punk

Níðstöng – Norðurríkið

De naar IJsland geëmigreerde Duitser Adrian Brachmann kwam op Addergebroed al eerder aan bod met zijn veelbelovende project Äkth Gánahëth en diens eerste langspeler “Crowned in shadows“. In het interview gaf hij aan nog tal van andere projecten lopende te hebben, voornamelijk als one-man band. Níðstöng is er daar één van en “Norðurríkið” is het eerste kort en bondige statement. Daar waar de man zich bij Äkth Gánahëth vooral door de Franse LLN laat beïnvloeden, trekt hij voor Níðstöng referenties als Sort Vokter, Ildjarn en Nidhogg uit de kast. Een combinatie van punk geïnfuseerde blackmetal en ambient is met andere woorden wat je kan verwachten, een combinatie van muziekstijlen die ik doorgaans weinig te rijmen vind daar die eerste vooral op primaire energie inzet en die laatste op atmosfeerzetting mikt. Binnenkomer “Úlfhéðnar” trapt dit debuut op een aanstekelijke en swingende manier op gang zoals ook een Invunche dat op “II” deed. Ook “The eternal cycle” rockt als een tiet, maar dan eerder dankzij een eerder mid-tempo black ’n roll Darkthrone-aanpak. “Dauðinn hvíti” vat meteen de op de IJslandse grasvlaktes grazende koe terug bij de horens voor een straightforward zwartgeblakerde uitbarsting die na anderhalve minuut terug gaat liggen, waarna “Thule” terug meer punkelementen laat doorschemeren. In het downtempo “Emperors of the glacial realm” is ook ruimte voor old-school geluiden zoals we die kennen van oudgedienden Celtic Frost. De twee laatste nummers “Móskarðshnjúkar” en “Heiðin” gooien het over een totaal andere boeg en trekken – u vroeg zich ongetwijfeld al af waar die ambient bleef – volop de kaart van duistere dungeon synthklanken. Het lijkt met andere woorden plots alsof we naar een totaal andere plaat aan het luisteren zijn. Ik word er haast schizofreen van. Het was misschien logischer geweest één van beide als intro te gebruiken, maar ik snap ook wel dat Adrian liever met de deur in huis wou vallen. Punky black metal moet het doorgaans van zijn dodelijke maar aanstekelijke eenvoud en kracht hebben. Dat eerste is hier in elk geval waar want de vijf ‘metalen’ nummers klinken ongecompliceerd, zijn net als IJslandse Skyr van al hun overtollig vet ontdaan, maar klokken soms nogal abrupt af waardoor ik het gevoel had dat Adrian hier eerder de regels van de kunst wil laten primeren in plaats van de songs nog verder uit te werken. De sound is ook wat dunnetjes en had wat extra punch mogen hebben om echt als een vuistslag in je onderbuik aan te voelen. “Norðurríkið” bevat dus wel enkele kanttekeningen, maar zal ongetwijfeld ook wel tot bij de liefhebbers van punky black weten door te dringen.

JOKKE: 75/100

Níðstöng – Norðurríkið (Eigen beheer 2020)
1. Úlfhéðnar
2. The eternal cycle
3. Dauðinn hvíti
4. Thule
5. Emperors of the glacial realm
6. Móskarðshnjúkar
7. Heiðin

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard

Tussen de recente releases van Amor Fati Productions viel de van lelijk cover artwork voorziene “Gaqtaqaiaq” LP van het voor mij onbekende Ifernach op. Daar het gros van wat Amor Fati op de markt brengt mij wel kan bekoren, besloot ik deze re-release – oorspronkelijk verscheen ie via Nekrart Productions in 2018 op CD – toch maar eens uit te checken. Na een wat cheesy intro knalde er rauwe punky black met gewelddadige Franstalige vocalen uit mijn speakers. Ik was nog steeds niet helemaal overtuigd tot Finian Patraic, de alleenheerser van dienst, plots heel melodieuze gitaarleads in de strijd gooide die mijn armhaartjes 90° van richting deden veranderen. Instant buy en fast forward naar 2020, want via Tour de Garde en GoatowaRex verscheen afgelopen maand – respectievelijk op tape en vinyl – de vierde langspeler met de toverachtige titel “The green echanted forest of the druid wizard“, nadat vorig jaar nog een EP en langspeler verschenen en ook eerder dit jaar al een EP gelost werd. Bezig bazeke die Finian Patraic! De man heeft roots bij de Ierse immigranten en het inheemse “First Nation” volk de Mi’kmaq (of Micmac), die wonen in het oosten van Noord-Amerika, meer bepaald in New England, Atlantisch Canada en Gaspésie. Zijn muzikale output doopte hij – je kan het tegenwoordig zo gek niet meer bedenken qua geografische aanduiding – Gespegewagi black metal, verwijzend naar het traditioneel territorium van de Listiguj indianenstam. Het inluidende titelnummer start met een riff waar Count Grishnackh jaloers op zou zijn geweest en het eerste échte nummer “The passage of Dithreabhach” houdt ons met diens epische tremoloriffs nog verder in een wurggreep vast. Wat wel verdwenen lijkt te zijn, zijn het rauwe punk-element en de bijtende Franstalige screams. In het verleden hanteerde Finian veelal het Frans omdat die ook in de black metal scene van Québéc gebruikt wordt en die hem nauw aan het hart ligt, maar Engels is de man zijn moedertaal. Wel werkt de muzikant nog steeds graag met contrasten en verweeft hij tussen de furieuze black metal ook dromerige ambient- en folkloristische akoestische intermezzi. Het draagt bij tot de mysterieuze atmosfeer van het zwartmetaal dat wordt gebracht ter meerdere eer en glorie van de wouden waar niemand een voet durft te zetten, maar haalt soms ook wel de vaart uit de plaat, zeker als dat bijvoorbeeld in de vorm van “A cursed spear” meer dan acht minuten in beslag neemt. Met “In the hollow of the Togharmach” is het opnieuw tijd voor het echte werk waarbij bombastich drumwerk, snijdende tremolo’s, afwisselende heldere, plechtstatige zang en hese screams ons diep in het duistere woud meesleuren. “Teinm laida“, dat is vernoemd naar één van de drie vaardigheden van een ziener in Ierse romantische literatuur, is opgedeeld in twee stukken waarbij de aanloop uit meditatief clean gitaargepingel bestaat en het tweede deel de rauwe, repetitieve en groezelige black opnieuw laat zegevieren. “A winter tree clad in black frost” trekt terug overduidelijk de Burzum-kaart en doet wat het moet doen: ons middels repetitieve en hypnotiserende riffs en drumwerk, subtiele toetsenverleidingen en wat dieper krijswerk in vervoering brengen. Bovendien komen de Ierse roots naarmate het nummer vordert in de synthpartijen subtiel naar boven drijven. “Hidden palaces under the green hills” zorgt met diens sample van een kabbelend waterbeekje, rustgevende ambient en gitaargetokkel, rituele percussie en indianenfluitjes voor een sereen en berustend einde. “The green enchanted forest of the druid wizard” is een erg degelijke plaat geworden, maar het black metal deel had van mij gerust nog wat meer mogen doorwegen, want de echte kracht van Ifernach zit ‘em in de melodieuze leads die hij daarin weet te verwerken.

JOKKE: 81/100

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard (Tour de Garde/GoatowaRex 2020)
1. The green enchanted forest of the druid wizard
2. The passage of Dithreabhach
3. A cursed spear
4. In the hollow of the Togharmach
5. Teinm laida I
6. Teinm laid II
7. A winter tree clad in black frost
8. Hidden palaces under the green hills

Utzalu – The grobian fall

Het werd nog eens hoogtijd om iets uit de Vrasubatlat-stal te reviewen. Bij deze dus de derde langspeler van Utzalu. Over debuut “The loins of repentance” schreven we destijds dat de band een hoorbaar positieve evolutie had doorgemaakt sinds de demodagen. Tussen deze eerste langspeler en de nieuweling werd blijkbaar “Idiot hell” nog uitgepoept, maar deze werd om één of andere reden door ons over het hoofd gezien. Benieuwd dus of Utzalu positief is blijven evolueren. Voor het eerst verschijnen er zowaar andere kleuren dan zwart en wit op de cover, maar verwacht nu niet dat Utzalu plots lentefrisse muziek met positieve vibes speelt. “The grobian fall” draait immers rond projecties van ongelovig afwijkend gedrag en naturalistisch verval in het thema van de 19de-eeuwse Franse literatuur. Het album vertelt het verhaal van een dwaas die gelooft dat hij uit de gratie is gevallen maar eigenlijk om te beginnen nooit is geaccepteerd. Een bedrieger wiens waan alleen leidt tot meer onzedelijke wanhoop en pathetische onrust. En bij dit thema hoort vuile muziek, muziek die ingrediënten uit black metal en punk doet samenvallen. Vrasubatlat-stichter Rory Flay, die tevens in het merendeel van de bands op het label wel iets in de pap te brokken heeft, wist voor deze plaat Ritual Knife drummer L in te lijven samen met sessiebassist A. Op vakkundige wijze ramt het powertrio er tien songs in een dik half uur door waarbij de versterkers al eens mogen kraken en piepen. Deze punky black ’n roll staat, net zoals bijvoorbeeld bij een Bone Awl, voor oermuziek die het niet van vernuft of subtiliteiten moet hebben, maar van rauwe ongetemde emoties die middels opzwepende ritmes en riffs uit de muzikanten hun systeem worden geknald. Soms zakt het tempo (zoals bijvoorbeeld in het titelnummer) ook de dieperik in om op sludge-tempo het mooie weer te maken. Rory bezit zoals geweten over een vette schurende strot die we graag het oorsmeer uit onze gehoorgang laten vegen. “The grobian fall” is een uitstekende, recht-voor-de-raap (en dus minder abstract dan de albumcover laat uitschijnen) zijnde black ’n roll plaat die een half uur lang – langer hoeft ook niet want daarvoor is dit genre wat te rechtlijnig – doet wat ie moet doen: met de nodige schwung een uitlaatklep vormen zodat je die negativiteit uit je systeem kan laten vloeien. En ja: Utzalu blijft positief evolueren.

JOKKE: 80/100

Utzalu – The grobian fall (Vrasubatlat/GoatOwarex 2020)
1. To know how it is seen
2. Onward to…
3. Ruptured by incest
4. Colorful flagellation
5. In treble with phalanges
6. Avarice
7. Separation trajectory
8. They know their place
9. Yellow and alone
10. …The grobian fall

Eternal Insurrection – Eternal insurrection

De Deense black metal-scene is haar achterstand ten opzichte van de rest van Scandinavië de laatste tijd aan het inhalen, vooral de Kopenhaagse Korpsånd-cirkel draagt hier een steentje toe bij. Ik blijf de deelnemende bands aan dit kliekje niet tot in den treure herhalen, wie dit portaal volgt, zal ze ondertussen wel bijna uit het hoofd kunnen opsommen. Eternal Insurrection is een nieuw orkestje met leden van Vaabnet die tot hiertoe enkele coole demo’s en de geweldige langspeler “Det hellige mod” hebben uitgebracht. Op de eerste tot 60 stuks gelimiteerde demo van Eternal Insurrection prijken vier songs die haatvolle en rauwe black mengen met punk-invloeden waarbij in dat geheel toch ook oog behouden wordt voor melodie. De demo werd in ware tijdloze stijl op tape geknald en heeft een eerlijke sound die misschien wel wat power lakt. Wat ik zo heerlijk vind aan die Deense jongens is dat er in hun zwartmetaal plaats is voor de basgitaar. Vanaf opener “Guardians of the north” galoppeert een aanstekelijk basloopje doorheen de met een heuse punk-vibe doorspekte oer-black. Ook de hese zang ademt één en al punk uit. In “Black storms” vervoegen meer black metal en door de mangel gehaalde screams zich bij de punky vocalen en we ontwaren een subtiel keyboard-tapijt op de achtergrond. In “A luciferian quest” krijgen we voor het eerst typische black metal-drumblasts voor de kiezen. Keyboards, klokkenspel en de basgitaar – die hier bijwijlen wel soms een loopje lijkt te nemen – vervolledigen het iel klinkende gitaargeluid. Het afsluitende met meer death metal-achtige vocalen opgesmukte “Arise” klinkt wat rommelig omdat ook hier de drummer en de bassist niet altijd even strak samenspelen, maar het stoort niet gigantisch en draagt wel bij tot de charme. Al bij al een erg fijne demo van dit Eternal Insurrection. Graag wat meer opzwepend spul als de opener schrijven en het komt helemaal goed. Mijn kop eraf – naar analogie met het cover design – dat het kleinood alweer uitverkocht is tegen de tijd dat u dit leest.

JOKKE: 75/100

Eternal Insurrection – Eternal insurrection (Hævngær/Brutalist tapes 2020)
1. Guardians of the north
2. Black storms
3. A luciferian quest
4. Arise

Horned Almighty – To fathom the master’s grand design

We hebber er even op moeten wachten maar met “To fathom the master”s grand design” laat de Deense gehoornde almachtige nog eens van zich horen. We moeten al zes jaar terug de tijd induiken voor het vorige teken van leven. Op het toenmalige “World of tombs” werd het gekende black ’n roll concept van Horned Almighty in enkele nummers al van een gezonde dosis punky thrash voorzien en op deze zesde langspeler is die balans nog net iets verder naar die kant doorgeslagen. Smerte’s vocalen voegen zoals steeds een doodsmetalen randje toe wat niet verwonderlijk is met een tienjarig verleden bij Exmortem. Tegelijkertijd klonken de Denen nog nooit zo gevarieerd want deze nieuwe plaat bevat zo wat hun snelste maar tegelijk ook hun traagste materiaal ooit. Zo beukt het van death metal doordrongen “Violent cosmology” de plaat energiek in gang, maar maakt “Antagonism eternal” ook ruimte voor meer atmosfeer – zij het een apocalyptische – middels het aanwenden van spoken word-passages. “Devouring armageddon” verkent dan weer doomy regionen waarbij een piano en semi-cleane gitaren niet geweerd worden. Een nummer als “Swallowed by the earth” is met zes minuten speeltijd zowat de langste compositie ooit voor Horned Almighty. Het is tevens een, voor hun begrippen, vrij experimenteel nummer dat heel wat variatie in tempo’s kent en aaneenhangt van de spanningsbogen maar ook niet vergeet te knallen middels vurige energetische riffs. Het laat zien dat Horned Almighty ondanks hun fel gesmaakt handelsmerk van opzwepende black ’n roll veel meer is dan een one trick pony. De ronkende bas is altijd al een belangrijke factor geweest in de totaalsound en ook nu weer stuwt Haxen de muziek vooruit met zijn viersnarig instrument, zij het met een iets minder crunchy-geluid, wat de invloed van punk en crust nu wel iets minder frappant maakt. Horned Almighty kan nog steeds aangeraden worden aan liefhebbers van Celtic Frost, Motörhead, Darkthrone en Autopsy en is terug met zijn beste album tot op heden! Bam!

JOKKE: 85/100

Horned Almighty – To fathom the master’s grand design (Scarlet Records 2020)
1. Violent cosmology
2. Apocalyptic wrath
3. Antagonism eternal
4. Devouring armageddon
5. Swallowed by the earth
6. The great death
7. Punishment divine
8. Witchcraft demonology

Invunche – II

Oorspronkelijk in 2018 verschenen via het obscure tapelabel the тide øf тhe εnd, maar nu door Babylon Doom Cult Records een tweede leven krijgend op vinyl: de eerste langspeler van het Nederlands/Chileense Invunche getiteld “II“, aangezien er in 2014 al een demo aan vooraf ging. De bandnaam is ontsproten aan de Chileense folklore en mythologie waarin invunche een legendarisch monster is dat de toegang van de tovenaarsgrot beschermt. Het is een misvormde mens met zijn hoofd naar achteren gedraaid, samen met gedraaide armen, vingers, neus, mond en oren. Het wezen loopt op één of drie voet(en) (eigenlijk één been en twee handen) omdat één van zijn benen aan de achterkant van zijn nek is bevestigd. De invunche kan niet spreken en communiceert alleen middels keelachtige, ruwe en onaangename geluiden. Deze laatste beschrijving is ook van toepassing op de rauwe black die El Invunche, de solo herriemaker van dienst, een half uur lang op ons afvuurt. Primitieve punk, Darkthrone worshipping black, vuil bassmeer, noisey industrial en psychedelische rock zijn de ingrediënten voor deze explosieve cocktail die je als ‘shamanic black punk‘ of ‘blackened trance punk‘ zou kunnen omschrijven. Niet te veel nadenken echter en het buikgevoel laten spreken! De compacte nummers laten amper ademruimte, vloeien meermaals naadloos in mekaar over en zetten bij wijlen aan tot dansen. Ik verwacht ondanks het Latino-gevoel dat in de riffs geëncapsuleerd is en de Black Twilight Circle-sfeer die wordt neergezet echter geen sensuele salsa maar een soort van spastische pogo waarop fans van Ildjarn en Bone Awl kunnen losgehen. Op 18 oktober deelt Invunche bij wijze van releaseshow het podium met Lubbert Das en Alkerdeel in de Utrechtse dB’s. Allen daarheen zou ik zeggen om die ledematen los te gooien!

JOKKE: 82/100

Invunche – II (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. El vacío
2. Ciudad
3. Ruina
4. La puerta del sol
5. Asfalto
6. La machi
7. La sombra
8. Entre el mar y la montaña
9. Arena
10. Salvaje
11. El poder telúrico
12. El wekufe

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Vordr – Vordr

Het Finse Vordr draait al sinds 2003 mee maar was, ondanks een grote output, tot nog toe een onbeschreven blad voor ondergetekende. Daar brengt Terratur Possessions nu verandering in dankzij de release van Vordr’s vijfde langspeler die net als veel andere releases selftitled is. In de Noorse mythologie is een ‘vörðr’ (‘bewaker’, ‘wachter’ of ‘verzorger’) een bewakingsgeest waarvan men gelooft dat hij vanaf de geboorte tot de dood de ziel (‘hugr’) van elke persoon volgt. De Finnen trappen hun nieuwste telg af middels het achterstevoren gespelde “Erianoisiv“. Dit geintje vind ik eigenlijk best wel passend want Vordr’s muziek klinkt allesbehalve ‘visionair’. Dit is pure, gure, minimalistische en riffgedreven oer-black, voorzien van een rauwe punk-attitude zoals Darkthrone die op een plaat als “Sardonic wrath” bracht. Volgens Metal Archives is Shatraug bij deze band betrokken – zij het onder de schuilnaam Gand – maar of de man die in zowat elke Finse band gespeeld heeft anno 2019 nog deel uitmaakt van Vordr, kan ik niet zeggen. Wat wel als een paal boven water staat, is dat ik in deze moderne tijden van dissonantie- of ritualistische black metal-overvloed, dankzij Vordr nog eens lekker simplistisch door het dak kan gaan. Grindcore daar gelaten, tref je nog zelden platen met vijftien tracks aan, maar als je weet dat de gemiddelde speelduur van de nummers iets meer dan twee minuten is, is dit toch nog een beknopte plaat geworden die zonder franjes en tierlantijntjes de kern van black metal meegeeft. De opzwepende riffs vliegen je om de oren en slechts sporadisch neemt de band wat gas terug. Hoogtepunten zijn legio: “Shaman“, “Dreamer’s loot“, “Visionaire“, … Oh, en wat een heerlijk geluid van dat chinacymbaal dat ten gepaste tijde deze rauwheid doorklieft. Lekkerrrrr!

JOKKE: 81/100

Vordr – Vordr (Terratur Possessions 2019)
1. Erianoisiv
2. Beast of the woods
3. Forever bound
4. Blissfully possessed
5. Goretusk
6. Candle in the astral wind
7. Rebirth
8. Chained in recollections of a life that once was
9. Shaman
10. Dreamer’s loot
11. Soulbirds
12. Driftwood
13. The forest king
14. Enchanting fires of pain
15. Visionaire

Blot & Bod – Ligæder

In elk land heb je tegenwoordig wel een clubje gelijkgestemde zwarte zielen rondlopen. In Denemarken is de interessantste de “Korpsånd Circle” waar o.a. Jordslået, Grifla da la Secta, War is Aer, Broder, Ærekær en Blot & Bod op de ledenlijst staan. Deze laatste band bestaat uit de Noor Jøran Elvestad en de Deense broers Erik and Jesper Bagger Hviid. In 2017 werd een demo uitgebracht en later op het jaar volgde het debuut “Ligæder” dat door het Amerikaanse label Fallow Field op tape werd gereleased. Iron Bonehead rook het potentieel van deze nieuwe speler uit de new wave of DKBM en brengt “Ligæder” nu opnieuw onder de aandacht mits een vinyl-uitgave. Blot & Bod is niet alleen een muzikale uitlaatklep voor de drie muzikanten maar ook een manier om hun gezamenlijke interesse in Noorse mythologie te botvieren. Intro “Kom i hu” en outro “Erindring” vormen het muzikale equivalent van Huginn en Muninn – de twee raven van Odin – waartussen tien songs gebundeld zijn die topics als overwinning en verslagenheid, rebellie, dood en verlossing aansnijden. Als communicatiemiddel kozen de heren voor primitieve black metal die – zoals elke andere release van deze kliek uit Kopenhagen – in een studio in de befaamde Mayhem-venue werd vereeuwigd. Nu is primitieve black misschien toch wat kort door de bocht vermits de nummers ook ingrediënten uit punk, hardcore, black ’n roll en crust bevatten die door de heerlijke lo-fi buzz sound beenhard uit de boxen knallen. Het inzetten van drie zangers die elk in hun eigen register de longen uit het lijf schreeuwen, geeft extra punch aan de relatief korte nummers. In een nummer als “Auga” gaan de down-tuned gitaren de strijd aan met een meedogenloos ronkende bass en de knetterharde ride-aanslagen in “Blodstænkte fjer“, “Mit blodbad” en het explosieve “Når ulven glammer” roepen beelden op van het zwaardgekletter waarmee een stel bloeddorstige Vikingen één of ander klooster naar de verdoemenis slaagt. Er is nog wel wat marge voor verbetering want sommige nummers konden beter uitgewerkt worden, niet alle riffs zijn even sterk en het lijkt allemaal wel heel hard op mekaar, maar “Ligæder” is toch al een mooi begin voor liefhebbers van apocalyptische onbeschaafde black metal en schedelsplijtende ragna-rock.

JOKKE: 72/100

Blot & Bod – Ligæder (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Kom i hu
2. Ul
3. Auga
4. Blodstænkte fjer
5. Sindet styrter
6. Mit blodbad
7. Bær lig
8. Velt din gud
9. Når ulven glammer
10. Væk døde mænd
11. Ravne
12. Erindring

Akitsa – Credo

Akitsa draait al een kleine twintig jaar mee in de ondergrondse krochten van het black metal-gebeuren. De band, bestaande uit allesdoeners Outre-Tombe – tevens labeleigenaar van Tour de Garde – en Néant, zal met haar zesde album “Credo” een groter publiek bereiken daar Profound Lore het Canadese duo oppikte. Zowel op muzikaal als op esthetisch vlak vormt de nieuwe langspeler een breekpunt in de geschiedenis van Akitsa. Zo klinkt het nieuwe werk krachtiger dan ooit zonder echter afbreuk te doen aan de originele rauwe en eerlijke Akitsa-spirit en voor het eerst werd er afgeweken van het stelselmatige gebruik van een zwart-witcover. Op tekstueel vlak dragen de heren nog steeds een sinistere en misantropische boodschap uit waarbij ze voor “Voies cataclysmiques” hulp aangeboden kregen van Valnoir, gekend van de Parijse grafische studio Metastazis. Voor de Burzumesque en met cleane zang opgesmukte opener “Siècle pastorale” vonden de heren dan weer inspiratie in een 18de eeuws gedicht van Jean-Baptiste-Louis Gresset. Tien minuten lang wisselen rauwe repetitieve en hypnotiserende riffs zich in het nummer af met eerder rock-geïnspireerde tempo’s waarover O.T. de longen uit zijn lijf schreeuwt. Zoals we van de heren gewend zijn, klinkt de muziek weer enorm gevarieerd en valt er dus meer te beleven dan puur Burzum-worship. “Voies cataclysmiques” bevat Oi! en hardcore riffs maar deze Darkthrone-punkiness ligt me persoonlijk minder doordat het galopperende ritme al snel saai wordt. Van hetzelfde laken een broek in “Vestiges fortifiés“. Geef me dan maar de slepende atmosfeer van het Fins-aandoende “Le monde et ma bile” dat, ondanks een eveneens repetitief karakter, veel dieper onder mijn vel weet te kruipen. In “Espoir vassal” krijgen we de eerste knuppelpartijen te horen en doen de blaffende vocalen de Franse teksten ook hard op het Fins lijken. De tien minuten durende titeltrack die we als toetje krijgen, ademt in de startfase een zekere Bathory-epiek uit en bevat een subtiel maar intrigerend keyboardriedeltje totdat het nummer losbarst en het zwart venijn langs al haar poriën naar buiten ettert. Akitsa levert met “Credo” haar meest toegankelijke plaat af die mij echter niet op alle vlakken weet te bevredigen en waarbij ik me kan voorstellen dat sommige diehard fans van het eerste uur zullen afhaken door de – voor Akitsa-normen – betere productie.

JOKKE: 79/100

Akitsa – Credo (Profound Lore 2018)
1. Siècle pastoral
2. Voies cataclysmiques
3. Le monde et ma bile
4. Espoir vassal
5. Vestiges fortifiés
6. Credo