punk

Blot & Bod – Ligæder

In elk land heb je tegenwoordig wel een clubje gelijkgestemde zwarte zielen rondlopen. In Denemarken is de interessantste de “Korpsånd Circle” waar o.a. Jordslået, Grifla da la Secta, War is Aer, Broder, Ærekær en Blot & Bod op de ledenlijst staan. Deze laatste band bestaat uit de Noor Jøran Elvestad en de Deense broers Erik and Jesper Bagger Hviid. In 2017 werd een demo uitgebracht en later op het jaar volgde het debuut “Ligæder” dat door het Amerikaanse label Fallow Field op tape werd gereleased. Iron Bonehead rook het potentieel van deze nieuwe speler uit de new wave of DKBM en brengt “Ligæder” nu opnieuw onder de aandacht mits een vinyl-uitgave. Blot & Bod is niet alleen een muzikale uitlaatklep voor de drie muzikanten maar ook een manier om hun gezamenlijke interesse in Noorse mythologie te botvieren. Intro “Kom i hu” en outro “Erindring” vormen het muzikale equivalent van Huginn en Muninn – de twee raven van Odin – waartussen tien songs gebundeld zijn die topics als overwinning en verslagenheid, rebellie, dood en verlossing aansnijden. Als communicatiemiddel kozen de heren voor primitieve black metal die – zoals elke andere release van deze kliek uit Kopenhagen – in een studio in de befaamde Mayhem-venue werd vereeuwigd. Nu is primitieve black misschien toch wat kort door de bocht vermits de nummers ook ingrediënten uit punk, hardcore, black ’n roll en crust bevatten die door de heerlijke lo-fi buzz sound beenhard uit de boxen knallen. Het inzetten van drie zangers die elk in hun eigen register de longen uit het lijf schreeuwen, geeft extra punch aan de relatief korte nummers. In een nummer als “Auga” gaan de down-tuned gitaren de strijd aan met een meedogenloos ronkende bass en de knetterharde ride-aanslagen in “Blodstænkte fjer“, “Mit blodbad” en het explosieve “Når ulven glammer” roepen beelden op van het zwaardgekletter waarmee een stel bloeddorstige Vikingen één of ander klooster naar de verdoemenis slaagt. Er is nog wel wat marge voor verbetering want sommige nummers konden beter uitgewerkt worden, niet alle riffs zijn even sterk en het lijkt allemaal wel heel hard op mekaar, maar “Ligæder” is toch al een mooi begin voor liefhebbers van apocalyptische onbeschaafde black metal en schedelsplijtende ragna-rock.

JOKKE: 72/100

Blot & Bod – Ligæder (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Kom i hu
2. Ul
3. Auga
4. Blodstænkte fjer
5. Sindet styrter
6. Mit blodbad
7. Bær lig
8. Velt din gud
9. Når ulven glammer
10. Væk døde mænd
11. Ravne
12. Erindring

Akitsa – Credo

Akitsa draait al een kleine twintig jaar mee in de ondergrondse krochten van het black metal-gebeuren. De band, bestaande uit allesdoeners Outre-Tombe – tevens labeleigenaar van Tour de Garde – en Néant, zal met haar zesde album “Credo” een groter publiek bereiken daar Profound Lore het Canadese duo oppikte. Zowel op muzikaal als op esthetisch vlak vormt de nieuwe langspeler een breekpunt in de geschiedenis van Akitsa. Zo klinkt het nieuwe werk krachtiger dan ooit zonder echter afbreuk te doen aan de originele rauwe en eerlijke Akitsa-spirit en voor het eerst werd er afgeweken van het stelselmatige gebruik van een zwart-witcover. Op tekstueel vlak dragen de heren nog steeds een sinistere en misantropische boodschap uit waarbij ze voor “Voies cataclysmiques” hulp aangeboden kregen van Valnoir, gekend van de Parijse grafische studio Metastazis. Voor de Burzumesque en met cleane zang opgesmukte opener “Siècle pastorale” vonden de heren dan weer inspiratie in een 18de eeuws gedicht van Jean-Baptiste-Louis Gresset. Tien minuten lang wisselen rauwe repetitieve en hypnotiserende riffs zich in het nummer af met eerder rock-geïnspireerde tempo’s waarover O.T. de longen uit zijn lijf schreeuwt. Zoals we van de heren gewend zijn, klinkt de muziek weer enorm gevarieerd en valt er dus meer te beleven dan puur Burzum-worship. “Voies cataclysmiques” bevat Oi! en hardcore riffs maar deze Darkthrone-punkiness ligt me persoonlijk minder doordat het galopperende ritme al snel saai wordt. Van hetzelfde laken een broek in “Vestiges fortifiés“. Geef me dan maar de slepende atmosfeer van het Fins-aandoende “Le monde et ma bile” dat, ondanks een eveneens repetitief karakter, veel dieper onder mijn vel weet te kruipen. In “Espoir vassal” krijgen we de eerste knuppelpartijen te horen en doen de blaffende vocalen de Franse teksten ook hard op het Fins lijken. De tien minuten durende titeltrack die we als toetje krijgen, ademt in de startfase een zekere Bathory-epiek uit en bevat een subtiel maar intrigerend keyboardriedeltje totdat het nummer losbarst en het zwart venijn langs al haar poriën naar buiten ettert. Akitsa levert met “Credo” haar meest toegankelijke plaat af die mij echter niet op alle vlakken weet te bevredigen en waarbij ik me kan voorstellen dat sommige diehard fans van het eerste uur zullen afhaken door de – voor Akitsa-normen – betere productie.

JOKKE: 79/100

Akitsa – Credo (Profound Lore 2018)
1. Siècle pastoral
2. Voies cataclysmiques
3. Le monde et ma bile
4. Espoir vassal
5. Vestiges fortifiés
6. Credo

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

RDS-220 – Hell is truth seen too late

RDS-220? Wikipedia to the rescue! Het blijkt de officiële naam te zijn voor de tsarenbom, een waterstofbom die op 30 oktober 1961 tot ontploffing werd gebracht door de Sovjet-Unie ten tijde van de Koude Oorlog. Met een kracht van 50 megaton was dit de krachtigste door mensen veroorzaakte explosie ooit: 10 keer de kracht van alle explosieven samen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt. Geschikte bandnaam voor explosieve ketelherrie dus! RDS-220 is ontsproten aan het brein van MPH en KJM die aan het componeren sloegen en twee vrienden vroegen om hun vocalen in dienst te stellen van hun composities die woeste black metal met punky ondertoon laten horen. De vier nummers die werden geschreven, worden door Svart Blod Records netjes over twee tapes verspreid in een fraai ogende box. Het eerste hoofdstuk van het niet mis te verstane getitelde “Hell is truth seen too late” bevat Jenci van VVovnds op zang. Na een dreigende introductie met oorlogssamples die rustige drums en opbouwende gitaren begeleiden, barst de hel in “L’Appel du vide” los middels blastende drumsalvo’s, snijdende gitaarriffs (die rond 5:30 ook een Zweedse pantserdivisie Marduk invalshoek laten horen) en de gepijnigde en getormenteerde uithalen van Jenci. Ook de mid-tempo riffs die ingebouwd zijn – we mogen toch nog enkele seconden naar verse lucht happen – missen hun doel niet. Wat een binnenkomer en wat een knetterharde sound! “Ashoka’s hell” klinkt opzwepender en minder rechttoe-rechtaan maar heeft ook een militaristisch kantje door het staccato drumwerk, hoewel de track naar het einde toe eentonig begint te worden. Het tweede deel, waarop Hans V (Liar) te horen is, moet allerminst onderdoen voor het eerste hoofdstuk, want het gaat er misschien nóg wel extremer aan toe met striemende gitaren en overstuurde vocalen, hoewel “Triumphant on the ruins of the world” ook cleane zang laat horen wanneer de muziek een epischer kantje aanneemt. In chapter II is “Nine” de track waar de Zweedse riffs prominenter aanwezig zijn, terwijl de drums ongenaakbaar blijven doorratelen. Na deze vier nummer ben je dan ook compleet murw geslagen. De bandnaam is dan ook niet verkeerd gekozen. Binnen afzienbare tijd zouden chapters III en IV ook het daglicht moeten zien. We zijn benieuwd!

JOKKE: 81/100

RDS-220 – Hell is truth seen too late I & II (Svart Blod Records 2018)
Tape 1: Chapter I
A – L’Appel du vide
B – Ashoka’s hell
Tape 2: Chapter II
A – Triumphant on the ruins of the world
B – Nine

 

 

Natvre’s – Early cvlts

Er kan er maar één de hardste zijn. En in het geval van Griekse extreme metal bands is dat ongetwijfeld Natvre’s. Twee jaar geleden blies het Helleense blackened power trio me al van mijn sokken met debuutplaat “Wrath” en zelden sloeg een albumtitel de nagel ook zo hard op de kop. Onder het motto “No useless complexity, no hocus-pocus, and no black metal traditionalism” laat de rauwe brok energie die in de negen songs van het nieuwe “Early cvlts” vervat is, geen spaander heel van de conventionele black metal ideologie. Hoewel het vertrekpunt ontegensprekelijk black metal is, worden de mid-tempo riffs serieus gedowntuned en op smaak gebracht met een destructieve punk vibe. Drummer Saathield lijkt eerder boomstammen dan drumstokjes te hanteren, de basstonen van Aethiᴙ raggen en ploeteren dat het een lieve lust is en de cirkelzaagriffs en maniakale overstuurde vocalen van frontman Foedraan maken het gitzwarte doembeeld dat geschetst wordt compleet. Het tekstuele plaatje is een collage van natuurfenomenen, koud realisme en de hoop dat de mensheid zich snel de verdoemenis inpleurt. De negatieve energie van “Death of the earth” en vooral het snellere “Prototype II” ontketent een haatvolle maalstroom aan terreur en gecontroleerde chaos. Burzum waart op één of andere manier nog steeds doorheen de gesatureerde sound, hoewel deze invloed er absoluut niet vingerdik bovenop ligt. Hetzelfde geldt voor een post-punk band als Killing Joke. Er mocht misschien net iets meer afwisseling ingebouwd worden in de zes reguliere tracks want enkel het inleidende “Tundra” en “Prehistoric technology” en “Speleogenesis” aan het einde van de plaat vormen de experimentele (industrieel klinkende) buitenbeentjes. Hoewel het overdonderende verrassingseffect er wat af is, produceert Natvre’s nog steeds de perfecte soundtrack voor elke demolition party.

JOKKE: 80/100

Natvre’s – Early cvlts (Argento records 2017)
1. Tundra
2. Night of the sun
3. Death of the earth
4. Early cults
5. Geometrical confuse
6. Prototype II
7. Something deeper that grows
8. Prehistoric technology
9. Speleogenesis

Sacroscum – Drugs & death

Drugs en dood gaan dikwijls hand in hand, ook bij het Duitse Sacroscum. Beide heren ejaculeren in DIY-stijl negen vuilbekkende songs vol haat, walging, dood en vernieling op hun eerste langspeler. J en SS hebben zich voor Sacroscum laten inspireren door oude helden als Darkthrone, Carpathian Forest, Discharge, Skitsystem en oude-Celtic Frost. Dat levert met andere woorden een explosieve cocktail van death metal en crust/punk met een goor zwart randje op.  De zes minuten van “Skin canvas” zijn dan weer doordrongen van de jaren ’80 speed en thrash metal riffs op zijn blekkies. De trage, zwaar ronkende bastonen van “Downwards spiral” zetten je even op het verkeerde been, want nadien breekt de hel weer los en verfraaien melodieuze gitaarlijnen deze afwisselende en dynamische song. Afsluiter “DCLXVI” is met haar negen minuten de langste song die we te horen krijgen en laat zien dat Sacroscum niet vies is om verrassende elementen als cleane zang en akoestische gitaren in hun extreme muziek in te bouwen. De titelsong is meer mid-temp van opzet maar voor de rest rocken de nummers als een tiet (“Vermin”), klinken ze opzwepend (“Waste, horror & degradation”) en ze slaan de boel in de vernieling (“Gutter.Moloch.God”). Geschikt spul voor een demolition party!

JOKKE: 81/100

Sacroscum – Drugs & death (Unholy Prophecies 2017)
1. Initium
2. Drugs & death
3. Autoerotic thanatophilia
4. Gutter.Moloch.God
5. Vermin
6. Waste, horror & degradation
7. Skin canvas
8. Downwards spiral
9. DCLXVI

Endezzma – The arcane abyss

Black metal: het is een genre waarin de ene band probeert opnieuw het warm water uit te vinden door de grenzen steeds te verleggen en de andere band vasthoudt aan traditie en de old school spirit. Het Noorse Endezzma behoort tot die tweede categorie. In haar tienjarig bestaan is “The arcane abyss” pas album nummer twee, hoewel de band ervoor ook nog wel als Dim Nagel actief was. Dat songschrijver Trondr Nefas (o.a. ook Urgehal en Beastcraft) kort na het verschijnen van het debuut “Erotik necrosis” uit 2012 te overlijden kwam, is hier natuurlijk debet aan. Frontman Morten Shax verzamelde een nieuwe line-up rond zich en bewijst op de nieuwe plaat dat Endezzma absoluut nog niet afgeschreven is. De Noorse black à l’ancienne is doorspekt met de nodige punk ’n roll invloeden, waardoor dit bij momenten rockt als een tiet. Het refrein van de titeltrack klinkt even als een Watain, maar door de bocht genomen is een band à la Carpathian Forest een betere vergelijking. Dit stelletje perverten zou recent terug uit hun SM-kelder gekropen zijn met ondermeer Endezzma-gitarist Mattis Malphas als snarenrukker. Zeker wanneer de band gas terug neemt, kunnen Nattefrost en co maar beter zorgen dat die langverwachte nieuwe plaat de moeite is, want aan Endezzma hebben ze een geduchte concurrent. De acht songs blinken uit qua songwriting, liggen goed in het gehoor en bevatten catchy refreinen en hier en daar een solo; en dat is allemaal positief bedoeld. Wie de cleane vocalen op het occult klinkende “Serpent earth” verzorgt, weet ik niet, maar de beste man zou zo maar even bij Enslaved aan de slag kunnen gaan om de opgestapte Herbrand Larsen te vervangen. Op “Sick kulta lucifer” komt ex-Beastcraft frontman Sorath Northgrove nog wat meebrullen en in de andere refreinen doe je dat vanaf de tweede luisterbeurt gewoon zelf. Lekkerrrrr!

JOKKE: 89/100

Endezzma – The arcane abyss (Pulverized Records 2017)
1. Intro
2. Malferno
3. The arcane abyss
4. Gates of mephisto
5. Morbus divina
6. Sick kulta lucifer
7. Serpent earth
8. Esoterisk mystagon
9. A grave so deep