drudkh

Dumal – The confessor

The lesser God“, het in 2017 verschenen debuutalbum van het Amerikaanse Dumal, had eigenlijk best meer aandacht mogen krijgen, want we beschouwen dit werk als ondergewaardeerd, hoewel de eerlijkheid ons gebied te zeggen dat deze plaat ook bij ons wat ondergesneeuwd geraakte in de stortvloed aan nieuwe releases. Gelukkig zorgt het verschijnen van de opvolger “The confessor” dat we het debuut nog eens kunnen afstoffen. Met “The confessor” en diens geweldige opener “Devour the child” gaat het uit Pennsylvania afkomstige trio resoluut verder daar waar “Spring will never come“, de afsluiter van de voorganger, drie jaar geleden ophield. Riff-georiënteerde black met een groot oor voor catchy melodieën zonder agressie en verbetenheid echter uit het oog te verliezen. Het amalgaam aan Scandinavische en niet-Scandinavische referenties uit mijn vorige review gaat nog steeds op. Taake voor de kille grimmigheid, Arckanum voor de heidense en folky invloed in het riffwerk, Sacramentum voor de Zweedse melodieuze insteek, Mgła voor de goed in het gehoor liggende catchiness en Drudkh voor de melancholie. Werkelijk de ene na de andere gave riff wordt op ons afgevuurd en voor ademhappen is er deze keer geen ruimte gelaten, hoewel het tempo natuurlijk ook geen drie kwartier lang strak aangespannen blijft. Zo is afsluiter “Amalgamation: Time, space, and circumstance” een heerlijke mid-tempo kraker en ook “Through fields of peasant graves“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste compositie op de plaat is, kent een meer langzame ingetogen instrumentale en atmosferische aanloop. Vocaal gezien leunt het stemgeluid van zanger/bassist Adam Siatkowski naar dat van Nachtmystium’s enfant terrible Blake Judd, een mooie referentie wat mij betreft. Dumal musiceert de hele rit lang op een hoog niveau wat het dan ook moeilijk maakt om uitschieters op te sommen, hoewel nummers als de opzwepende en mee headbangbare opener “Devour the child“, het naar Nachtmystium neigende “Some ritual” en het venijnige godslasterende “Black tendrils of Christ” er misschien nog net een tikkeltje bovenuit steken. Wat een hels trio om je plaat mee te openen, maar zoals gezegd wordt het hoge niveau constant aangehouden en kakt de plaat verderop dus hoegenaamd niet in. Hoewel atmosfeer natuurlijk voor zowat elke blackmetalband belangrijk is, maakt Dumal vooral middels diens uitstekende neus voor pakkende riffs en heerlijke melodieën een goede beurt. Vakmanschap!

JOKKE: 84/100

Dumal – The confessor (Vigor Deconstruct/Fólkvangr 2020)
1. Devour the child
2. Some ritual
3. Black tendrils of Christ
4. Through fields of peasant graves
5. Unrealized dreams
6. Ossuaric inversion
7. Amalgamation: Time, space, and circumstance

Vital Spirit – In the faith that looks through death

En de award voor ontdekking van de maand gaat naar Vital Spirit, een spiksplinternieuwe band waarachter echter twee mannen met heel wat ervaring schuilgaan. Zanger/gitarist/bassist Kyle Tavares (o.a. Seer en live muzikant voor Wormwitch) en drummer Israel Langlais (o.a. Wormwitch) deden muzikale inspiratie voor dit nieuwe project op tijdens de Amerikaanse tourns van Wormwitch in 2018 en 2019 en werden daarbij sterk beïnvloed door de landschappen en geschiedenis. Het fijne aan “In the faith that looks through death” is niet alleen het prachtige hoesontwerp maar ook dat deze EP met een speelduur van slechts 17 minuten in staat is een frisse wind doorheen het black metal landschap te laten waaien, een broeierig hete woestijnwind wel te verstaan want de winderige invloeden van het Wilde Westen zijn alom vertegenwoordigd in de zwartmetalen basis van de vier nummers. Zo lijken de gitaarmelodieën regelrecht uit één of andere jaren ’60 Spaghetti Western film te zijn geplukt. De sfeer die de muziek uitstraalt past dan ook perfect bij thema’s zoals Mayaanse kosmologie en geschiedenis, de rol van Pancho Villa (ook wel de Centaur van het Noorden genoemd) in de Mexicaanse revolutie en Wovoka’s Ghost Dance, een eeuwenoud spiritueel ritueel bij Indiaanse stammen in de VS. Tekstuele inspiratiebronnen vormen de woorden van Wovoka, Patti Smith, de Mayaanse orakelpriester Chilam Balam, Townes Van Zandt en de corridos (Mexicaanse muziekstijl waarin de daden van helden of criminelen bezongen worden) van de Mexicaanse Revolutie. Het verweven van die Spaghetti Western invloeden voelt nergens geforceerd aan maar vloeit op een interessante manier over in de felle black metal van het duo. Vital Spirit’s muziek is als een cocktail aan muzikale invloeden waarin namen als de recent overleden Ennio Morricone, Taake, Earth, Ulver, Marty Robbins, Dissection, Drudkh en Wovenhand hoorbaar zijn. “Harrowing ballads imbued with the enduring spirit of the Americas” noemen ze het zelf. Écht vernieuwend is het mengen van Americana en Spaghetti Western met black metal niet want een Volahn en andere Black Twilight Circle bands, een Cobalt of Devil With No Name gingen Vital Spirit al voor, maar nog nooit hoorde ik zo’n perfecte blend waarbij kippenvel 17 minuten lang gegarandeerd is. “In the faith that looks through death” is de eerste release op Tavares’ eigen label Hidden Tribe Records. Het wordt een tape waarop ik als een bezetene ga jagen. Vendetta zal de vinylrelease later op het jaar verzorgen. ¡Viva la revolución!

JOKKE: 85/100

Vital Spirit – In the faith that looks through death (Hidden Tribe Records/Vendetta Records 2020)
1. Heart of sky
2. Centaur
3. Face of the sun
4. Ghost dance

Precambrian – Tectonics

Black metal muzikanten zijn veelal nostalgische zielen die ons middels hun muziek terug katapulteren naar (lang) vervlogen tijden. Zo handelt menig black metal plaat over de gruwelijkheden van de twee wereldoorlogen, duistere middeleeuwse aangelegenheden, Bijbelse toestanden of de gebeurtenissen die zich afspeelden nadat een zootje ongeregeld het in 793 wat te bont te maakte op Lindisfarne. Precambrian daarentegen neemt ons nog verder mee de teletijdmachine in en dropt ons zo’n luttele 4,6 miljard jaar terug de tijd in wanneer de aarde vorm kreeg. “Tectonics“, de titel van hun eerste langspeler (eerder verschenen reeds 2 EP’s), spreekt wat dat betreft boekdelen. Precambrian was voor ondergetekende een nobele onbekende, maar blijkbaar schuilt er heel wat ervaring in de rangen van het trio. Aanvoerder van dienst is immers Roman Saenko van Drudkh fame en ook zijn twee andere kompanen maken momenteel deel uit van die band. Andere gemeenschappelijke delers van de drie muzikanten zijn het ter ziele gegane Blood Of Kingu, Rattenfänger, Old Silver Key, Windswept en het in 2014 gestopte Hate Forest. Die laatste moet je voor ogen houden als je wilt weten hoe Precambrian klinkt, maar dan met een meer energieke productie. “Archaebacteria” schiet meteen uit de startblokken en ontketent een aardverschuiving ter hoogte van Oekraïne, de bakermat van het powertrio. De aanstekelijke riffs en het begeleidende drumwerk zijn om van te smullen en Roman zorgt met zijn haatvolle screams voor de kers op de taart – leuk ook dat hij af en toe eens wat diepe gutturale klanken laat opborrelen. De uitstekende, doch niet afgelikte productie, doet het gelaagde gitaarwerk bovendien uitstekend tot zijn recht komen. Het enige wat mij mateloos stoort, is dat zowat elk nummer stopt alsof iemand in de studio per ongeluk een kabel uittrok. Wie met dit idee op de proppen kwam, verdient een ‘djoef op zijn muile’. Oh wacht, dit is natuurlijk een verwijzing naar Hate Forest’s laatste volwaardige wapenfeit want ook op “Sorrow” werd er niet echt lang nagedacht over songeindes. Voor de rest geen klachten over “Tectonics“. Het onheilspellende, betoverende en hypnotiserende karakter van klassieke Hate Forest is alom tegenwoordig evenals diens barbaarse en woeste, brandende snelheden. Het lijken misschien tegenstrijdigheden maar deze wisselwerking levert een grandioos huwelijk en debuut op.

JOKKE: 82/100

Precambrian – Tectonics (Primitive Reaction 2020)
1. Archaebacteria
2. Fossilization
3. Cryogenian
4. Volcanic winter
5. P-Tr. extinction

Evil Warriors – Schattenbringer

Nieuwe EP van Evil Warriors dacht ik zo op het eerste gezicht. Drie nummers en een titelloze outro prijken er op “Schattenbringer“, maar die outro blijkt een nummer van tweeëntwintig minuten te zijn, waardoor “Schattenbringer” met een speeltijd van driekwartier dus ook gerust als een langspeler kan bestempeld worden. En toch snap ik wel waarom de band met (ex-)leden van o.a. I I, Antlers en YounA deze release als een EP beschouwt. Er wordt namelijk wat met het bandgeluid geëxperimenteerd, want daar waar Evil Warrior op voorganger “Fall from reality” vrij rechttoe-rechtaan klonk, hebben de abstracte elementen van de albumcover nu hun weg gevonden in het bandgeluid. Zo doet opener “Fliege” met zijn Oost-Europese melancholie à la Drudkh gecombineerd met een psychedelische, licht atonale insteek, wat aan Turia denken. Destemeer daar de vocalen ook abstract ingevuld zijn en niet veel meer dan losse oerkreten lijken te zijn die echter wel het buikgevoel laten spreken. Domper op de feestvreugde is de sound van de basdrum die veel te bassig is en het evenwicht verstoort. In “Wahrheit” borduurt Evil Warriors nog verder op het geluid van de opener en heeft een melodieuze hypnotiserende leadpartij het de eerste minuten voor het zeggen. Tweeënhalve minuut voor het einde van deze negen minuten durende compositie lijkt het alsof het einde wordt ingezet, maar toch weet het kwartet het geheel terug aan de zwier te krijgen. Het titelnummer kan me aanvankelijk niet echt overtuigen, maar zodra de atonale leadpartij opduikt, wordt ik terug in deze compositie gezogen die hier een licht psychedelisch randje krijgt. De titelloze hekkensluiter start als een soort ode aan Pink Floyd maar de dronende soundscapes en echoënde gitaren lijken nergens heen te gaan. Halfweg slaat de verveling bij de drummer duidelijk toe en besluit die wat op zijn ride-cymbaal te tokkelen. Het doet vermoeden dat er iets op til is, maar dit verlangen naar een zwartgeblakerde catharsis wordt al snel opnieuw de kiem ingesmoord. Er was al geen inspiratie voor een titel en ook muzikaal is dit 20 minuten lang geneuzel en geëxperimenteer met als enige doelstelling de speelduur aan te dikken. Dit maakt het moeilijk om “Schattenbringer” naar waarde te schatten. Enerzijds ben ik wel getriggerd door de nieuwe elementen die Evil Warriors in de eerste drie nummers aanboort, maar aangezien de helft van de EP me niet weet te boeien, resulteert dit uiteindelijk toch in een vrij magere ‘zeven’.

JOKKE: 70/100

Evil Warriors – Schattenbringer (Into Endless Chaos 2020)
1. Fliege
2. Wahrheit
3. Schattenbringer
4. –

Svrm – Занепад

Sergiy Tkachenko, de man achter het Oekraïense Svrm is een vat vol inspiratie want sinds de oprichting van dit éénmansproject in 2015 werden al een dozijn releases het universum in gekegeld. Het merendeel zijn EP’s en demo’s maar met “Занепад” (‘achteruitgang’, ‘verlies’, ‘beroving’, ‘ontzetting’) is onze muzikale eenzaat toch ook al aan een tweede langspeler toe, hoewel de vijf nummers opnieuw maar op een schamele twintig minuten afklokken. Eerder een EP dus wat mij betreft. Svrm’s sound kenmerkt zich door intens drumwerk dat gekoppeld wordt aan viriele melancholische melodieën zonder in droeftoeterige miserie te vervallen, ook al draait de thematiek van deze release omtrent hongersnood gezien vanuit het standpunt van een overvliegende raaf. Er schuilt dan ook steeds een soort van geruststelling in de melodieën die S. uit zijn mouw weet te schudden. Vriend Cronin leverde een bijdrage op akoestische gitaar in “Над свіжими“. Natuurlijk is de muzikant schatplichtig aan Drudkh, maar daar vallen we niet over deze keer. De rauwe en primitieve simpliciteit van het oudere werk mag dan wel wat naar de achtergrond verschoven zijn, de pakkende melodieën (o.a. “Старість“) en perfect tussen ruwheid en transparantie balancerende mix, maken veel goed. Dit is uitstekende atmosferische black met subtiele sporen van shoegaze (“Шлях до смерті“) en voorzien van pakkende screams in een obscure Oostblok-taal. Voor fans van Paysage D’Hiver, Drudkh, Alcest, Lustre en Forgotten Tombs.

JOKKE: 81/100

Svrm – Занепад (Vigor Deconstruct 2020)
1. У пеклі
2. Над свіжими
3. Позбавлення
4. Старість
5. Шлях до смерті

Friisk – De doden van ’t waterkant

Laat je niet misleiden door de Nederlandstalige titel van Friisk’s eerste EP, want de heimat van deze jonge black metalband ligt in buurland Duitsland, het stadje Leer meer bepaald, dat deel uitmaakt van Oost-Friesland en waar Nederduits, een mengeling van Duits en Nederlands, gesproken wordt. Dat verklaart meteen ook de bandnaam (voorheen was viervijfde van de band actief in Friesenblut, wat ook een verwijzing naar Friesland is). De zeegeluiden uit de intro leggen meteen de link met de titel en stuwen naar de échte opener “Ægir“. Een vloedgolf blijft echter uit want dit nummer start vrij rustig totdat een old school riff rond de tweeminutengrens het boeltje toch nog in de fik steekt. Zanger T kan heel wat aan met zijn stembanden en produceert semi-cleane uithalen, verhalend gefluister, hese meer death metal-achtige vocalen en hoog Drudkhiaans gekrijs. Tussen het tremelogeweld schemeren heidense invloeden en melodieën door, gelukkig zonder dansbare polonaisetoestanden op te wekken. Afsluiter “Kein Heiland” wisselt mooie melodische riffs af met een strijdlustige heroïek. De fellere stukken van het acht minuten durende “Dämmerung” neigen wat naar landgenoten Ultha. Het feit dat diens Andreas Rosczyk de mix en mastering verzorgde, draagt hier misschien ook wel tot toe bij. De basdrum mist echter wat power en klinkt in de rustige passages van dit nummer vrij plat en hol. Voor de rest is dit Deutsche gründlichkeit en dus zeker geen onaangename eerste kennismaking.

JOKKE: 75/100

Friisk – De doden van ’t waterkant (Vendetta Records 2019)
1. Flut
2. Ægir
3. De doden van’t waterkant
4. Dämmerung
5. Kein Heiland

Délétère – Theovorator: Babelis testamentum

Délétère’s “De horae leprae” ligt nog vers in het geheugen en toch leveren de Canadezen amper een jaar later in de vorm van “Theovorator: Babelis testamentum” reeds nieuw werk af, al zij het een EP. De drie nummers vertellen in twintig minuten tijd het verhaal van Babel die de zondvloed overleefde, de Toren van Babel bouwde en alzo Tervenificus bevrijdde wat leidde tot de “theovoratie” of consummatie van God. Hoe dit historisch gezien allemaal juist in zijn werk ging, blijft me – ook na menig online opzoekwerk – een raadsel. Geen Babylonische spraakverwarring hier want Délétère doet wat we van haar gewend zijn: krachtige, ruwe doch melodische black spelen met een dikke vette knipoog naar Drudkh. Maar het is hen vergeven. Nog straffer, deze nieuwe nummers kunnen me zelfs meer bekoren dan de laatste paar platen van Roman Saenko en co. “Theovoratoris aduentus” bevat tussen al het geweld door ook orgelklanken en heldere zangstukken en weet me meermaals bij de keel te grijpen. De aanstekelijke en catchy melodie van “Babel insanifusor” doet dan weer haar werk door mijn hoofd vijf minuten lang op en neer te laten wiegen. Ook bij “Milites pestilentiae III – Babylonia magnissima” vinden black metal-extremiteiten en het gevoel voor melodie – dat zich onder andere via een keyboardriedeltje manifesteert – mekaar, wat een beklijvende song oplevert. Drie overtuigende nummers zorgen ervoor dat “Theovorator: Babelis testamentum” op een sterke EP is uitgedraaid!

JOKKE: 81/100

Délétère – Theovorator: Babelis testamentum (Sepulchral Productions 2019)
1. Theovoratoris aduentus
2. Babel insanifusor
3. Milites pestilentiae III – Babylonia magnissima

Misotheist – Misotheist

Wat zit er daar in Trondheim in het water zeg? Met killer releases van o.a. Knokkelklang, Mare en Whoredom Rife voorspel ik reeds een mooie aanwezigheid van Terratur Possessions in mijn eindejaarslijstje. Out of the blue brengt het Noorse label eind november ook nog het debuut uit van Misotheist, een kakelverse nieuwe speler uit de Trondheim-scene die door labelbaas Ole een platform aangereikt krijgt om haar haat jegens God wereldkundig te maken. Meer is er van de band niet geweten: geen social media accounts, geen name dropping van vorige bands en geen ego’s. Let the music do the talking! Op basis van de eerste vrijgegeven track, het elf minuten durende “Beast and soil“, zat er nog heus wat duw-en-trek-werk in mijn top 10 aan te komen. Dit epische nummer zalft onze oren eerst met een Oost-Europees Drudkhiaans-aandoend folky deuntje om vervolgens keihard toe te slaan met repetitieve en opgejaagde black waarin – voor zover die al bestaat – een zekere Terratur-vibe hoorbaar is. Halfweg trakteren de Noren ons op pulserende uithalen om uiteindelijk middels slepende dissonantie in een pakkende apotheose uit te monden waarin het spanningsveld opgezocht wordt tussen blastbeats en een bloedmooie doommelodie. Enig minpuntje is de overgang naar de finale die beter uitgewerkt had kunnen worden. Naast deze geweldige song prijken er op het debuut nog twee andere nummers die qua speelduur en dynamisme alvast niet moeten onderdoen. Opener “Carriers of captivity” vlamt er meteen op los met repetitieve drumsalvo’s, grimmige vocalen en venijnige riffs maar wanneer de drums wegvallen en we het met een passage vol dissonante gitaarklanken moeten doen, verslapt de aandacht doordat de vaart uit het nummer wordt gehaald. Nadien schakelt de band over naar een slepende doom-modus die uiteindelijk terug in een blastfestijn en triomfantelijke riffs uitmondt, waardoor we terug bij de les zijn. Afsluiter “Blood of rats” start met een trage onheilspellende riff in 7/8 waarover rochelende screams dood en verderf zaaien. Het duurt echter niet zo lang alvorens ook hier een vijftigtal versnellingen hoger geschakeld wordt en we de band in haar meest agressieve vorm horen. Er wordt nogmaals teruggekeerd naar onwelriekende mid-tempo regionen om ons tenslotte tot aan het gaatje te bestoken met een zinderende en voortdenderende climax. In de wandelgangen heb ik opgevangen dat een opvolger reeds zou ingeblikt zijn. We zullen dus niet al te lang moeten wachten op nieuw werk van Misotheist. Dit debuut zal volgende maand niet in de allerhoogste regionen eindigen maar klinkt alvast erg veelbelovend!

JOKKE: 82/100

Misotheist – Misotheist (Terratur Possessions 2018)
1. Carriers of captivity
2. Beast and soil
3. Blood of rats

Misotheist_Cover

 

Fluisteraars/Turia – De oord

Als twee van Nederland’s beste huidige black metal bands besluiten de handen in elkaar te slaan, levert dat ongetwijfeld vuurwerk op. En het mooie aan Fluisteraars en Turia is ook dat als deze bands samen iets op poten zetten, ze dit met de nodige diepgang doen en niet louter elk een nummertje opnemen en samen kletsen. Fluisteraars bewees dat reeds met de vormgeving van de in 2016 verschenen EP “Gelderland“. Ook Turia is uit het beboste Gelderland afkomstig waardoor beide bands besloten inspiratie te halen uit de geschiedenis en natuur van de streek. Conceptueel gezien handelt de split over twee rivieren (de Waal en de Rijn) die doorheen hun respectievelijke thuishavens Arnhem en Nijmegen stromen. De collaboratie vertaalt zich ook naar de titel “De oord“, een oud-Nederlands woord om de plaats aan te duiden waar twee rivieren samen komen. En om nog een stapje verder te gaan, namen beide bands hun bijdrage gelijktijdig op in de Klaverland Studio, die zich in een natuurreservaat bevindt waar de Rijn Nederland binnenkomt en splitst in de Nederrijn en de Waal. Zoals je uit de titels van beide nummers kan afleiden, wordt een verhaal verteld waarin water centraal staat en via metaforen de reis van het water beschreven wordt vertrekkende vanuit de rustige bron tot in de dieperik van de zee en op haar weg alle sporen van het verleden uitwist. In vergelijking met haar laatste EP trekt Fluisteraars op “Oeverloos” opnieuw de kaart van epische, lang uitgesponnen en bijwijlen dromerig klinkende atmosferische black metal zoals die op de laatste langspeler “Luwte” werd gebracht. “Oeverloos” tikt dan ook op net geen kwartier af en kent een boeiende dynamiek. Majestueus en melancholisch van aard maar met minder opvallende verwijzingen naar Drudkhiaanse gitaarmelodieën, hoewel nog steeds subtiel aanwezig, vooral in de pakkende finale waarin de plechtige klanken ondersteund worden door diepe mannelijke en ijle vrouwelijke koorzang. De mid-tempo black bevat ook heel wat aan postrock ontleende crescendo-gitaarpartijen en weet meermaals de gevoelige snaar te raken. Dit weemoedig klinkende epos waarin heel wat ruimte is voor cinematografische instrumentale passages, heeft soms wel wat weg van een treurzang, des te meer door de orgelklanken die ik meen te ontwaren. Aan de B-kant maakt Turia het mooie weer nadat ze nog maar recent een geslaagde samenwerking met Vilkacis afleverde. Met achttien minuten speeltijd, levert het trio meteen de langste song uit haar oeuvre af. Het tempo ligt bij Turia een pak hoger en de band leeft zich uit in de meer experimentele en psychedelische kant van haar sound met enerzijds repetitieve riffs en drums waar de vocalen van T zoals steeds doorheen klieven en anderzijds breed uitwaaierende Floydiaanse grootsheid en met piano op smaak gebrachte rustiek. In de razende partijen sleurt Turia de luisteraar mee de tomeloze diepten van de zee in, terwijl de finale iets berustends in zich heeft en de stilte na de storm symboliseert. Héél knappe en geslaagde samenwerking waarin de thematiek en muzikale uitvoering mekaar versterken!

JOKKE: 87/100 (Fluisteraars: 86/100 – Turia: 88/100)

Fluisteraars/Turia – De oord (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Fluisteraars – Oeverloos
2. Turia – Aan den golven der aarde geofferd

Solar Temple – Fertile descent

Met haar demo “Rays of brilliance” wist het Nederlandse Solar Temple het tot mijn eindejaarslijstje van 2017 te schoppen. De verwachtingen voor nieuw werk waren dus hooggespannen en worden amper een jaar later al ingelost middels de release van een volwaardig debuut. “Fertile descent” kent slechts twee tracks, maar die klokken gezamenlijk wel op vijfendertig minuten speeltijd af. De wervelende black van de demo is nog steeds aanwezig en aan het unieke riffwerk van “Those who dwell in the spiral dark” hoor je meteen dat O (Turia, Galg, Iskandr, Lubbert Das) de gitaar hier hanteert, bijgestaan door M op drums. O’s bezwerende en plechtstatige (meestal heldere) vocalen galmen doorheen de furieuze riffs als een lokstem die je doorheen de donkere, oude bossen van de Veluwe meevoert naar lang vervlogen tijden. Hoewel het doorsnee gevoel van black metal eerder koud en kil is, wasemt de muziek van Solar Temple toch ook een warme, uitnodigende echo uit. De band raast niet alleen als een wervelwind doorheen haar riffs, maar bouwt ook meer ingetogen, repetitieve en psychedelische partijen in waarbij orgelklanken bijdragen aan het begeesterend gevoel. Het gitaarwerk van “White jaw” knipoogt bij aanvang naar de melancholie en triomfantelijke insteek van de Oekraïense grootmeesters Drudkh, maar al gauw ontbloot het duo haar tanden met haar eigen intrigerende sound waarin allerlei bevreemdende kreten zich doorheen de psychedelische en denderende maalstroom aan riffs boren en subtiele verwrongen dissonantie zich Swans-gewijs manifesteert. Solar Temple laat haar muziek bovendien voldoende ademen en bouwt lange instrumentale passages in die eigenwijs verschillende richtingen uit meanderen en de luisteraar zo meenemen op een dromerige trip. Solar Temple slaat met haar debuut de nagel op de kop. Straffen toebak!

JOKKE: 91/100

Solar Temple – Fertile descent (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Those who dwell in the spiral dark
2. White jaw