kampfar

Membaris – Misanthrosophie

Het Duitse Membaris heeft al heel wat jaren op de teller staan en was vooral sinds diens oprichting in 1999 tot aan 2014 productief wat resulteerde in vier langspelers, een demo en twee splits. Ik had nog nooit van de band gehoord wat te wijten kan zijn aan het feit dat ik de black metal-scene van onze oosterburen begin jaren 2000 niet altijd op de voet volgde doordat middelmatigheid vaak troef was. Nu W.T.C. zijn schouders onder de band zet, kwam Membaris op mijn radar terecht. Het artwork van Karmazid dat op “Misanthrosophie“, langspeler nummer vijf, prijkt, mag dan wel een futuristische/moderne insteek hebben, de zwartmetalen klanken van Membaris staan met beide voeten diep in second wave black geworteld. Aan een intro doen de heren Obscurus (drums, gitaren, zang) en Kraal (gitaren, bas, zang) in elk geval niet mee want “Architektur fern Struktur” voelt meteen als een vuist in een overvolle maag aan. De drums ratelen als een bezetene en er gaat geen enkele snare-aanslag onhoorbaar aan ons voorbij dankzij een krachtige en transparante mix en mastering van Abigor’s TT. Even vreesde ik 54 minuten durende voortrazende eenheidsworst voorgeschoteld te hebben gekregen, maar die angst was ongegrond want vanaf de opener wordt duidelijk gemaakt dat het duo heel wat tijd en energie heeft gestoken in het uittekenen van dynamische structuren en contouren. Ook in het vocaal departement is het afwisseling troef waarbij de semi-cleane semi-raspende zang een heuse portie Kampfar in de strijd gooit. “Nebel Haras” wordt gekenmerkt door majestueuze melodieën die zich, ondersteund door intense drumsnelheden, ontplooien en uitmonden in een adembenemende solo waarvoor een zekere Stefan Hofmann optekende. “My path of stars” wordt door een vocaal krijsexperimentje voorafgegaan en bevat een spannende wisselwerking tussen agressie en melodie, duivels gekrijs en pompeuze heldere zang. Het negen minuten durende “Constant companion” wordt opnieuw middels een flitsende solo in gang getrapt en de vocalen doen in dit nummer meer dan eens aan Ihsahn denken wanneer ze voor een hesere insteek gaan. Een meeslepende melodieuze solo brengt ons in vervoering en neemt ons mee op sleeptouw gedurende de resterende vijf minuten van dit pakkende epos. Halfweg “Misanthrosophie” lassen Obscurus en Kraal met “The only reason to stay” een akoestisch intermezzo ondersteund door heldere klaagzang in. “Imaginations through the horn-crowned skull” heeft een minuutje nodig om zich tot een Zweeds aandoende rampestamper te ontpoppen waarbij diepere vocalen ook wat death metal aan het klankpallet toevoegen. Het intense meer compacte “Pulsar” zet de meer rechttoe rechtaan aanpak van het voorgaande nummer verder, alvast wat het hondsdolle drumptempo en de bijtende riffs betreft, want op vocaal vlak valt weer heel wat te beleven waarbij beide zangers laten horen wat ze in hun mars hebben. Net wanneer je denkt het wel even allemaal gehoord te hebben omdat de titeltrack ook weer recht voor de raap blijkt te zijn, zakt het tempo hoewel Obscurus het gaspedaal nadien toch weer snel weet terug te vinden. Het Duits geblaf klinkt agressief, maar ondanks het feit dat dit nummer tot titeltrack gebombardeerd werd, vind ik het misschien wel het minste van de plaat. Gelukkige herpakken de heren zich met de lange afsluiter “Aus Tiefen empor…” waarin het op en top genieten is van de blastsalvo’s, vurige riffs, bijtende Duitstalige screams en pakkende melodieën inclusief ferme leads. Obscurus hield zich voorafgaand aan deze “wederopstanding” bezig met o.a. Porta Nigra en Chaos Invocation, maar ik ben maar wat blij dat hij Membaris van onder de mottenballen heeft gehaald om deze kraker op ons los te laten. “Misanthrosophie” is een dynamisch luisterspel dat heel wat voor de luisteraar in petto heeft, maar nergens verliezen deze twee veteranen de controle. De touwtjes worden immers strak in handen gehouden en op geen enkel departement vliegt Membaris uit de bocht. Misschien toch maar eens in het verleden van de band duiken.

JOKKE: 87/100

Membaris – Misanthrosopie (World Terror Committee 2020)
1. Architektur fern Struktur
2. Nebel Haras
3. My path of stars
4. Constant companion
5. The only reason to stay
6. Imaginations through the horn-crowned skull
7. Pulsar
8. Misanthrosophie
9. Aus Tiefen empor…

Vananidr – Damnation

Dat Anders Eriksson, de man achter Vananidr, bruist van de creatieve energie moge duidelijk wezen. In 2019 bracht de Zweed reeds twee langspelers uit (het gelijknamige debuut “Vananidr” en opvolger “Road to north“) en hoewel 2020 nog maar net begonnen is, ligt album nummer drie weer al rondjes te draaien. Op het debuut werd Anders nog bijgestaan door drummer Titan, die tijdens de aanloop naar de opvolger verstek liet gaan. Voor “Damnation” groeide Vananidr voor het eerst tot een trio uit met Rickard Silversjö als tweede gitarist en Ljusebring Terrorblaster op drums, hoewel die laatste ondertussen weeral vervangen werd door ex-Amon Amarth drummer Fredrik Andersson. “Damnation” laat geen wereldschokkende dingen horen ten opzichte van diens twee voorgangers maar combineert de plechtige melodieën van het debuut met de agressievere aanpak van de opvolger. Anders heeft dus nog steeds een duidelijke voorliefde voor Scandinavische black waarin agressie en melodie mooi samengaan. Denk aan Immortal, Windir, Kampfar en soortgelijke minnestrelen van het hoge ijskoude noorden. En daarbij doel ik niet alleen op jaren ’90 geluiden want deze derde plaat ademt ook een meer urbaan en modern gevoel uit. De productie ligt in het verlengde van de voorganger en is met andere woorden wat grimmiger dan de eersteling, wat we alleen maar kunnen toejuichen. Een agressief nummer zoals het lekker beukende Immortaliaanse Hunter” springt er wat mij betreft nog steeds bovenuit hoewel de mid-tempo kraker “Tides of blood” en de melodieuze aan oude-Katatonia en Daylight Dies refererende leads van “Reflection” mij toch ook wel behoorlijk kunnen bekoren. Anders heeft er goed aan gedaan om “Damnation” met een speelduur van 47 minuten toch iets beknopter te houden dan de 66 minuten van “Road to north“. Zijn beste werk tot dusver.

JOKKE: 81/100

Vananidr – Damnation (Purity Through Fire 2020)
1. Distilled
2. Damnation
3. Hunter
4. Tides of blood
5. Wounds of old
6. Reflection
7. Void

Quaetdoener – Eternal wolf

Na het uiteenvallen van de Maldegemse death metal/grindcore band Headmeat, startten Nieke en Pui in 2005 Alkerdeel op. Drie van de andere zes leden vinden we nu terug in de nieuwe band Quaetdoener. Het logo en hoesontwerp doen dan misschien wel death metal verwachten, niets is minder waar want dit Oost-Vlaamse kwartet speelt onvervalste black als eerbetoon aan de iconen van de jaren negentig waar de heren mee opgroeiden. Er worden op “Eternal wolf“, het in eigen beheer uitgebrachte debuut, alvast geen compromissen gesloten want Quaetdoener raast en blaast dat het een lieve lust is. Wanneer er zoals in de titeltrack een black ’n roll passage passeert, komt een Taake vanachter de hoek piepen. In het eerste deel van een nummer als “Unshackled” komt het kwartet snedig uit de hoek maar al snel word een heuse portie rock ’n roll in het zwartmetaal geïnjecteerd en ook ritueel klinkende koorzang mag niet ontbreken, zonder dat deze band trouwens in het occulte hoekje geduwd kan worden. De heerlijke eindriff maakt van dit zes minuten durende nummer het hoogtepunt van de plaat. “Forged in the fire” gooit het aanvankelijk over een andere boeg en bevat mid-tempo gitaarwerk met Noorse inslag (denk aan een Kampfar) en een aanstekelijk meezingrefrein totdat de demonen ontketend worden en deze song in een helse furie overslaat. “Memento mori” is met acht en een halve minuut speelduur de langste compositie van dit plaatje. Het is een dynamische track met snelheidsuitbarstingen, mid-tempo riffs, rockende stukken en tremolo-melodieën. Ondanks de Oud-Vlaamse bandnaam krijst zanger Nuyt de teksten in het Engels waarbij iets meer afwisseling in het krijstimbre welgekomen zou zijn. Gelukkig bevat de muziek voldoende variatie om tot aan het einde bij de les te blijven. De rechttoe-rechtaan finale van “Memento mori” doet me wat aan de eerste twee Enthroned-platen denken, een mooi compliment wat mij betreft. In “I am the snake in your dreams” en het afsluitende “Black blood” bewijzen de heren wederom op de juiste momenten eventjes gas terug te nemen om daarna met een mokerslag terug te slaan én je in een wurggreep te houden. “Eternal wolf” zal in eigen beheer in een oplage van 100 stuks op CD verschijnen. Steun deze heren en schaf dit kleinood aan, al was het maar om ook onder de letter “Q” iets in de muziekcollectie te hebben staan pronken. Knap debuut!

JOKKE: 80/100

Quaetdoener – Eternal wolf (Eigen beheer 2019)
1. Eternal wolf
2. Farewell to the crown
3. Unshackled
4. Forged in the fire
5. Memento mori
6. I am the snake in your dreams
7. Black blood

Mork – Det svarte juv

Menig black metal-muzikant roept luidkeels dat vroeger alles beter was en dat er amper nog noemenswaardige nieuwe bands of releases uitkomen. Het Noorse Mork lijkt hier een uitzondering op te vormen, want niet alleen de gespecialiseerde muziekpers heeft veel lof voor het eenmansproject van de heer Thomas Eriksen, Mork krijgt ook steun van vele veteranen uit de scene zijnde Fenriz, Blasphemer en Seidemann. Mork werd in 2004 boven de doopvont gehouden en wist album na album gestaag nieuwe zieltjes voor zich te winnen. Met “Det svarte juv” zijn we ondertussen bij langspeler nummer vier aanbeland, de tweede die via Peaceville verschijnt. Desolater en somberder dan het vijftig-tinten-grijs-tellende artwork van de hand van de Franse artiest David Thiérrée die o.a. ook al voor Behemoth werkte, kan amper. Het wanhopige beeld van de volledig uitgemergelde, op sterven na dood zijnde figuur die naar de rand van de dieperik kruipt, illustreert perfect alle somberheid, haat, kwaadheid, pijn en kracht die in de tien nummers vervat zitten en die Thomas uit zijn systeem moest filteren na de meest miserabele periode in zijn leven achter de rug te hebben. Op de twee vorige platen doken gastmuzikanten van Dimmu Borgir, Darkthrone en 1349 op, maar deze keer werd het een complete solotrip zonder inmenging van buitenaf. In vijftig minuten tijd krijgen we een gevarieerde dwarsdoorsnede van ouwe getrouwe Noorse black voorgeschoteld gaande van klassieke blastbeat riffs (“Mørkeleggelse“, “Den utstøtte“), naar Taake en Khold neigende black ’n roll (“Skarpretterens øks“), slepende doom (“Karantene“) en melancholische melodieën (de titeltrack). Thomas spuwt al krijsend of in “På tvers av tidene” met een heroïsche cleane stem, zoals we die ook kennen van een Kampfar of Isengard, zijn gal. “Da himmelen falt” kent een wisselwerking tussen rollende basdrums en black metal-gekrijs en bevat een Windir-achtige melodie. Toffe bijkomstigheid is dat er extra veel aandacht werd geschonken aan de baslijnen die goed hoorbaar zijn in de mastering van Jack Control, die ook aan Darkthrone’s laatste drie platen meewerkte. Mork is samen met een band als Djevel één van de sterkhouders van de nieuwe generatie bands die de geest van old school Norwegian black metal levend weet te houden. Het overklassende Djevel kunnen we in november aan het werk zien op de tweede editie van het Unholy Congregation fest in Oudenaarde. Hopelijk haalt één of andere concertorganisator ook Mork snel naar onze contreien.

JOKKE: 82/100

Mork – Det svarte juv (Peaceville Records 2019)
1. Mørkeleggelse
2. Da himmelen falt
3. På tvers av tidene
4. Den utstøtte
5. I flammens favn
6. Skarpretterens øks
7. Den kalde blodsvei
8. Siste reis
9. Karantene
10. Det svarte juv

Kampfar – Ofidians manifest

Met het ijzersterke “Profan” wist Kampfar me in 2015 terug voor zich te winnen nadat ik de vorige albums aan mij voorbij had laten gaan. Na deze plaat vonden de Noren het echter broodnodig om een bezinningsmoment in te lassen waardoor het vier jaar geduurd heeft alvorens met een opvolger op de proppen te komen die “Ofidians manifest” gedoopt werd. Laten we maar meteen voor een spoiler alert zorgen: Dolk en zijn strijdmakkers zijn er opnieuw in geslaagd om erg straf uit de hoek te komen. Gitarist Ole Hartvigsen (ex-Mistur, Gaahls Wyrd) bewijst een gedegen songschrijver te zijn en levert gevarieerde nummers af. Zo goed als elke song bevat wel een kippenvelmomentje, zij het in de vorm van een catchy riff (opener “Syndefall” doet wat het moet doen als opener), een goed geplaatste break, een mooie opbouw of pakkende epische zang. De ondertussen bebaarde Dolk perst een breed arsenaal aan keelklanken uit zijn strot en behoort tot de top qua black metal-vocalisten (ook live bewijst hij een uitstekende frontman te zijn die een statisch publiek weet op te hitsen). In het bombastisch klinkende en met allerlei achtergrondelementen (vrouwelijke fluisterstem, subtiele keyboards) ingekleurde “Ophidian” moeten we zelfs spontaan aan Alan van Primordial denken, wat toch niet de eerste de beste is als het op epische zang aankomt. In “Dominans” eisen vrouwelijke vocalen nog een veel grotere rol op. In dit nummer gaat Dolk immers het duet aan met de excentrieke Djerv-frontvrouw Agnete Kjølsrud wat voor een experimenteel randje zorgt. De start van “Natt” zag het kwartet als de gelegenheid om nog eens lekker ouderwets van leer te trekken, maar voor eenzijdig geram zijn we bij Kampfar aan het verkeerde adres want het nummer laat toch ook weer veel ruimte voor vikingkoorzang en epische melodieën. Op een bepaald moment valt de herrie zelfs helemaal stil waarna serene pianoklanken het even voor het zeggen hebben. In de finale verzeilen de Noren in moderner klinkende vaarwateren. De knallende heldere productie is hier natuurlijk ook debet aan en heeft de live-energie van de band perfect weten te capteren. In “Eremitt” pakken de heren het iets rustiger aan om nadien met het opzwepende, door bassist Jon Bakker op gang getrokken “Skamløs!” voor een lekker contrast te zorgen. “Det sorte” is met haar acht en een halve minuut speeltijd de langste song op “Ofidians manifest” en maakt van een breed arsenaal aan smaakmakers gebruik om in schoonheid te eindigen: akoestische gitaren, keyboards, triomfantelijke gezangen en piano zorgen op hun beurt voor een mooie opbouw vol epiek die uitmondt in een droevig uitdijend einde. Kampfar flikt het weer!

JOKKE: 89/100

Kampfar – Ofidians manifest (Indie Recordings 2019)
1. Syndefall
2. Ophidian
3. Dominans
4. Natt
5. Eremitt
6. Skamløs!
7. Det sorte

Vananidr – Vananidr

Hoewel het Zweedse Vananidr op het eerste zicht een nieuwe naam in het black metal-gebeuren lijkt te zijn, gaan de roots van dit project terug naar het midden van de jaren ’90 toen Titan (nu in de band IXXI) Hydra oprichtte. In 1999 vindt hij in de vorm van gitarist Anders Eriksson, zanger Erebus en drummer Thunder (eveneens huidig lid van IXXI) gelijkgestemde zielen waarmee enkele demo’s en een debuutalbum “Phaedra” opgenomen worden. Tijdens het schrijfproces van de opvolger loopt het echter mis en verlaten zowel Erebus als Titan de band. Anders besluit de zang zelf te verzorgen en het album verschijnt onder de nieuwe naam Synodus Horrenda. In 2017 schreef Anders een derde plaat die hij samen met Thunder opnam en vorig jaar in eigen beheer digitaal het levenslicht zag, opnieuw onder een nieuwe noemer: Vananidr. Ondertussen heeft Thunder zijn drumkoffers gepakt, speelt Anders het solo slim en wordt de plaat via Purity Through Fire op CD uitgebracht. Met Vananidr eert de multi-instrumentalist de klassieke black metal van halfweg de jaren negentig, maar dan in een modern productioneel jasje gegoten, zonder al té gelikt en zielloos te klinken. Met songtitels als “Raging blizzards” en “Frostbitten kingdom” wil je al snel een link maken met Immortal, maar dat is misschien wat kort door de bocht. Hoewel Vananidr’s muziek wel in hetzelfde straatje zit als het latere werk van de Noren, ademen de nummers van Vananidr veeleer een natuurlijke mystiek uit en vinden melodieën uit Zweedse folk subtiel hun weg naar de toch wel agressieve en krachtige black. Door middel van heldere zangkoren neemt de dramafactor in de opener toe maar “Frostbitten kingdom” klinkt toch minder grimmig dan verwacht. Een snel en repetitief nummer als “Abomination of evil” kent dan weer een heuse Kampfar-vibe en gaat erin als zoete koek. Ook in “Rise” wordt hard en snedig van leer getrokken en hoor ik onverwachts het woord “Satan” vallen. Tussen deze twee energiebommen vormt “Projections” een instrumentaal rustpunt. Vananidr blijft ook naar het einde van het album waken over de dynamiek want met een titel als “Warfare” verwacht je natuurlijk uptempo geweld – en die verwachting wordt ingelost – om met “Enter eternity” terug meer ruimte voor melodie te laten. Maar Anders zijn snelle nummers weten me toch meer te boeien. Het Zweeds getitelde “Psalm till döden” sluit de plaat in de vorm van serene orgelklanken af en geeft een sacrale toets aan het geheel – wat ik eerlijk gezegd minder vind te rijmen met de stijl van Vananidr’s black. In afwachting van de fysieke release werd nog een nieuwe twee-songs-tellende single getiteld “Bleak and desolate” uitgebracht waarop het titelnummer laat horen dat Anders hier voor nog meer furie en een iets rauwere sound heeft gekozen. Het eerder mid-tempo “Beneath the glimmering surface” bevat dan weer meer Scandinavische dramatiek en melodieuze gitaarsolo’s. Liefhebbers van moderne, krachtig klinkende Zweedse melo-black hebben er een interessante nieuwe speler bij. Voor mij klinkt Vananidr soms nog iets te generiek en mist de muziek wat diepgang.

JOKKE: 78/100

Vananidr – Vananidr (Purity Through Fire 2019)
1. Raging blizzards
2. Frostbitten kingdom
3. Abomination of evil
4. Projections
5. Rise
6. Warfare
7. Enter eternity
8. Psalm till döden

Ováte – Ováte

Het is nog even wachten tot het najaar vooraleer Taake samen met Bölzer en One tail One Head onze contreien aandoet in het teken van haar laatste plaat “Kong vinter“. In afwachting van de doortocht van deze interessante package presenteren Aindiachaí en Brodd, respectievelijk live-gitarist en live-drummer van Taake, ons hun eerste werk van hun nieuwe band Ováte waarmee ze een pagan black metal route bewandelen, zij het explosief, rockend en opzwepend; bijvoorbeeld zoals we het subgenre kennen van een Kampfar. Op vocaal gebied konden beide heren rekenen op de hulp van heel wat bevriende zangers. Zo leende V’Gandr (Helheim, Taake) zijn stembanden uit op “Morgenstjerne” waarbij hij screams afwisselt met sporadische cleane samenzang. Deze openingstrack bevat veel mooie, krachtige melodieën met een pakkend onderhuids heidens gevoel en is het meest epische nummer dat op de plaat te vinden is. “Song til ein orm” rockt dat het een lieve lust is en als mijn oorschelpen me niet bedriegen maakt de Taake frontman hier het mooie weer wat betreft vocalen. Opnieuw zit de pagan-inslag intrinsiek in de gitaarriffs vervat en worden we nog op een melodieuze solo getrakteerd. Andere hulplijnen die ingeschakeld werden zijn Eld (Krakow, Aeturnus, Gravdal), Ese (Slegest) en Ødemark (The 3rd Attempt) waarbij kan vermeld worden dat het afwisselen van zanger heel goed werkt op deze plaat, hoewel het verschil in raspende keelklanken nu ook niet wereldschokkend groot is. “Illhug” start aanvankelijk met de nodige blasts, maar schakelt al snel over naar een rockende modus inclusief spetterend gitaar- en soleerwerk en houdt het hoge niveau de volle acht minuten vol. Enkel “The horned forest king” wordt in het Engels uitgevoerd en de aandachtige luisteraar zal hier stoere, maar subtiele samenzang opmerken; het zit ‘em dikwijls in de details op deze plaat. In de negen minuten durende afsluiter zijn dat samples van barre natuurelementen zoals regen, donderslagen en huilende wind die doorheen de riffs gevlochten zijn. De krachtige, maar niet té gelikte productie zorgt er bovendien voor dat dit zwartmetaal als vuurwerk uit de boxen knalt. Met Deathcult’s “Cult of the goat” leverde Soulseller Records reeds een geweldige plaat af en met Ováte krijgen we zelfs nog een overtreffende trap aangeboden.

JOKKE: 89/100

Ovate – Ovate (Soulseller Records 2018)
1. Morgenstjerne
2. Song til ein orm
3. Illhug
4. The horned forest king
5. Inst i tanken