thy primordial

Elände – Dödens rike

Elände is een trio dat opereert vanuit het Zweedse Göteborg en mijn aandacht trok omdat drumster Trish (ex-Asagraum, ex-Isvind, ex-Nattefrost, ex-Djevelkult) als vellenmepster actief is in de band. Na een demo en een split met Svärta brachten de heren en dame recent hun eerste langspeler “Dödens rike” uit, een plaat die in een half uur tijd de oude black metal dagen van midden jaren negentig doet herleven. In een song als “Det ögat döljer” moet ik qua sound (rauw maar eigenlijk vrij warm) en atmosfeer terugdenken aan de Thy Primordial plaat “Under iskall trollmåne“, hoewel de prominent aanwezige vocalen van gitarist Ve wel bijtender en snijdender zijn. En wanneer Trish het tempo omhoog jaagt, hoor ik ook wel wat Setherial ten tijde van hun debuut “Nord…” terug. Mid-tempo songs zoals opener “Blodmåne” en sneller werk in de vorm van het aanstekelijke “Preludium” en “Gengång” gaan hand-in-hand en er wordt soms ook binnen eenzelfde nummer met sterk uiteenlopende tempo’s gespeeld. Zo start “Det ögat döljer” met een simpele maar effectieve rockende riff alvorens het tempo en de gitaren snediger worden. Hoewel de meeste songs compact van opzet zijn, is er af en toe ruimte voor een akoestische passage, maar het meest nadrukkelijk komen de akoestische snaren aan bod in het zeven minuten durende “In i tomheten” dat erg slepend van opbouw is en waarbij een in-een-loop-gezette-melodie de melancholische toon minutenlang zet. Alzo komt er een mooi einde aan een fijne plaat die absoluut niets nieuws onder de zon laat horen maar liefhebbers van midden jaren negentig (Zweedse) black – zonder Dissection invloeden deze keer – absoluut zal kunnen bekoren.

JOKKE: 80/100

Elände – Dödens rike (Craneo Negro Records 2018)
1. Varsel
2. Blodmåne
3. Preludium
4. Den värld som var
5. Invokation
6. Det ögat döljer
7. Gengång
8. In i tomheten
9. Stillhet

Terzij De Horde – Self

Eén van de redenen waarom ik mijn hart verloren heb aan black metal is dat je enerzijds kan kiezen voor de old skool aanpak die, wars van alle trends, stug haar eigen ding blijft doen zonder inmenging van enige invloeden van buitenaf, maar dat er anderzijds ook bands zijn die in de marge van het genre het experiment opzoeken en exploratie van nieuwe oorden niet schuwen (noem het post-black metal als je wil). Het Nederlandse Terzij de Horde is een band die in die laatste categorie thuis hoort. Hun debuut EP “A rage of rapture against the dying of the light” sloeg vijf jaar geleden in als een bom. In de nasleep van dat album verschenen nog enkele split-releases en nu presenteert de band ons met “Self” eindelijk dé langverwachte eerste langspeler. Deze vijf Nederlanders ontleenden hun bandnaam aan een strofe uit het gedicht “Einde” van Hendrik Marsman, een dichter wiens werk bol staat van duister vitalisme, de intense drang aan het leven vast te houden en haat jegens religie. Ideaal voer voor black metal dus! Zoals de albumtitel al verraadt draait het conceptalbum rond het probleem van “het zelf” en het dualisme tussen lichaam en ziel. In zes tracks verkennen onze noorderburen verschillende manieren om te leven of niet te leven, zowel met onszelf als de ons omringende wereld. Blindheid, lijden, een verlangen naar bevrijding en verlichting, de vernietiging van zichzelf en anderen en nog meer van dat leuks komt aan bod. Ook het opmerkelijke artwork past perfect in dit plaatje. De albumhoes beeldt een mier af die verteerd wordt door de cordyceps, een tweekoppige parasitaire schimmel die zich de hersenen toe-eigent van de gastheer die ze infecteert om zo de zelfregulerende functies te manipuleren en effectief te vernietigen. Door deze annexatie wordt de mier een leeg omhulsel van wat ze ooit was, bestuurd door een vernietiging van binnenuit opgelegd en onverenigbaar. In de zes lange tracks, die in speelduur variëren van zes tot elf minuten, wordt de basis van striemende Zweeds aandoende black metal (ik moet regelmatig aan Thy Primordial denken) gekruid met talrijke inventieve genrewendingen en uitstapjes richting screamo, hardcore en noise. In de onnavolgbare maalstroom van black metal tremolo erupties, ziedende drums en het woest geblaf van frontman Joost, valt gelukkig ook de nodige melodie te ontdekken. In “Averoas” gaat het tempo naar beneden en weten de indringende riffs te beklijven. Hollanders en de taal van de liefde vormen meestal een grappige combinatie maar in het heftige  “Contre le monde, contre la vie” is hoegenaamd geen plaats voor loltrapperij. Ook in “Geryon – See extinguished the sight of everything but the monster”, het kroonjuweel van de plaat, overtreft de band mijn stoutste verwachtingen en laat ze, in goede Tombs-stijl, geen spaander heel van de heilige huisjes die worden ingetrapt. Nadat het Ierse Altar of Plagues de handdoek in de ring heeft gegooid (hoewel ze precies wel blijven touren) neemt Terzij De Horde de fakkel van hen over. Puur vakmanschap!

JOKKE: 90/100

Terzij De Horde – Self (Consouling Sounds/Burning World Records 2015)
1. Absence
2. A marriage of flesh and air
3. Averoas
4. Contre le monde, contre la vie
5. Geryon – See extinguished the sight of everything but the monster
6. Sacrifice – A final paroxysm

Osculum Infame – Axis of blood

Osculum Infame zijn Fransen, maar niet van die vrolijke exemplaren zoals de lugubere hoes van “Axis of blood” laat uitschijnen. Operationeel sinds begin jaren negentig met een bescheiden underground hitje (“Dor-Nu-Fauglith”) uit 1997 op hun palmares. Een hiaat van acht jaar aan het begin van het nieuwe millennium maakt dat ze nu pas hun tweede volwaardige plaat ophoesten. Frontman en songschrijver D. Deviant hielt zich tijdens de winterslaap van Osculum Infame bezig met het welbekende Arkhon Infaustus, maar sinds deze band in de ijskast zit, werd eerstgenoemde terug vanonder de mottenballen gehaald. Medestrijders werden gerekruteerd bij menig andere Franse (al dan niet bekende) extreme metal acts. Daar waar het oude werk als grimmige en licht symfonische black metal omschreven kon worden, komt de band nu iets agressiever en directer uit de hoek, wat absoluut een goede zet is. Na het intro krijgen we met “Cognitive perdition of the insane” een eerste (weliswaar grotendeels mid-tempo) kopstoot uitgedeeld die ons wat doet denken aan het Zweedse Shining: zwartgalligheid met oog voor melodie en een zekere catchyness zonder cheesy over te komen. In “Kaoïst serpentis” wordt het gaspedaal ingedrukt en komen de Zweedse invloeden (think Naglfar of Thy Primordial) nog duidelijker naar voren om dan na zes minuten plots nog even onze nekspieren te beproeven en een pak te beginnen rocken. De vocale aanpak van de frontman klinkt gevarieerd: zijn scream is door de bocht genomen iets dieper dan de standaard black metal vocalen, en de eerder spoken word achtige passages in “Absolve me not!” werden serieus door de effectenbak gehaald. Centraal in de tracklist vinden we drie nummers terug die reeds op de EP “Consuming the metatron” uit 2012 prijkten, maar opnieuw werden opgenomen en een hoog Dark Funeral gehalte bevatten. De band speelt met tempo’s wat de dynamiek ten goede komt en heeft oog voor detail (subtiel klokkengeluid in de openingstrack, productionele effectjes en geweerschot in “My angel”, hoorngeschal en onweer in “Solemn faith“, doomy violen in “White void” waarvoor Ahès van de Keltische folk/black metalband Brann Barr optekende), maar is die feedback en dat versterkergepiep in verscheidene nummers nu echt nodig? Werkt serieus op mijn systeem! Buiten dit margegeneuzel klinkt Osculum Infame overtuigend, gemeend en weet ze, met wat ze in een klein uurtje ten gehore brengen, te overtuigen.

JOKKE: 80/100

Osculum infame – Axis of blood (Battlesk’rs Productions 2015)
1. ApokalupVI
2. Cognitive perdition of the insane
3. Kaoïst serpentis
4. My angel
5. Absolve me not!
6. Let there be darkness
7. Inner falling of the glory of god
8. White void
9. Asphyxiated light
10. I in the ocean of worms
11. Solemn faith