doom

Emma Ruth Rundle & Thou – May our chambers be full

Muzikale samenwerkingen in het heavy muziekgenre. Er valt veel over te zeggen want geslaagd kunnen we ze niet altijd noemen (remember Lou Reed en Metallica?). Een belangrijke drijvende factor in muzikale collaboraties of commissioned pieces is het Nederlandse Roadburn Festival: zo zouden we het afgelopen jaar getrakteerd worden op een muzikaal spektakel waarvoor James Kent aka Perturbator zijn krachten bundelde met Cult of Luna’s Johannes Persson. Het heeft echter niet mogen zijn en voorlopig zullen we nog even op het resultaat moeten wachten. In 2019 echter deelden Emma Ruth Rundle en Thou samen het podium en in de nasleep ervan volgde de studioplaat “May our chambers be full“. De live show heb ik slechts voor een klein stukje kunnen meepikken aangezien ik te laat in de zaal binnen geraakte na het overdonderende optreden van Fauna. Ik was met andere woorden erg benieuwd naar deze plaat, te meer daar ik sinds Emma’s optreden op datzelfde Roadburn (maar dan in 2017) volledig in de ban ben van deze charismatische singersongwritster. Haar laatste plaat “On dark horses” zou in mijn valies steken als ik maar vijf albums zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland, om maar te zeggen… Thou, daarentegen, is een doom/sludge gezelschap dat ik slechts van op de zijlijn volg; “Heathen” uit 2014 is de enige plaat uit hun omvangrijke discografie die in mijn platenkast prijkt. De handen in mekaar slaan, deden ze al eerder met The Body. Maar dus, “May our chambers be full“, de plaat is al een maand of 2 uit, maar het duurde even om ze volledig te laten inwerken. Het bleek de ideale soundtrack te worden voor de afgelopen grijze en sombere herfstmaanden. Thema’s als mentale trauma’s en existentiële crisissen komen in dit seizoen dan ook beter tot hun recht. De galmende gitaareffecten die opener “Killing floor” inluiden, doen meteen herinneren aan Emma’s postrockverleden met Red Sparowes en Mariages. Nadien knalt het nummer met een slepend tempo uit de boxen maar er worden ook bloedmooie melodieuze oorden verkend en de zalvende, melancholische zang van Emma blend wondermooi met het felle gekrijs van Thou frontman Bryan Funck. “Monolith” doet zijn naam alle eer aan en in dit heavy nummer wordt, net als in “Ancestral recall“, een gezamenlijke voorliefde voor grunge en de Seattle scene van de jaren ’90 duidelijk. Een geluid dat me in dit specifiek geval persoonlijk wat minder ligt, vooral de heldere zang van Thou zangeres KC Stafford (of is het toch Emma?) weet me in “Monolith” niet te pakken, maar de modderige Deftones raakvakken maken dan weer veel goed. De logge moerasachtige sludgeklanken van nummers als “Out of existence” en “Into being” in combinatie met Emma’s dromerige en frêle zang, zorgen wel voor mooie pakkende contrasten, zeker ook wanneer de zangeres in dat laatste nummer ook enkele folky accenten legt. “Magickal cost” zet volop in op postrockakkoorden maar in de sludge-explosie is ook plaats voor een haast grindcoreachtige uitbarsting, dat hadden we even niet zien aankomen! Het hoogtepunt van “May our chambers be full” vinden we helemaal achteraan in het net geen negen minuten durende “The valley“. Op het eerste gehoor leek het maar een traag voortkabbelend nummer te zijn, maar toen ik met de dochter in mijn armen op de zetel lag te snoezelen, openbaarde het haar schoonheid. Vioolstrijkers, percussie en clean gitaargetokkel, vergezeld van Emma’s breekbare en zalvende zang (deze passage benadert haar solowerk het meest) zwellen langzaam aan totdat een explosie onvermijdelijk wordt en Funck zijn krijsbanden terug de vrije loop laat gaan. De catharsis is compleet! Wat een song en wat een finale! “May our chambers be full” is een plaat met vele zichten. Beide artiesten weten de schoonheid die in de duisternis van elkaars muziek ligt eruit te puren wat enkele betoverende passages oplevert, of het nu op een ingetogen of bulderende en beukende manier is. De meer grungy songs scoren dan weer minder. Met 36 minuten speeltijd is “May our chambers be full” eerder een mager beestje maar in de nasleep ervan zal de “The helm of sorrow” EP nog uitkomen met o.a. een geslaagde cover van “Hollywood” van The Cranberries.

JOKKE: 82/100

Emma Ruth Rundle & Thou – May our chambers be full (Sacred Bones Records 2020)
1. Killing floor
2. Monolith
3. Out of existence
4. Ancestral recall
5. Magickal cost
6. Into being
7. The valley

Briqueville – Quelle

Anonimiteit is het nieuwe normaal geworden in de metalscene. Het verbergen van gelaat en identiteit creëert gelijkheid en voorkomt de verafgoding van een persoonlijkheid. Nu, na verloop van tijd lekken de namen van gemaskerde muzikanten meestal wel uit. Zo niet bij onze landgenoten Briqueville die steevast op en naast het podium in zwarte Nazgûlgewaden en gouden maskers gehuld zijn. Het self-titled debuut uit 2014 klonk veelbelovend, maar van de opvolger “I I” uit 2017 hebben we enkel live enkele nummers gehoord, die ons een pak minder konden bekoren. De band uit het Waasland (ga zelf maar op zoek naar het dorp waaraan de bandnaam ontsproten is) is ondertussen toe aan zijn derde langspeler waarop acht nieuwe, naar goede gewoonte instrumentale, aktes prijken. Recensies die we in de mainstream pers van “Quelle” zagen verschijnen, strooiden de superlatieven kwistig in het rond; Briqueville lijkt wel het nieuwe Amenra te zijn. We mogen best wat meer chauvinistisch zijn op gebied van onze vaderlandse muziekscene, maar wie het heavy genre al wat langer dan vandaag volgt, bekijkt dit collectief misschien toch net wat meer nuchter. Sommige beukende slepende composities zoals de openende akte walsen ons immers niet plat, daarvoor lopen er zwaardere en meer effectieve bands genre Bongripper rond. En ook “Akte XV” en het wat te langdradige afsluitende “Akte XV” wijken niet van de platgereden post-metal/sludge/doom-paden af. Het meer dreigende en apocalyptisch aanvoelende “Akte IX” scoort al beter, net als het meer hoekige, groovende en dronende “Akte XII“. Wat ons betreft is het gemaskerde gezelschap echter op haar best in een song als het op een kwartier afklokkende rustig opbouwende “Akte X” waarin de meer psychedelische kaart getrokken wordt die een soort meditatieve loomheid opwekt en de composities ook een Oosterse tint meegeeft. “Akte XI” en het uit een altijd aanstekelijk werkende zeven achtste maatsoort opgetrokken “Akte XIII” gaat nog een stap verder qua hypnotiserende warmbloedige klanken en bands als Om en Bong komen dan al snel vanachter een in de snikhete woestijn verdwaalde kameel piepen. Die broeierige atmosfeer komt ook naar voor in de hieronder geplaatste videoclip voor het reeds aangehaalde “Akte XV“, die uiteindelijk een kortfilm is geworden en gefilmd werd op een locatie die even goed zou kunnen dienen als inspiratie voor een Kyuss album, waar de band en acteur op de warmste dag van het jaar temperaturen van 40°C trotseerden om toch maar de perfecte toon qua visueel aspect neer te zetten. Het album en de bijhorende clip zijn een reflectie van wat er in dit bevreemdende jaar 2020 aan de hand is. Om te kunnen (over)leven moeten we onze grootste angsten (isolement, eenzaamheid en afzondering) opzij zetten en het leven met opgeheven hoofd trotseren. Met het tijdens de quarantaine geschreven “Quelle” gaat Briqueville op zoek naar het verbindingselement tussen enerzijds het ruwe, het duistere, het mysterieuze, het psychedelische, het zware en het buitenaardse en anderzijds een liefde voor schoonheid en melodie. Deze zoektocht resulteerde in een plaat met tal van beklijvende momenten, maar die nog niet over de ganse lijn écht weet te overtuigen. Vooral halfweg houdt “Quelle” ons stevig in haar greep. Desalniettemin een stevige aanrader voor fans van Hemelbestormer, Sleep, en de aangehaalde referenties.

JOKKE: 82/100

Briqueville – Quelle (Pelagic Records 2020)
1. Akte VIII
2. Akte IX
3. Akte X
4. Akte XI
5. Akte XII
6. Akte XIII
7. Akte XIV
8. Akte XV

Voluptas – Towards the great white nothing

Al ronddolend in de wandelgangen van de blackmetalscene werd me het volwaardig debuut “Towards the great white nothing” van het voor mij onbekende Voluptas getipt. Het Praagse kwintet bracht in 2016 reeds een EP uit en diens titel “Ved rums ende” verklapt al een klein beetje waar deze heren de mosterd halen. De basis voor de vijf nieuwe nummers is ontegensprekelijk klassieke Scandinavische black, maar net als bv. een band als het avantgardistische Ved Buens Ende, is ook Voluptas niet vies van wat geëxperimenteer en slagen ze te pas en te onpas interessante, soms psychedelische zijpaden in om even later hun extreme koers terug voort te zetten. Ook Dødheimsgard’s satanische kunst is hen blijkbaar niet vreemd als je luistert naar opener “Crystalline key“. In een nummer als “Thargelia” transmuteren de muzikanten van agressieve black à la Mayhem ten tijde van “Wolf’s lair abyss” en jengelende arpeggio’s naar doom geïnspireerde passages waarin de hoge screams ingeruild worden voor diepere gutturale vocalen. “Of gnosis and agony” is dan weer een evenwichtsoefening in shape-shifting tussen traditionele black, ritmische partijen, psychedelische passages en een punky ondertoon. De blastbeats, het tremelo picking gitaarwerk en de krijszang van “Between terror and Erebus” vormen zowat het meest straightforward nummer van “Towards the great nothing“, hoewel er ook ruimte gelaten wordt voor een swingend intermezzo waarin de basgitaar wulps ronddartelt. Deze song staat in contrast met de meer dan dertien minuten durende afsluiter “Desert twilight” die haar naam alvast niet gestolen heeft, want plotsklaps wanen we ons ergens in het Midden-Oosten dankzij de repetitieve openende psychedelische oosterse gitaarakkoorden die een hypnotiserend tranceopwekkend effect uitoefenen. We merken ook subtiele saxofoongeluiden op die in de finale van dit epos nog zullen terugkeren. Plotsklaps stuwen de diepe keelgeluiden van de zanger het nummer in een doomrichting, om even later weer meer extremere metaloorden op te zoeken waar snijdende riffs en blastende drums het mooie weer maken. Wanneer de sax opnieuw opduikt, is het om de atmosfeer om te toveren naar spookachtige jazz die na enkele minuten uitmondt in ambient en noise maar eerder als plaatvulling overkomt. Ondanks deze misplaatste eindnoot, blijkt Voluptas een aangename ontdekking te zijn doordat ze met “Towards the great white nothing” een avontuurlijke en creatieve plaat hebben afgeleverd die positief opvalt tussen al het old-school blackmetalgeweld.

JOKKE: 78/100

Voluptas – Towards the great white nothing (MetalGate 2020)
1. Crystalline key
2. Thargelia
3. Of gnosis and agony
4. Between terror and Erebus
5. Desert twilight

Häxenzijrkell – Die Nachtseite

Na wat kleinere releases zoals demo’s, EP’s en splits, achtte het Duitse Häxenzijrkell de tijd eindelijk rijp voor een volwaardige langspeler. En alzo geschiedde en landde “Die Nachtseite” via Amor Fati Productions op onze digitale deurmat. De intentie van zanger/gitarist MK (Iapetos, Lichtzehrer, Rraaumm) en drummer P (Iapetos) is nog steeds hetzelfde als in den beginne: rauwe en resolute blackmetal creëren die een ode brengt aan the mysteries of the beyond. Het duo kijkt doorgaans niet op een minuutje meer of minder en dat is opnieuw het geval in het in drie rituelen (het Pad, de Vlam en het Ontwaken) opgesplitste “Die Nachtseite” waarbij elke deel op een double digit songlengte afklokt. Muzikaal gaat Häxenzijrkell verder waar de recente split met Brånd ophield en worden dreigende en epische klankmuren opgetrokken die het ene moment ruimtelijke klinken om even later de luisteraar in een verstikkende roes van wanhoop en angst onder te dompelen. De versterkers creëren feedback die welig doorheen de songs giert en de zich grotendeels traag voortslepende – hoewel de heren ook in een maniakale catharsis kunnen uitbarsten – sinistere atmosfeer sluipt als een uitdijende mist op je af en brengt je in een transcendentale staat. Regelmatig bekruipt me het angstvallige gevoel naar een downtempo versie van het geweldige Throne Of Katharsis te luisteren. Naast het gekende recept van obscure Duitstalige samples die de heren met hun soms ietwat monotone instrumentale basis verweven, worden de schaarse vocalen op een ritualistische manier ingezet: van krijsende wanhoop over sacrale heldere hallucinogene zang tot dronend gefluister. Subtiele synthpartijen doen enige lichtstralen door de pikzwarte massa schijnen, maar voor de overige 95% is de sfeer griezelig en horroresk. “Die Nachtseite” voelt absoluut als blackmetal aan in zijn esthetiek, zang en benadering maar de riffs en structuren schuren ook tegen een slepende doommentaliteit aan. Onderga deze beknellende luisterervaring!

JOKKE: 84/100

Häxenzijrkell – Die Nachtseite (Amor Fati Productions 2020)
1. Part 1: Auf der Schwelle
2. Part 2: Unter sieben Sternen
3. Part 3: Im Labyrinth der Dunkelheit

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm

Het is nog niet zo gek lang geleden dat Kosmokrator ons verblijdde met diens puike langspeler “Through ruin…behold” en toch borrelen er alweer drie nieuwe nummers uit de diepte op. Deze werden voor de gelegenheid gebundeld met vier composities van het Duitse Hadopelagyal die we nog kennen van hun veelbelovende cryptisch getitelde demo “XXXVI XXXI N XXV XXVIII O. Op zich een logische combo aangezien beide bands een soort van sepulchrale death metal spelen die uit zompige graven sijpelt en tevens niet vies is van een streepje doom. Onze landgenoten bijten de spits af met het nummer “Kosmokratoras II – Boundless” waarvan het eerste deel op de vorige langspeler prijkte. De typerende wisselwerking tussen echoënde grunts en heldere vocalen is aanwezig en het snelle werk wordt onderbroken door heftig beukende tragere passages. De titel van het daaropvolgende “Voos” deed me de wenkbrauwen fronsen daar het nu niet meteen een woord is dat ik aan de band link. Het betreft hier echter een cover van het gelijknamige Lugubrum-nummer van diens legendarische album “De totem” uit 1999. Dit nummer is opgebouwd aan de hand van een killer riff waarbij het tempo vele malen hoger ligt dan bij het origineel. De snare, basdrum en ride houden een strakke snelheid aan om pas naar het einde toe wat te matigen. Kosmokrator jaagt het nummer er dan ook in een kleine vijf minuten door terwijl Lugubrum er meer dan zes minuten voor nodig had. Vanzelfsprekend sijpelt er een black metal-sfeertje door de doodsmetalen aanpak heen, maar het verdient hulde voor de eigen aanpak die aan het nummer gegeven werd. Voor het laatste nummer “Verzopen goden” koos Kosmokrator voor de eerste keer voor een titel in de moedertaal hoewel het niet goed hoorbaar is of ook de tekst in het Nederlands vertolkt wordt. Het tempo gaat hier serieus de dieperik in en is niet zo zeer een écht nummer, maar eerder een aaneenreiging van apocalyptisch beukende death/doom waarbij tal van geluidseffecten de ondergang van het godendom inluiden. Eens de goden kopje onder zijn, zinken ze verder de dieperik in tot ze op meer dan 6.000 meter diepte in de hadopelagische zone terecht komen. Hier nemen de Duitsers het roer over. De Grieks getitelde intro laat allerhande onheilspellende geluiden horen die de diepzee onderwereld als het ware belichamen. Zanger/gitarist Hekla (tevens actief in Gneterswart die hier binnenkort ook passeren) en drummer Augur houden er een woestere aanpak op na waarbij het lijkt alsof het zaakje onder water opgenomen werd want de sound is toch wel een pak zompiger vergeleken met die van Kosmokrator en verwachten we eerder van een demo. Het duo integreert heel wat mid-tempo riffs in hun death metal en het zaakje piept en kraakt langs alle kanten. Wanneer er zoals in het repetitievere “Hebenon vial” wat black metal elementen doorheen sluimeren vind ik de band het best te pruimen. “The orphic chasm” is best een geslaagde split voor liefhebbers van archaïsche death/doom met een vleugje black.

JOKKE: 82/100 (Kosmokrator: 85/100 – Hadopelagyal: 79/100)

Kosmokrator/Hadopelagyal – The orphic chasm (Ván Records 2020)
1. Kosmokrator – Kosmokratoras II – Boundless
2. Kosmokrator – Voos
3. Kosmokrator – Verzopen goden
4. Hadopelagyal – αἰθαλοὺς πέλαγος
5. Hadopelagyal – No spirit is willing to wing into the light
6. Hadopelagyal – Invocation of abomination’s excrements
7. Hadopelagyal – Hebenon vial

Throatsnapper – About the dead

Throatsnapper is een naam die de fervente concertganger van de Lage Landen waarschijnlijk al meermaals op een podium is tegengekomen. Vier jaar na de gelijknamige EP, is het tijd voor het echte werk en leveren de vier Antwerpenaars een eerste langspeler aan waarvoor het eigenwijze Consouling Sounds bereid gevonden werd het onding te verspreiden. “About the dead” is het naamkaartje dat de plaat meekreeg en titels als “From wood to gallows” en “Dodenmars” maken, net als het knappe artwork, meteen duidelijk waar de teksten zoal over handelen. Throatsnapper speelt een mix van sludge, post-metal en doom die dankzij een Much Luve Studio-productie en mastering door Maurice de Jong (Gnaw Their Tongues) loodzwaar uit de boxen knalt. Het is echter niet 36 minuten lang het cement uit de voegen blazen zoals in opener “Another way” want het daaropvolgende “From wood to gallows” kent ook vele slepende passages. Met de zang wordt gedoseerd omgegaan, maar wanneer de bulderende en echoënde vocalen van bassist Wouter Goolaerts losbarsten, schreeuwen ze een verhaal vol pijn, leed en smart. Het van een bijzondere videoclip voorziene “Why” is hier een mooi voorbeeld van. Gitaartandem Jannick Van den Bogaert (Seethr, ex-Slecht) en Jens DePetter (ex-Lemuria en ex-My Lament) schipperen voortdurend heen en weer tussen sludgeriffs, melodieuze leads en naar post-metal neigende climaxen. Drummer Jan Cassiers (ex-Slecht) laat horen veel vooruitgang te hebben geboekt en wisselt vlotjes tussen verschillende tempo’s. Throatsnapper speelt niet de meest heftige sludge vol sloophamerriffs, maar weet door het vernuftig inbouwen van meeslepende melodieën zoals in “To Hades” en “Dodenmars” en pakkende zang een beklijvend werkje neer te zetten. Chapeau!

JOKKE: 82/100

Throatsnapper – About the dead (Consouling Sounds 2019)
1. Another way
2. From wood to gallows
3. Why
4. Wintermoon
5. To Hades
6. Dodenmars

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November