gorath

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath

Onze landgenoot Filip Dupont lijkt zelfs als hij slaapt muziek te schrijven. De Diepenbekenaar bracht eerder dit jaar nog een tweede langspeler (“A ring of blue light“) met Hemelbestormer uit en houdt er menig ander project op na waaronder het nagelnieuwe Rituals Of The Dead Hand, waarmee hij zijn liefde voor black en death metal wil uiten nadat zijn geesteskind Gorath er in 2013 het bijltje bij neergooide. Oude liefde roest blijkbaar niet en hij trok aan de drumstokken van mede-Hemelbestormer Frederic Cosemans om dit nieuwe project ritmisch te ondersteunen. Tekstuele interpretatie werd gevonden in de oude lokale folkloristische volksverhalen van de bokkenrijders en “Blood oath” vertelt het verhaal vanuit hun perspectief. Het thema weerspiegelt zich ook in het cover artwork waarop we een custom made schilderij zien van een oude boom die dicht bij hun thuisstad staat en waarrond de bokkenrijders volgens de legende zouden verzameld hebben alvorens op een roof- en plundertocht te vertrekken. Over het algemeen grijpt de sound van de vier lange nummers – “The gathering” is een intermezzo – terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” waarop black metal gemixt werd met elementen uit sludge en post-metal. Zo bevat opener “Bonderkuil” wel wat referenties naar Amenra en Hemelbestormer alvorens invloeden van de recente Satyricon opduiken. Addergebroed-lezers zullen wel weten dat ik niet zo’n fan ben van het recente werk van Satyr en Frost maar hier klinkt de mid-tempo rockende black gelukkig minder gezapig. “Sworn” gaat op hetzelfde elan verder en laat sludge met een black metal sausje horen. Op vocaal vlak horen we allerlei keelklanken voorbij komen waarbij de hese screams à la Amenra’s Colin H. Van Eeckhout, die in de tweede helft van het nummer ingezet worden om Nederlandstalige zanglijnen te vertolken, mij persoonlijk minder liggen. Tevens borduurt “Sworn” wat te veel op hetzelfde thema voort en is het einde te langdradig. Na het korte intermezzo “The gathering” rijden de bokkenrijders eindelijk uit en wordt de muziek wat gepeperder. “They rode by night” klinkt opzwepender en grijpt terug naar de oude Gorath hoogdagen maar laat tevens een fikse scheut laaggestemde death metal horen, zowel qua riffs als zang en zowel mid-tempo als uptempo. Rond 5:00 lijkt een melodieuze riff een hoogtepunt in te leiden, maar valt het nummer onbegrijpelijk stil alvorens, na enkele creepy geluiden, pas anderhalve minuut later de bulderende finale in te zetten. Spijtig dat hier niet voor een vloeiende overgang gekozen werd. Voor de rest een prima nummer. “The scourge” is met haar elf minuten de langste song van de plaat en trekt opnieuw de kaart van mid-tempo sludge en black waarbij Glorior Belli als referentie te binnen schiet en het einde repetitieve en psychedelische Burzumeske keyboards bevat. Ook de andere nummers bevatten subtiele effecten spielerei, wat we herkennen van bij Hemelbestormer. Op de sound van “Blood oath” en diens mastering, die in handen was van Patrick Engel (Temple of Disharmony Studio), valt niets aan te merken. Andere positieve punten zijn de mix aan extreme muziekstijlen die we horen en dat de songs niet bulken van de ideeën en riffs maar uitblinken in hun less is more-aanpak. Wel worden enkele stukken te lang gerekt en halen stiltes de vaart uit de plaat. En daar waar tekst en muziek bij Hemelbestormer zo goed samen passen als Nicole bij Hugo, vind ik het thema van de bokkenrijders minder te rijmen met de overwegend mid-tempo, en ietwat “veilige” muziek van “Blood oath“. Ik denk bij deze legende eerder aan vuile en opruiende black. Maar soit, dat laatste is eerder mierenneuken. Liefhebbers van de genoemde referenties moeten dit debuut van Rituals Of The Dead Hand zeker eens een luisterbeurt geven. Geen idee of de heer Dupont dit als een eenmalig project ziet, maar van mij mag er gerust nog een vervolg komen.

JOKKE: 80/100

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath (Dunkelheit Productions 2018)
1. Bonderkuil
2. Sworn
3. The gathering
4. They rode by night
5. The scourge

Bathsheba – Servus

Doom is een genre dat de laatste tijd slechts héél sporadische zijn weg vindt naar onze kritische pen. Er zijn niet veel bands die met kop en schouders boven de grijze massa uitsteken en na enkele nummers belanden we steevast in slaapmodus; weinig platen kunnen ons immers een hele rit lang boeien. Onze landgenoten van Bathsheba weten duidelijk waar de valkuilen uit het genre liggen en vermijden deze op hun eerste langspeler “Servus” vakkundig. Daar waar menig doom band een broertje dood heeft aan afwisseling en het principe “traag – trager – traagst” hanteert, laat Bathsheba verscheidene facetten van haar demonengezicht zien. Daar waar “Conjuration of fire” een mokerslag uitdeelt waarbij alle gekende ingrediënten van het genre (laag toerental, dreunende bas en gitaarrifs, donderdrums en pakkend refrein) ingezet worden, krijgen we de grootste verrassing te horen op “Ain soph” waarin de heren en dame op haast black metal en sludge-achtige wijze van jetje geven en waarbij het gebruik van sinistere saxofoonklanken (die Peter Verdonck van Wound Collector uit zijn toeter tevoorschijn tovert) een heel apart duister en intrigerend sfeertje weet neer te zetten. Wat een song! In “Manifest” wordt – na een intieme aftrap – dan weer de kaart van traditionele melodieuze doom getrokken en ontpopt een knappe gitaarsolo zich minutenlang tot een ontroerend hoorspel. Op vocaal gebied overtuigt frontvrouw Michelle  (ex-Serpentcult, Leviathan Speaks, Death Penalty) over de gehele lijn en laat ze menig andere zangeres een poepje ruiken. Ze wisselt met het grootste gemak af tussen bezwerende sirenelokroepen en kermende en screamende uithalen zoals in “Demon 13” waarbij haar keelklanken uit de diepste krochten van de Limburgse steenkoolmijnen lijken op te stijgen (ik moet regelmatig denken aan de Italiaanse Raffaella Rivarolo, gekend van Opera IX en Cadaveria). Natuurlijk zou deze she-devil niet zo kunnen schitteren, als haar bandmakkers Jelle (ex-Sardonis), Raf (ex-Gorath, Torturerama en Death Penalty) en Dwight (ex-Disinterred) niet de perfecte loodzware muzikale basis zouden neerleggen, die dankzij de Brusselse Blackout Studio (o.a. Emptiness en Enthroned) bijzonder vet uit de speakers knalt. “The sleepless gods” kennen we reeds van de in 2015 verschenen EP en ik blijf erbij dat Windhand een moord zou begaan om zulke song te kunnen schrijven. “I, at the end of everything” somt tenslotte nog eens alle kwaliteiten van de band op. De plaat klinkt de hele rit lang verleidelijk, spannend en gevaarlijk…een beetje zoals “seks met je ex”. “Servus” is dan ook zonder twijfel de beste doom-plaat die ik in lange tijd gehoord heb en Bathsheba staat hiermee tot dienst van alle liefhebbers van (occulte) doom. Het is nog tot 24 februari wachten alvorens ie fysiek uitkomt, maar het eerste hoogtepunt van 2017 is reeds een feit!

JOKKE: 91/100

Bathsheba – Servus (Svart Records 2017)
1. Conjuration of fire
2. Ain soph
3. Manifest
4. Demon 13
5. The sleepless gods
6. I, at the end of everything

Amestigon – Thier

Het Oostenrijkse Amestigon is een black metal band die reeds twintig jaar op de teller heeft staan, maar nu pas met een tweede langspeler op de proppen komt. Eind jaren negentig werden enkele EP’s en splits uitgebracht en qua personeel was er een uitwisselingsprogramma met de vaandeldragers van de Oostenrijkse scene, u allen gekend als Abigor. Ik kende Amestigon wel van naam, maar had de muziek eigenlijk nooit deftig uitgecheckt. Nu de band bij het kwaliteitslabel W.T.C. Productions op stal staat, werd mijn interesse echter gewekt. Eerst maar eens even het oud spul opgesnord en daar werd ik nu niet bepaald warm of koud van, hoewel debuutplaat “Sun of all suns” uit 2010 nog wel zijn sterke momenten had. Een blik op de tracklist van nieuweling “Thier” doet een shift in aanpak en sound vermoeden, want we krijgen “slechts” vier songs te verwerken, echter elk met een double digit speelduur, waardoor het geheel op een uurtje afklokt. Het tempo op de plaat is wat teruggeschroefd en valt regelmatig te situeren in tragere doom- en sludge regionen met zwartgeblakerde basis. In openingstrack “Demiurg” duiken plots licht epische cleane vocalen op die een flash back oproepen naar het eveneens Oostenrijkse Raventhrone. Is even wennen, maar het werkt wel. Ook “358”,waarin het meest teruggegrepen wordt naar jaren ’90 black metal met een achtergrondtapijt van atmosferische keyboards, wordt afgesloten met cleane koorzangen op een repeterend psychedelisch stuk. De titelsong is een monoliet van twintig minuten waar een heleboel in te beleven valt. De high pitched raspende vocalen van Silenius wisselen af met geluister en spoken word samples. Er passeren melodieuze gitaarpartijen, noise, lichte psychedelica, blastpartijen, …voor ieders wat wils dus. De aanpak van een band als Secrets Of The Moon, Farsot of ons eigenste ter ziele gegane Gorath ten tijde van zwanenzang “Khiliasmos” duikt ook regelmatig als referentiekader op. In het afsluitende “Hochpolung” vloeit een lange melancholische instrumentale passage met het grootste gemak over in razende black metal en grauwe post-metal. Op conceptueel gebied wordt de fysische thematiek van “Sun of all suns” ingeruild voor het metafysische, want op “Thier” draait alles om creatie, magie en wilskracht. Amestigon heeft zich met dit album boven de grijze massa weten uitsteken door al haar invloeden te vervlechten tot een geheel dat een vrij eigen smoelwerk oplevert, wat absoluut geen evidentie meer is de dag van vandaag. Benieuwd wat dat op volgende platen gaat opleveren!

JOKKE: 81/100

Amestigon – Thier (World Terror Committee 2015)
1. Demiurg
2. 358
3. Thier
4. Hochpolung