summoning

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust / Nostalgia II: My kingdom

Je hebt van die artiesten die niet stil kunnen zitten. En dan heb je Grimm666, de multi-instrumentalist, van onder andere Kalmankantaja, een project met een discografie die op negen jaar tijd groter is geworden dan mijn mannelijkheid. Ok, slecht voorbeeld, maar de lijst met releases is echt wel lang. Releases van Kalmankantaja, niet van… Hoe dan ook, is het best indrukwekkend om in een enkel jaar tijd meerdere full-lengths te produceren. Zeker als die geen bagger blijken te zijn. Ik heb het zeker al eens geschreven hier dat de Finnen een unieke gave lijken te bezitten om nummers op een geweldige manier te construeren door middel van variaties op een thema en dat is bij dit project niet anders. Alleen liggen de liedjes verspreid over twee albums. “Nostalgia I: Bones and dust” is een trage release die voortkabbelt in een bedding van black, doom en ambient invloeden. Zowel qua sound als riffing doet het meteen denken aan “Filosofem” van Burzum gemengd met sporadische vlagen van Forgotten Tomb, Summoning, Moonsorrow en Swallow the Sun. De melodie blijft grotendeels in hetzelfde motief dat wisselt tussen mineur en majeur, maar ontwikkelt op interessante wijze. Dat gezegd zijnde is het niks voor mensen die zich snel gaan vervelen. Dit zet in op sfeer en niet op spanning. “Nostalgia II: My Kingdom” begint ook traag en met dezelfde invloeden. Geleidelijk aan echter krijgt dit deel wat meer stoom en afwisseling. Af en toe een meer pompende riff, die helaas niet lang genoeg blijft duren of echt ergens heen gaat. In zijn geheel is het echter een voortzetting van “Nostalgia I” en daarom begrijp ik de opsplitsing hier niet echt. Nummertje weglaten en op één schijf pleuren was beter geweest. Is nou niet alsof de man verlegen zit om een uurtje muziek meer of minder. Vandaar ook dat het hier als een enkele release behandeld wordt. De productie is rauw, maar geslaagd. De klankkleur ouderwets en toch hedendaags. Iets wat me steeds vaker opvalt bij metal vandaag. De vocalen zijn wat doods, omdat ze eigenlijk slechts bestaan uit wat klinkt als geprevel in een kristalmicrofoon. Jammer, want de zang is het enige wat heer Grimm666 heeft uitbesteed. Lijkt me dat je zo een fletse prestatie met effecten dan ook meteen zelf kan leveren. De releases zouden deel moeten uitmaken van een reeks tribute materiaal, opgedragen aan de muzes van de componist. En daarom klinken ze inderdaad een beetje anders als de andere werken van Kalmankantaja. Met iets meer epiek, zonder enigszins opbeurend te zijn. Nu heb ik de hele back catalogue nog niet gehoord, dus moet ik het woord van het Internet nemen, want voor mij klinkt het als een natuurlijke evolutie waarbij metal meer achterwege wordt gelaten. Het is indrukwekkend hoeveel sfeervol en degelijk materiaal sommige mensen kunnen blijven scheppen. Iets wat ik bewonder bij dit soort projecten, maar soms moet je echt luidop kunnen zeggen dat minder ook meer kan zijn.Ultieme aanrader voor liefhebbers van sfeervolle black/doom metal die niet snel op hun uurwerk kijken.

Xavier: 81/100

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust (Wolfspell Records 2020)
1. Bones and dust pt. 1
2. Bones and dust pt. 2
3. Bones and dust pt. 3
4. From the night

Kalmankantaja- Nostalgia II: My kingdom (Wolfspell Records 2020)
1. No God, no love
2. Soulless
3. My kingdom pt. 1
4. My kingdom pt. 2

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split

Een Oostenrijkse Käsespätzle met Griekse feta, het zou misschien nog wel lekker zijn. Ook al is dit misschien eerder iets voor de nog op te richten kookblog “Addergebraad” in plaats van deze muzieksite. Soit, ik zocht een bruggetje om over te gaan naar deze collaboratie tussen het Oostenrijkse Amestigon en het voor mij onbekende Heretic Cult Redeemer, een band die al een decennium lang in de Griekse scene rond dwarrelt. Beide bands sloegen de handen in mekaar voor een split waarvoor telkens één nummer werd aangeleverd, maar dan wel van respectievelijk dertien en twaalf minuten. Dergelijke lange epossen waren we reeds gewend van Amestigon’s “Thier“-plaat uit 2015; voor de Grieken is het een primeur. De Oostenrijkse band met enkele (ex-)leden van Abigor en Summoning bijt de spits af met een opus getiteld “Qvri Okbish 718“. De compositie kruipt aanvankelijk geniepig langzaam vooruit totdat de drummer rond 3:30 het tempo de hoogte in jaagt. Het venijn wordt uitgespuwd middels repetitieve black metal inclusief bezwerende basgitaar maar na enkele minuten doorspekken de muzikanten hun zwartgeblakerde creatie met enkele hypnotiserende tonen en melodieuze, uit post-metal ontleende elementen. De zinderende finale moet het hebben van haar repetitieve blastmodus en hypnotiserende riffs, waarbij de zanger en zijn nogal droge strot besloten hebben de instrumenten het verhaal te laten vertellen. Het maakt van “Qvri Okbish 718” een interessante compositie waarin heel wat te beleven valt. Na deze helse rit laten we Wenen voor wat het is en verkassen we naar Athene voor “In the depths of the nine chambers of fire“. De sound van dit epos klinkt wat scheller en zanger Funus hanteert een semi-raspende semi-cleane strot, wat deze band meteen in het occulte black metal-hoekje duwt. Muzikaal gezien gebeurt er heel wat. Trage gitaarpartijen gaan haast voortdurend in de clinch met uptempo drumwerk en de Grieken zijn niet vies van een streep dissonantie links of rechts. De overgangen blijven mekaar in sneltempo opvolgen wat maakt dat er heel wat info op de luisteraar afgevuurd wordt. Het maakt van “In the depths of the nine chambers of fire” een eerder fragmentarische aangelegenheid. Vanaf 4:20 heeft een psychedelisch gitaarlijntje het minutenlang alleen voor het zeggen. Je verwacht je natuurlijk op een bepaald moment aan een uitbarsting, maar Heretic Cult Redeemer beslist om de spanningsboog traag en gestaag terug aan te spannen. Drummer Vagelis Felonis blijft allerhande druk drumwerk onder de bezwerende riffs plaatsen en uiteindelijk leveren de Grieken ook een overdonderende apotheose af. Best een aardige split.

JOKKE: 79/100 (Amestigon: 82/100 – Heretic Cult Redeemer: 76/100)

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split (World Terror Committee 2019)
1. Amestigon – Qvri Okbish 718
2. Heretic Cult Redeemer – In the depths of the nine chambers of fire

Selenite – Mahasamadhi

Ik heb altijd een zwak gehad voor de scherpe black metal die tijdens de jaren ’90 door de Oostenrijkse bergen schalde. Bands als Abigor, Amestigon, Heidenreich, Summoning, … behoren tot de absolute genre-top wat mij betreft. Misschien daarom dat ik me nog vaag kan herinneren aan Stefan Traunmüllers erg degelijke Golden Dawn project. Nu ben ik die band zo’n vijftien jaar geleden na “Masquerade” uit het oog verloren, maar het is zeker en vast een pas om dit Selenite een kans te geven. Hoewel de debuutplaat “Mahasamadhi” – een Yoga-term voor het verlaten van het lichaam – eigenlijk een funeral doom-album is, heeft het wel enige “typisch” Oostenrijkse zwartmetalen invloeden, zeker wat betreft de synths en drums. De hele “oosterse filosofie-insteek” kan ik met de beste wil ter wereld niet in de muziek terugvinden, maar het is zeker een interessante release. “Mahasamadhi” klinkt, ondanks de melodieuze aard en behoorlijke afwisseling, toch monotoon en daarmee past het zeker nog in het funeral doom-rijtje. De productie is niet te gelikt, maar wel professioneel. De instrumenten worden bespeeld met ervaring en zonder teveel tierelantijntjes. De grunts komen sporadisch voorbij en zijn best in orde, net als de cleane zang. Alles wat er in zit, past bij het klankconcept. Nu ja, alles is veel gezegd, want de vrouwenzang is namelijk vreselijk en verknalt vooral het laatste nummer “Final reckoning“. Het mag dan wel een operazangeres wezen, dit had Stefan echt beter kunnen skippen. Storend accent en niet immens toonvast, past het timbre van haar stem ook niet echt bij de muziek. Jammer, maar ook dat was vaak deel van die Oostenrijkse klank waarover ik het eerder had…

Xavier: 74/100

Selenite – Mahasamadhi (Séance Records 2019)
1. Requiem for a soul
2. Hidden presence
3. Third eye open
4. Channelling chants from beyond
5. Final reckoning

Óreiða – Óreiða

Na twee demo’s en een split met het Portugese Holocausto Em Chamas achtte Óreiða de tijd rijp voor een volwaardige langspeler. Op basis van het nummer dat deze IJslandse einzelgänger op de split liet horen, verwacht ik best veel van dit debuut. Binnen de immens populaire IJslandse black metal-scene heeft Óreiða haar eigen niche reeds gevonden en laat ze een sound horen die serieus afwijkt van de rest van de scene. Het recept voor de vier nummers, die in totaal op vijfendertig minuten afklokken, is heel minimalistisch: men neme één, maximum twee gitaarriffs die eindeloos lang herhaald worden en het doel hebben om tot in het diepste van de menselijke geest door te dringen. Emoties boven intellect met andere woorden. Door het ontbreken van vocalen zou je Óreiða’s muzikale creaties als een vorm van extreme post-rock kunnen bestempelen, maar toch hoor je ook wel invloeden van een Burzum, Ildjarn of Payasage d’Hiver terug. Ook de geest van drone-acts zoals Coil en Nurse Without Wound en de minimalistische aanpak van Vomir waart doorheen de vier nummers. Met slechts een handvol riffs per nummer in de aanbieding en één drumbeat die genadeloos lang doordendert, is het natuurlijk erop of eronder. Bij de eerste luisterbeurten in de wagen was ik niet echt ondersteboven van de vier nieuwe nummers. Óreiða’s muziek vraagt immers veel aandacht om te absorberen en is niet geschikt om als achtergrondmuziekje op te zetten. Al liggend in de sofa met de lichten gedimd en de ogen gesloten de plaat ondergaan, riep echter een andere beleving op. De stroom aan gelaagde atmosfeer maakt zich zo gestaag van je meester en je merkt toch minieme klank- en kleurschakeringen op in de vier nummers. “Daudi” neigt het meest naar groots klinkende symfonische post-rock, terwijl de riff(s) van “Dagar” en “Draumar” toch duidelijk geworteld zijn in black metal. Het lijkt wel of allerhande details zich als lichtschuwe creaturen in de gitzwarte riffmist verschuilen. Afhankelijk van waar je je op focust, openbaren deze geheimen zich stelselmatig. Zo creëren de dronende geluiden die in “Dagar” uit de dichtgeplamuurde riffmuur opborrelen een illusie van screams die je in de verte hoort, hoewel de songs toch wel écht instrumentaal zijn. “Draumar” valt op door haar repetitieve bezwerende Summoning-achtige toverfluitjes die een middeleeuwse sfeer creëren. Ook “Draugar” ligt in het verengde van dit nummer. Óreiða heeft er goed aan gedaan om haar langspeler met een speelduur van zesendertig minuten aan de korte kant te houden, want anders zou het wel wat te veel van het goede geweest zijn. Geweldige groeiplaat wel.

JOKKE: 85/100

Óreiða – Óreiða (Harvest Of Death 2019)
1. Dagar
2. Draumar
3. Daudi
4. Draugar

Dumal – The lesser God

Het is niet all cascadian style black metal wat de klok slaat daar aan de andere kant van de grote plas. Neem nu het uit Pennsylvania afkomstige kwartet Dumal bijvoorbeeld dat na een viertal EP’s toe is aan haar eerste langspeler “The lesser God“. Met een bandnaam ontleend aan Charles Baudelaire’s “Les fleurs du mal” en één blik op de gehoornde die op het hoesontwerp prijkt, weet je meteen ook waar de klepel hangt op gebied van tekstuele thema’s en invalshoeken: heilige huisjes worden ferm ingetrapt zoals onder andere blijkt uit “Abrahamic contagion” (“Invert – the trinity of liars / Pervert – the books that sustain them / Blaspheme – all names held there within / Desecrate – the temples built unto them / Deny – their prophet of ignorance / Tear down – the walls of paradise / Burn – all symbols of their faith / Destroy – the bloodline of Abraham“). De black metal die Dumal ons vijftig minuten lang voorschotelt, is een smeltkroes van invloeden uit de Noorse (Taake), Zweedse (Arckanum, Sacramentum), Poolse (Mgla) en Slavische scenes (Drudkh). De voorliefde voor die laatste wordt overduidelijk in het negen minuten durende “Ukrainia” waarvan de tekst ontleend is aan het werk van de Oekraïense dichter Taras Shevchenko en waarin vioolklanken een extra dosis weemoed toevoegen. Met voorsprong de meest opvallende track van de plaat. De gelaagdheid van de melodieuze riffs – indien nodig ondersteund door een subtiel keyboardlaagje –  weet mijn armhaartjes meermaals te erecteren en met de flow van de goed geschreven songs zit het meer dan snor. De instrumentale keyboardtrack “The wind demon” doet sterk aan Summoning denken en vormt een welgekomen rustpunt. Eigenlijk wist ik halverwege openingstrack “Fane of the clandestine” al dat Dumal haar zaakjes goed op orde heeft op “The lesser God“. Benieuwd wat deze band nog allemaal in haar mars heeft. Bedankt YouTube om dit Dumal op mijn muzikale pad te laten passeren!

JOKKE: 80/100

Dumal – The lesser God (Draigfflam Productions 2017)
1. Fane of the clandestine
2. Lost caverns
3. Abrahamic contagion
4. The path to the fortress is lined with statues
5. Serpents in the bramble
6. The wind demon
7. Ukrainia
8. Spring will never come

Midnight Odyssey – Shards of silver fade

Een weekje geleden stuitte ik online, vlak voor het slapen gaan, op “Starlight oblivion”, het eerste vrijgegeven nummer van de nieuwe plaat van het tot dan toe voor mij onbekende Midnight Odyssey. Wat er zich de volgende achttien minuten op auditief vlak afspeelde triggerde mijn interesse om de rest van de plaat op te zoeken. Het feit dat “Shards of silver fade” een mastodont van een plaat bleek te zijn die, verspreid over twee schijfjes, meer dan tweeënhalf uur (!!!) duurt, resulteerde bijgevolg tot een korte nachtrust en wallen waarbij de exemplaren van Walter Grootaers in het niets verdwenen. Van een gebrek aan creativiteit kunnen we mastermind Tony Parker bijgevolg ook niet beschuldigen. Van “zijn verhaal beknopt vertellen” of “straight to the point” komen echter wel. Maar ach, dat is ook helemaal de bedoeling niet van de Australische éénmansband Midnight Odyssey, want deze naam staat garant voor uitgesponnen en über atmosferische progressieve en kosmische ambient black metal (een hele mond vol). Maar staat de kwantiteit in dit geval ook gelijk aan constante kwaliteit? Om deze plaat naar waarde te kunnen schatten, moet je een zekere theatraliteit, progressiviteit of avantgarde in je black metal kunnen smaken. Hoewel dat bij mij maar tot op zekere hoogte het geval is, blijf ik toch aan mijn stereo gekluisterd. Collega Filip overleeft de eerste twee minuten zelfs niet zonder over zijn nek te gaan, daar durf ik mijn handen voor in het vuur te steken. Maar dit geheel ter zijde. De plaat trapt af met plechtstatige en epische cleane zang op een dik aangzwollen tapijt van keyboards. Pas na een kwartier nemen de black metal vocalen en grimmige gitaren de overhand. Net op tijd omdat ik juist begon in te dommelen. De black metal die je hier voorgeschoteld krijgt is geen moment agressief maar draait helemaal rond “atmosfeer” en de klinische drums storen hier zelfs niet bij. Op zijn beste en spannendste momenten neigen de klanken naar Summoning, Bal-Sagoth, Limbonic Art of Lunar Aurora. Spijtig genoeg zijn deze pieken te veel ondergesneeuwd in saaie en langdradige platte meug. De rustige stukken hebben evenveel met black metal te maken als McDonalds met gastronomisch eten. Niks, nada, niente. Het is eerder een soort van new of dark wave achtige (think Dead Can Dance of Fields Of The Nephilim) musical die we dan te verteren krijgen…en ik ben niet zo tuk op musicals. De grandeur in “A ghost in gleaming stars” doet zijn werk wel bij mijn armhaartjes en de grunts in “Asleep in the fire” creëren een episch doom momentum om even later op Dimmu-bombast over te schakelen. In een nachtelijke roes en op een hoog volume scoort de plaat wel beter dan op andere momenten geef ik grif toe. Een tijdje geleden kwam van labelgenoot Mare Cognitum een gelijkaardig album uit dat het een pak beter deed bij ondergetekende. Ik raad Tony aan om de volgende keer voor één schijfje te gaan (disc twee is de betere) en meer gefocust en gestroomlijnder te werk te gaan (tien minuten per nummer in plaats van twintig zullen ook wel volstaan om je verhaal te vertellen). De eerste twee nummers van disc twee zouden immers een knappe plaat van veertig minuten opleveren. By far de moeilijkste plaat die ik al heb gereviewed voor Addergebroed. 60/100 voor disc één en 80/100 voor disc twee bepalen de uiteindelijke score.

JOKKE: 70/100

Midnight Odyssey – Shards of silver fade (I, Voidhanger Records 2015)

Disc 1
1. From a frozen wasteland
2. Hunter of the celestial sea
3. Son of phoebus
4. A ghost in gleaming stars

Disc 2
1. Asleep in the fire
2. Starlight oblivion
3. Darker skies once radiant
4. Shards of silver fade