turia

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key

Het is vijf jaar geleden sinds Haeresis Noviomagi ons met een eerste release verblijdde in de vorm van “Deluge” van Lubbert Das. In de slipstream van dit veelbelovende startschot volgden een hele resem tapereleases van Solar Temple, Iskandr, Imperial Cult, Fluisteraars, Nusquama, De Ontkoppeling, Paean en natuurlijk Turia (de meest geprofileerde van het Nederlandse collectief) waarbij de één nog overweldigender klonk dan de andere. Om dit halve decennium aan kwalitatieve muzikale output te vieren en extra kracht bij te zetten worden we getrakteerd op een een live splittape met Turia en Lubbert Das, een nieuwe EP van Iskandr én de debuutrelease van Empyrean Grace, een nieuwe naam op het vanuit Nijmegen en Utrecht opererende label. Wie het mastermind achter Empyrean Grace is wordt niet meegedeeld, maar op basis van het silhouet dat we in het artwork zien, zou ik het niet te ver gaan zoeken. Slechts één nummer prijkt er op deze tape, maar “Bestowment of the seraphic key” klokt wel op een klein half uur af. En wat we te horen krijgen, doet onze mond wijd openvallen van verbazing. Blackmetal linken we doorgaans aan Scandinavische grim and frostbitten landschappen en pikzwarte wouden waar de zonnestralen nooit of te nimmer geraken, maar niet in het geval van Empyrean Grace dat zowat het compleet tegenovergestelde landschap schetst. Er doemen hier geen beelden op van stalagmieten en -tieten of imposante gletsjers en omlaagdonderende sneeuwlawines, maar uitzichtloze, uitgestrekte verdorde grasvlaktes en drukkend warme woestijnen met her en der een verdwaalde eenzame boom prenten zich op ons netvlies als we de wondere bedwelmende klanken van dit werkstuk ondergaan. Een broeierige zonovergoten atmosfeer maakt zich van ons meester wat nog versterkt wordt door de verschenen sepia-achtige kleuren van het sobere, maar smaakvolle artwork. Deze epische muzikale compositie heeft een hoog cinematografisch karakter dat zich het best laat omschrijven als de soundtrack van een film over één of ander Bijbelverhaal dat zich in de Oudheid afspeelt. De muziek is opgetrokken uit lang uitgerekte warmbloedige gitaarpartijen met subtiel verschuivende akkoorden, goudkleurige leads en postrockerige crescendo’s die een branderig rood gevoel aan onze reeds getaande huid geven. En dit in combinatie met schaars ingezette diepe screams, subtiele heldere vocalen die van serafijnen afkomstig lijken te zijn en echo’s van repetitieve drumritmes die zich aan de einder voltrekken en een hallucinerend schouwspel creëren dat zich in onze verbeelding nestelt totdat de laatste uitstervende zonnestralen achter de einder verdwijnen. We moeten meteen denken aan die magistrale “Rays of brilliance” demo van Solar Temple, een werktstukje dat qua thematiek en sound (minder doom wel hier) niet zo gek ver weg ligt van deze eerste worp van Empyrean Grace, en, net zoals de Lubbert Das demo, dringend een heruitgave op vinyl verdient. Broeierig, zinderend, beklijvend en ronduit magistraal zijn de sleutelwoorden van “Bestowment of the seraphic key” die de soundtrack van afgelopen weekend vormde!

JOKKE: 95/100

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key (Haeresis Noviomagi 2020)
1. Bestowment of the seraphic key

Over The Voids… – Hadal

De Pool Michał Stępień verscheen onlangs nog op deze blog met Medico Peste’s tweede langspeler “ב :The black bile“. Drie jaar geleden bracht The Fall – dat is zijn pseudoniem – ook een eerste plaat uit met Over The Voids… Van die band verschijnt nu een vervolg dat de titel “Hadal” meekreeg. Het album start in de vorm van het inluidende “The pillar” nog enigszins ingetogen met akoestisch gitaargetokkel en heldere zang, maar eens het boeltje in “One commandment” op gang getrokken wordt, krijgen we zwartgeblakerde metal over ons uitgestort waarin plaats is voor zowel atmosfeer als agressie, voor melodie en dissonantie, voor somberheid en rauwe energie. The Fall zoekt voortdurend het spanningsveld tussen deze verschillende energiestromen op wat resulteert in een dynamisch geheel. De vocale aanpak heeft wat weg van hoe een Wraath bij Darvaza zijn woorden plaatst en uitbraakt. Vooral in een nummer als “Witchfuck“, waarin ik verder ook wat Turia in het hoge riffwerk en Dissection naar het einde toe hoor doorschemeren, leg ik die link. Ongetwijfeld één van de hoogtepunten! Het wat langere “Stone vault astronomers” trekt de Zweedse invloeden van halfweg de jaren ’90 nog verder door in het tremolo gitaarwerk en de heldere zang neemt een groot deel van het verhaal hier voor zijn rekening. “Prodigial” lijkt aanvankelijk wat te veel op het eindthema van de voorafgaande song verder te borduren, maar de groovende break iets verderop verandert het gezicht van dit nummer (al is het kortstondig), alvorens terug volop de kaart van snelle Zweedse meloblack te trekken. Naar het einde toe slaat de atmosfeer nogmaals om doordat heldere koorzang, enkel door subtiele percusie vergezeld, het voor het zeggen heeft. Het interessant getitelde “A tribe with no mythology” klokt net boven de twee minuten af en is een energiek recht-door-zee bommetje met snel hakkend drumwerk en staat in schril contrast met het meer atmosferische “Corridors inside a glacier” dat als eerste song gelost werd. “Hadal” bevat in het vocaal departement een gastbijdrage van Andreas Petterson (Armagedda, Stilla), tevens labelbaas van Nordvis Produktion dat zijn schouders onder Over The Voids… zette. En zo is de cirkel rond, want the Fall drumde Armagedda’s comebackplaat “Svindeldjup ättestup” in. Behalve in de akoestische afsluiter, begeeft The Fall zich quasi nergens op dun ijs want er wordt geen genreafwijkend gedrag vertoond. Desalniettemin is”Hadal” een sterke schijf die – net als de stalagtieten op het cover artwork – druipt van de passie en genegenheid voor het zwarte genre.

JOKKE: 82/100

Over The Voids… – Hadal (Nordvis Produktion/Malignant Voices 2020)
1. The pillar
2. One commandment
3. In the great war of nothing
4. Witchfuck
5. Stone vault astronomers
6. Prodigal king
7. A tribe with no mythology
8. Corridors inside a glacier
9. Thin ice

Evil Warriors – Schattenbringer

Nieuwe EP van Evil Warriors dacht ik zo op het eerste gezicht. Drie nummers en een titelloze outro prijken er op “Schattenbringer“, maar die outro blijkt een nummer van tweeëntwintig minuten te zijn, waardoor “Schattenbringer” met een speeltijd van driekwartier dus ook gerust als een langspeler kan bestempeld worden. En toch snap ik wel waarom de band met (ex-)leden van o.a. I I, Antlers en YounA deze release als een EP beschouwt. Er wordt namelijk wat met het bandgeluid geëxperimenteerd, want daar waar Evil Warrior op voorganger “Fall from reality” vrij rechttoe-rechtaan klonk, hebben de abstracte elementen van de albumcover nu hun weg gevonden in het bandgeluid. Zo doet opener “Fliege” met zijn Oost-Europese melancholie à la Drudkh gecombineerd met een psychedelische, licht atonale insteek, wat aan Turia denken. Destemeer daar de vocalen ook abstract ingevuld zijn en niet veel meer dan losse oerkreten lijken te zijn die echter wel het buikgevoel laten spreken. Domper op de feestvreugde is de sound van de basdrum die veel te bassig is en het evenwicht verstoort. In “Wahrheit” borduurt Evil Warriors nog verder op het geluid van de opener en heeft een melodieuze hypnotiserende leadpartij het de eerste minuten voor het zeggen. Tweeënhalve minuut voor het einde van deze negen minuten durende compositie lijkt het alsof het einde wordt ingezet, maar toch weet het kwartet het geheel terug aan de zwier te krijgen. Het titelnummer kan me aanvankelijk niet echt overtuigen, maar zodra de atonale leadpartij opduikt, wordt ik terug in deze compositie gezogen die hier een licht psychedelisch randje krijgt. De titelloze hekkensluiter start als een soort ode aan Pink Floyd maar de dronende soundscapes en echoënde gitaren lijken nergens heen te gaan. Halfweg slaat de verveling bij de drummer duidelijk toe en besluit die wat op zijn ride-cymbaal te tokkelen. Het doet vermoeden dat er iets op til is, maar dit verlangen naar een zwartgeblakerde catharsis wordt al snel opnieuw de kiem ingesmoord. Er was al geen inspiratie voor een titel en ook muzikaal is dit 20 minuten lang geneuzel en geëxperimenteer met als enige doelstelling de speelduur aan te dikken. Dit maakt het moeilijk om “Schattenbringer” naar waarde te schatten. Enerzijds ben ik wel getriggerd door de nieuwe elementen die Evil Warriors in de eerste drie nummers aanboort, maar aangezien de helft van de EP me niet weet te boeien, resulteert dit uiteindelijk toch in een vrij magere ‘zeven’.

JOKKE: 70/100

Evil Warriors – Schattenbringer (Into Endless Chaos 2020)
1. Fliege
2. Wahrheit
3. Schattenbringer
4. –

Turia – Degen van licht

De Nederlander O. is hier op Addergebroed allang geen onbekende meer. Als één van de oprichters van het Haeresis Noviomagi collectief voelden we hem eerder al aan de tand, en ook projecten als Lubbert Das, Nusquama, Iskandr en Solar Temple bleven niet onbesproken. Het collectief is dan ook koploper in de springlevende Nederlandse black metalscene en blijft de ene na de andere nieuwe release uitspuwen. Deze keer is het na een resem splits met onder andere Vilkacis en Fluisteraars tijd voor de derde langspeler van Turia, één van de eerste projecten die de cirkel voortbracht. Geïnspireerd door trektochten door de zuiderse Alpen brengt het trio via Eisenwald “Degen van licht” uit, waarop Turia’s kenmerkende repetitiviteit en blast beat-uitbarstingen terug alom aanwezig zijn. Ondanks de bewust lo-fi gehouden sound heeft “Degen van licht” de tot nu toe beste productie van een Turia-plaat meegekregen, waardoor de gitaar een pak scherper klinkt dan op voorgaande releases en het stofzuigereffect dat bijvoorbeeld “Dede kondre” kenmerkte wat naar de achtergrond is verdwenen. Na intro “I” laat “Merode” er alvast geen gras over groeien en schiet meteen recht in de roos middels een riff die dagen in je hoofd blijft hangen en waarop vocaliste T, die tevens de zang in Nusquama opneemt, haar eerste kenmerkende krijs naar buiten perst. Het moet gezegd, met haar rauwe krijsen vol wanhoop heeft T één van de meest karakteristieke stemmen die je heden ten dage in black metal tegenkomt. Ook op “Met sterven beboet” toont Lubbert Das-drummer J meteen hoe je een stroom aan blast beats toch interessant kunt houden en er een psychedelisch aandoende riff extra mee in de verf kunt zetten. Halfweg het nummer wordt iets meer ruimte gecreëerd voor zich herhalende melodie en wordt het tempo wat teruggeschroefd, zonder echter de flow te doorbreken en waarop O zelfs enkele Pink Floyd-achtige lijnen uit zijn gitaar perst. Opvallend is hoe O doorheen het constante tapijt van snelle riffs een hoop subtiele tremolo-riffs weet te weven, een constante op elke Turia-release en dus ook op “Degen van licht”. Na de bergpieken die de eerste twee nummers waren daalt het titelnummer wat af in een dal en toont Turia een meer melodieuze kant middels een trager tempo en langer uitgesponnen epiek, die zich zonder haast verder ontplooit als een glestjer die langzaam de helling afglijdt. Het moet niet altijd rammen en beuken zijn. “Storm” jaagt het tempo meteen terug de hoogte in en na een ambient intermezzo in de vorm van “II” eindigt het album met het dertien minuten durende “Ossifrage” dat zonder twijfel het meest gevarieerde en, simpel gezegd, beste nummer van de plaat is. Turia heeft de neiging zichzelf keer op keer te overtreffen en dat is dit keer niet anders. “Degen van licht” zit barstensvol riffs die dagen in je hoofd blijven nazinderen en straalt een beklemmende, desolate sfeer uit die je moeiteloos naar weidse dalen en bergkammen teleporteert. Ik heb alvast een plekje in mijn jaarlijst gereserveerd.

CAS: 92/100

Turia – Degen van licht (Eisenwald, 2020)
1. I
2. Merode
3. Met sterven beboet
4. Degen van licht
5. Storm
6. II
7. Ossifrage

Iffernet – Iffernet

De twee schedels en de dorre tak die op de zwart-witte hoes van Iffernet’s gelijknamige debuut prijken, weten de sfeer op de plaat perfect te capteren. Dit is immers een 41 minuten lang schouwspel vol wanhoop, moedeloosheid, rouw, verdriet, pijn en eenzaamheid waar de geest van Burzum meer dan eens doorheen waait, hoewel de sound van Iffernet wel een pak zwaarder en minder scherp klinkt dan op Varg’s essentiële platen. Iffernet is een Frans duo met leden die tot het La Harelle collectief behoren, een groep gelijkgestemde zielen die actief zijn in o.a. Mòr, Sordide, Telümehtår, The True Malemort en Void Paradigm. Nadat Turia reeds enkele shows met Sordide speelde, trekken de Nederlanders er nu weldra met Iffernet op uit om hun nieuwe plaat aan het Europese publiek voor te stellen. In het geval van Iffernet verscheen het debuut reeds eind vorig jaar via het voor mij onbekende WV Sorcerer Productions, maar Vendetta Records verzorgt de op til zijnde vinylrelease. Breathe Plastic Records denkt dan weer aan de tape liefhebbers. De black van Iffernet is gestript van overtollig vet en de muzikanten weten het interessant te houden door met verschillende tempo’s en gemoedstoestanden te spelen. Zo voelt het up-tempo “The knife and the rope” bijvoorbeeld veel gevaarlijker aan dan het droefgeestige mid-tempo “Crushing void“. Maar de contrasten zijn soms ook binnen één en hetzelfde nummer aanwezig. Zo evolueert “Unconquered suns” van een traag ritme en beheersd riffwerk naar een intense kwelling. Zowel drummer N. als gitarist B. krijsen de ziel uit hun lijf, maar de meest hese van de twee (die we o.a. in het reeds eerder aangehaalde “Crushing void” aan het werk horen) ligt me het minste. Ondanks de variatie die beide muzikanten in de muziek proberen te steken, hebben de zes nummers net wat te weinig om het lijf om in de overvloed aan releases het hoofd boven water te houden. Ik vrees dan ook dat deze release voor mij kopje onder zal gaan zonder ooit nog eens aan het wateroppervlak te verschijnen.

JOKKE: 70/100

Iffernet – Iffernet (WV Sorcerer Productions 2019/Vendetta Records 2020/Breathe Plastic Records 2020)
1. The tales of things to sink
2. Black flood
3. The knife and the rope
4. Crushing void
5. Unconquered suns
6. Far quest for a dead end

Ultha – Belong

Het Duitse Ultha hebben we vanaf diens oprichting in 2014 nauwlettend gevolgd. Zowat alle releases, met uitzondering van de allereerste rehearsal-tape, de split met Morast en de live-registratie op Roadburn, zijn aan onze kritische pen gepasseerd. Het gezelschap met leden van Planks, Goldust, Ghostrider, Atka, Curbeaters en Sun Worship hebben we gestaag weten uitgroeien tot misschien wel de interessantste black metal-band die er de afgelopen jaren bij onze oosterburen rondliep. Eerder deze week werd de nieuwe EP “Belong” op de mensheid losgelaten om kortelings daarna aan te kondigen dat de stekker er voor onbepaalde duur uitgaat met misschien enkel een kort ontwaken indien er zich interessante live-aanbiedingen voordoen. De output van het kwintet werd aan een moordend tempo uitgekakt, wat nu zijn tol eist. Lovenswaardig is echter dat deze creatieve maalstroom geen inboeting aan kwaliteit inhield. Er werden iets meer dan 200 minuten muziek gecomponeerd waarvan er 38 worden ingenomen door “Belong“. Gelukkig een vette kluif aangezien er ‘slechts’ twee songs op prijken. Deze – hopelijk voorlopige – zwanenzang verschijnt via Vendetta Records, het label dat Ultha op de undergroundkaart zette (enkel de laatste langspeler “The inextricable wandering” verscheen via het grotere Century Media). Wat ik altijd zo aan Ultha geapprecieerd heb, is hun tomeloze inzet, oprechtheid en volharding en de emotionele doorleefdheid die in hun black metal vervat zit (iets wat ik bij veel nieuwere bands toch wel mis). De triomfantelijk keys die zich vanaf de “Dismal ruins” EP een weg baanden doorheen hun zwartgeblakerde brok emoties, zijn ook nu weer van de partij en zetten de gevoelens van onvermogen, desoriëntatie en verstikkende eenzaamheid nog extra in de verf, voor zover de pakkende riffs en beklijvende vocalen de gevoelige snaar al niet wisten te raken. Ik heb de high pitched screams van zanger/bassist Chris Noir meer en meer weten te appreciëren en kan ze nu niet meer wegdenken. De diepere growls van gitarist/songschrijver Ralph Schmidt zorgen voor een aangenaam contrast en links en rechts werden ook geslaagde heldere zangpartijen toegevoegd. De eb-en vloed-aanpak resulteert in “No fire, only smoke” weer in een zinderende finale om duimen en vingers bij af te likken. “Constructs of separation” klinkt enorm duister, wat nog extra in de verf gezet wordt door de onheilspellende orgelklanken die in het begin van het nummer aangewend worden. Dit geflirt met gotische elementen maakt dat “Belong” muzikaal als het bruggetje gezien kan worden tussen het geniale “Converging sins” (2016) en de meer experimentele opvolger “The inextricable wandering” (2018). Wie de band nog eens aan het werk wil zien alvorens ze zich in een winterslaap wentelen, kan dat tijdens de lopende tour die op 7 december in Keulen eindigt op het Unholy Passion Fest waarop naast Ultha ook Turia, Naxen, Gold en Endstille van de partij zullen zijn. Ultha: you will be missed! Hopelijk vindt Ralph nu de tijd om het geniale Planks terug van onder de mottenballen te halen.

JOKKE: 89/100

Ultha – Belong (vendetta Records 2019)
1. No fire, only smoke
2. Constructs of separation

Ehlder – Nordabetraktelse

Bij de geweldige openingsriff van “Stridskall“, het eerste nummer van het debuut van Ehlder, moest ik meteen aan O’s gitaarwerk (Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Iskandr, …) denken. Wat een lekker opzwepende riff vol magisch gevoel krijgen we hier wel niet op ons afgevuurd! Creator van dienst is niet de Nederlandse duizendpoot maar de Zweed Graavehlder (vroeger gekend als Graav) die deel uitmaakt(e) van enkele cultacts zoals Armagedda, Lönndom en het recent herrezen LIK. Na enkele ogenblikken vergezellen heldere heroïsche gezangen de riffs en vragen we ons even af of dit een voorteken voor de ganse plaat “Nordabetraktelse” zal zijn. Even later scheuren krijsende vocalen deze heldere droom echter aan flarden. “Döden i en döende kropp” wisselt rockende partijen af met een repetitieve aanpak en begeestert de volle acht minuten. Ook de andere nummers zijn uit dezelfde bouwstenen opgetrokken. Graavehlder legt zo veel oude magie in zijn riffs dat zelfs de soms lange instrumentale passages blijven boeien en onder je huid weten kruipen. En met zijn stem produceert hij roepend gekrijs, verhalende zang, heldere uithalen, diepe heroïsche gezangen, mysterieus gefluister, … een interessante variatie die elk nummer verder inkleurt. Aan de oppervlakte voldoen zes van de zeven lange songs aan de stijlkenmerken van black metal, maar wie dieper graaft zal een heidens schoonheid ontwaren die gefundeerd is op archaïsche klanken, woorden en ideeën waarmee Graavehlder zijn innerlijke geest bevrijdt. Enkel het afsluitende “Varerytm i varganord” laat black metal achterwege en roept allerhande archaïsche natuurelementen op middels wolfnabootsende huilzang en rituele percussie. Stilistisch en conceptueel gezien kan je Ehlder als een extensie van Lönndom beschouwen en het zit op Nordvis vol gelijkgestemde zielen: Stilla, Saiva, Murg, … Aanrader voor fans van deze bands en het label!

JOKKE: 81/100

Ehlder – Nordabetraktelse (Nordvis Produktion 2019)
1. Stridskall
2. Ändlös
3. Döden i en döende kropp
4. Hedningadrapa
5. Gammelmod
6. Tagen
7. Varerytm i varganord

Imperial Cult – Spasm of light

Imperial Cult is het zoveelste speeltje van O, gitarist van Turia, Iskandr, Lubbert Das, Nusquama en Solar Temple. Zoals wel meer het geval is staat zijn partner in crime T (met de obligate fles rode wijn in haar hand) achter de microfoon. Trommelaar van dienst is deze keer Rene Aquarius die al heel wat vellen heeft gegeseld bij o.a. DungeönHammer, Horrid Apparition, Celestial Bodies, Dead Neanderthals, en Heavy Natural. Toch is Imperial Cult niet nagelnieuw want de band werd reeds in 2016 opgericht maar nu pas verschijnt een eerste release getiteld “Spasm of light“, een verwijzing naar het enige nummer dat op de tracklist prijkt, maar het is er wel één van maar liefst 34 minuten. Dit kolossale nummer werd via een livesessie in 2017 voor het nageslacht vereeuwigd. Stilistisch gezien is dit repetitieve trance black zoals persoonlijke favorieten als Fell Voices en Ash Borer die aan de overkant van de Grote Plas brengen, maar onvermijdelijk slopen er ook Turia-invloeden in. T’s vocalen zijn verre van de meest gevarieerde maar haar monotone screams complementeren de maalstroom aan furieuze riffs en knuppeldrums als geen ander. Deze monolithische compositie beweegt zich onverbiddelijk en onverzettelijk als een cyclonische beweging voort en vernietigt alles op haar pad. Wanneer het nummer rond de acht minuten stilvalt, blijkt dat van korte duur te zijn want we worden al snel getrakteerd op één van O’s vele monsterlijke gitaarriffs waarin zich altijd veel meer afspeelt dan wat op het eerste gehoor lijkt. Wanneer de gitaarorkaan een negental minuten later terug gaat liggen, maakt de wervelwind plaats voor een vibrerende sludgy doomriff. Als deze episode ten einde is, neemt de song een nieuwe wending aan waarbij het één en al zwartgeblakerde furie is. Vijf minuten voor het einde verzandt het trio in een bezwerende finale die een passend sluitstuk maakt aan een geweldige trip. Waar O het blijft halen is me een raadsel.

JOKKE: 85/100

Imperial Cult – Spasm Of Light (Amor Fati Productins/Haeresis Noviomagi/Sentient Ruin Laboratories 2019)
1. Spasm of light

Nusquama – Horizon ontheemt

Nu de Nederlandse black metal toch wel een groot profiel wordt aangemeten – niet verwonderlijk gezien de vele albums die de laatste tijd de revue passeren en de set van Maalstroom op Roadburn – krijgt ze ook een duidelijk eigen gezicht van ietwat ruizig geproduceerde (Nijmegen) of net zeer experimentele black metal (Utrecht). In die lijn valt ook Nusquama te catalogeren, een project dat zo goed als een dwarsdoorsnede is van deze twee scenes met leden die ook musiceren in, here we go: Laster, Fluisteraars, Turia, Solar Temple, Grey Aura, Lubbert Das, Iskandr en nog wat andere projecten. Incest wincest, zoals men in de Nederlandse (maar ook IJslandse) scene placht te zeggen. Op gitaar vinden we zo O. terug, die de riffs aaneenrijgt in een stijl die wat richting Iskandr doet denken. De ijselijke vocalen van T. klinken helderder dan haar zangwerk bij Turia en komen duidelijker naar voor in de heldere, koude en van franjes ontdane mix. Echter weet Nusquama zich met haar middellange songs (elk tussen vijfenhalf en zevenenhalf minuten) te onderscheiden van de hierboven genoemde bands, hoewel vooral de invloed van het Haeresis Noviomagi collectief opvalt. Wat ervoor zorgt dat Nusquama een meer gevarieerd project is, is echter de melancholie die door middel van mid-tempo, melodieus gitaarwerk doorheen alle songs waait (en waarvan het knappe “Vuurslag” een mooi voorbeeld is), en waarin de geprevelde insteek van Fluisteraars opvalt (“Eufrozyne” en zeker het magistrale “Ontheemd”). De samenwerking van deze muzikanten met verschillende muzikale achtergronden schemert als een constante doorheen dit debuut dat de naam “Horizon ontheemt” draagt, waardoor de Nederlandse scene alweer een nieuw gelaat toont dat zich voldoende onderscheidt om op zichzelf te kunnen staan. Persoonlijk mis ik hier en daar wat variatie in tempo en mochten sommige explosies een iets hoger in your face-gehalte hebben gehad, maar dat zou muggenziften zijn over een album dat me al ettelijke weken steeds opnieuw weet mee te slepen. Benieuwd wat de volgende verrassing van onze Noorderburen zal inhouden!

CAS: 86/100

Nusquama – Horizon ontheemt (Eisenwald 2019)
1. De aarde dorst
2. Wrevel
3. Vuurslag
4. Eufrozyne
5. Ontheemd
6. Met gif doordrenkt

Pa Vesh En – Cryptic rites of necromancy

De rusteloze Wit-Rus van Pa Vesh En slaat weer toe middels een nieuwe EP getiteld “Cryptic rites of necromancy“, de zesde release reeds in twee jaar tijd. Voor ongeoefende oren zullen zijn muzikale creaties als één pot doorweekte drek klinken, maar toch vallen er de nodige nuances te ontdekken in zijn gitzwarte getormenteerde output. Zo was er de miserabele gewelddadigheid van de demo’s “Knife ritual” en “Deathwomb“, de schijnbaar structuurloze uitingen op de “A ghost” EP en de split met Temple Moon en de onwelriekende rauwheid en verwrongen melodieën van langspeler “Church of bones“. De drie nieuwe auditieve kwellingen die we – op de intro na – op deze 7 inch gepresenteerd krijgen, klinken concreter, drukker en chaotischer (“The witness of ceremonial witchery“) en brutaler en gewelddadiger (“Raised from the grave“) dan ooit, maar doorheen de weergalmende en verontrustende golven van “Entwined with snakes” ontwaren we toch ook de nodige melodie die ons bij het nekvel grijpt maar tegelijk ook de stuipen op het lijf jaagt. Dit zes minuten durende nummer is misschien wel zijn beste tot op heden en zou liefhebbers van bands als Cepheide of Turia ook moeten kunnen aanspreken. Laat je niet afschrikken door de lo-fi frequenties en gekwelde krijsen van Pa Vesh En maar ga in zijn obscuriteit op zoek naar houvast en emotionele verbondenheid. Benieuwd naar de volgende stap die Pa Vesh En zal nemen op haar mistige pad richting verdoemenis.

JOKKE: 81/100

Pa Vesh En – Cryptic rites of necromancy (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Chants for the deceased
2. The witness of ceremonial witchery
3. Raised from the grave
4. Entwined with snakes