doom

Stellar Master Elite – Hologram temple

Stellar Master Elite – de aandachtigen onder ons weten dat de mosterd voor de bandnaam bij Thorns werd gehaald – is met het kakelverse “Hologram temple” reeds bij langspeler nummer vier aanbeland. De nieuwe plaat behandelt onderwerpen zoals androids, artificial intelligence, de technologische evolutie om de dood te overwinnen en de mening van schrijver Philip K Dick dat we in een hologram leven – vandaar de titel. De loodzware mix aan death, black en doom die het uit Trier afkomstige kwartet produceert, klinkt als het muzikaal equivalent van een atoombom. Knap als je weet dat de band de plaat in haar eigen studio opnam hoewel de drumopnames, mix en mastering in handen waren van Markus Stock en zijn Klangschmiede Studio E. De laaggestemde fuzzy gitaren en bulderende drumaanslagen wekken een energetisch spanningsveld op waarin analoge synthesizers extra vonken geven en dat maar liefst een uur lang waarbij de van dronende noise doorspekte afsluiter “Tetragon” een kwart van de totale speelduur opeist. Het vinnige zwartgeblakerde “The secret of neverending chaos” doet wat aan ons eigenste Gorath denken en in de trage doomy partijen popt een band als Hemelbestormer soms op, maar voor de rest is name dropping in het geval van Stellar Master Elite niet zo voor de hand liggend. Drummer M.S. mept het stof met mokerslagen van zijn vellen en cymbalen maar schuwt sporadische snelheidsuitbarstingen (“Black hole dementia“) niet en gitarist D.F. weet niet alleen verpulverende maar bij wijlen ook emotioneel pakkende riffs uit zijn gitaar te toveren. Voeg daarbij nog de pompende bastonen van T.N. en de diepe bulderende zang van E.K. die nummers als “Null” en “The beast we have created” een death metal-feel geven en je hebt alle ingrediënten voor een apocalyptische brok modern klinkende extreme metal.

JOKKE: 80/100

Stellar Master Elite – Hologram Temple (Unholy Conspiracy Deathwork 2019)
1. Null
2. Freewheel decrypted
3. Apocalypsis
4. Ad infinitum
5. The beast we have created
6. Agitation – Consent – War
7. Black hole dementia
8. The secret of neverending chaos
9. Tetragon

Esben And The Witch – Nowhere

Older terrors“, de vorige plaat van het naar een Deens sprookje vernoemde Esben And The Witch was een magistraal pareltje. Ook live wist het trio me omver te blazen met haar pure en ingetogen maar duisternisomarmende performance. Met het nagelnieuwe “Nowhere” breekt een nieuw hoofdstuk aan in de carrière van de Britse, maar vanuit Duitsland opererende band. “The unspoiled” werd als eerste single vrijgegeven en liet een sound horen die verder borduurde op de twee voorgaande platen. De band gaat bij momenten serieus dreunend te werk waarbij de crashende cymbalen en repetitieve drumritmes een storm lijken aan te kondigen, maar verzeilt regelmatig ook in rustigere wateren waarin keyboards subtiel bijdragen aan het mysterieuze gevoel dat de song opwekt. Ook in de bezwerende opener “A desire for light” speelt Esben And The Witch met de tegenstrijdige elementen ‘licht’ en ‘donker’ zoals we dat ondertussen van hen gewend zijn. Het trio gaat op zoek naar een lichtpuntje in de duisternis middels de dronende gitaren van Thomas Fisher, tribalachtige drums van Daniel Copeman en de betoverende zang van Rachel. De electro- en gothicelementen uit het vroeger werk lijken nu wel volledig tot het verleden te behoren. Tweede single “Dull gret” – vernoemd naar het bekende Breughel schilderij – wordt door de bastonen van Rachel in gang gezet waarna haar zang al snel de instrumenten vervoegt en de band middels hoogtes en laagtes in riffs en texturen een post-rock-aanpak in heuse doomstijl aan het nummer geeft. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de hoge uithalen van Rachel me hier lichtjes irriteren. Godslastering, ik weet het. “Golden purifier” is de kortste en meest mellow-track van “Nowhere” waar de drums – op enkele cymbaalklanken op de achtergrond na – achterwege blijven. Een mooie, beklijvende en breekbare song die als een donkere versie van The xx klinkt. In het dromerige en weemoedige “Seclusion” horen we net als in “Golden purifier” subtiele mannenzang die een extra timbre aan de vocale invulling van de nummers geeft. Na deze twee rustigere songs laat het trio in “Darkness (I too am here)” een laatste keer haar unieke mix van pop psychedelia, post-rock, melancholie, doom en post-punk op de luisteraar los. Ten opzichte van de twee voorgaande albums werd subtiel aan die formule gesleuteld. “Nowhere” klinkt immers nóg somberder en donkerder, hoewel “light” het eerste woord is dat in de albumopener gezongen wordt. Met haar rauwe puurheid is “Nowhere” ook directer. De zes songs zijn vrij compact naar Esben And The Witch-normen waarbij er met een speeltijd van minder dan veertig minuten ook minder lange dromerige psyche-pop te bespeuren vallen. “Nowhere” vereiste – zoals elke Esben And The Witch-plaat – de nodige luisterbeurten alvorens haar geheimen volledige prijs te geven. Extra punten tenslotte nog voor de knappe hoesfoto die de muzikale emoties die we op “Nowhere” te horen krijgen perfect capteert.

JOKKE: 85/100

Esben And The Witch – Nowhere (Season Of Mist 2018)
1. A desire for light
2. Dull gret
3. Golden purifier
4. The unspoiled
5. Seclusion
6. Darkness (I too am here)

Kalmen – Funeral seas

Vanaf de eerste tonen van “Spectral” wordt middels het kraken van hout en het geluid van woeste golven een link gelegd met de albumtitel “Funeral seas“, het tweede album van de Duitse psychedelische doom/black metal-band Kalmen. Op papier leest dit als een interessante kruisbestuiving en ook in realiteit beleefden we al veel luisterplezier aan deze band. “Course hex” uit 2015 was reeds een aardig debuut maar op “Funeral seas” hebben alle bandleden nog een tandje bijgestoken. Met opener “Spectral” krijgen we meteen de langste song van de plaat voorgeschoteld waarbij zware doomriffs en black metal-uithalen een donkere trip in hypnotiserende soundscapes creëren hoewel het er niet zo psychedelisch aan toe gaat als bij een Oranssi Pazuzu. “Thieving sky” blinkt uit in bleekheid en koude steriliteit en is één van de venijnigste songs op de plaat waar de black metal-invloeden ook het meest aan bod komen. Het tempo ligt hier ook hoger dan elders. In “Portal” kiest het kwartet voor een meer lineaire aanpak en druipt de miserie en zwartgalligheid van de riffs en de doorleefde vocalen af. Doordat de band met twee zangers werkt, krijgen we afwisselend diepe growls en hoge screams te horen met af en toe semi-cleane uithalen. “Uninfinite black” klokt op minder dan vier minuten af en moet het hebben van haar mid-tempo repetitieve riff en gekwelde screams. Het zware karakter van de song creëert bovendien een doodsmetalen randje. In het instrumentale “Swansong” zetten trage semi-distorted gitaren minutenlang de toon en is het wachten op een golfstroom die zich rond de drieminutengrens uiteindelijk inzet en langzaamaan aanzwelt tot grotere proporties terwijl een repetitieve onderstroom je meesleurt. Een tsunami blijft echter uit. “Arcane heresies” start met haar jaren ’80 gothic-intro aanvankelijk lichtvoetiger dan de rest van het materiaal maar mondt uiteindelijk uit in een diepe oceaan aan spirituele en psychedelische zwartgalligheid inclusief allerhande vreemde geluidseffecten. Met het via een bezwerende puls naar een climax opbouwende “Searanade” en de uitdijende tonen van wind en een houten schip dat over de golven ploetert, komt er een einde aan deze gekwelde, sombere en apocalyptische plaat. Well done heren en dame!

JOKKE: 82/100

Kalmen – Funeral seas (Ván Records 2018)
1. Spectral
2. Thieving sky
3. Portal
4. Uninfinite black
5. Swansong
6. Arcane heresies
7. Searanade

Misotheist – Misotheist

Wat zit er daar in Trondheim in het water zeg? Met killer releases van o.a. Knokkelklang, Mare en Whoredom Rife voorspel ik reeds een mooie aanwezigheid van Terratur Possessions in mijn eindejaarslijstje. Out of the blue brengt het Noorse label eind november ook nog het debuut uit van Misotheist, een kakelverse nieuwe speler uit de Trondheim-scene die door labelbaas Ole een platform aangereikt krijgt om haar haat jegens God wereldkundig te maken. Meer is er van de band niet geweten: geen social media accounts, geen name dropping van vorige bands en geen ego’s. Let the music do the talking! Op basis van de eerste vrijgegeven track, het elf minuten durende “Beast and soil“, zat er nog heus wat duw-en-trek-werk in mijn top 10 aan te komen. Dit epische nummer zalft onze oren eerst met een Oost-Europees Drudkhiaans-aandoend folky deuntje om vervolgens keihard toe te slaan met repetitieve en opgejaagde black waarin – voor zover die al bestaat – een zekere Terratur-vibe hoorbaar is. Halfweg trakteren de Noren ons op pulserende uithalen om uiteindelijk middels slepende dissonantie in een pakkende apotheose uit te monden waarin het spanningsveld opgezocht wordt tussen blastbeats en een bloedmooie doommelodie. Enig minpuntje is de overgang naar de finale die beter uitgewerkt had kunnen worden. Naast deze geweldige song prijken er op het debuut nog twee andere nummers die qua speelduur en dynamisme alvast niet moeten onderdoen. Opener “Carriers of captivity” vlamt er meteen op los met repetitieve drumsalvo’s, grimmige vocalen en venijnige riffs maar wanneer de drums wegvallen en we het met een passage vol dissonante gitaarklanken moeten doen, verslapt de aandacht doordat de vaart uit het nummer wordt gehaald. Nadien schakelt de band over naar een slepende doom-modus die uiteindelijk terug in een blastfestijn en triomfantelijke riffs uitmondt, waardoor we terug bij de les zijn. Afsluiter “Blood of rats” start met een trage onheilspellende riff in 7/8 waarover rochelende screams dood en verderf zaaien. Het duurt echter niet zo lang alvorens ook hier een vijftigtal versnellingen hoger geschakeld wordt en we de band in haar meest agressieve vorm horen. Er wordt nogmaals teruggekeerd naar onwelriekende mid-tempo regionen om ons tenslotte tot aan het gaatje te bestoken met een zinderende en voortdenderende climax. In de wandelgangen heb ik opgevangen dat een opvolger reeds zou ingeblikt zijn. We zullen dus niet al te lang moeten wachten op nieuw werk van Misotheist. Dit debuut zal volgende maand niet in de allerhoogste regionen eindigen maar klinkt alvast erg veelbelovend!

JOKKE: 82/100

Misotheist – Misotheist (Terratur Possessions 2018)
1. Carriers of captivity
2. Beast and soil
3. Blood of rats

Misotheist_Cover

 

Devouring Star/Caecus – Apostasis

Het Finse Devouring Star is de laatste jaren aan een opmars doorheen de underground scene bezig. In afwachting van haar nieuwe langspeler “The arteries of heresy” die later op het jaar verschijnt, laat de Finse band een samenwerking los met het minder gekende Schotse Caecus. Dit resulteerde in het gezamenlijk gecomponeerde en uitgevoerde, maar liefst achttien minuten durende bastaardkind “Apostasis“. De eerder black metal-gerichte achtergrond van de Fin(nen) levert samen met de death metal-insteek van het Schotse trio een kolossale obscure blackened death-metal sound op die zowel op doom-tempo als in zevende versnelling op ons afgevuurd wordt. Menig doomband is waarschijnlijk stikjaloers op de massieve donderslagen die “Apostasis” uitdeelt en er is voldoende afwisseling te horen zodat het nummer de ganse speeltijd blijft boeien. De kolossale track start als een sludgy mokerslag waarover in reverb gedrenkte vocalen hun gal spuwen totdat het rond de vier minutengrens plots “alle hens aan denk” is en het nummer in volle vaart vooruit schiet. Nadien blijven de muzikanten de spanningsboog opzoeken tussen zware, logge passages en blastwerk waarbij in de finale doodslag de death metal elementen de overhand nemen. Daarna geeft Devouring Star alleen van jetje in het bulderende “A pale monument” dat qua opzet teruggrijpt naar het knappe debuut “Through lung and heart” want met haar meer doomy getinte “Antihedron” EP wist de band me niet volledig te overtuigen. Devouring Star mastermind JL begrijpt dat er niet voortdurend vocalen nodig zijn zodat de voortdenderende cascade aan death en black ook meermaals instrumentaal kan overdonderen. Caecus sluit de EP af met het kort maar krachtige “Ascend to the void” waarin de Schotten wild om zich heen hakken en geen spaander heel laten van al wat op hun weg richting de grote gapende leegte komt. Toffe split van twee bands die adversarialisme als gemeenschappelijke visie hebben.

JOKKE: 80/100

Devouring Star/Caecus – Apostasis (Terratur Possessions 2018)
1. Apostasis – Split track
2. Devouring Star – A pale monument
3. Caecus – Ascend to the void

The Secret – Lux tenebris

Na een dag waarop alles tegensteekt en de negatieve energie lichaam en geest dient te verlaten, grijp ik soms terug naar “Solve et coagula” en “Agnus dei“, twee hondsbrutale platen van The Secret die de perfecte soundtrack vormen om bovenstaand doel te vergemakkelijken. Ik dacht dat de Italianen de pijp ondertussen aan Maarten hadden gegeven, maar plotsklaps liet het kwartet na een afwezigheid van zes jaar en enkele jaren radiostilte tussen de bandleden een teken van leven zien middels enkele live shows en een nieuwe drie songs tellende EP getiteld “Lux tenebris” die een ode vormt aan de eeuwigdurende nacht die ons na het leven en de dood te wachten staat. The Secret kennende zou dat kleinood er met slechts drie songs op een tiental minuten wel opzitten dacht ik, maar ik kom toch bedrogen uit want de nieuwe nummers tikken allemaal boven de vijfenhalve minuut af. De primordiale destructieve agressie waarvoor de band gekend stond, is nog wel aanwezig maar de minimalistische aanpak van de hierboven vermelde platen heeft ruimte gemaakt voor meer gelaagd gitaarwerk waarin verschillende texturen hoorbaar zijn. Gitarist Michael Bertoldini (tevens labeleigenaar van Argento Records en live-gitarist van Verwoed) hanteerde ook synthesizers om de sound aan te dikken hoewel dat erg subtiel gebeurde in o.a. “Cupio dissolvi“. Het instrumentale “Vertigo” bijt de spits af en is een traag beukende sloophamer die bij elke mokerslag een stukje absolute duisternis in je kop ramt. Niet alleen de riffs maar ook de zwaar ronkende lage tonen van Lorenzo Gulminelli (ook actief in Hierophant) doen de prut uit de oren spatten. In “The sorrowful void” mag schreeuwlelijk Marco Coslovich voor het eerst voluit gaan en slaat de band alles een bezetene om zich heen. We horen de gekende explosieve mix van black metal en grindcore hoewel de song nadien ook weer wat gas terug neemt maar nog steeds even vernietigend klinkt. Aan het einde van het nummer stijgt een apocalyptisch klinkende melodie uit boven de Zweedse kettingzaagsound die dikke boomstammen in flinterdunne plankjes zaagt. In “Cupio dissolvi” mag drummer Tommaso Corte laten zien welke verpulverende snelheden hij uit zijn armen en benen kan persen maar opnieuw duiken de heren even later terug naar lager gelegen doomregionen waarbij een repetitieve black metalgetinte gitaarriff de toon zet. Die dynamische aanpak loont en doet de snelle partijen nog meer overrompelend klinken. De alles vermorzelende sound werd vastgelegd door Steve Scanu en gemastered door Boatright in de Audiosiege Studio waar wel meer Southern Lord bands passeren. Deze EP maakt deel uit van een achtdelige vinylserie die naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van het label uitgebracht zal worden. De andere bands zijn The Want, Toadliquor, Thorr’s Hammer, Sunn O))), Rein Sanction en nog twee nader te bepalen acts. Interessant voor de liefhebbers en verzamelaars. De donkerste en meest destructieve band van Italië is in elk geval terug en hoe! Nu snel een langspeler per favore!

JOKKE: 85/100

The Secret – Lux tenebris (Southern Lord 2018)
1. Vertigo
2. The sorrowful void
3. Cupio dissolvi