doom

Voluptas – Towards the great white nothing

Al ronddolend in de wandelgangen van de blackmetalscene werd me het volwaardig debuut “Towards the great white nothing” van het voor mij onbekende Voluptas getipt. Het Praagse kwintet bracht in 2016 reeds een EP uit en diens titel “Ved rums ende” verklapt al een klein beetje waar deze heren de mosterd halen. De basis voor de vijf nieuwe nummers is ontegensprekelijk klassieke Scandinavische black, maar net als bv. een band als het avantgardistische Ved Buens Ende, is ook Voluptas niet vies van wat geëxperimenteer en slagen ze te pas en te onpas interessante, soms psychedelische zijpaden in om even later hun extreme koers terug voort te zetten. Ook Dødheimsgard’s satanische kunst is hen blijkbaar niet vreemd als je luistert naar opener “Crystalline key“. In een nummer als “Thargelia” transmuteren de muzikanten van agressieve black à la Mayhem ten tijde van “Wolf’s lair abyss” en jengelende arpeggio’s naar doom geïnspireerde passages waarin de hoge screams ingeruild worden voor diepere gutturale vocalen. “Of gnosis and agony” is dan weer een evenwichtsoefening in shape-shifting tussen traditionele black, ritmische partijen, psychedelische passages en een punky ondertoon. De blastbeats, het tremelo picking gitaarwerk en de krijszang van “Between terror and Erebus” vormen zowat het meest straightforward nummer van “Towards the great nothing“, hoewel er ook ruimte gelaten wordt voor een swingend intermezzo waarin de basgitaar wulps ronddartelt. Deze song staat in contrast met de meer dan dertien minuten durende afsluiter “Desert twilight” die haar naam alvast niet gestolen heeft, want plotsklaps wanen we ons ergens in het Midden-Oosten dankzij de repetitieve openende psychedelische oosterse gitaarakkoorden die een hypnotiserend tranceopwekkend effect uitoefenen. We merken ook subtiele saxofoongeluiden op die in de finale van dit epos nog zullen terugkeren. Plotsklaps stuwen de diepe keelgeluiden van de zanger het nummer in een doomrichting, om even later weer meer extremere metaloorden op te zoeken waar snijdende riffs en blastende drums het mooie weer maken. Wanneer de sax opnieuw opduikt, is het om de atmosfeer om te toveren naar spookachtige jazz die na enkele minuten uitmondt in ambient en noise maar eerder als plaatvulling overkomt. Ondanks deze misplaatste eindnoot, blijkt Voluptas een aangename ontdekking te zijn doordat ze met “Towards the great white nothing” een avontuurlijke en creatieve plaat hebben afgeleverd die positief opvalt tussen al het old-school blackmetalgeweld.

JOKKE: 78/100

Voluptas – Towards the great white nothing (MetalGate 2020)
1. Crystalline key
2. Thargelia
3. Of gnosis and agony
4. Between terror and Erebus
5. Desert twilight

Häxenzijrkell – Die Nachtseite

Na wat kleinere releases zoals demo’s, EP’s en splits, achtte het Duitse Häxenzijrkell de tijd eindelijk rijp voor een volwaardige langspeler. En alzo geschiedde en landde “Die Nachtseite” via Amor Fati Productions op onze digitale deurmat. De intentie van zanger/gitarist MK (Iapetos, Lichtzehrer, Rraaumm) en drummer P (Iapetos) is nog steeds hetzelfde als in den beginne: rauwe en resolute blackmetal creëren die een ode brengt aan the mysteries of the beyond. Het duo kijkt doorgaans niet op een minuutje meer of minder en dat is opnieuw het geval in het in drie rituelen (het Pad, de Vlam en het Ontwaken) opgesplitste “Die Nachtseite” waarbij elke deel op een double digit songlengte afklokt. Muzikaal gaat Häxenzijrkell verder waar de recente split met Brånd ophield en worden dreigende en epische klankmuren opgetrokken die het ene moment ruimtelijke klinken om even later de luisteraar in een verstikkende roes van wanhoop en angst onder te dompelen. De versterkers creëren feedback die welig doorheen de songs giert en de zich grotendeels traag voortslepende – hoewel de heren ook in een maniakale catharsis kunnen uitbarsten – sinistere atmosfeer sluipt als een uitdijende mist op je af en brengt je in een transcendentale staat. Regelmatig bekruipt me het angstvallige gevoel naar een downtempo versie van het geweldige Throne Of Katharsis te luisteren. Naast het gekende recept van obscure Duitstalige samples die de heren met hun soms ietwat monotone instrumentale basis verweven, worden de schaarse vocalen op een ritualistische manier ingezet: van krijsende wanhoop over sacrale heldere hallucinogene zang tot dronend gefluister. Subtiele synthpartijen doen enige lichtstralen door de pikzwarte massa schijnen, maar voor de overige 95% is de sfeer griezelig en horroresk. “Die Nachtseite” voelt absoluut als blackmetal aan in zijn esthetiek, zang en benadering maar de riffs en structuren schuren ook tegen een slepende doommentaliteit aan. Onderga deze beknellende luisterervaring!

JOKKE: 84/100

Häxenzijrkell – Die Nachtseite (Amor Fati Productions 2020)
1. Part 1: Auf der Schwelle
2. Part 2: Unter sieben Sternen
3. Part 3: Im Labyrinth der Dunkelheit

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm

Het is nog niet zo gek lang geleden dat Kosmokrator ons verblijdde met diens puike langspeler “Through ruin…behold” en toch borrelen er alweer drie nieuwe nummers uit de diepte op. Deze werden voor de gelegenheid gebundeld met vier composities van het Duitse Hadopelagyal die we nog kennen van hun veelbelovende cryptisch getitelde demo “XXXVI XXXI N XXV XXVIII O. Op zich een logische combo aangezien beide bands een soort van sepulchrale death metal spelen die uit zompige graven sijpelt en tevens niet vies is van een streepje doom. Onze landgenoten bijten de spits af met het nummer “Kosmokratoras II – Boundless” waarvan het eerste deel op de vorige langspeler prijkte. De typerende wisselwerking tussen echoënde grunts en heldere vocalen is aanwezig en het snelle werk wordt onderbroken door heftig beukende tragere passages. De titel van het daaropvolgende “Voos” deed me de wenkbrauwen fronsen daar het nu niet meteen een woord is dat ik aan de band link. Het betreft hier echter een cover van het gelijknamige Lugubrum-nummer van diens legendarische album “De totem” uit 1999. Dit nummer is opgebouwd aan de hand van een killer riff waarbij het tempo vele malen hoger ligt dan bij het origineel. De snare, basdrum en ride houden een strakke snelheid aan om pas naar het einde toe wat te matigen. Kosmokrator jaagt het nummer er dan ook in een kleine vijf minuten door terwijl Lugubrum er meer dan zes minuten voor nodig had. Vanzelfsprekend sijpelt er een black metal-sfeertje door de doodsmetalen aanpak heen, maar het verdient hulde voor de eigen aanpak die aan het nummer gegeven werd. Voor het laatste nummer “Verzopen goden” koos Kosmokrator voor de eerste keer voor een titel in de moedertaal hoewel het niet goed hoorbaar is of ook de tekst in het Nederlands vertolkt wordt. Het tempo gaat hier serieus de dieperik in en is niet zo zeer een écht nummer, maar eerder een aaneenreiging van apocalyptisch beukende death/doom waarbij tal van geluidseffecten de ondergang van het godendom inluiden. Eens de goden kopje onder zijn, zinken ze verder de dieperik in tot ze op meer dan 6.000 meter diepte in de hadopelagische zone terecht komen. Hier nemen de Duitsers het roer over. De Grieks getitelde intro laat allerhande onheilspellende geluiden horen die de diepzee onderwereld als het ware belichamen. Zanger/gitarist Hekla (tevens actief in Gneterswart die hier binnenkort ook passeren) en drummer Augur houden er een woestere aanpak op na waarbij het lijkt alsof het zaakje onder water opgenomen werd want de sound is toch wel een pak zompiger vergeleken met die van Kosmokrator en verwachten we eerder van een demo. Het duo integreert heel wat mid-tempo riffs in hun death metal en het zaakje piept en kraakt langs alle kanten. Wanneer er zoals in het repetitievere “Hebenon vial” wat black metal elementen doorheen sluimeren vind ik de band het best te pruimen. “The orphic chasm” is best een geslaagde split voor liefhebbers van archaïsche death/doom met een vleugje black.

JOKKE: 82/100 (Kosmokrator: 85/100 – Hadopelagyal: 79/100)

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm (Ván Records 2020)
1. Kosmokrator – Kosmokratoras II – Boundless
2. Kosmokrator – Voos
3. Kosmokrator – Verzopen goden
4. Hadopelagyal – αἰθαλοὺς πέλαγος
5. Hadopelagyal – No spirit is willing to wing into the light
6. Hadopelagyal – Invocation of abomination’s excrements
7. Hadopelagyal – Hebenon vial

Throatsnapper – About the dead

Throatsnapper is een naam die de fervente concertganger van de Lage Landen waarschijnlijk al meermaals op een podium is tegengekomen. Vier jaar na de gelijknamige EP, is het tijd voor het echte werk en leveren de vier Antwerpenaars een eerste langspeler aan waarvoor het eigenwijze Consouling Sounds bereid gevonden werd het onding te verspreiden. “About the dead” is het naamkaartje dat de plaat meekreeg en titels als “From wood to gallows” en “Dodenmars” maken, net als het knappe artwork, meteen duidelijk waar de teksten zoal over handelen. Throatsnapper speelt een mix van sludge, post-metal en doom die dankzij een Much Luve Studio-productie en mastering door Maurice de Jong (Gnaw Their Tongues) loodzwaar uit de boxen knalt. Het is echter niet 36 minuten lang het cement uit de voegen blazen zoals in opener “Another way” want het daaropvolgende “From wood to gallows” kent ook vele slepende passages. Met de zang wordt gedoseerd omgegaan, maar wanneer de bulderende en echoënde vocalen van bassist Wouter Goolaerts losbarsten, schreeuwen ze een verhaal vol pijn, leed en smart. Het van een bijzondere videoclip voorziene “Why” is hier een mooi voorbeeld van. Gitaartandem Jannick Van den Bogaert (Seethr, ex-Slecht) en Jens DePetter (ex-Lemuria en ex-My Lament) schipperen voortdurend heen en weer tussen sludgeriffs, melodieuze leads en naar post-metal neigende climaxen. Drummer Jan Cassiers (ex-Slecht) laat horen veel vooruitgang te hebben geboekt en wisselt vlotjes tussen verschillende tempo’s. Throatsnapper speelt niet de meest heftige sludge vol sloophamerriffs, maar weet door het vernuftig inbouwen van meeslepende melodieën zoals in “To Hades” en “Dodenmars” en pakkende zang een beklijvend werkje neer te zetten. Chapeau!

JOKKE: 82/100

Throatsnapper – About the dead (Consouling Sounds 2019)
1. Another way
2. From wood to gallows
3. Why
4. Wintermoon
5. To Hades
6. Dodenmars

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

Abhor/Abysmal Grief – Legione occulta / Ministerium diaboli

Qua stijl lijkt er op papier geen match te zijn, maar er zijn andere zaken die Abhor en Abysmal Grief verbinden en de samenwerking op deze split rechtvaardigen. Naast het feit dat beide bands zich vrij dicht bij mekaar bevinden indien je je platenkast alfabetisch ordent, zijn beide acts afkomstig uit Italië en draaien ze al een eeuwigheid mee in diens ondergrond. Abhor sinds 1995 om meer precies te zijn en Abysmal Grief werd een jaartje later opgericht. De oeroude black metal-klanken van Abhor openen deze split. Hun laatste langspeler “Occulta religio” uit 2018 ligt nog vers in het geheugen en draait hier nog regelmatig enkele rondjes. De nummers “Legione occulta” en “Possession obsession” liggen volledig in het verlengde van deze plaat. Mid-tempo black opgesmukt met allerhande angstaanjagende samples van exorcismes en natuurlijk is dat mysterieuze orgel ook weer volop van de partij. Daar het tempo zo laag ligt (enkel halfweg “Possession obsession” gaat het er wat sneller aan toe) is er uiteindelijk toch een stilistisch bruggetje te maken met de traditionele doom van Abysmal Grief. “Ministerium diaboli” start ook met mystieke orgelklanken en wordt daarna vergezeld door duistere keyboards, maar alles blijft zo’n dertien minuten lang wat aanmodderen. We krijgen nog wel Latijn-proclamerende vocalen, serene violen en op-de-achtergrond-opborrelende gitaarlijntjes voorgeschoteld, maar dat verandert niets aan het feit dat dit een zaaddodende meug is. Drummer Lord Of Fog mag na een minuut of acht eindelijk meedoen om nog een vijftal minuten een basis drumbeat te spelen waarover de andere bandleden nog wat rotzooien met oersaaie riffs en solo’s en een ver weggemoffelde scream. Ik snap wel welke sfeer Abysmal Grief poogt neer te zetten, maar dit is ronduit slaapverwekkend. Voor Abysmal Griefs’ bijdrage dien je deze split alvast niet aan te schaffen en wat Abhor betreft, kan je beter voor “Occulta religio” gaan. Overbodige release.

JOKKE: 65/100 (Abhor: 75/100 – Abysmal Grief: 55/100)

Abhor/Abysmal Grief – Legione occulta / Ministerium diaboli (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Abhor – Legione occulta
2. Abhor – Possession obsession
3. Abysmal Grief – Ministerium diaboli