iron bonehead

Runespell – Voice of opprobrium

Het runenschrift spreekt nog steeds tot de verbeelding, vooral dan de betekenissen die in de Noordse mythologie aan de verschillende runen gegeven worden. Zelfs Down Under lopen er individuen rond die geïnspireerd worden door dit oude schrift van de Germaanse volkeren van Noord-Europa, Groot-Brittannië, Scandinavië en IJsland. Nightwolf wijdde er zijn band Runespell aan waarmee hij via Iron Bonehead zijn derde langspeler uitbrengt. Het is amper te geloven dat de muziek van Runespell ontsproot uit de koker van een Australiër want alles aan “Voice of opprobrium” ademt Noordse melancholie uit: de melodische riffs, de subtiele koorzangen, het als zwaardgekletter klinkende drumwerk en de akoestische nummers die regelmatig voor lange rustpauzes en duistere sfeerschepping zorgen. Hoewel ze een inherent onderdeel vormen van Runespell’s sound, laten de akoestische songs ons wel wat op onze honger zitten. Een meeslepend en nostalgisch black metal-nummer als “All thrones perish II” (deel één prijkt op het debuut) gaat er echter in als zoete koek. Ingewikkeld is het allemaal niet, onveilig en origineel (denk aan Graveland) evenmin maar de primitieve black metal- klanken weten me wel te raken, en dat is waar het tenslotte allemaal om draait. Onze nachtwolf is ook actief bij Eternum en Blood Stronghold, die er min of meer dezelfde esthetiek op nahouden, maar de klanken van Runespell zijn toch puurder en mystieker van aard. De zes nummers ontginnen de mysteries van oorlog en bloedvergieten, wraak en moed, herinnering en bestemming, spirituele en fysieke toewijding en opoffering. “Voice of opprobrium” ligt met haar scherpe en iele sound eerder in het verlengde van het debuut “Unhallowed blood oath” dan van het wat zwaarder maar minder geïnspireerd klinkende “Order of vengeance“. De akoestische klanken nemen deze keer wel ruim vijftien van de zevenendertig minuten voor hun rekening en halen de vaart uit het album daar ze qua sfeerschepping de duimen moeten leggen voor het extremer black metal-geweld dat gelukkig wel terug wat bijtender is dan wat op de voorganger te horen viel. Misschien is drie platen in evenveel jaren wat te veel van het goede en moet Nightwolf iets meer tijd nemen zodat volgende keer weer een plaat zoals het beklijvende debuut kan uitgebracht worden?

JOKKE: 70/100

Runespell – Voice of opprobrium (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Firmament in blood
2. Voice of opprobrium
3. Wraithwoods
4. All thrones perish II
5. Wings of fate
6. Ascendant

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli

De in Zuid-Californië actief zijnde Black Twilight Circle zal de meeste Addergebroed-lezers ondertussen wel niet meer onbekend in de oren klinken. Dit zootje muzikanten onder leiding van Eduardo Ramírez en gelinkt aan diens Crepúsculo Negro-label spreekt tot de verbeelding van menig extreem muziekliefhebber. De teksten en de muziek van veel bands uit deze kliek is doordrongen van de Azteken (Mexica)-cultuur. Eén van de beste compilaties van BTC-bands verscheen in 2016 onder de noemer “Desert dances and serpent songs” en bevatte bijdrages van Volahn, Shataan, Arizmenda en Kallathon. Die laatste bracht vorig jaar een split uit met Blue Hummingbird On The Left wat de Engelse naam is van de Azteekse god Huitzilopochtli. Negen jaar na haar oprichting brengt die laatste onder de naam “Atl Tlachinolli” nu haar debuut uit. Nu is Blue Hummingbird On The Left niet meteen mijn favoriete band uit de BTC-stal, maar toch mag deze langspeler er zijn. Voor mij persoonlijk heeft de met thrash-metal geïnfuseerde black van het kwartet soms te veel war metal-trekjes waarbij het eentonig hakkend drumspel van drummer/gitarist Yayauhqui (Ramírez’ schuilnaam in dit geval) in nummers als “Sun / War club” en “Life death rebirth” me in dat geval al snel verveelt. De afwisseling tussen opzwepende riffs in het woeste “Storms” en meer melodieuze nummers houdt het gelukkig toch interessant. In het einde van “Blood flower” ontwaren we bijvoorbeeld een Bölzer-achtige melodie en het mid-tempo “Precious death” en “Tenochtitlan” zijn met hun mooie gitaararrangementen melodieuzer, fijngevoeliger en meer atmosferisch van aard. En dan zijn er ook nog de tal van inheemse instrumenten en mysterieuze klanken die als water doorheen vurige songs als “Southern rules supreme – Moon” en “Rain campaign” kronkelen, wat een authentiek karakter aan de muziek geeft, vooral wanneer zanger Tlacaelel zijn fluit boven haalt. De oorlogsgoden worden weer tot leven gewekt in “Hail Huitzilopochtli” en geëerd voor het bewaken van de eigen cultuur ten opzichte van indringers. Hoewel “Atl Tlachinolli” door de knipogen naar de Zuid-Amerikaanse bestial black metal-scene niet honderd procent my cup of tea is, is dit door de muzikale afwisseling en het eigen karakter toch een onderhoudende plaat.

JOKKE: 75/100

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli (Iron Bonehead/ Nuclear War Now!/Crepúsculo Negro 2019)
1. Sun / War club
2. Blood flower
3. Precious death
4. Hail Huitzilopochtli
5. Rain campaign
6. Life death rebirth
7. Tenochtitlan
8. Storm
9. Southern rules supreme – Moon

Pa Vesh En – Church of bones

2018 is een druk jaar geweest voor Pa Vesh En. Op zes maanden tijd bracht het heerschap achter deze one-man-band immers de “Deadwomb“-demo, de twee-nummers-tellende EP “A ghost“, een split met Temple Moon en nu dus ook een volwaardige langspeler getiteld “Church of bones” uit. De Wit-Rus lijkt zich het meest comfortabel te voelen in uitzichtloze, compleet miserabele toestanden want dat is de sfeer die zijn orkestje opwekt. De toplaag van Pa Vesh En’ black metal is als een dik bladerdek waar amper zonnestralen doorschijnen zodat er zich in de diepste krochten van haar verrotte zwarte ondergrond allerlei ongedierte ontwikkelt dat leefbaar is zonder zonlicht. Een nummer als “La valse macabra” bevat bovendien serieus dronende basklanken die de beenderkerk, die vanuit de ondoordringbare duisternis oprijst, op haar grondvesten doet daveren. Ook in de acht minuten van “My obscure obsession“, mijn persoonlijke favoriet, dreunt een overstuurde baslijn doorheen de gitzwarte vormloze massa aan gekweld en getormenteerd geschreeuw, verstikkende gitaren en knetterende drums. Deze onwelriekende rauwheid is geen voer voor zwakzinnigen.

JOKKE: 75/100

Pa Vesh En – Church of bones (Iron Bonehead 2018)
1. The wilderness of cursed souls
2. A funeral procession
3. La valse macabra
4. Pale body desecration
5. The venom seed
6. My obscure obsession
7. With pain he waits in vain

Abyssous – Mesa

Even dacht ik nieuw werk van het lichtjes geniale Engelse Abyssal voorgeschoteld te krijgen. Het betreft echter Abyssous, een Duitse band waarvan het ouder materiaal (debuut “Smouldering” uit 2013) me totaal onbekend is. Het heeft met andere woorden best lang geduurd om met nieuwe muziek op de proppen te komen. Het Germaanse trio laat middels “Mesa“, een EP die toch op een mooie vijfendertig minuten aftikt, horen wat ze in tussentijd uitgespookt heeft. En dat klinkt eigenlijk lang niet verkeerd. Abyssous speelt death metal, the ancient way, waarbij het er dus best primitief, sepulcraal, organisch en wild aan toe gaat. “Mesa” bevat vijf “echte” nummers die telkens door duister en mysterieus klinkende intermezzi aan mekaar geregen worden. Wanneer Abyssous haar death metal demonen vrijlaat, ontketenen deze een archaïsch klinkende en woest kolkende muur aan riffs waar echo’s van Morbid Angel (de hectische, bijwijlen krankzinnige solo’s in o.a. “Ocaeon” dat ook Immolation-achtige gitaarpiepjes bevat) en recentere bands genre Grave Miasma doorheen waaien. Het betere penetrante grafgeurtje dus dat Abyssous uitwasemt. Vooral in het aanvankelijk mid-tempo startende maar daarna opzwepende, met psychedelisch en hallucinogeen soleerwerk doorspekte “Aerosoils” klinkt de band écht overtuigend, maar ook de negen minuten durende hekkensluiter “Congealed lores” laat horen dat Abyssous nog wel eens heel wat moois in petto kan hebben voor wie houdt van een vette streep chaotische old-school death metal met verrotte insteek. Fijne ontdekking!

JOKKE: 82/100

Abyssous – Mesa (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Aisernal
2. Mesa
3. Perlurkural
4. Impelled
5. Fissurge
6. Ocaeon
7. Diphour
8. Aerosoils
9. Vesspense
10. Congealed lores

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics

Toen ik als ukkie van 11 jaar de mysterieuze wereld van black metal ontdekte, was mijn blik vooral op het hoge noorden gericht. Ik vond het toen nogal een ridicuul idee dat deze duistere muziek ook in mediterrane landen zou worden gespeeld. Ik heb me met andere woorden nooit echt ondergedompeld in de oervaders van bv. de Griekse scene zijnde Rotting Christ, Necromantia, Varathorn, Kawir en Zemial. Stom natuurlijk. In de latere, meer occulte exploten van deze scene (Acherontas, Acrimonious, Serpent Noir, Thy Darkened Shade, …) ben ik beter thuis. Embrace Of Thorns heeft met haar mix van black, death en bestial war metal echter nooit in een bepaald hokje gepast. De band is sinds 1999 actief, na een jaartje eerder onder de naam Requiem geopereerd te hebben. Sinds de naamsverandering was de band vrij consistent qua muzikale output. Nu heeft het iets langer dan normaal geduurd, maar vier jaar na “Darkness impenetrable” valt het nieuwe “Scorn aesthetics” nu toch op de deurmat. Er is bitter weinig veranderd in het receptuur van de band want hun black metal wordt nog steeds met een zeer fikse scheut death metal en een snuifje war metal op smaak gebracht. Zo hoor je in opener “The wanderer and his shadow” ongetwijfeld de invloed van Morbid Angel doorschemeren. De vocalen klinken dan ook wat dieper en de sound wat zwaarder (hoor die bas maar eens ronken) dan de doorsnee black metal band. Melodieuze partijen en mid-tempo nummers (bijvoorbeeld “Reducto ad absurdum” dat een Deströyer 666-achtige solo bevat) worden afgewisseld met beukende dubbele basritmes (“Mutter aller Leiden” of de titeltrack) of opzwepend snel geschut. “In our image, after our likeness” is met haar negen minuten speeltijd en ingebouwde spoken word-samples de langste en meest epische track van het album. Met de dynamiek zit het alvast helemaal snor. Volgens de heren is het feit dat ze de voorbije twintig jaar voor velen noch vis noch vlees waren, de verklaring voor het feit dat de band nog vrij diep in de underground verscholen zit. Hoewel Embrace Of Thorns nog nooit zo goed geklonken heeft en er best een paar knallers op “Scorn aesthetics” prijken (“Stoking the fire of resentment” en de opener), kan ik me in deze redenering slechts deels vinden. Een grotere oorzaak voor hun onbekendheid is het songmateriaal dat niet genoeg blijft plakken en te weinig beklijft. Het niveau van de aangehaalde referentiebands (voeg hier gerust ook oude Celtic Frost, Dissection en Incantation aan toe) wordt dan ook nergens geëvenaard.  De songschrijvers Herald of Demonic Pestilence en Archfiend DevilPig zullen dus nog een tandje moeten bijsteken als ze echt potten willen breken.

JOKKE: 72/100

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics (Iron Bonehead Productions 2018)
1. The wanderer and his shadow
2. Mutter aller Leiden
3. Reducto ad absurdum
4. Stoking the fire of resentment
5. Scorn aesthetics
6. In our image, after our likeness
7. Wolf uncaged _ Prometheus unbound

Pa Vesh En – A ghost

In het black metal wereldje lopen heel wat getormenteerde zieltjes rond, dat bewijst ook het uit Wit-Rusland afkomstige Pa Vesh En. De rauwe en bleke zwartmetalen klanken die dit éénmansproject produceert, bevinden zich aan de meest desolate uiteinden van het black metal spectrum. De twee demotapes die vorig jaar verschenen (“Knife ritual” en “Dead womb“) klonken veelbelovend en vinden regelmatig hun weg naar mijn fancy maar vintage cassettedeck. Via Iron Bonehead Productions krijgen we nu in de vorm van de “A ghost” EP een voorproefje voor het volwaardig debuut dat later dit jaar verwacht mag worden. De gekwelde klanken van de twee nummers die we gepresenteerd krijgen, bevatten nóg minder structuur dan het oude werk dat nochtans al van een serieuze bak alle-houvast-vernietigende-reverb voorzien was. De gepijnigde en ruwe extremiteiten die Pa Vesh En uit zijn ziel perst, hebben een soort ambient-aura over zich heen hangen wat het geheel nóg abstracter maakt dan voorheen. Hoewel je in “Gruesome exhumation” toch een blastende structuur als ruggengraat voelt, zijn de drums serieus weggemoffeld achter de verstikkende reverbs en ziekelijke screams van de twee tracks waardoor de audioterreur een bijna vormloze smurrie aanneemt. Maar wel één die een lekker onbehagelijk gevoel weet te creëren. Ik ben benieuwd naar het volwaardige debuut van Pa Vesh En, alleen weet ik niet of ik een volledige rit van pakweg veertig minuten van deze extreme en abstracte duisternis ga kunnen uitzitten. Wie van afgelikte producties en black metal met een strofe en refrein structuur houdt, loopt hier best in een grote boog omheen.

JOKKE: 79/100

Pa Vesh En – A ghost (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Haunting and mourning
2. Gruesome exhumation

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum

Het Noorse Terratur Possessions heeft enkele van haar bands laten gaan, waardoor het nieuwste teken van leven van Prosternator bij Iron Bonehead opduikt. Het debuut “Abyssus abyssum invocat” van dit internationale gezelschap wist ons bij Addergebroed duidelijk te imponeren. Voor deze nieuwe split-release werd een partner in crime gevonden in een ander pan-Europees collectief genaamd Ancient Moon, waarachter individuen uit België, Frankrijk en Zwitserland zouden schuilgaan. Ook Ancient Moon heeft slechts één voorgaande release (“Vvltvre” die in 2015 via Sathanath Records verscheen) die ik dringend eens moet opsnorren, want wat ik hier te horen krijg, klinkt alvast duivels lekker. Ancient Moon leverde slechts één track aan voor deze collaboratie, maar “Hekas hekas este bebeloi” klokt wel meteen op achttien minuten af. In die tijdspanne horen we occulte black metal waarbij een repetitieve, hypnotiserende, ietwat lo-fi zoemende gitaarriff gedurende de eerste zeven minuten de ruggengraat van het nummer vormt, ondersteund door blastende drums en een gevarieerd vocaal klankenpallet waarbij demonische screams en sacraal aandoende cleane zang dikwijls simultaan de mystieke teksten verkondigen. Subtiele keyboards geven tevens een kosmische toets aan het geheel. Net voorbij de negen minuten grens volgt er een stukje dat wat aan mid-tempo Aosoth doet denken om vervolgens naar sacrale koorzang en een mix van ritualistische ambientklanken en black metal over te gaan. Tenslotte worden er tremolo picking riffs bijgehaald om dit epos van een beklijvende apotheose te voorzien. Prosternatur voorziet bijna evenveel minuten speelduur maar deelt haar verhaal wel op in drie afzonderlijke tracks. Hoewel de productie net iets beter en de densiteit voller is, passen beide bands wonderwel perfect bij mekaar. Van de drie mysterieus getitelde songs is het met cleane gitaren ingezette “Zi dingir isatum kanpa!” meer mid-tempo van aard terwijl het trio in de twee andere nummers het tempo opdrijft. Doorheen de razernij van “Ana harrani sa alaktasa la tarat” priemt zich een repetitieve gitaarmelodie en “Usella mituti” klinkt enerzijds lekker agressief en anderzijds creepy door de angstwekkende vocalen en duistere ambientintermezzo’s. Heerlijke split voor al wie kwijlt bij occulte, ritualistische black metal!

JOKKE: 84/100 (Ancient Moon: 82/100 – Prosternatur: 86/100)

Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum (Iron Bonehead productions 2018)
1. Ancient Moon – Hekas hekas este bebeloi!
2. Prosternatur – Ana harrani sa alaktasa la tarat
3. Prosternatur – Zi dingir isatum kanpa!
4. Prosternatur – Usella mituti