dodheimsgard

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Grey Aura – 2: De bezwijkende deugd

Wie het Utrechtse Grey Aura al langer dan vandaag volgt, weet dat we met een modernistisch Gesamtkunstwerk clubje van doen hebben. De uit 2016 stammende anderhalfuurdurende debuutplaat met de welluidende titel “Waerachtighe beschryvinghe van drie seylagien, ter wereld noyt ghehoort” was gebaseerd op allerlei literaire werken die de derde en laatste reis beschreven van de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz om een noordoostelijke passage naar India te vinden. Hoewel de muziek duidelijk haar roots had in midden jaren ’90 black metal schuwde het Utrechtse trio het experiment niet. Er werden neoklassieke composities geïntegreerd evenals theatermonologen en -dialogen. Grey Aura besloot haar opvolger te baseren op “De protodood in zwarte haren“, een roman van zanger/gitarist Ruben Wijlacker. Kort gezegd handelt dit verhaal over een jonge schilder die verzwolgen wordt door radicaal modernisme en een grote drang voor abstractie. Wegens de grote omvang van dit ambitieuze project besloot de band om demo’s op te nemen en uit te brengen om zo met allerhande elementen te kunnen experimenteren. In 2017 verscheen via The Throat de eerste demo “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” en nu is het de beurt aan deel twee, getiteld “2:De bezwijkende deugd“, dat via Tartarus Records op cassette zal verschijnen. Wie de eerste demo heeft gehoord, weet dat Grey Aura haar drang om buiten de lijntjes te kleuren nóg verder doorgetrokken heeft vergeleken met het debuut. Daar waar het eerste deel van het verhaal zich door het incorporeren van flamencogitaren en koperblazers hoorbaar in Spanje afspeelde, verhuizen we voor “2: De bezwijkende deugd” naar Parijs. Dit vertaalt zich onder andere in allerhande Franstalige monologen en licht-erotisch getinte jazzy partijen die de nummers inkleuren. Er moet wel gezegd worden dat het geheel bij momenten vrij fragmentarisch overkomt. Wanneer je de poëtische teksten echter bij de hand neemt en je je meer in het verhaal verdiept, vallen de puzzelstukjes langzaam op hun plaats en wordt je in de flow van het verhaal meegezogen. In de vocale invulling van de black metal-stukken horen we vooral de invloed van een Aldrahn (Urarv, ex-Dødheimsgard) terug, een man die het ook niet al te nauw neemt met de strak afgebakende lijntjes die de puristische liefhebbers van het genre wensen. De vreemde kronkels en vocale capriolen die in de eclectische composities ingebouwd zijn en de zinloze geest van het hoofdpersonage vertolken, doen ook hard denken aan onze eigen bruine helden van Lugubrum. Verder nog even vermelden dat de basklanken van S (Laster) ook nog op een nummertje te horen zijn. Het werk van Grey Aura is voorbestemd voor avontuurlijke muziekliefhebbers en arty farty hipsters, de trve ende cvlt black metal-fanaten lopen hier best in een heel grote boog omheen.

JOKKE: 80/100

Grey Aura – 2: De bezwijkende deugd (Tartarus Records 2019)
1. Sonate
2. De onnoemelijke verleidelijkheid van de bezwijkende deugd
3. Parijs is een portaal
4. De drenkeling
5. Beschonken slaapwandelaar
6. Dialoog: Restaurant
7. Sierlijke schaduwmond

Afvallige – Nevelveld

De prijs voor demo van de maand gaat ongetwijfeld naar Afvallige, een nieuwe creatie van de heer Nortfalke die een hand heeft/had in zowat de helft van de Nederlandse black metal-scene. Als ik alle bands moet vermelden waar de man iets in de pap te brokken heeft/had, spendeer ik de helft van deze review daaraan. Laten we het daarom maar over de muziek hebben en laat jullie daarbij vooral niet hinderen door het feit dat het hier om een demotape gaat, want zelden heb ik een cassette gehoord met zulke goede sound. Afvallige raast er vier songs in een klein kwartier door waarvan “De oneindige leegte” een duister klinkende instrumentale ambient-track is. De eerste drie songs daarentegen staan bol van de old-school neurotische black die de hoogdagen van Dødheimsgard’s “Kronet til konge” en Zyklon B’s “Blood must be shed” doen herleven. Niet geheel ontoevallig was het meesterzanger Aldrahn die deze beide klassiekers van vocalen voorzag en dat is zonder te overdrijven een referentie die ook van toepassing is op de bezeten semi-cleane en half-verstaanbare vocale prestatie van Nortfalke. Aan de reacties op internet te lezen is het duidelijk een love it or hate it-aanpak, maar ik ben absoluut fan. Onze afvallige speelde ook de drums, gitaren en bas op zijn eentje in en vond het belangrijk te vermelden dat er geen keyboards en drumcomputer te horen zijn op “Nevelveld“. Er is echter maar één nadeel aan deze release en dat is dat hij slechts een kwartier duurt. Het voordeel van een tape is dan weer dat de vier nummers op beide kanten staan en dat we deze dus oneindig in een loop kunnen laten afspelen. Afvallige kan niet snel genoeg met een langspeler op de proppen komen!

JOKKE: 85/100

Afvallige – Nevelveld (Heidens Hart Records 2018)
1. Nevelveld
2. Op het scherpst van de snede
3. Wanneer de zon zwart kleurt
4. De oneindige leegte

Angrenost – Nox et hiems

Ik hou wel van bands die voortdurend in ontwikkeling zijn en herhalingsoefeningen proberen vermijden. Het Portugese (er loopt ook een Poolse naamgenoot rond) Angrenost produceerde op haar knappe debuut “Planet muscaria” uit 2014 symfonische, steriel klinkende, spacey black metal met subtiele electronica-toets. Al dan niet door het toetreden van gitarist W.uR (Israthoum, Monte Penumbra, Ab Imo Pectore) ligt de focus op de opvolger op rituele, mystieke en occulte black metal met een veel ruwere en grimmigere sound, doch met duidelijk hoorbare stuwende basgolven. Bovendien hebben de elektronische drums plaats geruimd voor een slagwerker van vlees en bloed en zijn de keyboards tot een minimum herleid. Meer dan een uur lang produceert Angrenost een hermetische black metal duisternis waarbij de eerste vijf songs gevoelsmatig tot het hoofdstuk “nox” (nacht) behoren en de andere vier eerder tot “hiems” (winter). Doorgaans mid-tempo van aard, hoewel een versnelling niet geschuwd wordt zoals in het sinistere “Lightless soul” waarin zanger Pursan laat horen een begenadigd, veelzijdig vocalist te zijn. Hij zou best bij opperstrot Aldrahn (ex-Dødheimsgard) in de leer geweest kunnen zijn. In het tergend trage begin van “Ophiucus” doet de zagende, slepende gitaarsound denken aan het onvolprezen Throne Of Katharsis, een referentie om trots op te zijn. Het draait bij Angrenost niet om agressie, maar om gitzwarte sfeerzetting waarin het gevaar voortdurend sluimert. Aan het einde van “Of granite, night and cold” duiken serene akoestische gitaarklanken op. Het contrast met “Lupus in fabula” kan haast niet groter zijn, want hier mag Lamoth – interim-drummer van dienst – even alles uit de kast halen. Ook in “Poço negro“, dat het tweede luik inluidt, steelt Pursan de show en kan je er niet naast kijken dat Attila Csihar zijn held is en Mayhem’s meesterwerk “De mysteriis dom sathanas” ongetwijfeld grijsgedraaid werd (bij wie niet?). Hij weet dat Portugees best beangstigend te doen klinken. De titeltrack klinkt lekker vertrouwd en gaat erin als zoete koek om tenslotte in het instrumentale “Lua negra” de complete gure duisternis op te zoeken. In beide black metal sub-genres heeft Angrenost een erg overtuigende plaat afgeleverd. Benieuwd of dit pad in de toekomst verder bewandeld zal worden of we ons opnieuw aan een koerswijziging mogen verwachten. De tijd zal het uitwijzen.

JOKKE: 85/100

Angrenost – Nox et hiems (Altare Productions 2017)
1. Basaltos da arga escura
2. Lightless soul
3. Ophiucus
4. Of granite, night and cold
5. Lupus in fabula
6. Poço negro
7. Estrela d’alva
8. Nox et Hiems
9. Lua negra

Merrimack – Omegaphilia

Parijs: de stad van de liefde. Op de albums van Merrimack valt er echter niet veel romantiek te bespeuren want deze Parijzenaars spuien al meer dan twintig jaar haat en verderf vanuit de diepste hellekrochten. Wie het reilen en zeilen van de Franse black metal scene volgt, zal ongetwijfeld wel één van Merrimack’s albums in zijn of haar platenkast hebben staan. Ten huize jokkemans is dat in ieder geval zo met elk album dat ze sinds “Of entropy and life denial” uit 2006 hebben uitgebracht. En laat ik maar meteen de plot van deze review verklappen: ook het nagelnieuwe “Omegaphilia” zal zijn weg naar mijn collectie ongetwijfeld snel vinden. Gitarist Perversifier is er als enige uit de begindagen nog bij maar voor het eerst is wel eenzelfde line-up te horen op twee opeenvolgende platen. Hopelijk blijft dit zo, want de huidige bezetting is ongetwijfeld de sterkste die de band al heeft gehad. Desondanks is “Omegaphilia” wel vijf jaar in de maak geweest, maar liever wat langer wachten om dan kwaliteit voorgeschoteld te krijgen natuurlijk. “Cauterizing cosmos” wordt ingeluid met allerhande ritualistische geluiden en zorgt voor een eerste pandoering van zodra de instrumenten hun intrede doen. “The falsified son” gaat echter nog een stapje verder met zijn in 6/8ste walsende tremolo-riffs waarbij alle muzikanten laten zien dat ze in bloedvorm verkeerden tijdens de opnames. In het begin van “Apophatic weaponry” laat het kwintet de razernij even voor wat het is en worden de doom-regionen succesvol verkend alvorens terug van jetje te geven. Daarna volgen een paar minder opzienbarende, maar nog steeds oerdegelijke black metal songs totdat stemkunstenaar Aldrahn (The Deathtrip, ex-Dødheimsgard) zijn opwachting maakt in “Cesspool coronation” en van toegevoegde waarde blijkt te zijn met zijn vuilbekkerij. De langste song van het album staat naar goede gewoonte helemaal aan het einde en middels de nodige dynamiek en afsluitende sacrale gezangen kan “At the vanguard of deception” de aandacht de volle negen minuten volhouden. Over de gehele lijn bekeken is “Omegaphilia” een erg sterke plaat. Aanrader!

JOKKE: 87/100

Merrimack – Omegaphilia (Season Of Mist 2017)
1. Cauterizing cosmos
2. The falsified son
3. Apophatic weaponry
4. Gutters of pain
5. Sights in the abysmal lure
6. Cesspool coronation
7. At the vanguard of deception

Grave Pleasures – Dreamcrash

Ik ben een liefhebber van fysieke muziekreleases en soms (nu minder dan vroeger) laat ik me door een albumhoes overtuigen om een plaat aan te schaffen zonder ook maar één noot muziek gehoord te hebben. En zo geschiedde het dat ik thuis kwam met “Climax” van Beastmilk. De bandnaam en ontzettend gave hoes met doodshoofd en kelk deden me vermoeden dat ik hier met een occult black metal collectief te maken zou hebben. Een blik op de line-up met ondermeer Mat ”Kvohst” McNerney (o.a. ex-Dødheimsgard, Hexvessel, ex-Code) en een gitarist genaamd Goatspeed in de gelederen versterkte mijn voorgevoel nog meer. Groot was mijn verbazing dan ook dat ik extreem catchy apocalyptische post-punk te horen kreeg eens de naald het vinyl raakte. Ik was instant fan en even later schoot de populariteit van de band de hoogte in waarbij hun platen gretig aftrek vonden bij zowel metalheads als indie kids of gothic punks. Spijtig genoeg bleek er al snel een haar in de boter te zitten en na de split met gitarist Johan “Goatspeed” Snell begin 2015, gingen Kvohst en bassist Valtteri Arino verder onder de monniker Grave Pleasures. Enigszins vreemd dat de band zich live nog als een Finse band voorstelt want naast de Finse bassist is Kvohst een Brit en werd de line-up uitgebreid met de (extreem bevallige) Zweedse gitariste en songwriter Linnéa Olsson (ex-The Oath) en vellenmepper Uno Bruniosson van het ter ziele gegane Zweedse In Solitude. Even later vervoegde live en studio gitarist Juho Vanhanen van de Finse psychedelische black metal band Oranssi Pazuzu het kwartet nog wel, maar ik zou de band eerder als een internationaal collectief bestempelen. Soit, over naar de nieuwe plaat “Dreamcrash” die sinds kort in de rekken ligt. Ik ga niet onder stoelen of banken steken dat de eerste twee à drie luisterbeurten vrij teleurstellend waren. De songs bleven niet hangen en het totaalgeluid is van Joy Division worship meer richting indie rock met poppy overtoon opgeschoven. In plaats van “Dreamcrash” meteen volledig af te schrijven, heb ik de plaat echter gemoedelijk op me laten inwerken en uiteindelijk ontplooien de elf nummers zich als een boeiende rit. Up-tempo stampers als “Utopian scream” en “Futureshock“ doen je zowel op plaat als live zin krijgen om je dansschoenen aan te trekken. Zowel Uno als Valtteri zorgen meer dan eens voor een stuwende groove waarover de gitaartandem een dromerig maar tegelijkertijd grimmig sonisch web weeft. Verder valt op dat voornamelijk Kvohst enorm gegroeid is in zijn rol als frontman en een veelzijdig begenadigd zanger blijkt te zijn (hoewel met een hoog love it or hate it gehalte). De teksten bulken nog steeds van onderwerpen als angst, paranoia, dood, liefde, seks, poëzie en tongue-in-cheek sarcasme, hoewel je op basis van het meer poppy karakter het album minder duister zou voordoen dan haar voorganger. Al wie gebrand was op een tweede “Climax” zal dan ook snel met de staart tussen de benen afdruipen. De talrijke krakers als “Death reflects us”, “The wind blows through their skulls”, “Genocidal crush”, “You are now under our control” en “Love in a cold world” van het debuut zijn er niet te vinden, hoewel de single “New hip moon“, het kort maar krachtige “Taste the void” (hallo Danzig!),  en de opener en afsluiter het dichtst in de buurt komen. Grave Pleasures laat op “Dreamcrash” meerdere facetten zien waarbij ze niet bang zijn om ook rustigere wateren te bevaren zoals het ingetogen “Crisis” of het toegankelijke “Girl in a vortex”, zonder dat het er te stroperig aan toe gaat. Een nummer als “Crooked vein” doet het heer dan weer minder goed. De eerder poppy nummers zorgen ervoor dat de band dan ook perfect een meer mainstream StuBru-publiek (liefhebbers van Editors, Kaiser Chiefs, White Lies, …) zou moeten kunnen bekoren. De grote podia lonken dan ook hoewel ik de band liever in een kleine zweterige club bezig zie en hun bandnaam airplay op de grote radiostations niet meteen zal bevorderen, maar dat vinden we allerminst erg!

JOKKE: 83/100

Grave Pleasures – Dreamcrash (Sony Music/Columbia 2015)
1. Utopian scream
2. New hip moon
3. Crying wolves
4. Futureshock
5. Crisis
6. Worn threads
7. Taste the void
8. Lipstick on your tombstone
9. Girl in a vortex
10. Crooked vein
11. No survival

Dødheimsgard – A umbra omega

Onvoorspelbaar. Eigenzinnig. Vreemd. Dødheimsgard. Al berustend in het feit dat dit Noorse ras uitgestorven was na het schitterende “Supervillain outcast” verschijnt weliswaar 8 volledige seizoenscyclussen later “A umbra omega“. Alvorens op bedevaart te trekken richting Oslo, dient album nummer 5 toch even met de nodige aandacht onder loep genomen te worden. De intro buiten beschouwing gelaten; “Aphelion void” start zoals de band destijds geëindigd was, maar meer dan ooit verandert de sfeer en feeling. In een tijdspanne van 15 minuten mag dat natuurlijk, maar het sijpelt niet vlotjes in de hersenpan op deze manier. Van verwoestende blastbeats naar jazzy intermezzo’s met blazers tot dissonant klinkende black metalakkoorden en romantische akoestische passages. Het komt allemaal voorbij! Al-le-maal! Het haast even lang durende “God protocol axiom” begin op haast exact dezelfde manier als zijn voorganger. Het lijkt alsof het erom gedaan is, want ook het nummer hierna, het Virus geïnspireerde “The unlocking“, lijkt aan te vangen als een kopie van het voorgaande. De invloeden van laatstgenoemde en Ved Buens Ende tekenen meer dan ooit present. Maar dan heftiger. Dødheimsgard staat tevens bekend om hun felle zanglijnen en apart stemgebruik. Op “A umbra omega” is dat niet anders en worden alle schreeuwregisters opengetrokken. In één woord: hysterisch. Maar deze keer nemen enkel Aldrahn en Vicotnic de honneurs waar. Geen Kvohst meer. Het klinkt waanzinniger dan ooit tevoren en dat is soms even wennen. In die mate zelfs dat het niet altijd even gemakkelijk luistert. Trop is te veel, u weet wel. Soms is het zelfs vervelend en mogen de heren hun klep eens houden. Dankjewel! Hij kan echt wel beter. Dødheimsgard klinkt op “A umbra omega” zeer geïnspireerd. Meer dan tevoren wordt furieuze (bij wijlen industrial aandoende) black metal afgewisseld met elektronische drums, pianostukken en sfeervolle koren. En dát in combinatie met overijverig gezang schotelt 2 conclusies voor: enerzijds: een puur technische luisterbeurt is een hemelse beleving. Er gebeurt steeds wat en tevens op een hoog niveau. Er is over nagedacht en het muzikale vakmanschap staat niet ter twijfel. Anderzijds: het van-de-hak-op-de-takgevoel met te enthousiaste zangers brengt geen rust, regelmaat en herkenningspunten. Dødheimsgard kan dit thans wel. Met dat in het achterhoofd weegt helaas de teleurstelling door. Judge yourself.

Flp: 69/100

Dødheimsgard – A umbra omega (Peaceville 2015)
1. The love divine
2. Aphelion void
3. God protocol axiom
4. The unlocking
5. Architect of darkness
6. Blue moon duel