finland

Ymir – Ymir

Dit self-titled debuut van het Finse Ymir is er niet zonder slag of stoot gekomen. Voor de oprichting van de band moeten we zo’n 22 jaar terug de tijd in gaan en al vrij snel volgde dan in 1999 de eerste demo “Trollsword“. Daarna werd het echter muisstil daar de broers Vrasjarn en Lord Sargofagian hun pijlen richtten op andere bands zijnde Baptism, Profetus en nog een hele resem andere namen. In 2006 kwam Ymir terug uit een van de duizenden Finse meren boven water wat resulteerde in de “Silvery howling” demo. Lead gitarist T. Pölkki was echter niet langer van de partij. Opnieuw werd Ymir lange tijd in het vriesvak geplaatst, maar nu is er dan toch eindelijk die langverwachte eerste volwaardige langspeler. De huilende wolven en andere nocturnale klanken die “Pagan mysticism” inluiden, dragen vanaf de eerste seconde bij tot het mystieke karakter van Ymir’s zwartmetaal. Hoewel de robuuste en bruisende zwartgeblakerde composities van Ymir zeker Finse trekjes vertonen, kan er ook een Ancient Records atmosfeer onder de dikke sneeuwlaag waargenomen worden. Deze plaat is immers een puur, traditioneel en gepassioneerd eerbetoon aan de jaren ’90 waarmee het duo aantoont dat het heidense vuur verre van ondergesneeuwd is en nog steeds brandt. De toepasselijk getitelde stampende afsluiter “Resurrection of the pagan fire” is een oudje van de tweede demo dat hier voor een passend sluitstuk vormt en – ondanks zijn iets meer venijnige aard – perfect aansluit bij de vijf nieuwere composities die wat meer op sfeer inzetten. Cryptische keyboards ondersteunen waar nodig de nobele tremolo gitaarriffs die de poorten van ons oude bewustzijn wagenwijd open trekken en krijsende vocalen weerklinken als kraaigeschal doorheen de besneeuwde gitzwarte bossen. Het is niet enkel hoog gekrijs dat weerschalt, maar ook diepere uithalen en sporadische cleane zang of verhalende passages behoren tot het vocale pallet van drummer Lord Sargofanian. De ritmes en tempo’s bezitten een stuwend karakter en voor slepende repetitiviteit is hier geen plaats. Voor mysterieuze, expressieve, dynamische en licht epische black wel. Het melodisch beklijvende en eerder mid-tempo “Winterstorms” bevat heel wat heldere zang die ons aan Ulver’s blackmetalverleden doet denken. Tijdens dit nummer wanen we ons als het ware mee als figurant op de albumcover, niet om een sneeuwbalgevecht met het illustere heerschap te starten (die bijl zal ons immers meteen in mootjes hakken), maar eerder om samen door de eindeloze duisternis te langlaufen met “Ymir” als soundtrack.

JOKKE: 83/100

Ymir – Ymir (Werwolf Records 2020)
1. Pagan mysticism
2. Silvery howling
3. Ymir
4. Frostland conqueror
5. Winterstorms
6. Resurrection of the pagan fire

Odiosior – Syvyyksistä

Wanneer er meer ypsilons in een woord staan dan dat een normale mens kan uitspreken, weet je dat er een Fins product op je talloor ligt. In dit geval de eerste langspeler van Odiosior waarvan eerder al een debuut EP verscheen, maar waarvan we niet ondersteboven waren. A. Vexd, de man achter Odiosior en met ervaring in Alghazanth, Ghost Brigade en Conceal The Horns, heeft echter naarstig doorgewerkt aan nieuwe nummers en dat harde werk heeft geloond want de zeven stuks die er op “Syvyyksistä” prijken, weten al een veel grotere grijns op onze tronie te toveren. Muzikaal gezien koppelt Odiosior hier vorm aan inhoud (de strijd tegen religieuze dogma’s die de mens van binnenuit rottend maken door zijn potentieel te blokkeren) met een meeslepende uitbreiding van zijn koude Scandinavische blackmetalgeluid. Hoewel nog steeds erg binnen het pantheon van black metal opererend, verkent Vexd op gepaste wijze de extremen binnen dat geluid, van snelle vlijmscherpe riffs tot mid-tempo black ’n roll en van ijskoude grimmigheid tot een kosmische grandeur, waarbij de pakkende en bijwijlen ook prachtige melodieën afwisselend triomfantelijke gevoelens en bittere zoetheid uitdragen. De uitkomst is typisch Finse black metal met kosmische vluchtvleugels, ongetwijfeld versterkt door Vexd’s uitgesproken gebruik van spectrale synthgelaagdheid, en dat alles zonder die inherente grimmige vuiligheid te verliezen. “Laulu pimeydessä” bevat een keyboardriedeltje dat sterk aan het fantastische “Het zwarte hart van walging” van het Nederlandse Duivel doet denken. Dit zwartmetaal is rauw maar melodieus en dynamisch erg rijk. Zo start een nummer als “Syvyyksistžä” eerder mid-tempo, maar na een passage met heldere zang, wordt dan plots die voet voluit op het gaspedaal geplaatst. Ook “Kaipaus” jongleert met een wijd amalgaam aan tempovariaties en wordt met cleane koorzang opgefleurd. Niet alleen op compositorisch en instrumentaal vlak maar ook productioneel gezien werd vooruitgang geboekt en de Fin wordt op drums nu bijgestaan door ex-Alghazanth-collega Gorath Moonthorn, goede zet! Enig puntje van kritiek is het nogal kinderlijke en inspiratieloze coverartwork dat gekozen werd. Maar voor de rest dikke duim omhoog voor de progressie die op erg korte termijn geboekt werd!

JOKKE: 81/100

Odiosior – Syvyyksistä (Purity Through Fire 2020)
1. Viha minussa
2. Takaisin kaaokseen
3. Laulu pimeydessä
4. Syvyyksistžä
5. Kaipaus
6. Olen myrkkyžä
7. Sotaan

Striges – Verum veterum

Striges is één van de elvendertig projecten van de in de Finse blackmetalscene alomtegenwoordige Shatraug. Het was ietwat vreemd dat we dit jaar nog geen nieuwe releases van de man hadden gehoord, maar kijk, 2020 nadert zijn einde en de Fin trakteert ons naast een nieuwe (fantastische) plaat van Horna nu dus ook op de eerste langspeler van Striges, een intercontinentaal project waarin Shatraug samenwerkt met zijn landgenoot LRH, die ook al menig Finse blackmetalplaat inknuppelde, en de Amerikaanse screamer Vaedis die verder ook actief is bij Hellgoat en Vimur en de fakkel overneemt van de Australiër Blackheart die op de demo’s zong en drumde. Die demojaren liggen trouwens al behoorlijk ver achter ons (respectievelijk zeven en dertien jaar). Striges is dus duidelijk een project dat lang heeft liggen rijpen in Shatraug’s hersenpan. “Scourge of the ages” trapt “Verum veterum” zonder al te veel poespas en met een venijnige tremoloriff en begeleidende blasts in gang en laat horen dat de heren voor een krachtige en moderne sound opteerden. Hierdoor moeten ze eerlijkheidshalve wel wat inleveren op gebied van eigenheid, maar dat zal Shatraug en co ongetwijfeld worst wezen. Ik had even schrik dat Striges een eendimensionale ram- en blaasband zou zijn, maar halfweg het openingsnummer laat het trio zien ook mid-tempo passages, in dit geval vergezeld van heroïsche heldere diepe zang, in zijn muziek te willen intrigeren om het zo op dynamisch vlak boeiend te houden. Shatraug kent ondertussen het klappen van de zweep natuurlijk al wel en hem moeten we geen lesje in blackmetalsongwriting meer geven. Maar 90% van de speelduur gaat die voet toch wel voluit op het gaspedaal hoor. De tremolo picking melodieën vliegen ons volcontinu om de oren en boetseren een authentiek blackmetalgeluid vol passie en kracht dat heen en weer zwalpt over de grens tussen Finland en Zweden. Ik hoor hier bijvoorbeeld heel wat Setherial in. Bij een wat langer nummer als “Entwined in shadows, drawn to death” is het wat moeilijker om heel de rit bij de les te blijven, maar gelukkig wijst de catchy en pakkende volcontinu doordenderende thematische riff van het afsluitende “An ancient mournful soul” ons op het feit dat “Verum veterum” toch ook wel heel wat beklijvende momenten kent. Vaedis kan een aardig potje screamen maar daarbij zou hij wel wat meer hoogtes en laagtes mogen verkennen. Gelukkig schakelen zijn stembanden af en toe over op de reeds aangehaalde diepe heldere vocalen. Drummer LRH (o.a. Bythos en Horna) houdt de ritmische touwtjes strak in handen met zijn overwegend snel spel. Ook hier erg degelijk uitgevoerd, maar ook wel heel erg volgens het boekje. Met Striges bewijst vooral Shatraug nog maar eens dat hij haast elke seconde van de dag blackmetal ademt en nog niet van plan is zijn laatste adem snel uit te blazen.

JOKKE: 80/100

Striges – Verum veterum (Blut & Eisen/World Terror Committee 2020)
1. Scourge of the ages
2. Devouring the flame
3. Seven ghouls from the mountains of Mashu
4. Summoning the sorceress of the moon
5. Parched with eternal thirst
6. Entwined in shadows, drawn to death
7. An ancient mournful soul

Ordinance – In purge there is no remission

Met Ordinance en diens tweede langspeler “In purge there is no remission” hebben we de tot dusver beste Finse blackmetalplaat van het jaar in onze handen. Punt. Next! Nee, we dienen dit natuurlijk wat beter te kaderen. Ordinance werd ergens aan het begin van dit vervloekte nieuwe millennium gevormd en brengt traag maar gestaag nieuw werk uit. Tot op heden verschenen een demo in 2007 en een debuut in 2014. Deze opvolger is de eerste muzikale output die ik van het duo Arttu Ratilainen (zang en snaren) en Lauri Laaksonen (drums; ook actief als muzikaal brein achter Convocation en Desolate Shrine) te horen krijg, en ik ben instant verkocht en verknocht aan deze ruwe diamant. Ondanks de Finse afkomst klinken de zeven nummers die er in vijftig minuten passeren allerminst als clichématig en typisch Fins zwartmetaal. “In purge there is no remission” spreekt de pure en onomwonden taal van tweede golf blackmetalclassicisme zonder enig voorvoegsel, maar met een onmiskenbaar uniek dialect door het toevoegen van onorthodoxe elementen zoals de heavymetalsolo’s én vocale uithalen, akoestische klanken en heldere koorzang in het waanzinnige “Credo sceleratum“. De brutale opener “Obstructed paths” doet me op zijn meest agressieve momenten aan Triumphator denken, maar bevat ook subtiele orchestratie. “Diabolopathia” wisselt berustende melodieën af met spetterend blackmetalvuurwerk en “Gathering wraiths” is een knap staaltje dynamiek met heel wat groove, verwrongen stonerachtige leads en sacrale toetseninkleuringen. “The kingdom of nothing” start met de nodige heidense epiek om vervolgens een U-turn van jewelste te nemen en de hel/ragnarök te laten openbarsten niet alleen door het overweldigende gemusiceer maar ook door de fenomenale diepe raspende strot van Arttu. “Gesticulation of death” laat dan weer uitschijnen alsof we plots met een postrockband te maken hebben en vervelt nadien tot een slepend doomy zwartgeblakerd epos met likkebaardend gitaarwerk. Hekkensluiter “Purging kremanation” klokt op meer dan elf minuten af en is van meerdere markten thuis: viscerale agressie, heidense melancholie, galopperende oorlogszucht, mid-tempo headbangpassages en schedelsplijtend soleerwerk. Er valt met andere woorden heel wat meer te beleven dan wat je op basis van het eentonige artwork zou vermoeden. “In purge there is no remission” is een werk van twee meestersambachtslieden en sluwe tovenaars tegelijk, een uitzinnige reis naar waanzin en mystiek, gegoten in een uitstekende productie die balanceert tussen rauwheid en melodieusheid.

JOKKE: 85/100

Ordinance – In purge there is no remission (The Sinister Flame 2020)
1. Obstructed paths
2. Diabolopathia
3. Gathering wraiths
4. Credo sceleratum
5. The kingdom of nothing
6. Gesticulation of death
7. Purging kremanation

Witchcraft/Aske – Dead christ prayer

Het Finse Witchcraft leerde ik kennen dankzij de puike, vorig jaar verschenen split met ons eigenste Perverted Ceremony. Opnieuw ging het duivelse trio een pact met gelijkgestemde verdorven zielen aan, deze keer wel dichter bij huis want de uitverkorene is Aske, een Finse band die er in 1991 al bij was en een vijftal demo’s op de mensheid losliet, maar in 1998 wel een winterslaap van zo’n dikke achttien jaar intuimelde. Onder de niets verbloemende noemer “Dead christ prayer” krijgen we zes volwaardige nummers, een winderig intermezzo en een knisperende intro voorgeschoteld die tezamen op een krappe vijfentwintig minuten afklokken. Witchcraft bijt de spits af en aan de gortige uitwasemingen van het trio is niet te horen dat de band pas in 2013 het levenslicht zag. Witchcraft poept immers proto-black uit die heel schatplichtig is aan Beherit. In “Necrobestiality” komt het bestiale karakter serieus vanachter de hoek piepen, maar veel heeft het allemaal niet om het lijf. En een korte ‘compositie’ als “Demonolatrian war” al helemaal niet. Aske is sinds 2016 terug op dreef en hoewel deze Finnen wél tijdsgenoten zijn van Beherit, klinkt Aske toch net wat anders. Scheller en dunner vooral en een pak minder bestiaal en ook wel hypnotiserend en ietwat psychedelisch (iets wat ik bij Witchcraft ook wel bespeurde op de nummers die ze voor de split met Perverted Ceremony aanleverden, maar hier dus – op opener “Funeral throne of the sadogoats” na – mis). Bezieler Niko Thomasson’s aka Behemoth’s vocalen galmen als een begrafenisbriesje over de repetitieve onderstroom aan riffs en drums en bezorgen brave christenzieltjes wellicht de daver op het lijf. Ietwat vreemde combinatie aan stijlen op deze split, waarbij ondergetekende vooral naar Aske neigt.

JOKKE: 70/100 (Witchcraft: 65/100; Aske: 75/100)

Witchcraft/Aske – Dead christ prayer (Nuclear War Now! Productions 2020)
1. Witchcraft – Funeral throne of the sadogoats
2. Witchcraft – Necrobestiality
3. Witchcraft – Codex gigas
4. Witchcraft – Demonolatrian war
5. Witchcraft – Raid from hell
6. Aske – Intro (From below 21)
7. Aske – Kurnugia
8. Aske – Nuntius (Acip)

Förgjord – Laulu kuolemasta

Wie al eens een plons in één van de duizenden meren van Finland neemt, zal op de bodem ongetwijfeld de naam Förgjord wel al eens tegengekomen zijn. Deze Finse band met Zweedse naam voor “vernield” is al sinds midden jaren ’90 actief – zij het onder tal van andere namen – maar pas rond de eeuwwisseling begonnen er releases naar boven te borrelen. Vanaf de derde langspeler getiteld “Uhripuu” en tevens de eerste voor Werewolf Records, begon de band rond stichtend lid en snarenplukker (zowel de dikke als de dunne) Valgrinder (o.a. ook actief bij Marras) op te vallen. Sindsdien verscheen er aan een hoog tempo output want vorig jaar was er nog “Ilmestykset” en een goed jaar later dus weeral de vijfde langspeler die de titel “Laulu kuolemasta” meekreeg. De albumtitel betekent zoveel als “lied over de dood” en de plaat behandelt dit onderwerp dus ook conceptueel. De dood heeft immers verschillende gezichten. Als je de dood leert accepteren en je angst ervoor wegneemt, kan je een vrij leven leiden. Maar de dood kan ook de ultieme straf vormen of een oneindige nietigheid inluiden. Voer om even stil bij te staan. Vergeleken met de door orgelklanken opgewekte melancholie van voorganger “Ilmestykset“, is “Laulu kuolemasta” esthetisch gezien een meer bevrijdende plaat, waarbij de Finnen ook meer sombere en rockende territoria verkennen maar wel zoals steeds met een acute mystiek die de 46 minuten durende plaat als een aanhoudende mist bedekt. Elk van de acht nummers en twee spookachtige intermezzi met akoestische of ambientklanken stralen een bedrieglijke en smerige aanstekelijkheid uit die inherent is aan Finse black. Zelfs zonder hun moedertaal te kennen, begin je al snel mee te neuriën. De soms lange nummers worden gradueel opgebouwd door middel van langzame meanderende intro’s totdat de muziek op volle toeren draait en blastbeat-gewijs tot een apotheose leidt. De mix is aan de grofkorrelige kant, maar laat dat de pret vooralsnog niet drukken. Liefhebbers van Finse black weten wat doen.

JOKKE: 76/100

Förgjord – Laulu kuolemasta (Werewolf Records 2020)
1. Laulu murtuvan niskan
2. Ihtiriekko
3. Surman virta
4. Kostonhetki
5. Kylmyys
6. Polkuni päässä
7. Kaksi kiveä
8. Ruotta 04:28
9. Finlandia
10. Veljessurma

Flail – ᛞᛁᛋᛏᚨᚾᛏ ᚹᚨᚾᛞᛖᚱᛁᛝᛋ (Distant wanderings)

Het Finse Flail houdt niet zo van de allerlaatste modeverschijnselen en zoekt zijn heil liever in maliënkolders, zwaarden, ridderhelmen…en één of ander runenschrift. Ook muzikaal gezien biedt deze nieuwe MLP geen moderne toestanden, maar zwartmetaal met een esoterisch en depressief randje die zich heel langzaam en repetitief vooruit sleept, alsof het héél erg moeilijk en zwaar valt om uit een diep dal vol persoonlijke tragedie te klauteren. De gitaarsound is beter dan op de selftitled EP maar nog steeds aan de dunne, schelle kant (wat echter niet storend is) en de metaalachtige snare-aanslagen snijden door de riffs als een mes door malse hoeveboter. In het tergend trage “Withering despair” is een Burzum niet veraf, vooral door de frivole basloopjes die hypnotiserende toetsen toevoegen aan de korrelige en groezelige onderlaag aan riffs. Net wanneer dit acht minuten durende nummer wat monotoon dreigt te worden, besluit de drummer een extra basdrumpedaal in de strijd te gooien wat iets meer schwung creëert. “Distant wandering” is, ondanks het feit dat dit nummer nog twee minuten langer duurt, net iets dynamischer, maar verwacht nu geen tientallen riffs en breaks. Naast getergde screams gooit Flail eveneens helder gezangen in de strijd die een bezwerende religieuze ondertoon hebben zonder als één of ander occult ritueel te klinken. Ondanks het rauwe karakter van de muziek bevat die ook tonnen atmosfeer, slechts miniem links en rechts door een verdwaalde synthtoets onderstreept. Die ridderuitrusting is dus helemaal niet nodig om ons terug naar middeleeuwse tijden te doen verlangen, de muziek alleen slaagt daar al in. Geslaagde EP voor liefhebbers van uitgesponnen, depressieve, monotone en hypnotiserende black.

JOKKE: 78/100

Flail – ᛞᛁᛋᛏᚨᚾᛏ ᚹᚨᚾᛞᛖᚱᛁᛝᛋ (Distant wanderings) (Gramschap/Ravdvs2020)
1. Distant wandering
2. Withering despair

Convocation – Ashes coalesce

Het Italiaanse label Everlasting Spew Records staat normaal garant voor een niet aflatende stroom aan death metal releases, waarvan een groot deel onder de noemer ‘brutal’ en ‘technical’ death vallen. Zodus passeren hun releases hier niet al te vaak op Addergebroed, al komt er hier en daar ook eens een album aan zompige vuiligheid bovendrijven dat mijn oren wel kan bekoren – denk maar aan bands als Void Rot, Naga of Assumption. Gelukkig heeft de immer sympathieke scout van het label, Tito Vespasiani, ook een hart voor trage death doom en lijfde hij enkele jaren geleden het Finse Convocation in dat bestaat uit leden van het duistere Desolate Shrine en Dark Buddha Rising, twee acts die we hier ten zeerste kunnen waarderen. Twee jaar geleden waren we zeer te spreken over hun debuutalbum “Scars across” en vorige week kwam dan het nagelnieuwe “Ashes coalesce” uit. Aan de formule van slepende death doom riffs, doorspekt met psychedelische leadlijnen (dat zanger MN er ondertussen ook nevenactiviteiten bij het Waste of Space Orchestra op nahoudt is eraan te horen) wordt weinig gesleuteld en ook telt het album opnieuw vier mastodonten van nummers die tussen de acht en de veertien minuten afklokken. Echter wordt de krachttoer die “Scars across” was niet zomaar herhaald, want Convocation trekt de registers verder open en klinkt zo mogelijk zwaarder en miserabeler dan voorheen. Waar opener “Martyrise” nog relatief wat met tempo’s speelt zoekt “The absence of grief” de traagste regionen van het genre op, flirtend met funeral doom. Echter is het niet één en al trage meeslependheid, want het nummer eindigt in een fikse apotheose waarbij Anssi Mäkinen (gekend van Profetus en een kort verleden als bassiste bij Horna) met haar krachtige zang de epiek de hoogte in stuwt. De iets snellere, meer rechtdoorzee death metalpassages die op het debuut te horen waren worden wat meer geschuwd, maar als er dan eens loodzwaar gebeukt wordt (“Misery form”) doen de basdreunen ons uit onze zetel trillen. Hoe verder het album vordert, hoe epischer de proporties die de muziek aanneemt lijken te worden tot “Portal closed” doet wat de titel belooft en het album stilletjes ten einde laat kabbelen. Ondanks de meer grandioze en weidse aanpak klinkt Convocation toch desolater dan ooit, en ondanks het trage tempo is “Ashes coalesce” een gevarieerd album, vooral door de verschillende zangstijlen die MN erop nahoudt en de psychedelische toetsen die wel wat naar labelgenoten Assumption neigen. Dikke aanrader voor wie van slepende, beklemmende death doom houdt.

CAS: 84/100

Convocation – Ashes coalesce (Everlasting Spew Records 2020)
1. Martyrise
2. The absence of grief
3. Misery form
4. Portal closed

Odiosior – Odiosior

Finse black metal muzikanten zijn blijkbaar niet vies van het presteren van overuren want de hoeveelheid releases van – veelal nieuwe – bands is nog amper bij te houden. Odiosior en diens self-titled debuut vormen het onderwerp van deze review. Het betreft hier een éénmansproject, maar laat u dat vooral niet afschrikken. A. Vexd, de man verscholen onder de cape op de cover, is wel geen babyface op gebied van black metal, want hij deed reeds ervaring op bij het ter ziele gegane Alghazanth en To Conceal The Horns, waarvan we de eerste langspeler een tijdje terug nog onder de loep namen. In vergelijking met diens symfonische en kosmische black gaat het er hier een stuk r(a)uwer aan toe: de hymnes ter meerdere eer en glorie van onze gehoornde vriend worden in het Fins uitgeschreeuwd, het tempo ligt doorgaans hoog en de vlijmscherpe knapperige riffs verliezen melodie en atmosfeer niet uit het oog. Zo héél af en toe worden er nog wel toetsen ingezet, maar dat is dan louter ter ondersteuning en het toevoegen van extra sfeer en gezelligheid. Na een dikke twintig minuten zit dit eerste wapenfeit erop en we zijn nog niet meteen overtuigd dat Odiosior iets of wat toevoegt aan het legioen Finse black metal bands. Daarvoor komen de vijf nummers niet hard genoeg binnen: geen enkele riff is memorabel en op geen enkel moment wil ik wijdbeens gespreid en met opengesperde handen onzichtbare appelsienen in de lucht steken. Enkel de inleidende klanken van het openingsnummer klinken iets of wat gaaf…maar daar red je het dus niet mee. Geef mij dan maar To Conceal The Horns.

JOKKE: 69/100

Odiosior – Odiosior (Spread Evil 2020)
1. Kavahda näkyäni
2. Kutsu
3. Oodi sudelle
4. Antaudu yölle
5. Andrasin sinetti

Gloom – Rider of the last light

Er lopen reeds heel wat bands met de naam Gloom rond in het wereldje van de extreme metalen. In deze review bespreken we het gloednieuwe Finse Gloom met leden van Nekrokrist SS die zijn kwaadaardige boodschap middels een vette pot Finse black verspreidt. Dat het de heren menens is, maken de promofoto’s duidelijk: met bloed overgoten zwart/wit bekladde smoelwerken, camouflagebroeken, meters zware kettingen, geweren, steekwapens, gasmaskers en een sik waar de baphomet jaloers op zou zijn. Ook de acht recht-voor-de-raap songtitels die op het Indiana Jones achtig getitelde debuut prijken, liegen er niet om. “Bleed” trapt “Riders of the last light” met een welgemikt nekschot in gang. Alle klassieke elementen die Fins zwartmetaal zo lekker maken zijn aanwezig in nummers als “Deep in the ground” , “No mercy after sunset” of het titelnummer: ijskoud striemend riffwerk, melancholische melodieën (wel eerder subtiel dan op de voorgrond), niet al te ingewikkeld straightforward drumwerk en haatvol gekrijs dat licht vervormd is en parallellen vertoont met Pest, Gorgoroth’s beste krijser. Maar ook muzikaal wordt duidelijk dat Noorse klassiekers als “Under the sign of hell” en “Transilvanian hunger” destijds regelmatig hebben opgestaan in de slaapkamers van de heren. Als er zo iets als een black metal dansfeest zou bestaan, zou een nummer als “Iron claws of black metal” met diens korte hoempapa ritme de beentjes ontegensprekelijk losgooien. Voor de rest gaat de drummer grotendeels rechttoe rechtaan voluit, met een uitzondering van het drum- en basgitaarmomentje in “By your own hands“. Dat maakt spijtig genoeg dat halfweg de plaat de verveling dan ook wel stilaan de kop begint op te steken. De riffs en drumpatronen hebben immers een broertje dood aan onderscheidend karakter en dat is verdomd jammer, want eigenlijk klinkt Gloom best lekker en weten de heren wel degelijk hoe ze een traditioneel black metal nummer moeten schrijven. Alleen is het bijna acht keer hetzelfde liedje dat we te horen krijgen.

JOKKE: 75/100

Gloom – Rider of the last light (Spread Evil 2020)
1. Bleed
2. Iron claws of black metal
3. Fuck your faith
4. Deep in the ground
5. No mercy after sunset
6. Murder yourself
7. By your own hands
8. Rider of the last light