funeral doom

Convocation – Ashes coalesce

Het Italiaanse label Everlasting Spew Records staat normaal garant voor een niet aflatende stroom aan death metal releases, waarvan een groot deel onder de noemer ‘brutal’ en ‘technical’ death vallen. Zodus passeren hun releases hier niet al te vaak op Addergebroed, al komt er hier en daar ook eens een album aan zompige vuiligheid bovendrijven dat mijn oren wel kan bekoren – denk maar aan bands als Void Rot, Naga of Assumption. Gelukkig heeft de immer sympathieke scout van het label, Tito Vespasiani, ook een hart voor trage death doom en lijfde hij enkele jaren geleden het Finse Convocation in dat bestaat uit leden van het duistere Desolate Shrine en Dark Buddha Rising, twee acts die we hier ten zeerste kunnen waarderen. Twee jaar geleden waren we zeer te spreken over hun debuutalbum “Scars across” en vorige week kwam dan het nagelnieuwe “Ashes coalesce” uit. Aan de formule van slepende death doom riffs, doorspekt met psychedelische leadlijnen (dat zanger MN er ondertussen ook nevenactiviteiten bij het Waste of Space Orchestra op nahoudt is eraan te horen) wordt weinig gesleuteld en ook telt het album opnieuw vier mastodonten van nummers die tussen de acht en de veertien minuten afklokken. Echter wordt de krachttoer die “Scars across” was niet zomaar herhaald, want Convocation trekt de registers verder open en klinkt zo mogelijk zwaarder en miserabeler dan voorheen. Waar opener “Martyrise” nog relatief wat met tempo’s speelt zoekt “The absence of grief” de traagste regionen van het genre op, flirtend met funeral doom. Echter is het niet één en al trage meeslependheid, want het nummer eindigt in een fikse apotheose waarbij Anssi Mäkinen (gekend van Profetus en een kort verleden als bassiste bij Horna) met haar krachtige zang de epiek de hoogte in stuwt. De iets snellere, meer rechtdoorzee death metalpassages die op het debuut te horen waren worden wat meer geschuwd, maar als er dan eens loodzwaar gebeukt wordt (“Misery form”) doen de basdreunen ons uit onze zetel trillen. Hoe verder het album vordert, hoe epischer de proporties die de muziek aanneemt lijken te worden tot “Portal closed” doet wat de titel belooft en het album stilletjes ten einde laat kabbelen. Ondanks de meer grandioze en weidse aanpak klinkt Convocation toch desolater dan ooit, en ondanks het trage tempo is “Ashes coalesce” een gevarieerd album, vooral door de verschillende zangstijlen die MN erop nahoudt en de psychedelische toetsen die wel wat naar labelgenoten Assumption neigen. Dikke aanrader voor wie van slepende, beklemmende death doom houdt.

CAS: 84/100

Convocation – Ashes coalesce (Everlasting Spew Records 2020)
1. Martyrise
2. The absence of grief
3. Misery form
4. Portal closed

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard

De bandnaam zette me initieel op het verkeerde been daar ik black metal verwachtte, maar Dwaellicht situeert zich in de traagste regionen van het extreme metal genre. Funeral doom dus, lang geleden dat er hier nog zo’n traag plaatje passeerde. Dwaellicht is het project van twee leden van de progressieve death metal band Moss Upon The Skull die middels Dwaellicht hun voorliefde voor al wat traag is botvieren. De Brusselaars brachten in 2016 de digitale single “Het duistere licht” uit en vervolgen hun parcours nu met de EP “Te vuur en te zwaard” die qua fysieke uitgave momenteel op tape te scoren valt dankzij “Back From The Grave Tapes” en op CD via Cavernous Records. De EP bevat drie échte nummers en het korte folky akoestische instrumentaaltje “De dans der vlammen“, maar wie iets afweet van funeral doom weet dat drie songs toch al gauw een half uur kunnen omspannen, wat hier dus ook het geval is. Vanaf de openingstonen van het titelnummer druipen de weemoed en tristesse van de uitgesponnen riffs, wijds gespreide drumaanslagen en lang aangehouden grunts af. Somber klinkend akoestisch gitaargetokkel en treurige orgelklanken waarover verhalende heldere vocalen gedrapeerd zijn, versterken de begrafenissfeer en even later hakt een meeslepende gitaarlead verder op onze emoties in. “Het duistere licht“, dat dus een tweede leven krijgt op deze EP, is pakkend in zijn eenvoud en zal fans van Mournful Congregation en Evoken ongetwijfeld kunnen bekoren. Gitaarriffs moeten niet complex zijn om iets los te maken, dat bewijzen de heren ook in het bijna twaalf minuten durende “Vorst” dat een kille en gitzwarte ondertoon heeft en alle opgewekte emoties instant bevriest. Dwaellicht slaagt erin mij niet in slaap te wiegen met hun slepende death/doom, een hele prestatie! Dat komt niet alleen door het feit dat het duo pakkende nummers schrijft, maar ook door de speeltijd van een half uur, want bij funeral doom platen van meer dan uur maak ik het einde meestal niet meer bewust mee. Veelbelovende start voor Dwaellicht!

JOKKE: 78/100

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard (Back From The Grave Tapes/Cavernous Records 2020)
1. Te vuur en te zwaard
2. Het duistere licht
3. De dans der vlammen
4. Vorst

Clouds – Durere

Ondanks het feit dat Clouds al enkele keren in mijn jaarlijst stond te pronken, kwam het gek genoeg nog niet tot een review. De funeral doomband onder leiding van zanger Daniel Neagoe (Aeonian Sorrow, ex-Eye of Solitude, ex-Shape of Despair en nog een ganse waslijst) brengt namelijk met de regelmaat van de klok nieuwe muziek uit. Hoewel Clouds voornamelijk zijn geesteskind is, houdt de Roemeen ervan om met gastmuzikanten te werken. Véél gastmuzikanten, want onder andere Pim Blankenstein (Officium Triste), Kathrine Shepard (Sylvaine), Gogo Melone (Aeonian Sorrow), Jón Aldará (Hamferð) en Shaun Macgowan (My Dying Bride) kwamen al opdraven en dan hebben we het nog niet gehad over hun imposante liveshows waarvoor Clouds bijna steeds enkele van die gasten meeneemt op het podium. Voor de nieuwe plaat “Durere” lijkt hij echter een meer stabiele band rond zich verzameld te hebben. Clouds is steeds zijn persoonlijk project geweest om met het verlies van dierbaren om te gaan – de albumtitel vertaalt zich niet voor niets naar ‘verdriet’, en elk album heeft het volgende verlies als inspiratie. In dit geval Daniels vader, die in maart 2019 overleed aan kanker. Geen wonder dus dat Clouds weemoediger klinkt dan ooit. Zoals we gewend zijn schrijft het internationale gezelschap melancholische funeral doom waarbij vooral de variatie tussen diepe grunts en cleane zang voor dynamiek zorgt. Tegenover het geweldige “Dor” lijkt de gitaar lager gestemd te staan, wat het geheel nog net iets donkerder doet klinken want waar op vorige albums nog een sprankeltje hoop scheen, is “Durere” één grote brok zwartgalligheid en lijken Daniels grunts eerder een gevoel van onmacht in plaats van verdriet uit te stralen. Met een gemiddelde van rond de acht minuten zijn de tracks relatief lang en sneller dan midtempo gaat het nergens. Echter weet Clouds zoals gewoonlijk wel een pak variatie te brengen door piano, viool en fluit toe te voegen aan de sowieso al bombastische sound. Na een ingetogen intro die “Cold guiding light” op gang trekt wordt het woord “cold” er middels een oerschreeuw uit wordt gepest, en hiermee is de toon meteen gezet voor een uur loodzware doom die zich kan meten met de groten uit het genre – voor zover Clouds daar ondertussen niet zelf bij gerekend kan worden. Dat “Durere” het meest persoonlijke album tot nu toe is wordt pijnlijk duidelijk tijdens het aangrijpende “A father’s death”, zonder twijfel het donkerste nummer van het album. Hoewel funeral doom nogal een love-it-or-hate-it genre is (ik ken bitter weinig mensen die het ‘wel ok’ vinden) weet Clouds omwille van de veelvuldige cleane zang toch een snaar te raken die veel acts in het genre lijken te missen. Daniel en de zijnen laten opnieuw horen dat Clouds een uniek samenwerkingsproject is dat zijn muzikale vruchten afwerpt. In september 2021 zouden ze in Gent neerstrijken, en ik raad iedereen die Clouds nog niet aan het werk zag aan daarheen af te zakken.

CAS: 86/100

Clouds – Durere (Eigen beheer 2020)
1. Cold guiding light
2. Empty hearts
3. Images and memories
4. Above the sea
5. The sailor waves goodbye
6. A father’s death
7. The end of hope

Treurwilg – An end to rumination

Of het nou lag aan de Nederlandse bandnaam of het logo, om één of andere reden nam ik aan dat dit een black metal schijf zou zijn. Ik was dus enigszins verbaasd toen bleek dat de Tilburgers van Treurwilg eigenlijk een soort slepende doom metal spelen. Met deze release in eigen beheer zijn ze, naar vier jaar stilte, toe aan hun tweede studio album. Hoewel je op basis van hun bijgevoegde biografie, de term “studio album” moet nuanceren. De heren delen namelijk mee dat het allemaal min of meer live werd opgenomen met een minimum aan overdubs of opsmuk en dat de vijf nummers dienen gezien te worden als één enkel stuk over angst, zwakte en de mogelijke overwinning op deze emoties. Vandaar waarschijnlijk ook het unieke cover artwork, welke vermoedelijk een kunstzinnige representatie is van de voornoemde gevoelens, maar voor mijn ogen teveel lijkt op een eindwerk aan de kunsthumaniora. Kortom, een ambitieuze aanpak, die niet helemaal heeft geloond. Hoewel ik veel respect heb voor bands die dit doen en daarmee het verschil tussen opname en live performance verkleinen, heb ik daar als luisteraar en recensent gewoon niet geweldig veel aan. Zeker niet als het muziek betreft die had kunnen profiteren van een betere sound en een paar extra takes. Begrijp me niet verkeerd, het is allemaal zeker niet slecht en als dit niveau effectief live wordt gehaald, dan prima… maar onder deze omstandigheden, ben ik toch niet geheel overtuigd. Daarvoor is de sound soms wat te modderig, het spel hier en daar niet strak genoeg en zijn de nummers vaak wat te langdradig. Dit laatste is, volgens mij dan, vooral te wijten aan de lang uitgerokken tokkels en de nogal eentonige drums. Deze zijn ook weer absoluut niet slecht te noemen, maar ze missen gewoon de inventieve afwisseling en sfeervolle klank die broodnodig is om dergelijke lange tracks interessant te houden. Iets wat misschien anders was geweest met een modernere aanpak achter de knoppen. De zeer sterke strot van zanger/gitarist Rens draagt heel veel op dit album. Enkel wat sneu dat er geen cleane zang te horen is. Goede toonvaste vocalen, op die tokkels bijvoorbeeld, hadden een meerwaarde kunnen betekenen. Een speciale vermelding blijkbaar voor Faal- en Fenadorn keyboardiste Catía, die de nummers aan elkaar rijgt met synth outros die, jammer genoeg, niet bijzonder indrukwekkend zijn qua sound of compositie. Weliswaar met als uitzondering, de laatste twee mooie minuten van afsluiter “Shallow pools of Grief“. De beste stukken op het album vind ik terug in het meer up-tempo “The fragility of mankind“, een nummer dat dan toch wat flirt met atmosferische black, en het funeral doom geïnspireerde “Myosotis“. Dit is een album dat, ondanks enkele tekortkomingen, veel belooft voor de toekomst en ik hoop dan ook van harte dat Treurwilgs volgende opus de knaller is waar “An end to rumination” naar hint.

Xavier: 69/100

Treurwilg – An end to rumination (Eigen beheer 2020)
1. Fragility of mankind
2. In ruin and misery
3. Myosotis
4. I
5. Shallow pools of grief

Selenite – Mahasamadhi

Ik heb altijd een zwak gehad voor de scherpe black metal die tijdens de jaren ’90 door de Oostenrijkse bergen schalde. Bands als Abigor, Amestigon, Heidenreich, Summoning, … behoren tot de absolute genre-top wat mij betreft. Misschien daarom dat ik me nog vaag kan herinneren aan Stefan Traunmüllers erg degelijke Golden Dawn project. Nu ben ik die band zo’n vijftien jaar geleden na “Masquerade” uit het oog verloren, maar het is zeker en vast een pas om dit Selenite een kans te geven. Hoewel de debuutplaat “Mahasamadhi” – een Yoga-term voor het verlaten van het lichaam – eigenlijk een funeral doom-album is, heeft het wel enige “typisch” Oostenrijkse zwartmetalen invloeden, zeker wat betreft de synths en drums. De hele “oosterse filosofie-insteek” kan ik met de beste wil ter wereld niet in de muziek terugvinden, maar het is zeker een interessante release. “Mahasamadhi” klinkt, ondanks de melodieuze aard en behoorlijke afwisseling, toch monotoon en daarmee past het zeker nog in het funeral doom-rijtje. De productie is niet te gelikt, maar wel professioneel. De instrumenten worden bespeeld met ervaring en zonder teveel tierelantijntjes. De grunts komen sporadisch voorbij en zijn best in orde, net als de cleane zang. Alles wat er in zit, past bij het klankconcept. Nu ja, alles is veel gezegd, want de vrouwenzang is namelijk vreselijk en verknalt vooral het laatste nummer “Final reckoning“. Het mag dan wel een operazangeres wezen, dit had Stefan echt beter kunnen skippen. Storend accent en niet immens toonvast, past het timbre van haar stem ook niet echt bij de muziek. Jammer, maar ook dat was vaak deel van die Oostenrijkse klank waarover ik het eerder had…

Xavier: 74/100

Selenite – Mahasamadhi (Séance Records 2019)
1. Requiem for a soul
2. Hidden presence
3. Third eye open
4. Channelling chants from beyond
5. Final reckoning

Monads – IVIIV

Op de valreep van 2017 lossen onze landgenoten van Monads hun volwaardige debuut “IVIIV“. Het vorige teken van leven dateert alweer van een dikke zes jaar geleden toen hun veelbelovende demo “Intellectus iudicat veritatem” uitkwam. Het werktempo ligt dus bijna even laag als het tempo van de muziek want Monads staat voor funeral doom: een genre dat slechts sporadisch aan bod komt op Addergebroed omdat het me zelden (nog) kan boeien. De tergend slome tempo’s laten weinig ruimte voor inventieve drumlijnen of gitaargestoei en het is ook niet iedereen gegeven om de dikwijls ellenlange songs de hele rit boeiend te houden. Ook Monads slaagt daar in een song als “To a bloodstained shore” niet helemaal in, maar weet in de drie andere songs wel de aandacht bij de les te houden. Zoals aangehaald was de interesse in de band ten tijde van de demo al gewekt, maar wat het vijftal nu laat horen is simpelweg beklijvende funeral doom die op alle vlakken vooruitgang heeft geboekt, zonder daarbij echter vernieuwend te klinken. De vier lange nummers knallen voller en zwaarder uit de boxen (waardoor de impact van de heavy stukken na ingetogen passages des te indrukwekkender is), de melodieën zijn pakkender en de growlende vocalen van frontman Rob Polon klinken dieper en overtuigender. Hier geen cleane klaagzangen, zielepootgedoe, treurende violen of overdadig romantisch pianogepingel. Enkel de laatste noten van “The despair of an aeon” zijn van een piano afkomstig. En de groots klinkende uit de post-rock scene geleende partijen die we op de demo hoorden, hebben nu plaats geruimd voor een sporadische injectie black metal venijn zoals de versnellingen in de monolithische opener “Leviathan as my lament” en “Your wounds were my temple” duidelijk maken, iets wat de dynamiek en afwisseling absoluut ten goede komt. Met de black metal achtergrond van enkele leden in o.a. Toorn, Cult Of Erinyes, Hypothermia en Koester verbaast me deze kruisbestuiving dan ook niet echt. Misschien moet ik het genre nog maar eens terug wat dieper onder de loep nemen, want Monads heeft de interesse terug opgewekt.

JOKKE: 84/100

Monads – IVIIV (Aesthetic Death 2017)
1. Leviathan as my lament
2. Your wounds were my temple
3. To a bloodstained shore
4. The despair of an aeon

Tchornobog – Tchornobog

Hoewel de bandnaam Tchornobog verwijst naar de Slavische “Zwarte God” draait het bij dit nieuwe project van Markov Soroka (Aureole, Slow) niet om idolatrie maar rond de verschillende metaforen van religie, psychologische wanorde, het begrijpen van het zelfbewustzijn en de betekenisgeving van ons leven. Dit debuut is maar liefst zeven jaar in de maak geweest en gedurende dit lange creatieproces heeft Markov steun gekregen van Svartidauði-drummer Magnús Skúlason en ook Greg Chandler (Esoteric) komt meermaals diep meegrommen op de vier monumentale tracks die samen op maar liefst vijfenzestig minuten speeltijd afklokken. Gedurende dit overrompelende uur komt zowat het hele spectrum aan extreme muziek voorbij geraasd: verstikkende black en dissonante death metal maar ook traag bulderende funeral doom worden tot één misselijkmakend geheel gebald waarin Markov voortdurend worstelt met zijn eigen demonen. Zelfs een tiental luisterbeurten is nog onvoldoende om alle details te ontwaren in dit beklemmende exorcisme. Zo wordt er in het geniale “Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)” gebruik gemaakt van saxofoon, trompet, piano en cello als aanvullend instrumentarium en mijn god, wat wordt er in deze song een beklijvende sinistere sfeer neergezet waarbij met momenten zelfs een klein lichtpuntje doorheen de gitzwarte duisternis lijkt te schijnen! Na een half uur extreme extravaganza kunnen onze reeds-aan-flarden-geblazen-trommelvliezen tijdens deze song even recupereren om daarna terug bloot gesteld te worden aan de zeventien minuten durende grand finale van “Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)”. Deze muzikale maalstroom is natuurlijk niet voor tere zieltjes weggelegd maar liefhebbers van Death Fetishist, Svartidauði, Skáphe of The Ruins Of Beverast kunnen hier simpelweg niet om heen. De visionaire grandeur die Markov met dit album heeft neerzet is immers overweldigend. Natuurlijk ook weeral een welgemeende “chapeau!” voor kwaliteitsleveranciers I, Voidhanger Records en Fallen Empire Records om ons te laten genieten van dit meesterwerk.

JOKKE: 90/100

Tchornobog – Tchornobog (I, Voidhanger Records 2017)
1. The vomiting tchornobog (Slithering gods of cognitive dissonance)
2. Hallucinatory black breath of possession (Mountain-eye amalgamation)
3. Non-existence’s warmth (Infinite natality psychosis)
4. Here, at the disposition of time (Inverting a solar giant)

Wederganger/Urfaust – Split

Zowel het legendarische Urfaust als het relatief jonge Wederganger draaien hun hand niet om voor een splitje meer of minder, dus lang kon het niet duren vooraleer de land- én labelgenoten een bloedpact zouden smeden. De wedergangers komen eerst aan de beurt en Alfschijn moet zijn cleane zang nog maar bovenhalen of ik weet meteen dat het weeral snor zit met dit nummer. Maar vergeet niet dat de sterkte van deze band ‘em niet alleen in de cleane zang zit, maar ook in de wisselwerking met de verrotte stembanden van Botmuyl en de muzikanten – onder leiding van MJWW – die beide heren achter zich hebben staan en weten hoe ze catchy pakkende songs moeten schrijven en spelen. De twee nummers die Wederganger ten berde brengt zijn grotendeels down- tot midtempo, hoewel in “Heengegaan” halverwege ook wel even het gaspedaal wordt ingeduwd. “De gebrokene” kent dan weer een meer punky, rockende ondertoon en schreeuwt gewoon om die luchtgitaar boven te halen. De daaropvolgende veertien minuten zorgen IX en VRDRBR – zoals we van hen gewend zijn – voor een verstikkende en onheilspellende, atmosfeer waarbij de aanvang van “Zelfbestraffingsten denz en occulte raabsels” klinkt alsof Joy Division zwaar door de mangel gehaald werd. Naarmate de track vordert, duikt het tempo de dieperik in en mede ondersteund door een onderhuidse keyboardlaag, neemt de song een haast funeral doom karakter aan, iets wat nog verder uitgediept wordt in “Hypnotisch bevel – De daimonische mensch“, waardoor een band als Esoteric nooit veraf klinkt. Hoewel beide bands onder de term black metal gecatalogiseerd worden, ligt hun geluid een spagaatwijdte uiteen, maar passen ze op een bepaalde manier toch ook mooi samen op deze split.

JOKKE: 87/100 (Wederganger: 86/100 – Urfaust: 88/100)

Wederganger/Urfaust – Split (Ván Records 2017)
1. Wederganger – Heengegaan
2. Wederganger – De gebrokene
3. Urfaust – Zelfbestraffingsten denz en occulte raabsels
4. Urfaust – Hypnotisch bevel – De daimonische mensch

Bestia Arcana – Holókauston

Midden juni verschijnt via nieuwe broodheer Dark Descent Records – met Daemon Worship Productions zit er precies een serieuze haar in de boter – de tweede langspeler van Bestia Arcana. Dat is enkele weken na de nieuwe Nightbringer. Waarom zeg ik dat? Wel, omdat de line-up van Bestia Arcana bestaat uit individuen die eveneens deel uitmaken/uitmaakten van deze band uit Colorado. De scheidingslijn tussen de auditieve terreur die het trio Naas Alcameth, K. en Menthor via Bestia Arcana de kosmos in knalt, was ten tijde van het zes jaar oude debuut “To anabainon ek tes abyssu” een hele dunne vergeleken met Nightbringer. Op “Holókauston” heeft het trio meer een eigen smoelwerk waardoor het bestaansrecht van Bestia Arcana nu absoluut gerechtvaardigd wordt. De plaat bevat slechts vier songs, maar in tegenstelling tot hun gebalde titels, flirten ze elk met de tien minuten grens. De black op “Hellmouth” en “Iniquity” is nog steeds zo zwart als de nacht, want doorheen de volgestouwde afotische songstructuur schijnt geen greintje zonlicht. “Obscurator” neigt met zijn laaggestemde gitaren en diepere growls eerder naar orthodoxe death metal – naar het einde toe hoor ik zelfs wat flarden Immolation terug – en verkent de extremen qua speelsnelheid. Met een drumbeest als Menthor zit je natuurlijk gebeiteld en kan je zowat elk tempo aan. Het zware, met dronende ambient onderbouwde “Howling” is de vreemde eend in de bijt en sleept zich zelfs op een funeral doom tempo voort. Bestia Arcana trekt op “Holókauston” de kaart van veelzijdigheid wat voor een afwisselende plaat met een goede flow zorgt. Bijpassend artwork van David Herrerias maakt het horrorachtig plaatje tenslotte compleet.

JOKKE: 85/100

Bestia Arcana – Holókauston (Dark descent records 2017)
1. Hellmouth
2. Obscurator
3. Howling
4. Iniquity

Grey Heaven Fall – Black wisdom

Black wisdom” van het Russische Grey Heaven Fall werd me door een illuster heerschap aanbevolen als extreem goed spul. Na de eerste luisterbeurt ging ik meteen overstag voor de donkere homogene mix van black en death metal. De diepe zang van zanger/gitarist Arsagor doet meteen Deathspell Omega ten tonele verschijnen en ook het experimentele karakter van de muziek, dikwijls doodrongen van dissonantie, versterkt deze vergelijking. En hoewel de songs zich, op het intermezzo “Sanctuary of cut tongues” na, manifesteren tussen zeven en twaalf minuten, lijkt het gebodene toch iets gestroomlijnder te zijn dan de jazzy-aandoende chaotische uitspanningen waarin DSO kan verzanden. Noem het DSO-light als je wil, hoewel het er bij momenten toch ook best wel complex aan toe gaat (met extra pluimen in de reet van drummer Pavel die het avontuurlijke riffwerk aan mekaar timmert, zij het al blastend of eerder technisch/progressief zonder in gekunstelde hoogstandjes en “kijk wat ik kan mama”-taferelen uit te monden). Het songmateriaal klinkt erg donker en spannend en weet vijftig minuten lang te inspireren en intrigeren. Hoewel de songtitels in het Engels zijn, geven de Russische teksten het geheel een exotische Oosterse vibe mee (en om de één of andere reden lijken er hierdoor wat Behemoth-invloeden door te sluimeren). In de grijze hemel die dit trio muzikaal neerzet, doen sporadische melodische leadsolo’s de horizon oplichten, zoals het geval is in “Spirit of oppression”. Dit is misschien wel de meest experimentele track van de plaat, want blastbeats gaan vloeiend over in funeral doom traagheid en dark jazz escapades, maar nergens klinken de overgangen geforceerd of té doordacht. Na dit hoogtepunt klinkt “To the doomed sons of earth” een pak conventioneler en rechtlijniger, maar daarom niet minder goed. “Tranquility of the possessed” wringt zich daarna weer in allerlei bochten om de geijkte en platgewalste paden meermaals te verlaten. Met “That nail in a heart” sluit het album met de meest epische track af. Halverwege deze mastodont horen we een erg gevoelige gitaarsolo, die met momenten aan de soundtrack van een licht-erotische jaren ’80 film doet denken (zakdoek bij de hand), om uiteindelijk met een atmosferische noot te eindigen. Voeg aan het muzikale vakmanschap op “Black wisdom” nog een perfecte productie en abstract, origineel en intrigerend artwork toe en ik kan niet minder doen dan zeggen dat dit een absolute must have is voor fans van experimentele extreme muziek, DSO in het bijzonder. Aan “Black wisdom” ga ik nog vele uren luisterplezier beleven, want de gelaagdheid van de muziek geeft elke luisterbeurt weer enkele van haar geheimen prijs. Meteen het oudere werk ook maar eens opgesnord, maar na het aanhoren van het openingsnummer van hun gelijknamige debuut uit 2011, heb ik maar snel “Black wisdom” terug door de boxen laten knallen. Op hun oudere releases klinkt de band immers meer als zo’n cheesy melodische Zweedse death metal band met toetsen…bweurgh! Goed dat ze die keyboardspeler eruit geflikkerd hebben en hun zwarte wijsheid hebben aangeboord om de blaffeturen omlaag te trekken en de boel te verduisteren.

JOKKE: 89/100

Grey Heaven Fall – Black wisdom (Aesthetics of devastation 2015)
1. The lord is blisfull in grief
2. Spirit of oppression
3. To the doomed sons of earth
4. Sanctuary of cut tongues
5. Tranquility of the possessed
6. That nail in a heart