op een tegenstrijdige toekomstvisie van enerzijds mainman John Haughm en de andere drie bandleden. Er kwam geen rechtzaak van – zoals bij Gorgoroth en Immortal – over wie nu wel of niet aanspraak op de bandnaam kon maken. In plaats daarvan kondigde John al vrij snel aan dat hij met een nieuwe band zou verder gaan en dat hij in de vorm van Stephen Parker (Maestus, ex-Arkhum) en Trevor Matthews (Uada, ex-Infernus) twee gelijkgestemde zielen en doorwinterde muzikanten had gevonden. Volgende maand komt debuut “Obsidian arc” uit, maar in de vorm van (de reeds in pre-order uitverkochte) single “A stygian pyre” krijgen we al een amuse-bouche voor wat nog komen zal. Op basis van deze song zijn overduidelijk invloeden van Agalloch niet zo voor de hand liggend hoorbaar. Hoewel de band eveneens claimt dark/black metal te maken, neigt Pillorian toch veel meer naar de zwartmetalen hoek door dan Agalloch. “A stygian pyre” moet zelfs zowat de meest agressieve song zijn die John ooit gepend heeft! De uitstekende productie maakt het genieten van de donkere melodieën die leentjebuur spelen bij het legendarische Dissection en de kippenvel gitaarlead doet terugdenken aan de oude dagen van Katatonia. Op B-kantje “The ardor of scorn” laat Pillorian een andere kant van het obscure, melancholische spectrum zien. Deze ambient/drone song klinkt mysterieus dreigend, mede door de celloklanken van Helen Money’s Alison Chesley. En de andere Agalloch leden? Wel, drummer Aesop Dekker, gitarist Don Anderson en bassist Jason William Walton trokken Giant Squid-frontman Aaron John Gregory aan en vormden Khôrada. Zij werden op snelheid gepakt door Pillorian, maar vermits muziek geen wedstrijd is, kunnen we – in plaats van te rouwen om het heengaan van Agalloch – nu alleen maar hopen dat we er twee nieuwe uitstekende bands bij hebben. Pillorian weet hier alvast dubbel en dik te scoren. Laat dat debuut maar komen!

JOKKE:86/100

Pillorian – A stygian pyre (Eisenwald 2017)
1. A stygian pyre
2. The ardor of scorn

Katatonia – The fall of hearts

Oneindig veel respect voor de heren Anders “Blakkheim” Nyström en Jonas Renkse, het duo dat reeds vijfentwintig jaar lang het kloppend hart en vaste kern van de “Zweedse heersers van de melancholie” Katatonia vormt. Het is immers niet elke band gegeven om met je elfde volwaardige langspeler (nog steeds) een dijk van een plaat af te leveren. De vraag is of dit een nieuw ijkpunt in hun discografie gaat worden net zoals de platen “Brave murder day” uit 1996 en “The great cold distance” uit 2006? Die eerste vormde het hoogtepunt uit de doom/death periode van de band, terwijl de andere het absolute meesterwerk is dat werd afgeleverd met de klassieke bezetting van de band met, naast de reeds eerder genoemde heren, ook de broertjes Norrman en drummer Daniel Liljekvist in de line-up. Na dit album werd de band geconfronteerd met het vertrek van enkele leden en had voornamelijk meneer Blakkheim last van een writers block. Met “Dead end kings” uit 2012 werd dan ook het minste album uit de carrière van de Zweden afgeleverd. Het kwintet probeerde hier té progressief uit de hoek te komen en er stond best een aantal zaaddodende songs op de plaat. Vervolgens deden ook my personal drum hero Daniel Liljekvist en gitarist Per “Sodo” Eriksson een stapje terug waardoor Anders en Jonas voortaan enkel nog met Sodo op de planken staan als ze van jetje geven met Bloodbath. Ik hoopte uit de grond van mijn hart dat de band niet nóg verder het progressieve pad zou bewandelen of – indien dit toch het geval zou zijn – de songs terug overtuigender zouden zijn. Welnu, inspiratie was er duidelijk voldoende tijdens het schrijfproces van “The fall of hearts”, want zelfs zonder de bonus tracks klokken de twaalf songs af op zevenenzestig minuten pure melancholie en pakkendheid. Bovendien staan er een vijftal songs op de tracklist die de zesminutengrens overschrijden, iets wat we de laatste vijftien jaar niet meer van hen gewend waren. Hoewel alle songs duidelijk de gekende Katatonia kwaliteitsstempel dragen en er links of rechts wel al eens een eigen oude melodie of zanglijn gerecycleerd worden, werd er wel voor voldoende afwisseling gezorgd waardoor de plaat geen seconde verveelt. De sound zit bovendien volgepropt met allerhande zangeffecten, ambientlagen, biepjes en bliepjes, percussie, akoestische gitaren, piano, keyboards, orgels en strijkers waardoor een erg rijk universum ontstaat dat de songs verdere inkleuring verschaft (denk nu echter niet met van die tenenkrommende symfonische metal te maken te hebben). In opener “Takeover” zorgen de postrockgitaren meteen voor een eerste portie kippenvel. Naast progressiever (maar niet geforceerd klinkend) werk zoals “Residual” of het afsluitende “Passer” staat er ook een aantal vlotter in het gehoor liggende nummers met pakkende melodie op het album (o.a. “Serein”, “Old heart falls” en “Last song before the fade”). In “Decima”, het Keltisch aandoende “Pale flag” en het mij-keer-op-keer-in-een-gelukzalige-state-of-mind-vervoerende “Shifts” wordt wat gas terug genomen, maar de groovende dubbele basdrums en zware gitaren in “Sanction”, “Serac” en “The night subscriber” bewijzen dat Katatonia toch nog steeds als metal band gecategoriseerd mag worden. Nieuwbakken drummer Daniel Moilanen (o.a. ex-Engel) laat zien een waardige (en eigenlijk nóg straffere) opvolger te zijn van de andere Daniel en timmert elk gaatje dicht met creatieve fill ins en avontuurlijk drumwerk. Gitarist Roger Öjersson (ex-Tiamat) vervoegde de band net te laat om nog actief aan het schrijfproces deel te nemen maar leverde toch nog enkele gitaarsolo’s aan op de opener, afsluiter en “Serac”. Tip: probeer de prachtig vormgegeven boxset te bemachtigen, dé enige manier om ook aan drie van de vier bonus tracks te geraken. Enkel de Judas Priest cover “Night comes down”, die exclusief voor de Jappen werd gereserveerd, ontbreek je dan. Zoals we van Katatonia gewend zijn, zitten tussen hun bonussongs of B-kantjes ook regelmatig regelrechte pareltjes, zoals deze keer het geval is met het in het Zweeds gezongen (primeur!) licht electronische “Vakaren”, iets wat van mijn part in de toekomst nog meer mag gebeuren, want hoe cool klinkt die taal niet?! Jonas zingt trouwens op de hele plaat weer de pannen van het dak; wat een innemende stem heeft die man toch. Kortom: na de tegenvallende voorganger is “The fall of hearts” een erg geïnspireerd en afwisselend album geworden waar ik zelfs tijdens de tiende luisterbeurt nog met open mond naar zit te luisteren! Gaat dit het nieuwe ijkpunt uit Katatonia’s progressieve periode worden of zouden ze dit album nog weten te overklassen in de toekomst?

JOKKE: 95/100

Katatonia – The fall of hearts (Peaceville Records 2016)
1. Takeover
2. Serein
3. Old heart falls
4. Decima
5. Sanction
6. Residual
7. Serac
8. Last song before the fade
9. Shifts
10. The night subscriber
11. Pale flag
12. Passer
13. Vakaren (bonus)
14. Sistere (bonus)
15. Wide awake in quietus (bonus)

Katatonia – Last fair day gone night – An evening with Katatonia

In 2011 laste Katatonia, de onvolprezen Zweedse meesters van de melancholie en my all time favourite band, een speciale concertreeks in om het tienjarig jubileum te vieren van het in 2001 verschenen “Last fair deal gone down” album. Het was een plaat die destijds erg belangrijk was voor de verdere muzikale ontwikkeling van de band. Door toevoeging van de getalenteerde drummer Daniel Liljekvist kon Katatonia immers een meer progressieve koers varen. De show van 6 mei 2011 in zaal Koko in Londen werd voor het nageslacht op tape vastgelegd en verscheen in 2013 reeds op een driedubbele vinyluitgave. Nu is het de beurt aan een 4 discs tellende uitgave die twee CD’s en twee DVD’s bevat. Tijdens deze speciale concertreeks speelde de band elke avond twee sets, goed voor net geen twee uur “dark melancholic metal”. De eerste set bestond uit een integrale opvoering van het te vieren album, waarbij de nummers gelukkig niet in de volgorde van de plaat gespeeld werden, omdat dat het verrassingseffect wegneemt bij een live show. De tweede set omvatte een bloemlezing uit het omvangrijke oeuvre van de Zweden, waarbij songs de revue passeerden van elk studioalbum dat verscheen vanaf “Brave murder day” t.e.m. “Night is the new day”. In plaats van te kiezen voor de hits werden meer obscure songs gespeeld zoals “Brave”, “I break”, “Wait outside” (een erg aanstekelijk nummer dat dateert uit de opnamesessie van “Viva emptiness”, maar desondanks de plaat destijds niet heeft gehaald) en “Dissolving bonds” (een B-kantje van de single “My twin”, wat ik trouwens nooit begrepen heb, want dit is een erg sterk nummer, dat jammer genoeg zelden gespeeld wordt). Tijdens de concertreeks waren de Norrman broertjes niet meer van de partij. Fredrik werd vervangen door Per “Sodo” Eriksson, die reeds jaren de guitar tech was voor de band en ook met Anders en Jonas in Bloodbath speelde. Niklas Sandin van Amaran nam de plaats in op bas van Mattias. Dat beide heren nog maar net aan de live line-up toegevoegd waren is ab-so-luut niet te merken, want de band verkeerde in bloedvorm. Er werd op een hoog niveau gemusiceerd en Jonas was ongelofelijk goed bij stem. Het geluid klinkt bovendien loepzuiver en de live registratie wordt heel sfeervol weergegeven (gelukkig geen ADHD-registratie waar veel DVD’s aan lijden). Daar waar de podiumpresentatie vroeger nogal eens aan de statische kant kon zijn (check bijvoorbeeld de eerder verschenen DVD die bij de “The black sessions” box zat), zie en hoor je een band aan het werk die zichtbaar geniet van de show en helemaal opgaat in het moment. Op het tweede DVD schijfje doen stichtende leden Anders “Blakkheim” Nyström en Jonas Renkse aangevuld met drummer Daniel, het verhaal van Katatonia uit de doeken aan de hand van audiocommentaar bij foto’s en beeldmateriaal uit de oude doos. In dit bijna drie uur durend relaas (voor sommigen is dit misschien een té lange rit om in één keer uit te zitten) kom je heel veel leuke anekdotes over de band te weten en blijkt nog maar eens hoeveel bloed, zweet en tranen er gepaard gaan bij de jarenlange weg die je als band aflegt naar de top van de rock ’n roll en hoeveel opofferingen je daarbij als muzikant dient te maken. Respect! Ondanks het serieuze en donkere imago van de band, ontpoppen de bandleden zich naast en achter het podium tot ware party animals getuige de vele backstage foto’s en filmpjes. Ik had de eer om de heren tijdens deze concertreeks middels een VIP-pass te mogen ontmoeten en het zijn allen heel grappige kerels die heel down to earth zijn. Spijtig genoeg maakt mijn grote voorbeeld Daniel momenteel geen deel meer uit van de band en hing ook gitarist Sodomizer zijn gitaar aan de wilgen. Benieuwd wat de toekomst gaat brengen voor de band! Voor de fans is dit een onmisbaar document in de collectie en voor de anderen een echte aanrader om de band te leren kennen.

JOKKE

Katatonia – Last fair day gone night – An evening with Katatonia (Peaceville 2014)

1. Dispossession
2. Chrome
3. We must bury you
4. Teargas
5. I transpire
6. Tonight’s music
7. Clean today
8. The future of speech
9. Passing bird
10. Sweet nurse
11. Don’t tell a soul
12. Brave
13. Nephilim
14. My twin
15. I break
16. Right into the bliss
17. The promise of deceit
18. Wait outside
19. The longest year
20. July
21. New night
22. Dissolving bonds
23. Forsaker

Agalloch – The serpent & the sphere

Agalloch is een band die heel erg hoog aangeschreven staat bij ondergetekende. Niet alleen zijn hun studioplaten echte kunstwerkjes (“Ashes against the grain” hoort zeker in mijn top 5 albums aller tijden thuis) ook hun live shows zijn om duimen en vingers bij af te likken. In plaats van op automatische piloot elke avond dezelfde setlist in driekwartier tijd te brengen, kiezen ze voor een show van meer dan twee uur waarbij gegrasduind wordt in heel hun oeuvre en waarbij sommige passages live een eigen leven gaan leiden. Tevens is Aesop Dekker een erg leuke drummer om bezig te zien. Zorg dat je erbij bent als deze Amerikanen (hopelijk snel) de grote plas oversteken om hun nieuwste werk “The serpent & the sphere” live voor te stellen. Dit vijfde album is opgebouwd rond vijf hoofdnummers die met elkaar verbonden zijn door akoestische intermezzo’s (“Serpens caput”, “Cor serpentis (the sphere)” en “Serpens cauda” oftewel het hoofd, lichaam en staart van de slang). Het beeld van de slang komt ook terug in het artwork van het album waarvoor o.a. onze landgenoot Niels Geybels grafisch werk aanleverde. Reeds van in den beginne heeft Agalloch zich een eigen stijl weten aan te meten die ze zelf als “grey metal” omschrijven oftewel een mix van dark en black metal met neo-folk, ambient, post-rock en drone elementen. Op het eerste gehoor krijgen we een logisch en misschien weinig spannend vervolg voorgeschoteld van voorgaand werk (openingstrack “Birth and death of the pillars of creation” had perfect op “Marrow of the spirit” kunnen staan), maar na een vijftal luisterbeurten moet ik concluderen dat er toch weer een onaardse schoonheid verborgen zit in de nummers. Eens de van pure melancholie doordrongen melodieën zich in je brein genesteld hebben, is het puur genieten geblazen. Het album start vrij rustig en pas in “The astral dialogue” gaat de band iets grimmiger en ruiger tekeer. “Dark matter gods” behoort met zijn gespierd karakter en bloedmooie post-rock insteek tot de hoogtepunten van de plaat. John Haughm wisselt opnieuw zijn typerende ruwe zang af met cleane partijen en gefluister.  Het twaalf minuten durende “Plateau of the ages” vormt de magistrale apotheose van “The serpent & the sphere”. Akoestische en elektrische gitaren duelleren naar hartenlust tot er een fenomenale grandeur bereikt wordt in de slotfase van dit werkelijk episch nummer. Ik weet dat dit veel superlatieven zijn voor de band uit Portland, Oregon, maar ze verdienen dit echt. De stroom aan kwaliteitsreleases is nog amper bij te houden en ik weet nu al dat het een hels karwei gaat worden om daaruit tien platen te selecteren voor mijn eindejaarslijst. Dat Agalloch zich in de bovenste regionen gaat vestigen, staat nu echter al als een paal boven water.

JOKKE: 95/100

Agalloch – The serpent & the sphere (Profound Lore Records 2014)

1. Birth and death of the pillars of creation
2. (Serpens caput)
3. The astral dialogue
4. Dark matter gods
5. Celestial effigy
6. Cor serpentis (the sphere)
7. Vales beyond dimension
8. Plateau of the ages
9. (Serpens cauda)