ved buens ende

Laster – Het wassen oog

Heb je je black het liefst in een strak keurslijf en lederen jekker met patches en spikes geperst? Blijf dan maar ver weg van het Nederlandse Laster want dit avant-gardistisch gezelschap uit Utrecht tast reeds drie langspelers lang de grenzen van het genre af. Na “Ons vrije fatum” uit 2017 bleek ook Prophecy Productions overtuigd van het kunnen van het trio want voor “Het wassen oog” werd bij het Duitse label getekend. De band beschrijft haar eclectische stijl zelf als “obscure dance music” en integreert – net als stadsgenoten Grey Aura – met het grootste gemak invloeden uit post en jazz rock, shoegaze en art pop binnen het kaderwerk van extreme metal. Deze van alle-oogkleppen-ontdane-aanpak werd op de nieuwe langspeler nog verder uitgediept wat resulteert in de meest cinematografische sound die Laster ooit neerzette. En dankzij de fel verbeterde productie – die liet in het verleden al eens wat te wensen over – komt deze smeltkroes aan invloeden nu ook veel beter over. Opvallend is dat reeds vanaf de opener “Vacuüm ≠ behoud” de heldere vocalen een veel grotere rol opeisen dan in het verleden. De bijwijlen excentrieke zangstijl roept meteen een link met Ved Buens Ende op, maar ook die typische hoge gortdroge screams zijn nog veelvuldig van de partij. De subtiele keys en progressieve riffs zouden ook fans van het latere Enslaved moeten kunnen bekoren. Frivole basloopjes huppelen doorheen bleke riffkleuren, melancholische melodieën en flamenco-gitaren. Het voor Laster begrippen kort durende “Schone schijn” wordt middels enkele drumroffels door Wessel Reijman (ook actief bij Nevel, Verval en Willoos) ingezet en de bedwelmende cleane vocalen tillen het nummer dat enkele bizarre wendingen bevat hier echt naar een hoger niveau. Nu het deksel van het experimentele vat wagenwijd opengetrokken is, gaat de band op “Zomersneeuw” nog een stapje verder. Bij dit nummer dat stukjes shoegaze rock en pompende baslijnen bevat, wordt duidelijk wat Laster met “obscure dansmuziek” bedoelt. Na het speelse intermezzo “Ondersteboven” geven de heftige black metal klanken van “Haat & bonhomie” je een fikse trap onder de reet voor moest je vergeten zijn dat de gemaskerde bende toch ook nog wel een degelijk potje zwartmetaal uit de instrumenten kan persen. Het duurt echter niet al te lang vooraleer de experimentele kaart terug getrokken wordt en verstaanbare heldere vocalen de Nederlandstalige poëtische teksten vertolken. Ook op de tweede helft van de plaat horen we nog enkele verrassende zaken zoals de accordeon in de inleiding van “Blind staren“, de spoken word-passage, samples en strijkers in “Weerworm” en de psychedelische en jazzy toets van afsluiter “Zinsbetovering“. Hoewel de band op “Het wassen oog” black metal gerelateerde archetypen zoals het kwaadaardige of alziend oog in vraag stelt, blijft de basis van Laster’s muziek toch nog ontegensprekelijk geworteld in black metal. Door de vele cleane vocalen en progressieve stukken klinkt Laster echter avontuurlijker én enigszins toegankelijker dan ooit. Nog even meegeven dat de dubbele CD-versie met art book ook nog de “Stadsluik” EP als bonus bevat. Ik ben fan!

JOKKE: 84/100

Laster – Het wassen oog (Prophecy Productions 2019)
1. Vacuüm ≠ behoud
2. Schone schijn
3. Zomersneeuw
4. Ondersteboven
5. Haat & bonhomie
6. Blind staren
7. Weerworm
8. Zinsbetovering

Wrang – Domstad swart metael

Doorheen de donkere steegjes van Utrecht dwaalt een agnostisch black metal-monster genaamd Wrang. Er verschijnt weldra een split met Grafjammer maar eerst buigen we ons over debuut “Domstad swart metael“, een titel die niet alleen een verwijzing naar thuishaven Utrecht bevat maar ook naar het genre dat de heren brengen. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Galgenvot (Iron Harvest, Nevel), bassist Eitr (Deleterious) en drummer Valr (Grafjammer, Iron Harvest, Wesenwille, Weltschmerz) probeert echter buiten de lijntjes van de zwarte kunst te kleuren en geeft een eigen twist aan haar nihilistische black. De band wisselt furieuze slachtpartijen inclusief snedige tremolo riffs en bijtende vocalen af met heldere epische Viking-achtige zangstukken en hoge uithalen, piano-interludes en grandioos klinkende melodieën. De knappe eclectische titeltrack die de plaat aftrapt, bevat reeds alle vernoemde ingrediënten. Keer op keer bekruipen ons nostalgische gevoelens naar het oude werk van een band als Ved Buens Ende, Fleurety of In The Woods. “Tot dwalen verdomd” klinkt grimmiger en iets minder experimenteel hoewel cleane vocalen ook nog van de partij zijn. In “Propaganda der afvalligen” wordt het tempo teruggeschroefd en zoekt zanger Galgenvot de grenzen van zijn stembanden op door ze in alle mogelijke richtingen te stretchen. Eens halfweg het nummer vindt slagwerker Valr het slakkengangetje genoeg geweest en krijgen we enkele snelheidsuitbarstingen voor de kiezen die een melodieuze finale inluiden. Knap voorbeeld van een dynamische, goed gecomponeerde song waarin heel wat te beleven valt qua tempo’s en gemoedstoestanden. “Stormend naar de nietigheid” is meer bezwerend van aard met haar repetitieve riffje en heldere zang totdat bassist Eitr de song een nieuwe wending geeft en we opzwepende black voorgeschoteld krijgen. Deze thrashy insteek met melodieuze leads gaat me echter minder goed af. Geef me dan maar de zwartgeblakerde pandoering waar Wrang ons plotsklaps weer op trakteert. In de start van “Heerser van niemandsland” heeft de bassist opnieuw heel wat in de pap te brokken. Doorheen de black metal-melodieën schijnt een folky insteek door en er kwamen hoorbaar nog enkele vrienden langs om een potje mee te brullen. De hevige uithalen zijn wederom enorm effectief maar de heren rocken er ook deftig op los. Eindigen doet Wrang met een mysterieus klinkende en bezwerende melodie. Zo eclectisch en avontuurlijk als in de titeltrack gaat het er verder op de plaat niet meer aan toe. Van mijn part mag dat buiten-de-hokjes-denken van de opener echter nog verder geëxploreerd worden. Met “Domstad swart metael” heeft Wrang meteen een duidelijk statement gemaakt dat ook zij meedingen naar een plaatsje in de top van de erg sterke en kwaliteitsvolle Nederlandse black metal-scene. Dikke pluim trouwens voor Tour de Garde om de band een kans te geven en hierbij uit haar sinistere comfortzone te treden.

JOKKE: 81/100

Wrang – Domstad swart metael (Tour de Garde 2019)
1. Domstad swart metael
2. Tot dwalen verdomd
3. Propaganda der afvalligen
4. Stormend naar de nietigheid
5. Heerser van niemandsland

Dødsengel – Interequinox

Het duo Malach Adonai en Kark slaat onder de noemer Dødsengel reeds tien jaar lang de handen in mekaar om de mensheid met haar theatrale vorm van black metal te bestoken. Als de twee Noren met een nieuwe langspeler op de proppen komen, krijg je als luisteraar steeds waar voor je geld. Zo klokte de dubbele voorganger “Imperator” vijf jaar geleden nog op 150 minuten af. Op het nagelnieuwe “Interequinox” werd het overtollige vet weggesneden, hoewel de elf nummers toch nog een klein uurtje in beslag nemen. Het avangarde/theatrale kantje van Dødsengel manifesteert zich voornamelijk door het brede scala aan zangstijlen waarmee gegoocheld wordt, waardoor we bijwijlen met een occulte black metal opera te maken lijken hebben. In het verleden haakte ik af op de falsetto heavy metal uithalen en ook nu werken deze bij ondergetekende als een tang op een varken. Bij opener “Pangenetor” is het spijtig genoeg al meteen prijs. Wanneer Kark zijn stembanden in “Prince of ashes” of het gothrock-achtige “Rubedo” meer Urfaust-gewijs inzet, vallen de cleane vocalen al een pak beter te pruimen. Positief punt voor een progressieve black metal band is dat de productie verre van gelikt klinkt, waardoor recht-door-zee songs zoals “Værens korsvei“, “Opaque” en “Ved alltings ende” best nog grimmig voor de dag komen. Het lijkt er echter op dat Dødsengel te veel van twee walletjes probeert te eten in plaats van ofwel volop te experimenteren ofwel honderd procent voor grimmigheid te gaan. Experimenteerdrift met een rem op als het ware, waardoor niet alle kunst-en-vliegwerk even geslaagd klinkt. Fans van Arcturus, Fleurity of Ved Buens Ende gaan hier veel meer plezier aan beleven dan ik doe.

JOKKE: 66/100

Dødsengel – Interequinox (Debemur Morti Productions 2017)
1. Pangenetor
2. Prince of ashes
3. Værens korsvei
4. Emerald earth
5. Opaque
6. Illusions
7. Palindrome
8. Ved alltings ende
9. Rubedo
10. Gloria in excelsis deo
11. Panphage

Dødheimsgard – A umbra omega

Onvoorspelbaar. Eigenzinnig. Vreemd. Dødheimsgard. Al berustend in het feit dat dit Noorse ras uitgestorven was na het schitterende “Supervillain outcast” verschijnt weliswaar 8 volledige seizoenscyclussen later “A umbra omega“. Alvorens op bedevaart te trekken richting Oslo, dient album nummer 5 toch even met de nodige aandacht onder loep genomen te worden. De intro buiten beschouwing gelaten; “Aphelion void” start zoals de band destijds geëindigd was, maar meer dan ooit verandert de sfeer en feeling. In een tijdspanne van 15 minuten mag dat natuurlijk, maar het sijpelt niet vlotjes in de hersenpan op deze manier. Van verwoestende blastbeats naar jazzy intermezzo’s met blazers tot dissonant klinkende black metalakkoorden en romantische akoestische passages. Het komt allemaal voorbij! Al-le-maal! Het haast even lang durende “God protocol axiom” begin op haast exact dezelfde manier als zijn voorganger. Het lijkt alsof het erom gedaan is, want ook het nummer hierna, het Virus geïnspireerde “The unlocking“, lijkt aan te vangen als een kopie van het voorgaande. De invloeden van laatstgenoemde en Ved Buens Ende tekenen meer dan ooit present. Maar dan heftiger. Dødheimsgard staat tevens bekend om hun felle zanglijnen en apart stemgebruik. Op “A umbra omega” is dat niet anders en worden alle schreeuwregisters opengetrokken. In één woord: hysterisch. Maar deze keer nemen enkel Aldrahn en Vicotnic de honneurs waar. Geen Kvohst meer. Het klinkt waanzinniger dan ooit tevoren en dat is soms even wennen. In die mate zelfs dat het niet altijd even gemakkelijk luistert. Trop is te veel, u weet wel. Soms is het zelfs vervelend en mogen de heren hun klep eens houden. Dankjewel! Hij kan echt wel beter. Dødheimsgard klinkt op “A umbra omega” zeer geïnspireerd. Meer dan tevoren wordt furieuze (bij wijlen industrial aandoende) black metal afgewisseld met elektronische drums, pianostukken en sfeervolle koren. En dát in combinatie met overijverig gezang schotelt 2 conclusies voor: enerzijds: een puur technische luisterbeurt is een hemelse beleving. Er gebeurt steeds wat en tevens op een hoog niveau. Er is over nagedacht en het muzikale vakmanschap staat niet ter twijfel. Anderzijds: het van-de-hak-op-de-takgevoel met te enthousiaste zangers brengt geen rust, regelmaat en herkenningspunten. Dødheimsgard kan dit thans wel. Met dat in het achterhoofd weegt helaas de teleurstelling door. Judge yourself.

Flp: 69/100

Dødheimsgard – A umbra omega (Peaceville 2015)
1. The love divine
2. Aphelion void
3. God protocol axiom
4. The unlocking
5. Architect of darkness
6. Blue moon duel

Code – Live in the Netherlands

Twee stellingen kan je niet over het hoofd zien als je over het Engelse Code spreekt. Zelf mag er voor mij nog een derde, meer algemene stelling, bij. Laten we beginnen met: “Code is niet meer hetzelfde zonder Kvohst.” Ja, dat is zo. Maar daarom nodeloos sentimenteel gaan doen is flauw, want een monument opvolgen is niet evident. Vervanger Wacian doet het echter met verve. Zowel zijn geschreeuw als zuivere gezangen klinken uitstekend. Geen zwak moment te horen op “Live in the Netherlands“. Zeikerds zetten maar een plaatje op van Hexvessel of Grave Pleasures/Beastmilk. Stelling twee: “Code hun nieuwste albums klinken als progpop“. Ja, dat is zo. Enkel “Nouveau gloaming” en “Resplendent grotesque” kunnen mij bekoren. Wat daarna kwam liet mijn geluidsinstallatie meteen op nul db springen. Onterecht misschien, want ik heb dan ook geen moeite gedaan het luider te zetten. Gelukkig stammen de opnames van dit live album voor hun laatste plaat en ligt de nadruk op ouder werk. “The cotton optic“, “Smother the crones” (wat effe moeilijk te herkennen was) en het prachtige “Brass dogs“. Ze staan er allemaal op! Nummer drie: “waarom een live album?” Destijds waren “Live after death” en “Decade after aggression” ware kleppers voor ondergetekende. Het maakte het mogelijk om kennis te maken met een waaier aan nummers uit een groot oeuvre en het was een verzameling van hits. Geen van beide opmerkingen is van toepassing op Code. Wel kan gezegd worden dat het een sympathieke band is die niet beroerd is om in zee te gaan met de (black metal) underground. De band mag dan wel erg progressief voor de dag komen tegenwoordig, toch blijft leider Aort een voorliefde hebben voor felle extreme muziek en kleine, doch kwalitatieve zakenpartners. Dus verklaart ook de ongepolijste sound van “Live in the Netherlands“. Het klinkt echt en niet nog eens extra onder handen genomen door een team van producers. Het volgt het hart. Dit is een tof hebbedingetje voor de fans, maar nieuwe geïnteresseerde zielen zullen de band wellicht eerder checken via You Tube of andere kanalen.

Flp: 72/100

Code – Live in the Netherlands (Heidens Hart 2015)
1. The cotton optic
2. The rattle of black teeth
3. Becoming host
4. Glimlight tourist
5. Smother the crones
6. Possession is the medicine
7. The lazarus cord
8. White triptych
9. Brass dogs