helrunar

Sun Of The Sleepless/Cavernous Gate – Split

Ik ben niet geweldig lenig en verslijt nogal wat broeken, dus zijn splits doorgaans niks voor mij. Maar voor deze release maak ik graag een uitzondering, gezien ik beide heren ken en de muziek aan te bevelen is. De eerste vijf tracks zijn op naam van Sun of the Sleepless, het atmosferische “black metal” project van Marcus Stock/Ulf Theodor Schwadorf (Empyrium,The Vision Bleak, Ewigheim, Noekk, …). Naar verwachting schotelt de man slepende riffs voor gemengd met akoestische gitaren, ambient synths, screams en zweverige clean vocals. Het geheel klinkt duister, maar toch folky, sfeervol en toch ruw. Invloeden komen natuurlijk van zijn eigen projecten, maar ook bands als Winterfylleth of het vroege Ulver kan je erin herkennen. Beetje jammer dat enkel “The lure Of Nyght” en “To the moon on summer eves” langer zijn dan drie minuten en metal bevatten, maar al bij al een mooi tussendoortje. het tweede deel van het album is voor Cavernous Gate van Sebastian Körkemeier/Alsvartr (Helrunar, …). Dit is zijn eerste release en die begint met een wat vreemde Hammond-aandoende intro, maar wordt prompt gevolgd door vrij traditionele doom/black metal. Ook deze tracks bulken van sfeer. Mid-tempo riffs die nergens verrassen, maar erg goed in het gehoor liggen, worden begeleid van wat retro aandoende synths, een degelijke cleane stem en een ruwe, lage scream. Het is een sterk debuut dat slaagt in het vermengen van de vermelde invloeden. De productie van beide delen is kwalitatief, zonder gelikt te zijn. Het artwork is middelmatig, maar passend. Misschien omdat het een split CD is en beide projecten niet echt blaken van de originaliteit, mis ik wel iets. Desondanks zou ik zeker iedereen aanraden eens te gaan luisteren. Afzonderlijk krijgen beide bands een mooie acht toebedeeld, maar het geheel net iets minder omdat het in die configuratie wat teveel sleept.

Xavier: 78/100 (Sun Of The Sleepless: 80/100; Cavernous Gate: 80/100)

Sun Of The Sleepless/Cavernous Gate – Split (Prophecy Productions 2019)
1. Sun of the Sleepless – Wovon Wölfe träumen
2. Sun of the Sleepless – The lure Of Nyght
3. Sun of the Sleepless – Fall of the lonesome
4. Sun of the Sleepless – To the moon on summer eves
5. Sun of the Sleepless – Kristall
6. Cavernous Gate – Seclusion
7. Cavernous Gate – Those who walk the fog
8. Cavernous Gate – Amongst decayed grass
9. Cavernous Gate – A pale shimmer in the dark

Mavorim – Axis mundi

Bij de eerste blik op de vrij lange tracklist van “Axis mundi“, de tweede volwaardige plaat van het Duitse Mavorim viel me meteen het laatste nummer “Kaiserjägerlied” op. Dit nummer zat immers nog vrij vers in het geheugen want het prijkt op “Alpenpässe“, de alom bejubelde meest recente worp van Minenwerfer. Vrij uniek dat een band een nummer covert dat eigenlijk nog maar net uit is. Het blijkt dan ook niet voor de volle honderd procent een cover te zijn maar een versie die door de twee oorlogsfreaks achter deze Amerikaanse band ingespeeld werd maar waarbij Baptist, de eenzaat achter Mavorim, de vocalen voor zijn rekening neemt. En dat levert dankzij zijn geweldige heldere tenor zangstem een nóg betere versie van het nummer op. Als we deze negen minuten durende afsluiter van “Axis mundi” in mindering brengen van de totale speelduur blijft er nog ruim één uur aan eigen werk over en dat klinkt, op de overbodige ambient intro, intermezzo en outro na, lang niet verkeerd. De nieuwe nummers bevatten heel wat catchy melodieën, epische grandeur, heidense koorzangen en dynamiek. Zo laat een compositie als “Der Himmel bricht entzwei” horen dat het spelen met contrasten en verschillende gemoedsinstellingen een interessant resultaat kan opleveren: de zwartmetalen agressie valt bij momenten volledig stil om plaats te ruimen voor rustgevende keyboardriedeltjes en haatvol gekrijs wordt afgewisseld met heldere triomfantelijke zang. Mavorim’s black metal is Teutonisch tot op het bot, zowel qua stijl als de degelijke uitvoering ervan, wat natuurlijk nog versterkt wordt door dat blaffende Duitse taaltje, vooral in meer venijnige nummers als “Die letzte Festung” en het met verschillende gitaarsolo’s opgeleukte “Verbannt in Dunkelheit“. “Wie ein Sturm” vinden we tweemaal op de tracklist terug. Op de tweede versie wordt Baptist op krijsvocalen bijgestaan door Sarkrista’s Revenant, net als Minenwerfer een labelgenoot. Ook het artwork werd verzorgd door iemand uit de Purity Through Fire stal, namelijk K.F.R.’s Maxim Taccardi. “Axis mundi” is Mavorim’s beste werk tot op heden, alleen vind ik ze productioneel gezien iets te helder en glad klinken. Een wat ruwere en ongeslepen sound had geen kwaad gekund. Voor de liefhebbers van bands als Helrunar en Minenwerfer, want de ‘cover’ zou perfect een eigen compositie kunnen geweest zijn.

JOKKE: 81/100

Mavorim – Axis mundi (Purity Through Fire 2020)
1. Weltenberg
2. Aus Asche auferstanden
3. Wo kriegergleiche Kräfte walten
4. Wie ein Sturm
5. Die letzte Festung
6. Die Ufer von Thule
7. Der Himmel bricht entzwei
8. Verbannt in Dunkelheit
9. Königsjäger
10. Axis Mundi
11. Hyperborea
12. Wie ein Sturm
12. Kaiserjägerlied

Wandar – Zyklus

Bij de albumtitel “Zyklus” denk ik meteen aan Lunar Aurora’s (RIP) zesde langspeler. Er is nu echter nog een Duitse black metal-band die dit woord geschikt vond als titel. Wandar is de band in kwestie, een Duits collectief waar ik nog nooit van gehoord had, maar waar Vendetta Records nu verandering in brengt. Het is de tweede langspeler voor het kwintet, maar voor het debuut “Landlose Ufer” moeten we al zo’n kleine zeven jaar terug in de tijd kijken. Maar nu “Zyklus” dus; middels zeven nummers en zo’n drieënvijftig minuten etaleren deze Germanen een geluid dat haar wortels heeft in traditionele (Scandinavische) black, folklore en klassieke muziek. Voor wie een ijkpunt nodig heeft, kan ik een band als Helrunar erbij halen. De klassieke elementen vertalen zich ondermeer via pianopartijen (“Tothfall“), heldere vrouwenzang en strijkers zoals cello en viool (“Fylgia“). Dit laatste nummer start feeëriek maar ontpopt zich nadien tot een furieuze black metal-storm, totdat die weer gaat liggen en ijle vrouwenzang ons dieper het woud inlokt. Een dynamisch en knap luisterspel waarbij voor de Duitstalige raspende screams een haast verhalende rol weggelegd is. De symfonische elementen blijven hierbij héél subtiel ingezet worden. Het folky element komt het meest naar voor in het akoestische “Rast” waarin zowel fluisterende als vervormde stemmen een spookachtig verhaal lijken te vertellen. Het is de enige song die op een drietal minuten afklokt, terwijl de andere composities allen met de acht minuten grens flirten. Het nummer fungeert tevens als rustpunt, want met het melancholische “Se(e)hen” wordt het tempo terug opgeschroefd. In “Heimgang” schetsen toetsen een sinistere sfeer. Later in het nummer duiken nog wat modern klinkende Zweedse death metal-invloeden op. Gevarieerde vrouwelijke stemmen en akoestische gitaren fleuren het nummer verder op. Tegen dat we aan het afsluitende “Basalt” gekomen zijn, begint de verzadiging wel op te treden. De productie van “Zyklus” is krachtig en transparant zonder té afgelikt te klinken en werd door de band zelf verzorgd. Duits en degelijk, maar minder gevaarlijk dan het doodshoofd op de hoes doet uitschijnen.

JOKKE: 79/100

Wandar – Zyklus (Vendetta Records 2019)
1. Winden
2. Tothfall
3. Fylgia
4. Rast
5. Se(e)hen
6. Heimgang
7. Basalt

Árstíðir Lífsins – Heljarkviða

En wat hebben we geleerd? Nooit of te nimmer moet je Árstíðir Lífsins bespreken na slechts een handvol luisterbeurten. Als ik nu mijn vorige, zijnde beide positieve reviews, opnieuw lees, vind ik dat de score wat laag is uitgevallen. De verklaring daarvoor is heel simpel: Árstíðir Lífsins maakt complexe muziek. Denk nu niet aan technische hoogstandjes of vreemde tempowisselingen. Net zoals voordien worden uitgesponnen nummers met vele verschillende lagen aangeboden op “Heljarkviða“, een album dat gecategoriseerd wordt als mini, maar toch 2 tracks van elk 20 minuten bevat. Net als voordien speelt dit Ijslands/Duits gezelschap pagan black metal met diepgaande teksten over de Noorse geschiedenis. Gelukkig klinken ze niet zoals Amon Amarth en andere stoere vikingtrollen. Árstíðir Lífsins is voor de meerwaarde zoeker, zowel op muzikaal als tekstueel vlak. Met veel epiek en bombast toveren violen, diepe mannenkoren en cleane gitaren een mooi en passend contrast met de harde kille black metal, die toch vaak doet denken aan Helrunar – ook omdat Marcel in beide bands de keel voor zijn rekening neemt. Árstíðir Lífsins volgt al enkele releases een eigen uitgestippelde route en wijkt niet af van hun muzikaal elan, artwork en lay-out. Enerzijds bewonder ik hun volharding, want hun nummers staan als een huis, maar keer op keer blijf ik het artwork en de lay-out ondermaats vinden. Ik heb even moeten puzzelen om de volgorde van de teksten te vinden in het boekje. Het staat allemaal in schril contrast met de muziek en lyriek, die wel veel diepgang hebben. Ik zeur weeral over dit onderwerp, maar doe toch eens wat meer dan een vikingprent te plakken op een texturenachtergrond. Nu duurt het werkelijk minder dan 5 minuten om de cover te maken, terwijl ” Heljarkviða” kwalitatief echt wel 80% van de black metalscene achter zich laat.

Flp: 82/100

Árstíðir Lífsins – Heljarkviða (Ván Records 2016)
1. Heljarkviða I: Á helvegi
2. Heljarkviða II: Helgrindr brotna

Eïs – Bannstein

In een Oostenrijkse bespreking van “Bannstein” komt de Eïs’ vijfde langspeler er niet ongeschonden uit. In een verder uiterst correct schrijfsel worden de heren ervan beschuldigd weeral hetzelfde liedje te brengen. Laat het nu net dát zijn wat voor fronsende wenkbrauwen zorgt. Voor het eerst in al die jaren wijkt Eïs met mondjesmaat af van het gekende recept. Let op, niemand dient angstvallig in foetushouding tegen de grond te gaan, want de vrienden van Merkel spelen niet ineens funky jazz vermengd met Afrikaanse tribal. Uitgesponnen melodieën gesprokkeld van ijskoude Scandinavisch klinkende black metalakkoorden vormen wie immer de basis van “Bannstein“. De lange nummers zijn erg doordacht, variëren erg in tempo en zijn tevens erg zorgvuldig opgebouwd. Nog steeds doet Eïs me denken aan een meer black metalversie van Helrunar. Wellicht zit de typische productie van Studio E er voor wat tussen, evenals passages gesproken in het Duits. De openingsdeuntjes van “Ein letztes Menetekel” bevestigen dit uitstekend. Op de nieuweling staan klaarblijkelijk geen instant hits zoals “Helike” of “Mann aus Stein“, maar het is onmiddellijk duidelijk dat “Bannstein” wat meer tijd nodig heeft. Deze keer ligt er een beetje minder nadruk op het gitaarwerk en zorgen alle arrangementen voor sfeer. Het totaalplaatje is ietsje belangrijker geworden. De keyboards krijgen daarom ook een belangrijkere rol toebedeeld. Zo doet een niet mis klinkend “Im noktuarium” denken aan het oudere werk van Dimmu Borgir of Arcturus – mede door de sfeervolle keyboards die het nummer inkleden. “Fern von jarichs Gärten” zou zelf veel van zijn charmes verliezen, moesten de fantastische blazers wegvallen. Daar waar op een “Wetterkreuz” de nadruk lag op intense nummers, wordt nu ook het trage (en mid-tempo) werk niet geschuwd, wat impliceert dat er meer variatie ten gehore wordt gebracht. Kortom, ondanks het hoge easy listening gehalte, werkt “Bannstein” niet onmiddellijk euforische feromonen op – wat voordien wel het geval was. Je merkt wel direct dat het een klasseschijf is en enkele luisterbeurten verder volgt de onvermijdelijke bevestiging. Eïs stelt nooit teleur.

Flp: 90/100

Eïs – Bannstein (Lupus Lounge 2015)
1. Ein letztes Menetekel
2. Im Noktuarium
3. Über den Bannstein
4. Fern van jarichs Gärten
5. Im Schoez der welken Blätter

Helrunar – Niederkunfft

Hoewel Helrunar tot mijn meest geliefde bands behoort, ben ik altijd erg sceptisch tegenover Lupus Lounge releases. Elke release blinkt uit in packaging, geluidstechnische perfectie en wordt gedragen door een knap uitgedokterde marketingcampagne. Ja inderdaad, dat wordt van een goed label verwacht en Lupus Lounge (of Prophecy Productions, als u wilt) weet hoe de vork aan de steel zit. Op deze manier is het echter gemakkelijk om bands, die net boven de middelmaat uitsteken, een extrinsieke boost van jewelste te geven. Zeg nu zelf, Falkenbach haalt zijn niveau al even niet meer en een band als Farsot is wel oké, maar al het bovengaande buiten beschouwing gelaten, ook niet meer dan dát. Ook Helrunar wist me aanvankelijk niet te overtuigen met hun eerste releases. Het was pas ten tijd van tweeluik “Sól” dat de Germanen vlotjes boven de grijze middelmaat uitstaken. De lat werd hoog gelegd en werd tevens ingelost door opvolgend split-album met Árstíðir Lífsins. Destijds wist frontman Marcel Addergebroed te vertellen dat er een snuifje doom in de sound van het nieuwe album zou sluipen. Word! Al begint “Niederkunfft” erg typisch met het titelnummer. De onheilspellende melodie lijkt zo weggelopen uit “Sól”, alleen jammer van de koorzangen die op het randje van vals klinken. “Totentanz” heeft zo’n snuifje doom, waarover Marcel sprak, maar wijkt zeker niet fel af van het gekende stramien: loodzwaar, traag en duister. Soms klinkt Helrunar zelfs een beetje als Bolt Thrower, zoals het begin van “Magdeburg brennt“. En afsluiter “The Hiebner prophecy” is bij wijlen een dikke vette knipoog naar (de oude) Entombed! I kid you not! Voor het eerst weerklinkt hier ook een soort ruigere grunt – Wat we niet gewoon zijn van Helrunar. Het beste nummer is toch nog “Devils devils everywhere!“. Het mag dan wel iets meer rechtoe-rechtaan zijn, maar is des te beklijvend. Alsmede door de pakkende gezangen. En misschien ook omdat het het enigste Engelstalig nummer op “Niederkunfft” is? Al brengt dat een pijnpunt met zich mee, want de thematiek op de plaat lijkt erg interessant en doordacht te zijn. Maar enkel Duits zonder duiding is Chinees. Een beetje een gemiste kans. Net zoals het zwakke artwork. Holbein, Dürer en zielsgenoten zijn dan wel goddelijke meesters, hun oeuvre is al zo platgereden als de kat van de buren op straat. “Niederkunfft” is goed. Erg goed zelfs. Maar tipt (voorlopig) nog niet aan beide “Sól” albums.

Flp: 85/100

Helrunar – Niederkunfft (Lupus Lounge 2015)
1. Niederkunfft
2. Der Endchrist
3. Totentanz
4. Devils Devils Everywhere!
5. Magdeburg brennt
6. Grimmig Tod
7. Die Kirch ist umbgekehret
8. The Hiebner Prophecy

Árstíðir Lífsins – Aldafǫðr ok munka dróttinn

Árstíðir Lífsins. Moeilijk, moeilijk, moeilijk,… En dan heb ik het niet over tongtwisters (quizvraagje iemand?) zoals “Kastar heljar brenna fjarri ofan Ǫnundarfirðinum“, “Knǫrr siglandi birtisk á löngu bláu yfirborði” en “Norðsæta gætis, herforingja Ormsins langa“, maar over de muziek die deze noorderlingen uit de pols schudden. Het is zeer moeilijk om een zwart-witrecensie neer te pennen. En daarbij zou een middelmatige, men zegge grijze, bespreking Stefáns werk oneer aandoen. Dan maar wat feiten. Het oudere Árstíðir Lífsins vond ik snel saai worden, maar hun split met Helrunar vorig jaar was fenomenaal. Ook langspeler nummer drie “Aldafǫðr ok munka dróttinn” (bon, niemand die iets aan de titel heeft, maar ik kon het niet laten) gaat verder op het vorige elan. Je hoort en merkt dat er echt heel veel moeite, passie en werk in het album gestopt is. Het laat zich allemaal moeilijk doorgronden en vangen onder een pet. De noords mythologische black metal varieert van traag, naar mid-tempo naar snel. Soms hoor je wat van Helrunar (nummer 3 op de eerste cd), maar dat is wel erg voor-de-hand-liggend, daar zanger Marsél ook deel uitmaakt van Helrunar. De veel voorkomende mannenkoren klinken belachelijk diep en drukken meer dan ooit hun stempel op “Aldafǫðr ok munka dróttinn“. Prachtig! Al mag ook gezegd worden dat de hysterische uithalen van Georg gemist worden. Hij is er op deze plaat niet bij. Verder hoor je heerlijke akoestische riedels waarmee Ulver ooit eens een hele cd heeft opgenomen. Enerzijds ligt alles gemakkelijk in het oor, maar (hoe vreemd genoeg) blijft alles moeilijk hangen. Komt het door de uitgesponnen lengte? Of is er te weinig variatie? Moeilijk… En feiten… Je weet wel. Een ander feit is dat “Aldafǫðr ok munka dróttinn” twee schijfjes bevat en naar goede Árstíðir Lífsins gewoonte afklokt op toch wel een dikke 80 minuten. Dat is erg veel. Misschien wekt dat inderdaad saaiheid in de hand. Verder heeft Ván Records wederom voor een erg mooie verpakking gezorgd. Eerlijk gezegd vind ik het een gemiste kans. De ganse digipack heeft een soort bruine one-click-made Photoshop textuur. Evenals de cover ziet er als snelwerk uit. En dat terwijl er zoveel opties zijn: lederen boekje, vernis laagje, het symbool (van de cover) in hout laten maken en fotograferen op aarde,… Ook het boekje van 22 pagina’s zou beter kunnen. De teksten staan in het Ijslands geprint als zijnde een bijbel, daarna nog eens in gewone letters en daarna volgt hun Engelse vertaling. Waarop niet wat meer opsmuk en minder herhaling? Of duiding erbij? Je merkt het; ik kan er lang over doorgaan. Misschien volgende conclusie trekken: “Aldafǫðr ok munka dróttinn” is een prachtplaat, maar stelt op verschillende vlakken wat teleur door gemiste kansen.

Flp: 78/100

Árstíðir Lífsins – Aldafǫðr ok munka dróttinn (Ván Records 2014)
Disc 1:
1. Kastar heljar brenna fjarri ofan Ǫnundarfirðinum
2. Knǫrr siglandi birtisk á löngu bláu yfirborði
3. Þeir heilags dóms hirðar
4. Úlfs veðrit er ið CMXCIX
5. Máni, bróðir Sólar ok Mundilfara

Disc 2:
1. Tími er kominn at kveða fyrir þér
2. Norðsæta gætis, herforingja Ormsins langa
3. Bituls skokra benvargs hreggjar á sér stað
4. Sem lengsk vánar lopts ljósgimu hvarfs dregr nærri

Winterfylleth – The divination of antiquity

De maand oktober is dé maand bij uitstek voor een nieuwe release van het Engelse pagan black metal gezelschap Winterfylleth, daar de bandnaam oud-Engels is voor de langste maand uit onze kalender. Of de vorige platen ook het levenslicht zagen in oktober kan ik mij niet meer herinneren, maar feit is dat hun “English heritage black metal” sowieso het best tot zijn recht komt in de gure herfstmaanden. Op “The divination of antiquity” vallen geen grote verrassingen te bespeuren, eerder een verdere finetuning van hun sound en muzikale formule, die zeer herkenbaar is en als een groot pluspunt beschouwd kan worden. Dit Engelse collectief blinkt uit in het neerpennen van uitgesponnen heroïsche nummers waarin een ongemene schoonheid en puurheid op melodisch vlak te bespeuren valt. Je voelt aan de muziek dat deze oprecht is en vanuit het diepst van hun ziel komt in tegenstelling tot vele andere pagan of folk bands. Daarom horen ze ook thuis in het rijtje van de groten der aarde op gebied van historische pagan (black) metal, namelijk Primordial, Drudkh en Helrunar. Over het algemeen wordt het gaspedaal diep ingeduwd, maar steeds blijft dat gevoel voor melodie aanwezig al is het op sommige momenten eerder onderhuids te voelen in de kolkende black metal stroom (“The divination of antiquity”, “Whisper of the elements” of “Foundations of ash”). Absoluut hoogtepunt van de plaat is het ruim tien minuten durende “A careworn heart” dat ingezet wordt met kippenvel opwekkende akoestische gitaren en epische koorzang. De daaropvolgende melancholische gitaarmelodie zal menig luisteraar onberoerd laten, net als de epische noot in “Over borderlands”. Enkel op de song “The world ahead” blijven de elektrische gitaren en drums achterwege en wordt het verhaal gebracht mits akoestische gitaren en heldere zang. Het afsluitende “Forsaken in stone” is de traagste en meest doomy track van het album. Invloeden die niet verwonderlijk zijn, gezien zanger/gitarist Chris Naughton en drummer Simon Lucas ook deel uitmaken van de sludge/doom band Atavist. Hoewel de verrassing er wel af is, is Winterfylleth er voor de vierde keer op rij in geslaagd om een spannende en onderhoudende plaat te schrijven. De release van de vorige twee albums liep bijna gelijktijdig met nieuw plaatwerk van hun Engelse brothers in arms en labelmakkers Wodensthrone, waarvan hopelijk ook snel nieuw materiaal te verwachten valt.

JOKKE: 84/100

Winterfylleth – The divination of antiquity (Candlelight Records 2014)
1. The divination of antiquity
2. Whisper of the elements
3. Warrior herd
4. A careworn heart
5. Foundations of ash
6. The world ahead
7. Over borderlands
8. Forsaken in stone

Helrunar – Expressie & persoonlijkheid

Helrunar is een van mijn favoriete bands. Hier dan ook groot jolijt toen de Duitsers eerder dit jaar een split (“Fragments”) uitbrachten met Árstídir Lífsins. Dat was dan ook de perfecte reden om zanger Marcel eens aan de tand te voelen. Het heeft dan een hele poos geduurd, maar alles is terug hier geraakt. (FLP)

helrunar-band-2

Allereerst: waarom kozen jullie ervoor samen te werken met Árstídir Lífsins? In feite; waarom een split eigenlijk?
Die beslissing was erg voor de hand liggend. Zoals je weet, delen beide bands delen dezelfde leden (zoals mijzelf bijvoorbeeld) en zijn ze ook gelinkt aan elkaar als het gaat over het inhoudelijke en de muzikale vaart. Daarnaast zijn splits ook een uitgelezen kans om eens wat nieuws te proberen en wat te experimenteren.

Jullie hebben het vaak over Germaanse en noordse onderwerpen. Waarom ineens Homer eren in “Wein für Polyphem“?
Die gedachte zie ik toch graag wat breder. De topics die wij behandelen leunen nauw aan bij sagen in mythes in het algemeen . Dus een Grieks onderwerp aansnijden is niet zo vreemd. Maar je hebt gelijk, in het verleden waren we vooral gefocust op de noordse mythologie. Doordat het Árstiðir Lífsins-concept al gebaseerd was op Oud Noorse teksten, kreeg ik de vrijheid om eens wat anders te proberen met Helrunar, alleszins toch op tekstueel vlak. Laten we zeggen dat ik daar het meeste van mijn noordse stoom heb kunnen afblazen.

Helrunar zingt in het Duits, oud Noors (of is het Ijslands?) en zelfs in het Grieks. Toen we elkaar ontmoetten, sprak je één of ander vorm van Nederduits (een dialect dat midden houdt tussen Nederlands en Duits). Waarom maken jullie niet eens een full album op deze manier? Het past het beste bij jullie culturele erfenis!
Wel ja, dat staat gepland! Maar niet voor Helrunar. Om teksten te gebruiken in het “Plattdeutsch” (“Laag Duits”, zoals het dialect heet) heb ik een andere muzikale uitlaatklep nodig.

Jullie maken ook een mooi statement op de digipack: “fuck materialism”. Uitleg graag!
Wel, bekijk het concept nog eens. Het handelt over Griekse mythologie, een grote oude schat aan wijsheid en geweldige verhalen. En bekijk het Griekenland van nu, dat als een baksteen naar beneden valt door economische redenen. Een slachtoffer van het westerse kapitalistische systeem. Begrijp me niet verkeerd, ik ben geen communist of aanverwante. Maar als materialisme een natie op haar knieën krijgt, is er toch iets vreselijk verkeerd gelopen.

Inderdaad: fuck materialism! Maar… Waarom brengen jullie “Fragments” dan uit op 2 discs? Het is maar 15 minuten muziek van jullie kant (en 20 minuten van Árstídir Lífsins). Moeten jullie labels perse van hun geld zien af te geraken? Beide nummers passen perfect bij elkaar en het is jammerlijk steeds beide cd’s te moeten wisselen.
Inderdaad, dat was een beslissing van het label. Het heeft dus niks te doen met voorgaand statement. Misschien wilden ze (ADDERGEBROED: Lupus Lounge & Ván Records) aantonen dat beide nummers sterk genoeg zijn om op hun eigen te staan, of zoiets. Voor mij zou het absoluut geen probleem zijn moesten beide tracks op één cd staan. Ik snap jouw opmerking wel, maar het is hoe het is.

De meeste bands gebruiken sociale media om zichzelf te lanceren en om in contact te blijven met de jongere generatie. Helrunar echter heeft dan wel een Facebook pagina (en een echte homepage, maar al jaren is daar enkel het logo zichtbaar), maar kiest ervoor het gebruik van sociale media te beperken. Vanwaar die keuze?
We houden er gewoon niet van om zulke media te gebruiken op grote schaal. Ik betwijfel trouwens of het echt wel zijn doel heeft, behalve ons te enerveren. Misschien zijn we gewoonweg too old, too cold…

Helrunar evolueerde van een eerder middelmatige black metalband (sorry Marcel, je mag me op de blote billen slaan) tot een sterke eigen identiteit. Hoe zou jij deze geleidelijke transformatie verklaren? En hoe zie je het verder veranderen?
Het is allemaal natuurlijk gekomen. Als je begint als band, kopieer je jouw idolen en neem je de eerste onzekere stappen in de grote wereld. In de jaren die volgen, evolueer je langzaamaan. Je wilt jouw muzikale expressie meer persoonlijkheid geven. Zo begin je te experimenteren om wat unieks en misschien zelfs wat nieuws te creëren. Mits wat geluk slaat het aan. We zijn ook niet meer dezelfde mensen als in 2001. Deze transformatie is niet louter op muzikaal vlak, maar ook als personen zijn we geëvolueerd.

De groep is niet zo vaak op de hort. Maar de meest recente tour met Kampfar was een groot succes. Sommige shows waren zelfs uitverkocht. Voldeed het aan de verwachtingen?
We waren absoluut 100% tevreden! De andere bands, de shows,… laten we zeggen dat de hele tour een fantastische ervaring was die we niet snel zullen vergeten. Uiteraard zijn er kleine incidenten die de pret enigszins bedierven; stressmomenten, erbarmelijke zalen, slechte catering en dergelijke. Maar als muzikant hoor je dat te verwachten en alsook te accepteren. Touren is niet voor watjes, echt. Maar we waren een goed team allemaal tezamen; alle bands, technici, iedereen. We overwonnen elk probleem. Niemand werd aan zijn lot overgelaten.

Dit doet me denken aan het volgende: eerder dit jaar wou ik Omega Massif gaan kijken in Keulen. Echter, band en label zegden op het laatste moment de show af omdat een van de organisatoren van Stage Secrets Management politiek actief is. Dit in een partij die in België als centrumpartij gelabeld zou worden. Blijkbaar hebben Duitsers erg lange tenen als het over zulke zaken gaan. Voor niet-Duitsers is het moeilijk te snappen. Waar trekken jullie de lijn? Uiteraard weten we dat het niet zo is, maar al volgend het voorbeeld hierboven is Lupus Lounge dan óók een nazi label? Leden van Secrets of the Moon (band op Lupus Lounge) zijn actief in Ascension (getekend op het in de schemerzone begevende W.T.C.). Enfin ja, je snapt mijn punt wel. Wat is jouw standpunt hierover?
Uiteraard heeft alles te maken met de Duitse geschiedenis. Door de gebeurtenissen in 1933-1945 zijn de Duitsers erg gevoelig als het gaat over politiek, zeker als het betrekking heeft op de rechts georiënteerde vleugel. Op zich is het niet perse slecht om extra op je hoede te zijn als het gaat over dit soort politieke kwesties. Maar er zijn altijd mensen of organisaties die overdrijven. Als je het mij vraagt, is dat allemaal dezelfde zever: het plaatsen van een bepaalde ideologie (zijnde fascisme, politieke correctheid of eender wat) boven het gezond verstand, wat de basis van elk oordeel zou moeten zijn. Er is een scheur in het hart van onze natie waardoor het erg moeilijk is voor ons, Duitsers, om een normale relatie te hebben met onze eigen identiteit en cultuur. Dat kan moeilijk te begrijpen zijn voor mensen van een ander land. Deze scheur heelt uitermate langzaam, maar geneest wel, voor zover ik kan zien. Laten we hopen voor het beste! In het verleden werd ik ook vaak bestempeld als een nazi, omdat ik een mjölnir rond mijn nek droeg. Tegenwoordig gebeurt het niet meer zo vaak. Duitsers beginnen na te denken over hun verleden en identiteit op een meer effectieve en meer rationele manier. Touwens, zowel Lupus Lounge als Secrets of the Moon hebben absoluut niks te maken met nazisme. Het zijn stuk voor stuk schitterende gasten!

En last but not least: enig nieuws over het volgende album?
Het zal duister en episch zijn! En langzamer. Met een snuifje doom. Ik ben al een tijdje aan het werken en experimenteren met teksten, maar ik heb nog geen bepaald concept voor ogen. Maar misschien hoeft het niet deze keer. Dan zal het het allereerste Helrunar album zijn zonder tekstueel concept. Wordt opgenomen en uitgegeven volgend jaar!

Ik kijk ernaar uit!

Helrunar/ Árstíðir Lífsins – Fragments

Destijds ontdekte ik met argusogen Helrunar. Toen ik heel wat jaren geleden “Baldr ok íss” (hun tweede langspeler) moest bespreken, was ik er niet wild van. Zoals vaak was het album duidelijk van Duitse makelij zoals de regels het beschrijven: (hoofdzakelijk) gekrijs in de moedertaal en degelijke, doch middelmatige muziek die heel goed in het gehoor ligt, maar redelijk snel gaat vervelen. Ook het naar Ijsland uitgeweken Árstíðir Lífsins had hetzelfde broertje dood. Om eerlijk te zijn, moet ik toegeven dat ik hun voorgaande werk tamelijk saai vind. Hun uitgesponnen black metal met folklore leek oneindig te duren. Voor Helrunar kwam het keerpunt toen dubbelaar “Sól” het levenslicht zag. Na meerdere beurten werd ik gevangen door de loodzware klanken die keer op keer aan terrein wonnen. Ondertussen behoort de band zelfs tot mijn topfavorieten. Met veel enthousiasme keek ik uit naar de split tussen beide bands, zeker naar het Helrunar gedeelte, dat “Odyssey” van Homer (neen, niet Simpson) bezingt. De lange track (een kwartier) begint fenomenaal met een rustige golfslag en een betoverende sirene. Na een akoestische sfeerschepping barst de hel los. “Wein für Polyphem” is relatief up tempo als je de “Sól” dubbelaar gewend bent, al drukt Helrunar het gaspedaal vaker in op eerdere releases. Zoals immer is het gitaarwerk simpel, sfeervol en heavy as hell. Verdorie, wat kan Markus Stock zijn producties loodzwaar laten klinken. Zoals haast al zijn studiowerk klinkt ook hier de basdrum vermorzelend en tevens erg organisch. Wie “Sól” weet te appreciëren, smaakt dit nummer zeker ook. Meer dan voordien bepaalt de zang de sfeer en variatie. De koorzang tijdens de Griekse intro (en ook later in het nummer) past perfect en alle vocale afwisseling die je in “Wein für Polyphem” hoort, is van topkwaliteit. Ook al klinkt Helrunar erg bekend in de oren, het is niet voor de hand liggend een gelijkaardige artiest te vinden. Árstíðir Lífsins topt de lengte van zijn voorganger en klokt af op bijna 20 minuten. Zoals immer doceren Stefan en vrienden een lesje noordse geschiedenis in het oud Noors. “Vindsvalarmál” start ook rustig met heel wat violen en andere strijkers, iets wat Árstíðir Lífsins vaker doet. Eens het nummer echt begint, ligt het tempo tamelijk hoog en weerklinkt het ziekelijk geschreeuw van Jorge (Drautran – Doe nog eens wat luierikken!) afwisselend met ene Marcel die ook in één of ander Duits bandje speelt. Nog meer dan bij Helrunar is er een massa aan afwisseling in de gezangen. Het moet gezegd worden: met dit nummer veegt Árstíðir Lífsins alle twijfel die ik in het verladen had van de kaart. Ondanks de lange speelduur verveelt het geen moment. Wanneer de violen opnieuw toewerken naar een climax, volgt deze niet, maar wel het einde van toch wel een heel sterke split. Beide bands vullen elkaar perfect aan. Zowel muzikaal, inhoudelijk, geluidstechnisch en visueel. Lupus Lounge en Ván Records hebben er een simpel ogende, maar erg mooie digipack van gemaakt. Alleen, verspil toch geen 2 cd’s hieraan. Verdorie, als je in de sfeer van één nummer bent, moet je een nieuwe schijfje insteken om het andere te horen, terwijl beide perfect samen gaan. Het zou zelfs ecologisch en economisch verantwoord zijn! Fuck materialism, weet je!

fLP: 90/100

Helrunar/ Árstíðir Lífsins – Fragments (A myhtological excavation) (Lupus Lounge/Ván Records 2013)
1. Wein für Polyphem
2. Vindsvalarmál