fluisteraars

Shagor – Sotteklugt

Ik heb het best wel voor bands die Oud- of Middelnederlandse woorden in hun titels gebruiken of neologismen uitvinden om hun titels een wat antieke bijklank mee te geven. ’t Nederlands is een rijke taal en het moet nu eenmaal niet altijd in het Engels of Noors te doen zijn. Die roep werd vooral bij onze noorderburen gehoord, getuige een indrukwekkende resem Nederlandstalige releases van onder andere Wederganger, Laster en Fluisteraars. Aan dat rijtje wordt Shagor toegevoegd, dat hun eerste plaat “Sotteklugt” (wat een titel!) via het immer sympathieke Babylon Doom Cult Records ter wereld brengt. Jo Versmissen gaat er prat op dat hij met zijn label enkel releases uitbrengt waar hij zelf volledig achter staat, en in het geval van Shagor slaat hij wederom niet naast de bal. Naast de hiervoor genoemde bands worden door Shagor en het label ook referenties aangehaald zoals Ulver ten tijde van het magistrale “Bergtatt” en ook Aversio Humanitatis, maar dan op zeer melodieuze wijze met langdurende opbouwen. Langdurig, niet langdradig, want de vier volwaardige nummers die op “Sotteklugt” prijken zijn elk op zijn minst een kleine zeven minuten lang. Daartussen vinden we nog “Verdoolde hemelbol”, een drietal minuten akoestische gitaar met dromerige zang, die even respijt geeft vooraleer “Dodendans” middels dragend gitaarwerk en een hoog tempo er een einde aan breit en met momenten – zeker dankzij de cleane zang die afwisselt met hese screams – zelfs even parallellen trekt met Woods of Desolation of Austere. Dit ook niet in het minst omdat “Sotteklugt” vol zit van tremoloriffs die wel uit een postrocknummer lijken weggelopen te zijn en de ganse plaat lang een heel dromerige, atmosferische en haast zweverige toon neerzetten. Met opener “Schemerzever” wordt meteen volle gas gegeven en komt inderdaad die knipoog naar Fluisteraars om de hoek kijken in de vorm van stuwend gitaarwerk. Halfweg wordt het tempo wat teruggeschakeld en wordt het repetitieve – ietwat ruizig en toch modern geproducet, trouwens – gitaarwerk doorspekt met akoestische tokkels die godbetert zelfs wat aan Lifelovers “Pulver” doen denken. Niet dat deze referenties ernaar hinten dat Shagor een DSBM-plaat heeft geschreven, maar wel dat “Sotteklugt” dezelfde melancholische emotionele intensiteit bezit die hiervoor vermelde bands als handelsmerk uitdragen. Shagor straalt naast melancholie ook verbetenheid uit en dit door middel van bijna catchy hooks die her en der opduiken, zoals iets voorbij de tweede minuut van “Nachtdwaler”: zo’n riff die meteen je aandacht opeist en even voor niets anders ruimte laat. Ook in “Respijt” komen er van die oorwurmen terug – naast het feit dat hier ook de bas een welverdiende plek opeist en het kwartet plots wel zeer venijnig uit de hoek weet te komen. Shagor mag dan misschien wat traditioneler klinken dan veel wat we heden ten dage uit Nederland voorgeschoteld krijgen, maar blijft gedurende de kleine veertig minuten heel consistent in thematiek en sfeer waarbij vooral de warme leads en de variatie in zang opvallen. ’t Moet niet altijd vernieuwend zijn om beklijvend te kunnen zijn, en dat heeft Shagor goed begrepen. De warme, heldere en vrij moderne productie draagt toch een rauw kantje met zich mee en dat voelt aan alsof Shagor niet gewoon een ode aan melancholische black metal van een goeie twintig jaar geleden brengt, maar hun debuut net in die mindset van weleer heeft geschreven. Shagor haalt her en der de mosterd, maar heeft duidelijk een eigen visie en smeedt deze elementen doelbewust om tot een eigen stijl, sound en identiteit. Authenticiteit boven alles, en daaraan is er bij Shagor alvast geen gebrek.

CAS: 85/100

Shagor – Sotteklugt (Babylon Doom Cult Records 2020)
1. Schemerzever
2. Nachtdwaler
3. Respijt
4. Verdoolde hemelbol
5. Dodendans

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key

Het is vijf jaar geleden sinds Haeresis Noviomagi ons met een eerste release verblijdde in de vorm van “Deluge” van Lubbert Das. In de slipstream van dit veelbelovende startschot volgden een hele resem tapereleases van Solar Temple, Iskandr, Imperial Cult, Fluisteraars, Nusquama, De Ontkoppeling, Paean en natuurlijk Turia (de meest geprofileerde van het Nederlandse collectief) waarbij de één nog overweldigender klonk dan de andere. Om dit halve decennium aan kwalitatieve muzikale output te vieren en extra kracht bij te zetten worden we getrakteerd op een een live splittape met Turia en Lubbert Das, een nieuwe EP van Iskandr én de debuutrelease van Empyrean Grace, een nieuwe naam op het vanuit Nijmegen en Utrecht opererende label. Wie het mastermind achter Empyrean Grace is wordt niet meegedeeld, maar op basis van het silhouet dat we in het artwork zien, zou ik het niet te ver gaan zoeken. Slechts één nummer prijkt er op deze tape, maar “Bestowment of the seraphic key” klokt wel op een klein half uur af. En wat we te horen krijgen, doet onze mond wijd openvallen van verbazing. Blackmetal linken we doorgaans aan Scandinavische grim and frostbitten landschappen en pikzwarte wouden waar de zonnestralen nooit of te nimmer geraken, maar niet in het geval van Empyrean Grace dat zowat het compleet tegenovergestelde landschap schetst. Er doemen hier geen beelden op van stalagmieten en -tieten of imposante gletsjers en omlaagdonderende sneeuwlawines, maar uitzichtloze, uitgestrekte verdorde grasvlaktes en drukkend warme woestijnen met her en der een verdwaalde eenzame boom prenten zich op ons netvlies als we de wondere bedwelmende klanken van dit werkstuk ondergaan. Een broeierige zonovergoten atmosfeer maakt zich van ons meester wat nog versterkt wordt door de verschenen sepia-achtige kleuren van het sobere, maar smaakvolle artwork. Deze epische muzikale compositie heeft een hoog cinematografisch karakter dat zich het best laat omschrijven als de soundtrack van een film over één of ander Bijbelverhaal dat zich in de Oudheid afspeelt. De muziek is opgetrokken uit lang uitgerekte warmbloedige gitaarpartijen met subtiel verschuivende akkoorden, goudkleurige leads en postrockerige crescendo’s die een branderig rood gevoel aan onze reeds getaande huid geven. En dit in combinatie met schaars ingezette diepe screams, subtiele heldere vocalen die van serafijnen afkomstig lijken te zijn en echo’s van repetitieve drumritmes die zich aan de einder voltrekken en een hallucinerend schouwspel creëren dat zich in onze verbeelding nestelt totdat de laatste uitstervende zonnestralen achter de einder verdwijnen. We moeten meteen denken aan die magistrale “Rays of brilliance” demo van Solar Temple, een werktstukje dat qua thematiek en sound (minder doom wel hier) niet zo gek ver weg ligt van deze eerste worp van Empyrean Grace, en, net zoals de Lubbert Das demo, dringend een heruitgave op vinyl verdient. Broeierig, zinderend, beklijvend en ronduit magistraal zijn de sleutelwoorden van “Bestowment of the seraphic key” die de soundtrack van afgelopen weekend vormde!

JOKKE: 95/100

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key (Haeresis Noviomagi 2020)
1. Bestowment of the seraphic key

Oculus Vacui – Alkahest

Het is de jongens van Oculus Vacui menens. Het Nederlandse duo heeft een grote interesse voor Luciferiaanse Gnosis en het ‘Left Hand Path’ en koos black metal als vehikel om hun devotie voor het duistere goddelijke vorm te geven. Zangers/gitaristen Neshamah en Void voeren al eens een ritueeltje uit – zoals blijkt uit de vele occulte voorwerpen die op het altaar op de hoes uitgestald zijn – waarbij de Grote Leegte opgezocht en omarmd wordt. Beide heren wijdden er hun debuutplaat aan die de titel “Alkahest” meekreeg wat staat voor een hypothetisch oplosmiddel dat in staat is elke andere stof op te lossen en tot niets te herleiden. “Alkahest” bevat vier monumentale tracks waarvan er drie een speelduur van om en bij het kwartier hebben en die beide muzikanten niet alleen konden realiseren. Voor het inmeppen van de trommels werd immers beroep gedaan op huurdrummer Omega, bekend van o.a. Darvaza, Fides Inversa en talrijke andere bands. Nordvargr (MZ412) verzorgde dan weer de rituele ambient die in de nummers ingebouwd zit. Oculus Vacui’s sound laat zich definiëren als lang uitgesponnen atmosferische black waarvan het repetitieve karakter een zeker hypnotiserend effect beoogt én realiseert. Dit resulteert soms ook in een dromerige, maar verre van zeemzoete, staat en doet me denken aan een band als Manetheren, waarvoor Omega (toevallig?) ook de laatste twee langspelers indrumde. Oculus Vacui’s black metal klinkt organisch, maar iets te dun (waar het ontbreken van een basgitaar waarschijnlijk debet aan is), en kan hierdoor in het USBM-hoekje geduwd worden; denk hierbij aan (een iets minder ruwe versie van) een Fell Voices. De finale van “Formula of regression through the Qliphothic pathways” heeft dan weer heel wat van een Wolves In The Throne Room in zich. Maar ook een Nederlandse collega als Fluisteraars kan als referentiekader aangehaald worden. “Alkahest” is een plaat die je in zijn geheel dient te ondergaan. Grenzen tussen onderlinge nummers vervagen, ondanks de lange intermediaire rustpauzes, en de ijselijke screams worden door de meanderende muziek geabsorbeerd. Fijne eerste kennismaking!

JOKKE: 80/100

Oculus Vacui – Alkahest (Psychedelic Lotus Order/Goatowarex/ Dawnbreed Records 2019)
1. Utilizing the alchemy of transgression to attain the limitless void.
2. Quintessence of the dark divine.
3. Altered states of comatose trance.
4. Formula of regression through the Qliphothic pathways

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

Nusquama – Horizon ontheemt

Nu de Nederlandse black metal toch wel een groot profiel wordt aangemeten – niet verwonderlijk gezien de vele albums die de laatste tijd de revue passeren en de set van Maalstroom op Roadburn – krijgt ze ook een duidelijk eigen gezicht van ietwat ruizig geproduceerde (Nijmegen) of net zeer experimentele black metal (Utrecht). In die lijn valt ook Nusquama te catalogeren, een project dat zo goed als een dwarsdoorsnede is van deze twee scenes met leden die ook musiceren in, here we go: Laster, Fluisteraars, Turia, Solar Temple, Grey Aura, Lubbert Das, Iskandr en nog wat andere projecten. Incest wincest, zoals men in de Nederlandse (maar ook IJslandse) scene placht te zeggen. Op gitaar vinden we zo O. terug, die de riffs aaneenrijgt in een stijl die wat richting Iskandr doet denken. De ijselijke vocalen van T. klinken helderder dan haar zangwerk bij Turia en komen duidelijker naar voor in de heldere, koude en van franjes ontdane mix. Echter weet Nusquama zich met haar middellange songs (elk tussen vijfenhalf en zevenenhalf minuten) te onderscheiden van de hierboven genoemde bands, hoewel vooral de invloed van het Haeresis Noviomagi collectief opvalt. Wat ervoor zorgt dat Nusquama een meer gevarieerd project is, is echter de melancholie die door middel van mid-tempo, melodieus gitaarwerk doorheen alle songs waait (en waarvan het knappe “Vuurslag” een mooi voorbeeld is), en waarin de geprevelde insteek van Fluisteraars opvalt (“Eufrozyne” en zeker het magistrale “Ontheemd”). De samenwerking van deze muzikanten met verschillende muzikale achtergronden schemert als een constante doorheen dit debuut dat de naam “Horizon ontheemt” draagt, waardoor de Nederlandse scene alweer een nieuw gelaat toont dat zich voldoende onderscheidt om op zichzelf te kunnen staan. Persoonlijk mis ik hier en daar wat variatie in tempo en mochten sommige explosies een iets hoger in your face-gehalte hebben gehad, maar dat zou muggenziften zijn over een album dat me al ettelijke weken steeds opnieuw weet mee te slepen. Benieuwd wat de volgende verrassing van onze Noorderburen zal inhouden!

CAS: 86/100

Nusquama – Horizon ontheemt (Eisenwald 2019)
1. De aarde dorst
2. Wrevel
3. Vuurslag
4. Eufrozyne
5. Ontheemd
6. Met gif doordrenkt

Lubbert Das – De plagen

Het Nederlandse Haeresis Noviomagi heeft er een enorm productief en succesvol jaar opzitten met killer releases van Solar Temple en Iskandr en twee fantastische splits van Turia met Vilkacis en Fluisteraars. Als kers op de taart krijgen we op tweede kerstdag nog een eerste volwaardige langspeler van Lubbert Das. De band werd in 2012 in Nijmegen opgericht en bracht reeds een demo (“Keye“) uit in 2013 en een EP (“Deluge“) in 2015. Het trio bestaande uit R (gitaar en zang), O (bas en zang) en J (drums en zang) heeft met “De plagen” een zinderende brok black uitgebracht die fans van het label blind kunnen aanschaffen, want hoewel het grootste deel van de muziek van R’s hand is hoor je naast echo’s van USBM à la Vilkacis en Predatory Light toch ook de invloed van enkele van O’s andere bands en dan voornamelijk Turia. Het trio vertrekt op “De plagen” waar “Deluge” stopte maar op productioneel vlak werd dankzij de mastering door Greg Chandler (Priory Recording Studios) een grote stap voorwaarts gezet maar met behoud van een ongepolijst karakter. Thematisch gezien heeft Lubbert Das vier plagen die de duistere middeleeuwen kwelden in songs gegoten: de vernietigende kracht van hongersnood, de verwoestende zwarte dood, het bloedvergieten veroorzaakt door strijd en oorlog en de monsterlijke beesten die in de wildernis huishouden. Het groovende canvas van de vier lange nummers wordt tot een maximum opgespannen middels door merg en been snijdende riffs, bezeten ijle screams en diepere growls, repetitieve drumsalvo’s en een voortdurende drang naar duistere melodie. “De honger” opent “De plagen” veelbelovend met een heerlijke brok snelle hypnotiserende black waarbij er ook diepe putgorgels opborrelen uit de hellekrochten die geopend worden. De repetitieve drums en de bezwerende onderstroom aan riffs en melodieën van de opener hakken meteen tot in het diepste van onze ziel en maken ons hongerig naar de rest van de plaat. “De pest” ontpopt zich na een meer ingetogen intro en een slepende aanzet na een drietal minuten tot een dodelijke en besmettelijke parasitaire aanval op de zenuwen waarbij snedige riffs doorheen onze gehoorgang klieven. Wat een nummer goddomme! “Het zwaard” snijdt aan twee kanten middels mid-tempo en up-tempo black die de adem doet stokken met haar ongebreidelde duisternis en dreigende onderhuidse baslijnen. In het venijnige “Het zwijn” worden voor een laatste keer alle remmen los gelaten en klinkt het alsof we vertrappeld worden door een kudde op hol geslagen everzwijnen waarbij gitaar, drums, bas en zang elkaar in een vurige brok lo-fi waanzin meezuigen doorheen een verstikkende maalstroom totdat mens en dier mekaar vinden en primaire menselijke krijsen een symbiose vormen met knorgeluiden van zwijnen. De zwarte (metaal)dood verspreidt zich heden ten dage als een plaag over de aardbol en maakt wereldwijd slachtoffers waarbij het wel lijkt alsof Nederland het nieuwe IJsland is geworden op vlak van infectueuze, intrigerende en incestueuze black. De bloeiende scene bij onze noorderburen resulteert volgend jaar dan ook terecht in een showcase en commissioned piece op het prestigieuze Roadburn. 

JOKKE: 87/100

Lubbert Das – De plagen (Fallen Empire Records/Haeresis Noviomagi/Amor Fati Productions 2018)
1. De honger
2. De pest
3. Het zwaard
4. Het zwijn

Fluisteraars/Turia – De oord

Als twee van Nederland’s beste huidige black metal bands besluiten de handen in elkaar te slaan, levert dat ongetwijfeld vuurwerk op. En het mooie aan Fluisteraars en Turia is ook dat als deze bands samen iets op poten zetten, ze dit met de nodige diepgang doen en niet louter elk een nummertje opnemen en samen kletsen. Fluisteraars bewees dat reeds met de vormgeving van de in 2016 verschenen EP “Gelderland“. Ook Turia is uit het beboste Gelderland afkomstig waardoor beide bands besloten inspiratie te halen uit de geschiedenis en natuur van de streek. Conceptueel gezien handelt de split over twee rivieren (de Waal en de Rijn) die doorheen hun respectievelijke thuishavens Arnhem en Nijmegen stromen. De collaboratie vertaalt zich ook naar de titel “De oord“, een oud-Nederlands woord om de plaats aan te duiden waar twee rivieren samen komen. En om nog een stapje verder te gaan, namen beide bands hun bijdrage gelijktijdig op in de Klaverland Studio, die zich in een natuurreservaat bevindt waar de Rijn Nederland binnenkomt en splitst in de Nederrijn en de Waal. Zoals je uit de titels van beide nummers kan afleiden, wordt een verhaal verteld waarin water centraal staat en via metaforen de reis van het water beschreven wordt vertrekkende vanuit de rustige bron tot in de dieperik van de zee en op haar weg alle sporen van het verleden uitwist. In vergelijking met haar laatste EP trekt Fluisteraars op “Oeverloos” opnieuw de kaart van epische, lang uitgesponnen en bijwijlen dromerig klinkende atmosferische black metal zoals die op de laatste langspeler “Luwte” werd gebracht. “Oeverloos” tikt dan ook op net geen kwartier af en kent een boeiende dynamiek. Majestueus en melancholisch van aard maar met minder opvallende verwijzingen naar Drudkhiaanse gitaarmelodieën, hoewel nog steeds subtiel aanwezig, vooral in de pakkende finale waarin de plechtige klanken ondersteund worden door diepe mannelijke en ijle vrouwelijke koorzang. De mid-tempo black bevat ook heel wat aan postrock ontleende crescendo-gitaarpartijen en weet meermaals de gevoelige snaar te raken. Dit weemoedig klinkende epos waarin heel wat ruimte is voor cinematografische instrumentale passages, heeft soms wel wat weg van een treurzang, des te meer door de orgelklanken die ik meen te ontwaren. Aan de B-kant maakt Turia het mooie weer nadat ze nog maar recent een geslaagde samenwerking met Vilkacis afleverde. Met achttien minuten speeltijd, levert het trio meteen de langste song uit haar oeuvre af. Het tempo ligt bij Turia een pak hoger en de band leeft zich uit in de meer experimentele en psychedelische kant van haar sound met enerzijds repetitieve riffs en drums waar de vocalen van T zoals steeds doorheen klieven en anderzijds breed uitwaaierende Floydiaanse grootsheid en met piano op smaak gebrachte rustiek. In de razende partijen sleurt Turia de luisteraar mee de tomeloze diepten van de zee in, terwijl de finale iets berustends in zich heeft en de stilte na de storm symboliseert. Héél knappe en geslaagde samenwerking waarin de thematiek en muzikale uitvoering mekaar versterken!

JOKKE: 87/100 (Fluisteraars: 86/100 – Turia: 88/100)

Fluisteraars/Turia – De oord (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Fluisteraars – Oeverloos
2. Turia – Aan den golven der aarde geofferd

Hegemone – We disappear

Onbekend is zeker niet onbemind, is al jaren het motto bij Addergebroed. Met de regelmaat van de klok worden ook wij nog eens stevig verrast door een onverwachtse release, alhoewel onverwachts in dit geval misschien met een korrel zout genomen mag worden. Al enige tijd raadde een kennis van me het nieuwe album “We disappear” van Hegemone aan, echter nu pas vond ik de tijd het album eens degelijk onder de loep te nemen. Het Poolse kwartet heeft blijkbaar al een uit 2014 daterend debuutalbum en een daaropvolgende split met het mij eveneens vrij onbekende, Wit-Russische Challenger Deep op haar naam staan en voegt anno 2018 nog een langspeler aan de discografie toe. Hoe een album dat al enige tijd uit is, nota bene via Debemur Morti Productions, zo lang onder mijn radar bleef zal voor eeuwig een raadsel blijven, maar vanaf heden volg ik elke stap die de band zet op de voet. “We disappear” is namelijk een parel van een album geworden waarop enkele invloeden van Amenra overgoten worden met een fikse vleug post-black metal, waarbij het riffwerk bijwijlen aan het vroegere werk van Fluisteraars doet denken. Het samenspel tussen bezwerende post-black gitaarspel, zelfs doorspekt met enkele zuivere post-rock riffs, de aanwezige rustpunten doorheen de plaat en de ijzingwekkende, getergde screams van zanger en bassist Jakub Witkowski vormt een coherent geheel waarbij elke song moeiteloos overvloeit in de volgende. Zoals het een Debemur Morti release betaamt zit alles productiegewijs ook weer snor, waarbij vooral de volle, krachtige bassound positief opvalt. Met een speelduur van meer dan 50 minuten doet Hegemone niet mee aan de nieuwe trend waarbij 30 minuten blijkbaar al voor een full length moet doorgaan (gesnopen, Marduk?), maar maakt de groep ruimte voor gelaagde spanningsbogen die nu eens in loodzware sludge (“Raising barrows”), dan weer in ijselijke black metal (“Тәңірi”) ontaarden. Doorheen “Π” ontwaren we ook de geest van het terziele gegane Amesoeurs. Zodoende lijkt het album wel een trip waaruit niet te ontsnappen valt, eens de play knop wordt ingeduwd vergeet je al snel dat er ook zoiets als pause of zelfs stop bestaat – tot plots die akelige stilte je verweesd achterlaat. Het was lang geleden dat een nieuwe band mij uit mijn goed vastgeknoopte combats blies, maar voor Hegemone bleek het een koud kunstje.

CAS: 88/100

Hegemone – We disappear (Debemur Morti Productions 2018)
1. Mara
2. Fracture
3. Raising Barrows
4. Π
5. ХанТәңірі
6. Тәңірi

Iskandr – Euprosopon

Het lijkt wel alsof alle muziek die de heer O aanraakt in goud verandert. We zijn immers al meermaals ferm onder de indruk geweest van zijn muzikale uitspattingen in onder andere Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Galg en ook Iskandr, waarmee de man nu een tweede langspeler aflevert. Deze komt er na het debuut “Heilig land” uit 2016 en de EP “Zon” die later dat jaar uitkwam. De nieuwe plaat kreeg de ietwat vreemde titel “Euprosopon” mee en verwijst naar de onmogelijkheden van de ideale man (“prosopon” betekent het aanzien of de gestalte van een mens en is afkomstig uit het Grieks waar het woord oorspronkelijk “gezicht” of “masker” betekende). Er is echter nood aan een nieuw soort heldendom binnen het werelds verval en de plaat wil een heroïsch en middeleeuws symbolisme opwekken bij de luisteraar. O geeft zelf aan dat Noorse klassiekers zoals “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades de voornaamste blauwdrukken voor Iskandr’s heidense black vormen. Drie platen die ik zelf ook met warme gevoelens onthaal, maar het is nu niet zo dat de invloeden er vingerdik opliggen. Het zijn eerder de strijdvaardige, heroïsche en triomfantelijke gevoelens van die albums die ook in de riffs, melodieën en strijdlustige zang van “Euprosopon” gecapteerd zijn. Bovendien zijn de vier lange composities complexer dan het oude werk en bevatten ze meer atmosferische elementen. Zo kent “Regnum” een meer timide akoestische passage die een heidens verlangen en terugkeer naar lang vervlogen tijden uitademt. Dit vormt een mooi contrast met de black metal passages. Ook het gebruik van koebellen en andere traditionele instrumenten in onder andere “Heriwalt” verrijkt de sound. Dit is echt een nummer dat de glorieuze oude Hades-dagen doet herleven terwijl de hoofdmelodie van “Verban” dan weer Drudkh uitademt en catchy klinkt. Nadat O in het verleden alle instrumenten zelf verzorgde, heeft hij nu in M. Koops van Fluisteraars een nieuwe strijdmakker gevonden voor de battle drums, wat op ritmisch vlak sterker uitpakt. Koops stond O tevens op productioneel vlak bij waardoor de plaat meer open en natuurlijk klinkt. De ambities van Iskandr reiken ver en met “Euprosopon” slagen ze erin om de verwachtingen meer dan waar te maken.

JOKKE: 86/100

Iskandr – Euprosopon (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Vlakte
2. Regnum
3. Verban
4. Heriwalt

Fluisteraars – Fluisteren versta je alleen als je goed luistert

Op relatief korte tijd wisten drie Nederlandse black metal albums me keihard bij mijn ballen te grijpen. Na Kjeld (“Skym”) en Wederganger (“Halfvergaan ontwaakt”) reeds aan een kruisverhoor onderworpen te hebben, mag ook Fluisteraars niet ontbreken.  (JOKKE)

Fluisteraars

Ave Fluisteraars! Hoewel ik het underground gebeuren op vast voet volg, slagen enkele bands er toch in om aan mijn alziend oog en alhorend oor te ontsnappen, alsook jullie debuutplaat “Dromers”. Vandaar dat “Luwte” mijn eerste kennismaking is met jullie. Zeg eens, wat voor spannends is er allemaal gebeurd tussen de release van jullie debuut en de nieuwe zilverling?
Gegroet Jokke! Toen “Dromers” uit kwam waren we al bezig met de opnames voor “Luwte“. Er werd flink aan de weg getimmerd en ondertussen konden wij alle lovende kritiek over “Dromers” van harte ontvangen. Inmiddels zijn we al weer aan de slag met nieuw materiaal, waarvan we nu nog even niets verklappen.

Hoewel je bij de naam “Fluisteraars” eerder muziek in het akoestische of ambient straatje zou verwachten, spelen jullie wel degelijk een ferme brok black metal. Vanwaar de keuze voor deze intrigerende bandnaam? Omdat ik in jullie muziek heel wat Oost-Europese melancholie type Drudkh terug hoor, vroeg ik me af jullie misschien inspiratie hebben gehaald bij het boek “Fluisteraars – Leven onder Stalin” van Orlando Figes. Dit werk gaat over het leven van Russen, Oekraïners en vele andere volkeren in het Sovjetrijk in de periode van 1917 tot 1953, waarvan het leven in een sfeer van angst verliep.
Fluisteraars was twee jaar voordat dat boek uit kwam al opgericht en heeft dus niets te maken met dit boek. Onze bandnaam komt voort uit onze motivatie om lokale verhalen uit het verleden te ‘fluisteren’ in onze muziek. Fluisteren versta je alleen als je goed luistert. In de eerste plaats maken wij, zoals je zegt ‘een ferme brok black metal’, maar als je goed luistert hoor je meer dan alleen dat.

Met die invloeden van Drudkh en in mindere mate Agalloch vind ik dat jullie een eigen niche hebben gecreëerd in de Nederlandse black metal scene, want er lopen niet veel bands in de Lage Landen rond, die dit soort atmosferische melancholieke black metal spelen. Ook bands als Urfaust, Nihill, Kjeld, Wederganger of Terzij de Horde hebben hun eigen geluid. Is de Nederlandse underground black metal scene aan een heropleving bezig nadat brute death metal bands enkele jaren geleden regeerden?
De huidige scene is de eerste die wij actief mee maken als muzikant. We zijn vrij jong en kunnen daarom deze tijd niet vergelijken met de Nederlandse scene van vroeger. Wat we wel kunnen zeggen is dat jong en oud op dit moment fuseren tot een nieuwe stroming van Nederlandse Black. We zijn bevriend geraakt met de leden van Wederganger en Mondvolland. Onze netwerken zijn samen gekomen. Wij kregen kennis van Kjeld, Laster en Urfaust , waarop zij weer kennis kregen van Galg en Lubbertdas. Iedereen support elkaar en komt naar elkaars show toe. Dit zorgt voor een hechte kring die je best als een opleving zou kunnen beschouwen.

Beide platen zijn verschenen op het Eisenwald label en dat verbaast me in jullie geval niet als ik de andere bands op hun rooster zie (o.a. Agalloch, Alda, Drudkh en Fen). Dit zijn allemaal artiesten waarvan ik wel een bepaalde invloed in jullie geluid terug vind. Hoe zijn jullie bij het label terechtgekomen en zijn jullie tevreden over de samenwerking? Welke bands uit de Eisenwald stal kan je nog aanbevelen?
Het Franse label Cold Void Emanations heeft onze eerste twee demo’s op cassette uitgebracht. Hij heeft Eisenwald benaderd om samen “Dromers” uit te brengen. De eigenaar van Eisenwald brengt alleen muziek waar hij zelf achter staat en dat bevordert onze samenwerking. Het is geweldig om met zo een oprecht persoon in zee te gaan in plaats van met een label dat je gouden bergen belooft en je smerige contractjes aanbiedt. Aurvandil, Stilla, Armagedda, Lik, Lönndom, Whirling, allemaal de moeite waard om te checken!

Door te kiezen om in het Nederlands te schrijven en zingen, zijn de teksten voor Belgen en Nederlanders natuurlijk veel gemakkelijker te verstaan, terwijl anderstalige teksten toch dikwijls een pak abstracter of moeilijker te doorgronden zijn. Vanwaar de keuze om in jullie moedertaal aan de slag te gaan?
In je eigen taal heb je een veel groter vocabulair en kan je dus nauwkeuriger vertelllen wat je écht bedoelt.

De vinylversie van jullie debuut is onderweg en de nieuwe heb ik digitaal beluisterd, waardoor ik nog geen teksten heb kunnen lezen. Hechten jullie veel belang aan de lyrics of beschouw je deze eerder als een noodzakelijk kwaad? Waar haal je inspiratie vandaan en hoe komt zo’n tekst tot stand?
We buigen er met ons drieën over. We leveren allemaal een deel aan en maken het passend op zo’n manier dat we alle drie tevreden zijn. Luwte is ons meest persoonlijke album tot nu toe en de teksten zijn daarom heel belangrijk.

Een reden waarom ik misschien nog niet van jullie band had gehoord, is het feit dat ik noch op jullie Facebookpagina noch op het wereldwijde net, flyers van Fluisteraars shows ben tegengekomen. Podiumvrees of zijn jullie eerder een studioband?
Er is zeker geen sprake van podiumvrees. Elk lid heeft met verschillende bands vaak genoeg op het podium gestaan. Wij zijn een studioband en hebben geen optredens op de planning staan.

Jullie artwork is zowel sober, grauw, duister, mysterieus als abstract. Werken jullie steeds met dezelfde visueel artiest samen? Op de hoes van “Luwte” prijken twee schimmen, maar met de band opereren jullie als trio. Dit vraagt om een extra woordje uitleg.
We doen alles zelf. Schrijven, opnemen, mixen en dus ook het artwork maken. Zanger Bob Mollema is echter de man met het penseel en kan onze ideeën haarfijn uitwerken op papier. De schimmen op de hoes staan niet voor individuele bandleden maar voor ‘’de roerloze gestaltes’’ die alles in het niets omvatten.

Wat staat er in de nabije toekomst nog op jullie planning?
In oktober komt “Luwte” uit op vinyl, daar zitten wij natuurlijk vurig op te wachten! Daarna komt er nog meer moois maar dat is nog even wachten.