Dosis sola facit venenum (alleen de hoeveelheid maakt het vergif)” zei Paracelsus in de 16e eeuw. “Poison – Les formules diaboliques“, het eerste wapenfeit van Anéanti, bevat ‘slechts’ vier composities, maar deze dodelijke dosis is meer dan voldoende om je ergste vijanden, debiele m’a tu vu’s, incompetente politici, leiders van georganiseerde religie en op geld beluste immo- en projectontwikkelaars instant mee om te leggen. Woudmeester en Grafdelver verklaren zich nader. (JOKKE)

(c) Andries Mannaerts

Aan de basis voor het vormen van een blackmetalband ligt meestal een gegronde haat, frustratie, tegenreactie, afkeer of ander negatief beladen gevoel ten gronde. Wat was de vonk die Anéanti het licht deed zien?
Woudmeester: Het was slechts een kwestie van tijd vooraleer ik in deze vorm uiting zou geven aan de grondige afkeer die ik voel voor de samenleving zoals die nu bestaat; we staan volledig los van de natuur, de meeste mensen kunnen zonder elektriciteit geen 48 uur meer overleven. Er is een gigantisch potentieel dat verkwanseld wordt ten voordele van persoonlijk winstbejag, Mensen laten zich tegen elkaar opzetten voor pietluttigheden door clowns die ons afleiden van werkelijke problemen die ons ervan weerhouden om ons volledige potentieel te realiseren.

De wereldwijde lockdowns gedurende 2020 waren voor mij het uitgelezen moment om met dit nieuwe project te beginnen waarop ik al jaren zat te broeden. Ik wilde vooral eens enkele nummers schrijven die geen ettelijke maanden in beslag zouden nemen om af te werken, zoals dat meestal bij mijn andere projecten gaat. De openingstrack van de EP “Repulsive papal corpse” heb ik bijvoorbeeld op een namiddag geschreven.

Grafdelver: Ik heb Woudmeester een paar keer wat schoppen moeten verkopen om dit project uit de grond te stampen. Het is een eer om met zulk een begenadigd muzikant en componist te mogen samenwerken. Verder deel ik dezelfde afkeer voor de huidige samenleving.

Was het een bewuste keuze om de band als duo vorm te geven? Bemoeilijkt dat concerten niet (tenzij er extra leden aangetrokken worden) of is live spelen niet aan de orde met Anéanti?
Woudmeester: Ik ben als controlefreak nogal grote fan van one-manprojecten, maar ik kan helaas niet voldoende drummen om een volledige sound neer te zetten, anders had ik dat zeker ook gedaan. Ik ken Grafdelver al van tientallen jaren geleden en zag hem een tijd geleden met A Thousand Sufferings. Zijn drumstijl leek mij zeer gepast voor mijn ideeën en ik zei hem toen dat ik hem zou contacteren wanneer ik iets concreet zou hebben uitgewerkt, en zo geschiedde.

Momenteel heb ik geen ambitie om met dit project live te spelen. Ik ga niet volledig uitsluiten dat het ooit zou kunnen gebeuren, maar ik voel er gewoon geen nood aan. Naast het feit dat ik er gewoon geen tijd voor heb, heb ik vooral ook geen zin om weer de lijdensweg te moeten doorstaan om de juiste mensen te vinden met motivatie en skills om iets van kwaliteit te brengen. Ik heb het volledig gehad met eindeloze discussies over prioriteiten en omgaan met al te gevoelige muzikantenego’s. Van Grafdelver ben ik zeker dat hij de juiste bagage, toewijding aan en kennis van het genre heeft om relevante bijdragen te leveren. We luisteren beide naar vrij verschillende artiesten, zowel binnen de blackmetalstijl als ver daarbuiten en kunnen daardoor ook een vrij complementaire bijdrage leveren, die volgens mij een frisse sound als resultaat heeft.

We schrijven nummers wanneer het ons past en we nemen ze op wanneer ze klaar zijn, en op de manier die ons het best lijkt. Geen druk en geen bemoeienis van onbevoegden!

Grafdelver: De Meester heeft gesproken. Zelf zou ik het wel zien zitten om deze muziek live te brengen. We spelen een stijl die live wel kan werken, zonder er een poppenkast van te maken – er lopen al zoveel gimmickbands rond op de podia.

Net als de vele one-man bands, is ook een tweekoppige line-up niet zo vreemd in het blackmetalwereldje, denk maar aan bands als Darkthrone, Inquisition, Mgła, Whoredom Rife of Satyricon. Een gegeven dat in andere metalsubgenres trouwens heel wat minder frequent voorkomt. Hebben jullie hier een verklaring voor?
Woudmeester: Ik denk dat deze stijl vaak beoefend wordt door individuen met een sterke overtuiging en dat combineert moeilijk met democratische werkwijzen die sommige muzikanten lijken te verwachten. Je hebt gewoon een of twee mensen nodig die de visie van een band uitzetten, en als die twee mensen ook samen de gehele sound kunnen creëren, heb je ook niemand anders meer nodig. Hoe meer ego’s, hoe meer meningen, en hoe meer compromissen je moet maken en je visie moet verwateren, en ik ben nu net een project met slechts twee personen gestart om dat niet te hoeven doen.

Grafdelver: Hierin volg ik Woudmeester helemaal. Democratie werkt niet, tenzij op de zenuwen en veel te traag. Een andere verklaring is volgens mij dat de meeste one-man bands ofwel een drumcomputer gebruiken – wat 89% van de gevallen ontzettend kut klinkt – ofwel ontzettend slecht zijn ingedrumd door dat enige lid. Een drummer in de band hebben, loont dan. Een voordeel van geen one-man band te zijn, lijkt me ook dat er directe feedback op ideeën komt en er zo een wisselwerking kan ontstaan.

Wat natuurlijk meteen opvalt is dat jullie, als Vlamingen zijnde, de Franse taal regelmatig omarmen om jullie verhaal te vertellen. Vanwaar die keuze voor het Frans, en dat zelfs voor jullie bandnaam?
Woudmeester: Ik heb een voorliefde voor talen en ben slechts in de laatste vijftal jaren teksten beginnen schrijven. Eerst in het Engels, daarna in het Nederlands, en nu wilde ik ook wel eens wat teksten in het Frans schrijven. Ik vind dat het Frans zich uitermate goed leent voor black metal. Ik vermoed omdat het de taal van De Gehoornde zelf is, gezien scheldwoorden en hatelijke boodschappen extra kwaadaardig klinken in het Frans.

Ik heb de bandnaam gehaald bij de Franse filosoof Camus. Toen ik “Le mythe de Sisyphe” aan het lezen was, waarin Camus de absurditeit beschrijft van het menselijke leven, en tracht te verklaren waarom de mens het leven kiest boven zelfmoord, kwam ik het woord verschillende keren tegen, en vond het zowel fonetisch als conceptueel een gepaste naam voor een blackmetalproject.

Anéanti staat voor de onvermijdelijke vergankelijkheid van lichaam en geest. We willen zo ver mogelijk weg blijven van de feel-good illusies die worden gepromoot door de conventionele samenleving en georganiseerde religies, om op die manier de onverbiddelijke waarheden van het bestaan te aanvaarden en zelfs te omarmen.

Grafdelver: Wij zijn Brabanders en Brabant heeft een tweetalige geschiedenis. Mijn eerste band had ook een Franse naam en teksten in het Frans. Ik vind het een erg rijke en mooie taal, die inderdaad bepaalde betekenissen extra kracht bijzet door de klank. Toen Woudmeester met voorstellen kwam aanzetten voor een bandnaam, was Anéanti diegene die mij het meest aansprak.

Het concept achter de vier songs op “Poison – Les formules diaboliques” is enorm intrigerend. Kan je schetsen waar elk van de vier composities thematisch over handelt en hoe je op deze thematiek stuitte?
Woudmeester: “Repulsivepapal corpse” gaat over paus Alexander VI (Rodrigo Borgia), wiens familie berucht was om vaak politieke tegenstanders te vergiftigen. Het verhaal gaat dat hij zichzelf per ongeluk zou hebben vergiftigd met een vergif dat ‘cantarella’ heet; het favoriete huisgebrouwen vergif van de Boria familie. Dit gif zou ervoor hebben gezorgd dat zijn gezicht en lichaam zodanig verwrongen was, dat hij nauwelijks herkenbaar was en rouwenden die hem een laatste groet kwamen brengen walgend wegliepen.

L’Aphrodisiaque macabre” gaat over de fameuze Marquis de Sade, die lokale maagden drogeerde, om hen naar zijn landhuis te lokken, alwaar hij zijn niet aflatende dorst naar zonde en verderfelijke seksuele praktijken kon lessen. Soms liet hij zich een beetje gaan met de doseringen die hij gebruikte voor zijn ‘afrodisiacum’ en overleefden de slachtoffers de nacht niet… maar ook dat kon de Marquis niet weerhouden om zijn lusten bot te vieren.

Le vol des sorcières” roept het tijdloze beeld op van de klassieke heksensabbat, waar de heksen heen vlogen op hun bezemstelen. Tijdens de sabbat pleegden ze vervolgens alle soorten verderfelijke praktijken, zoals kinderen offeren, orgieën en het aanroepen van demonen. Het concept van vliegende heksen is gebaseerd op de “vliegenzalf”, die tussen de benen werd aangebracht met een bezemsteel, voor snelle absorptie door het lichaam. Deze zalf bevatte de wolfskers, of nachtschade, (atropa belladonna), bilzekruid en mandragorawortel.

Aqua tofana” ten slotte, is gebaseerd op het verhaal van Giulia Tofana, dat zich afspeelt in het 17e eeuwse Sicilië. Zij was de uitbaatster van een parfumwinkel, die diende als de ideale dekmantel voor de verkoop van haar eigen gif, dat ze verkocht aan vrouwen die van hun man af wilden, meestal omdat ze erdoor misbruikt werden, maar niet mochten scheiden van de kerk. Het gif in kwestie zou arsenicum, belladonna, groene knolamaniet en cantharidine, gewonnen uit de Spaanse vlieg hebben bevat.

Indien dood door vergiftiging jullie noodlot zou zijn, door welk gif zouden jullie dan liefst het loodje leggen? En welk gif zouden jullie gebruiken om jullie ergste vijand mee om te leggen?
Woudmeester: gezien het verschil tussen een medicijn/pijnstiller of gif gewoon de dosis is, zou ik zelf kiezen om te sterven door de klassieke morfine en zacht inslapen. Ik denk dat polonium wel heel erg gepast zou zijn om iemand om te leggen die je echt haat. Je moet echt al heel gemotiveerd zijn om daaraan te geraken, en het duurt op zijn minst enkele dagen vooraleer je sterft.

Grafdelver: Wanneer mijn lichaam en/of geest het stilaan begeeft zou ik graag de roes van heroïne willen ervaren. Al dan niet een overdosis dus, of klassieke euthanasie wanneer de tijd er rijp voor is.

En om uw tweede, hypothetische vraag te beantwoorden: er zijn genoeg giftige stoffen te vinden. Liefst een zo efficiënt mogelijke en gebruiksvriendelijke stof en dat blijkt botuline te zijn. Met slechts 200 gram van dit dodelijkste gif ter wereld, leg je de gehele mensheid om. Grappig dat deze stof ook in botox zit. Hopelijk spuiten de m’as-tu-vu’s van deze wereld wat teveel van dit goedje in hun snuit.

Hebben jullie een diepgaande interesse in de wonderen van de botanische wereld? Een alias als Woudmeester verraadt immers ook een zekere band met de natuur, niet?
Woudmeester: Ik ben sinds mijn jeugd gefascineerd door medicinale planten. Zoals hierboven aangehaald hebben de meeste giftige planten ook ooit een medicinale toepassing gehad, of worden ze nog steeds daarvoor gebruikt in een of andere vorm.

Daarnaast is er voor mij geen betere plaats om rust te vinden dan het bos. Het is soms een bijna religieuze ervaring om door een bos te wandelen; het is voor mij het equivalent voor een kathedraal, waar je kan connecteren met het aardse als het spirituele.

Niet enkel de botanische aspecten van de natuur dragen mijn interesse weg, ook de fauna en het onverbiddelijke, niet-corrumpeerbare aspect van het overleven in de natuur vind ik prachtig. Als er iets is in dit leven dat aanbeden mag worden, dan is het wel de natuur, waar de mens eigenlijk deel van zou moeten zijn, daar waar hij er zich nu bijna volledig van onttrekt, en zijn plaats erin niet alleen niet meer begrijpt, maar soms zelfs lijkt te ontkennen of negeren. Daarom juich ik ook de terugkomst van de wolf toe; make humans afraid again!

Grafdelver: ik ben niet bezig met plantkunde. Ik kan wel ten zeerste genieten van een wandeling in de natuur. Bossen of bergen hebben een ontspannend effect op mij. Ik raak ook steeds verwonderd van de eenvoudige perfectie van de ongerepte natuur. Het maakt mij dan ook neerslachtig dat we hier in België, en zeker in het centrum van het land, de open ruimte helemaal hebben volgebouwd. Van deze betonnen jungle lijken mij enkel immo- en projectmakelaars “gelukkig” te worden. Er zijn ook gewoon te veel mensen.

Jullie laten duidelijk weten en horen dat riffs wat jullie betreft centraal dienen te staan bij black metal, zelfs een occasionele gitaarsolo ontbreekt niet. Dien ik dit te zien als een afkeer van black metal die op dissonante elementen gericht is of de vele lofi rauwe blackmetalbands?
Woudmeester: De gouden standaard voor mij is Black Sabbath. Als er geen element van Black Sabbath in je sound zit, speel je dan wel metal? Als goede leerling van Iommi, lijkt het alleen maar gepast om de focus op riffs te leggen. We zijn allebei grote fan van klassieke heavy metal en willen dat ook laten doorschijnen. Dat is ten slotte het grondwerk waarop elke extreme band verder werkt. Om Fenriz te quoten: “Black metal moet zowel riffs als sfeer bevatten.” Ik deel zijn mening dat er te veel bands enkel aandacht hebben voor sfeer en te veel afwijken van memorabele riffs.

Begrijp mij niet verkeerd, ik houd even goed van lo-fi dronerige, verhalende bands à la Paysage d’Hiver of Blazebirth Hall bands (maar zelfs zij hebben riffs onder al de noise), of dissonantie à la Deathspell Omega. Maar wat kan je tenslotte nog meer toevoegen dat zij nog niet gedaan zouden hebben, nóg noisier of nóg dissonanter en chaotischer gaan? Het gaat mij vooral om twee zaken: klassieke, vertrouwde elementen uit verschillende subgenres van metal met elkaar combineren tot een hopelijk frisse sound, en anderzijds een statement maken tegen bands die te lui zijn om een degelijke riff of gitaarlead, hoe simpel ook, uit te werken en dan maar middelmatige riffs blijven dronen. Zelfs in het ontwerpen van simpele riffs moet voldoende tijd kruipen om te zorgen dat ze interessant of intens genoeg zijn om als droning element te gebruiken; een perfect voorbeeld van simpel en toch effectief vind ik bv. Kêres.

Grafdelver: Lay down your soul to the gods rock and roll! Ik hou van een degelijke gitaarsolo. Eén van de weinige zaken die ik de Meester heb moeten laten wijzigen is dat er op “Repulsive papal corpse” een orgelstuk zat, waar er nu een heerlijke gitaarsolo zit. Persoonlijk hou ik van genoeg afwisseling. Een band die –tig platen met -tig nummers maakt die allemaal hetzelfde klinken, hoef ik niet. En we spelen nog steeds metal, de riff staat centraal!

Jullie halen zelf invloeden van de klassieke Scandinavische en Amerikaanse school en de meer recente Slavische scene aan. Zelf zou ik daar nog enkele meer occulte Franse bands aan willen toevoegen, maar ik kan zo niet meteen één duidelijke referentie aanhalen om jullie sound mee te omschrijven. Willen jullie inkijk geven in de bands die voor jullie muzikaal een inspiratie hebben gevormd voor Anéanti of laten jullie zoiets liever aan de luisteraar zelf over?
Woudmeester: Ik beschouw het als een compliment dat je ons niet meteen met één band kan vergelijken, dank daarvoor. Ik ben grote fan van de eerste 3 Gorgoroth releases. Zeker “Pentagram” is voor mij de perfecte combo van koude sfeer en klassieke Noorse riffs, in combinatie met een agressieve punk/thrash attack. Een track als “Crushing the scepter” bevat gewoon alles wat ik zoek in black metal. Daarnaast verafgood ik ook al het pre-gevangenis Burzum-materiaal, al vind ik het heel moeilijk en ook overbodig om die perfecte sfeer te proberen nabootsen. Het blijft wel een grote inspiratie qua DIY-aanpak, unieke riffs en songwriting, die een ongeëvenaarde sfeer oproepen.

Wat de US betreft, denk ik vooral aan het feit dat onze bas vrij aanwezig is in de mix; ook Ulver’s “Bergtatt” was qua mix een inspiratiebron.

Qua recentere bands, die ook heel veel heavymetalinvloeden hebben verwerkt in hun sound, vermeld ik graag Malokarpatan en Wampyrinacht. En Mercyful Fate en King Diamond zijn natuurlijk ook nooit ver weg als het over klassieke invloeden gaat.

Grafdelver: “De mysteriis dom Sathanas” is voor mij misschien nog steeds één van de betere blackmetalplaten. Grimmige sfeer, vuile riffs, het drumwerk, die sound,… Ongetwijfeld is die plaat één van mijn grootste inspiratiebronnen voor de mix, alhoewel die redelijk organisch tot stand is gekomen. “Mocking the philanthropist” van Grand Belial’s Key is een andere mijlpaal naar mijn persoonlijke smaak. Wat een heerlijke smeltpot van black fucking metal, heavy metal en punk. Uiteraard zijn er nog talloze platen die ik geweldig vind – ik sluit me grotendeels aan bij Woudmeester’s lijst, alhoewel ik nooit into Gorgoroth ben geweest.

Is originaliteit belangrijk in black metal en specifiek jullie schrijfproces? Gaat een riff die iets te hard lijkt op een bepaalde band onherroepelijk de vuilbak in?
Woudmeester: Het is al lang bijna niet meer mogelijk om nog 100% originele riffs te bedenken; alle combinatie van kwaadaardige noten zijn ondertussen wel al eens gemaakt, maar wat we zeker proberen is een mix van invloeden te brengen die we zelf zouden willen horen; een combinatie van dreigende duisternis, met triomfantelijke zegeriffs die visioenen oproepen van galopperende demonen die door de hemelpoorten stormen en daarbij legioenen van engelen vertrappelen.

In black metal en metal in het algemeen kan ik altijd een zekere originaliteit appreciëren, maar ik denk dat de definitie daarvan nogal subjectief is. Ik houd enorm veel van visionaire albums zoals “Fractal possession“, “Si monumentum…” of “Grand declaration of war” die allemaal iets radicaal anders probeerden, maar ik vind dat je ook een frisse sound kunt brengen door het combineren van de juiste vertrouwde elementen, door contrasten te creëren door verrassende combinaties te maken of bepaalde ideeën in een originele context te zetten. Malokarpatan, Absu of Zemial vind ik perfecte voorbeelden daarvan.

Grafdelver: Ik kan mijn naam stilaan veranderen in “spek-en-bonen” want ook hier heb ik weinig aan toe te voegen. Die drie albums die de Meester opnoemt, zijn mijlpalen. Zoals eerder gezegd, heb ik graag wel wat afwisseling. Dus geen norsecore – alleen blastbeats en tremelopickingriffs – of de zoveelste “suicidal gothic depressive post black metal” groepen die allemaal hetzelfde klinken, urgh, horrible. Op zich houd ik van bands met een eigen smoel. Zo ben ik bijvoorbeeld helemaal in de ban van Laster en Grey Aura uit Nederland. Erg originele en ronduit sublieme composities, teksten en artwork. Wat een werkethos hebben die gasten! Maar ik kan evengoed genieten van meer klassieke acts.

Jullie bandlogo werd ontworpen door Business For Satan, wie geen onbekende zou mogen wezen voor eenieder die het meer recente blackmetalgebeuren ietwat volgt. Wat het artwork betreft, werkten jullie echter samen met een voor mij onbekende naam. Hoe kwamen jullie bij Dismorsia terecht?
Woudmeester: Het logo is een pareltje. Prachtig werk van Business For Satan, dat is ook waarvoor ik specifiek hem heb gecontacteerd. Puur toeval bracht mij bij Dismorsia. Ik was aan het rond browsen tussen pagina’s van verschillende grafici, en zoals dat gaat op sociale media klik je telkens verder en kwam ik bij hem terecht. Ik zocht immers iets ruws en korreligs, dat nog geen tientallen keren was gebruikt. Dismorsia heeft een eigen stijl vind ik, soms heel kitcherig en dicht bij de categorie “so bad, it’s good” en soms heel fantasierijk en dromerig. In elk geval probeert hij iets anders dan de rest en ik vond het design heel passend bij het concept van onze EP.

De cover is ietwat gewaagd in die zin dat de bandnaam en albumtitel ontbreken. Zegt een beeld in dit geval meer dan genoeg?
Woudmeester: Voor een cassetterelease denk ik dat dit beeld volstaat. Ons logo erbij zetten zou beide grafische elementen minder tot hun recht laten komen. Voor een eventuele CD- of vinylrelease vinden we waarschijnlijk wel een manier om beiden hun plaats te geven op de cover. Ik ben persoonlijk wel fan van platen zonder bandlogo, het voegt mystiek en geheimzinnigheid toe.

Als ik me niet vergis zijn jullie de eerste Belgische band in de Deathprayer Records-stal. Hebben jullie lang aan label shoppen moeten doen of was de deal met Deathprayer snel beschonken? Zien jullie het niet als nadeel om in het post-Brexit tijdperk op een label uit de UK te zitten, wat maakt dat je altijd die verrekte invoertaksen aan je been hebt?
Woudmeester: Death Prayer kende ik van Lamp of Murmuur, die toch ook wel vrij riff-based zijn, en vandaar leek mij dit wel een goeie match. Die gasten van Death Prayer zijn heel gemotiveerd met hun releases bezig, en hebben ondertussen wel een zekere naam en credibiliteit in de internationale blackmetalscene, dus we hopen hiermee het juiste publiek te bereiken. Ze hebben trouwens een distributiekanaal binnen de EU opgezet, net om de importtaksen te vermijden voor niet-UK residents.

Is Deathprayer een label dat vooral op basis van de muziek bepaalde bands tekent of werd er ook gepraat over ideologieën of de inhoud en thematiek van het tekstuele luik?
Woudmeester: In mijn ervaring was het voornamelijk een muzikale keuze, maar ik denk dat het ook wel een totaalplaatje moet zijn dat klopt voor eender welk label. Het lijkt vanzelfsprekend dat je naast je muziek ook voldoende aandacht moet schenken aan je teksten/concept, logo, artwork, presentatie,… alle factoren spelen mee.

Zullen er naast een cassetteversie die vanaf 15 februari te bestellen is nog andere fysieke releases zijn?
Woudmeester: Er was sprake van CD en vinyl, maar we zullen afwachten hoe de tapes presteren en kijken hoe groot de interesse is.

Met ervaring in bands als Dwaellicht, A Thousand Sufferings en Moss Upon The Skull zijn jullie geen nieuwkomers in de scene. Wat vinden jullie van de huidige toestand van de extreme metalscene in ons land?
Woudmeester: Ik ben mogelijk niet meer up to date met alle Belgische bands die actief zijn, maar er zijn redelijk wat bands die hard werken en het goed lijken te doen. Er zijn echter maar weinig lokale bands die mij kunnen bekoren. Het beste dat ik de laatste jaren heb gehoord uit ons land was Moenen Of Xezbeth. Waarlijk, een verfrissende miasmatische bries die de juiste sfeer oproept. Een andere release die mijn aandacht trok is het debuut album van Bones, dat voor mij een fijne flashback is naar het vroege Morbid Angel-materiaal verrijkt met modernere elementen die eerder aan een band als Grave Miasma doen denken. Daarnaast kijk ik ook uit naar het nieuwe Scavenger album; heavy metal done right! Een andere vaststelling is dat wanneer ik naar live shows ga, er nauwelijks mensen jonger dan 30 te vinden zijn. Hopelijk komt er terug wat interesse voor harde muziek in de klassieke vormen bij de jongeren.

Grafdelver: Er gebeurt veel en er zijn talloze bands in zowat alle subgenres, het leeft wel. Hopelijk komt er inderdaad wat verjonging. Ik zie her en der toch wat jonge muzikanten die fanatiek bezig zijn met hun instrument. Dat vind ik wel een pluspunt. De huidige technologie biedt ontzettend veel mogelijkheden om je als muzikant goed te ontwikkelen. Online lessen, instructie-video’s,… benieuwd wat die gasten gaan bereiken. Ik hoop op toch een goeie heavymetalband, al dan niet één die de reeds platgetreden paden bewandelt. Er zijn te weinig nieuwe én degelijke heavymetalbands in de wereld.

In het Brusselse zijn er wel een paar geweldige blackmetalbands. Ik vind Moenen of Xezbeth ook wel het beste dat ik de afgelopen jaren heb gehoord. Bütcher vind ik ook helemaal te gek. En om het lijstje af te ronden: Ordigort. Benieuwd naar wat daar nog van gaat komen. Ik was al helemaal fan van Witch Trail.

Was “Poison – Les formules diaboliques” een eenmalig iets of het begin van veel meer?
Woudmeester: Ik ben bezig aan nieuw materiaal voor een full-length, maar nu gaat eerst mijn focus naar de nieuwe Moss Upon The Skull-release. Wat ik al kan zeggen, is dat ik met Anéanti graag nog wat primitiever gaan, zowel qua songwriting als qua opnametechnieken.

Grafdelver: Ik kijk alvast uit naar een verdere samenwerking met de Meester. Met A Thousand Sufferings zijn we nieuw materiaal aan het schrijven en daar gaat mijn tijd nu ook naartoe.