Met de eerste langspeler “Heldentod (2021) zette Grabunhold vijf jaar geleden een stevige stap binnen het niche-universum van de middeleeuws geïnspireerde black metal. De Duitsers koppelden de heroïsche sfeer van vervlogen tijden aan een uitgesproken tweede-golfesthetiek en wisten daarmee een eigen plaats te veroveren binnen het genre. Na een split met Circle of Shadows in 2023 bleef het echter relatief stil rond de band. Met “Frostheim” is het wachten eindelijk voorbij.

Wie een drastische koerswijziging verwacht komt bedrogen uit, want Grabunhold blijft trouw aan de fundamenten van zijn debuut. De songs zijn opnieuw geworteld in traditionele black metal, maar krijgen voldoende ademruimte om epische verhaallijnen en atmosferische details te laten gedijen. De productie klinkt krachtig en helder zonder de nodige ruwheid volledig weg te poetsen, terwijl de uitvoering de balans bewaart tussen heidense plechtstatigheid en strijdlustige intensiteit.

Toch voelt “Frostheim” niet als een eenvoudige herhalingsoefening. De band legt meer nadruk op melodie en dynamiek, wat het album een rijkere en toegankelijkere uitstraling geeft. Dat werkt niet altijd in zijn voordeel. Sommige van de meer opgewekte melodische lijnen missen de dreiging en mystiek die we graag met dit soort muziek associëren en halen af en toe wat spanning uit het geheel. Een kritische noot die we ook al in onze review van de split vermeldden.

Waar Grabunhold het meest overtuigt, is in de meer melancholische passages. Daar krijgt de muziek een gelaagdheid en emotionele diepgang die de composities naar een hoger niveau tilt en de mythische Tolkiensfeer veel geloofwaardiger tot leven brengt. De eenvoudig, doch effectieve melodielijn van de introductie van openingsnummer “Der Tod wohnt in Carn Dûm” illustreert dit al meteen. Ook in de staart van de plaat weten nummers als “In Mordor, wo die Schatten drohn” en “Eärnurs Verderben” ons met hun melancholische doch catchy leads te bekoren.

De sterke songwriting zorgt er echter voor dat dergelijke kanttekeningen nooit echt problematisch worden. De nummers vloeien natuurlijk in elkaar over, combineren grandeur met emotie en weten hun speelduur moeiteloos te boeien. Bovendien beschikt de band over voldoende vakmanschap om zelfs de meer bombastische momenten overtuigend neer te zetten. De gitaren weven een dicht tapijt van melodieën, terwijl de ritmesectie de nodige kracht en voortstuwing levert.

Met “Frostheim” bewijst Grabunhold dat het succes van “Heldentod” geen toevalstreffer was. Hoewel niet elke melodische keuze even raak is en sommige passages iets te optimistisch kleuren naar onze smaak, compenseren de melancholische hoogtepunten en de sterke composities ruimschoots. Het resultaat is een album dat de brug slaat tussen verleden en heden, en dat liefhebbers van epische, atmosferische black metal zonder twijfel zal weten te bekoren.

JOKKE: 80/100

Grabunhold – Frostheim (Iron Bonehead Productions 2026)
1. Der Tod wohnt in Carn Dûm
2. Grambergs Fluch
3. Der Mondturm
4. Rerirs blauer Schatten
5. Über Grat und kalten Gipfel
6. Schreckenszauber
7. In Mordor, wo die Schatten drohn
8. Eärnurs Verderben