mannveira

Andavald – Undir skyggðarhaldi

Na het uiteenvallen van Draugsól, dat met “Volaða land” geen onaardig debuut had uitgebracht, richtten gitarist Maximilian Klimko en drummer Kjartan Harðarson Kaleikr op waarvan diens eersteling ons eerder dit jaar van onze sokken blies. Draugsól zanger Axel Franz Jóhannsson, ook actief bij Mannveira, laat nu van zich horen middels Andavald, een zeskoppige band – zelf spreken ze eerder van een collectief – die al sinds 2011 actief is, maar nu pas met een eerste release naar buiten komt. Zodra de extreme metal na een onheilspellende introductie op ons afgevuurd wordt, kan Andavald haar IJslandse afkomst niet onder stoelen of banken steken, hoewel er op “Undir skyggðarhaldi” toch ook weer een eigen draai gegeven wordt aan de stijlelementen die we van een Svartidauði kennen. Op de intro en outro na, krijgen we drie lange songs te verwerken waarbij een slepend – enkel in de titeltrack wordt het gaspedaal even ingeduwd – repetitief en hypnotiserend geluid neergezet wordt waarbij de bezeten en zwartgalligheid uitbrakende vocalen het geheel compleet maken. Naast Axel Franz Jóhannsson horen we ook Sveinn Alxander Sveinsson zich de longen uit zijn lijf schreeuwen; de dampende adem van beide heren komt bijna voelbaar uit de boxen gestuwd. Dissonantie en melodie gaan een geslaagd huwelijk met mekaar aan waarbij de slepende trance en charismatische zang de sterktes van Andavald zijn. Gastbijdrages zijn van de handen van Kristófer Páll Viðarsson (Vansköpun) en Þórir Óskar Björnsson (Dulvitund, Naught) die o.a. het titelnummer en de inleiding en afsluiting van de plaat van ondersteunende keyboards voorzien. Misþyrming’s D.G. zat achter de knoppen en leverde goed werk af want dit debuut klinkt helder maar rauw genoeg, of net andersom. “Undir skyggðarhaldi” is drie jaar in de maak geweest waarbij alle leden van dit collectief door een financiële, sociale en psychologische hel gingen, maar al het bloed, zweet en tranen heeft zijn vruchten afgeworpen want dit is weeral verdomd lekker IJslands spul. Een een uitmuntende start voor Mystískaos 2.0!

JOKKE: 87/100

Andavald – Undir skyggðarhaldi (Mystískaos 2019)
1. Forspil
2. Afvegaleiðsla
3. Hugklofnun
4. Undir skyggðarhaldi
5. Eftirspil

Örmagna – Örmagna

De IJslandse geisers blijven maar nieuwe bands uitspuwen. Örmagna is er zo ééntje en hoewel de IJslandse scene om haar incestueuze praktijken gekend staat – er leven nu eenmaal slechts 330.000 mensen op het mysterieuze eiland waardoor het aantal black metal-muzikanten dus wel beperkt is – is er slechts één bandlid dat aan een andere band gelinkt kan worden en dat is zanger Örlygur Sigurðarson die we ook kennen van Naðra en Mannveira. Nadat de omineuze intro van hun gelijknamige debuut is weggeëbd, herkennen we de schuurpapieren strot van Örlygur meteen. Hoewel hij duidelijk niet de beste zangtechniek bezit, maakt hij dat goed middels een extra dosis passie, emotie en inleving. De black van het vijftal klinkt gestript en gezwind en komt erg ruw maar krachtig over dankzij de geslaagde mastering door Misþyrming’s Dagur Gonzales. Verwacht van begin tot einde echter geen dissonant feestje genre Svartidauði of een Sinmara tremolo- en blastfestijn want de black van Örmagna lijkt eerder een post-hardcore insteek te hebben wat bijvoorbeeld duidelijk hoorbaar is in het drumpatroon en de gitaarmelodie (inclusief atonaal riffje) in het titelnummer. De tien minuten durende epische afsluiter “Dansar saurs og saurlífis” bevat dan weer cleane zang en bakken meeneuriebare melodieën, zonder echter het rauwe randje uit het oog te verliezen. Als luistertip beveel ik “Náladoði” aan, een meer uptempo song vol tempowisselingen. Örmagna bewijst op haar debuut een veelbelovende nieuwe IJslandse kracht te zijn. Deze release is tevens één van de beste Signal Rex-uitgaven tot op heden.

JOKKE: 81/100

Örmagna – Örmagna (Signal Rex 2019)
1. Intro
2. Háskinn í Seljunum
3. Náladoði
4. Örmagna
5. 3 ár í dýflissu
6. Með lögum skal land brjóta
7. Dansar saurs og saurlífis

Rebirth Of Nefast – Tabernaculum

Het is weinigen gegeven een bloedpact te mogen aangaan met het alom geprezen Franse Norma Evangelium Diaboli, maar de Ier Wann – geboren als Stephen Lockhart – is er met zijn Rebirth Of Nefast toch maar mooi in geslaagd. Naast het Ierse Slidhr – waarmee in 2008 een split verscheen –  en Haud Mundus, heeft Stephen vooral ook een sterke band met dat andere eiland dat zo tot de verbeelding spreekt en de voorbije jaren een heuse, frisse (of zeg maar gerust ijskoude) wind doorheen de black metal scene heeft laten waaien. Het gaat hier natuurlijk om IJsland, waar de man tegenwoordig de gerenommeerde Emissary recording studio runt waar al tal van tot de verbeelding sprekende namen over de vloer zijn geweest (Svartidauði, Sinmara, Zhrine, Abominor, Almyrkvi, Mannveira, Draugsól, Mortuus Umbra, Dysangelium en Slidhr). Daarnaast organiseert Stephen ook het Oration festival en maakte hij tot voor kort deel uit van Sinmara. Diens slagwerker Bjarni Einarsson leende zijn talent uit op het volwaardig debuut “Tabernaculum” dat elf jaar in de maak is geweest en inderdaad allesbehalve als een haastklus klinkt. Een uur lang zuigt Rebirth Of Nefast je mee in een zwavelstorm aan extremiteiten waarbij het oog van de orkaan gitzwarte black metal omvat die echter meer dan eens uitdijt in donkere en morbide doom, beukende drones,hypnotiserende riffs, dissonante chaos, beklijvende leads en sinistere ambient. De zes bouwstenen van dit sacramentshuis werden met atmosferische cement aan mekaar gelijmd zodat één lange luistertrip ontstaat die elke keer meer van haar mystieke geheimen prijsgeeft. Zo hoort de aandachtige luisteraar subtiele gotische vrouwenzang in “The first born of the dead” en dragen niet-standaard metal-instrumenten zoals cello, mandoline en bouzouki meermaals bij aan een rijkelijke sound. Akoestische passages, sacrale koorzang en ambient-golven vormen het laagtij, om even later over te gaan tot een springvloed aan verstikkende black metal zoals in “Alignment divine“. Rebirth Of Nefast levert met “Tabernaculum” een absoluut meesterwerk af dat beroert en zich als een godslasterende weerhaak aan je communiezieltje vastklampt. Ik kan deze plaat dan ook ten stelligste aan iedere zwarte meerwaardezoeker aanraden!

JOKKE: 90/100

Rebirth Of Nefast – Tabernaculum (Norma Evangelium Diaboli 2017)
1. The lifting of the veil
2. The first born of the dead
3. Alignment divine
4. Carrion is a golden throne
5. Magna – Mater – Menses
6. Dead the age of hollow vessels

Naðra – Form

Wie de IJslandse black metal scene een beetje volgt weet ongetwijfeld dat Naðra een band is die bestaat uit de voltallige line-up van Misþyrming, aangevoerd door de frontman van Mannveira. Met de release van hun knappe debuut “Allir vegir til glötunar” nog vers in het geheugen, trakteren de jonge veulens ons al vrij snel op twee nieuwe songs, die netjes elk in een kant van de 7″ EP “Form” gegraveerd zijn. Tijdens Roadburn heb ik meermaals de opmerking horen voorbij komen dat ook niet-blekkies hun gading vinden in de muzikale expressie van Misþyrming. Bij Naðra zal dat minder het geval zijn vermoed ik, daar deze band toch dichter tegen de klassieke doorsnee black aanleunt, op een erg hoog niveau uitgevoerd, dat wel! Spijtig genoeg heb ik hun performance op Roadburn gemist (maar heb er een verrassend goede set van Yodok III voor in de plaats gekregen, dat terzijde), maar gelukkig passeerden enkele van hun beste songs ook in de lange set van Úlfsmessa, waarbij een collectief van maar liefst elf muzikanten een dwarsdoorsnede bracht van het werk van Misþyrming, Grafir, Naðra, NYIþ, Hraunbúi en Naðra. Dat de jongens van woordspelletjes houden, moge duidelijk wezen. De tracklist van hun debuut bestond uit de songs  “Fjallið“, “Sál“, “Falið“, “Sár” en “Fallið” en ook nu wordt er geopteerd voor songtitels die grammaticaal gezien weinig lijken te verschillen, namelijk “Forn” (“antiek”) en “Fórn” (“offer”) terwijl de titel van de EP “Form” is. In de eerste track wordt gegoocheld met verschillende tempo’s en typisch voor de band passeert er een melodieuze solo de revue, die hier gelukkig niet op het valse af klinkt! De cleane zang bijdrage van Eiríkur Hauksson (Grafir) aan het einde van de song is wennen en niet altijd even toonvast en de heavy metal solo die volgt klinkt wederom een tikkeltje vals – ik zou nog moeten gaan denken dat ze het erom doen. Geef me dan het tweede nummer maar waar de Mannveira frontman eventjes de epische toer opgaat – wat beter uit de verf komt – en waarin het tempo over de hele lijn wat sneller is met een heerlijke black metal tremolo riff naar het einde toe. Spijtig van de valse noten in de eerste song, want voor de rest is dit een top EP’tje!
JOKKE: 81/100

Naðra – Form (Vánagandr/Goatowarex 2016)
1. Forn
2. Fórn

Naðra – Allir vegir til glötunar

De beste frieten komen uit België, de beste olijfolie uit Italië en de beste black metal lijkt de laatste tijd uit IJsland te komen. Misþyrming was ongetwijfeld de sensatie van 2015 en ook binnen Naðra spelen deze vier jonkies een belangrijke rol. De band werd oorspronkelijk opgericht door gitarist Tómas Ísdal (Carpe Noctem, Misþyrming en O) en schreeuwlelijk Örlygur Sigurðarson (Mannveira, O, ex-Abacination, ex-Dysthymia) waarna ze de demo “Eitur” opnamen die meteen een vulkaanafdruk in het black metal landschap naliet. Daar de band ook live potten wou gaan breken (ze staan onder andere op Roadburn) werd de line-up verder aangevuld met gitarist Dagur Gonzales (Misþyrming-mastermind, O, Martröð en het lichtjes fantastische Skáphe), bassist Gústaf Evensen (Misþyrming, Urhrak) en drumbeer Helgi Rafn Hróðmarsson (Misþyrming, Carpe Noctem). Wie de algebra doet, ziet al snel dat Naðra = Misþyrming + andere zanger. Het bestaansrecht van Naðra wordt echter meer dan gerechtvaardigd want, behalve in de heropgenomen demosong “Fjallið”, klinkt de band allesbehalve als een doorslagje van onze favoriete IJslanders. Deze openingssong wordt gekenmerkt door een op-het-randje-van-het-vals-zijnde gitaarsolo die meteen van wal steekt en hierdoor wat met het licht chaotische karakter van Misþyrming lijkt te flirten. In “Sál” en het veertien minuten durende “Falið” wordt het tempo teruggeschroefd en wordt de licht melodische black metal meermaals ondersteund door een subtiele nevellaag aan heroïsche cleane zang. De geest van de oude Noorse goden waart dan ook voortdurend rond in deze meer epische songs. De klassieke intro van “Sár” zet je welgeteld twaalf seconden op het verkeerde been, want meteen daarna gaat het er terug wat heftiger aan toe en perst frontman Örlygur Sigurðarson heel wat verschillende keelklanken uit zijn strot. Een sample waar ik geen jota van versta maakt een einde aan deze knappe song. Ook in hekkensluiter “Fallið” verkeert de band in topconditie want akoestische passages en heroïek gaan hand-in-hand met verpulverende black metal en een lange slepende gitaarsolo die de finale inluidt. In net geen veertig minuten worden vijf paden bewandeld die je de complete vernieling inleiden (weet je ook meteen waar de IJslandse titel voor staat). Ze flikken het weer daar in IJsland! Lees ik bovendien eerder deze week dat geen enkele jongere daar in God lijkt te geloven. Mijn verhuisdozen staan gereed.

JOKKE: 89/100

Naðra – Allir vegir til glötunar (Vánagandr / Fallen Empire / Signal Rex 2016)
1. Fjallið
2. Sál
3. Falið
4. Sár
5. Fallið

Abominor – Opus: Decay

Sinds het IJslandse Svartidauði hun zwarte plaag met veel succes over het Europese continent en ver daarbuiten begon te verspreiden, zijn er veel landgenoten in hun kielzog gevolgd. Denken we maar aan recente releases van Sinmara, Misþyrming, Mannveira en ga zo maar door. Aan dit reeds bepaald niet misselijkmakende (of juist wel: het is maar hoe je het interpreteert) lijstje kunnen we nu gerust ook Abominor toevoegen. Deze jonge knapen (twee leden tellen nog maar 21 lentes) hebben net een single uitgebracht via het interessante Ierse label Invictus Productions. Ook bij Abominor is het overduidelijk wie hun grootste inspiratiebron vormt. Hun gitaarwerk en overall sound heeft wel héél veel weg van hun grote IJslandse broer en halverwege “474” hoor ik ook wel wat Deathspell Omega waanzin passeren. Beide nummers zijn goed voor twintig minuten black metal razernij en het potentieel is er overduidelijk. Alleen zullen ze nog wat meer aan een eigen gezicht moeten timmeren, want anders zou er wel eens een overkill aan dit soort bands kunnen komen.

JOKKE: 79/100

Abominor – Opus: Decay (Invictus Productions 2015)
1. 474
2. Opus decay