ved buens ende

Alkerdeel – Slonk

Niet enkel in het landelijke, West-Vlaamse Lichtervelde heeft men wel eens last van mestkarren die wat gevels besmeuren. In het Meetjesland noemt men zoiets in het dialect een alkerdeel, en laat de gelijknamige band nu net hetzelfde soort smerigheid uitademen als een Lichterveldse stoeprand. Net als bij de stop van de voornoemde kakbak is er ook bij dit kwartet een hoek af: een dikke maand geleden kwam de “Alkerdees” menig zieltjes verblijden (zoek maar op!) en voorzien van kaoetsjoe botten werd in de drek van de Meetjeslandse velden een verbond aangegaan met Babylon Doom Cult Records en Consouling Sounds om een vierde langspeler te lossen. Met vier nummers, die elk één van de elementen representeren – zanger Pede is nogal fan van dit concept – krijgen we bijna zevenendertig minuten smurrie over ons uitgekapt. Gezien Alkerdeel voornamelijk een liveband is werd de plaat ook live – op enkele vocal takes na –  in de Gentse Boma Studio ingeblikt en dat hoor je eraan: lekker organisch, wat dampend maar verrassend helder. Voor een steriele sound hoef je niet bij deze heren aan te kloppen: het geheel is zodanig natuurlijk tot stand gekomen dat de band het vierde nummer reeds opgenomen had zonder het zelf door te hebben. QW’s baslijnen eisen op “Slonk” meteen de spotlights op, wat zelfs onverwachts voor enkele knipogen richting Ved Buens Ende zorgt in opener “Vier”. Alkerdeel wordt vaak als sludge omschreven, en zelf hebben ze schijt aan dat label. Op “Slonk” klinken ze dus meer rechtdoorzee ‘black metal’ dan ooit, zonder daarbij in te boeten aan de sound die nog steeds te boek staat als één van de meest ruftende van het land. Bovenop wat op het eerste gehoor als een geluidsbrij met belachelijk veel distortion klinkt, maar na herhaaldelijk luisteren toch verbazend veel details prijsgeeft, haalt Pede zijn kenmerkende in reverb ondergedompelde strot boven en krijst deze keer – voor de verandering – voluit geschreven teksten. Mijn favoriete lyric aller tijden, die verdomme deel zou moeten uitmaken van het black metal canon, komt veelvuldig voor en vormt zelfs de aftrap van “Zop”, waarna het nummer op primitieve, punky wijze op gang getrokken wordt: “UGH!”. Na het met snelheden spelende “Vier” en het rechtdoorzee rammende “Eirde” haalt “Zop” het tempo wat naar beneden (al is dit relatief) en doet me dankzij de simpele d-beats en enkele hooks die uit de punk weggelopen zijn meteen denken aan Darkthrone – dat einde! Het afsluitende “Trok”, volgens de band zelf wat terugblikkend op Ancients “Svartalvheim”, trekt opnieuw alle registers open en Pede haalt hier ook enkele gortdroge schreeuwen uit de kast – extra variatie op wat het meest melodieuze maar daarom niet minder knallende nummer van de plaat is. Dat aan “Slonk” een langer en meer doelbewust schrijfproces met veel oog voor detail vooraf is gegaan, is opvallend, en hoewel Alkerdeel als hoofdmoot vieze black metal speelt, doen ze dit toch niet zonder omwegen: zoals de haas op het zelfgemaakte artwork rondspringend richting doom metal en, jawel, accenten die in de taal van het plebs sludge kunnen worden genoemd. Ondanks de stank die van de sound afspat is de plaat toch zeer gebalanceerd en klinkt ze zoals steeds weer wat tongue-in-cheek, niettegenstaande het feit dat “Slonk” naar eigen zeggen de meest serieuze Alkerdeel-creatie tot nu toe is. Het organische van de opname straalt ook door in de composities van de nummers, het gaat vloeiend van ongeremd meppen tot vernuftige baslijntjes en voldoende dynamiek om het geheel vlot weg te laten luisteren. Sonische poldermodder op zijn best! UGH!

CAS: 86/100

Alkerdeel – Slonk (Babylon Doom Cult Records & Consouling Sounds, 2020)
1. Vier
2. Eirde
3. Zop
4. Trok

Kyrios – Saturnal chambers

Het begeleidend promopraatje voor “Saturnal chambers“, de debuut EP van het uit New York City afkomstige Kyrios, strooit met allerhande grote namen uit het blackmetalgenre in het rond en voor één keer is dat ook eens niet gelogen qua invloeden. Kyrios smeedt immers een geluid uit enkele van de fundamenten van de Scandinavische blackmetalscene aangevuld met invloeden van meer avontuurlijke spelers. “The utterance of foul truths” combineert al meteen het dissonante en chaotische van een Deathspell Omega met wat avantgarde van Ved Buens Ende, het technische van latere Emperor, een heuse leadsolo en intergalactische keyboards en dat allemaal verpakt in een compacte song van drie minuten die ondanks zijn drukke karakter niet als knip- en plakwerk overkomt. De titeltrack is een kort intermezzo opgetrokken uit verwrongen orgelklanken, spacey keyboards en ambient soundscapes en vormt een bruggetje naar “A mare in the wire” dat grossiert in bombastisch en triomfantelijk toetsenwerk, Mayhem “Wolf’s lair abyss“-era venijn, Abigoresque twists, Abbath-achtige vocalen en leadgitaarmasturbatie. Het trio bestaande uit Hypatian (gitaar, bas, synths), Satan’s Sword (drums) en Vornag (zang) heeft onze interesse op nog geen tien minuten tijd weten wekken. Liefhebbers van avant-garde, technische en avontuurlijke black moeten dit zeker eens opsnorren.

JOKKE: 78/100

Kyrios – Saturnal Chambers (Caligari Records 2020)
1. The utterance of foul truths
2. Saturnal chambers
3. A mare in the wire

Onirik – The fire cult beyond eternity / Noite – A cor do fogo

Het doet deugd om Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved, The Konsortium, …) nog eens te horen drummen op een plaat want het is ondertussen weeral van Djevel’s “Norske ritualer” uit 2016 geleden dat ik deze legendarische, maar vaak ondergewaardeerde Noorse trommelaar nog aan het werk heb gehoord. Daar waar hij bij zijn landgenoten vrij typisch blackmetaldrumwerk liet horen, mag hij zich bij het Portugese Onirik nog eens uitleven door zich in allerlei bochten te wringen. Goede zet van meesterbrein Gonius rex om de Noor als huurkracht aan te trekken voor zijn vijfde langspeler. Het werd trouwens hoogtijd want voorganger “Casket dream veneration” ligt weeral vijf jaar achter ons. Onirik is actief sinds 2002 en heeft het blackmetalgenre door de jaren heen in verschillende benaderingen verkend, maar is altijd trouw gebleven aan zijn oorspronkelijke doel: een ongewone, dissonante en rauwe uitvoering van het genre met trance-inducerende sferen, ijskoud en badend in magie. Dat dissonante aspect is op “The fire cult beyond eternity” nóg prominenter aanwezig dan ooit tevoren, maar tegelijk klinkt Onirik ook meer old-school, sinister en rauw dan op de voorganger. De vaak atonale gitaarlijnen spinnen als een krolse kater rond de vaak gekke en geïnspireerde baslijnen en het non-lineaire drumwerk. Songstructuren zijn in dit geval een abstract gegeven. De atmosfeer die neergezet wordt is ronduit verstikkend en hallucinogeen. Elke noot lijkt een directe uitdrukking te zijn van de gitzwarte poëzie die met de grootste minachting op een dramatische manier wordt gezongen waarbij regelmatig heldere zang opduikt die wat naar Ved Buens Ende neigt en je als luisteraar meezuigt in dit duistere universum waar je tere communiezieltje in lichterlaaie gezet wordt. Semjaza (Thy Darkened Shade) verzorgde niet alleen de ambientpartijen die her en der in de zeven, bovengemiddeld lange songs opduiken maar nam ook de mix en mastering voor zijn rekening in zijn Sitra Ahra studio, waar trouwens niets op aan te merken valt. Gelijktijdig met “The fire cult beyond eternity“, brengt Gonius Rex ook werk uit van zijn ander project Noite (‘nacht’) waarvoor hij inspiratie haalde uit middeleeuwse en neo-klassieke muziek. Dit levert een bevreemdende reeks, in het Portugees gezongen, psalmen vol boetedoening op waar ik echter zo nerveus van wordt dat ik na enkele minuten nagelbijten bijna aan mijn ellebogen zit te knabbelen. Noite grossiert een half uur lang in een wirwar aan psychedelische cleane zang, contrasterende koren, multi-gelaagde kerkelijke bezweringen en spreuken, treurige litanieën en schemerige melodieën, met cleane gitaren en een wulpse bas die overal ronddraait. De drums werden voor de eerste keer door Gonius rex zelf ingespeeld, wat met de niet-evidente ritmes wel een knappe prestatie is. Toch is dit debuut totaal geen spek voor mijn bek, en dat heeft niets te maken met het feit dat dit amper nog iets met metal te maken heeft. Onirik daarentegen kan mij wel bekoren met zijn moeilijk te doorgronden, avontuurlijke en technische, doch ook traditionele kijk op blackmetal.

JOKKE: Onirik (80/100); Noite (60/100)

Onirik – The fire cult beyond eternity (I, Voidhanger Records 2020)
1. Cult beyond eternity
2. Trapped in flesh, blood and dirt
3. Assigned to the inexorable flames
4. Melodies of reflection and praise
5. Granted the vision, molded into stone
6. Murmurs of the aging vessel
7. Apathy of might

Noite – A cor do fogo (I, Voidhanger Records 2020)
1. Noite eterna
2. A cor do fogo
3. No inferno e na terra
4. Centelha
5. Monstro adormecido
6. Marcha do caldeirão

Mystagos – Azoth

Wanneer “Adam-Kadmon” uit de startblokken schalt, vrees ik in de vorm van Mystagos met de zoveelste Deathspell Omega-kloon van doen te hebben, ondanks de zompige death metal die eveneens in het uit dissonanten opgetrokken openingsnummer vervat zit. Het daaropvolgende nummer “Solve” is geenszins van hetzelfde laken een broek, want deze song klinkt luchtiger, swingender, progressiever en bevat ook heldere experimentele zang in het straatje van Ved Buens Ende, die wat mij betreft echter gerust achterwege had mogen gelaten worden. “Empire of bones” zoekt opnieuw de aggressievere dissonante sfeer van de opener op, maar door de zompige productie mist het geheel aan kracht. “Ritual” doet zijn naam alle eer aan en zoekt het contrast op tussen razendsnelle black/death en heldere proclamerende koorzangen alvorens ook enkele psychedelische kaarten uit te spelen. Het is één van de betere songs op de plaat want “Shamdon” is me opnieuw een te groot geforceerd experimenteel allegaartje aan extreme stijlen. Geef me dan maar de beklemmende post-apocalyptische ambient-track “The weight of a burial ground” die op atmosfeer in plaats van techniek gestoeld is en zich gaandeweg tot een pakkende dark-metal track ontpopt. Met “Wind of death” wordt er nog een overtuigend einde aan “Azoth” gebreid. Mystagos laat op diens tweede, van alchemistische concepten doordrongen langspeler een schizofreen gezicht zien waaraan blijkbaar bijna tien jaar gewerkt werd. Dit doet mijns inziens afbreuk aan spontaneïteit want veel van wat Mystagos laat horen klinkt té doordacht. Het gevoel is voor mij uit de composities weggeslopen door voorrang aan de ratio te hebben gegeven. Wel knap dat Mystagos een eenmansproject is van een zekere Heolstor die verder ook actief is bij o.a. Alverg. In de beginjaren heette het project trouwens Chains Ov Beleth, waarmee twee langspelers en twee demo’s werden uitgebracht. Fans van de aangehaalde referenties moeten dit misschien toch eens een kans geven, je weet maar nooit.

JOKKE: 71/100

Mystagos – Azoth (BlackSeed productions 2019)
1. Adam-Kadmon
2. Solve
3. Empire of bones
4. Ritual
5. Shamdon
6. The weight of a burial shroud
7. Wind of death

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Yellow Eyes – Rare field ceiling

Hoewel de bakermat van Yellow Eyes de miljoenenmetropool New York City is, klinkt de muziek van het kwartet verreweg van urbaan of industrieel. Integendeel, bij Yellow Eye’s black metal passen eerder de adjectieven ‘organisch’ en ‘natuurlijk’. Voor het schrijven van de plaat trok gitarist Sam Skarstad zich – zoals gewoonlijk – twee maanden terug in een cabin in the woods in Connecticut, ver weg van het hectische leven. In complete afzondering kregen de songs hier vorm waarbij talrijke veldopnames aan de composities toegevoegd werden. Op voorganger “Immersion trench reverie” uit 2017 werd deze werkwijze reeds gebruikt, maar op het nieuwe “Rare field ceiling” is er nog meer plaats voor allerlei in de natuur opgenomen geluiden. In de nasleep van het optreden tijdens Roadburn en Doom Over Leipzig, bezochten de vier muzikanten – naast de Skarstad broers is de line-up met drummer Michael Rekevics (Vanum, Vilkacis, Fell Voices) en bassist Alexander DeMaria (Anicon) identiek aan die van de vorige plaat – vorig jaar nog een zevental landen met het oog op het vastleggen van allerlei veldopnames. Zo bevat “No dust” geluiden die in Siberië vastgelegd werden en wordt er naar het einde toe ook gemusiceerd op een door de bassist zelfgemaakte zither, een snaarinstrument waarbij de klankbodem bespannen is met één of meerdere snaren. Het einde van de albumopener wordt dan weer ingekleurd door vrouwelijke Russische koorzang. De veldopnames vinden hun culminatie echter in de zes minuten durende afsluiter “Maritime flare” waarbij ze, in combinatie met dronende gitaargeluiden en een minimalistisch melodiemotief, een somber en desolaat gevoel uitdragen dat nog aangescherpt wordt door de getormenteerde screams van Will Skarstad. De sound van “Rare field ceiling” is scherp, wrang, schel, bijtend en iel waarbij de ijle krijszang in de muziek verweven zit en voortdurend lijkt te moeten opboksen tegen de muzikale storm die er rondom heen plaatsvind. “Warmth trance reversal” start met een knoert van een black metal-riff maar zoals we van Yellow Eyes gewend zijn, gaat hun black meermaals alle richtingen uit. In haar meest progressieve momenten duiken bands als Ved Buens Ende en Fleurety als referentie op maar er wordt ook met dissonanten gegoocheld. De zes lange songs zitten complex in mekaar maar weten te begeesteren. De triomfantelijk klinkende gitaarmelodieën in “Light delusion curtain” overmannen je met een gevoel van majestueusheid en een zekere romantiek. Haaks hierop staan de vervreemdende waanzin en ijskoude duisternis die o.a. in het chaotische en uit messcherpe riffs opgetrokken “Nutrient painting” geëtaleerd worden. Het titelnummer start met een simpele punky drumbeat, maar schakelt verderop naar galopperende ritmes over en ontpopt zich eveneens tot een complexe song. Yellow Eyes heeft zichzelf op “Rare field ceiling” weten te overtreffen en levert een avontuurlijke plaat af voor fans van allesbehalve rechtlijnige en gemakkelijk verteerbare black. Een plaat die de volle aandacht vraagt om geabsorbeerd te worden.

JOKKE: 85/100

Yellow Eyes – Rare field ceiling (Gilead media 2019)
1. Warmth trance reversal
2. No dust
3. Light delusion curtain
4. Nutrient painting
5. Rare field ceiling
6. Maritime flare

Laster – Het wassen oog

Heb je je black het liefst in een strak keurslijf en lederen jekker met patches en spikes geperst? Blijf dan maar ver weg van het Nederlandse Laster want dit avant-gardistisch gezelschap uit Utrecht tast reeds drie langspelers lang de grenzen van het genre af. Na “Ons vrije fatum” uit 2017 bleek ook Prophecy Productions overtuigd van het kunnen van het trio want voor “Het wassen oog” werd bij het Duitse label getekend. De band beschrijft haar eclectische stijl zelf als “obscure dance music” en integreert – net als stadsgenoten Grey Aura – met het grootste gemak invloeden uit post en jazz rock, shoegaze en art pop binnen het kaderwerk van extreme metal. Deze van alle-oogkleppen-ontdane-aanpak werd op de nieuwe langspeler nog verder uitgediept wat resulteert in de meest cinematografische sound die Laster ooit neerzette. En dankzij de fel verbeterde productie – die liet in het verleden al eens wat te wensen over – komt deze smeltkroes aan invloeden nu ook veel beter over. Opvallend is dat reeds vanaf de opener “Vacuüm ≠ behoud” de heldere vocalen een veel grotere rol opeisen dan in het verleden. De bijwijlen excentrieke zangstijl roept meteen een link met Ved Buens Ende op, maar ook die typische hoge gortdroge screams zijn nog veelvuldig van de partij. De subtiele keys en progressieve riffs zouden ook fans van het latere Enslaved moeten kunnen bekoren. Frivole basloopjes huppelen doorheen bleke riffkleuren, melancholische melodieën en flamenco-gitaren. Het voor Laster begrippen kort durende “Schone schijn” wordt middels enkele drumroffels door Wessel Reijman (ook actief bij Nevel, Verval en Willoos) ingezet en de bedwelmende cleane vocalen tillen het nummer dat enkele bizarre wendingen bevat hier echt naar een hoger niveau. Nu het deksel van het experimentele vat wagenwijd opengetrokken is, gaat de band op “Zomersneeuw” nog een stapje verder. Bij dit nummer dat stukjes shoegaze rock en pompende baslijnen bevat, wordt duidelijk wat Laster met “obscure dansmuziek” bedoelt. Na het speelse intermezzo “Ondersteboven” geven de heftige black metal klanken van “Haat & bonhomie” je een fikse trap onder de reet voor moest je vergeten zijn dat de gemaskerde bende toch ook nog wel een degelijk potje zwartmetaal uit de instrumenten kan persen. Het duurt echter niet al te lang vooraleer de experimentele kaart terug getrokken wordt en verstaanbare heldere vocalen de Nederlandstalige poëtische teksten vertolken. Ook op de tweede helft van de plaat horen we nog enkele verrassende zaken zoals de accordeon in de inleiding van “Blind staren“, de spoken word-passage, samples en strijkers in “Weerworm” en de psychedelische en jazzy toets van afsluiter “Zinsbetovering“. Hoewel de band op “Het wassen oog” black metal gerelateerde archetypen zoals het kwaadaardige of alziend oog in vraag stelt, blijft de basis van Laster’s muziek toch nog ontegensprekelijk geworteld in black metal. Door de vele cleane vocalen en progressieve stukken klinkt Laster echter avontuurlijker én enigszins toegankelijker dan ooit. Nog even meegeven dat de dubbele CD-versie met art book ook nog de “Stadsluik” EP als bonus bevat. Ik ben fan!

JOKKE: 84/100

Laster – Het wassen oog (Prophecy Productions 2019)
1. Vacuüm ≠ behoud
2. Schone schijn
3. Zomersneeuw
4. Ondersteboven
5. Haat & bonhomie
6. Blind staren
7. Weerworm
8. Zinsbetovering

Wrang – Domstad swart metael

Doorheen de donkere steegjes van Utrecht dwaalt een agnostisch black metal-monster genaamd Wrang. Er verschijnt weldra een split met Grafjammer maar eerst buigen we ons over debuut “Domstad swart metael“, een titel die niet alleen een verwijzing naar thuishaven Utrecht bevat maar ook naar het genre dat de heren brengen. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Galgenvot (Iron Harvest, Nevel), bassist Eitr (Deleterious) en drummer Valr (Grafjammer, Iron Harvest, Wesenwille, Weltschmerz) probeert echter buiten de lijntjes van de zwarte kunst te kleuren en geeft een eigen twist aan haar nihilistische black. De band wisselt furieuze slachtpartijen inclusief snedige tremolo riffs en bijtende vocalen af met heldere epische Viking-achtige zangstukken en hoge uithalen, piano-interludes en grandioos klinkende melodieën. De knappe eclectische titeltrack die de plaat aftrapt, bevat reeds alle vernoemde ingrediënten. Keer op keer bekruipen ons nostalgische gevoelens naar het oude werk van een band als Ved Buens Ende, Fleurety of In The Woods. “Tot dwalen verdomd” klinkt grimmiger en iets minder experimenteel hoewel cleane vocalen ook nog van de partij zijn. In “Propaganda der afvalligen” wordt het tempo teruggeschroefd en zoekt zanger Galgenvot de grenzen van zijn stembanden op door ze in alle mogelijke richtingen te stretchen. Eens halfweg het nummer vindt slagwerker Valr het slakkengangetje genoeg geweest en krijgen we enkele snelheidsuitbarstingen voor de kiezen die een melodieuze finale inluiden. Knap voorbeeld van een dynamische, goed gecomponeerde song waarin heel wat te beleven valt qua tempo’s en gemoedstoestanden. “Stormend naar de nietigheid” is meer bezwerend van aard met haar repetitieve riffje en heldere zang totdat bassist Eitr de song een nieuwe wending geeft en we opzwepende black voorgeschoteld krijgen. Deze thrashy insteek met melodieuze leads gaat me echter minder goed af. Geef me dan maar de zwartgeblakerde pandoering waar Wrang ons plotsklaps weer op trakteert. In de start van “Heerser van niemandsland” heeft de bassist opnieuw heel wat in de pap te brokken. Doorheen de black metal-melodieën schijnt een folky insteek door en er kwamen hoorbaar nog enkele vrienden langs om een potje mee te brullen. De hevige uithalen zijn wederom enorm effectief maar de heren rocken er ook deftig op los. Eindigen doet Wrang met een mysterieus klinkende en bezwerende melodie. Zo eclectisch en avontuurlijk als in de titeltrack gaat het er verder op de plaat niet meer aan toe. Van mijn part mag dat buiten-de-hokjes-denken van de opener echter nog verder geëxploreerd worden. Met “Domstad swart metael” heeft Wrang meteen een duidelijk statement gemaakt dat ook zij meedingen naar een plaatsje in de top van de erg sterke en kwaliteitsvolle Nederlandse black metal-scene. Dikke pluim trouwens voor Tour de Garde om de band een kans te geven en hierbij uit haar sinistere comfortzone te treden.

JOKKE: 81/100

Wrang – Domstad swart metael (Tour de Garde 2019)
1. Domstad swart metael
2. Tot dwalen verdomd
3. Propaganda der afvalligen
4. Stormend naar de nietigheid
5. Heerser van niemandsland

Dødsengel – Interequinox

Het duo Malach Adonai en Kark slaat onder de noemer Dødsengel reeds tien jaar lang de handen in mekaar om de mensheid met haar theatrale vorm van black metal te bestoken. Als de twee Noren met een nieuwe langspeler op de proppen komen, krijg je als luisteraar steeds waar voor je geld. Zo klokte de dubbele voorganger “Imperator” vijf jaar geleden nog op 150 minuten af. Op het nagelnieuwe “Interequinox” werd het overtollige vet weggesneden, hoewel de elf nummers toch nog een klein uurtje in beslag nemen. Het avangarde/theatrale kantje van Dødsengel manifesteert zich voornamelijk door het brede scala aan zangstijlen waarmee gegoocheld wordt, waardoor we bijwijlen met een occulte black metal opera te maken lijken hebben. In het verleden haakte ik af op de falsetto heavy metal uithalen en ook nu werken deze bij ondergetekende als een tang op een varken. Bij opener “Pangenetor” is het spijtig genoeg al meteen prijs. Wanneer Kark zijn stembanden in “Prince of ashes” of het gothrock-achtige “Rubedo” meer Urfaust-gewijs inzet, vallen de cleane vocalen al een pak beter te pruimen. Positief punt voor een progressieve black metal band is dat de productie verre van gelikt klinkt, waardoor recht-door-zee songs zoals “Værens korsvei“, “Opaque” en “Ved alltings ende” best nog grimmig voor de dag komen. Het lijkt er echter op dat Dødsengel te veel van twee walletjes probeert te eten in plaats van ofwel volop te experimenteren ofwel honderd procent voor grimmigheid te gaan. Experimenteerdrift met een rem op als het ware, waardoor niet alle kunst-en-vliegwerk even geslaagd klinkt. Fans van Arcturus, Fleurity of Ved Buens Ende gaan hier veel meer plezier aan beleven dan ik doe.

JOKKE: 66/100

Dødsengel – Interequinox (Debemur Morti Productions 2017)
1. Pangenetor
2. Prince of ashes
3. Værens korsvei
4. Emerald earth
5. Opaque
6. Illusions
7. Palindrome
8. Ved alltings ende
9. Rubedo
10. Gloria in excelsis deo
11. Panphage

Dødheimsgard – A umbra omega

Onvoorspelbaar. Eigenzinnig. Vreemd. Dødheimsgard. Al berustend in het feit dat dit Noorse ras uitgestorven was na het schitterende “Supervillain outcast” verschijnt weliswaar 8 volledige seizoenscyclussen later “A umbra omega“. Alvorens op bedevaart te trekken richting Oslo, dient album nummer 5 toch even met de nodige aandacht onder loep genomen te worden. De intro buiten beschouwing gelaten; “Aphelion void” start zoals de band destijds geëindigd was, maar meer dan ooit verandert de sfeer en feeling. In een tijdspanne van 15 minuten mag dat natuurlijk, maar het sijpelt niet vlotjes in de hersenpan op deze manier. Van verwoestende blastbeats naar jazzy intermezzo’s met blazers tot dissonant klinkende black metalakkoorden en romantische akoestische passages. Het komt allemaal voorbij! Al-le-maal! Het haast even lang durende “God protocol axiom” begin op haast exact dezelfde manier als zijn voorganger. Het lijkt alsof het erom gedaan is, want ook het nummer hierna, het Virus geïnspireerde “The unlocking“, lijkt aan te vangen als een kopie van het voorgaande. De invloeden van laatstgenoemde en Ved Buens Ende tekenen meer dan ooit present. Maar dan heftiger. Dødheimsgard staat tevens bekend om hun felle zanglijnen en apart stemgebruik. Op “A umbra omega” is dat niet anders en worden alle schreeuwregisters opengetrokken. In één woord: hysterisch. Maar deze keer nemen enkel Aldrahn en Vicotnic de honneurs waar. Geen Kvohst meer. Het klinkt waanzinniger dan ooit tevoren en dat is soms even wennen. In die mate zelfs dat het niet altijd even gemakkelijk luistert. Trop is te veel, u weet wel. Soms is het zelfs vervelend en mogen de heren hun klep eens houden. Dankjewel! Hij kan echt wel beter. Dødheimsgard klinkt op “A umbra omega” zeer geïnspireerd. Meer dan tevoren wordt furieuze (bij wijlen industrial aandoende) black metal afgewisseld met elektronische drums, pianostukken en sfeervolle koren. En dát in combinatie met overijverig gezang schotelt 2 conclusies voor: enerzijds: een puur technische luisterbeurt is een hemelse beleving. Er gebeurt steeds wat en tevens op een hoog niveau. Er is over nagedacht en het muzikale vakmanschap staat niet ter twijfel. Anderzijds: het van-de-hak-op-de-takgevoel met te enthousiaste zangers brengt geen rust, regelmaat en herkenningspunten. Dødheimsgard kan dit thans wel. Met dat in het achterhoofd weegt helaas de teleurstelling door. Judge yourself.

Flp: 69/100

Dødheimsgard – A umbra omega (Peaceville 2015)
1. The love divine
2. Aphelion void
3. God protocol axiom
4. The unlocking
5. Architect of darkness
6. Blue moon duel