ierland

Akatechism/Slidhr – Amongst the lost light of misaligned stars

Het Iers/IJslandse Slidhr keert twee jaar na het verschijnen van diens tweede full length ‘The futile fires of man” terug aan het front middels een 7 inch split die ons tevens doet kennis maken met het Duitse Akatechism. Achter deze band schuilt Shrine Of Insanabilis drummer Serpenth die wordt bijgestaan door zanger/gitarist/Bassist AnV en voor hun eerste teken van leven, de “Dripping flames“-demo, moeten we al naar 2015 terugkeren. In 2016 maakten Slidhr en Shrine Of Insanabilis deel uit van een tour package dat ook nog Acherontas en Sinmara bevatte; het zou me niet verbazen dat het idee voor deze split toen ontstaan is. Akatechism krijgt de eer om het zaakje op gang te trappen en doet dat middels opzwepende zwartmetalen klanken met vocalen die lekker galmen en eerder naar orthodoxe death metal neigen. Het tempo doet meer dan enkel razen en neemt af en toe wat gas terug om zich slepend voort te bewegen. Wanneer de drummer dan toch nog eens volle gas wilt gaan, worden de uitbarstingen vergezeld van heerlijk snijdende tremolo-riffs. Slidhr start nog enigszins ingetogen met eerder doomy black die vergezeld wordt van plechtstatige melodieën en haast engelachtige gezangen. Rond 1:24 wordt er enkele versnellingen hoger geschakeld en worden krachtige zang en een mix van black en atmosferische death metal op ons afgevuurd. Maar ook verderop in deze zes minuten durende compositie wordt nog teruggegrepen naar mid-tempo snelheden en atmosferische randanimatie. Nog even meegeven dat deze split het laatste wapenfeit van bassist Garðar S Jónsson (Almyrkvi en Sinmara) is. Altijd leuk als er bij een split meer gaande is dan het louter samen kletsen van twee bands. Beide nummers zijn niet alleen aan mekaar gewaagd op basis van de geboden kwaliteit maar ook met elkaar verbonden door een cohesie tussen titel, teksten en (verbluffend) artwork. Een 7 inch split die op alle vlakken geslaagd is en een knap staaltje aan samenwerking – mét inachtname van social distancing – laat horen.

JOKKE: 82/100 (Akatechism: 82/100 – Slidhr: 82/100)

Akatechism/Slidr – Amongst the lost light of misaligned stars (Ván Records 2020)
1. Akatechism – Amongst the lost light
2. Slidhr – Of misaligned stars

Rebirth Of Nefast – Tabernaculum

Het is weinigen gegeven een bloedpact te mogen aangaan met het alom geprezen Franse Norma Evangelium Diaboli, maar de Ier Wann – geboren als Stephen Lockhart – is er met zijn Rebirth Of Nefast toch maar mooi in geslaagd. Naast het Ierse Slidhr – waarmee in 2008 een split verscheen –  en Haud Mundus, heeft Stephen vooral ook een sterke band met dat andere eiland dat zo tot de verbeelding spreekt en de voorbije jaren een heuse, frisse (of zeg maar gerust ijskoude) wind doorheen de black metal scene heeft laten waaien. Het gaat hier natuurlijk om IJsland, waar de man tegenwoordig de gerenommeerde Emissary recording studio runt waar al tal van tot de verbeelding sprekende namen over de vloer zijn geweest (Svartidauði, Sinmara, Zhrine, Abominor, Almyrkvi, Mannveira, Draugsól, Mortuus Umbra, Dysangelium en Slidhr). Daarnaast organiseert Stephen ook het Oration festival en maakte hij tot voor kort deel uit van Sinmara. Diens slagwerker Bjarni Einarsson leende zijn talent uit op het volwaardig debuut “Tabernaculum” dat elf jaar in de maak is geweest en inderdaad allesbehalve als een haastklus klinkt. Een uur lang zuigt Rebirth Of Nefast je mee in een zwavelstorm aan extremiteiten waarbij het oog van de orkaan gitzwarte black metal omvat die echter meer dan eens uitdijt in donkere en morbide doom, beukende drones,hypnotiserende riffs, dissonante chaos, beklijvende leads en sinistere ambient. De zes bouwstenen van dit sacramentshuis werden met atmosferische cement aan mekaar gelijmd zodat één lange luistertrip ontstaat die elke keer meer van haar mystieke geheimen prijsgeeft. Zo hoort de aandachtige luisteraar subtiele gotische vrouwenzang in “The first born of the dead” en dragen niet-standaard metal-instrumenten zoals cello, mandoline en bouzouki meermaals bij aan een rijkelijke sound. Akoestische passages, sacrale koorzang en ambient-golven vormen het laagtij, om even later over te gaan tot een springvloed aan verstikkende black metal zoals in “Alignment divine“. Rebirth Of Nefast levert met “Tabernaculum” een absoluut meesterwerk af dat beroert en zich als een godslasterende weerhaak aan je communiezieltje vastklampt. Ik kan deze plaat dan ook ten stelligste aan iedere zwarte meerwaardezoeker aanraden!

JOKKE: 90/100

Rebirth Of Nefast – Tabernaculum (Norma Evangelium Diaboli 2017)
1. The lifting of the veil
2. The first born of the dead
3. Alignment divine
4. Carrion is a golden throne
5. Magna – Mater – Menses
6. Dead the age of hollow vessels

Mortichnia – Heir to scoria and ash

Knap als een debuut van een voorheen onbekende band op een eveneens onbekend label je weet te overtuigen. Bij deze is de clue van de review meteen verklapt! Het uit Dublin afkomstige kwintet Mortichnia brengt via Apocalyptic Witchcraft Recordings (o.a.Zatokrev en Caïna) met “Heir to scoria and ash” een plaat uit die liefhebbers van het ter ziele gegane Altar Of Plagues zeker moet kunnen bekoren. Het feit dat het album geproduceerd, gemixt en gemastered werd door diens mastermind James Kelly, versterkt de vette knipoog naar Altar Of Plagues nog meer. Goed om vast te stellen dat Kelly nog steeds interesse heeft in het heavy gebeuren naast zijn elektronisch soloproject Wife. Mortichnia als een klakkeloze kopie van Altar Of Plagues afdoen, zou de heren echter onrecht aandoen. Dat ze post-black metal als basis nemen, waarbij het er net iets minder uitgesponnen atmosferisch aan toe gaat dan bij de Cascadian scene, valt niet te ontkennen. Deze fond wordt echter op smaak gebracht met beklemmende doom metal en wanhopige screams, die refereren aan Ash Borer, en met momenten gaat het er behoorlijk progressief aan toe. Het is vooral de licht industriële sound (ietwat kil klinkende drums) van de interessante mix aan stijlen die een link met de zwanenzang van Altar Of Plagues oproept. Zo wisselen beklijvende atmosferische passages af met laag gestemde grommende doom/death riffs (die wel wat weghebben van Bölzer) en ondersteunende dubbele basdrums. De riffs wringen zich met momenten uit hun strak omlijnd keurslijf om de nodige dissonanten op de gitaarfrets en -snaren op te zoeken.Thematisch gezien handelt dit werkje over de veroordeling van de menselijke zwakheid en het ontwaken van een onweerlegbare spijt.De vier monsterlijke songs en intermezzo halen inspiratie uit een misantropisch instinct en verhalen over een verwekt verdriet, ondersteund door catharsische visioenen van vergankelijkheid. Opgewekte jongens dus! Dit is een debuut dat kan tellen en Mortichnia is er dus weeral eentje om in het oog te blijven houden. Oordeelt u hieronder zelf maar!
JOKKE: 81/100

Mortichnia – Heir to scoria and ash (Apocalyptic Witchcraft Recordings 2016)
1. Searing impulse
2. Carrion proclamation
3. The waning
4. A furious withering
5. Heir

Raum Kingdom – Raum kingdom

De Amenra klonen zijn dezer dagen nog amper op één hand te tellen. Vanuit Ierland bereikt ons de eerste self titled EP van Raum Kingdom, een kwartet dat goed geluisterd heeft naar onze Belgische grootmeesters. Vanaf de eerste riff in opener “Wounds” is het al prijs en worden we getrakteerd op herkauwde Amenra gitaarpartijen. De vrij monotone en vlakke scream van zanger Dave Lee is er ééntje van dertien in een dozijn. Hij gebruikt zijn stem echter ook op een intiemere manier, waarbij de cleane vocalen opnieuw leentjebuur spelen bij Colin H van Eeckhout, echter een pak minder intens en zelfs op het zagerige af in “Barren objects”. Wat ik Raum Kingdom wel moet nageven is dat ze afwisselender tewerk gaan dan hun grote voorbeelden. In het donkere “Cross reference” wordt het vocale gedeelte vorm gegeven door samples afkomstig van de “Black mirror” TV-serie, die handelt over de donkere aspecten van het leven en technologie. “These open arms” is meer uptempo, en hoewel oepternieft overduidelijk Amenra-gekloon (op hogere toerental wel) maakt mijn hoofd ongewild op- en neergaande bewegingen op de toegankelijke sludge. Afsluiter “This sullen hope” is met negenenhalve minuut speelduur de langste track van deze EP. Na een klein half uurtje zit “Raum kingdom” erop. Het is verre van slecht, maar er bekruipt me te veel een Amenra light gevoel. En zoals alle light producten is het origineel altijd beter en smaakvoller! Volgende keer graag meer eigen smoelwerk en dan komt het nog wel goed.

JOKKE: 70/100

Raum Kingdom – Raum kingdom (Eigen beheer 2014)
1. Wounds
2. Barren objects
3. Cross reference
4. These open arms
5. This sullen hope

Primordial – Where greater men have fallen

Ten tijde van “The gathering wilderness” uit 2005 begon bij ondergetekende het kwartje te vallen. Ik leerde het Ierse Primordial kennen als een band die uitblonk in het schrijven van donkere, maar zielsmooie muziek. Onder aanvoering van de charismatische frontman Alan A. Nemtheanga leverde de band sindsdien nog twee bescheiden meesterwerkjes af. Op de valreep van een reeds uitermate geslaagd muzikaal jaar leveren de Ieren met “Where greater men have fallen” nog maar eens een dijk van een plaat af die mijn voorlopig eindejaarslijstje duchtig door mekaar schudt. De titeltrack zet meteen de toon voor een klein uur kippenvel en weemoed, maar zoals vanouds druipt ook de woede en afkeer voor het menselijk ras er weer van af in muziek en teksten. Dat Nemtheanga een lettervreter en geschiedenisliefhebber is, komt duidelijk naar voren in zijn intelligente, maatschappijkritische (protest)songs. Niet alle nummers handelen over zijn cynische en donkere kijk op de wereld. Zo gaat het nummer “Babel’s tower” bijvoorbeeld over miscommunicatie. Opvallend aan dit nummer is de flitsende gitaarsolo naar het einde toe. Op papier klinkt dit misschien vreemd voor een band als Primordial, maar het pakt enorm goed uit. Na het vrij standaard Primordial nummer “Come the flood” volgt het furieuze “The seed of tyrants” waarin de black metal roots van het vijftal nog eens duidelijk boven komen drijven. Het tempo wordt hier serieus opgeschroefd en de flamboyante kletskop spuugt zijn gal uit (“If the church had one neck I would wring it. If the state had one artery I would sever it. Torches to the parliament of swine. And iron to the rights of fools.”). “Ghosts of the charnel house” wordt door vellenmepper Simon O’Laoghaire op gang getrokken en heeft een tamelijk hoog “vuist in de lucht” gehalte wat ook refereert aan de zanger zijn all star Bathory tribute band Twilight Of The Gods. Eigenlijk is Bathory zowat de enige band waarvan je invloeden terug hoort in de muziek van Primordial, want het geluid van de band is herkenbaar uit de duizenden: mid-tempo pakkende onderhuidse melodieën en spanning die gebalt zitten in een metalen basis waarop de love it or hate it grimmige cleane vocalen van Nemtheanga  je bij de keel grijpen. In het dreigende “The alchemist’s head” gaan zijn vocalen ook nog eens de black metal toer op terwijl het onheilspellende “Born to night” dat typische Ierse gevoel voor dramatiek bevat. Save the best for last, want “Wield lightning to split the sun” is een enorm pakkende en bloedmooie song, waarin de gitaarmelodie je tot tranen toe beroert.  “Where greater men have fallen” is opnieuw één brok (h)eerlijke muziek.

JOKKE: 88/100

Primordial – Where greater men have fallen (Metal Blade Records 2014)
1. Where greater men have fallen
2. Babel’s tower
3. Come the flood
4. The seed of tyrants
5. Ghosts of the charnel house
6. The alchemist’s head
7. Born to night
8. Wield lightning to split the sun

Year of no Light/Altar of Plagues – Split

Dat post-rock niet altijd flauw en zeemzoetig moet klinken is ondertussen al meerdere keren bewezen. Bovenaan de voedselketen staan de jongens van Year of no Light. Met de full albums “Nord”, “Ausserwelt” en een handvol splits werden loodzware mokerslagen post-rock klinkende sludge toegediend. Zonder veel tegenstand geraakten deze Fransen op het pretentieuze Roadburn festival. Het levert hun nu ook een split LP op met de Ieren van Altar of Plagues die in het verleden al samenwerkten met interessante labels als Profound Lore en Candlelight Records. Hun zwart metaal werd ook gedrenkt in een post-sausje, want dadelijk de gelijkenis tussen beide bands weergeeft. Genoeg voor een split zeker? Neen, want als Year of no Light bovenaan de voedselketen staat, moet Altar of Plagues het doen enkele treden lager. Daar waar “Møn”bere krachtig klinkt en een sterke opbouw geniet, is “Light through a tomb” eerder flets (waar is de bassist?), ongeïnspireerd en on-ge-loof-lijk langdradig. Uitgesponnen nummers zijn in dit genre niet uitzonderlijk, maar de zestien minuten die Altar of Plagues van mijn leven steelt, zijn er zeventien teveel. Halverwege het nummer lijkt er wat te gebeuren, maar echt speciaal is het niet. Dit soort Wolves in the Throne Room-georiënteerde black metal kent heel wat aftrek in de scene, maar kwaliteitsvol is het niet. Dit toch niet. Year of no Light steekt met kop en schouders uit boven de andere kant van de plaat, maar er dient ook eerlijk gezegd te worden dat het niveau van een “Ausserwelt” niet gehaald wordt, hoe sterk “Møn” ook klinkt. Je mag gerust spreken van een domper op de feestvreugde, want de hooggespannen verwachtingen zijn niet ingelost. Mensen die hun zuur verdiende centjes niet zomaar te grabbel willen gooien, kunnen het album online streamen (hier) alvorens een beslissing te nemen.

fLP: Year of no Light: 84/100 & Altar of Plagues: 23/100

Year of no Light/Altar of Plagues – Split (Musicfearsatan/Radar Swarm 2012)
1. Year of no Light – Møn
2. Altar of Plagues – Light through a tomb