Kludde heeft wat te vieren want er staan 25 jaar op de teller. Naar aanleiding van die mijlpaal legden we de band 25 vragen voor. Omdat de gemiddelde aandachtsspanne vandaag de dag niet meer zo groot is, hebben we het interview opgedeeld in drie delen. In dit laatste deel gaat het over de meer recente periode van Kludde, waarin ambitie en visie steeds groter werden. Van conceptuele projecten zoals “De horla” tot de uitdagingen van liveshows, buitenlandse kansen en het evenwicht tussen evolutie en herkenbaarheid: Kludde blijft een band in beweging, zonder vaste vorm maar met een duidelijke kern. (JOKKE)

“De horla” (2023) is een sterk narratief album. Wat trok jullie aan in dat verhaal van verstoting en wraak?
Cerulean: Verstoting en wraak zijn op zich vrij klassieke thema’s waar je eindeloos inspiratie uit kunt halen, maar de manier waarop het vormgegeven is, is minder voor de hand liggend. Het idee van “De horla” leefde bij Snoodaert en Uglúk eigenlijk al sinds ergens in de jaren 2000. Het was zo’n typisch geval van: ‘ooit doen we hier iets mee’, en na al die jaren is dat uiteindelijk ook effectief gebeurd.
Het project is tot stand gekomen door ideeën en input van verschillende mensen samen te brengen en tijdens de coronapandemie alles met veel aandacht voor detail uit te werken. Snoodaert schreef het skelet van het verhaal uit, waarop ik me bij het schrijven van de teksten heb gebaseerd zodra de muziek zijn finale vorm begon te krijgen. Tegelijkertijd is Wesley in zijn schetsboek gedoken om het hele verhaal te illustreren.
Er is daarbij bewust rekening gehouden met het feit dat de tekeningen chronologisch de lyrics zouden volgen, waardoor je de plaat kan beluisteren terwijl je het verhaal leest in de graphic novel. Hetzelfde principe geldt voor de animatievideo die werd gemaakt met Wesley zijn tekeningen.
Ik denk niet dat we dit totaalconcept ooit nog gaan overtreffen, en live heeft het, zoals eerder gezegd, ook zijn impact niet gemist. Mensen waren omvergeblazen en sommigen waren tot tranen toe geëmotioneerd. Dat geeft natuurlijk veel voldoening, maar het maakt het des te jammer dat we met die “Horla”-show niet meer kansen hebben gekregen, want het blijft in de blackmetalwereld toch een vrij uniek concept.

Snoodaert: Ik herinner me nog goed dat ik na een show enkele jaren geleden vol enthousiasme met een organisator sprak en het hele concept met de visuals uit de doeken deed. De reactie die ik toen kreeg, behoort tot één van de meest idiote die ik ooit heb gehoord: “Is dat niet een beetje héél ambitieus voor jullie?”
Met zo’n opmerking ben je eigenlijk op voorhand al afgeschreven bij die organisatie, en voel je je toch wat in je eer gekrenkt. Zeker als je weet hoeveel werk Wesley en Cerulean in dat project hebben gestoken. De CD-release van “De horla” was toen net uit, maar de visuals waren nog niet klaar en de vinylrelease liet door de absurd lange wachttijden op zich wachten.
Misschien had de impact groter geweest als we de cd, vinyl, artbook en projectieshow allemaal tegelijk hadden uitgebracht in plaats van het te spreiden. Wie zal het zeggen.
Basstaerd: Om op Snoodaert zijn betoog in te pikken: je hoeft geen 150.000 volgers op Facebook te hebben om grootse dingen te realiseren. “De horla” is daar het levende bewijs van. Dat kon bij de release van de video in zaal Cinema zelfs een blinde zien. Enfin, wat baten kaars en bril…
Luidop dromen was de kiem die ervoor gezorgd heeft dat de uitwerking van het concept wat uit de hand is gelopen: qua omvang, uitstraling en prestige. Het verhaal smeekte om visuele ondersteuning, en Cerulean heeft daar een echt huzarenstuk van gemaakt en is daarin ver gegaan.
Gezien de omvang van de productie en de talloze uren werk die erin gekropen zijn, hadden we de release van het album eigenlijk meer dan een jaar moeten uitstellen. Dat is ongeveer de tijd die Cerulean hieraan heeft besteed.
Het verhaal van “De horla” is een allegorie op de duistere kant van de maatschappij. Daar zit voor mij de aantrekkingskracht in: actie-reactie. Er zijn geen winnaars, enkel verliezers. En als er al winnaars zijn, dan zijn het de poppenspelers die een machtsblok vormen.
Jullie blijven teruggrijpen naar lokale geschiedenis en folklore, zoals bij “Het pact”, de split met A Thousand Sufferings uit 2024. Wat maakt dat zo inspirerend voor jullie in plaats van de meer klassieke blackmetalthematiek?
Snoodaert: Dat is eigenlijk zo geëvolueerd. Toen Uglúk nog in de band zat, was de thematiek veel klassieker. Los van de folkloreverhalen passeerden zowat alle voor de hand liggende black metalthema’s de revue: van Tolkien-adoratie tot anti-religieuze tirades, van misantropische teksten en De Sade-achtige perversies tot persoonlijk verdriet.
Uglúk was echt een meester in het schrijven van lyrics; hij had een enorm goed gevoel voor humor en kon van de meest platte thema’s nog een poëtische tekst maken. Een gave die wij zelf niet echt bezitten.
Wij zijn eerder sterk in het vertellen van verhalen, dus daar hebben we ons op gefocust. Ik ben zelf altijd al bezig geweest met volksverhalen, en hoe meer ik erover lees en opzoek, hoe meer ik ontdek. Dus aan inspiratie voor toekomstige nummers en albums is er zeker geen gebrek. En hoewel we nog altijd een grote afkeer hebben van elke vorm van georganiseerde religie, zijn we dat soort teksten wat ontgroeid. Er zijn genoeg andere bands die dat ook doen.
Basstaerd: Wat “Het pact” betreft overstijgt de realiteit de fictie. Er zijn trouwens meer dan genoeg weerzinwekkende verhalen te vertellen over gebeurtenissen in onze streek; je hoeft daar zelfs niet eens ver in de geschiedenis voor te gaan zoeken. Een beeld schetsen van de minder fraaie kant van je eigen leefomgeving geeft een band toch een bepaalde, unieke identiteit. Dat rauwe vertellen is qua thematiek echt een meerwaarde, vind ik. En dat mag gerust met een streep zwarte humor.

Het Aalsters dialect speelt een grote rol. Zien jullie dat als een statement binnen een internationaal genre?
Snoodaert: Ons Oilsjters dialect is iets dat stilletjes aan in de band is gegroeid. Vroeger zat het er ook al een beetje in, maar dat was vooral dialect uit de streek van Wetteren, aangezien Uglúk van daar afkomstig is. Bovendien was het toen eerder hoorbaar in de uitspraak dan echt in de lyrics zelf.
Het eerste echte stuk Oilsjters dialect in onze teksten zat eigenlijk op het einde van de lyrics van “Kludde III”. Dat is een passage die live soms luid door het publiek wordt meegezongen.
In de korte periode dat zanger Schelm in de band zat, schreef hij de teksten voor “Poesjkapelle” en “Bloedkoesj”. Hij vroeg me toen of ik die kon herschrijven en “vertalen” naar het Oilsjters. We hebben dat daarna bewust vaker gedaan omdat het ook perfect aansloot bij de thematiek van de nummers.
Voor mij voelt het heel natuurlijk om in dialect te schrijven. De enige uitdaging is om te vermijden dat het carnavalesk overkomt. Het geeft Kludde in elk geval een eigen karakter en klinkt veel authentieker dan Engelse teksten. Het past bovendien ook heel goed bij het genre.
Om jullie 25-jarig bestaan te vieren, gaan jullie twee jubileumshows spelen bijgestaan door originele zanger en medeoprichter Uglúk. “Langs Scheld- en Denderland” zal volledig gespeeld worden en de set wordt verder aangevuld met een reeks nummers bestaande uit het beste wat Kludde live te bieden heeft en nummers die al heel lang niet meer live gebracht zijn. Wat betekent het om opnieuw met Uglúk op het podium te staan?
Cerulean: We hebben vorig jaar al een voorproefje gekregen op de show met Nachtmaer, waar Uglúk naast zijn gastoptreden op één Nachtmaer-nummer ook het Kludde-nummer “Zout der mistroost” heeft gezongen. En een half jaar geleden speelden we op een privéfeest van goede vrienden ook een handvol nummers met hem. Dat was alvast een goeie opwarmer voor de jubileumshows. Het voelde vertrouwd aan, alsof het nooit anders was geweest. Hij is een frontman pur sang.
Het is trouwens allemaal niet zo simpel om te realiseren, want hij woont al enkele jaren in het noorden van Zweden. Daardoor repeteren we eigenlijk zelfs niet met hem.
Basstaerd: Met Uglúk op het podium staan is zoals fietsen: je verleert het nooit. We hebben samen redelijk veel optredens gespeeld en dat voel je gewoon. Het voelt vertrouwd om met hem ten strijde te trekken. Ook voor en na de show hangt er een andere dynamiek, een soort luchtigheid die in de situatie insijpelt.
Gaan jullie die jubileumshows puur als nostalgie benaderen, of zit er ook een nieuwe interpretatie in?
Snoodaert: Dat wordt natuurlijk pure nostalgie. Zoals eerder gezegd: de demo-nummers klinken het best zoals ze zijn, en daar moet niet te veel aan veranderd worden. De nummers van “De verdoken waarheid” zullen vooral een stuk strakker gespeeld worden dan de originele versies, maar verder blijven we daar dus redelijk trouw aan.
We hebben ook overwogen om enkele nummers te spelen die nooit op een release zijn beland, maar dat idee hebben we uiteindelijk laten varen. Er liggen echter nog altijd heel wat onuitgebrachte nummers uit de periode voor ons debuut. Het zou mooi zijn om die op een dag toch nog eens van onder het stof te halen en op een EP of compilatie uit te brengen.
The past is alive!


Jullie hebben gespeeld met zowel underground als grotere namen, maar het gros van de shows zijn wel regionaal in Vlaanderen. Is dat een bewuste keuze of is het moeilijk voor een band als Kludde met een regionale thematiek om in het buitenland voet aan wal te krijgen?
Snoodaert: Dat is een beetje het noodlot en de vloek van Kludde. We dromen er nog altijd van om wat meer buitenlandse shows te kunnen spelen, maar tot nu toe zijn al onze pogingen in het verleden op niets uitgedraaid. We hebben niet de juiste mensen achter ons die ons echt in de goede richting kunnen duwen, en zelf zijn we ook niet bepaald sterk in het verkopen van onszelf.
We zitten voor niemand met ons gat omhoog. Dat betekent niet dat we nooit eens een mail uitsturen, maar probeer maar eens op te vallen als band tussen de honderden mails die een organisator binnenkrijgt. De ambitie is er nochtans wel. Anderzijds hebben we door de jaren heen geleerd dat als mensen je echt willen boeken, ze je uiteindelijk gewoon zelf contacteren. En in België hebben we op dat vlak zeker geen klagen.
Of het gebrek aan buitenlandse shows echt te maken heeft met onze regionale thematiek? Dat denk ik niet. Hoeveel blackmetalbands zijn er niet die in hun moedertaal of dialect zingen, of bands die hun lyrics niet eens publiceren? Het grootste probleem is eerder dat we in het buitenland te weinig bekend zijn.
Zo hebben we de volledige “De horla”-show, inclusief projecties, een zestal keer gespeeld, waaronder één keer in Nederland. De eerste keer dat we dat in Cinema brachten, waren de reacties van het publiek overweldigend — zoiets hadden we nog nooit meegemaakt. Onze merchverkoop is sindsdien ook serieus gestegen.
We hebben voor dat album ook een Engelse vertaling, dus ergens is het wel jammer dat die show niet verder dan de landsgrenzen geraakt is. Voor ons volgende album gaan we daarom extra inzetten op buitenlandse reviews, misschien komen we zo wat meer onder de aandacht van bookers en organisatoren.
Ter ere van dit jubileum wordt “Langs Scheld- en Denderland” opnieuw uitgebracht als een gezamenlijke release tussen Consouling Sounds en Thenra Collectivum. Op 22 mei 2026 voor het eerst professioneel verkrijgbaar als 6-panel CD-digisleeve en op zwart vinyl. Het album is volledig geremixed en geremasterd door Cerulean. Waarom was dit het juiste moment om de demo opnieuw uit te brengen? Was het een moeilijke evenwichtsoefening tussen het verbeteren van het geluid en het behouden van de oorspronkelijke ziel en atmosfeer?
Cerulean: Er gaat bijna geen optreden voorbij zonder dat iemand vraagt wanneer we nog eens “Slet” of “Schijnheilige drievuldigheid” gaan spelen, of wanneer er een re-release van de demo komt. Het is nu een heel logisch moment om dat te doen, ter ere van ons 25-jarig bestaan, met hetgene waarmee het allemaal begonnen is.
“Evenwichtsoefening” is inderdaad het juiste woord. Het blijft altijd delicaat wanneer je met bestaand, origineel werk aan de slag gaat, omdat de kans groot is dat iemand vindt dat het volledig onveranderd had moeten blijven. Die demo klinkt echter niet zo bewust zoals hij klinkt; de charme komt vooral voort uit de jeugdige onwetendheid en het gebrek aan ervaring van een band in die fase.
Voor ons was dit dus de kans om het best mogelijke uit de brakke originele opnames te halen. Als je zoiets doet, is het belangrijk dat de sfeer en de ziel intact blijven, en dat is volgens mij wel gelukt. De gitaar- en drumsound is wat opgepoetst, maar alles klinkt nog steeds authentiek.
We hadden nog een stap verder kunnen gaan en de drums veel natuurlijker kunnen laten klinken, maar dan ben je te ver ingrijpend aan het veranderen, en dat voelde niet juist.

Gaan jullie debuut en de split met Wanhoop ook nog een nieuw leven krijgen in de toekomst?
Snoodaert: Daar zijn momenteel nog geen plannen voor. Maar het zou wel heel cool zijn als er ook van die albums vinylversies zouden komen. Over twee jaar bestaat ons debuut trouwens 20 jaar, dus wie weet…
Jullie zijn al bezig met nieuw materiaal. Kunnen we een verdere evolutie verwachten of eerder een terugkeer naar de essentie?
Snoodaert: Eerder een natuurlijke evolutie, zonder de essentie te verliezen. We hebben zes nieuwe nummers die al voor ongeveer 80 à 85% klaar zijn. Het zal een iets agressiever album worden dan “De horla”.
We hebben wel min of meer onze sound gevonden, dus daarop borduren we verder, maar telkens net met dat tikkeltje verschil. Na de jubileumshows gaan we ons focussen op de afwerking van die nummers en als alles goed gaat, kunnen we nog tegen het einde van het jaar de studio in.
Wie onze vorige twee albums en “Het pact” goed vond, zal zeker niet teleurgesteld zijn.
De Kludde is een gedaantewisselaar. Zien jullie dat als een metafoor voor hoe de band muzikaal geëvolueerd is doorheen de jaren?
Snoodaert: Klopt! Uglúk gebruikte dit al als metafoor toen we “De verdoken waarheid” uitbrachten. “Branden in d’helle”, “Reglement” en “Kludde III” waren al geschreven toen we die split opnamen, maar we wilden die nummers toen niet gebruiken omdat ze te traag waren. We hielden ze opzij voor een andere release met meer nadruk op sfeer. Dat werd uiteindelijk ons debuutalbum.
Ook toen “In de kwelm” uitkwam, hadden we al een groot deel van “De horla” geschreven en wisten we dat het opnieuw een totaal ander beest zou worden. Kort daarna kwam de covidperiode, en toen hadden we eigenlijk niets anders te doen dan nieuwe muziek te creëren. In die periode hebben ik en Basstaerd zelfs een volledig Kludde-album in downtuning geschreven, maar dat werd uiteindelijk afgekeurd omdat het te ver afweek van de Kludde-essentie.
Zo hebben we ook gespeeld met het idee om een volledig black ’n roll-album te maken als tegenpool van “De horla”, maar ook dat idee hebben we uiteindelijk laten varen. Als we al onze leftover nummers van het begin tot nu samenleggen, komen we makkelijk aan twee à drie uur muziek. Het beste is gewoon de natuurlijke evolutie te volgen en niets te forceren. En toch hebben we het al vaker gezegd: elk Kludde-album zal altijd een beetje anders zijn dan het vorige.
Basstaerd: Dat black ’n roll-album ben ik ooit mee gestart, maar dat klonk als een tang op een varken als je die nummers naast een album als “De horla” legt. Ik ben er wel aan blijven werken en die songs zijn blijven evolueren. Het project heeft eigenlijk nog maar weinig te maken met black ’n roll, op de eerste twee nummers na.
Op een bepaald moment besefte ik dat dit niets voor Kludde zou worden. En op dat moment werd het ook een beperkende factor, zeker als ik zie welke invloeden er sindsdien allemaal zijn bijgekomen. Met Kludde is dat net hetzelfde: elk album zal anders klinken. Het is een gedaantewisselaar, maar wel één die altijd herkenbaar blijft.

Als we kijken naar de bands die op de Lugburz III-compilatie prijkten, blijken enkel Theudho en jullie nog te bestaan. Hoe belangrijk is doorzettingsvermogen geweest om Kludde overeind te houden? Wat drijft jullie na 25 jaar nog steeds om Kludde voort te zetten?
Snoodaert: De passie voor de muziek, daar draait het uiteindelijk allemaal om. En dat ik dat kan doen met drie maten die ik intussen als familie beschouw. Zolang de ideeën blijven komen en de gezondheid het toelaat, zien we geen reden om ermee te stoppen.
Wat dat doorzettingsvermogen betreft, hebben we zeker onze moeilijke jaren gehad. Als je terugblikt op de woelige periodes met bezettingswissels, onenigheid in de band, hoge temperamenten en ego’s… en je vergelijkt dat met wat we de afgelopen jaren nog hebben kunnen bereiken, dan kan ik alleen maar tevreden zijn dat we het nooit hebben opgegeven.
Zoals Basstaerd ooit zei: “Een beetje volharding kan geen kwaad.”
Is er nog iets dat jullie absoluut willen bereiken met de band?
Basstaerd: We hopen vooral op wat meer shows in het buitenland en gigs in zalen waar we onze projectieshow in volle glorie kunnen brengen. De tijd en energie die daarin gekropen is, heeft volgens mij zijn vruchten nog niet volledig afgeworpen. Deels wel uiteraard, maar je voelt dat dit werk nog niet helemaal tot ontbolstering is gekomen en eigenlijk smeekt om een publiek. Het is echt werk van lange adem.
Je merkt dat ook aan de mensen die de show wel gezien hebben in Aalst. Wie erbij was, spreekt ons daar vandaag de dag nog altijd op aan: “Dat was wel een straffe stoot!!!” is een opmerking die we al meer dan eens hebben gekregen, en dat terwijl dat ondertussen al meer dan twee jaar geleden is.
Bij Rock ’n Load, de organisatie die het die avond mogelijk maakte, staan de beelden van die show ook nog altijd letterlijk in het geheugen gebrand. We hebben de show één keer in Nederland gespeeld, in een zaal die zeer goed uitgerust was voor dat soort optredens. De organisator was er die avond zelf niet bij — die was met verlof — maar liet ons achteraf via mail weten dat hij had horen zeggen dat het een fantastische show was.
Blijven geloven in wat je doet: wat je toekomt, komt vanzelf.
Snoodaert: Meer geld, roem, coke en wijven
