dungeon synth

Ancient Mastery – Chapter One: Across the mountains of the Drämmarskol

Ancient Mastery. Oostenrijks van origine en een nieuwe naam aan het blackmetalfirmament. Eénmansproject ook, van een zekere Erech die er ook nevenactiviteiten in bands als Der Toten lebend Schein, Golden Blood, Narzissus en Order of Ištar op nahoudt. “Chapter One: Across the mountains of the Drämmarskol” is meteen een volwaardig debuut geworden en zoals het prefix van de titel aangeeft wordt een verhaal verteld dat meerdere hoofdstukken zal beslaan, vier om concreet te zijn. Of de Drämmarskol, Valdura en Aztara in de realiteit of droomwereld liggen, is me niet geheel duidelijk. Ik vermoed aan de map in het artwork te zien dat Erech zijn tocht zich eerder in een fantasiewereld afspeelt. Het type black metal waarop Erech ons met Ancient Mastery trakteert, is er één met een heidense inslag en meerdere symfonische fantasy-elementen. Het verhaal dat middels “To Valdura” start, heeft een hoog Summoning gehalte daar de dungeon synth welig tiert wanneer er mid-tempo gemusiceerd wordt. Hoewel de zwartmetalen riffs best grimmig voor de dag komen en Erech over een fijne raspende strot beschikt, worden de meer epische passages van de bergtocht ondersteund met bombastische toetsen die plots aan Bal-Sagoth doen denken. De geluidskwaliteit van het flitsende synthwerk is echter nogal cheesy en doet aan low budget sword and sorcery movies uit de jaren ’80 denken. Ook de drumpartijen komen uit een doosje, maar hier is beter werk van de productie gemaakt. De epische melodieën – wanneer nodig akoestisch vertolkt – knipogen in een nummer als “The majesty of Aztara” ontegensprekelijk naar een band als Falkenbach, maar ook een Windir kan als referentie gelden voor het riffwerk in de albumopener. Meest in het oog springende nummer is echter de afsluiter “The forest gate” waarin Alia Fay voor het betere fluitwerk instaat. Samen met het getsjirp van vogeltjes wanen we ons plots te midden van een exotische natuurdocumentaire. De vrouwelijke vocalen van Laine Miller, die de akoestische klanken vergezellen en het nummer inluiden, roepen een beeld van de meer folky getinte Chelsea Wolfe platen op. Mooi en vredig melancholisch rustpunt alvorens Erech de teugels van zijn vliegende draak terug strak in handen neemt en over de majestueuze bergpassen raast met epische en symfonische black als soundtrack. Er volgt zelfs nog een heavy metal getinte gitaarsolo. Graag in hoofdstuk 2 wat meer aandacht besteden aan de sound van de toetsen, want zeker een song als “The passage” klinkt me nu wel wat te synthetisch, en dan zit er wel een acht in.

JOKKE: 78/100

Ancient Mastery – Chapter One: Across the mountains of the Drämmarskol (Death Kvlt Productions/Ad Victoriam/Pest Productions 2021)
1. To Valdura
2. The majesty of Aztara
3. The passage
4. The forest gate

Trhä – Novej kalhnjënnp

Het land van afkomst van Trhä is ongekend en de biografie gaat als volgt: “Thét Älëf, detna hacëntara Trha Nönvéhhklëth, Jôdhrhä dës Khatës, Dlhâvênkléth fëhlätharan ôdlhënamsaran Ebnan“. Hier krijgen we kop noch staart aan. Op basis van de song- en plaattitels denk je misschien nog aan Fins, Luxemburgs of Hebreeuws, maar Google Translate says no. Ik hou het dan maar op gebrabbel afkomstig uit één of andere fantasiewereld. Trhä is een éénmansproject dat in het gezellige online theekransje waar de huidige raw black metal scene tegenwoordig haast op lijkt, al heel wat stof deed opwaaien. Het wordt hoogtijd dus dat één of ander obscuur label het debuut “Nvenlanëg“, dat eerder dit jaar verscheen, en deze EP op tape (in uitermate gelimiteerde oplage natuurlijk!) uitbrengt. Net als op de langspeler prijken er drie songs op de tracklist en hoewel twee van de drie songs een double digit speelduur hebben, valt deze met een klein half uur zowat de helft korter uit dan “Nvenlanëg“. De uitgesproken en langgerekte dungeonsynthatmosferen die we op het debuut hoorden, zijn minder prominent aanwezig maar er is dus nog steeds voldoende speelruimte binnen een nummer om volop voor dynamische spanningsopbouwen en atmosfeer te gaan. Het feit dat onze beschilderde allesdoener een sterk potje kan drummen, doet Trhä al meteen boven het gros van zijn collega’s uitsteken die het veelal van geprogrammeerd drumgeratel moeten hebben. De combinatie van rauw geproduceerde black metal met een uitstekend gevoel voor melodie en het gebruik van keyboards levert een erg fascinerend en betoverend gehoorspel op. Naast de haast obligate LLN-invloeden horen we rond 4:23 ook wel wat Fins gejengel terug in de gitaarriffs van opener “Tu tajna ebvundahhna ëmat tëpat bë innamvaj” (zou het dan toch?). Elke break lijkt haast een nóg pakkender vervolg in te luiden en de hoogtepunten wisselen mekaar af met die van 6:18 als persoonlijke favoriet. De gitaar en het toetsenbord fungeren afwisselend als sfeermaker; dit heerschap weet dus maar al te goed hoe hij lange nummers interessant dient te houden. “Cunna holhnëngra juhnehanai” is met minder dan zes minuten speeltijd het kortste nummer op “Novej kalhnjënnp” en zet de keyboards op een voor mij persoonlijk iets te hoempapa-achtige manier in. Dit is echter een kleine smet op een voor de rest schijnend blazoen want de grimmige riffs, triomfantelijke akkoordenschema’s en ruwe zang zorgen nog voor voldoende “necro” tegengewicht en de onderhuidse schoonheid van de melodieën weet mij toch opnieuw te bedwelmen. In “Goneegaba…” vormen de schelle gitaarleads en hoge ijle screams opnieuw een heuse knipoog naar de Franse scene van de jaren ’90 waarmee Trhä een voorliefde voor umlauten en uitgevonden taal deelt. Vooral vocaal gaat het er hier een heel pak extremer, depressiever en meer suïcidaal aan toe dan in de eerste twee songs. Abrupte overgangen toveren de zwartgalligheid echter van de ene op de andere seconde in een gitzwart sprookje om en de beklijvende finale is opnieuw om duimen en vingers bij af te likken. Persoonlijk ligt de aanpak van de opener me net iets meer dan wanneer er LLN-rijken verkend worden, maar dat neemt niet weg dat Trhä, na Lamp Of Murmuur, wel eens de volgende diamant van de rauwe black metal ondergrond zou kunnen wezen.

JOKKE: 83/100

Trhä – Novej kalhnjënnp (Eigen beheer 2020)
1. Tu tajna ebvundahhna ëmat tëpat bë innamvaj
2. Cunna holhnëngra juhnehanai
3. Goneegaba…

Celestial Sword – Fallen from the astral temple

Het Engelse Death Kvlt Productions speelde zich de laatste tijd vooral in de kijker middels fel gesmaakte releases van hun wonderkind Lamp Of Murmuur. Voor de rest zit er eigenlijk wat ons betreft tamelijk veel middelmatigheid tussen hun output, maar voor het Amerikaanse Celestial Sword maken we graag een uitzondering, want diens eerste demo “Fallen from the astral temple” wist ons meteen in vervoering te brengen, en dan spreken we niet enkel over het smaakvolle logo (van de hand van Amalantrah Workings) en dito artwork (verzorgd door Labyrinth Tower), maar zeer zeker ook over de muziek die een mix laat horen van rauwe black metal en dungeon synth, een muziekgenre dat duidelijk aan haar tweede jeugd bezig is. Grimmige gitaarstructuren en weelderig ingezette toetsen versterken mekaar waar nodig, maar vertellen ook regelmatig afzonderlijk een verhaal en dat is geen liefelijk kinderverhaaltje voor het slapen gaan, maar een bloeddorstig en spookachtig vampierenvertelseltje dat kinderen (en het gros van de volwassenen) gegarandeerd de stuipen op het lijf zou jagen. De speelduur van elk van de negen nummers is vrij compact gehouden, verwacht dus geen ellenlange uitgesponnen repetitieve composities, maar songs die to the point zijn, zonder een lugubere atmosfeerzetting uit het oor te verliezen. Het illustere, in een maliënkolder gestoken heerschap achter deze one-man band beschikt over een high pitched stel perfect krijsende stembanden die ondermeer aan het begin van “Sanguine mist upon the vampyric crypt” haast klinken alsof er een kwaaie kraai achter de microfoon staat. Op ritmisch gebied worden er heel wat verschillende tempotoetsen ingedrukt, gaande van een zich traag voortslepende track als “A crown of serpents and ash” over het eerder mid-tempo “Ancestral chalice of poisoned blood” tot het snellere hakwerk in “Cloistered domain of noctural sorrow“, maar voor inventieve drumroffels en andere subtiele tierlantijntjes is er geen plaats. Enkel in het wat langere “Venomous flames within the abyssal monastery” trekt een kortstondige elektronicabeat even onze aandacht tussen het overheersende machinale gehak. Het wat gevarieerder uitwerken van de snelle drumpartijen is zowat onze enige kritische voetnoot die we bij “Fallen from the astral temple” plaatsen. Wie zich een half uur lang wil laten onderdompelen door rauwe, maar betoverende en cryptische melodieën die je een ver vervlogen fantasiewereld insturen, heeft met Celestial Sword een uitstekende reiscompagnon.

JOKKE: 81/100

Celestial Sword – Fallen from the astral temple (Death Kvlt Productions 2020)
1. Ascending the black tower
2. A crown of serpents and ash
3. Cloistered domain of nocturnal sorrow
4. Ancestral chalice of poisoned blood
5. Thy dracul blade
6. Sanguine mist upon the vampyric crypt
7. Venomous flames within the abyssal monastery
8. The hidden path of sulphuric sorcery
9. Fallen from the astral temple

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape

In wat als haast als een hoogjaar voor de rauwe blackmetalscene kan beschouwd worden, mag een act als Lampir natuurlijk niet ontbreken. Deze Amerikaanse one-man band speelde zich in de kijker van de lo-fi verzamelaar middels een langspeler (“The alchemy of cursed blood” uit 2018) en een hele reutemeteut aan kleinere releases op maat van de underground zoals splits met de wel héél rauwe acts VVitchmoon en Flešš. Nu is het echter opnieuw tijd voor een uitgebreider muzikaal werkstuk dat de titel “Awaiting the predatory dreamscape” meekreeg, een eerste release die via het Portugese Altare Productions vereeuwigd zal worden. Het lijkt tegenwoordig haast terug een ongeschreven wet te zijn je zwartgallige underground blackmetalplaat met een synthetisch klinkende intro af te trappen. Ook hier is dat met de serene orgelklanken van “Stemming from the cosmic id” het geval en met “Disconnection from suppressed consciousness” wordt “Awaiting the predatory dreamscape” ook via een dungeon synthriedeltje uitgeluid. Daartussen blijven nog vijf nummers over die bulken van de misantropische dichtgeplamuurde black waarvoor Lampir gekend staat. De getormenteerde screams en ijle shrieks doen de koude rillingen over je rug lopen terwijl de basis uit ietwat repetitieve grofkorrelige gitaarriffs bestaat die als een roestige zaag je vel opensnijden en dit ondersteund door simpel maar effectief (geprogrammeerd?) drumwerk dat nergens van plan is snelheidsrecords te breken. De gevoelens die dit werkje bij ons opwekken zijn er allesbehalve van vitaliteit en levenslust. Deze tweede full-length kreeg zonder twijfel de beste productie in de geschiedenis van de band mee, maar verwacht nu wel geen afgelikte sound want Lampir blijft natuurlijk rauw en ongemakkelijk klinken. Het oudere werk vond ik niet bijster speciaal klinken en ook nu moet Lampir het met gemak afleggen tegen een genregenoot als Lamp Of Murmuur, maar tot op heden is “Awaiting the predatory dreamscape” wel ’s mans meest kwalitatieve output.

JOKKE: 75/100

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape (Altare Productions 2020)
1. Stemming from the cosmic id (Prelude)
2. The final mask of time
3. In the predatory dreamscape…
4. Vitality & virtue
5. Sexual negativity
6. The embodied secret
7. Disconnection from suppressed consciousness (Epilogue)

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy

Wat me voornamelijk triggerde om “Diabolical forest alchemy“, de eerste demo van het Amerikaanse Ancient Necromancy uit te checken, was het übervette logo. Maar gelukkig is de muziek van deze one-man band ook meer dan in orde. Ancient Necromancy zou deel uitmaken van de Cultus Caliginous circle, maar vraag me niet wie er verder nog zoal van deel uitmaakt. Openen doet de nog jeugdig uitziende Eldrinacht via het verwrongen en op het randje van vals klinkend toetsenwerk in “Accursed wizardry“. Het is in undergroundkringen weer helemaal in om met een dungeon synth-achtige intro af te trappen en je krijgt als luisteraar zo van meet af aan een gevoel van onbehagen aangemeten. Het echte blackmetalwerk krijgen we daarna drie nummers lang over ons uitgestort. Ik word instant blij van het old school vunzig randje dat Eldrinacht in zijn zwartmetaal pompt, iets wat toch vrij onverwacht is voor zulke jonge kerel. “Sigil of baphomet” bevat ijzig, striemend Noors aanvoelend riffwerk, repetitieve knuppeldrums die me eerder organisch dan synthetisch ingespeeld lijken en heerlijk blaffende ietwat door de mangel gehaalde vocalen. Maar dan valt de razernij plots stil en nemen akoestische gitaren en heldere koorzang het over. Het tovert het duivelse en bezeten karakter van de muziek in een wip en een knip om tot een heidense atmosfeer. Zoals doorgaans het geval is, klinken de heldere vocalen weinig spectaculair maar vals is het ook niet. “Sempiternal agony” kan je eerder als een mid-tempo repetitief hakkend nummer omschrijven, bevat een geile old-school flair en opnieuw zorgen de ranzige raspende vocalen voor vuurwerk. Na de eerste break stuwt Eldrinacht de song richting black ’n roll, vergezeld van toetsen die ook hier net naast de toon lijken te zitten totdat ze een autonoom zelfbestuursrecht opeisen. Heerlijk! Het afsluitende “Unholy specter” wordt met een knal ingeluid en bevat enkele hints richting het geluid van een Perverted Ceremony totdat de versterker volle bak opengedraaid wordt en er opnieuw eerder Noors gitaarwerk op ons afgevuurd wordt. Vlak voor het einde luidt een break een nog meer opzwepende passage in, maar spijtig genoeg stopt die vrij bruusk om in verstikkende duisternis uit te monden. Ancient Necromancy levert met “Diabolical forest alchemy” een erg geslaagde eerst worp af die de atmosferische dagen van weleer naar het huidige tijdperk transponeert. Ik kijk al reikhalzend uit naar het moment waarop de vinylversie op de deurmat zal ploffen.

JOKKE: 85/100

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy (Nithstang Productions/Poisonous Sorcery 2020)
1. Accursed wizardry
2. Sigil of baphomet
3. Sempiternal agony
4. Unholy specter

Níðstöng – Norðurríkið

De naar IJsland geëmigreerde Duitser Adrian Brachmann kwam op Addergebroed al eerder aan bod met zijn veelbelovende project Äkth Gánahëth en diens eerste langspeler “Crowned in shadows“. In het interview gaf hij aan nog tal van andere projecten lopende te hebben, voornamelijk als one-man band. Níðstöng is er daar één van en “Norðurríkið” is het eerste kort en bondige statement. Daar waar de man zich bij Äkth Gánahëth vooral door de Franse LLN laat beïnvloeden, trekt hij voor Níðstöng referenties als Sort Vokter, Ildjarn en Nidhogg uit de kast. Een combinatie van punk geïnfuseerde blackmetal en ambient is met andere woorden wat je kan verwachten, een combinatie van muziekstijlen die ik doorgaans weinig te rijmen vind daar die eerste vooral op primaire energie inzet en die laatste op atmosfeerzetting mikt. Binnenkomer “Úlfhéðnar” trapt dit debuut op een aanstekelijke en swingende manier op gang zoals ook een Invunche dat op “II” deed. Ook “The eternal cycle” rockt als een tiet, maar dan eerder dankzij een eerder mid-tempo black ’n roll Darkthrone-aanpak. “Dauðinn hvíti” vat meteen de op de IJslandse grasvlaktes grazende koe terug bij de horens voor een straightforward zwartgeblakerde uitbarsting die na anderhalve minuut terug gaat liggen, waarna “Thule” terug meer punkelementen laat doorschemeren. In het downtempo “Emperors of the glacial realm” is ook ruimte voor old-school geluiden zoals we die kennen van oudgedienden Celtic Frost. De twee laatste nummers “Móskarðshnjúkar” en “Heiðin” gooien het over een totaal andere boeg en trekken – u vroeg zich ongetwijfeld al af waar die ambient bleef – volop de kaart van duistere dungeon synthklanken. Het lijkt met andere woorden plots alsof we naar een totaal andere plaat aan het luisteren zijn. Ik word er haast schizofreen van. Het was misschien logischer geweest één van beide als intro te gebruiken, maar ik snap ook wel dat Adrian liever met de deur in huis wou vallen. Punky black metal moet het doorgaans van zijn dodelijke maar aanstekelijke eenvoud en kracht hebben. Dat eerste is hier in elk geval waar want de vijf ‘metalen’ nummers klinken ongecompliceerd, zijn net als IJslandse Skyr van al hun overtollig vet ontdaan, maar klokken soms nogal abrupt af waardoor ik het gevoel had dat Adrian hier eerder de regels van de kunst wil laten primeren in plaats van de songs nog verder uit te werken. De sound is ook wat dunnetjes en had wat extra punch mogen hebben om echt als een vuistslag in je onderbuik aan te voelen. “Norðurríkið” bevat dus wel enkele kanttekeningen, maar zal ongetwijfeld ook wel tot bij de liefhebbers van punky black weten door te dringen.

JOKKE: 75/100

Níðstöng – Norðurríkið (Eigen beheer 2020)
1. Úlfhéðnar
2. The eternal cycle
3. Dauðinn hvíti
4. Thule
5. Emperors of the glacial realm
6. Móskarðshnjúkar
7. Heiðin

Blood Moon Zenith – Blood moon zenith

Rauwe blackmetal zit duidelijk in de lift. Bands poppen uit alle werelddelen als paddenstoelen uit de ondergrond en de – veelal strikt gelimiteerde – tapes of vinyls zijn erg gegeerd, niet alleen door de échte liefhebber, maar ook door discogsgespuis dat op alles dat gelimiteerd is springt om die dan voor ridicule prijzen door te verkopen. Blood Moon Zenith is zo’n nieuwe speler waar we zo goed als niets over weten. De eerste self-titled demo werd in 25 exemplaren op tape gereleased door het Amerikaanse Dismal Ruin en Poisonous Sorcery verzorgt de vinyluitgave later op het jaar. Ik vermoed dat Blood Moon Zenith Noord-Amerika als uitvalsbasis heeft en dat het een éénmansproject is, maar ik kan ook mis zijn natuurlijk. De demo bevat vier nummers, klokt op een dik half uur af en dompelt je onder in een gitzwart jaren ’90 universum bestaande uit groezelige gitaarriffs, duistere melodieën die zowel middels gitaar als toetsen gecreëerd worden, gekwelde in de verte echoënde krijszang en repetitieve (geprogrammeerde?) drumpatronen die eerder moeilijk met het blote oor detecteerbaar zijn. De synthpartijen zijn best symfonisch van aard maar toch eerder subtiel doorheen de old-school blackmetalgeluiden verweven in plaats van de rauwe klanken naar de achtergrond te drukken. Enkel in het instrumentale “The gates of the dead are opened“, dat als een dungeon synth-outro beschouwd kan worden, eisen keyboards unaniem de hoofdrol op. De aanloop van het bijna negen minuten durende “The black tower looms beyond the walking eye” bezit een haast cinematografisch karakter en ontplooit zich nadien tot een epos waarin echo’s van een Paysage d’Hiver of Darkspace ronddolen. Ondanks het feit dat er al minstens 666 gelijkgestemde zielen rondlopen, weet deze Blood Moon Zenith toch de juiste snaar te raken doordat ze in staat is je mee te betrekken in haar aardedonkere verhaal en je het aardse bestaan even doet vergeten.

JOKKE: 80/100

Blood Moon Zenith – Blood moon zenith (Dismal Ruin/Poisonous Sorcery 2020)
1. True will / Beyond the abyss
2. Subconscious astral wraiths
3. The black tower looms beyond the waking eye
4. The gates of the dead are opened

Despondent Moon – The infernal shadows of winter

Derde langspeler op een half jaar tijd alweer van Despondent Moon, het geesteskind van de Brit Deorc Weg. Als je dan weet dat hij met zijn ander, naar zichzelf vernoemde, dungeon synth soloproject sinds januari 2017 al een twintigtal (digitale & tape) releases heeft uitgebracht, weet je dat zijn inspiratievat bodemloos lijkt. Despondent Moon situeert zich in de symfonische, maar rauwe black metal hoek, maar meet zich een kosmisch karakter aan waar tevens ook ruimte is voor ambient en dungeon synth. Een geluid dat over-en-weer flitst tussen de diepste ondergrondse krochten en het oneindige heelal dus. De drumcomputer raast onverstoord als een bezetene en vormt de hogesnelheidspuls voor de volcontinu pakkende melodieuze leads die de solomuzikant uit zijn gitaar schudt. De salpeter screams en hoge shrieks echoën door tijd en ruimte en geven – ondanks een gebrek aan variatie – een ijselijke dimensie aan zijn black metal. In tegenstelling tot kosmische genre-astronauten als Borgne, Arkhtinn of Darkspace worden de nummers – op de zeven minuten durende afsluiter “The veil of the wintermoon” na – vrij bondig gehouden, maar door het ijzingwekkend hoge tempo gebeurt er bijna zoveel als wat er in een lichtjaar bij een funeral doom band plaats vindt. Het breekpunt tussen het sinistere pianospel in “Shrouded movement by night” en de rauwe monsterriff die de afsluiter vervolgens in gang trapt, bezorgt me keer op keer kippenvel. Vergeleken met de voorgangers “A spectral descent” en “Invoking the freezing mist” heeft “The infernal shadows of winter” productioneel gezien aan kosmische kracht toegenomen. Het symfonische element van Despondent Moon zal fans van oude Emperor ongetwijfeld kunnen bekoren en de snerpende doordreunende gitaarthema’s refereren aan een Nightbringer. In de beklijvende titeltrack valt alles mooi samen. Heerlijk spul!

JOKKE: 82/100

Despondent Moon – The infernal shadows of winter (His Wounds 2020)
1. Majestic chants of the spectral forest
2. Frost beneath the vast light
3. The crystal dagger in the mighty woods
4. Of the black cosmos (pt II)
5. The infernal shadows of winter
6. Ancient coffins amongst the trees
7. Shrouded movement by night
8. The veil of the wintermoon

Wyvern – De vuurmagiër

In Nederland lopen tal van black metal-bands rond die niet vies zijn van de door velen verguisde keyboards. Ook Wyvern is zo’n band die uit de diepste krochten van de scene ontsproten is en veel symfonische toeters aan haar black toevoegt, het neigt bij momenten zelfs naar dungeon synth. De keyboards eisen op de eerste demo “De vuurmagiër” de hoofdrol op als het om sfeerschepping komt, want de groezelige riffs zitten ergens ver weg verborgen en klinken nogal vlak door het ontbreken van een productie (ook de drums lijken wel op keukenpotten en -pannen te zijn ingespeeld). Het weelderige toetsenwerk in combinatie met de sappige screams die soms haast op het geluid van een kraai lijken, doen me terugdenken aan de lang vervlogen tijden van het Belgische Avatar. Liefhebbers van strakke en moderne black gaan hier bitter weinig aan vinden. Voor wie het allemaal lekker vuig, ongekunsteld en ondergronds mag klinken en keyboards wel kan smaken, is dit Wyvern en haar “dark romantic black metal” misschien wel iets.

JOKKE: 68/100

Wyvern – De vuurmagiër (Zwartkunst Smederij 2019)
1. Wyvern ontwaakt
2. Zwarte tovenarij
3. Zijne bezwering
4. De gevleugelde dood
5. Kamp doorheen de vlammen
6. Verloren strijd
7. Eeuwig sluimeren

Ærekær – Avindskjold

Synthliefhebbers kwamen recent al via Vargrav – wiens laatste worp ondertussen gemakkelijk nog een punt of zeven op de scoreladder gestegen is – en Gardsghastr aan hun trekken en hebben er middels het Deense Ærekær opnieuw een lekker speeltje bij. Ærekær maakt net als o.a. Blot & Bod, Grifla da la Secta, Fanebærer en Vaabnet deel uit van de new wave of DKBM en Korpsånd-cirkel waarvan reeds een straffe compilatie verscheen. De Kopenhaagse band trakteert ons op haar eerste langspeler “Avindskjold” een half uur lang op een mix van etherische en atmosferische black gecombineerd met het beste wat dungeon synth ons te bieden heeft. Dikke mistige riff- en synthlagen liggen voortdurend met mekaar te vozen terwijl een strak doorrammende drumcomputer het tempo op de achtergrond aangeeft. Breed uitwaaierende krijsen vermengen zich in het intergalactische klankenpalet dat opgetrokken wordt en enigszins lijkt te contrasteren met het historische aardse tafereel dat op de cover prijkt. Vergeleken met de demo MMXVIII ligt de nadruk meer op de metalen elementen wat ik toejuich. Magistrale nummers zoals “Nævens fejlslag” en “Efterbyrd” vormen een instant garantie op kippenvel en de bloedmooie met post-rock flirtende intro en outro van “Vingetræk” kunnen mij helemaal krijgen. De lange tijd verguisde keyboards lijken weer helemaal terug te zijn! Hoera!

JOKKE: 82/100

Ærekær – Avindskjold (Nattetale/Tour de Garde 2019)
1. Bøj dig for din ælde
2. Nævens fejlslag
3. Efterbyrd
4. Vingetræk