lupus lounge

Nachtmystium – Resilient

Nachtmystium is terug na een afwezigheid van vier jaar. Niet iedereen zal hiermee opgezet zijn aangezien bandleider/enfant terrible Blake Judd de afgelopen jaren op de tenen van heel wat fans en mensen uit de platenbusiness heeft getrapt. Het wangedrag van meneer Judd was toe te schrijven aan zijn drugsverslaving, maar hij zou nu al meer dan twee jaar clean moeten zijn. Het blijkt echter moeilijk om het verleden achter te laten, want recent stond Blake weer in het middelpunt van de belangstelling naar aanleiding van oplichting via heruitgaves van de back catalogue van Judas Iscariot door het Ascension Monuments Media-label waaraan hij verbonden is. Soit, de details laten we over aan de metalen roddelpers-sites. Lupus Lounge was bereid Blake een tweede kans te geven en tekende Nachtmystium. Hopelijk fuckt hij ze niet op. De Amerikaan hervormde zijn band met muzikanten uit twee werelddelen. De Nederlandse maar in het Noorse Bergen wonende keyboardspeler Job ‘Phenex” Bos werkte reeds in het verleden samen met Blake voor het fijne Hate Meditation en kennen we verder van Dark Fortress en als live-muzikant voor o.a. Satyricon, The Ruins Of Beverast, Dordeduh en In The Woods. De ritmesectie bestaat uit de Duitse bassist Martin van Valkenstijn (Mosaic, Ysengrin en live-lid van o.a. Sun Of The Sleepless, The Vision Bleak en Empyrium) en de Amerikaanse drummer Jean Graffio van Sumeria. Met de nagelnieuwe “Resilient” EP breekt een nieuw hoofdstuk aan voor Judd en Nachtmystium. Na de inleidende klanken van “Conversion” valt het titelnummer in waarbij meteen de grote rol van Job Bos opvalt. De mid-tempo riffs worden immers begeleid door dromerige keyboards. Blake heeft altijd al een goed oor gehad voor melodie, hooks en catchy refreinen, en dat is ook in dit nummer weer het geval zonder te verzanden in een platvloerse meezinger. Verderop in het nummer krijgen we nog een eighties gothrock-achtige solo en cleane koorzang te horen wanneer het nummer met een groots klinkende atmosfeer open barst. De psychedelische landscapes  uit het verleden blijven grotendeels achterwege ten voordele van bakken extra donkere atmosfeer. “Silver lanterns” ligt in de lijn van de fantastische voorganger “The world we left behind“. Het nummer kent een simpele maar effectieve hoofdriff waarover een pakkende melodieuze single note tremololijn gespeeld wordt en subtiele keyboards vormen de lijm tussen de kippenvel opwekkende riffs en half-blastende drums. Er duikt ook een spoken word sample op en de song blijft voortdurend van gedaante veranderen door met verschillende tempo’s en snelheden te spelen. Met het bijna tien minuten durende “Desert illumination” zijn we spijtig genoeg al aan het laatste nummer gekomen. Het is echter een epische song waarin heel wat gebeurt. Er wordt aan een doomtempo gestart waarbij gesproken vocalen, grootse keyboards, akoestische gitaren en bongo’s een gezapige dromerige toon zetten. Gewaagd en iets wat we niet onmiddellijk van de band verwacht hadden, maar eerder aan een moderne Katatonia zouden toeschrijven. Black metal lijkt hier ver zoek…alhoewel. Halfweg perst Jake een schitterende black metal-riff uit zijn gitaar, versnellen de drums en maakt de band zich op voor een zinderende repetitieve finale waarin de instrumenten het voor het zeggen hebben. Nachtmystium levert met “Resilient” een pracht comeback. Hopelijk blijft Blake nu op het rechte pad zodat we nog meer moois van zijn band te horen krijgen.

JOKKE: 86/100

Nachtmystium – Resilient (Lupus Lounge 2018)
1. Conversion
2. Resilient
3. Silver lanterns
4. Desert illumination

Farsot/ColdWorld – Toteninsel

Het dodeneiland” of “Die Toteninsel” in het Duits, is het bekendste schilderij van de Zwitserse tekenaar, schilder, graficus en beeldhouwer Arnold Böcklin (1827–1901). Het desolate en mysterieuze gevoel dat het schilderij – als één van de meest populaire werken van het symbolisme – uitademt, vormde reeds voor tal van componisten, muzikanten, regisseurs en schrijvers een inspiratiebron. Zo ook voor het Duitse Farsot dat zo’n tien jaar geleden besloot een nummer te schrijven met het schilderij als voedingsbodem. De song werd echter nooit uitgebracht en belandde in de ijskast totdat de band recent inspiratie kreeg om een tweede nummer te componeren en deze gezamenlijk als singel uit te brengen. Landgenoot Georg Börner ofte het brein achter ColdWorld zag het echter ook wel zitten om het schilderij om te zetten in muzikale beelden en alzo geschiedde een split-release tussen beide bands waarbij Farsot het element “aarde” onder handen nam en ColdWorld het element “water”. Aangezien ik zowel Farsot als ColdWorld wel kan smaken, plaatste ik meteen een pre-order van zodra ik lucht kreeg van de samenwerking. “Toteninsel” is echter niet geworden wat ik ervan verwacht had. Reden daarvoor is dat beide bands hun gekende black metal-aanpak (grotendeels) achterwege laten ten voordele van een meer ingetogen en atmosferische aanpak. Wat meteen opvalt als de akoestische klanken van “Erde I” van start gaan, is dat de sfeer en melodieën, maar ook enkele opbouwen, akkoordenschema’s en overgangen bekend in de oren klinken. De muziek doet me immers voortdurend denken aan “Thematik: Trauer“, de twintig minuten durende afsluiter van Farsot’s (beste) plaat “IIII” uit 2007. Wie het rekensommetje maakt, ontdekt dus dat deze song ten tijde van de eerste langspeler geschreven werd. Daar waar het eerder vermelde epische nummer één van Farsot’s beste composities ooit is, vallen de gerecycleerde passages in “Erde I” echter vrij inspiratieloos uit en weet de band me nooit écht te raken. Hiervoor klinken de rustige, voornamelijk akoestische melodieën van “Erde II” niet beklijvend genoeg en de harde stukken in “Erde I” missen wat venijn. Farsot klinkt nu eerder als labelgenoten Dornenreich. Dat ColdWorld het element “water” aanpakte, wordt duidelijk door de veelvuldig ingezette samples van kwetterende meeuwen die in het instrumentale “Seaghouls” ingebouwd zijn. ColdWorld klinkt overtuigender dan haar landgenoten doordat de stevige stukken – die ook enkele post-elementen bevatten – feller zijn. “Horizons” bevat de meest herkenbare black metal-ingrediënten die er op deze split te bespeuren vallen en bevalt me het meest, waarmee ik niet gezegd wil hebben dat ik niet opensta voor bands die experimenteren en afwijkende paden opzoeken. Deze split valt mijns inziens nu eenmaal wat te lichtvoetig uit en dan voornamelijk Farsot’s bijdrage. Het thema van deze release indachtig had hier dus veel meer in kunnen zitten. Er schuilt met andere woorden nog steeds een gevaar in het blind aanschaffen van platen.

JOKKE: 72/100 (Farsot: 65/100 – Coldworld: 79/100)

Farsot/ColdWorld – Toteninsel (Lupus Lounge 2018)
1.Farsot – Erde I
2. Farsot – Erde II
3. ColdWorld – Wasser I (Seaghouls)
4. ColdWorld – Wasser II (Horizons)

 

Eïs – Bannstein

In een Oostenrijkse bespreking van “Bannstein” komt de Eïs’ vijfde langspeler er niet ongeschonden uit. In een verder uiterst correct schrijfsel worden de heren ervan beschuldigd weeral hetzelfde liedje te brengen. Laat het nu net dát zijn wat voor fronsende wenkbrauwen zorgt. Voor het eerst in al die jaren wijkt Eïs met mondjesmaat af van het gekende recept. Let op, niemand dient angstvallig in foetushouding tegen de grond te gaan, want de vrienden van Merkel spelen niet ineens funky jazz vermengd met Afrikaanse tribal. Uitgesponnen melodieën gesprokkeld van ijskoude Scandinavisch klinkende black metalakkoorden vormen wie immer de basis van “Bannstein“. De lange nummers zijn erg doordacht, variëren erg in tempo en zijn tevens erg zorgvuldig opgebouwd. Nog steeds doet Eïs me denken aan een meer black metalversie van Helrunar. Wellicht zit de typische productie van Studio E er voor wat tussen, evenals passages gesproken in het Duits. De openingsdeuntjes van “Ein letztes Menetekel” bevestigen dit uitstekend. Op de nieuweling staan klaarblijkelijk geen instant hits zoals “Helike” of “Mann aus Stein“, maar het is onmiddellijk duidelijk dat “Bannstein” wat meer tijd nodig heeft. Deze keer ligt er een beetje minder nadruk op het gitaarwerk en zorgen alle arrangementen voor sfeer. Het totaalplaatje is ietsje belangrijker geworden. De keyboards krijgen daarom ook een belangrijkere rol toebedeeld. Zo doet een niet mis klinkend “Im noktuarium” denken aan het oudere werk van Dimmu Borgir of Arcturus – mede door de sfeervolle keyboards die het nummer inkleden. “Fern von jarichs Gärten” zou zelf veel van zijn charmes verliezen, moesten de fantastische blazers wegvallen. Daar waar op een “Wetterkreuz” de nadruk lag op intense nummers, wordt nu ook het trage (en mid-tempo) werk niet geschuwd, wat impliceert dat er meer variatie ten gehore wordt gebracht. Kortom, ondanks het hoge easy listening gehalte, werkt “Bannstein” niet onmiddellijk euforische feromonen op – wat voordien wel het geval was. Je merkt wel direct dat het een klasseschijf is en enkele luisterbeurten verder volgt de onvermijdelijke bevestiging. Eïs stelt nooit teleur.

Flp: 90/100

Eïs – Bannstein (Lupus Lounge 2015)
1. Ein letztes Menetekel
2. Im Noktuarium
3. Über den Bannstein
4. Fern van jarichs Gärten
5. Im Schoez der welken Blätter

Negură Bunget – Tău

Code666 pakt nog steeds uit met veel tralala als het gaat over “Om“, Negură Bungets vierde langspeler en een van de hoogtepunten van het label. Samen met diens voorganger behoort het album dan ook tot het pièce de résistance uit het oeuvre van de Roemenen. Nadien ging het bergaf en leek Negura Bunget meer een meer zigeunermuziek te maken met loslopende schapen, belletjes en ander vervelende fluitjes. Tijdens de vijf jaren tussen “Vîrstele pămîntului” en langspeler nummer zeven, “Tău” gedoopt, hebben de heren rond drummer Negru alvast geen allergie opgelopen voor hun gekende recept. De eerste twee nummers zijn nog erg spannend en vormen een goede mix tussen folklore en (black) metal. Maar op den duur lijken de etnische elementen het over te nemen. Maar laat dat nu net een goede vooruitgang zijn, want de metalinvloeden zijn om te huilen met de pet op. De grommende zang klinkt zo dof als oma’s jas die al jaren in de kast hangt. Muzikaal klinkt het gitaarwerk zo gedateerd en lukraak bijeen gesprokkeld, zodat je echt een zucht van opluchting slaakt eens de snarenplukkers hun bek houden. De gitaarsolo in “Împodobeala timpului” is nog niet een beetje misplaatst. “Tău” is aardig in elkaar geknutseld, maar er druipt geen passie vanaf. Goed doordacht? Zeker? Boeiend om naar te luisteren? Meestal wel. Zeker de metalvreemde stukken doen het goed. Ja, en dan? Wel ja, het niveau van “Om” wordt nooit gehaald en dat is jammer. Ik gun het Negură Bungets van harte. Zo doen steevast iets origineels en werken er keihard voor. Mijn respect krijgen ze, maar warm word ik er niet (meer) van.

Flp: 68/100

Negură Bunget – Tău (Lupus Lounge 2015)
1. Nămetenie
2. Izbucul galbenei
3. La hotaru cu cinci culmi
4. Curgerea muntelui
5. Tărîm vîlhovnicesc
6. Împodobeala timpului
7. Picur viu foc
8. Schimnicește

Helrunar – Niederkunfft

Hoewel Helrunar tot mijn meest geliefde bands behoort, ben ik altijd erg sceptisch tegenover Lupus Lounge releases. Elke release blinkt uit in packaging, geluidstechnische perfectie en wordt gedragen door een knap uitgedokterde marketingcampagne. Ja inderdaad, dat wordt van een goed label verwacht en Lupus Lounge (of Prophecy Productions, als u wilt) weet hoe de vork aan de steel zit. Op deze manier is het echter gemakkelijk om bands, die net boven de middelmaat uitsteken, een extrinsieke boost van jewelste te geven. Zeg nu zelf, Falkenbach haalt zijn niveau al even niet meer en een band als Farsot is wel oké, maar al het bovengaande buiten beschouwing gelaten, ook niet meer dan dát. Ook Helrunar wist me aanvankelijk niet te overtuigen met hun eerste releases. Het was pas ten tijd van tweeluik “Sól” dat de Germanen vlotjes boven de grijze middelmaat uitstaken. De lat werd hoog gelegd en werd tevens ingelost door opvolgend split-album met Árstíðir Lífsins. Destijds wist frontman Marcel Addergebroed te vertellen dat er een snuifje doom in de sound van het nieuwe album zou sluipen. Word! Al begint “Niederkunfft” erg typisch met het titelnummer. De onheilspellende melodie lijkt zo weggelopen uit “Sól”, alleen jammer van de koorzangen die op het randje van vals klinken. “Totentanz” heeft zo’n snuifje doom, waarover Marcel sprak, maar wijkt zeker niet fel af van het gekende stramien: loodzwaar, traag en duister. Soms klinkt Helrunar zelfs een beetje als Bolt Thrower, zoals het begin van “Magdeburg brennt“. En afsluiter “The Hiebner prophecy” is bij wijlen een dikke vette knipoog naar (de oude) Entombed! I kid you not! Voor het eerst weerklinkt hier ook een soort ruigere grunt – Wat we niet gewoon zijn van Helrunar. Het beste nummer is toch nog “Devils devils everywhere!“. Het mag dan wel iets meer rechtoe-rechtaan zijn, maar is des te beklijvend. Alsmede door de pakkende gezangen. En misschien ook omdat het het enigste Engelstalig nummer op “Niederkunfft” is? Al brengt dat een pijnpunt met zich mee, want de thematiek op de plaat lijkt erg interessant en doordacht te zijn. Maar enkel Duits zonder duiding is Chinees. Een beetje een gemiste kans. Net zoals het zwakke artwork. Holbein, Dürer en zielsgenoten zijn dan wel goddelijke meesters, hun oeuvre is al zo platgereden als de kat van de buren op straat. “Niederkunfft” is goed. Erg goed zelfs. Maar tipt (voorlopig) nog niet aan beide “Sól” albums.

Flp: 85/100

Helrunar – Niederkunfft (Lupus Lounge 2015)
1. Niederkunfft
2. Der Endchrist
3. Totentanz
4. Devils Devils Everywhere!
5. Magdeburg brennt
6. Grimmig Tod
7. Die Kirch ist umbgekehret
8. The Hiebner Prophecy

Helrunar – Expressie & persoonlijkheid

Helrunar is een van mijn favoriete bands. Hier dan ook groot jolijt toen de Duitsers eerder dit jaar een split (“Fragments”) uitbrachten met Árstídir Lífsins. Dat was dan ook de perfecte reden om zanger Marcel eens aan de tand te voelen. Het heeft dan een hele poos geduurd, maar alles is terug hier geraakt. (FLP)

helrunar-band-2

Allereerst: waarom kozen jullie ervoor samen te werken met Árstídir Lífsins? In feite; waarom een split eigenlijk?
Die beslissing was erg voor de hand liggend. Zoals je weet, delen beide bands delen dezelfde leden (zoals mijzelf bijvoorbeeld) en zijn ze ook gelinkt aan elkaar als het gaat over het inhoudelijke en de muzikale vaart. Daarnaast zijn splits ook een uitgelezen kans om eens wat nieuws te proberen en wat te experimenteren.

Jullie hebben het vaak over Germaanse en noordse onderwerpen. Waarom ineens Homer eren in “Wein für Polyphem“?
Die gedachte zie ik toch graag wat breder. De topics die wij behandelen leunen nauw aan bij sagen in mythes in het algemeen . Dus een Grieks onderwerp aansnijden is niet zo vreemd. Maar je hebt gelijk, in het verleden waren we vooral gefocust op de noordse mythologie. Doordat het Árstiðir Lífsins-concept al gebaseerd was op Oud Noorse teksten, kreeg ik de vrijheid om eens wat anders te proberen met Helrunar, alleszins toch op tekstueel vlak. Laten we zeggen dat ik daar het meeste van mijn noordse stoom heb kunnen afblazen.

Helrunar zingt in het Duits, oud Noors (of is het Ijslands?) en zelfs in het Grieks. Toen we elkaar ontmoetten, sprak je één of ander vorm van Nederduits (een dialect dat midden houdt tussen Nederlands en Duits). Waarom maken jullie niet eens een full album op deze manier? Het past het beste bij jullie culturele erfenis!
Wel ja, dat staat gepland! Maar niet voor Helrunar. Om teksten te gebruiken in het “Plattdeutsch” (“Laag Duits”, zoals het dialect heet) heb ik een andere muzikale uitlaatklep nodig.

Jullie maken ook een mooi statement op de digipack: “fuck materialism”. Uitleg graag!
Wel, bekijk het concept nog eens. Het handelt over Griekse mythologie, een grote oude schat aan wijsheid en geweldige verhalen. En bekijk het Griekenland van nu, dat als een baksteen naar beneden valt door economische redenen. Een slachtoffer van het westerse kapitalistische systeem. Begrijp me niet verkeerd, ik ben geen communist of aanverwante. Maar als materialisme een natie op haar knieën krijgt, is er toch iets vreselijk verkeerd gelopen.

Inderdaad: fuck materialism! Maar… Waarom brengen jullie “Fragments” dan uit op 2 discs? Het is maar 15 minuten muziek van jullie kant (en 20 minuten van Árstídir Lífsins). Moeten jullie labels perse van hun geld zien af te geraken? Beide nummers passen perfect bij elkaar en het is jammerlijk steeds beide cd’s te moeten wisselen.
Inderdaad, dat was een beslissing van het label. Het heeft dus niks te doen met voorgaand statement. Misschien wilden ze (ADDERGEBROED: Lupus Lounge & Ván Records) aantonen dat beide nummers sterk genoeg zijn om op hun eigen te staan, of zoiets. Voor mij zou het absoluut geen probleem zijn moesten beide tracks op één cd staan. Ik snap jouw opmerking wel, maar het is hoe het is.

De meeste bands gebruiken sociale media om zichzelf te lanceren en om in contact te blijven met de jongere generatie. Helrunar echter heeft dan wel een Facebook pagina (en een echte homepage, maar al jaren is daar enkel het logo zichtbaar), maar kiest ervoor het gebruik van sociale media te beperken. Vanwaar die keuze?
We houden er gewoon niet van om zulke media te gebruiken op grote schaal. Ik betwijfel trouwens of het echt wel zijn doel heeft, behalve ons te enerveren. Misschien zijn we gewoonweg too old, too cold…

Helrunar evolueerde van een eerder middelmatige black metalband (sorry Marcel, je mag me op de blote billen slaan) tot een sterke eigen identiteit. Hoe zou jij deze geleidelijke transformatie verklaren? En hoe zie je het verder veranderen?
Het is allemaal natuurlijk gekomen. Als je begint als band, kopieer je jouw idolen en neem je de eerste onzekere stappen in de grote wereld. In de jaren die volgen, evolueer je langzaamaan. Je wilt jouw muzikale expressie meer persoonlijkheid geven. Zo begin je te experimenteren om wat unieks en misschien zelfs wat nieuws te creëren. Mits wat geluk slaat het aan. We zijn ook niet meer dezelfde mensen als in 2001. Deze transformatie is niet louter op muzikaal vlak, maar ook als personen zijn we geëvolueerd.

De groep is niet zo vaak op de hort. Maar de meest recente tour met Kampfar was een groot succes. Sommige shows waren zelfs uitverkocht. Voldeed het aan de verwachtingen?
We waren absoluut 100% tevreden! De andere bands, de shows,… laten we zeggen dat de hele tour een fantastische ervaring was die we niet snel zullen vergeten. Uiteraard zijn er kleine incidenten die de pret enigszins bedierven; stressmomenten, erbarmelijke zalen, slechte catering en dergelijke. Maar als muzikant hoor je dat te verwachten en alsook te accepteren. Touren is niet voor watjes, echt. Maar we waren een goed team allemaal tezamen; alle bands, technici, iedereen. We overwonnen elk probleem. Niemand werd aan zijn lot overgelaten.

Dit doet me denken aan het volgende: eerder dit jaar wou ik Omega Massif gaan kijken in Keulen. Echter, band en label zegden op het laatste moment de show af omdat een van de organisatoren van Stage Secrets Management politiek actief is. Dit in een partij die in België als centrumpartij gelabeld zou worden. Blijkbaar hebben Duitsers erg lange tenen als het over zulke zaken gaan. Voor niet-Duitsers is het moeilijk te snappen. Waar trekken jullie de lijn? Uiteraard weten we dat het niet zo is, maar al volgend het voorbeeld hierboven is Lupus Lounge dan óók een nazi label? Leden van Secrets of the Moon (band op Lupus Lounge) zijn actief in Ascension (getekend op het in de schemerzone begevende W.T.C.). Enfin ja, je snapt mijn punt wel. Wat is jouw standpunt hierover?
Uiteraard heeft alles te maken met de Duitse geschiedenis. Door de gebeurtenissen in 1933-1945 zijn de Duitsers erg gevoelig als het gaat over politiek, zeker als het betrekking heeft op de rechts georiënteerde vleugel. Op zich is het niet perse slecht om extra op je hoede te zijn als het gaat over dit soort politieke kwesties. Maar er zijn altijd mensen of organisaties die overdrijven. Als je het mij vraagt, is dat allemaal dezelfde zever: het plaatsen van een bepaalde ideologie (zijnde fascisme, politieke correctheid of eender wat) boven het gezond verstand, wat de basis van elk oordeel zou moeten zijn. Er is een scheur in het hart van onze natie waardoor het erg moeilijk is voor ons, Duitsers, om een normale relatie te hebben met onze eigen identiteit en cultuur. Dat kan moeilijk te begrijpen zijn voor mensen van een ander land. Deze scheur heelt uitermate langzaam, maar geneest wel, voor zover ik kan zien. Laten we hopen voor het beste! In het verleden werd ik ook vaak bestempeld als een nazi, omdat ik een mjölnir rond mijn nek droeg. Tegenwoordig gebeurt het niet meer zo vaak. Duitsers beginnen na te denken over hun verleden en identiteit op een meer effectieve en meer rationele manier. Touwens, zowel Lupus Lounge als Secrets of the Moon hebben absoluut niks te maken met nazisme. Het zijn stuk voor stuk schitterende gasten!

En last but not least: enig nieuws over het volgende album?
Het zal duister en episch zijn! En langzamer. Met een snuifje doom. Ik ben al een tijdje aan het werken en experimenteren met teksten, maar ik heb nog geen bepaald concept voor ogen. Maar misschien hoeft het niet deze keer. Dan zal het het allereerste Helrunar album zijn zonder tekstueel concept. Wordt opgenomen en uitgegeven volgend jaar!

Ik kijk ernaar uit!

Helrunar/ Árstíðir Lífsins – Fragments

Destijds ontdekte ik met argusogen Helrunar. Toen ik heel wat jaren geleden “Baldr ok íss” (hun tweede langspeler) moest bespreken, was ik er niet wild van. Zoals vaak was het album duidelijk van Duitse makelij zoals de regels het beschrijven: (hoofdzakelijk) gekrijs in de moedertaal en degelijke, doch middelmatige muziek die heel goed in het gehoor ligt, maar redelijk snel gaat vervelen. Ook het naar Ijsland uitgeweken Árstíðir Lífsins had hetzelfde broertje dood. Om eerlijk te zijn, moet ik toegeven dat ik hun voorgaande werk tamelijk saai vind. Hun uitgesponnen black metal met folklore leek oneindig te duren. Voor Helrunar kwam het keerpunt toen dubbelaar “Sól” het levenslicht zag. Na meerdere beurten werd ik gevangen door de loodzware klanken die keer op keer aan terrein wonnen. Ondertussen behoort de band zelfs tot mijn topfavorieten. Met veel enthousiasme keek ik uit naar de split tussen beide bands, zeker naar het Helrunar gedeelte, dat “Odyssey” van Homer (neen, niet Simpson) bezingt. De lange track (een kwartier) begint fenomenaal met een rustige golfslag en een betoverende sirene. Na een akoestische sfeerschepping barst de hel los. “Wein für Polyphem” is relatief up tempo als je de “Sól” dubbelaar gewend bent, al drukt Helrunar het gaspedaal vaker in op eerdere releases. Zoals immer is het gitaarwerk simpel, sfeervol en heavy as hell. Verdorie, wat kan Markus Stock zijn producties loodzwaar laten klinken. Zoals haast al zijn studiowerk klinkt ook hier de basdrum vermorzelend en tevens erg organisch. Wie “Sól” weet te appreciëren, smaakt dit nummer zeker ook. Meer dan voordien bepaalt de zang de sfeer en variatie. De koorzang tijdens de Griekse intro (en ook later in het nummer) past perfect en alle vocale afwisseling die je in “Wein für Polyphem” hoort, is van topkwaliteit. Ook al klinkt Helrunar erg bekend in de oren, het is niet voor de hand liggend een gelijkaardige artiest te vinden. Árstíðir Lífsins topt de lengte van zijn voorganger en klokt af op bijna 20 minuten. Zoals immer doceren Stefan en vrienden een lesje noordse geschiedenis in het oud Noors. “Vindsvalarmál” start ook rustig met heel wat violen en andere strijkers, iets wat Árstíðir Lífsins vaker doet. Eens het nummer echt begint, ligt het tempo tamelijk hoog en weerklinkt het ziekelijk geschreeuw van Jorge (Drautran – Doe nog eens wat luierikken!) afwisselend met ene Marcel die ook in één of ander Duits bandje speelt. Nog meer dan bij Helrunar is er een massa aan afwisseling in de gezangen. Het moet gezegd worden: met dit nummer veegt Árstíðir Lífsins alle twijfel die ik in het verladen had van de kaart. Ondanks de lange speelduur verveelt het geen moment. Wanneer de violen opnieuw toewerken naar een climax, volgt deze niet, maar wel het einde van toch wel een heel sterke split. Beide bands vullen elkaar perfect aan. Zowel muzikaal, inhoudelijk, geluidstechnisch en visueel. Lupus Lounge en Ván Records hebben er een simpel ogende, maar erg mooie digipack van gemaakt. Alleen, verspil toch geen 2 cd’s hieraan. Verdorie, als je in de sfeer van één nummer bent, moet je een nieuwe schijfje insteken om het andere te horen, terwijl beide perfect samen gaan. Het zou zelfs ecologisch en economisch verantwoord zijn! Fuck materialism, weet je!

fLP: 90/100

Helrunar/ Árstíðir Lífsins – Fragments (A myhtological excavation) (Lupus Lounge/Ván Records 2013)
1. Wein für Polyphem
2. Vindsvalarmál