ulver

Emma Ruth Rundle – On dark horses

Roadburn zondag 23 april 2017. Compleet in extase door het sublieme optreden van Ulver verlaat ik de grote zaal van 013 en zie aan de Green Room een massa mensen staan kijken naar de performance van Emma Ruth Rundle. Ik steek mijn kop half binnen en wordt nogmaals weggeblazen, ook al zie en hoor ik maar de helft van het laatste nummer van haar setlist. Emma staat moederziel alleen, enkel vergezeld van haar gitaar op het podium en weet een zaal vol bebaarde en getatoeëerde muziekliefhebbers muisstil te krijgen. Meer heeft deze singer songwritster niet nodig om mij en vele anderen te overtuigen. Nadien heb ik het nummer “Real big sky” al minstens honderd keer beluisterd en telkens denk ik terug aan die magische kennismaking. Eens terug thuis ga ik op zoek naar haar werk. Ik schaf in sneltempo haar platen “Some heavy ocean” (2014), “Marked for death” (2016) en de samenwerking met Jaye Jayle getiteld “The time between us” (2017) aan. Het instrumentale album “Electric guitar one” vind haar weg naar mijn collectie later. Ik heb ook aan één noot genoeg om de EP en langspeler van haar voormalige band Marriages aan te schaffen. Dit bleek de verderzetting te zijn van postrock band Red Sparowes, maar die platen stonden reeds in mijn platenkast. De folkgaze van haar band The Nocturnes, doet me dan weer minder. Ik zie de Amerikaanse nadien drie keer live aan het werk en telkenmale weet ze mijn hart en ziel te veroveren of het nu onder begeleiding van haar liveband is of solo. Het knappe aan de liedjes van Emma is immers dat ze ook in hun puurste akoestische vorm overeind blijven en met de nodige beleving gebracht worden. Dat ze er een naarstig werktempo op nahoudt, blijkt uit het feit dat we middels “On dark horses” opnieuw vers werk voorgeschoteld krijgen en dat terwijl de in Louisville gebaseerde zangeres bijna voortdurend op tour is. Emma wordt op deze derde langspeler bijgestaan door drummer en percussionist Dylan Naydon (Wovenhand), bassist Todd Cook (Jaye Jayle) en Evan Patterson ofte mister Jaye Jayle himself op gitaar, piano en zang. De verwachtingen zijn als fanboy natuurlijk hoog, torenhoog. De plaat opent met de eerste single “Fever dreams“, een song over angsten (“A life spent uneasy, in pieces, always in pieces here/ A life rent out completely, release me away from fever dreams.“) waarin invloeden van de goth-folk van labelgenote Chelsea Wolfe doorschemeren. Extreem emotioneel en traag opbouwend naar een meer verheven einde. In “Control” is de reverb alom tegenwoordig waardoor deze song perfect op Marriages’ “Salome” had kunnen staan. In tweede single “Darkhorse” wordt de innemende stem van Emma bijgestaan door een mix van donkere Americana, mineur akkoorden en een goth-grandeur met bovendien veel aandacht voor percussie. Het was het eerste nummers dat voor de nieuwe plaat geschreven werd en als emotionele blauwdruk voor de rest van de nummers gold. “In the wake of weak beginnings, we can still stand high” horen we Emma zingen, een tekstregel die verwijst naar het volharden in de nasleep van een groot trauma. Het eerste trio songs is reeds voldoende om het album te doen slagen en ook de andere nummers weten te overtuigen of het nu een meer intieme song zoals “Races” is of het groots klinkende en meezingbare “Dead set eyes“. Op de tweede helft van de plaat valt “Light song” nog op, een – in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden – donker, psychedelisch en meeslepend nummer waarop Emma vocaal bijgestaan wordt door de zware, intrigerende stem van Evan, tevens vormgever van de plaat én haar man in spe. “You don’t have to cry” sluit af en is misschien wel het meest breekbare en ontroerende nummer van “On dark horses“. Hoewel de “dark horses” symbool staan voor de familiale tragiek, verslavingen en mentale problemen van Emma, schijnt er steeds een hoopvolle boodschap door in haar muziek en teksten. Ik ben er zeker van dat veel luisteraars kracht zullen putten uit deze knappe, pakkende plaat of er een luisterend oor in zullen vinden.

JOKKE:  91/100

Emma Ruth Rundle – On dark horses (Sargent House 2018)
1. Fever Dreams
2. Control
3. Darkhorse
4. Races
5. Dead set eyes
6. Light song
7. Apathy on the Indiana border
8. You don’t have to cry

Over The Voids – Over the voids…

In het black metal wereldje lopen meer nostalgische figuren rond die een ode willen brengen aan de gloriedagen van jaren negentig black metal dan dat er visionairs tussen zitten. Zo ook de Pool Michał Stępień, beter bekend als The Fall van Medico Peste en vroeger actief in Mord’A’Stigmata, die zijn liefde voor de ijskoude duisternis van Darkthrone’s “Transylvanian hunger” en de dromerige landschappen van Ulver’s “Bergtatt” als aanleiding zag voor het oprichten van zijn nieuwe geesteskindje Over The Voids. De catchy melodieën van de twin gitaren staan centraal in de vier lange songs die op zijn solodebuut prijken en creëren een melancholische mood naar vervlogen tijden. Serene cleane vocalen en akoestische gitaren geven extra cachet aan de traditionele en grimmige black, die echter klinkt als een klok. Geen stofzuiger- of keldersound hier! Door de transparante, moderne maar niet té afgestofte productie van M (Mgła) horen we dat The Fall goed overweg kan met (bas)gitaren en drums en ook als zanger staat hij best zijn mannetje. Hoewel Michał meestal screams uit zijn strot perst, hanteert hij ook sporadisch een cleane zangstem zoals in “Never again will they hunger“, een song die gaat over het positief omarmen van de eigen sterfelijkheid. In “Ghosts lay eggs” schudt de Pool de ene na de andere ijskoude tremolo-riff uit zijn mouw en perst hij een hoog tempo uit zijn drumkit. Subtiele invloeden van Mgła vinden hun weg naar zijn riffs, wat kan verklaard worden doordat hij als live-bassist bij deze machtige band bijklust. Erg vinden we dat niet. Wat wel soms een valkuil vormt, is het té lang uitmelken van een bepaalde melodie of riff zoals in de dertien minuten durende opener “Battle of heaven“. Voor de rest valt op dit debuut niet veel aan te merken. Origineel klinkt het in de verste verte niet, maar ik vind “Over the voids…” toch erg genietbaar.

JOKKE: 78/100

Over The Voids – Over the voids… (Nordvis Produktion 2017)
1. Battle of heaven
2. Ghosts lay eggs
3. Prophet of the winter
4. Never again will they hunger

Antzaat – Een dystopische blik op de maatschappij

De laatste jaren doken er met Possession, Goat Torment, LVTHN en Absolutus tal van veelbelovende black metal bands uit de Belgische underground op. Een recente nieuwkomer is Antzaat die met haar eerste EP “Black hand of the father” meteen wist te overtuigen. De band staat aan de vooravond van een korte tour met het Poolse Blaze Of Perdition maar vond toch nog de tijd om ons te woord te staan. (JOKKE)

antzaat-ifp
(c) Djuna Keen

Heilgroet! Eerder dit jaar staken jullie plots de kop op. Met welk doel voor ogen werd Antzaat opgericht?
Antzaat is opgericht om de creatieve frustraties van de leden kwijt te kunnen en om de kleine Belgische black metal-scène aan te vullen.

Gitarist Ronarg kennen we van Ars Veneficium. Hebben de andere leden ook een verleden in andere bands?
Nihil speelt ook lead guitar bij Death Metal band Incult. Drummer Eenzaat en bassist Isaroth hebben een geschiedenis bij verschillende andere bands.

Wie zou vermoeden dat “Antzaat” één of andere mythische demoon is, slaat de bal compleet mis. Het betreft immers een oud vergeten Nederlands woord. Wat betekent het exact?
Antzaat is inderdaad een oud Nederlands woord. Als je een antzaat bent, ben je vijandig en haatdragend; dan ben je “tegen”. Wij hechten veel belang aan de lokale verankering, daarom hebben we gekozen voor een Oernederlandstalige naam.

Jullie hebben recent een eerste veelbelovende EP “The black hand of the father” uitgebracht. Wat bedoelen jullie met deze titel?
De meeste lyrics van de EP zijn gemaakt met een dystopische blik op de maatschappij. De zwarte hand van een duistere figuur bespeelt de massa als pionnen, zonder dat de pionnen het door hebben. Andere teksten zijn gebaseerd op occulte literatuur.

Toen ik de eerste promotievideo “Disciples of the Concrete Temple” zag, maakte ik meteen de bemerking dat het om de zoveelste band ging die qua visuele presentatie probeert te teren op de gehypte looks van het dezer dagen populaire Poolse Mgla; hoewel zij ook niet de eersten waren om zich door middel van hoodies en doeken anoniem voor te stellen. Snappen jullie deze kritiek en waarom is het anonieme zo belangrijk voor jullie? Het lijkt me natuurlijk ook een pak efficiënter om een kap over jullie hoofd te trekken dan de tronies telkens met corpsepaint te moeten besmeuren als jullie optreden.
Maskers, corpsepaint, zwarte kledij, leder, spikes, … Dit zijn allemaal typische kenmerken van metal die iedereen vrijuit kan gebruiken. Wij dragen hoodies en maskers omdat het perfect aansluit bij het muzikale concept. We zijn allemaal stukken van één geheel en proberen ons niet onherkenbaar te maken. Elk bandlid heeft zo zijn eigen symbool waarmee hij zich vereenzelvigt. Mensen hebben het recht om kritiek te uiten en wij hebben het recht om die te negeren.

antzaat-dotct
(c) Maaike Sanfrinnon

Jullie muziek leunt echter niet bij onze Poolse vrienden aan. Op de EP laten jullie vijf sterke black metal songs horen die eerder geïnspireerd zijn door Noorse black met pagan inslag à la Kampfar en Taake. Mijn collega Cas merkte echter ook sterke gelijkenissen op met het Finse Sargeist. Zo gaf hij aan dat de openingsriff van “Disciples of the concrete temple“ wel héél veel weg heeft van diens “Empire of suffering”. Wie beschouwen jullie zelf als jullie voornaamste inspiratiebronnen? 
Behexen, Satanic Warmaster, Darkthrone, Ulver en inderdaad Sargeist zijn enkele van onze inspiraties. Het kan inderdaad zijn dat “Disciples of the concrete temple” uw collega doet denken aan “Empire of suffering”, maar zeggen dat het er heel veel van weg heeft, vinden we wat overdreven.

Hoe groot is de uitdaging om origineel uit de hoek te komen voor een band als Antzaat?
Die is zeer groot, er zijn namelijk veel black metal bands die allemaal proberen origineel uit de hoek te komen. Veel dingen zijn immers al gedaan. Met “The black hand of the father” hebben we onze eerste stappen gezet. De toekomst zal uitwijzen waar deze ons gaan leiden.

Wat is voor jullie de waarde van een positieve of negatieve review? Houden jullie als jonge, nieuwe band rekening met kritiek (indien die onderbouwd is) of doen jullie stug jullie eigen ding?
Positieve reviews zijn altijd fijn om te hebben, maar wij zijn niet de mensen om compromissen te sluiten. Wanneer we kritiek tegenkomen die onderbouwd is én waar we ons in kunnen vinden, zullen we hier rekening mee houden.

Jullie zetten een krabbel onder een contract met het Belgische Immortal Frost Productions waar Ars Veneficium ook getekend is en diens zanger Surtur labeleigenaar is. Was het van meet af aan duidelijk dat jullie met hem in zee wilden gaan of was er ook interesse van andere labels?
Immortal Frost Productions was voor ons een logische keuze. We kennen Surtur en weten dat hij voldoende kennis heeft om ons vooruit te helpen. Verder maakt dit het ook gemakkelijk om combo-tours te doen met Ars Veneficium.

De samenwerking met Immortal Frost Productions lijkt in elk geval haar vruchten af te werken aangezien jullie weldra op een korte tournee vertrekken met Blaze Of Perdition en Ars Veneficium. Welke steden doen jullie allemaal aan?
Het plan was eerst om Nederland, België en Duitsland te doorkruisen, maar omdat de locatie in Nederland failliet is verklaard, zal het bij België en Duitsland blijven. De eerste dag stoppen we in café De Witte Non in Hasselt, voor ons bekend terrein. Zaterdag is het in Asgaard, Gent te doen en ten slotte rijden we door naar Löberschutz. Dit ligt halverwege Duitsland, dus ik verwacht weinig slaap.

Ik moet zeggen dat ik de productie van de EP erg geslaagd vind. Waar werd “The black hand of the father” vereeuwigd en hoe verliep het opnameproces?
Zelf zijn we ook tevreden. Ronarg begon met het schrijven van de muziek, die we dan oefenden en verder afwerkten. Toen we vijf nummers hadden, besloten we om een EP op te nemen. De drums werden opgenomen in Zwaneberg CC; de rest is home recording. Het volledige pakket werd vervolgens naar Owe Inborr van Wolfthrone Studios in Finland gestuurd. Met zijn ervaring in het genre, wisten we dat hij het er goed van zou afbrengen.

Zit er al nieuw Antzaat-materiaal in de koker en wanneer mogen we dit verwachten?
Er zijn momenteel nog geen plannen voor nieuwe opnames. Maar wees gerust, de tijd staat niet stil en nieuwe nummers zullen er komen.

Welke doelen staan er op jullie bucket list?
Tegenover doelen hebben we een redelijk nuchter standpunt. We hopen verder te kunnen gaan in de richting die we hebben ingeslagen en dat de mini-tour van dit weekend de eerste van vele is.

Het einde van het jaar staat weeral stilaan voor de deur. Met het zicht op de eindejaarslijstjes had ik graag enkele van jullie absolute toppers vernomen die dit jaar het levenslicht zagen. 
We zijn unaniem fan van de nieuwste release van onze tour-genoten Blaze of Perdition, genaamd “Conscious darkness“. Smaakvolle lange nummers met boeiende teksten.
Verder is ook de nieuwste van Der Weg einer Freiheit (“Finisterre“) het waard om vernoemd te worden. Blastbeats die geregeld worden afgewisseld met zachtere stukken.
Andere releases die ons kunnen bekoren zijn Azarath met “In extremis“, Night met “Raft of the world” en “Sanctimonious” van Attic.

Bedankt voor het interview en succes met de tour!

Laster – Ons vrije fatum

Bandleden die hun tronie achter maskers verbergen; het is geen nieuwigheid in de metal scene. Er zijn de mainstream voorbeelden zoals Slipknot en Ghost, maar ook in de underground kiezen bands als Pénitence Onirique, Terra Tenebrosa of Laster voor deze modus operandi. De identiteit van de bandleden is van ondergeschikt belang: let the music do the talking!…maar het draagt natuurlijk ook bij aan de visuele presentatie van je band. Zeker in het geval van het uit Utrecht afkomstige Laster, zonder twijfel de meest arty farty black metal band van de Lage Landen inclusief slim fit jeans, puntschoenen en maskers die wel wat weghebben van Jigsaw uit de Saw-films. Na een demo, een eerste langspeler (“De verste verte is hier“) en een split met Wederganger, is het met “Ons vrije fatum” tijd voor album nummer twee. Laster laat meer dan eens geen black volgens het boekje horen en met hun eigenwijze visie op het genre, zullen ze enkel de meer open geesten kunnen bekoren. De nummers zijn nog steeds lang uitgesponnen maar zijn weldoordacht qua dynamiek en spanningsbogen en bevatten als basis atmosferische black metal met akkoordenschema’s die regelmatig een Drudkhiaanse invalshoek verraden. Daarover wordt een progressief sausje gegoten, dat spijtig genoeg niet altijd even lekker smaakt, grotendeels omwille van de productie die niet altijd even goed uitpakt. Zo staan het geplingelplangel aan het einde van het titelnummer en de synths in “De roes na” véél te luid in de mix evenals de gortdroge screams. Naarmate het album vordert, treedt gewenning op aan de sound en valt het beter mee. De sax-klanken in “Helemaal naar huis” weten me dan wél weer van hun meerwaarde te overtuigen. Vele songs zijn voorzien van cleane vocalen die op een old school Enslaved- of Ulver-manier gebracht worden en die liggen me een pak beter dan de raspende vocalen die niet altijd passen bij de (ingetogen) melancholie die de instrumenten produceren. Het label spreekt van obscure dansmuziek en dat wordt met “Bitterzoet” duidelijk: cleane gitaren, een Agalloch-feel en een dansbaar ritme brengen de heupen lichtjes in beweging. In “De tijd vóór” komen er zelfs heuse experimentele beats aan te pas, maar deze vallen wat uit de toon met de rest van het album. In de teksten is zoals steeds erg veel werk gestoken en de korte verhalen lezen dan ook als pure poëzie of wat dacht je van volgende zinsnede uit “Helemaal naar huis“: “”Geluk of rampspoed wil ik wagen”, is wat destijds tot mij trad. Hoog tijd om dat weer uit de kast te halen. Af te stoffen. Te bekijken. Man, ik had allang in bed gelegen, als mijn fiets niet was gejat!“. Ik bewierook bands zoals Laster die van de platgetreden paden durven af te wijken maar “Ons vrije fatum” weet toch nog niet over de gehele lijn te overtuigen. Tijd brengt raad evenals een fiks aantal extra luisterbeurten om dit album volledig naar waarde te kunnen schatten.

JOKKE: 77/100

Laster – Ons vrije fatum (Dunkelheit Produktionen 2017)
1. Ons vrije fatum
2. Binnenstebuiten
3. Bitterzoet
4. Helemaal naar huis
5. De tijd vóór
6. De roes na
7. Er wordt op mij gewacht

Árstíðir Lífsins – Aldafǫðr ok munka dróttinn

Árstíðir Lífsins. Moeilijk, moeilijk, moeilijk,… En dan heb ik het niet over tongtwisters (quizvraagje iemand?) zoals “Kastar heljar brenna fjarri ofan Ǫnundarfirðinum“, “Knǫrr siglandi birtisk á löngu bláu yfirborði” en “Norðsæta gætis, herforingja Ormsins langa“, maar over de muziek die deze noorderlingen uit de pols schudden. Het is zeer moeilijk om een zwart-witrecensie neer te pennen. En daarbij zou een middelmatige, men zegge grijze, bespreking Stefáns werk oneer aandoen. Dan maar wat feiten. Het oudere Árstíðir Lífsins vond ik snel saai worden, maar hun split met Helrunar vorig jaar was fenomenaal. Ook langspeler nummer drie “Aldafǫðr ok munka dróttinn” (bon, niemand die iets aan de titel heeft, maar ik kon het niet laten) gaat verder op het vorige elan. Je hoort en merkt dat er echt heel veel moeite, passie en werk in het album gestopt is. Het laat zich allemaal moeilijk doorgronden en vangen onder een pet. De noords mythologische black metal varieert van traag, naar mid-tempo naar snel. Soms hoor je wat van Helrunar (nummer 3 op de eerste cd), maar dat is wel erg voor-de-hand-liggend, daar zanger Marsél ook deel uitmaakt van Helrunar. De veel voorkomende mannenkoren klinken belachelijk diep en drukken meer dan ooit hun stempel op “Aldafǫðr ok munka dróttinn“. Prachtig! Al mag ook gezegd worden dat de hysterische uithalen van Georg gemist worden. Hij is er op deze plaat niet bij. Verder hoor je heerlijke akoestische riedels waarmee Ulver ooit eens een hele cd heeft opgenomen. Enerzijds ligt alles gemakkelijk in het oor, maar (hoe vreemd genoeg) blijft alles moeilijk hangen. Komt het door de uitgesponnen lengte? Of is er te weinig variatie? Moeilijk… En feiten… Je weet wel. Een ander feit is dat “Aldafǫðr ok munka dróttinn” twee schijfjes bevat en naar goede Árstíðir Lífsins gewoonte afklokt op toch wel een dikke 80 minuten. Dat is erg veel. Misschien wekt dat inderdaad saaiheid in de hand. Verder heeft Ván Records wederom voor een erg mooie verpakking gezorgd. Eerlijk gezegd vind ik het een gemiste kans. De ganse digipack heeft een soort bruine one-click-made Photoshop textuur. Evenals de cover ziet er als snelwerk uit. En dat terwijl er zoveel opties zijn: lederen boekje, vernis laagje, het symbool (van de cover) in hout laten maken en fotograferen op aarde,… Ook het boekje van 22 pagina’s zou beter kunnen. De teksten staan in het Ijslands geprint als zijnde een bijbel, daarna nog eens in gewone letters en daarna volgt hun Engelse vertaling. Waarop niet wat meer opsmuk en minder herhaling? Of duiding erbij? Je merkt het; ik kan er lang over doorgaan. Misschien volgende conclusie trekken: “Aldafǫðr ok munka dróttinn” is een prachtplaat, maar stelt op verschillende vlakken wat teleur door gemiste kansen.

Flp: 78/100

Árstíðir Lífsins – Aldafǫðr ok munka dróttinn (Ván Records 2014)
Disc 1:
1. Kastar heljar brenna fjarri ofan Ǫnundarfirðinum
2. Knǫrr siglandi birtisk á löngu bláu yfirborði
3. Þeir heilags dóms hirðar
4. Úlfs veðrit er ið CMXCIX
5. Máni, bróðir Sólar ok Mundilfara

Disc 2:
1. Tími er kominn at kveða fyrir þér
2. Norðsæta gætis, herforingja Ormsins langa
3. Bituls skokra benvargs hreggjar á sér stað
4. Sem lengsk vánar lopts ljósgimu hvarfs dregr nærri