doom

Devouring Star/Caecus – Apostasis

Het Finse Devouring Star is de laatste jaren aan een opmars doorheen de underground scene bezig. In afwachting van haar nieuwe langspeler “The arteries of heresy” die later op het jaar verschijnt, laat de Finse band een samenwerking los met het minder gekende Schotse Caecus. Dit resulteerde in het gezamenlijk gecomponeerde en uitgevoerde, maar liefst achttien minuten durende bastaardkind “Apostasis“. De eerder black metal-gerichte achtergrond van de Fin(nen) levert samen met de death metal-insteek van het Schotse trio een kolossale obscure blackened death-metal sound op die zowel op doom-tempo als in zevende versnelling op ons afgevuurd wordt. Menig doomband is waarschijnlijk stikjaloers op de massieve donderslagen die “Apostasis” uitdeelt en er is voldoende afwisseling te horen zodat het nummer de ganse speeltijd blijft boeien. De kolossale track start als een sludgy mokerslag waarover in reverb gedrenkte vocalen hun gal spuwen totdat het rond de vier minutengrens plots “alle hens aan denk” is en het nummer in volle vaart vooruit schiet. Nadien blijven de muzikanten de spanningsboog opzoeken tussen zware, logge passages en blastwerk waarbij in de finale doodslag de death metal elementen de overhand nemen. Daarna geeft Devouring Star alleen van jetje in het bulderende “A pale monument” dat qua opzet teruggrijpt naar het knappe debuut “Through lung and heart” want met haar meer doomy getinte “Antihedron” EP wist de band me niet volledig te overtuigen. Devouring Star mastermind JL begrijpt dat er niet voortdurend vocalen nodig zijn zodat de voortdenderende cascade aan death en black ook meermaals instrumentaal kan overdonderen. Caecus sluit de EP af met het kort maar krachtige “Ascend to the void” waarin de Schotten wild om zich heen hakken en geen spaander heel laten van al wat op hun weg richting de grote gapende leegte komt. Toffe split van twee bands die adversarialisme als gemeenschappelijke visie hebben.

JOKKE: 80/100

Devouring Star/Caecus – Apostasis (Terratur Possessions 2018)
1. Apostasis – Split track
2. Devouring Star – A pale monument
3. Caecus – Ascend to the void

The Secret – Lux tenebris

Na een dag waarop alles tegensteekt en de negatieve energie lichaam en geest dient te verlaten, grijp ik soms terug naar “Solve et coagula” en “Agnus dei“, twee hondsbrutale platen van The Secret die de perfecte soundtrack vormen om bovenstaand doel te vergemakkelijken. Ik dacht dat de Italianen de pijp ondertussen aan Maarten hadden gegeven, maar plotsklaps liet het kwartet na een afwezigheid van zes jaar en enkele jaren radiostilte tussen de bandleden een teken van leven zien middels enkele live shows en een nieuwe drie songs tellende EP getiteld “Lux tenebris” die een ode vormt aan de eeuwigdurende nacht die ons na het leven en de dood te wachten staat. The Secret kennende zou dat kleinood er met slechts drie songs op een tiental minuten wel opzitten dacht ik, maar ik kom toch bedrogen uit want de nieuwe nummers tikken allemaal boven de vijfenhalve minuut af. De primordiale destructieve agressie waarvoor de band gekend stond, is nog wel aanwezig maar de minimalistische aanpak van de hierboven vermelde platen heeft ruimte gemaakt voor meer gelaagd gitaarwerk waarin verschillende texturen hoorbaar zijn. Gitarist Michael Bertoldini (tevens labeleigenaar van Argento Records en live-gitarist van Verwoed) hanteerde ook synthesizers om de sound aan te dikken hoewel dat erg subtiel gebeurde in o.a. “Cupio dissolvi“. Het instrumentale “Vertigo” bijt de spits af en is een traag beukende sloophamer die bij elke mokerslag een stukje absolute duisternis in je kop ramt. Niet alleen de riffs maar ook de zwaar ronkende lage tonen van Lorenzo Gulminelli (ook actief in Hierophant) doen de prut uit de oren spatten. In “The sorrowful void” mag schreeuwlelijk Marco Coslovich voor het eerst voluit gaan en slaat de band alles een bezetene om zich heen. We horen de gekende explosieve mix van black metal en grindcore hoewel de song nadien ook weer wat gas terug neemt maar nog steeds even vernietigend klinkt. Aan het einde van het nummer stijgt een apocalyptisch klinkende melodie uit boven de Zweedse kettingzaagsound die dikke boomstammen in flinterdunne plankjes zaagt. In “Cupio dissolvi” mag drummer Tommaso Corte laten zien welke verpulverende snelheden hij uit zijn armen en benen kan persen maar opnieuw duiken de heren even later terug naar lager gelegen doomregionen waarbij een repetitieve black metalgetinte gitaarriff de toon zet. Die dynamische aanpak loont en doet de snelle partijen nog meer overrompelend klinken. De alles vermorzelende sound werd vastgelegd door Steve Scanu en gemastered door Boatright in de Audiosiege Studio waar wel meer Southern Lord bands passeren. Deze EP maakt deel uit van een achtdelige vinylserie die naar aanleiding van het twintigjarige bestaan van het label uitgebracht zal worden. De andere bands zijn The Want, Toadliquor, Thorr’s Hammer, Sunn O))), Rein Sanction en nog twee nader te bepalen acts. Interessant voor de liefhebbers en verzamelaars. De donkerste en meest destructieve band van Italië is in elk geval terug en hoe! Nu snel een langspeler per favore!

JOKKE: 85/100

The Secret – Lux tenebris (Southern Lord 2018)
1. Vertigo
2. The sorrowful void
3. Cupio dissolvi

Isenordal/Void Omnia – Split

Split-releases zijn nog altijd een ideale manier om via een gekende band een onbekende te ontdekken. Alzo geschiedde dat deze keer door de samenwerking die het door ons geliefde Amerikaanse Void Omnia aanging met haar landgenoten Isenordal, een naam die niet meteen een belletje deed rinkelen. Het sextet dat blijkbaar aan het begin van de maand haar tweede langspeler uitbracht, krijgt de eer om de boel op gang te trekken. Door de combo met Void Omnia had ik ergens black metal verwacht, maar ik blijk al gauw bedrogen uit te komen want het geluid van de band uit Seattle situeert zich in trage doomregionen, zij het met een pagan-, folk en black metal-invalshoek. “Eternal winter of the mind” kent een atmosferische start waarbij mannelijke en vrouwelijke samenzang de toon zetten over sereen gitaargetokkel waarna vioolklanken langzaamaan aanzwellen totdat iets na drie minuten speeltijd trage drums en diepe grunts invallen en de boel opentrekken. Als we doom en violen combineren is My Dying Bride natuurlijk nooit veraf en de sfeer schippert tussen dreigende, melancholische en hoopvolle klanken. Zangeres Marisa Kaye Janke eist een grote rol op en heeft – in tegenstelling tot wat haar familienaam doet vermoeden – best een goede stem die bij momenten aan Amy Lee (Evanescence) doet denken. Ik heb ooit eens één nummer van Draconian gehoord (“Death, come near me“) en dat geluid kan ook best als referentie dienen. Verderop in het nummer schakelt het sextet trapsgewijs enkele versnellingen hoger en wordt de sfeer geleidelijk aan zwarter, maar het geheel komt wat rommelig over doordat er plots te veel dingen tegelijk gebeuren. Wat mij betreft hadden de black metal-stukken dan ook weggelaten mogen worden in het nummer dat nu op een kwartier speeltijd afklokt. Laat het spelen van black metal maar over aan Void Omnia dat met haar tweede langspeler “Dying light” reeds op Addergebroed passeerde. Zoals we van het kwintet gekend zijn, vallen ze meteen met de deur in huis en razen ze ongenadig doorheen “The terror which traipse unseen in slumber” dat een typisch USBM Westkust geluid laat horen waarin ijle screams, vinnig en snel drumwerk en striemende riffs de toon zetten. Ook “Of oak and soil” geeft een fikse pandoering maar is iets dynamischer van opbouw. In “Disdain reprieve” duikelt het tempo naar beneden en schemert een Oost-Europees triomfantelijk gevoel doorheen de riffs. Niet slecht, maar Void Omnia vind ik dan weer meer overtuigen in het snelle en felle werk hoewel de korte instrumentale track uiteindelijk ook nog wel openbarst. Geen must have-split wat mij betreft, maar wel een interessante combinatie van stijlen.

JOKKE: 78/100 (Isenordal: 76/100 – Void Omnia: 80/100)

Isenordal/Void Omnia – Split Eternal Warfare Records/Vendetta Records 2018)
1. Isenordal – Eternal winter of the mind
2. Void Omnia – The terror which traipse unseen in slumber
3. Void Omnia – Of oak and soil
4. Void Omnia – Disdain reprieve

 

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night

 

Yob – Our raw heart

Het is enkele jaar stil geweest in het kamp van het ronduit fantastische Yob. Dat was vooral te wijten aan de gezondheidsperikelen van de flamboyante frontman/gitarist Mike Scheidt, wiens leven zelfs even aan een zijden draadje heeft gehangen. We zijn maar al te blij dat Mike zo goed als terug de oude is en dat er vier jaar na het magistrale “Clearing the path to ascend“, dat toen in heel wat eindejaarslijstjes prijkte, opnieuw vers plaatwerk is. “Our raw heart” werd het beestje gedoopt en staat tot aan het gaatje vol met hoogstaande stoner/doom. Er prijken maar liefst zeven songs (wat veel is naar Yob-normen) op de tracklist van de van-een-kleurrijke-hoes-voorziene plaat, waarvan er dan nog eens twee ruim een kwartier duren, wat de totale speelduur om meer dan zeventig minuten brengt. We zijn natuurlijk niets anders gewoon van het trio dat naast Mike bestaat uit drummer Travis Foster en bassist Aaron Rieseberg. Openen doen de heren met “Ablaze“, een typisch Yob-nummer dat al hun gekende ingrediënten bevat: logge ritmes, een slepende flow en de typische van-effecten-bulkende cleane zang van de frontman. In het daaropvolgende dreigende en donkere “The screen” krijgen we echter een afwijkende sound voorgeschoteld waarin Mike’s vocalen een pak ruwer klinken en een distorted riff bijna tien minuten lang hetzelfde patroon herhaalt. Iets te veel van het goede als je het mij vraagt en het haalt de vaart uit de plaat. Ik hoor Yob dan ook liever aan het werk wanneer ze een weidse, open sound neerzetten, zoals in opvolger “In reverie” die massiever klinkt, maar opnieuw wat variatie mist om tien minuten lang te kunnen boeien. “Lungs reach” vormt met haar ambient, drone en in reverb gedrenkte achtergrondgeluiden een rustpunt op de plaat, hoewel de band halverwege het nummer plots toch enorm zwaar uithaalt en Mike’s oerkreten een zekere overlevingsdrang uitroepen. Op de voorganger was het afsluiter “Marrow” die de kippenvelfactor in het rood deed gaan, op “Our raw heart” is die taak weggelegd voor het kwartier durende “Beauty in falling leaves” dat ons meermaals tot tranen toe beroert. Mike’s zang klinkt breekbaar en puur, de gitaarlijnen dwarrelen doorheen het nummer als neervallende bladeren en melancholische klanken nemen de boventoon. Als de distortionpedaal dan toch eens ingedrukt wordt, horen we Yob op haar best en is Black Sabbath niet veraf. De gitaargolven dreunen eindeloos door maar kruipen onder je vel en laten je niet onberoerd. Het contrast met het bulderende “Original face” kan niet groter zijn en laat een crossover horen tussen doom en met punk doorspekte metal. De zang klinkt enorm rauw en diep en de muziek knipoogt naar Vhöl, het zijproject van Mike en enkele leden van Agalloch, Ludicra en Hammers of Misfortune. In de monumentale titeltrack die doorspekt is met psychedelisch gitaarwerk, is de aanpak softer, maar daarom niet minder “heavy“. Mike bezingt hier zijn geworstel met zijn mortaliteit (“Drained and filled again / Temple to a nameless soul / Beckoning my restless ghost /From holes in my gut / To love from miracles / Silver climbed the walls / Eyeless looking on / It’s looking still / Drawn by a mortal thread / To an ever shifting weave / Known better by my bones / Than my eyes can see“) en de levenswil die hij hierdoor gekregen heeft. Want ondanks de emotionele ups en downs die er in de teksten te lezen zijn, mogen we “Our raw heart” vooral als een ode aan het leven beschouwen.

JOKKE: 87/100

Yob – Our raw heart (Relapse Records 2018)
1. Ablaze
2. The screen
3. In reverie
4. Lungs reach
5. Beauty in falling leaves
6. Original face
7. Our raw heart