dodheimsgard

The Deathtrip – Demon solar totem

In 2014 verblijdde The Deathtrip ons met het album “Deep drone master“, wat een beest van een schijf was voor liefhebbers van old-school Noorse black met subtiele Dødheimsgard-invloeden. Niet moeilijk als je weet dat de extravagante zanger Aldrahn hier achter de microfoon stond. Het leverde o.a. in de vorm van “Making me” één van de beste black metal-nummers van de laatste tien jaar op. Daar het reeds geruime tijd stil was, had ik de hoop op een opvolger min of meer laten varen. Maar kijk, de wonderen zijn de wereld nog niet uit en plots was daar de aankondiging van een nieuwe plaat. Zangkunstenaar Aldrahn heeft het schip ondertussen wel verlaten daar ie te druk bezig is met Urarv, maar het Engelse bandbrein Host heeft als vervanger Kvohst weten strikken. Met een palmares waar o.a. Dødheimsgard, <code>, Beastmilk, Hexvessel en Grave Pleasures op prijken, is deze man natuurlijk ook niet de minste. Bleek zelfs dat hij in 2007 initieel als zanger voor The Deathtrip zou fungeren, maar dat het dan uiteindelijk toch zijn collega Aldrahn is geworden. Voor dit nieuwe album “Demon solar totem” laten de twee Engelsmannen zich opnieuw bijstaan door sessiedrummer Dan “Storm” Mullins (o.a. ex-My Dying Bride en ex-Bal-Sagoth) en als sessiebassist werd Thomas Eriksen aka Mork van de gelijknamige band aangetrokken zodat er toch nog een Noorse connectie blijft (alleen hoor ik helemaal geen basgitaar terug). Het enige puntje van kritiek m.b.t. de voorgaande release was de nogal kille en mechanische drumsound. Dit euvel is gelukkig grotendeels verholpen op “Demon solar totem“. De muzikale basis van heerlijk snijdende Noorse black is onaangeroerd gebleven maar de nieuwe frontman gooit naast zijn screams ook zijn heldere zangstem veelvuldig in de strijd wat de theatraliteit opkrikt. De cleane gezangen draperen tevens een ritualistisch kleedje over de nummers en er ligt nóg meer nadruk op atmosfeer. Dat resulteert ook in een gemiddelde speelduur van de nummers die deze keer met zeven à acht minuten iets hoger ligt. Hét prijsbeest van “Demon solar totem” vinden we bijna helemaal achteraan in de vorm van het aanvankelijk snedig startende “Abraxas mirrors” waarin Kvohst zanggewijs heel wat avant-garde toevoegt en de basisriff haast een knipoog naar Burzum’s “Filosofem“-plaat lijkt. De startriff van de titeltrack ademt eveneens de glorierijke Burzum-sound van weleer uit. Tof ook om te horen dat Kvosht het screamen nog niet verleerd is. In een meer uptempo nummer als “Angels fossils” lijkt het in de schreeuwerige stukken trouwens alsof Aldrahn nooit verdwenen is. In het meer slepende en van melodieuze leads voorziene “Enter spectral realms” kunnen dan weer parallellen met Attila getrokken worden, nog zo’n enigmatische zanger. “Awaiting a new maker” is de elf minuten durende epische apotheose waarin The Deathtrip haar boeiende mix van black metal-agressie, bezwerende zang en atmosfeer nog een laatste keer etaleert. “Demon solar totem” is een heerlijke plaat geworden die mijn eindejaarslijst vrolijk komt binnen gewalst. Alleen vind ik het ergens wel spijtig dat het pure Noorse van “Deep drone master” wat op de achtergrond is geraakt ten voordelen van een meer rituele black metal-sound. Daar zijn er dezer dagen al genoeg van, maar The Deathtrip doet het wel beter.

JOKKE: 87/100

The Deathtrip – Demon solar totem (Profound Lore Records/Svart Records 2019)
1. Demon solar totem
2. Angel fossils
3. Enter spectral realms
4. Surrender to a higher power
5. Vintage telepathy
6. Abraxas mirrors
7. Awaiting a new maker

Schammasch – Hearts of no light

Schammasch is een band die niet van half werk beschuldigd kan worden. Het plaatwerk van deze modieuze Zwitsers is steevast tot in de puntjes verzorgd qua artwork en fotografie en ook op muzikaal vlak wordt nooit over één nacht ijs gegaan, wat in het verleden o.a. resulteerde in een dubbelaar (“Contradiction” uit 2014) en een driedelige plaat (“Triangle” uit 2016). In 2017 volgde de EP “The Maldoror chants: Hermaphrodite” en nu is het opnieuw tijd voor een kolossale brok muziek, want het kakelverse “Hearts of no light” klokt toch ook weer op een mooie 67 minuten af. Het uit pianoklanken opgetrokken “Winds that pierce the silence” fungeert als introductie maar gaat wat aan haar doel voorbij aangezien het daaropvolgende acht minuten durende epos “Ego sum omega” best een lange instrumentale aanloop kent en beter de plaat had geopend daar de spanningsboog meteen opgespannen wordt. Deze compositie kent een mooie opbouw die uitbarst in melodieuze black die echter nergens gevaarlijk of duivels klinkt. De finale is wel lekker groots en bombastisch met haar toeters en bellen. “A bridge ablaze” is dan weer eerder een occult sfeerscheppend intermezzo vol mysterieuze elektronica. Gelukkig ontbloot het kwintet in “Qadmon‘s heir” haar tanden wat meer: de muziek is steviger (zo worden er enkele blastspurtjes getrokken), er passeren knappe wendingen en de vocalen flirten met helder gezongen theatraliteit. “Rays like razors” trekt die lijn door nu de band goed op dreef is: knappe herhalende melodieuze leads en cinematografische instrumentale epiek gaan hand in hand met ruwere riffs. In de personen van Aldrahn (de legendarische ex-Dødheimsgard frontman), klankkunstenaar DehnSora (o.a. Throane, Treha Sektori en Ovtrenoir) en de klassiek geschoolde pianiste Lillian Liu, werd er – zeker in het geval van die laatste – schoon volk opgetrommeld om de plaat van extra kleur te voorzien. Aldrahn’s excentrieke zangstijl op “I burn within you” is uit de duizenden te herkennen en maakt van dit nummer meteen het meest avontuurlijke op “Hearts of no light“. Alhoewel, “A paradigm of beauty” trapt met Amenra-achtige akkoorden af om vervolgens met gothrock-achtige cleane gitaren te dollen en is absoluut de vreemde eend in de bijt, zeker wanneer de heldere zang een wel heel toegankelijk poppy randje toevoegt. Deze moderne aanpak heeft wel wat weg van een band als Alchemist. “Katabasis” is met haar rituele percussie en occulte atmosfeer dan weer een veiligere keuze voor deze Zwitserse formatie waarin nog eens lekker ouderwets van jetje wordt gegeven. “Innermost, lowermost abyss” breidt een einde aan de plaat maar dan wel één dat ongeveer een kwartier duurt en waarbij DehnSora het elektronisch raamwerk aanleverde voor een compositie vol (iets te lang) uitgesponnen (akoestisch) gitaar- en pianowerk en rituele ambient. Deze vierde langspeler is opnieuw een knap epos geworden waar duidelijk veel werk in geslopen is, maar zoals met al het vorig materiaal van Schammasch komt het me dikwijls te berekend en doordacht voor. Ik mis nog steeds wel wat spontaneïteit, rock ’n roll en het gevaarlijke karakter dat intrinsiek met black metal verbonden zou moeten zijn. Anderzijds heeft de band geen schrik om met een afwijkend nummer als “A paradigm of beauty” uit te pakken en zo buiten de lijntje te kleuren. Liefhebbers van ‘universiteitsblack’ kunnen echter blind toehappen.

JOKKE: 81/100

Schammasch – Hearts of no light (Prosthetic Records 2019)
1. Winds that pierce the silence
2. Ego sum omega
3. A bridge ablaze
4. Qadmon‘s heir
5. Rays like razors
6. I burn within you
7. A paradigm of beauty
8. Katabasis
9. Innermost, lowermost abyss

Bölzer – Lese majesty

In 2016 verraste het Zwitserse Bölzer vriend en vijand op “Hero” met heel wat heldere zang die de aanhang resoluut op een Mozes-en-de-Rode-Zee wijze in twee splitste. We zijn nu drie jaar later en KzR (zang en gitaar) en HzR (drums) hebben ondertussen de touwtjes rond het uitbrengen van hun releases volledig in eigen handen middels hun label Lightning & Sons. Het eerste nieuwe wapenfeit biedt zich aan in de vorm van de vier songs tellende EP “Lese majesty” die al bij al toch op een klein half uur afklokt. Wanneer “A shepherd in wolven skin” uit de boxen knalt, krijgen we die signature loodzware sound vol onorthodox gitaarwerk en schedelsplijtend drumwerk te verteren waarvoor het duo gekend staat. Het nummer kent een heerlijke groove, HzR tovert een heel arsenaal aan drumritmes uit zijn mouw en opnieuw duiken daar die fel bekritiseerde cleane vocalen weer op. KzR is nog steeds geen wereldzanger en de eerste keer is het altijd even de wenkbrauwen fronsen, maar uiteindelijk vind ik die heroïsche zangpartijen eigenlijk niet meer weg te denken uit Bölzer’s sound. Ze zorgen voor een dynamisch luisterspel met de nog steeds grotendeels woest gezongen en gebrulde teksten die deze keer de bombastische heroïek achter zich laten en een eerder ketterse insteek hebben. Enkele helder gezongen zanglijnen geven een catchy twist aan de voor de rest moeilijk verteerbare brok extreme metal. Na het ambient rustpunt “Æstivation” laat Bölzer in “Into the temple of spears” zien dat het nog steeds woeste lawines doorheen de Zwitserse berglandschappen kan ontketenen en tijdens de blastpassages waait een zwartgeblakerde orkaan doorheen de donderende doodsmetalen riffs. Onheilspellende spoken word samples voegen nog een extra shotje complete duisternis aan het nummer toe. “Ave Fluvius! Danu be praised” klokt op een epische twaalf minuten af maar bevat een iets te lange dronende aan- en uitloop die verder ook niet veel toevoegt aan deze compositie. Verder zie je KzR zo voor je op één of andere besneewde Zwitserse bergtop in imposant ontbloot bovenlijf en met een woest swingende aks in de hand de goden tarten. Bölzer gaat stug haar eigen weg en dat is lovenswaardig. Aan restrictieve dogma’s en oubollig elitarisme hebben deze heren duidelijk het schijt. Op 11 december doet Bölzer ons landje nog eens aan met de interessante package die in de Antwerpse Zappa neerdaalt en verder nog uit de Noorse excentriekelingen Dødheimsgard, de Poolse blackies Blaze Of Perdition en het death/speed metal combo Matterhorn is samengesteld. Allen daarheen zou ik zeggen!

JOKKE: 84/100

Bölzer – Lese majesty (Lightning & Sons 2019)
1. A shepherd in wolven skin
2. Æstivation
3. Into the temple of spears
4. Ave Fluvius! Danu be praised

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt

Met Vargrav en Gardsghastr hebben we het afgelopen jaar al fijne met keyboards doorspekte black mogen horen. Ook het Zwitserse Ateiggär doet nu een poging om nieuw leven te blazen in het in het verleden vaak verguisde subgenre van de door ons allen geliefde black metal. Ateiggär betekent zoveel als “initiator van ideeën” en werd pas aan het begin van dit jaar opgericht door de gesluierde individuen Fauth Temenkeel en Fauth Lantav. Het lyrisch universum van de band beslaat alchemistische en mystieke ideeën die uit het begin van de moderne tijd stammen. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” is het eerste wapenfeit van het duo dat banden heeft met het “Helvetic Underground Committee” waarvan o.a. Arkhaaik en Kvelgeyst hier de revue al passeerden. Beide muzikanten presenteren ondanks hun jeugdige leeftijd op deze EP vier volbloed nummers en een intro die diep geworteld zijn in de symfonische tradities van jaren negentig second wave black metal. De inluidende klanken van “En Seelefunke” zetten een bombastisch symfonisch geluid neer dat een Limbonic Art of Cradle Of Filth-achtig spektakel doet vermoeden, hoewel de keyboards in de eigenlijke nummers toch een iets minder overheersende rol innemen. Op een misplaatst kermisachtig pianoriedeltje in “Und d Korybante tanzed in Sturm” na, nemen de toetsen het vooral over wanneer de riffs net wat té lichtvoetig uitvallen om alzo meer body aan het geheel te geven. Maar gelukkig bevat een nummer als “En Blinde namens Duracotus” best ook wel enkele gave old-school opzwepende riffs. Door de band genomen draagt het toetsenwerk bij aan de mystieke sfeer die neergezet wordt, hoewel enkele Disney-achtige passages niet vermeden kunnen worden. Ook wordt er soms geëxperimenteerd met helder gezongen uithalen die niet altijd geslaagd uitdraaien. “De Dämon us Levania” bevat enkele oude Dødheimsgard-referenties wat natuurlijk dan weer wel mooi meegenomen is. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” heeft zo zijn momenten, maar is niet over de gehele lijn geslaagd. Bepaal vooral zelf of je hier mee weg kunt. Liefhebbers kunnen kiezen tussen een digitale versie, vinyl- of cassetterelease.

JOKKE: 74/100

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt (Eisenwald 2019)
1. En Seelefunke
2. Und d Korybante tanzed in Sturm
3. Us d’r Höll chunnt nume Zyt
4. En Blinde namens Duracotus
5. De Dämon us Levania

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Grey Aura – 2: De bezwijkende deugd

Wie het Utrechtse Grey Aura al langer dan vandaag volgt, weet dat we met een modernistisch Gesamtkunstwerk clubje van doen hebben. De uit 2016 stammende anderhalfuurdurende debuutplaat met de welluidende titel “Waerachtighe beschryvinghe van drie seylagien, ter wereld noyt ghehoort” was gebaseerd op allerlei literaire werken die de derde en laatste reis beschreven van de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz om een noordoostelijke passage naar India te vinden. Hoewel de muziek duidelijk haar roots had in midden jaren ’90 black metal schuwde het Utrechtse trio het experiment niet. Er werden neoklassieke composities geïntegreerd evenals theatermonologen en -dialogen. Grey Aura besloot haar opvolger te baseren op “De protodood in zwarte haren“, een roman van zanger/gitarist Ruben Wijlacker. Kort gezegd handelt dit verhaal over een jonge schilder die verzwolgen wordt door radicaal modernisme en een grote drang voor abstractie. Wegens de grote omvang van dit ambitieuze project besloot de band om demo’s op te nemen en uit te brengen om zo met allerhande elementen te kunnen experimenteren. In 2017 verscheen via The Throat de eerste demo “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” en nu is het de beurt aan deel twee, getiteld “2:De bezwijkende deugd“, dat via Tartarus Records op cassette zal verschijnen. Wie de eerste demo heeft gehoord, weet dat Grey Aura haar drang om buiten de lijntjes te kleuren nóg verder doorgetrokken heeft vergeleken met het debuut. Daar waar het eerste deel van het verhaal zich door het incorporeren van flamencogitaren en koperblazers hoorbaar in Spanje afspeelde, verhuizen we voor “2: De bezwijkende deugd” naar Parijs. Dit vertaalt zich onder andere in allerhande Franstalige monologen en licht-erotisch getinte jazzy partijen die de nummers inkleuren. Er moet wel gezegd worden dat het geheel bij momenten vrij fragmentarisch overkomt. Wanneer je de poëtische teksten echter bij de hand neemt en je je meer in het verhaal verdiept, vallen de puzzelstukjes langzaam op hun plaats en wordt je in de flow van het verhaal meegezogen. In de vocale invulling van de black metal-stukken horen we vooral de invloed van een Aldrahn (Urarv, ex-Dødheimsgard) terug, een man die het ook niet al te nauw neemt met de strak afgebakende lijntjes die de puristische liefhebbers van het genre wensen. De vreemde kronkels en vocale capriolen die in de eclectische composities ingebouwd zijn en de zinloze geest van het hoofdpersonage vertolken, doen ook hard denken aan onze eigen bruine helden van Lugubrum. Verder nog even vermelden dat de basklanken van S (Laster) ook nog op een nummertje te horen zijn. Het werk van Grey Aura is voorbestemd voor avontuurlijke muziekliefhebbers en arty farty hipsters, de trve ende cvlt black metal-fanaten lopen hier best in een heel grote boog omheen.

JOKKE: 80/100

Grey Aura – 2: De bezwijkende deugd (Tartarus Records 2019)
1. Sonate
2. De onnoemelijke verleidelijkheid van de bezwijkende deugd
3. Parijs is een portaal
4. De drenkeling
5. Beschonken slaapwandelaar
6. Dialoog: Restaurant
7. Sierlijke schaduwmond

Afvallige – Nevelveld

De prijs voor demo van de maand gaat ongetwijfeld naar Afvallige, een nieuwe creatie van de heer Nortfalke die een hand heeft/had in zowat de helft van de Nederlandse black metal-scene. Als ik alle bands moet vermelden waar de man iets in de pap te brokken heeft/had, spendeer ik de helft van deze review daaraan. Laten we het daarom maar over de muziek hebben en laat jullie daarbij vooral niet hinderen door het feit dat het hier om een demotape gaat, want zelden heb ik een cassette gehoord met zulke goede sound. Afvallige raast er vier songs in een klein kwartier door waarvan “De oneindige leegte” een duister klinkende instrumentale ambient-track is. De eerste drie songs daarentegen staan bol van de old-school neurotische black die de hoogdagen van Dødheimsgard’s “Kronet til konge” en Zyklon B’s “Blood must be shed” doen herleven. Niet geheel ontoevallig was het meesterzanger Aldrahn die deze beide klassiekers van vocalen voorzag en dat is zonder te overdrijven een referentie die ook van toepassing is op de bezeten semi-cleane en half-verstaanbare vocale prestatie van Nortfalke. Aan de reacties op internet te lezen is het duidelijk een love it or hate it-aanpak, maar ik ben absoluut fan. Onze afvallige speelde ook de drums, gitaren en bas op zijn eentje in en vond het belangrijk te vermelden dat er geen keyboards en drumcomputer te horen zijn op “Nevelveld“. Er is echter maar één nadeel aan deze release en dat is dat hij slechts een kwartier duurt. Het voordeel van een tape is dan weer dat de vier nummers op beide kanten staan en dat we deze dus oneindig in een loop kunnen laten afspelen. Afvallige kan niet snel genoeg met een langspeler op de proppen komen!

JOKKE: 85/100

Afvallige – Nevelveld (Heidens Hart Records 2018)
1. Nevelveld
2. Op het scherpst van de snede
3. Wanneer de zon zwart kleurt
4. De oneindige leegte