tsjuder

Perverticon – Wounds of divinity

Iron Bonehead Productions staat bekend om haar grote lading bestial/war metal bands, wat niet meteen mijn meug is. Toen ik de naam Perverticon zag passeren, vermoedde ik dan ook godslasterlijke klanken die in het Blasphemy-straatje zitten. De stupide aliassen die de bandleden aannemen beloofden ook niet veel goeds: Omnicremationist Supreme op drums en zang, Uncleanest Invictus op gitaar en Necrosadistic Elite op gitaar en bas. Van infantiele metalclichés gesproken! Groot was echter mijn verbazing toen ik “Wounds of divinity“, de tweede Perverticon plaat, opzette. Het powertrio is er namelijk in geslaagd om een authentiek klinkende plaat uit te brengen die de Scandinavische (en dan vooral Zweedse) black metal-scene van de tweede helft van de jaren negentig eert, zonder echter klakkeloos te kopiëren. We horen echo’s van Craft, Dawn, Dissection, Setherial en Tsjuder en minder Gorgoroth-worship zoals op de eerste langspeler “Extinguishing the flame of life” en promo uit 2013. Dé grote sterkte van de band is het gevoel voor ritme, dynamiek en melodie die ze in de negen anti-christelijke nummers heeft weten inbouwen. Zo bevat bijna elke song wel een catchy melodie of hook waarvan je de begeleidende drumlijnen met je vingers mee tokkelt, zonder dat er aan agressie ingeboet wordt. De cryptische melodieën van “An absence of all but ashes“, het met allerhande samples doorspekte “Cold embrace of sanctity“, het mid-tempo rollende “The cease of absolution“, het relatief korte “Breath of sulphur (Aura of flies)“, het dynamische “Extracorporeal climax” en de van een intrigerende titel voorziene afsluiter nestelen zich tussen je twee oren waardoor je keer op keer die play-toets opnieuw wil indrukken. De bandleden musiceren uitstekend en de moderne productie die “Wounds of divinity” werd aangemeten, doet de Zweden ook professioneler overkomen dan wat je op basis van de bandfoto’s zou denken. Perverticon leerde me met “Wounds of divinity” dat je met vooroordelen niet ver komt. Schitterende plaat!

JOKKE: 86/100

Perverticon – Wounds of divinity (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Thirsting for rain
2. An absence of all but ashes
3. Cold embrace of sanctity
4. The cease of absolution
5. Divine amusement for pitiless God
6. The apostate’s communion
7. Breath of sulphur (Aura of flies)
8. Extracorporeal climax
9. Holy gifts from skinless hands

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes

De naam Djevelkult klinkt Noors en des duivels…en valt dus perfect te rijmen met black metal. Dit door Dødsherre Xarim in 2009 opgerichte duivelseskader draagt blasfemie hoog in het vaandel en verblijde vriend en vijand in 2014 met haar debuut “I djevelens tegn“. Na deze plaat hield drummer Ond het voor bekeken en ging de band verder met sessiedrumster Trish Kolsvart (Elände, Gestalte, Urarv en nog een resem bands). In 2014 en 2015 dook Xarim samen met gitarist Beleth en bassist Skabb de Gravkors Studios in om de funderingen van de opvolger vast te leggen. De opnames werden echter stilgelegd ten voordele van concerten en een tour met IXXI. Midden 2016 keerde Ond terug naar het oude nest en kon het album in de loop van 2017 verder afgewerkt worden in de Kirkebrann Studios waar de drums en zang voor het nageslacht vastgelegd werden. “Når avgrunnen åpnes” (of “As the abyss opens” in het Engels) was zo eindelijk een feit. De immens getalenteerde José Gabriel Alegría (o.a. Inferno, Whoredom Rife) voorzag de plaat van uitmuntend artwork en Kark (Dødsengel) stond in voor de mastering van het zaakje. Zodra Djevelkult haar ijskoude riffwerk middels opener “Atomic holocaust” uit de boxen laat knallen, weten we al dat het goed zit en duikt de naam Tsjuder als referentie op. “Condemned into eternal void” is bij aanvang eerder mid-tempo van insteek waarbij de groezelige sound van de gitaarmelodie een depressief sfeertje over de song drapeert. Nadien gaat het tempo de hoogte in en klieven de ijzige, maar iets te monotone screams de riffs met gemak in twee want echt memorabel klinken deze niet. De op-en-top Noors klinkende meloblack van de titeltrack zet het boeltje terug in lichterlaaie en in het daaropvolgende “En ny tid” levert gitarist Kleven (Liktjern, ex-Gravkors) een bijdrage en geeft hij het nummer middels zijn gitaarleads een Windir-vibe mee. “Døpt i helvetesild” neigt opnieuw heel hard naar Tsjuder terwijl “An evil unheard of” eerder thrashy van aard is met hakkend drumwerk van Invisius (Blodhemn), die de song tevens van een tekst voorzag en het boeltje ook inscreamde (en dat eigenlijk beter doet dan Xarim). Bij een titel als “Apocalypse (Hellspawn)” hoort geen liefelijk deuntje, maar desondanks haar felle aard is deze song ook eerder middelmatig, hoewel de solo van Ånneland aan het einde wel nog positief opvalt. Met “Vredeskvad“, waarvoor Draug van Kirkebrann de zang en tekst op zich nam, komt er echter een sterk einde aan een plaat die liefhebbers van pure Noorse black wel zal kunnen bekoren maar net wat tekortschiet om over de hele lijn te bekoren. En hierbij is het ook spijtig dat de twee gastzangers een betere prestatie neerzetten dan de bezieler van de band.

JOKKE: 77/100

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes (Saturnal Records 2018)
1. Atomic holocaust
2. Condemned into eternal void
3. Når avgrunnen åpnes
4. En ny tid
5. Døpt i helvetesild
6. An evil unheard of
7. Apocalypse (Hellspawn)
8. Vredeskvad

 

Cultus Profano – Sacramentum obscurus

Wars van alle trends presenteert het Amerikaanse duo Cultus Profano ons middels haar debuutplaat “Sacramentum obscurus” een pure old school black metal plaat waarbij de ingrediënten bestaan uit grimmige gitaarriffs, bijtende salpetervocalen en straight-to-the point drumwerk, meer moet dat in dit geval eerlijk gezegd niet zijn. Zanger/drummer Advorsus (Sadistic Intent, Imperial Decay) en zangeres/gitariste Strzyga kennen duidelijk hun pappenheimers want dit ruikt naar second wave black metal bands als oude Tsjuder en Ancient (die laatste qua vocalen vooral want bij deze Noren gaat het er een pak symfonischer aan toe). Met de eerder aangehaalde basisingrediënten weten de heer en dame tonnen atmosfeer te creëren. Enkel in opener “Coventus esbat, Op. 8” en afsluiter “Cultus profano, Op. 9” worden aanvullend samples van kerkklokken en -gezangen ingezet om de toon een extra sacraal tintje mee te geven. En dit terwijl de snerpende screams haat, duisternis en blasfemie prediken. Veel meer woorden dienen hier eigenlijk niet aan vuilgemaakt te worden. Debemur Morti heeft groot gelijk dat ze Cultus Profano tekenden want de vele black metal diehards die er wereldwijd rondlopen zullen hier wel op toehappen!

JOKKE: 81/100

Cultus Profano – Sacramentum obscurus (Debemur Morti Productions 2018)
1. Coventus esbat, Op. 8
2. Under the infernal reign, Op. 10
3. Ceremony of the black flame, Op. 4
4. Lord of ages, Op. 2
5. Ignis altare, Op. 5
6. An offering to the prolific goat, Op. 7
7. Forging a covenant, Op. 6
8. Awakening the strzyga, Op. 1
9. Cultus profano, Op. 9

Doedsvangr – Satan ov suns

Als je de heren Shatraug (Sargeist, Horna, Behexen en een peloton andere bands), AntiChristian (o.a. Tsjuder en Isvind) en Doedsadmiral (Nordjevel) samen een potje muziek laat maken, weet je van tevoren al dat het resultaat geen balverschrimpelende power metal zal zijn, maar ouderwets klinkende black. Voor deze Noors/Finse-collaboratie zou in theorie het predicaat “superband” van onder de mottenballen gehaald mogen worden. In theorie, want de praktijk leert ons dat het samenbrengen van muzikanten die hun sporen al dubbel en dik verdiend hebben, toch niet altijd tot muzikaal vuurwerk leidt. In het geval van Doedsvangr valt het allemaal wel mee. Natuurlijk kennen de heren het klappen van de zweep en beheersen ze hun instrumenten tot in de puntjes, maar het wordt slechts zelden écht spannend op dit debuut. We horen veelal uptempo black à la Dark Funeral, hoewel het trio wel weet dat ze op tijd en stond ook eens wat gas moeten terugnemen (o.a. in de titeltrack), want dat een blastfestijn van meer dan vijftig minuten anders al snel gaat vervelen. Het dynamische “Black dawn” steekt met haar aanstekelijke riffs boven de middelmaat uit en ook “Black sun nimbus” weet te bekoren, maar dan zijn we spijtig genoeg reeds bij het laatste nummer aanbeland. Doedsvangr brengt zijn black te veel volgens de regels van het boekje en mede door de te proper en modern klinkende productie (o.a. machinaal klinkende bassdrums) en de eentonige doordeweekse screams van Doedsadmiral, is dat onvoldoende om boven de grijze massa uit te stijgen. Het surrealistische artwork spring dan weer wel in het oog. Hier had toch wel wat meer ingezeten als je het mij vraagt.

JOKKE: 75/100

Doedsvangr – Satan ov suns (Immortal Frost Productions 2017)
1. Our lord cometh!
2. Rituals
3. Doedsvangr
4. Black dawn
5. Northern watchtowers
6. Diaboli
7. Gnashing of teeth
8. Breath of lucifer
9. Throne of black illumination
10. Blood whores
11. Black sun nimbus

Forteresse – Thèmes pour la rébellion

Het Canadese Sepulchral Productions is een draaischijf in hun vaderlandse (ambient) black metal scene. Nagenoeg alle noemenswaardige Canadese bands die in dit genre operationeel zijn, vinden er onderdak: Gris, Monarque, Sombre Forêts, Neige et Noirceur en mijn persoonlijke favoriet Forteresse. Met een vijfde volwaardige langspeler in tien jaar tijd kan je deze band onmogelijk van enige luiheid beschuldigen. Na de oorlogssample zet “Aube de 1837” meteen de fik erin (net zoals de huisjes op het overigens lelijke hoesontwerp). Het tempo op het nagelnieuwe “Thèmes pour la rébellion” heeft zelden zo verschroeiend hoog gelegen en op productioneel vlak heeft het kwartet nog nooit zo goed geklonken. Daar zit de productie van de Necromorbus Studio natuurlijk voor iets tussen, hoewel deze plaat absoluut niet het reeds gekende geluid laat horen dat je verwacht wanneer je met je band bij knoppentovenaar Tore Stjerna gaat bivakkeren. Voor ambient keyboardwaas is er minder plaats op deze plaat, maar je krijgt er overuren kloppende epische en melodische grandeurgitaarlijnen en bijna non-stop razende rechttoe rechtaan artilleriedrums voor in de plaats. De droogkorrelige vocale rasp van frontman Athros heeft wat weg van Nag (Tsjuder) en ook tijdens meer rockende passages moet ik wel eens aan dit Noors trio denken. Hoewel het geluid gestoeld is op de Noorse klanken die ons zwartgeblakerde hart eind jaren negentig harder deden slaan, eert Forteresse op tekstueel vlak de geschiedenis en het culturele erfgoed van Quebec. Een blik op enkele songtitels (“Le sang des héros”, “Par la bouche de mes canons”) zegt wat dat betreft genoeg. Hoewel ik het niet zo begrepen heb op nationalisme, gaat het voor zo ver ik weer nergens de foute tour op. Puntje van kritiek is dat de songs door het voortdurend hoge tempo en de immer gierende en scheurende gitaarmelodieën onderling inwisselbaar worden, hoewel het wel genieten geblazen is van de snijdende ijsriffstorm. “Thèmes pour la rébellion” gaat voorlopig de muzikale analen in als het beste wapenfeit van Forteresse.

JOKKE: 82/100

Forteresse – Thèmes pour la rébellion (Sepulchral Productions 2016)
1. Aube de 1837
2. Spectre de la rébellion
3. Là où nous allons
4. Par la bouche de mes canons
5. Le sang des héros
6. Forêt d’automne
7. Vespérales
8. Le dernier voyage

Urgehal – Aeons in sodom

Ik denk niet dat het een goed idee zou zijn om een “featuring” stickertje op de voorkant van “Aeons in sodom” te kleven, want van het hoesontwerp zou niet veel meer overblijven. De navolgende bespreking van het nieuwe album (en tevens zwanenzang) van het Noorse Urgehal is er immers één met een serieuze waslijst qua namedropping. Oprichter en bezieler Trondr Nefas (o.a. ook Beastcraft en Angst Skvadron) kwam in 2012 onverwacht te overlijden (natuurlijke doodsoorzaak voor een keer) in volle voorbereiding van de nieuwe plaat. Nadat het rouwproces gevorderd was, vervolgde compaan Enzifer het schrijfproces totdat er voldoende materiaal was om een laatste eerbetoon te brengen aan de overleden frontman. De Noor is postuum als sologitarist te horen op deze schijf maar om de songs vocaal in te vullen (en indien nodig van teksten te voorzien), konden Enzifer en drummer Uruz beroep doen op de crème de la crème van de Noorse black metal scene. Meteen een teken dat Trondr Nefas een respectabel muzikant was die op veel erkenning kon rekenen van zijn collega’s (vergiet niet dat Urgehal reeds in 1992 opgericht werd!). Het album is bij deze ideaal om een quizavondje “True Norwegian Black Metal” te organiseren waarbij je de naam van de schreeuwlelijkerd achter de microfoon mag raden. Nocturno Culto mag de spits afbijten op “The iron children”, dat mede door de openingsriff zo wel héél veel weg heeft van Darkthrone’s “In the shadow of the horns”. M. Sorgar (Endezzma) en Sorath Northgrove (Vulture Lord, ex-Beastcraft) mogen dan misschien wel de minder klinkende namen in het rijtje zijn, toch kwijten zij zich ook meer dan verdienstelijk van hun taak om hun gevallen makker te eren. “The sulphur black haze”, waarop Taake’s omstreden frontman Hoest de honeurs waarneemt, pingpongt tussen razende Noorse black en eerder doomy slepende passages. Mannevond (Koldbrann, NettleCarrier, ex-Ragnarok) laat zich gaan op het aanstekelijke “Lord of horns” dat rockt van hier tot in het walhalla. Enfant terrible Niklas Kvarforth (Shining) laat zijn veelzijdige doodsreutels zegevieren op het midtempo “Norwegian blood and crystal lakes”. Nattefrost en Nag (Tsjuder) bezitten een uit de duizenden herkenbare strot en fleuren respectievelijk “Endetid” (zou perfect een Carpathian Forest-nummer kunnen zijn) en hekkensluiter “Woe” op.  Alsof dat nog niet genoeg is, wordt de koffietafel afgesloten met twee toetjes in de vorm van Sepultura’s “Funeral rites” waarop Bay en Rock Cortez van Sadistic Intent opdraven en “Twisted mass of burnt decay”, een Autopsy cover die door R.M. van Angst Skvadron geherinterpreteerd wordt. Met Trondr Nefas achter de microfoon had deze plaat even goed geweest, maar nu vormen de guests natuurlijk een leuke meerwaarde voor “Aeons in sodom”, die niet alleen de zwarte analen zal ingaan als de laatste maar tevens ook de beste Urgehal plaat.

JOKKE: 85/100

Urgehal Aeons in sodom (Season Of Mist 2016)
1. Dødsrite
2. The iron children
3. Blood of the legion
4. The Sulphur black haze
5. Lord of horns
6. Norwegian blood and crystal lakes
7. They daemon incarnate
8. Endetid
9. Psychedelic evil
10. Woe
11. Funeral rites (Sepultura cover)
12. Twisted mass of burnt decay (Autopsy cover)

Isvind – Gud

Bij deze zweterige en broeierige temperaturen komt de nieuwe Isvind als geroepen. De ijzige wind die ze met “Gud” (Noors voor “God”) mijn woonkamer inblazen bezorgt de nodige afkoeling hoewel de band nergens verfrissend klinkt (op gebied van vernieuwing dan). Is dat dan nodig? Maar nee man! Tussen het debuut “Dark waters stir” uit 1996  en de tweede langspeler “Intet lever” heeft de band lange tijd in de koelkast gezeten, waarvan ook een jaar of vijf in de diepvriezer, maar sinds hun ontdooiing in 2011 slaagt het duo Arak Draconiiz en Goblin (die er by the way écht wel als een aardmannetje uitziet), die samen de kern van de band vormen, erin om elke twee jaar met vers materiaal op de proppen te komen en dat mag zo nog een tijdje door gaan wat mij betreft! Isvind is een van de weinige bands (net zoals bijvoorbeeld een Tsjuder) die na bijna 25 jaar (!) nog steeds de beginselen van pure Noorse black metal nastreeft, zonder al die jaren een duimbreed af te wijken van haar frostbitten sound. Akkoord, openingstrack “Flommen” trapt af met vrouwelijke vocalen en doet me bijna even het Spaans benauwd krijgen, omdat ik luttele seconden denk dat Isvind de melige tour is opgegaan. De old school riff die na twee minuten volgt ontkracht echter deze gedachte, hoewel de female vocals nogmaals opduiken in deze track. Vreemde keuze om met je meest “experimentele” song te openen. Opvolger “Ordet” zou zich dan ook veel beter van die taak kwijten. Nochtans wordt hier dan weer een klein experiment met cleane mannelijke zang aangegaan. Moet ik mijn stelling over “duimbreed afwijken” dan bijstellen? Misschien een ietsepietsie, maar eigenlijk is de rest van de plaat good ol’ True Norwegian Black Metal, die, net zoals de songtitels, gebald en straight to the point klinkt. Op “Dåren” en “Hyrden” duiken nog wel enkele seconden engelenzang op en “Spiret” bevat subtiel Glockenspiel, maar soit het blijven kleine folliekes. Samen met de recente plaat van Murg weet ik al welke twee albums de begeleidende soundtrack gaan vormen tijdens mijn komende Noorwegen trip. Eat that Gorgoroth!

JOKKE: 84/100

Isvind – Gud (Folter Records 2015)
1. Flommen
2. Ordet
3. Himmelen
4. Dåren
5. Tronen
6. Boken
7. Giften
8. Hyrden
9. Spiret