ulver

Koldovstvo – Ni tsarya, ni boga

Voor de release van Koldovstvo’s (Колдовство) debuut hebben we met een tripartite van doen waarbij ons eigenste Babylon Doom Cult Records samen met Extraconscious Records instaat voor de vinyl- en CD-release. Fólkvangr Records verzorgt de tapeversie. Veel is er niet geweten over deze Russische band waarvan de naam zo veel als “hekserij” of “tovenarij” betekent, niets eigenlijk. We zouden kunnen speculeren of de gelijknamige frontvrouw van het Canadese Sortilegia hier iets mee te maken heeft, daar zij van Russische origine is, maar we doen het niet. De drie schimmen op de achterzijde van de hoes is waar we het mee dienen te stellen. Heerlijk dat mystiek en anonimiteit in deze dagen überhaupt nog mogelijk is. Zes composities prijken er op debuut “Ni tsarya, ni boga” (“Ни царя, ни бога” ofte “Noch de tsaar, noch God” of “no Gods, no masters” als je wil) waarvan de laatste dienst doet als outro. Wat meteen opvalt als het eerste nummer uit de boxen schalt, is de ijle, vluchtige en winderige sound die klinkt alsof het gitaarwerk met extra veel eiwit opgeklopt is om het geheel extra luchtig te houden. We moeten bij dit type productie meteen aan NLBM-bands als Laster of Vuur & Zijde denken, aan die eerste des te meer daar de bezeten suïcidale screams ook high-pitched en ijl klinken. De veelvuldig ingezette heldere zang verraadt dan weer een gezonde dosis oude Ulver adoratie maar ook het minder gekende Bak De Syv Fjell mag hier zeker niet onvermeld blijven. De knipoog naar een band als Laster lijkt me bij momenten zo groot dat ik haast Nederlandstalige woorden meen te ontwaren in de heldere gezangen. Of is het toch Russisch? Het spookt in mijn gedachten. De lage tonen komen pas door als de volumeknop een heel eind opengedraaid wordt en dan klinken ze al snel wollig en missen wat definitie. Voor de rest past deze specifieke ietwat lofi-achtige productie deze behekste vorm van black metal als gegoten. De Russische folkloristische touch komt vooral naar voor in de spoken word samples van “IV” en in het cleane glimmende gitaargetokkel dat vrij prominent in de mix staat, een hallucinogeen effect uitoefent en boven de intrigerende mystieke riffs uittorent. Melodieuze, glinsterende en bijwijlen triomfantelijk tonen stijgen als het ware wonderbaarlijk op, samen met een koor van echoënde zingende stemmen die jammeren en huilen, uit de verte aan komen zweven en weer als een zeebriesje verdwijnen. De atmosfeer wisselt tussen mysterieus, rauw, romantisch, spookachtig, bovennatuurlijk en glimmend. Het levert een gloed van schoonheid op te midden van een brok dreiging en ellende. Deze emotionele tweespan komt ook naar voor in het intrigerende schilderij dat de cover siert en waarvan ik graag de uitvoerende kunstenaar zou kennen, maar aangezien Koldovstvo dweept met mysterie dien ik mijn verbeelding de vrije loop te laten gaan op de penseeltrekken die in een goudgele gloed ondergedompeld zijn. We zien een elegante en wellustige vrouw die half ineengedoken op haar bed staat, met haar rug tegen de muur gekeerd. Haar slaapkamer is gevuld met water dat via het raam naar binnen stroomt en ratten die weldra aan haar tenen zullen komen knabbelen. Is dit het startschot van de zondvloed? Haar matras lijkt wel een zinkend schip waarop ze zich reddende dient te houden en, ook al kunnen we de emoties niet op haar gezicht aflezen, we ontwaren een beangstigende visie van schoonheid en gevaar die perfect gealigneerd is met de muziek van Koldovstvo. “Ni tsarya, ni boga” is een intrigerende gevoelsplaat voor liefhebbers van de aangehaalde Nederlandse en Noorse referenties maar ook van romantische Oekraïense of Poolse acts of het wat avontuurlijkere Circle Of Ouroborus.

JOKKE: 87/100

Koldovstvo – Ni tsarya, ni boga (Babylon Doom Cult Records/Extraconscious Records/Fólkvangr Records 2021)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI

Sagenland – Oale groond

Sagenland, een project van Batr (Asgrauw en Meslamtaea) en Herjann (Uuntar, Cultus en Heimdalls Wacht) uit 2005, is weer tot leven gekomen. Destijds is er slechts één split met het Duitse Vargsang uitgekomen. Batr en Herjann zijn toen verder gegaan met het veel meer etherische Annwfyn. Dat project heeft ook slechts één EP uitgebracht, in 2014. Na zestien jaar is het nu dan eindelijk tijd voor de tweede release van Sagenland. De wil om er eerder wat mee te doen is er altijd wel geweest, maar zowel Herrjan als Batr kwamen gewoon tijd te kort. Sagenland maakt black metal geïnspireerd door traditionele Scandinavische black metal, zoals Ulver, Arckanum en de oude Dødheimsgard. Er zit een flinke dosis folk in en er is een leidende rol voor melodische, bijna proggy, baspartijen en akoestische gitaren. Het album is kort en als ik zo de titels van de nummers bekijk, zijn de drie nummers van de split ook opnieuw opgenomen voor deze release. Thematisch leunt deze langspeler op de historie en tradities van het Twenter land. Dit doet mij denken aan het drieluik van Sivyi Yar: “The dawns were drifting as before” (2013), “From the dead villages’ darkness” (2014) en “Burial shrouds“ (2015). Sivyi Yar maakt meer atmosferische black metal echter. Elementen daarvan kan je ook Sagenland niet ontzeggen, maar deze plaat is toch meer pagan black metal van de tweede generatie uit Scandinavië. Ik hou normaal gesproken maar matig van dit soort black metal. Ik vind het vaak wat eendimensionaal en de meeste van deze bands kunnen mijn interesse ook echt niet vasthouden. Dan zou je zeggen dat ik hier misschien ook niets mee kan. Niets is minder waar. Er zitten namelijk wat verrassende elementen in. De baslijnen zijn heel modern, en zouden niet misstaan bij een plaat van de nieuwe lichting Nederlandse black metal. De variatie tussen de nummers is ook groot en misschien wel (voor iemand die dus niet bijzonder houdt van dit soort black) het grootste pluspunt: het is een heel compact album. Geen van de nummers duurt langer dan iets van vijfeneenhalve minuten. Gecombineerd met de akoestische tussenstukken, die significant korter zijn dan de nummers, kom je dus op een looptijd van nog geen 33 minuten. Daarbij zitten er wat elementen in die gedeeld worden met de Slavische atmosferische blackmetalbands zoals de eerder genoemde Sivyi Yar en Drudkh. Bands die ik erg waardeer. Daarnaast vind ik de hoorns in het intro met hun interpretatie van “Last post” een heel goede vondst, zonder “cheesy” te worden. Zijn er dan helemaal geen negatieve punten? Nou ja, wel eigenlijk: ik vind regelmatig de zang wat weggemoffeld, er zijn net even teveel rustpunten op de plaat, en van mij hoeven de koortjes ook niet. Stoor ik me daar dermate aan dat ik het niets vind? Nee, ik kan hier wel wat mee: variatie in de nummers, verrassende elementen, een beetje folky atmosfeer. Het is een plaat die ik nog wel vaker op zal zetten.

MISCHA: 75/100

Sagenland – Oale groond (Heidens Hart Records, 2021)
1. Weer thuus
2. De jammerklachten van Singraven (eerste deel)
3. De jammerklachten van Singraven (tweede deel)
4. Veur de leu van vrogger
5. Bladval
6. In ’t bos
7. Van eigen land
8. Botte bijlen
9. ’t Leste gedicht (Twentse earde)
10. Terug noar et laand van aleer

Antzaat – For you men who gaze into the sun

Antzaat is een oud-Nederlands woord. Het betekent ‘hatelijk’ of ‘vijandig’. Als je antzaat bent, dan ben je vooral ‘tegen.’ De Belgische band Antzaat is in 2015 opgericht om de ‘creatieve frustraties van de leden kwijt te kunnen.’ Vocalist en gitarist Ronarg zit ook nog in Ars Veneficium. De andere leden hebben hun sporen vooral buiten de black metal verdiend. De band haalt hun inspiratie vooral uit bands uit de jaren ’90, bijvoorbeeld Sargeist, Behexen, Satanic Warmaster, Darkthrone en Ulver. Afgelopen oktober hebben ze hun tweede release uitgebracht nadat ze in 2017 debuteerden met de EP “The black hand of the father“. Het gaat om hun eerste langspeler met de naam “For you men who gaze into the sun.” Deze plaat is uitgekomen via Immortal Frost Productions van Ars Veneficium medelid Surtur. Ik moet bekennen dat mij de moed in de schoenen zonk bij het opzetten van de plaat. De intro stoot mij danig tegen het zere been. Ik ben groot fan van kerkorgels, maar voor mij is de eerste anderhalve minuut van de plaat een gruwel. Een kerkorgel is voor mij een imposant instrument, waar ook imposante muziek mee wordt gemaakt. Groots, overdonderend, dramatisch, dat zijn voor mij de kenmerken van orgelmuziek. De intro van de plaat biedt niets van dat alles. De plank wordt mijns inziens, volledig misgeslagen. Het intro biedt mij geen spanningsboog, geen drama en vooral geen overdondering. Gelukkig is dit ook letterlijk het enige zwakke punt van de plaat. De opener “Between the beginning and the end” doet mij denken aan het latere werk van Lutomysl, wat mij positief stemt. IJzige tremolo gitaren, een geprononceerde baslijn, episch slepend mid-tempo drumwerk doet mijn hart weer opleven. Ik hou van gelaagde muziek. De dissonante melodielijnen van de gitaren worden perfect ondersteund door de bas en drums en ook de vocalen voegen toe aan de dynamiek. Er is ruimte voor bijna heavymetal-achtige riffs, vooral in “For you men who gaze into the sun”. De plaat staat bol van variatie en melancholische epiek. De productie, in handen van Wolfthrone Studios uit Finland, is ronduit fantastisch. Voor mensen met nostalgie naar de jaren ’90 melodische black, maar dan met betere productie, kan je niet misgrijpen met deze plaat. Alleen dat intro… Na een aantal keer luisteren snap ik dat intro nog minder goed. Koop deze plaat en skip het intro is mijn advies.

MISCHA: 80/100

Antzaat – For you men who gaze into the sun (Immortal Frost Productions 2020)
1. Intro
2. Between the beginning and the end
3. For you men who gaze into the sun
4. Crown of concrete
5. Through the eyes of a rotten mind
6. Radiant fire
7. Veil of darkness
8. Man made flesh made God machine
9. And this day shall come again

Ymir – Ymir

Dit self-titled debuut van het Finse Ymir is er niet zonder slag of stoot gekomen. Voor de oprichting van de band moeten we zo’n 22 jaar terug de tijd in gaan en al vrij snel volgde dan in 1999 de eerste demo “Trollsword“. Daarna werd het echter muisstil daar de broers Vrasjarn en Lord Sargofagian hun pijlen richtten op andere bands zijnde Baptism, Profetus en nog een hele resem andere namen. In 2006 kwam Ymir terug uit een van de duizenden Finse meren boven water wat resulteerde in de “Silvery howling” demo. Lead gitarist T. Pölkki was echter niet langer van de partij. Opnieuw werd Ymir lange tijd in het vriesvak geplaatst, maar nu is er dan toch eindelijk die langverwachte eerste volwaardige langspeler. De huilende wolven en andere nocturnale klanken die “Pagan mysticism” inluiden, dragen vanaf de eerste seconde bij tot het mystieke karakter van Ymir’s zwartmetaal. Hoewel de robuuste en bruisende zwartgeblakerde composities van Ymir zeker Finse trekjes vertonen, kan er ook een Ancient Records atmosfeer onder de dikke sneeuwlaag waargenomen worden. Deze plaat is immers een puur, traditioneel en gepassioneerd eerbetoon aan de jaren ’90 waarmee het duo aantoont dat het heidense vuur verre van ondergesneeuwd is en nog steeds brandt. De toepasselijk getitelde stampende afsluiter “Resurrection of the pagan fire” is een oudje van de tweede demo dat hier voor een passend sluitstuk vormt en – ondanks zijn iets meer venijnige aard – perfect aansluit bij de vijf nieuwere composities die wat meer op sfeer inzetten. Cryptische keyboards ondersteunen waar nodig de nobele tremolo gitaarriffs die de poorten van ons oude bewustzijn wagenwijd open trekken en krijsende vocalen weerklinken als kraaigeschal doorheen de besneeuwde gitzwarte bossen. Het is niet enkel hoog gekrijs dat weerschalt, maar ook diepere uithalen en sporadische cleane zang of verhalende passages behoren tot het vocale pallet van drummer Lord Sargofanian. De ritmes en tempo’s bezitten een stuwend karakter en voor slepende repetitiviteit is hier geen plaats. Voor mysterieuze, expressieve, dynamische en licht epische black wel. Het melodisch beklijvende en eerder mid-tempo “Winterstorms” bevat heel wat heldere zang die ons aan Ulver’s blackmetalverleden doet denken. Tijdens dit nummer wanen we ons als het ware mee als figurant op de albumcover, niet om een sneeuwbalgevecht met het illustere heerschap te starten (die bijl zal ons immers meteen in mootjes hakken), maar eerder om samen door de eindeloze duisternis te langlaufen met “Ymir” als soundtrack.

JOKKE: 83/100

Ymir – Ymir (Werwolf Records 2020)
1. Pagan mysticism
2. Silvery howling
3. Ymir
4. Frostland conqueror
5. Winterstorms
6. Resurrection of the pagan fire

Shagor – Sotteklugt

Ik heb het best wel voor bands die Oud- of Middelnederlandse woorden in hun titels gebruiken of neologismen uitvinden om hun titels een wat antieke bijklank mee te geven. ’t Nederlands is een rijke taal en het moet nu eenmaal niet altijd in het Engels of Noors te doen zijn. Die roep werd vooral bij onze noorderburen gehoord, getuige een indrukwekkende resem Nederlandstalige releases van onder andere Wederganger, Laster en Fluisteraars. Aan dat rijtje wordt Shagor toegevoegd, dat hun eerste plaat “Sotteklugt” (wat een titel!) via het immer sympathieke Babylon Doom Cult Records ter wereld brengt. Jo Versmissen gaat er prat op dat hij met zijn label enkel releases uitbrengt waar hij zelf volledig achter staat, en in het geval van Shagor slaat hij wederom niet naast de bal. Naast de hiervoor genoemde bands worden door Shagor en het label ook referenties aangehaald zoals Ulver ten tijde van het magistrale “Bergtatt” en ook Aversio Humanitatis, maar dan op zeer melodieuze wijze met langdurende opbouwen. Langdurig, niet langdradig, want de vier volwaardige nummers die op “Sotteklugt” prijken zijn elk op zijn minst een kleine zeven minuten lang. Daartussen vinden we nog “Verdoolde hemelbol”, een drietal minuten akoestische gitaar met dromerige zang, die even respijt geeft vooraleer “Dodendans” middels dragend gitaarwerk en een hoog tempo er een einde aan breit en met momenten – zeker dankzij de cleane zang die afwisselt met hese screams – zelfs even parallellen trekt met Woods of Desolation of Austere. Dit ook niet in het minst omdat “Sotteklugt” vol zit van tremoloriffs die wel uit een postrocknummer lijken weggelopen te zijn en de ganse plaat lang een heel dromerige, atmosferische en haast zweverige toon neerzetten. Met opener “Schemerzever” wordt meteen volle gas gegeven en komt inderdaad die knipoog naar Fluisteraars om de hoek kijken in de vorm van stuwend gitaarwerk. Halfweg wordt het tempo wat teruggeschakeld en wordt het repetitieve – ietwat ruizig en toch modern geproducet, trouwens – gitaarwerk doorspekt met akoestische tokkels die godbetert zelfs wat aan Lifelovers “Pulver” doen denken. Niet dat deze referenties ernaar hinten dat Shagor een DSBM-plaat heeft geschreven, maar wel dat “Sotteklugt” dezelfde melancholische emotionele intensiteit bezit die hiervoor vermelde bands als handelsmerk uitdragen. Shagor straalt naast melancholie ook verbetenheid uit en dit door middel van bijna catchy hooks die her en der opduiken, zoals iets voorbij de tweede minuut van “Nachtdwaler”: zo’n riff die meteen je aandacht opeist en even voor niets anders ruimte laat. Ook in “Respijt” komen er van die oorwurmen terug – naast het feit dat hier ook de bas een welverdiende plek opeist en het kwartet plots wel zeer venijnig uit de hoek weet te komen. Shagor mag dan misschien wat traditioneler klinken dan veel wat we heden ten dage uit Nederland voorgeschoteld krijgen, maar blijft gedurende de kleine veertig minuten heel consistent in thematiek en sfeer waarbij vooral de warme leads en de variatie in zang opvallen. ’t Moet niet altijd vernieuwend zijn om beklijvend te kunnen zijn, en dat heeft Shagor goed begrepen. De warme, heldere en vrij moderne productie draagt toch een rauw kantje met zich mee en dat voelt aan alsof Shagor niet gewoon een ode aan melancholische black metal van een goeie twintig jaar geleden brengt, maar hun debuut net in die mindset van weleer heeft geschreven. Shagor haalt her en der de mosterd, maar heeft duidelijk een eigen visie en smeedt deze elementen doelbewust om tot een eigen stijl, sound en identiteit. Authenticiteit boven alles, en daaraan is er bij Shagor alvast geen gebrek.

CAS: 85/100

Shagor – Sotteklugt (Babylon Doom Cult Records 2020)
1. Schemerzever
2. Nachtdwaler
3. Respijt
4. Verdoolde hemelbol
5. Dodendans

Vital Spirit – In the faith that looks through death

En de award voor ontdekking van de maand gaat naar Vital Spirit, een spiksplinternieuwe band waarachter echter twee mannen met heel wat ervaring schuilgaan. Zanger/gitarist/bassist Kyle Tavares (o.a. Seer en live muzikant voor Wormwitch) en drummer Israel Langlais (o.a. Wormwitch) deden muzikale inspiratie voor dit nieuwe project op tijdens de Amerikaanse tourns van Wormwitch in 2018 en 2019 en werden daarbij sterk beïnvloed door de landschappen en geschiedenis. Het fijne aan “In the faith that looks through death” is niet alleen het prachtige hoesontwerp maar ook dat deze EP met een speelduur van slechts 17 minuten in staat is een frisse wind doorheen het black metal landschap te laten waaien, een broeierig hete woestijnwind wel te verstaan want de winderige invloeden van het Wilde Westen zijn alom vertegenwoordigd in de zwartmetalen basis van de vier nummers. Zo lijken de gitaarmelodieën regelrecht uit één of andere jaren ’60 Spaghetti Western film te zijn geplukt. De sfeer die de muziek uitstraalt past dan ook perfect bij thema’s zoals Mayaanse kosmologie en geschiedenis, de rol van Pancho Villa (ook wel de Centaur van het Noorden genoemd) in de Mexicaanse revolutie en Wovoka’s Ghost Dance, een eeuwenoud spiritueel ritueel bij Indiaanse stammen in de VS. Tekstuele inspiratiebronnen vormen de woorden van Wovoka, Patti Smith, de Mayaanse orakelpriester Chilam Balam, Townes Van Zandt en de corridos (Mexicaanse muziekstijl waarin de daden van helden of criminelen bezongen worden) van de Mexicaanse Revolutie. Het verweven van die Spaghetti Western invloeden voelt nergens geforceerd aan maar vloeit op een interessante manier over in de felle black metal van het duo. Vital Spirit’s muziek is als een cocktail aan muzikale invloeden waarin namen als de recent overleden Ennio Morricone, Taake, Earth, Ulver, Marty Robbins, Dissection, Drudkh en Wovenhand hoorbaar zijn. “Harrowing ballads imbued with the enduring spirit of the Americas” noemen ze het zelf. Écht vernieuwend is het mengen van Americana en Spaghetti Western met black metal niet want een Volahn en andere Black Twilight Circle bands, een Cobalt of Devil With No Name gingen Vital Spirit al voor, maar nog nooit hoorde ik zo’n perfecte blend waarbij kippenvel 17 minuten lang gegarandeerd is. “In the faith that looks through death” is de eerste release op Tavares’ eigen label Hidden Tribe Records. Het wordt een tape waarop ik als een bezetene ga jagen. Vendetta zal de vinylrelease later op het jaar verzorgen. ¡Viva la revolución!

JOKKE: 85/100

Vital Spirit – In the faith that looks through death (Hidden Tribe Records/Vendetta Records 2020)
1. Heart of sky
2. Centaur
3. Face of the sun
4. Ghost dance

Sun Of The Sleepless/Cavernous Gate – Split

Ik ben niet geweldig lenig en verslijt nogal wat broeken, dus zijn splits doorgaans niks voor mij. Maar voor deze release maak ik graag een uitzondering, gezien ik beide heren ken en de muziek aan te bevelen is. De eerste vijf tracks zijn op naam van Sun of the Sleepless, het atmosferische “black metal” project van Marcus Stock/Ulf Theodor Schwadorf (Empyrium,The Vision Bleak, Ewigheim, Noekk, …). Naar verwachting schotelt de man slepende riffs voor gemengd met akoestische gitaren, ambient synths, screams en zweverige clean vocals. Het geheel klinkt duister, maar toch folky, sfeervol en toch ruw. Invloeden komen natuurlijk van zijn eigen projecten, maar ook bands als Winterfylleth of het vroege Ulver kan je erin herkennen. Beetje jammer dat enkel “The lure Of Nyght” en “To the moon on summer eves” langer zijn dan drie minuten en metal bevatten, maar al bij al een mooi tussendoortje. het tweede deel van het album is voor Cavernous Gate van Sebastian Körkemeier/Alsvartr (Helrunar, …). Dit is zijn eerste release en die begint met een wat vreemde Hammond-aandoende intro, maar wordt prompt gevolgd door vrij traditionele doom/black metal. Ook deze tracks bulken van sfeer. Mid-tempo riffs die nergens verrassen, maar erg goed in het gehoor liggen, worden begeleid van wat retro aandoende synths, een degelijke cleane stem en een ruwe, lage scream. Het is een sterk debuut dat slaagt in het vermengen van de vermelde invloeden. De productie van beide delen is kwalitatief, zonder gelikt te zijn. Het artwork is middelmatig, maar passend. Misschien omdat het een split CD is en beide projecten niet echt blaken van de originaliteit, mis ik wel iets. Desondanks zou ik zeker iedereen aanraden eens te gaan luisteren. Afzonderlijk krijgen beide bands een mooie acht toebedeeld, maar het geheel net iets minder omdat het in die configuratie wat teveel sleept.

Xavier: 78/100 (Sun Of The Sleepless: 80/100; Cavernous Gate: 80/100)

Sun Of The Sleepless/Cavernous Gate – Split (Prophecy Productions 2019)
1. Sun of the Sleepless – Wovon Wölfe träumen
2. Sun of the Sleepless – The lure Of Nyght
3. Sun of the Sleepless – Fall of the lonesome
4. Sun of the Sleepless – To the moon on summer eves
5. Sun of the Sleepless – Kristall
6. Cavernous Gate – Seclusion
7. Cavernous Gate – Those who walk the fog
8. Cavernous Gate – Amongst decayed grass
9. Cavernous Gate – A pale shimmer in the dark

Asgrauw – IJsval

Vierde langspeler reeds voor het Gelderse Asgrauw en toch is “IJsval” mijn eerste échte kennismaking met de band. Als het vorige werk van een even grote kwaliteit is als wat deze zeven nieuwe nummers laten horen, is het zonde dat ik het trio nu pas op mijn radar kreeg. Asgrauw speelt immers midden jaren ’90 black metal zonder al te veel tierlantijntjes (hoewel toetsen wel subtiel ingezet worden) en met melodieën die onder je huid kruipen. De mid-tempo tweede helft van de titeltrack is hier een prachtig voorbeeld van. Maar denk nu niet dat het hier de romantische tour opgaat, want drummer Batr duwt aan het begin van dit nummer het gaspedaal serieus in. Een compliment gaat uit naar de songschrijver(s) want echt elk nummer heeft een eigen identiteit. Niet alleen door het variëren qua tempo, maar ook gitarist Vaal en bassist Kaos weten hoe ze hun stemmen moeten inzetten om een bepaald gevoel neer te zetten dat perfect past bij de songtitel en atmosfeer die de muziek uitstraalt. In agressieve nummers zoals het beukende “Nevel” of het vurig intense “Broeihaard” dat de boel in lichterlaaie zet, laten ze hun stembanden raspend krijsen, terwijl meer melodieuze songs als “Stortvloed” door heldere of semi-cleane zang ondersteun worden, maar ook eerder verhalende vocalen passeren de revue. Muzikaal gezien vallen invloeden van een Taake niet te ontkennen, luister maar eens naar de meer folky riffs in opener “Leeg“, maar ook oude-Ulver lijkt de band niet vreemd te zijn. “IJsval” is trouwens een vlag die de lading behoorlijk dekt want de stalactieten bengelen aan het gros van de grimmige riffs. Dikke duim omhoog voor Asgrauw. Oh ja, de vorige platen bleken ook dik de moeite waard te zijn!

JOKKE: 84/100

Asgrauw – IJsval (Death Kvlt productions 2020)
1. Leeg
2. IJsval
3. Nevel
4. Stortvloed
5. Broeihaard
6. Heilloos
7. Wanorde

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Of Blood And Mercury – Strangers

And now for something completely different. Wat krijg je als je (ex-)leden van Enthroned, Emptiness, Bathsheba en Serpentcult samen een band laat oprichten? “Dat moet wel iets heavy zijn”, hoor ik u al denken. Wrong guess! Veel metalheads hebben immers – tussen alle grafherrie door – nood aan meer rustgevende klanken. Dat geldt dus ook voor de muzikanten van Of Blood And Mercury, een Brusselse darkpop-band die werd opgericht door gitarist/keyboardspeler Olivier J.LW en frontvrouw Michelle Nocon waarbij ze hulp krijgen van Jonas Sanders (Emptiness, Pro-Pain) op drums en David Alexandre Parquie (Luminance) op basgitaar. Of Blood And Mercury’s muziek valt dus buiten de doorsnee genres waarover jullie gewend zijn op Addergebroed te lezen, maar toch ben ik ervan overtuigd dat hun eerste drie-songs-tellende EP bij een deel van onze lezers in de smaak kan vallen. Openen doet Of Blood And Mercury met haar meest poppy song en dan kan een sterk refrein natuurlijk niet ontbreken. “Dusty words remember a lost cause. A feeling of a half filled glass. Half poison, half wine. Half bitter, half sweet. some steel, some rust, some victory.” zingt Michelle op een tedere en gevoelige manier waarbij haar zang kippenvel bezorgt wanneer de hogere regionen opgezocht worden. De woorden spookten reeds na de eerste luisterbeurt nog dagenlang door mijn hoofd. Het is een triphop song waar Hooverphonic jaloers op zijn en waarin Michelle’s voorliefde voor een zangeres als Lana del Rey duidelijk naar voor komt. “Walk the void” wordt dan weer opgeëist door de ritmesectie met interessante percussie en een pulserende bas. Het Noorse Ulver en diens magistrale “The assassination of Julius Ceasar” is hier qua dromerige sfeer en soundscapes nooit veraf. De ambient- en elektronicageluiden die de achtergrond van “Estranged” kleurgeven, doen me meteen aan recente Katatonia en diens nummer “Vakaren” denken. De mysterieus sensueel klinkende zang van Michelle werkt traag op je gestel in en bij momenten leunt ze dicht aan bij een Cristina Scabbia zoals die op de oude Lacuna Coil-platen klonk, maar ook Madonna in een nummer als “Frozen” spookt door mijn hoofd. Jonas tilt het nummer vol ’80 synthpop en new wave met vinnige percussie nog naar een hoger niveau. De eerste luisterbeurten vond ik het Twin Peaks-achtig sfeertje van “Walk the void” en “Estranged” net iets té vrijblijvend klinken vergeleken met de opener. Als je echter voor de muziek gaat zitten en eens aandachtig luistert, zal je merken dat de minder poppy-songs uiteindelijk ook hun geheimen prijsgeven en nu zelfs mijn favorieten zijn. Benieuwd welke richting Of Blood And Mercury op haar debuut zal uitgaan. Indien ze meer poppy-songs schrijven, zou dit best nog wel wat potten kunnen gaan breken, zonder hierbij aan integriteit te moeten inboeten. Wie acts als Daughter, Cigarettes After Sex, Moonbeast (ex-Lighthousing) of Julie Cruise weet te appreciëren, moet Of Blood And Mercury zeker eens een kans geven.

JOKKE: 85/100

Of Blood And Mercury – Strangers (Eigen beheer 2019)
1. Strangers
2. Walk the void
3. Estranged