Kvass” en “Mellom skogkledde aaser” zijn twee Kampfar-albums die me, gedurende de jaren, zijn bijgebleven: misschien zijn het niet de eerste platen die ik ga opleggen maar ze blijven hardnekkig in rotatie. En ik zal hoogstwaarschijnlijk niet de enige zijn die de evolutie van de band naar een ‘moderner’ geluid, zowat sinds “Mare” wat betreurde. Hoewel, hun vorige plaat, “Ofidians’ manifest” bleek toch weer wat meer naar de eerste platen terug te grijpen – het klonk terug iets donkerder, het tempo durfde al weer eens omlaag kruipen en de gedragenheid van songs als “Hymne” en “Till siste man” maakte een terugkeer.

Kampfar’s laatste worp “Till klovers takt” ambieert niks minder dan de culminatie van hun carrière tot nu toe te zijn en gezien de ouderdom van de band en de projecten waaraan de leden ondertussen al meewerkten zou dat een beest van een plaat moeten opleveren. Tot op zekere hoogte is dat ook zo. “Lausdans under stjernene” kent alleszins een loodzwaar begin, compleet met achtergrondkoren en Dolk’s kenmerkende, rauwe zang. Die laatste, met enige versterking van gitarist/vocalist Ask, blijkt al snel de sterkhouder bij uitstek. Niet enkel heeft de man een strot waarmee hij nog altijd een meer dan fatsoenlijke krijs mee kan voortbrengen, hij leeft zich gedurende de plaat uit in spoken word, epische zang en iets wat verdacht goed op de Vikingversie van gang-shouts lijkt. De rest van de band blijft niet achter: de professionaliteit druipt van “Till klovers takt” af.

Nu is een zekere mate van professionaliteit nooit weg en ook hier resulteert dat in zeer geslaagde momenten: het begin van “Rekviem” bijvoorbeeld is een maalstroom die je willen of niet meesleurt. Ook “Flammen fra nord” kent, vooral halverwege, zijn momenten. En mij hoor je niet beweren dat de kwaliteit van de muziek ooit onder ‘goed’ duikt. Toch merkte ik dat de songs mijn aandacht niet konden vasthouden. Ten dele ligt dat aan de lengte, gemiddeld acht minuten per stuk is aan de uitgebreide kant en ten dele aan het feit dat Kampfar, hoewel er meer dan genoeg dynamiek en afwisseling in “Till klovers takt” zit eigenlijk maar één toon willen overbrengen. Willen of niet, het zal gedragen en episch zijn; er wordt geen noot gespeeld of je ziet bij wijze van spreken door Noorse fjordenlandschappen voor je opdoemen. Daar is niks verkeerd mee, behalve dan dat dit gepolijste landschappen zijn. Plaatjes uit toeristenbrochures.

Till klovers takt” is ontzettend duidelijk geproduceerd. Iedere kleine nuance kun je horen, ieder effectje is merkbaar, zelfs de heel ijle achtergrondkoortjes in afsluiter “Dodens aperitiff” schallen netjes door de boxen. In deze wouden geen wolven, geen krochten, zelfs nog geen klein Blashyrkh-je. In die zin vormt “Till klovers takt” een Land Rover vanwaaruit je alles wel ziet maar niks echt aan den lijve meemaakt. Op zich is daar weinig verkeerd mee en ik neem aan dat andere recensenten “Till klovers takt” veel positiever gaan beoordelen. Ik herhaal, het is dan ook een zeer goed geproduceerde, quasi monumentale plaat geworden met alles waar de band bekend voor staat. Maar voor mij is het iets te schoon, te proper. Het schuurt niet, of althans niet genoeg.

Wat inderdaad tot een gemengde conclusie leidt. Als u van gedragenheid, epiek en een nette productie houdt dan zou ik me naar de platenwinkel reppen. Indien het iets minder ‘mooi’ mag zou ik eerst eens een paar songs op YouTube beluisteren en daarna pas beslissen.

BERT: 78/100

Kampfar – Till klovers takt (Indie Recordings 2022)
1. Lausdans under stjernene
2. Urkraft
3. Fandens trall
4. Flammen fra nord
5. Rekviem
6. Dodens aperitiff